Het schiet niet op vandaag.

Maandag.

Voor veel mensen niet een dag om naar uit te zien, voor mij een dag als zovele andere dagen. In deze tijd van het jaar vooral grijs en kil en bepaald niet inspirerend. Er moeten een paar dingen gemaakt worden en er is een overmaat aan koffie noodzakelijk om dat ook te laten gebeuren. Maar de bonen zijn bijna op, het is rotweer buiten en de portemonnaie is ernstig leeg. Eigenlijk is maandag een dag om brieven te schrijven maar echt in de stemming ben ik daar niet voor. Vaak immers zijn die brieven gekoppeld aan gedoe waar ik niet op zit te wachten en wat me mateloos irriteert. Een liefdesbrief dan maar? Ach.

Veel te laat stuiter ik mijn bed uit, het vooral ’s morgens te stijle trapje af. Met een bons land ik op de houten vloer die een beetje kraakt. Dat doet die overigens altijd. Het is koud in mijn woon/werk/slaap/les en schrijfkamer dus ik tik met mijn teen tegen de draaiknop van de gashaard om wat warmte te brengen. Achter het gordijn blijkt licht verstopt te zitten, ik schuif de zware nepfluwelen gordijnen opzij om het toch wat schaarse licht mijn kamer in te laten. In het langs gaan groet ik Nataraja die nog steeds danst, een wierook stokje licht op om even later de vlam te verliezen en de geur af te staan aan mijn domein. De dag is weer begroet. Nog voor ik me aangekleed heb draait mijn hand de koffiemolen al om de inmiddels niet meer echt verse bonen te vermalen tot het bruine grove poeder dat mijn gemoed wat moet temperen en de zin in weer een te grijze dat doen toenemen. Er moet nog steeds veel teveel gedaan worden dat me afhoudt van wat ik eigenlijk wil. Hoewel op de maandag morgen het niet meevalt de hersens te plooien naar de weerbarstige werkelijkheid van mijn dames die mij hun meest intieme leven laten vastleggen op het zware papier van de nog grotendeels lege dummies. De laatste weken hebben ze niet zo’n geweldige bui en krijg ik vooral gezeur over me heen. De jongste van het drietal doet nogal verwend hoewel ze dat toch eigenlijk niet is. Of was.

vfw

De koffie smaakt me wonderwel goed. Een beetje kardemom maakt zoiets simpels toch altijd een beetje aangenamer. Ondertussen probeer ik me niet teveel zorgen te maken over de banaliteit van eten wat later deze week problematisch kan worden. Het heeft geen zin om die paar centen te tellen die er over zijn. Tegenstrijdig is het wel om te weten dat de onmogelijkheid van een stuiver omdraaien snel bereikt gaat worden terwijl ik me daar niet druk over kan maken. Zoals altijd zal het zich wel oplossen en eigenlijk wil ik alleen maar haar in mijn armen sluiten en mijn hoofd op een schouder laten rusten.

Rare gedachten voor een maandag. Muziek dan maar.

If the butterfly courted the bee,
And the owl the porcupine;
If churches were built in the sea,
And three times one was nine;

If the pony rode his master,
If the buttercups ate the cows,
If the cat had the dire disaster
To be worried by the mouse;

If mama sold the baby
To a gypsy for half a crown;
If a gentleman was a lady,-
The world would be Upside-Down!

If any or all of these wonders
Should ever come about,
I should not consider them blunders,
For I should be Inside-Out!

Zingt ze.

Ik wordt er vrolijk van. Het is raar maar mijn sociaal leven is stilgevallen, vooral omdat ik zelf stil val. Gezelschap is een behoefte maar zodra die vervuld wordt een belasting. Soms prettig zoals afgelopen weekend maar meestal vooral afleidend van wat ik moet doen. Ik voel me asociaal en ben het ook. Kluizenaar ik niet ergens buiten in de polder dan doe ik dat wel thuis. Deur dicht, gedempte muziek, gedempt licht, gedempt gevoel. Het is maandag maar de tijd is verdwenen en de rest van dit jaar van geen betekenis meer. Niets staat er op het programma, geen bezoek (nou ja ééntje nog), geen dwingende zaken anders dan het al genoemde gezeur met brieven en formulieren, geen feesten. Niets. Mijn rechter hersenhelft laat me weten dat ik misschien te ver weg kruip, mijn linker is al ondergedoken. Zo’n maandag als vandaag verdwijnt vanzelf.

De koffie is op.

Eindelijk ben ik zover dat ik kan beginnen. Er moet gewerkt worden. Mezelf binnenstebuiten keren, een verse week wacht op mij en de dames zijn ongeduldig. Ze willen dat ik luister en schrijf en ik voeg me bij die vrouwen die me voor gingen.

Nu goed dan, ik kom al.

© 2012 Alice Anna Verheij