Boeddhisme in Nederland: zweefteven, roddel en achterklap.

Even vooraf: ik ben geen Boeddhist. Het Nepalese grapje ‘Do you know the Buddha? He was a great businessman’ is aan mij niet zo besteed en enig belang ontbreekt mij om te doen waar ik al een hele tijd zin in heb:

Een aantal zogenaamd journalistieke boeddhisten met de koppen tegen elkaar rammen.

Dat is inderdaad weinig Boeddhistisch maar o zo Hollands nuchter. Want wat is er aan de hand in Holland-Boeddhistenland?

Enige tijd geleden benaderde een nieuw online medium me naar aanleiding van mijn kritiek op het mensenrechtenbeleid, of eigenlijk de onderstreping van het wanbeleid op dat gebied, van het petieterig kleine koninkrijkje Bhutan in de Himalayas. Een landje dat het presteerde om zowat 20% van de eigen bevolking in ballingschap te sturen en daarin persisteert.

En zodoende sprak ik met twee ambitieuze heren die een journalistiek platform wilden maken om in Nederland het Boeddhisme, wat ze zelf aangaven te belijden, kritisch doch met journalistiek verantwoorde blik te beschouwen. De noodzaak daartoe vonden ze in de weigering van organisaties als de Boeddhistische Omroep die betaald wordt met geld van de publieke omroep, uw en mijn geld dus, om ook maar één kritisch bericht over het Boeddhisme te laten zien of horen. ‘Open Boeddhisme‘ was geboren. Een beetje rare naam overigens want de tegenstrijdigheid is nogal groot in die naam gegeven het toch vrij extreem gesloten karakter van het Boeddhisme. Het is overigens een dappere poging.

De mannen hadden wel een beetje gelijk natuurlijk want inderdaad, ook ik was daar tegenaan gelopen in het kader van de kritische documentaire die ik maak. Overigens neem ik daarin geen stelling tegen het Boeddhisme op zich want dat doe ik nergens simpelweg omdat ik een aantal aspecten van het Boeddhisme begrijp èn omarm (zonder me Boeddhist te noemen) en het onderwerp van mijn film er in directe zin niet zo bar veel mee te maken heeft. Wel stel ik vast dat het Boeddhisme zeker niet gespeend is van gewelddadigheid, genderongelijkheid, homo- en transfobie en rascisme. En daar sta ik niet alleen in maar weet ik me in die vaststelling gesteund door de nodige kenners, de geschiedenis en het besef dat het Boeddhisme zich gewoon in het gezelschap bevindt van alle andere religies waar dogmatiek nu eenmaal impliciet is.

Edoch, de website van Open Boeddhisme een tijdje volgend vallen een paar zaken direct op. Zo is er een onjournalistieke fixatie op slechts drie onderwerpen en is daardoor alle andere informatie rond het Boeddhisme in Nederland gemarginaliseerd, letterlijk verstopt in submenutjes terwijl de redactioneeltjes te frequent eendimensionaal zijn. De website lijkt een soort kruistocht te voeren tegen de BOS (Boeddhistische Omroep Stichting), BUN (Boeddhistische Unie Nederland) en BZI (Boeddhistische Zendende Instantie). Er is een overmaat van artikelen over belangenverstrengeling (die er vast en zeker is in een dergelijke kleine gemeenschap), het falen in het Nederlandse gevangeniswezen door de BZI als het om geestelijke ondersteuning gaat en de bizarre verbindingen tussen de genoemde drieletter woordige clubjes. Er deugd in ieder geval heel erg weinig van de elkaar financieel overind houdende organisaties, het extreme gebrek aan transparantie en de vage bestuursstructuren die eerder aan politbureaus doen denken dan aan netjes georganiseerde organisaties.

Weinig verlicht in dat wereldje allemaal, zal ik maar zeggen.

De reacties van die drieletter clubjes op de website van Open Boeddhisme liegen er niet om. Roddel en achterklap is hun deel en het Boeddhistisch Dagblad (een in ieder geval inhoudelijk diverser medium waarin overigens ook enige zelfkritiek op het Boeddhisme zorgvuldig wordt vermeden) is volgens de heren overgegaan tot censuur ten opzichte van mensen die reageren en Open Boeddhisme als bron vermelden.

