Coming out. Of niet.

Voor heel veel mensen is het begrip ‘coming out‘, het ‘uit de kast komen’, een zwaar beladen begrip. Voor diegenen die problemen hebben met andere dan mainstream identiteiten en geaardheden, voor hen die (nog) ‘in de kast’ zitten. Om verschillende redenen waarbij de tweede groep, die kwetsbaar is, mijn sympathie nadrukkelijk heeft.

Maar er is nog een derde groep en voor het gemak van argumentatie richt ik me in deze tekst op de LHBT (Lesbisch-Homo-Bisexueel-Transgender) gemeenschap. De gemeenschap in de sameleving die voornamenlijk bestaat uit hen die zelf wel uit de kast zijn gekomen.

Het probleem wat deze gemeenschap heeft is dat de algemene mening binnen de gemeenschap lijkt te zijn dat uit de kast komen een goede zaak is en dat iedereen die het betreft dat eigenlijk ook zou moeten doen. Om emancipatoire redenen. Want de communicatie van belangengroepen en organisaties lezend en kennend kan zonder meer vast gesteld worden dat ‘uit de kast’ komen een goede zaak is en het niet uitkomen voor sexuele geaardheid of genderidentiteit een slechte. Of in ieder geval een ongewenste. Zij die niet uit de kast komen zijn niet geëmandcipeerd en lijden onder de onderdrukking van hun omgeving. Onderdrukking in de vorm van potentiële afwijzing of erger.

253304_377786638994122_385859700_n

Heel vaak is dat ook zo. Heel vaak hebben ‘andersen’, mijn woord voor zij die niet binnen de algemeen geldende maatschappelijke kaders vallen, het zwaar. Haat-criminaliteit en de mildere vormen van afwijzing zijn aan de orde van de dag en de laatste jaren zijn die zelfs erger te zijn geworden. Zowel in onze westerse maatschappij als in andere samenlevingen zoals de Oost-Europese en Russische.

Zelf overigens, ben ik jaren geleden als toen transseksuele vrouw naar buiten gekomen. In een klein dorpje midden in de knellende Bijbelband van het land. Dat was, zo kan ik u verzekeren, geen pretje. De beschimpingen op straat, de afgewende blikken van mensen die eerder pretendeerden vrienden te zijn en de eieren tegen de ramen zal ik niet vergeten. Kan ik niet vergeten en mijn kinderen denk ik ook niet. Uiteindelijk ben ik de bekrompen hel van het dorpje ontvlucht en in mijn geboortestad gaan wonen. Een goede keuze.

Toch ben ik van mening dat de koers die veel belangenbertigende organisaties in het LHBT domein het op dit punt niet goed doen. Immers, de emancipatiedrang (die ik onderschrijf) vanuit die organisaties is groot. Dat uit zich in de algemen mores binnen de LHBT gemeenschap zoals eerder omschreven: uit de kast komen is goed, er in blijven niet. Daar nu ben ik het mee oneens. De aanleiding voor deze gedachte is het zoveelste facebook berichtje in mijn tijdlijn dat op ‘grappige’ wijze mensen er op wijst dat in de kast blijven, het niet uitkomen voor je geaardheid, niet goed is. Ben je gay of trans dan wordt je opgeroepen om daar voor uit te komen. Organisaties als COC doen dat nadrukkelijk. En dat bevalt me allerminst.

Als het zo zou zijn dat er aangegeven werd dat als je uitkomt voor je geaardheid of identiteit je erg welkom bent dan zou dat mooi zijn. Want dat is zo ongeveer het enige dat echt telt. Als er aangegeven werd dat je steun zou krijgen dan zou dat ook erg mooi zijn. Maar dat is niet wat er staat, dat is niet wat er gesuggereerd wordt. De suggestie is dat niet uitkomen voor geaardheid of identiteit slecht is. En dat is het niet. Integendeel. Als een mens besluit om de dagen te slijten zonder expliciet te zijn over sexuele geaardheid of (afwijkende) genderidentiteit dan is dat immers volledig des persoons. Een mens heeft gewoon het recht om zelf, zonder druk van buitenaf, te beslissen om expliciet te worden of dat na te laten. De sociale en morele druk vanuit de gemeenschap is in dat licht bezien immoreel. Want die druk, het constant drammen op de noodzaak tot coming out, ontneemt mensen het morele recht om dat nu juist niet te doen. Het is normatief en goed beschouwd zelfs contra-emancipatorisch. Het is, zo durf ik te stellen, een vorm van groepspressie op individuen die men niet eens kent en in specifieke situaties zelfs morele groeps repressie. De tolerantie voor mensen die om religieuze redenen hun geaardheid of identiteit niet op straat willen gooien is op zijn zachtst gezegd heel erg beperkt.

Ik ben blij dat ik de keuze heb gemaakt om expliciet te worden over mijn andere genderidentiteit dan welke men dacht dat ik had. Mijn coming out over het feit dat ik lesbisch ben overkwam me eigenlijk meer dan dat ik er ooit over nagedacht had. Het feit dat ik eigenlijk in zekere zin bisexueel ben vind ik zo weinig interessant dat ik niet de moeite neem dat te verhullen nog te bespreken. Voor mij zijn gender en sexuele geaardheid begrippen die fluïde zijn. Ja, ook gender. Ik voel me heus niet altijd vrouw. Ik weet zelfs niet wat het is om me man of vrouw te voelen. Het interesseert me ook niet als het om mezelf gaat, ik ben gewoon wie ik ben.

Toch vind ik beslist niet dat iedereen moet uit komen voor, publiek moet worden over, genderidentiteit en sexuele geaardheid. Wat mij betreft moet iedereen dat gewoon zelf weten en daar keuzes in maken of juist geen keuzes daarin maken. Ik kan me niet verenigen met de morele dwang die er vanuit de LHBT gemeenschap wordt gelegd op die mensen. Sterker nog, ik vind die morele dwang onethisch. Wil je in de kast blijven? Prima, dat is jouw keuzen en dat mag. Wil je dat niet? Ook goed, ook dat is jouw keuze en als je hulp nodig hebt om staande te blijven in de maatschappij die je (deels) zal afwijzen dan verdien je alle hulp. Natuurlijk.

Maar alsjeblieft zeg, laten we gewoon ophouden met die stomme berichtjes die mensen moreel onder druk zetten. Geef mensen echte vrijheid. Vrijheid inclusief het recht op de keuze om niet expliciet te zijn over zaken die nadrukkelijk strikt persoonlijk zijn. Uit de kast komen mag en verdiend steun. Maar het hoeft niet. Echt niet. Wat als die goedbedoelende organisatie ook zeggen.

© 2013 Alice Anna Verheij