Eén stap terug, twee stappen vooruit.

Gek.

Ik doe een stap terug en alles lijkt beter te gaan.

Vorige week, vlak voor het weekend werd ik getroffen door verschrikkelijke pijnen in mijn rug en doorstralend naar mijn borst. Het begon in mijn onderrug, trok naar boven, bleef zitten tussen mijn schouderbladen en drukte langzaam naar voren. Alsof er een band strak om mijn borst werd getrokken. De pijn was na een uur zo intens dat ik het ervan uitgilde. Ik kan best pijn hebben, heb het ook vaak genoeg gehad. Maar dit was echt vreselijk. Het hield aan en in mijn ellende belde ik mijn beste vriendin met de vraag me naar het ziekenhuis te brengen. Er werd niets gevonden maar een vermoeden van een mogelijke oorzaak was er wel.

Om kort te gaan, eerder deze week bleek ik flinke galstenen te hebben. Te groot om weg te krijgen en dus zal een operatie nodig zijn. Hoe of wat zal later wel duidelijk worden. Dit stukje gaat echter niet over galstenen of pijn maar over wat het gevolg is voor me en waarom ik daar blij mee ben.

Het punt is dat als je in het bezit bent van dit soort steentjes het verstandig is een paar regeltjes ter harte te nemen. Niet teveel vet eten (deed ik al niet), niet meer roken (deed ik wel maar weinig en probleemloos te stoppen) en rustig aan doen. Rustig aan doen? Ja, rustig aan doen, iets wat ik niet zo goed kan maar waar ik geestelijk eigenlijk al langere tijd grote behoefte aan heb en nu dus lichamelijk ook. Want ondanks alles wat er in mijn leven gebeurt is in de afgelopen tien dwaze jaren is rustig aan doen niet iets wat in mijn vocabulaire zit.

Altijd ben ik met verschillende projecten bezig. Eigenlijk zo lang als ik me herinner. Waar ik vroeger regelmatig die projecten niet afmaakte om uiteenlopende redenen is het zo dat als het echt belangrijke projecten zijn er tegenwoordig wel de resultaten uit komen. Het leverde me in de afgelopen paar jaar een serie exposities van fotowerk op, de publicatie van een paar romans en een fotoboek, een toneelstuk op de planken, liedjes, gedichten en bijna 400.000 keer iemand die op deze plek iets van me las. Vooral dankzij keihard werken wat overigens niet in de pas loopt met verdiensten in economische zin. Maar dat is een ander verhaal dat ik wellicht nog eens schrijf. Al dat werk leidt gelukkig dus wel tot iets en zeker het laatste jaar ook tot de tastbare resultaten waar ik hoe dan ook trots op ben.

Maar die resultaten komen niet zonder een rekening. Een rekening die niet alleen economisch van aard is maar ook mentaal en fysiek. Die laatste twee wegen natuurlijk het zwaarst. In alle eerlijkheid: ik ben moe. Doodmoe. Moe van alle werk, moe van het eeuwige gevecht om het hoofd boven het water te houden en moe van teveel projecten tegelijk. Moe van mensen die van me geprofiteerd hebben, moe van de desinteresse die ik soms proef en moe van idioten die roepen dat een boek ze te duur is zonder te beseffen wat het mij kost in tijd en energie om het te maken of schrijven. Moe van gezeur en gezever. Moe van het jagen en haasten en de druk die er op me ligt of gelegd wordt zonder dat het me echt vooruit helpt. Moe dus.

En dus, alles overziend, heb ik de afgelopen week een paar stapjes terug genomen. Niet meer alles tegelijk willen doen. Niet meer keihard aan een project werken als de mensen waarvoor dat project er is zelf onrealistisch weinig moeite doen om er iets van te maken. Ik heb wat zaken geparkeerd en een paar andere op de (middel)lange baan geschoven. Gewoon om rust in mijn hoofd, mijn lijf en vooral ook mijn hart te creëren. Want zonder die rust gaat het allemaal niet lukken.

