Ik zal er over schrijven.

Niet lang nadat ik vanmorgen opstond ontving ik het mailtje dat ik eigenlijk al een tijdje verwachtte. Maar dat desondanks me hard raakte omdat het zo nadrukkelijk mij als mens ontkende. Uit verdriet en frustratie meldde ik op facebook dat ik zou schrijven over waar dat mailtje voor staat en wat dat met mij doet. Niet omdat ik er over wil schrijven maar omdat schrijven nu eenmaal mijn secundaire manier van verwerken is. De primaire wijze zal iedereen kennen want dat is gewoon de tranen hun weg laten vinden.

Enige tijd geleden besloot ik het er maar weer eens op te wagen. Tegen alle ratio in want de laatste jaren, en eigenlijk het leeuwendeel van mijn leven, stonden in het teken van afgewezen worden. Werd ik eerst afgewezen omdat ik anders was, dan werd ik later afgewezen omdat ik veranderde van wat ik niet was in wat ik nu wel ben. Van man naar vrouw. Ik kon niet weten toen die verandering aan de orde was, dat de wereld zelfs na alles wat die verandering teweeg gebracht heeft mij nooit zal zien als wat ik ben, een vrouw.

Maar goed, ik besloot dus enige tijd geleden het er maar weer op te wagen. Tegenwoordig ontmoet je, als je wat ouder bent en niet van het type mens dat zich al te gemakkelijk of graag begeeft op feesten, potentiële vrienden of geliefden via datingbureaus of datingsites. Ik schreef me in. En binnen korte tijd was er interesse. Nu ben ik in het algemeen niet iemand die zichzelf onzichtbaar maakt, dat kan ook nauwelijks als je als schrijver en kunstenaar in de maatschappij staat. Ik ben niet iemand van de aliassen en anonimiteit en dus weet ik dat een eventuele geïnteresseerde vrouw (ik heb zoals bekend een voorkeur voor vrouwen) me gemakkelijk kan vinden via een zoekmachine. Waarna ze even gemakkelijk kan achterhalen wat mijn verleden is, gendergewijs.

In ongeveer dezelfde periode opende de fototentoonstelling in de domkerk die ik samen met mijn beste vriendin houd over een mensenrechtenzaak. Die tentoonstelling is een kroon op ons werk en een hoogtepunt in mijn nog verse loopbaan als documentair kunstenaar. De dame in kwestie was geïnteresseerd in die tentoonstelling, en in mij. Er volgde een ontmoeting. Er volgden emails. Er volgde een afspraakje. Er volgde oorverdovende radiostilte.

En ik wist dat het weer zover was.

Ik voelde aan dat opnieuw iemand schrok van mijn verleden en dat opnieuw iemand niet in staat zou zijn het beeld dat bij dat verleden hoort los te zien van de vrouw, van de mens, die ik ben. Maar ik hoopte dat ik me vergiste, tegen beter weten in. Totdat vanmorgen dat mailtje binnenkwam. Als een mokerslag, want mijn hoop bleek groter dan ik zelf gedacht had. De afspraak werd afgezegd onder verzachtende en complimenteuze woorden. Die door hun aard en toon de afwijzing alleen maar harder en bruusker maakten. Het verdriet om weer een afwijzing dieper.

Na de tranen die niet te remmen bleken kwam het diepe verdriet van het gevoel als mens afgewezen te zijn omdat de ander niet eens de moeite gedaan heeft me te leren kennen. Hoe kon ik nog uitleggen dat als er wel ruimte was geweest voor een betere kennismaking die ander misschien wel een heel erg lieve en trouwe vriendin zou hebben gekregen? Hoe kon ik nog uitleggen dat zelfs de idee van die ander over mij niet overeen kwam met de werkelijkheid zonder die ander in de ogen te kunnen zien? Hoe kon ik nog enig geloof hechten aan mooi geschreven complimenten over mijn persoon zonder diep gekwetst te zijn?

Het is gemakkelijk om de houding aan te nemen dat die ander mij dan niet waard is, maar zo ligt het niet. De pijn zit hem niet eens zozeer in de afwijzing op zich maar veel meer in de afwijzing zonder dat ik ooit een kans gekregen heb. En zonder dat die ander zichzelf ooit de kans gegeven heeft er achter te komen wie ik ben. Wat rest is een onderstreping van wat mij in de loop van mijn leven duidelijk is geworden.

Wat is dat dan die duidelijkheid?

Welnu, ik ben gaan beseffen dat een mens die een geslachtscorrectie ondergaan heeft, een onvolwaardig mens is. In de ogen van de ander. Iemand die, in mijn geval, niet ‘echt vrouw’ is en iemand die dus ook geen man meer is. De psychologie van dat gegeven is gebaseerd op onkunde en de moeilijkheid om de mens los te zien van het genitaal verleden. Het uiterlijk is het niet eens zozeer want ik mag niet klagen wat dat betreft. Het is echter de simpele wetenschap over het verleden dat niet in lijn is met wat de ander kan begrijpen en kan liefhebben. Het doet me beseffen dat het voor zo goed als iedereen onmogelijk is om een liefdesrelatie aan te knopen, of zelfs maar een aanzet daartoe aan te durven, met een transvrouw (of een transman want daar zal het niet veel anders zijn denk ik).

