Rode jekjes.

Dat Bollywood feest vanavond, hoe hilarisch leuk ook, ik ga er maar niet naar toe. Ik ben er niet voor in de stemming. Zo’n feest vraagt een zonnetje en vooral veel kleur. Precies dat wat vandaag ontbreekt. De regen stort immers met bakken uit de loodwitte hemel. Het lijkt wel moesson terwijl dit toch echt niet het plekje op aarde is waar die dagelijkse douche zich laat voelen. De regenbuien zijn niet gewoon. Althans, ik vind ze niet gewoon. Al is het alleen maar omdat een vrolijk Indiaas feest als vanzelf een grauwsluier over zich krijgt die vergelijkbaar is met een verkeerd gewassen sari. Aan de andere kant, ik ben niet in Zuid Azië helaas. Ik werd daar vannacht in een telefoongesprek over 10.000 kilometer afstand weer aan herinnerd. En dat doet een beetje pijn.

Het is een schrijfdag. Een beetje deprimerend en dus in mijn hoofd goed te plakken op het wat grauwe sepiabruin-witte beeld van Londen in de Edwardiaanse tijd. Daar komt nog bij dat ik vooral behoefte aan introspectie heb. Na een Parade week waarin theater, kleinkunst en kleur vergezeld gingen met wijn en leuke mensen om me heen, is het vandaag gewoon tijd om adem te halen. Die regen aan de andere kant van het glas van de ‘Emma’ spoelt de dreiging van sleur over het anders zo vrolijk ogende plein met de obelisk in het midden omringt door roomwitte, rode, gele en roze rozenperken. Het lijkt de mensen niet te raken en het terras zit vol op die plekken waar een groot regenscherm het toestaat om te genieten van koffie, soep of een biertje. Ik ben toch maar aan de andere kant van het glas gaan zitten. Net een beetje warmer en ik hou van de kleur van donker kroeghout en gele lampen. De koffie smaakt er een beetje Frans door.

Vijf kratjes Coca Cola op een steekwagentje met er achter een doorweekte jongen rollen me voorbij. Op de achtergrond zingt een bedplasser in slepende zang een gematigd deprimerende tekst. Mijn nieuwe liefde moet ik nog ontdekken terwijl drie lege kratjes mijn tafeltje voorbij gaan. Zo af en toe komt er een stelletje binnen, meestal voorzien van een paraplu maar zonet een jongen en meisje die duidelijk niet gedacht hadden een regenschermpje mee te nemen. De volgende kratten die langskomen bevatten flessen whisky en wodka. En ik vraag me af waarom ik het prettig vind om me te hullen in de geuren en het geroezemoes van deze postmoderne variant op een ouderwets grand café. Alles in het interieur is immers nèt te nieuw, net niet origineel en van nèt iets teveel kunststof voorzien. Het leer van de stoelen is geen leer en het hout van het tafeltje waar ik aan zit is geen hout. De muziek die ik hoor is een cover die matig uitgevoerd wordt en een flink deel van de mensen zijn van plastic. Of ogen als zodanig. Het is een kunstmatige wereld en ik zit er tussenin alsof ik in een soort parallel universum leef. Niemand ziet me, ik zie iedereen.

Het maakt me gepast weemoedig. Precies zoals het moet zijn op een dag als vandaag. Het echtpaar met de rode SP jekjes neem ik maar voor lief. Ze zijn in die andere wereld die niet meer in mijn cocon past. En ik? Ach een week zonnetje breekt door het grauw. Ik ben gelukkig.

© 2012 Alice Anna