Date ex machina

Magica ex machina.

De wekker liet zich te vroeg horen. De avond ervoor had langer geduurd dan ze zich herinnerde en de hoeveelheid rode wijn was evenzo meer geweest. Althans, zo liet haar hoofd haar weten. De klok, nee de kalender, was mentaal zo’n slordige 120 jaren teruggezet in de nacht. Geen aprilgrap, wel 1 april.

Het kwam door zoiets eenentwintigste eeuws als Facebook. Tijdens het kleeden en thee zetten bedacht ze dat ze de man nooit eerder ‘in the flesh’ getroffen had. Hij was tot dan een profielfoto en een verzameling gevatte commentaren en conversaties geweest. Charmant in tekst. Het idee voor een ontmoeting bestond al eerder en, eerlijk is eerlijk, was ook al gepland voor een later, zonniger en warmer, moment.

Hugo. Een mooie stevige naam. Lekker kort, beetje vierkant maar met een vriendelijke klank.

Tot dan toe waren de uitwisselingen beperkt geweest tot het literair vliegen afvangen, het uitruilen van kwinkslagen op statusmeldingen en het bewonderen van foto’s met, zonder uitzondering, een nostalgische lading. De man hield van wat de modernisten ‘vintage’ noemen. Zij zelf ook. Het was een foto geweest van een raar autootje, een driewieler met enige verwantschap met een cicade, of een cockpit van een oude Spitfire. Het ding was gemaakt door Messerschmidt en natuurlijk was er de verrassing geweest dat een dame als zij zo’n ding bij naam en toenaam kon benoemen. Een tweetal telefoongesprekken waren het gevolg èn het zalige plan zo’n karretje te bekomen teneinde ergens langs de kust daar een pier mee te berijden. En toen kwam er dat olijke plan van Deus Ex Machina: ‘date ex machina’.

date ex machina

Als een waar tijdreizigster was het vanzelfsprekend gebleken af te reizen naar Vlaanderen. Antwerpen om precies te zijn. Een niet echt vanzelfsprekende plaats voor een Haagse maar gegeven de psychologische ligging halverwege Brussel en Den Haag, de enige plaats die in aanmerking zou kunnen komen voor een afspraakje. Post Victoriaans bezien was het geen afspraak en al helemaal geen date. Dat soort zaken zijn respectievelijk twintigste en eenentwintigste eeuws. Het was eerder een tête à tête. Zonder chaperonne. De gekozen locatie, hoe kan het ook anders met tijdreizigers, was natuurlijk de restauratie van de spoorwegkathedraal van Antwerpen. Een passender plek bestond niet. Een passender datum overigens niet. De zon scheen zelfs.

Na de thee kwam de koffie en een croissant. De bakjes van de kat vulden zich met zalm, niet bepaald een prettig luchtje zo in de ochtend, en water. Een spiegelmoment verzekerde haar van zichzelf en na wat twijfel over passende kleding en hakhoogte verdween ze in haar jas en onder een bolhoedje. Tijdreizigers dragen hoeden immers. De tram kraakte en piepte als een eeuw geleden en de trein vertrok van een station dat zich in zekere zin kon meten met dat van de bestemming van de trein. Ze reisde van Holland Spoor naar Vlaamse trots, het klonk als een boektitel. Geen Fyra te bekennen, dat was vooral geruststellend. Geen vertraging ook. Overstappen in Roosendaal, deze keer geen roepende negotiant met karretje met koffie en koeken op het perron. Die was immers in de tijd verdwenen. Enkele hoofdstukken later dook haar trein ondergronds om aan te komen in het Antwerpse ruimtestation. Captain Kirk was nergens te bekennen, net zo min als Mister Spock. Het verbaasde haar opnieuw welk een wandeling en klim er nodig bleek om in de kathedraal te komen. Eenmaal daar echter bleek de tijdreis er op te zitten. De brede marmeren, of waren het granieten, trappen brachten haar naar de restauratie. ‘Le Royal Cafe’ staat er boven de toegangsdeur. Iets deed haar bedenken dat er eigenlijke ‘Le Café Royal’ zou moeten zijn, ze twijfelde.

Drie seconden waren er nodig om de brede lach en de opgestoken hand van haar amice te zien. Dertig seconden om gezamenlijk te landen aan een tafeltje ergens in het midden van het etablissement. De plaatsing was zodanig dat het haar lukte om de wijzer van de immense klok in de even immense spiegel op het halve uur een sprongetje te zien maken en al vibrerend tot stilstand te zien komen. Het was half twee. Een dame wenst overzicht te hebben.

Beleefdheden en grapjes werden uitgewisseld. Tot wederzijds genoegen. Goede koffie en een side-dish vergezelden hen. Niet lang duurde het voordat de boeken op tafel kwamen. Hij had een bijzonder boek meegenomen, een boek over een oude vrouw die schrijft, van een mannelijke auteur, een leeftijdsgenoot. ‘Godenslaap’ geschreven in 2008 door Erwin Mortier had het voor hem gewonnen van onder meer de Brontë’s. Omwille van het tijdreizen. Zij had, uiteraard, haar laatst geschreven roman meegenomen. Van ‘The old man and the sea’ van Hemingway kon ze immers onmogelijk scheiden en hoe kon trouwens een verhaal van een andere schrijver meer geliefd zijn dan het boek dat je zelf schreef?

Een middag, een goede maaltijd, vele gespreksonderwerpen, een stadswandeling, een bezoek aan (natuurlijk) Den Engel op de markt en een blik in de Scheldetunnel verder, eindigde de ontmoeting waar die begon. Zelfs een val kon niet voorkomen dat ze aan hetzelfde tafeltje in het station zaten. Want cirkels zijn rond en het is belangrijk om wat mooi is begonnen, mooi af te ronden. Een vervolg zal er zeker en vast (of is het ‘vast en zeker’?) komen. In Brussel. In ‘s-Gravenhage. Aan het begin van de avond wandelde ze wederom het ruimteschip in om terecht te komen in een trein. Naar een station in het Haagse. Naar een piepende tram. Naar een kamer waar een kat ongeduldig wachtte. De zalm was op. Het was gegaan zoals ze verwacht had. Een heerlijke dag, een pracht ontmoeting, twee geesten die verwant bleken te zijn, plezier en aandacht voor de schoonheid van het verleden en bedachtzaamheid over het heden. Een ontmoeting ook die welzeker niet alleen een vervolg verdient maar het grote genot van het lezen van een prachtboek dat in de tas mee terug reisde opleverde.

Alice Anna Verheij ontmoette Hugo Schellekens in het kader van ‘date ex machina’ en het werd bovenal een ‘magical date’.

© Alice Anna Verheij