De reden waarom dat zo is kan ik niet vaststellen omdat het wellicht te complex is. Een complex van bijvoorbeeld de projectie van de lijfelijkheid van een transmens in het hoofd van een niet transmens. Die projectie zal bewust of onbewust leiden tot een huivering of angst. En huiveringen en angsten belemmeren normaal gedrag. Ineens wordt die transmens gezien als afwijkend en niet als conformerend aan het algemeen bekende beeld van hoe een mens in elkaar zit. Een transvrouw is geen vrouw, een transman geen man en dus vallen ze niet in de categorie van potentieel lief te hebben mens, seksueel gezien. De afwijzing van die transmens, van mij in dit geval, ligt dan vlak om de hoek. Tenzijn die ander voldoende kracht in zich heeft om zich er overheen te zetten of zelfs simpelweg zo in elkaar zit dat er geen belemmering is. Ik heb het dan niet over de meestal mannen die een perverse belangstelling hebben voor vrouwen als ik maar ik heb het over mensen die in staat zijn om genderverleden te plaatsen voor wat het is: verleden.

Het is me duidelijk geworden dat ik mijzelf ontdaan heb van mijn mannelijke fysiek en daarvoor in de plaats fysiek veranderd ben tot iets wat als vrouwelijk beschouwd kan worden. Maar ook dat dit niet zo volwaardig is dat een ander mij ook daadwerkelijk kan zien als gewoon een vrouw. Althans als het gaat om een vrouw waarmee een liefdesrelatie mogelijk is. Natuurlijk, ik heb vriendschappen. Meer met vrouwen dan met mannen en dat is niet onlogisch gezien mijn voorkeur voor vrouwen en het feit dat ik mannelijkheid niet begrijp en vaak ongewild als bedreigend ervaar. De incidenten in heterokroegen uit de tijd nog niet zo lang geleden dat ik weleens naar een ‘gewone’ kroeg ging, hebben me alleen maar verder van mannen afgedreven dan voordien. Zoals gezegd, vrouwenvriendschappen heb ik genoeg. Maar dat is heel wat anders dan een liefdesrelatie. Want als het daar over gaat dan komen lijfelijkheid en seksualiteit natuurlijk ook aan de orde en hoewel ik daar dus niet angstig over ben maar juist gelukkig over kan zijn, blijkt dat dus voor de ander een onmogelijke barriëre om te slechten. Als het er op aankomt ben ik als transvrouw niet veel anders dan een man waaraan gesleuteld is. In de ogen van de ander. Dat dit zo is heb ik te vaak bevestigd gekregen. Zelfs binnen relaties waarbij moeite gedaan werd door de ander om dat fysieke verleden niet mee te laten spelen bleek zonder uitzondering dat wanneer het eens een keer moeilijk werd om andere redenen dit het breekpunt werd. Ineens was ik dan weer de man. Of de perverseling.

Ligt het dan allemaal aan de ander dat dit gebeurt? Ik denk van niet. Het heeft te maken met hoe ik als mens ben denk ik, hoewel ik niet weet wat ik aan mezelf zou moeten veranderen om niet in eenzaamheid te eindigen. Het zal zeker te maken hebben met hoe de maatschappij over seksualiteit en gender denkt en spreekt. Er is welzeker sprake van een mate van culturele en sociale codering in de maatschappij, die overigens van cultuur tot cultuur variaties kent, en die maakt dat mensen als ik geen mensen zijn om lief te hebben op een niveau dat verder gaat dan diepe vriendschap. Zelfs ik kan me niet voorstellen dat een ander de lijfelijkheid van een transmens aantrekkelijk kan vinden want er is geen referentiekader anders dan de mannelijke en vrouwelijke variant van de mens. De mens die niet voldoet aan die stereotypen is een afwijking, een anomalie. En dat is precies zoals ik me voel. Ik ben in de ogen van de ander en de diepste grot van mijn gedachten een anomalie.

Achter me ligt een leven dat mij gebeten heeft als het om mijn gender gaat. Voor me een leven dat ik alleen zal slijten want de ervaring van vandaag onderstreept voor mij voor de zoveelste keer de onmogelijkheid van de liefde. Ik kan en zal niet boos zijn op de ander, zo ben ik niet. Ik wil niet verbitterd zijn maar ben dat wel aan het worden. En ik wil niet mijzelf verbieden verliefd te worden maar de angst dat te zijn beneemt me de adem. Langzaam maar zeker wordt mijn vermogen om lief te hebben afgetapt tot er niets meer over is als een niet te stoppen aderlating. Steeds meer voel ik mijzelf afglijden naar een volledige afwijzing van deze maatschappij waarin voor mensen als ik geen volwaardige plaats lijkt te zijn. Ik ben een te trots mens om op een klein krukje plaats te nemen waar de rest van de mensen om mij heen zich doorgaans kunnen koesteren in een leunstoel van liefde.

En de dame in kwestie? Het zou mij verbazen als ze zich bedenkt en mij overtuigt dat ik me vergis. De gedachte daaraan is verleidelijk, de werkelijkheid naar ik vrees het tegendeel.

© 2012 Alice Anna Verheij

One thought on “Ik zal er over schrijven.

  1. Wederom de spijker op z’n kop over een van de grootste tekortkomingen van de huidige samenleving. Behalve dat het beeld van gender veranderd zou ik ook zo graag zien dat het mensen niet zo vreselijk op een persoonlijk vlak zou kunnen raken. Maar ja, dat is onderhevig aan elkaar natuurlijk… Er is nog een hoop te doen. Knuffel.

Reacties zijn gesloten.