Haat, liefde.

lovehate

Ik gebruik het woord zelden. Nou ja, nooit eigenlijk. Het is me te hard, te gericht op een ander, te agressief. Het is alles wat ik niet wil zijn, wat ik niet wil voelen. Maar er zijn soms momenten dat ik niet om het woord heen kom. Gewoon omdat het op de beste wijze verwoord hoe ik me voel, wat ik voel. Omdat het de beste omschrijving is die ik kan bedenken. Juist door die hardheid, de agressiviteit.

Haat.

Vandaag is de tegenhanger van dat woord de reden dat het zich in me naar boven gevochten heeft. Ik haat. Ik haat het om afscheid te nemen. Iemand te moeten laten gaan omdat dat nu eenmaal het enige is dat mogelijk blijkt. Zelfs als is het voor maar even. Want als je een belangrijk deel van je leven met iemand deelt, en ik bedoel echt deelt, delen in de zin van elkaars diepste en donkerste geheimen kent, elkaars tranen opvangt en samen onbegrensd plezier hebt, dan is het verdomde moeilijk om die persoon te laten gaan. Zelfs als die persoon niet je geliefde is maar misschien de zus die je je hele leven al wenste. Juist wanneer je een andere zus hebt die jouw bestaan in alles ontkent. Op zo’n moment haat ik. Dan haat ik dat moment dat het vliegtuig vertrokken is en de stilte van het niet kunnen delen zich onbarmhartig aan me opdringt.

Het is het haten van het zijn van de goede vriendin, misschien de beste vriendin maar niet dè vriendin. Het is het haten van het leven als een solitair wezen terwijl nu juist het samen leven en beleven zo kenmerkend, zo karakteristiek is voor wie ik ten diepste ben. Ik ben, dat weet ik maar al te goed, niet geschikt om solitair te leven. Dat soort leven is voorbehouden aan herten, gazelles en katten. Maar ik ben een mens. Ik leef bij de gratie van de interactie met anderen. Die interactie is bij sommigen intens en zonder uitzondering is er bij die intense verbinding die ik kan hebben met iemand sprake van liefde. Dat hoeft niet de liefde te zijn zoals geliefden die hebben en – als ze geluk hebben – consumeren. Het is de liefde voor de ander omdat die ander me teruggeeft wat ik zo gemakkelijk zelf weggeef: genegenheid, aandacht, respect, plezier en soms die schouder om even tegen te leunen of om op te kunnen steunen.

Wat onverlet laat dat ik zoveel liever een ‘significante ander’ heb, iemand die onvoorwaardelijk voor me kiest. Maar dat genoegen heb ik niet mogen proeven. Dat is een situatie die ik mij niet meer herinner en die voor mij is gaan behoren tot een sprookje, een onwerkelijke utopie. Een gedroomd doel in mijn leven dat niet bereikt wordt. En dus leef ik als een gazelle of een kat. Ten lange leste, en in tegenstelling tot die gazelle en kat doe ik dat ongewenst. Het is dat leven dat zich manifesteert in een regelmatig terugkerend gevoel dat ik ten diepste haat, het gevoel van peilloze eenzaamheid. Eenzaamheid omdat niet ik degene ben waarnaar teruggekeerd wordt maar degene die uiteindelijk alleen zal staan. Die niet de armen van een ander om zich heen weet. Dat besef is het besef dat de belangrijkste bron in mijn leven niet uitgeput wordt, niet volledig aangesproken wordt. Het is het niet kunnen delen van wat mijn dierbaarste bezit en diepste wezen is:

Liefde.

En zo ligt haat onverbrekelijk verbonden met liefde. Maar er is een troost, al is het een zeer schrale. Die troost is dat ik pijn voel, dat ik mijn gevoel nog weet te vinden, dat ik een afscheid dus haat. Net zo zeer als dat ik het haat dat ik te bang ben om – in een ander geval, bij een ander mens – duidelijk te maken dat ik liefde voel. Iets dat, juist door dat gevoel nooit degene te zijn die verkozen wordt, zo kenmerkend is geworden. Ik ben net zo bang geworden voor liefde als dat ik voor haat al was. Daarover ben ik misschien nog wel het meest verdrietig want het schetst mijn eigen onvermogen. Een onvermogen waarvoor de basis stevig gelegd is door de wonden van mijn verleden, de incidenten in mijn jeugd en de nooit geheelde pijn van het zijn van de uitzondering, de kwetsbare, de onaantrekkelijke, de verlegen, de bange, de te serieuze, de stille en de teruggetrokkene. Degene die me zeggen dat liefde begint met het houden van jezelf hebben me vrees ik nooit echt begrepen. Immers, de meeste van die kenmerken mag ik overwonnen hebben in een gevecht dat al een leven duurt, maar de gevolgen lijken onoverkomenlijk geworden. Ze verwoesten me langzaam maar zeker, hebben een diepe wond geslagen die soms opengereten wordt. Dat is geen somberheid van me, dat is zoals het leven soms verloopt voor sommigen. En ondanks alles, ondanks dit alles, ga ik toch gewoon verder met leven. Morgen lach ik weer. God mag weten waarom.

© 2013 Alice Anna Verheij

4 thoughts on “Haat, liefde.

  1. Ik ken God omdat ik in Zijn waarheid geloof. Ik rust nu in Zijn vrede en liefde. God wil je verlossen van al jouw persoonlijke problemen en de leugens in de wereld. Zijn Zoon Jezus heeft reeds al jouw problemen en leugens/ zonden aan het kruis volbracht. De Bijbel geeft inzicht en is de Waarheid.

    • Save your breath.
      Dit soort tekst is aan mij niet besteed. Sterker nog, het stoot me af. Prediken en evnageliseren is hoogst ongewenst. Kortom: stop ermee dit op mijn website te gooien in reactie op mijn teksten, ze jagen me de gordijnen in. Je kent me niet dus hou je verlossing voor je alsjeblieft. Ik heb nadrukkelijk de pest aan evangeliseren. Herhaling betekend een onherroepelijke IP-ban door mij.

      Ofwel: grrrrrr!

  2. Wat een rare vraag. Niemand kent God, er zijn er teveel die pretenderen God wel te kennen. Ze liegen. Zoveel is zeker. Ik heb teveel meegemaakt om dat dwaalspoor op te gaan.

Reacties zijn gesloten.