Londen in januari.

Toen ik jong was… Wat een rare zin want als ik jong was zou ik nu oud zijn maar ik voel me niet oud. Ben het ook niet. Denk ik. Maar goed, toen ik jong was een leven geleden, speelde ik korfbal. Ik heb altijd van die sport gehouden maar blijkbaar niet genoeg om het te blijven spelen. Sport is iets dat zo lastig is in te passen, vooral teamsport. Ik speelde dus korfbal. Bij een keurige Haagse vereniging waar mensen als een zoon van de oude Willem Drees en Karel de Rooij speelden. En ik. Ik zal ergens rond de vijftien jaren jong geweest zijn toen die keurige ‘Gymnasiasten Korfbal Vereniging’ een uitwisseling had met een Londense korfbalclub. Nomads Korfball Club, een vereniging uit zuid Londen ergens tussen Morden (nog net Surrey) en Raynes Park (niet ver van Wimbledon.

Die sportuitwisseling was het begin van een levenlange liefde voor Engeland en Londen. Maar een leven kan lang zijn en dus is die liefde voor lange tijd naar de achtergrond verdwenen zoals dat gaat met oude geliefden. Kwam ik in die tijd tientallen keren in de Britse hoofdstad en toerde ik regelmatig door zuid en west Engeland, de decennia daarna heb ik me er nauwelijks laten zien. Een huwelijk zat in de weg en de complixiteit van een ongewild leven.

Nu ben ik weer decennia verder en door een vreemde samenloop van omstandigheden en een schilderij dat me betoverde, is de oude liefde terug gekomen. Afgelopen week was ik weer in die stad, deze keer samen met mijn dochter die niet eerder in Engeland was. Het was een leuke week waarin ik met een opdracht door de stad wandelde, de gangen volgend van vrouwen uit het einde van de negentiende eeuw die hoofdrollen spelen in de boeken die ik aan het schrijven ben. Een stad ziet er anders uit als je met een dergelijke missie op pad bent. Musea, oude kunst, begraafplaatsen en straten in een wijk waar ik eerder niet vaak kwam, waren de bestemmingen. Daarbij sprongen er voor mij een drietal nadrukkelijk uit: 10 Avonmore Mansions op Avonmore Road in Hammersmith, Leighton House op Holland Park Road in Kensington en een heuveltje in een kwadrant in de uiterste westhoek van Kensal Green Cemetery.

avonmore mansions

10 Avonmore Mansions. Ze woonde er met twee jongere zussen en een jongere broer. Ada Alice, die zich Dorothy noemde en in het publieke leven een redelijke actrice, een prachtig model en één van de mooiste vrouwen was maar die daarbuiten de plaatsvervangede moeder voor haar zussen en broers was. Een vrouw met een dubbelleven. Wellicht bevriend met een andere, welhaast onvindbare, vrouw die ze ongetwijfeld in de studio van de schilder zal zijn tegen gekomen. Het is een gebouw dat ergens halverwege de negentiger jaren van de negentiende eeuw gebouwd werd in Hammersmith, om de hoek bij de brug over de spoorlijn en het grote Olympia en Kensington High Street. Op ongeveer een kwartiertje wandelen van Holland Park Road waar ze werkte. Nou ja, twintig minuten met een Edwardiaanse jurk aan denk ik. Op haar grafsteen staat haar artiestennaam, in het boek van de begraafplaats haar familienaam. 10 Avonmore Mansions is nog steeds een bijzonder stijlvol apartementengebouw, gebouwd in een degelijke bouwstijl en met een kwaliteit dat het nog steeds erg prettig zal zijn om er te wonen. Ik zou er zelf graag een tijdje wonen. Naast Dorothy woonden ook haar jongste broer Samuel er en de zussen Hetty en Lena. Minder bekend maar ook actrices en modellen. Edith zal in die tijd schuin tegenover Leighton’s huis in Holland Park road gewoond hebben. Ze was getrouwd met Gustav Schwartz, ook een schilder.

