Momenten van geluk

Er zijn momenten dat geluk er al is terwijl ik het niet in de gaten hebt. Wanneer ik dat dan eindelijk inzie wordt me plots duidelijk dat hoe nauwkeurig ik ook de wereld observeer, mijn eigen wereld zal ik nooit helemaal doorzien. Gelukkig maar want dat maakt dat ik verrast kan blijven worden.

Op de achtergrond zingt Francis Cabrel ‘ Je t’aimais je t’aime je t’aimerai’ en zo is het.

Voor ieder van ons blijft de zon te lang weg en is de zomer een schim geworden van een herinnering en zelfs nauwelijks een beeld dat we ons nog kunnen voorstellen. De winter duurde te lang, het voorjaar was er niet en het sjagrijn in bijna alles lijkt te regeren. Toch is de werkelijkheid anders. Wanneer mijn kamerdeur openstaat zoals vandaag en de zon haar warmte laat voelen, hoor ik de wind door de bladeren van de berkenboom voor mijn deur ruisen. Sluit ik dan mijn ogen dan lig in het gras ergens in de vrije natuur en luister naar wat zoveel anderen voor mij hoorden en zoveel anderen na mij ook nog zullen horen. Dan besef ik dat deze wereld niet de onze is maar dat wij van die wereld zijn. Niets is mijn of jouw eigendom, we hebben alles te leen en tegelijkertijd is die vrije wereld, al dat moois jouw eigendom en het mijne tegelijk. Dat schept verplichtingen naar de natuur, naar jou en naar mezelf. Bladeren ruisen niet voor niets. Ze doen dat om ons te laten weten dat er iets groters is dan wij zelf. Iets veel belangrijkers. De boom voor mijn huis stond er al voor ik hier kwam wonen en zal wellicht zelfs ouder zijn dan ik zelf. De kans dat die er nog zal staan als ik hier niet meer woon of niet meer leef is aanwezig. Dat stelt me gerust.

home (1)

Ik ben een mens van verandering, zo schijnt. Althans, dat denken de mensen om mij heen vaak van mij en in zekere zin cultiveer ik dat beeld. Mijn geest dwingt mij immers mijn hele leven al naar voren, naar de toekomst. Verleden is niet iets waar ik met onbevlekte vreugde aan denk. Die eeuwige vlucht naar voren maakt dat voor sommigen ik onberekenbaar ben. Ze kennen mij niet echt. Anderen die ik reken tot mijn liefste vrienden weten beter hoop ik. Mijn drang om niet alleen naar de toekomst te kijken maar er ook naar toe te willen gaan lijkt in schril contrast met mijn behoefte om nu juist me te verdiepen in geschiedenis, in tijden van voor mijn bestaan. Die voorwaartse beweging gekoppeld aan een blik naar het verleden is misschien wel de belangrijkste karakteristiek van mezelf en in plaats van die te bestrijden door me te concentreren op het korte moment van het heden omarm ik die karakteristiek. Het is een wezenlijk deel van mij om te willen leven in het verleden maar daar vooral mijn toekomst op te baseren.

Mensen die dat herkennen zijn collega tijdreizigers.

Mijn punt is dat door mij zoveel minder met het heden bezig te houden ik vaak niet kan voldoen aan wat de maatschappij van mij verwacht. Die immers houdt zich bijna uitsluitend met dat heden bezig. Zaken worden belangrijk gevonden die dat helemaal niet zijn en vaak besef ik dat een probleem of situatie van het moment over een tijdje voorbij is. Verleden tijd is geworden. Onveranderlijk geworden en daarmee voor de toekomst niet relevant. Immers, de toekomst kan een mens beïnvloeden, het verleden niet meer. Maar om die toekomst te kunnen beïnvloeden zijn er wat mij betreft twee belangrijke zaken aan de orde die ik poog vast te houden: goed doen in het heden en het verleden kennen en begrijpen. Er van willen leren. In klein verband als het om mezelf gaat maar in groter verband is dat minstens zo belangrijk.

De maatschappelijke problemen van vandaag zijn gemakkelijker te duiden nu ik de Victoriaanse tijd bestudeer. De analogieën zijn veelvuldig en overduidelijk. Het fin de siècle gedrag van het einde van de negentiende eeuw kent zoveel overeenkomsten met deze zogenaamd moderne tijd. En deze tijd is zoveel behoudender en conservatiever dan die van pakweg dertig jaar geleden. Wellicht vreemd maar dat besef van hoe de maatschappij in het westen zo lang terug functioneerde in vergelijking met hoe die nu functioneert bepaald vaak mijn keuzes, mijn standpunten en vooral de zaken waar ik me mee bezig hou.

Waarmee ik weer terug kom bij die geluksbeleving. Want met de mooie zang van die Fransman in mijn oren vermengd met het ruisen van de wind door de bladeren van de berkenboom besef ik dat ik misschien wel de belangrijkste tijd in mijn leven doormaak. Besef ik dat ik dat wellicht iedere dag doe en dat het heden belangrijker is dan gedacht. Het dwingt mij om te kijken naar de zon die door de gebedsvlaggen op mijn balkon schijnt en mij trakteert op heldere kleuren en een zuivere blik. Een windhorse is niet een verzinsel van monniken maar een gebed, een zegen die ik op momenten als deze voel. Sommigen zullen dat geluk noemen.

Ik vandaag ook. De zomer komt er echt aan.

© 2013 Alice Anna Verheij