De BOS, ach de BOS, de BOS dus, weigert de Open Boeddhisten de mogelijkheid in beeld of op de radio te komen en de BUN en BZI voeren zo lijkt het een loopgravenoorlog met de mannen. Natuurlijk blijft het Boeddhistische wereldje in Nederland zich vooral uiten in zweefteverigheid als het gaat over het geluk van de mens in hun bruto nationaal gelukkige wereld. Maar van een afstandje is vast te stellen dat het eigenlijk een vrij donker wereldje geworden is binnen het formele segment van het polder-, tulpen- of klei Boeddhisme. Een wereldje van roddel, achterklap, beschimping, verdachtmakingen, ruzie, en vampirisme (want het lijkt er ernstig op dat een aantal mensen elkaars bloed wel kunnen drinken inmiddels).

In die donkerte is enige verlichting bepaald nuttig maar lijkt ook uitgesloten te zijn binnen deze impliciet gesloten gemeenschap. Het beeld dat ontstaat als de spade een stukje dieper in de Boeddhistische klei wordt gestoken is dat van mensen die in de praktijk niet kunnen belijden wat ze pretenderen. In Nederland geen door giften overeind gehouden kloosters en maatschappelijk geaccepteerde bedelmonniken maar nu juist commercieel opererende Sanghas (in dit landje zijn dat gemeenschappen van vooral leken Boeddhisten die heel mindfull zijn, in Azië gemeenschappen van Boeddhistische monniken of nonnen). In Nederland wordt wel weinig verlicht elkaar het leven zuur gemaakt en in Nederland is zelfkritiek geen usance. Wat dat is negatief en derhalve niet verlicht. Het tapijt waaronder de rommel geschoven is blijkt zwaar.

Dat polder Boeddhisme heeft overigens voor de oppervlakkige maar zeker voor de diepgravender blik geen lor uit te staan met het Boeddhisme zoals dat in Azië gepraktiseerd wordt. Nederland is daarin niet anders dan andere westerse landen waar er door een oranje brilletje gekeken wordt naar dat ‘vreedzame en mystieke’ geloof, maar datzelfde brilletje donker en ondoorzichtig wordt als het gaat om het geweld dat er in Azië van datzelfde boeddhisme uit gaat. In het Boeddhistisch Dagblad geen artikelen over het openlijk rascisme in Birma onder Aung San Sui Kyi’s partij en bij de Boeddhistische monniken die Islamitische hulporganisaties de toegang tot het gebied weigeren waar minstens een half miljoen Islamieten verrekken in vluchtelingenkampen onder mensonterende omstandigheden. Weggejaagd uit hun huizen door Boeddhisten. Geen openbare discussies over het geweld van de Birmese én de Bhutaanse regeringen tegen mensen met een andere religie. Geen woord over de zowat één miljoen vluchtelingen die vanuit Bhoeddistische landen op gang is gekomen in de laatste twintig jaar en waar de rest van de wereld voor opdraait. Geen objectief geluid over de waanzinnige corruptie onder de Tibetanen buiten Tibet en geen artikel over de diep trieste wijze waarop in Aziatisch landen diezelfde zo verlichte boeddhistische gemeenschappen omgaan met minder validen en ouderen.

Om maar eens een paar zaken te noemen.

Ach, zoals gezegd ben ik geen Boeddhist maar sinds ik de zelfverklaarde Boeddhist Erica Terpstra de hand heb zien schudden van Dago Tshering, de Bhutaanse afgezant van de premier aldaar én een gedocumenteerd mensenrechtenschender, wil ik dat ook niet zijn. Bloed aan de handen blijft immers plakken aan de geest. Overigens is het interessant om te constateren dat ook bij Open Boeddhisme de kritiek op Bhutan verdwenen lijkt te zijn naar de marge want die ‘factcheck’ is er dus nooit gekomen. Toch niet zo open dus blijkbaar.

© 2012 Alice Anna Verheij

One thought on “Boeddhisme in Nederland: zweefteven, roddel en achterklap.

  1. Scherp verhaal. En terechte observaties als je het mij vraagt. De bloggers van deze websites gedragen zich nauwelijks als boeddhisten, noch als oprechte journalisten. En polderboeddhisme heeft inderdaad ook last van navelstaarderij. Enerzijds vind ik het interessant om te volgen, anderzijds zakt de moed me in de schoenen. Ik zou graag zien dat het meer over de inhoud dan de vorm gaat.

Reacties zijn gesloten.