Rood op oranje.

Vandaag is een rare dag. Wakker worden lukte niet zo goed. O ja, de koningin viert haar laatste verjaardag als koningin. Toch wel bijzonder bedenk ik me. Direct gevolgd met de gedachte dat het dus een oranje dag is. Op oranjedagen kleed ik me rood. Ik ben nu eenmaal ietwat tegendraads. Niet per sé een anti-monarchist of zo maar toch houdt me die rare job rotation tussen prinsen, koninginnen, prinsessen en koningen wel bezig. Na koffie, douche en weer koffie reorganiseerde mijn agenda zich als vanzelf. Leuke mensen op de rol vandaag en na het shuffelen van tijden en dagen, morgen dus ook.

In het rood, met hoed op want ik blijf het wat koud vinden, dan toch maar er op uit. Niet volledig helder volgt de routine van het opladen van het kaartje dat me naar de stad moet brengen en de rode tram die ik pas registreer als rode tram wanneer ik er in zit.
En dan op de Lijnbaan zie ik vanuit mijn ooghoek een hagelwitte koets aankomen. Zo’n lage met een baar er op. Pront op die baar een doodskist van het roodste rood dat je kunt bedenken. Als een uitroepteken geplaatst. In plaats van de schok van de aanblik van een lijkkoets veer ik op. Langzaam verschuift het beeld van rechts naar links achter langs de raamstijlen van de tram die op dat moment gelukkig bij de halte wacht. Een enkeling om me heen ziet het ook en verbazing is zichtbaar op hun gezichten.

Ineens weet ik het. Als ik ooit ga wil ik dat. In een knalrode kist door de straten gereden worden. Wel met een zwarte koets want met wit heb ik nooit zoveel gehad. De lange neus die de rode kist trekt naar de levende omstanders verraad een karakter dat me bevalt. Wie er in ligt heb ik geen idee van maar bij mij overheerst de glimlach en ik weet wel zeker dat precies dat de bedoeling geweest zal zijn van het mens dat langs mijn tram wordt gereden. Het kan niet anders dat er een passioneel romanticus ons nog even wat wou laten weten.

En dan rijden we de hoek om. Mijn dag is weer goed.

© 2013 Alice Anna Verheij

rode kist

Vandaag is een oranjedag.
Op dit soort dagen ben ik rood
en draag ik een hoed.
Zelfs de tram is zo rood als ik.
Hoe passend.

Halverwege rijdt er onverwacht
– want zo komt de dood meestal –
een hagelwitte lijkkoets.
In de tegengestelde richting.
Hoe passend.

Er op staat de knalrode doodskist,
als een lange neus naar het leven.
Dat een doodskist me blij kan maken.
Mijn hoed zet ik af.
Hoe passend.