Aandacht

Niet zo heel lang geleden zei een bijzondere vriendin tegen me dat ze houdt van aandachtig schrijven. Zinnen schrijven die zorgvuldig samengesteld worden uit gewogen woorden. De preciese woorden die ze gebruikte waren ‘traag schrijven’.

Ze zette me aan het denken en om de één of andere reden zorgde die woorden voor een doorbraak. Aandacht en traagheid. Het zijn immers precies die dingen die in het dagelijkse leven veelal ontbreken. Onze wereld is snel. Steeds sneller en onvoorstelbaar oppervlakkig. Als niets er meer echt toe doet en ingeval iets er wel toe doet dat vooral niet lang mag duren. Waarnemen, tot je nemen, verteren en dan snel weer verder. Het is me te snel geworden en ik wil er niet meer aan meedoen. Wat mij betreft stel ik mij buiten dat vluchtige.

Ik kwam er in de dagen na die opmerking achter dat traagheid soms ook een ander woord is voor aandacht en zorgvuldigheid. Iets waar ik in sommige situaties niet goed in ben maar als het op schrijven aankomt me probeer eigen te maken. Wat verrassend eenvoudig blijkt te zijn. Niets is fijner dan een formulering van een zin te beschouwen, de woorden even te laten dansen met synoniemen, de contructie zo hier en daar te wijzigen om dan na wat technisch gesleutel tot een afgewogen, gebalanceerd en taalkundig mooi construct te komen. Als ware het een spel. Maar dat is het niet.

Er blijken truukjes te zijn en gewoonten die kunnen helpen bij het traag schrijven en aandachtig leven. Twee daarvan zijn maar al te bekend en tegenwoordig ernstig onderschat: pen en papier. Want met een pen op papier schrijven is heel wat anders dan de computer gebruiken voor het in het geheugen knallen van zinnen. De dynamiek is anders. Het resultaat ook. Want papier is weliswaar ongeduldig maar ook nadrukkelijk eenmalig. Als het er eenmaal staat, staat het er en kan het niet meer weg. Tenzij de seriemoordenaar in de schrijver wakker wordt en er weer de nodige geliefden om zeep worden gebracht en hele zinnen, alineas en misschien zelfs hoofdstukken sterven onder de onverbiddelijkheid van de rode pen.

Dus ga ik een rode pen kopen want die heb ik niet. Wel blauwe.

Omdat mijn nieuwe boek iets heel anders wordt dan mijn eerdere werk in heel veel opzichten en dat boek eisen aan mij stelt die niet eerder gesteld werden, heb ik mijn aanpak voor het schrijven van een roman aangepast. Een tipje van de sluier kan ik wel oplichten.

Natuurlijk doe ik nogal wat aan onderzoek. Voordat ik met schrijven begin besteed ik daar heel veel aandacht aan en het onderzoeken gaat ook gewoon door tijdens het schrijfproces. Wel is het zo dat pas wanneer ik nadrukkelijk het gevoel heb dat het verhaal in mijn hoofd zo ver uitgewerkt is dat eigenlijk alle grote lijnen het schetsmatige verruilt hebben voor een solide structuur, begin ik met het ambachtelijke schrijven. Want dat is het in dat stadium: een ambacht. Voordat ik ga schrijven zit de creatieve kracht in de samenstelling van de plot, de karakters, de plaatsen en het tijdspad. Tijdens het schrijven zit dat voornamenlijk in de details (hoe fijnmaziger, hoe leuker om te schrijven) èn in dat magische proces van het componeren van enkele zinnen en het smeden van de alineas. Een proces dat goed vergelijkbaar is met het componeren van een muziekstuk.

Lachrymae, mijn nieuwe roman, komt tot stand met de pen èn met de computer en de opbouw gaat in fasen, die over elkaar heen schuiven. Al maanden ontspint zich een plot rond de belangrijkste karakters in het boek en al schrijvend plaatsen ze zichzelf in scenes, in situaties en op locaties. Alles tuimelt over elkaar heen en door elkaar en aan het eind staan er zinnen, alineas en hoofd stukken. De basis is een serie notitieboekjes met allerlei aantekeningen en feitjes waarvan ik pas later besef wat de relevantie is. Vervolgens schrijf ik met pen in een flinke dummy, zo’n lekker groot gebonden doch maagdelijk boek de ‘master’. Het eigenlijke manuscript waarbij manus, de linker om precies te zijn, het te verduren krijgt. Dat manuscript springt heen en weer over de hoofdstukken al naar gelang er zich een scene aan me opdringt om geschreven te worden. Scenes waarvan ik in grote lijnen weet dat ze er zijn maar waarvan de exacte plaatsing in de tijdlijnen van het verhaal nog niet volledig vastgelegd hoeft te zijn. Het manuscript is dan een soort tijdreis door het verhaal en nog niet zo goed toegankelijk voor de lezer.

