De leugen schrijft.

Pseudoniem.

Vandaag heb ik na het nodige wikken en wegen gekozen om mijn romans onder een pseudoniem te gaan schrijven. Letterlijk een ‘valse naam’ en afgeleid van ‘leugen’. Maar hoewel etymologisch dat wellicht de juiste Griekse vertaling is, raakt dat toch niet de reeële emotionele keuze om dit te doen.

Rationaliteit speelt maar een betrekkelijke rol daarbij. Immers, mijn schrijfplek hier is toch stevig verbonden met de naam die ik in het dagelijks leven draag. Aangezien hier een redelijk tot goed verkeer is en ik dus mag aannemen dat er nogal wat mensen mijn teksten hier lezen zou het wijzigen van mijn schrijversnaam een risico inhouden. Goddank ben ik niet echt bekend denk ik dan maar.

386482_4562244807933_1223114614_n

De werkelijkheid van mijn schrijfwerk is echter dat er een duidelijke scheiding is tussen de stukjes die ik hier schrijf (van opiniërend tot poëtisch) en mijn werk als romanschrijfster. Die scheiding maakt het in toenemende mate lastig om me senang te voelen met mijn schrijversnaam. Ik heb behoefte aan een waterscheiding tussen mijn romankunst en ander werk dat veel diverser maar ook veel vluchtiger is.

Ik zocht iets krachtigers en daar was ik al maanden mee bezig totdat ik voor mezelf enige tijd geleden vaststelde dat ik vooral mezelf associeer met Anna. Anna is Grieks voor Hannah, betekend lieflijk of gratieus en is een naam met een bijbelse kwaliteit want Anna was de moeder van Maria. Het is een naam voor een moeder. Daarbij is in het Catalaans de spelling Anaïs en om geheel andere redenen ben ik altijd verliefd geweest op die naam. Allemaal aspecten die me bevallen. Het is een veel gebruikte naam met historisch gezien bijzondere vrouwen die haar droegen. Anna Boleyn bijvoorbeeld is zo’n vrouw die mij altijd interesseerde. De naam is ook om te keren, het is een palindroom en ik houd van symmetriën. Ik zoek ze op in mijn vormgevingswerk, mijn fotografie en zelfs mijn filmwerk en voor de goede lezer is die ook nog te vinden in veel van mijn poëzie en sommige verhalen. Kortom, het zit wel goed met die voornaam.

In het Engels is mijn achternaam Verheij een naam die voor zo goed als iedereen in die taal niet of nauwelijks uit te spreken is en in combinatie met de soms Engels en soms Frans uitgesproken naam Alice wordt het nu zelfs een soort blok aan mijn been. Gevoelsmatig vooral. Ook in combinatie met Anna is dat niet een passend pseudoniem. Waar zowel in mijn jeugd als in mijn huidige leven er een verbinding met Engeland is wordt het interessant om naar de andere lijn in mijn familie te kijken. Mijn moeder droeg de achternaam Ros, een naam die eeuwen terug via Engelse huursoldaten naar Zeeland en de Zuid Hollandse eilanden kwam. Vandaar verder trok naar Scheveningen en Scheveningers hebben van oudsher een verbinding met Engelse havenplaatsen. Aangezien ik een andere band had met mijn moeder dan met mijn vader en het zelfs zo is dat zij mij wel gekend heeft en mijn vader mij eigenlijk niet echt, is het niet vreemd om die band met mijn moeder te onderstrepen. Ros is dus in meerdere mate als naam met mij emotioneel verbonden dan Verheij. Hoewel ik mij mijn hele leven dus al Verheij noem. Hoe vreemd kan het gaan.

Ik hield van mijn beide ouders, alleen mijn moeder is langer bij me gebleven. Lang genoeg om nog de aanzet van mijn nieuwe leven mee te maken. Het was mijn moeder die mij toen ik jong was vergezelde naar de musea om naar kunst te kijken en geschiedenis tot me te nemen. Het was mijn moeder die me baarde, voedde, opvoedde en in mijn eerste leven vormde. Het was mijn moeder die mij later kon aannemen als de mens die ik ben. Het oneerlijke is dat mijn vader die kans niet kreeg. Nu ik ouder ben en ze er niet meer is wil ik haar juist bij me hebben, al is het maar in naam. Haar naam. Ze heette voluit Aagje Ros en daarmee is A. Ros op deze manier niet alleen mijn pseudoniem in aanschrijfnaam maar ook die van mijn moeder. Waarmee ik dit pseudoniem maak tot een postume omhelzing en in zekere zin tot een virtuele vredespijp want de band heeft ook lange tijd gekneld.

Het pseudoniem waaronder ik vanaf nu mijn romans schrijf is dus Anna Ros.

Een naam die ik mooi, kort en krachtig vind, die bij me pas als een oude jas die de geur van een verleden heeft waar ik van gehouden heb en de belofte draagt van een nieuw begin. Want deze keuze markeert een overgang naar een nieuwe fase in mijn schrijversschap en misschien zelfs wel een nieuwe en hoopvolle fase in mijn leven.

Zo enkele dagen voordat ik in afzondering ga werken aan mijn roman Lachrymae is het ook het goede moment voor deze keuze. Mijn nieuwe boek zal vooral ook een contrapunt in mijn werk moeten zijn. Het is de brug of het verband tussen mijn werk tot nu toe en het werk dat ik in de toekomst wil maken en nu al maak. Mijn eerdere werk lag voor wat betreft gevoel vooral buiten mij en bestond uit verhalen die uit observatie ontstonden en mijn nieuwe werk komt nadrukkelijk voort uit introspectie. Ik keer mijzelf binnenstebuiten waar ik dat niet eerder durfde of deed en ik denk dat dit de diepgang en kwaliteit van mijn werk ten goede komt. Dit boek is een waagstuk en dit boek laat zich niet snel schrijven, het vergt wegen, overwegen en heroverwegen en kan alleen tot stand komen als ik bereid ben de pijn aan te gaan met het geloof dat daaruit schoonheid ontstaat. De ingrediënten zijn er, het recept is geschreven, nu komt het er op aan om in de juiste verhoudingen de pigmenen van mijn verhaal te mengen om het dan te schilderen. Maar wel met de juiste ondertekening.

Misschien is dat laatste wel de belangrijkste reden waarom Anna Ros op moet staan en Alice Verheij gaan zitten. Vanaf vandaag leef ik als vele anderen in een gezochte en milde artistieke schizofrenie.

Alice Anna Verheij / Anna Ros