Mijn nieuwe boek schrijf ik met een balpen in een passend grote dummy. Dat levert dubbel werk op want ik moet dat ook weer overtikken. Het gaat dus allemaal veel langzamer dan mijn eerdere boeken en dat is behoorlijk wennen want ik schrijf doorgaans vlot. Nu dus even niet. Nu worden woorden, zinnen en alinea’s gewogen. Nu schrap ik als de zin er staat, niet tijdens het inkloppen van de woorden. Ik herlees ze, schrap wat, pas wat aan en gooi veel opzij. De berg teksten die niet in het manuscript zullen landen is sneller aan het groeien dan de tekst die er wel in komt. Ik worstel en vecht met de woorden, ruzie met mijn karakter en de karakters in mijn verhaal en studeer. Elke dag weer ontdek ik iets over een plaats of persoon en soms stapelen die ontdekkingen zich op. Het gevolg is wel dat wat er op papier komt (en deze keer is dat dus echt papier) heel veel mooier is dan wat ik voorheen schreef.

Ander werk naast dit heerlijk boek heb ik voor een tijd naar achter geschoven. Natuurlijk, het Headwind project met de exposities en de film loopt gewoon door en kost me tijd. Ook natuurlijk zijn er nog andere dingen die tijd vergen. Soms wat vormgeving, en zeker ook de stappen die ik in de reconstructie van mijn leven doe. Dat is een soort eindeloos durend project van formele dingen, brieven, gesprekken en acties die me er uiteindelijk bovenop helpen. Maar buiten die noodzakelijkheden is mijn wereld aan het krimpen naar waar het echt om draait: schrijven.

Door mijn schrijfwerk lees ik weer. De afgelopen jaren gunde ik me er de tijd niet voor. Ik ‘las’ doorgaans vier of vijf boeken tegelijk. Ik ben daarmee gestopt en lees nu één boek. Rushdie’s ‘De verleidster van Florence’ in een prachtige Nederlandse vertaling en ik merk dat ik weer kan genieten van zoveel moois.

De stappen terug die ik gemaakt heb maken dat ik zelf rustiger aan het worden ben en dat maakt dat de mensen om mij heen die er wel toe doen mooier worden naar mijn gevoel. Er stroomt vriendschap en liefde en ik kan het zowaar ook zien en ervaren. Om dit te ervaren moest ik wel afscheid nemen van allerlei zaken en van sommige mensen. Zaken die er niet toe deden en mensen die wel tijd van me vergden maar wiens zogenaamde vriendschap ik niet serieus kan nemen door de achteloosheid van hun gedrag. De afgelopen zomer en deze herfst en zeker de laatste weken hebben me duidelijk gemaakt dat het juist die achteloosheid is die ik soms bespeur bij overigens best aardige mensen die er voor zorgt dat ik ze buiten mijn wereld wil houden. Gewoon omdat ik aandacht voor de dingen een belangrijke deugd vind en die niet ondergeschikt wens te maken aan de haast van sommigen en de drukte van zovelen. Heeft iemand het altijd te druk dan is dat voor mij hetzelfde als dat die persoon het gewoon niet belangrijk of interessant vind. Zo iemand zal mijn deur gesloten vinden, ook wanneer zij mij nodig zeggen te hebben. Doet een organisatie er te lang over om een besluit te nemen om me iets te laten doen waardoor ik kan gaan rennen naar deadlines dan pak ik het klusje niet aan want waarom zou ik moeten stressen als gevolg van hun traagheid en zo zijn er nog wel meer van dat soort zaken waar ik me dus niet meer voor leen.

Tot mijn in de eerste zin uitgesproken verrassing is het gevolg van dit alles dat ik me met de dag beter en sterker voel. Meer gericht op waar het om draait in dit gestoorde leven, meer gericht op mijn kunst en op die paar anderen die er wèl toe doen. En ineens blijken er  dan zomaar hele lieve dingen gedaan worden die me heel erg blij maken. Omwille van de aandacht die er aan besteed is en de onbaatzuchtigheid die er uit spreekt.

© 2012 Alice Anna Verheij

One thought on “Eén stap terug, twee stappen vooruit.

Reacties zijn gesloten.