Naast dat papieren manuscript dat vol verwijzingen en verbindingen en correcties en doorhalingen staat, laat ik tegelijkertijd mijn computer zweten. De laptop vult zich binnen de definitieve verhaalstructuur met de blokken die in het manuscript staan en de roman onstaat dan echt. In een logisch verband.

De aanpak is nogal afwijkend van hoe ik eerder schreef. Tot dit boek was ik wat ik noem een flits of flow schrijfster. Het verhaal vormde zich in mijn hoofd, fermenteerde een tijd en als de tijd rijp was zonderde ik me af en stortte het verhaal zich in één continu stromende vloed naar buiten. Grof genomen na een maand lag er de eerste consistente versie van het manuscript. Dan volgden de correctieslagen die zomaar een half jaar of meer konden duren om daarna tot een publicatierijp geheel te komen.

Zoniet dus deze keer. Deze keer kies ik voor aandacht. Voor traagheid. Dat doe ik omdat ik schrijf over een tijd die anders is en minder gehaast dan de onze maar ook omdat ik zelf de snelheid zat ben. Ik merk dat mijn teksten mooier zijn op deze manier. De kwaliteit van mijn werk stijgt. Daarbij vraag dit verhaal om grote zorgvuldigheid omdat ik de historie gebruik uit een tijd die ik niet meegemaakt heb maar die ik wel wil treffen èn omdat een flink deel van het boek bol staat van de autobiografische elementen met daaraan gekoppeld een paar behoorlijk controversiële zaken. Deze roman is moeilijk en mooi om te schrijven, verlichtend en gevaarlijk. Dit boek is een zeer emotioneel schrijfproduct en dat vergt geduld, overweging en heroverweging, formulering en herformulering en dus een schrijfproces dat mij dwingt om vooral niet te vervallen in haast of roes.

Over een paar dagen ga ik in schrijfretraite en ik ben er aan toe. Alles in mij schreeuwt om afzondering, kluizenaarschap. De noodzaak om in opperste concentratie zonder verstoringen te kunnen werken is enorm groot. Zelfs na die vier á vijf weken afzondering zal blijken dat dit boek nog een jaar schrijven vergt en misschien wel langer. Er is geen tijdpad voor het schrijven en geen deadline. Dit boek zal klaar zijn als ik de laatste punt gezet heb en er niets meer aan kan veranderen. Niet eerder. Daarmee is het schrijven van dit boek ook een spiegel van mijn leven op dit moment. Waar vriendschappen zijn die zich in evenwicht ten opzichte van mij zetten dan wil ik daar energie en aandacht voor hebben en rust. Veel rust. Dat houdt in dat waar de snelle communicatie een vaste plek in mijn leven heeft (facebook, linkedin en deze schrijfplek zijn een basis voor me), kies ik ervoor om volgend jaar (en nu ook al eigenlijk) de pen en het papier te gebruiken waar ik kan. 2013 wordt een jaar waarin ik weer een papieren agenda ga gebruiken en brieven zal schrijven. Brieven die in enveloppen kunnen met postzegels er op en die met gepaste traagheid naar hun bestemming gaan. Die daardoor ook met meer aandacht gelezen worden en met meer liefde ontvangen.

Misschien ontvang jij wel zo’n brief. Omdat ik het waard vind om hem te schrijven. Omdat ik weet dat een brief een andere kwaliteit in zich heeft dan een emailtje. Omdat brieven, als ze mooi genoeg zijn ook lang bewaard kunnen worden. Uiteindelijk heb ik de brieven van mijn eerste vriendinnetje ook nog steeds na al die jaren. Die lieve vriendin heeft iets in mij wakker geschud. Wat dat op de langere termijn precies betekend weet ik niet maar het voelt goed en ik omarm het als een vergeten deugd. Ik wordt na al die jaren gehaast met liefde weer traag en aandachtig. Hopelijk met veel meer zaken in mijn leven dan het schrijven alleen.

Lieve lezers, ik wens jullie mooie feestdagen en een goed nieuw jaar. Met gezondheid, geluk en heel veel liefde. In december zal het op deze plek vrij stil zijn, ik ben er niet want ik ben weggekropen en schrijf. Met de pen. Op papier. Gewoon omdat het zo moet zijn.

© 2012 Alice Anna Verheij