Kroegschrijver

Ik ben een nachtschrijver en een kroegschrijver. Als vat vol tegenstrijdigheden houdt ik van de eenzaamheid ’s nachts om verhalen of gedichten te schrijven. Of een ‘stukje’ of kort verhaal. Mijn romans echter schrijf ik op een andere plek en op een andere manier. Ze zijn immers onderzoek intensief èn emotie intensief. Dat vergt een andere werkplek en eigenlijk zelfs twee. Één werkplek waar ik zonder problemen zes of zeven uur of langer kan doorschrijven, zonder hinderlijke onderbrekingen als eten, slaap of sociale contacten. Dat zijn de productiedagen, de dagen waarop ik vooral het ambacht beoefen want het boek is eigenlijk al geschreven en in mijn hersenpan opgeslagen in kasten met heel veel laden, gerubriceerd en geordend zodat alle onderdelen eenvoudig te vinden zijn voor wanneer ik ambachtelijk de hersenknipsels samenbreng in zinnen, alinea’s en hoofdstukken conform de al bepaalde verhaallijn. Er ligt natuurlijk een notitieboekje naast met met de feitjes, jaartallen, namen en plaatsen.

 

Maar het echte schrijven, het componeren, vindt plaats in kroegen. Ik zou liefst zeggen kroegen en kathedralen maar die laatste zijn niet te vinden in de stad waar ik woon en als ze dat zouden zijn dan zouden ze gesloten zijn op de momenten dat ik er wil schrijven. En dus plaats ik mezelf in die meest cruciale momenten van mijn schrijverschap in kroegen. Liefst van de soort waar de muziek deugd en niet te hard is, er een goede tafel staat en het geroezemoes nooit boven een geruis uitkomt zodat er een auditieve cocon ontstaat. Met mij er in. Stil, teruggetrokken in de wereld van het verhaal dat ik schrijf, regelmatig voorzien van koffie zoals ik die wil en vooral alleen tussen de mensen.

Er zijn niet veel kroegen die voldoen aan mijn eisenpakket. Soms is de muziek niet goed, soms zijn de gesprekken te luid en soms zijn de mensen te interessant om niet te observeren of een gesprek mee te beginnen. Maar een paar plekken heb ik gevonden die wel voldoen, een enkele is afgevallen na enige tijd omdat de situatie er veranderde of omdat er te gemakkelijk verstoringen optreden door de bevolking van het etablissement. En zo ben ik meerdere middagen per week te vinden op het Regentesseplein in een kroeg waarvan ik de eigenaren niet echt leuk vind maar waar de koffie wel goed is en er soms een biertje of glas wijn te vinden is na gedane arbeid. Het is er overdag binnen vrij stil. De muziek overtijgt het Skyradio niveau van veel andere plekken zonder echt geweldig – en dus afleidend – te worden. De kroeg staat midden in de laat negentiende eeuwse buurt waarin ik ook woon. Perfect passend bij het boek dat ik schrijf want dat speelt in de tijd dat de huizen hier gebouwd werden. De sfeer klopt. Ik ben er nog nooit blijven eten en dat zal ook niet gebeuren, daarvoor vind ik de zaak niet geschikt. Een biertje met vrienden drinken doe ik er ook niet, er zijn leuker plekken daarvoor. Maar het is een prima schrijfkroeg voor me.

Het is een fase in de creatie van mijn boek die ik er doormaak. Als die voorbij is zal ik in ‘splendid isolation’ het ambachtelijke werk gaan verrichten. Mijn hoofd leeg laten lopen in een omgeving die ontdaan is van alle stimulansen en afleidingen. Waar dat deze keer zal zijn weet ik niet. De vorige keer ben ik er de bergen in Nepal voor in gegaan maar dat zal nu niet kunnen. Misschien is een eiland of een bos dit jaar de meest geschikte plek. Of een huisje in de polder. Gelukkige dienen dergelijke plekken zich altijd vanzelf aan dus ik hoef er alleen maar op te wachten. Tot die tijd ben ik weer de kroegschrijfster. Voor een tijdje.

(c) 2012 Alice Anna