Het is vreemd voor een huis te staan waar twee vrouwen gewoond hebben die nu, ruim elf decennia later, zo en belangrijke rol spelen in mijn leven. Twee vrouwen die ik amper ken maar waarvan ik steeds meer kom te weten en waarvan ik steeds minder lijk te weten, want ze verrassen me regelmatig. Toch is het alsof er een verbinding is met ze. We zijn van Avonmore Road de route gaan wandelen die Dorothy jarenlang bijna dagelijks gelopen zal hebben in de maanden dat haar schilder niet in het buitenland was. Frederick Leighton was immers niet alleen een begenadigd en voornaam schilder, president van de Royal Academy of Arts en Dorothy’s Mister Higgins maar vooral ook een bereisd man. Met grote regelmaat trok hij naar Italië en de Levant (het huidige midden Oosten) en noord Afrika. Zijn huis in Holland Park Road was woonhuis, atelier en showcase voor zijn voorliefde voor klassieke, arabische en oriëntaalse kunst. Het huis is gelukkig behouden gebleven en recent uitstekend gerestaureerd tot misschien wel het mooiste huis in Londen. De Arabische hal is een meesterwerk van Victoriaanse oriëntaalse binnenhuis architectuur. Koranspreuken in de mozaïeken op de muren, een Syrisch houten raam en het zachte getinkel van een fontijntje in de kamer.

leighton house

De curator, Daniel Robbins, heeft ons rondgeleid en honderduit verteld over de schilder, de dames Dene en de geheimen van het huis. De aparte entree voor de modellen is nu een binnendeur maar de kamers van de butler in de kelder is er nog. Het archief van Leighton House herbergt een schat aan informatie over de schilder en zijn leven en natuurlijk een paar echte schatten. Bij het spitten door het archief kwam de overlijdenskaart van Dorothy op tafel, samen met onbekende foto’s van de muze van Leighton. Dorothy in Siena in Italië, uitgenodigd door de familie Cartwright die in Italië woonde, Dorothy als actrice. Mooi, theatraal en mysterieus. Langzaam maar zeker wordt duidelijk welk een centrale rol zij gespeeld moet hebben in de levens van Leighton en haar zussen en broers. Langzaam maar zeker wordt duidelijk dat deze vrouw die de inspiratie is geweest voor George Bernard Shaw’s Eliza Doolittle in Pygmalion, een bijzondere vrouw was. Ik zal nog veel van haar zien en lezen in het komende jaar want net zoals in haar leven eind negentiende eeuw stelt ze ook in mijn onderzoek naar de levens van haar, haar jongste zus Lena en haar collega model Mary Lloyd, iedereen in de schaduw.

dorothy dene

Ik heb Dorothy’s graf uiteindelijk gevonden. Er staat een tekst op die door haar zussen en broers bepaald zal zijn. Liefdevol geplaatst op dat heuveltje op Kensal Green staat er nog een scheef gezakt kruis op een eenvoudige getrapte voet aan de korte kant van een met steen omrand perkje. Er groeit nu mos en wat onkruid. Mensen om het te onderhouden zijn er niet meer. Dorothy is in vergetelheid geraakt maar niet ver genoeg om te voorkomen dat ik de plek vond en er een roos kon neerleggen. Kensal Green is geen Highgate. Er liggen minder bekende mense begraven hoewel er wel degelijk de nodige adel, kunstenaars, schrijvers, dichters, theatermensen, musici, notabelen en militairen een eeuwige plek hebben. Thackaray ligt er, niet ver verwijderd van Dorothy, en WH Smith van de winkelketen, Blondin de koortdanser en de romanschrijver Wilkie Collins op wiens graf een bezoeker een Duitse vertaling van een roman van hem had gelegd en die door wind en regen zal vergaan. Voor mij ging het om iets anders, een soort eerbetoon aan iemand die zonder dat veel mensen het weten de echte Eliza Doolittle was, de enige echte My Fair Lady en voor mij een vrouw die liefdevol voor haar zussen en broers zorgde en een affaire had met de schilder wiens model zo zolang was.

dorothy dene (1)

Londen was anders dan decennia terug. De camera’s in de straten, de ondergrondse die nu vrij schoon is net als de straten. Het is een ander, mooier en interessanter Londen dan ik in mijn herinneringen had. Nu ik weer thuis ben is het goed in de wetenschap te leven dat ik altijd nog naar Londen kan om te genieten. De oude geliefde is weer in mijn leven en het is nu tijd om er over te schrijven en over de oude Dave, een romanticus die ons op de begraafplaats spontaan de bijzondere plekken liet zien.

© 2013 Anna Ros