Geleende gedachten.

Dezer dagen gebeurt er meer in mijn leven dan ik zelf wellicht doorzie. Aan veranderingen ben ik gewend. Aan nederigheid en het accepteren van iets wat men lot noemt ook. Ik ben gewend geraakt aan niet verwezenlijkt krijgen waar ik van droom. Aan niet verwerkt krijgen waar ik mee worstel. Ik ben gewoon om niet meer te kunnen leven op een wijze die voor de meeste mensen van mijn generatie eigenlijk de gewoonste zaak van hun wereld is.

Maar hun wereld is niet mijn wereld.

Ik ben gewoon te reizen in mijn hoofd en soms in de realiteit. Altijd speelt het verleden daarbij een rol in een soort samenhang met mijn heden op een vooral ondoorgrondelijke wijze. Ik ruil mijn verdriet, angsten en gebrek uit tegen passie voor wat ik schrijf of fotografeer en vooral met wie ik dat samen doe. Mijn pen, papier, computer, ze zijn mijn gereedschap. Een uitgestelde mond die pas spreekt wanneer een ander me leest. Nooit is dat op het moment dat mijn handen vastleggen wat mijn gedachten mij vertellen. En zelden spreek ik mijn diepste gedachten uit, hoe intiem mijn tekst soms ook lijkt te zijn voor wie mij leest.

Dat is mijn wereld.

Na jaren intensief schrijven en bouwen aan wat mijn droom is, vecht ik tegen slijtage. Tegen vermoeidheid. Ik vier de kleine victories en mijn ziel poogt zich te verbinden met andere zielen die zijn als ik. Om dat te duiden lees ik verhalen uit de tijd die mij als geen andere tijd intrigeert. Over mensen die mij door hun leefwijze aantrekken. Ik lees hun werk, hun gedachten, hun pijn, hun liefde. Ik lees liefdesbrieven.

Hun wereld is een beetje mijn wereld aan het worden.

vita virginia

Ik heb idolen. Dat is het goede woord. Ernest Hemingway natuurlijk, mijn eeuwige inspiratie. Sinds een tijdje lees ik de boeken van Vita Sackville-West en Virginia Woolf’s werk. De afgelopen tijd heb ik hun liefdesbrieven gelezen en ben daar diep door geraakt. Want ik herken ze. Ik proef de stille liefde, de verhulde passie, de soms platonische maar o zo vaak nauwelijks verhulde liefde tussen hun geest, hun ziel. En ik herken het. Ik herken dat als mijn eigen gedachten, mijn eigen woorden en mijn eigen stille en ongeschreven teksten. Ik herken hun devote toewijding aan wat zij het liefste deden: schrijven. Ik herken dat zij dat konden door de verbinding die zij met elkaar hadden als vakgenoten, als geliefden hoewel die liefde lang niet geconsumeerd werd in de zin die men tegenwoordig maar al te gemakkelijk ziet als de enige basis waarop mensen zich verbinden met elkaar. Zij waren zo liberaal, zo gesofisticeerd in hun levenswijze. Zo niet angstig voor de consequenties van het helder willen zijn over hun gedachten, gevoelsleven, liefde en kunst.

En ik wil mijn wereld zelf ook zo graag zo ingevuld zien worden.

Niet in alle aspecten, maar wel in een aantal essentiële, is precies ook dat wat er gebeurt. Terwijl dat gebeurt en scheppen in vriendschap en samenwerking de basis is geworden van mijn leven voel ik ook de angst die in hun liefdesbrieven sluimert. De angst om het te verliezen. Wanhoop zelfs soms en vooral de vermoeidheid die het grootst is vlak na het gevecht. Vooral ook het besef dat achter blijft wanneer het gevecht tegen het verzwijgen van het eigen gevoel verloren is.

Dus ben ik gestopt met vechten, aanvaard mijn vermoeidheid na alle jaren, omarm mijn toekomst zoals die zich nu aan mijn ontvouwd en besef dat het mijn gedachten zijn die mijn grootste goed zijn. Tegen de stroom van de ratio in kan ik zeggen dat ik eindelijk van mijzelf hou. Genoeg om verder te kunnen en te willen. Die vermoeidheid zal minderen, de basis steviger worden en ik weet net zo min als Vita en Virginia wisten toen liefdesbrieven tussen hun wisselden hoe het zal eindigen. Ik weet hoe het hun verging. Toch ben ik mijn angst voorbij. Juist nu mijn leven eindelijk de vorm krijgt die het moet hebben, nadat mij na al die jaren en pijn mijzelf duidelijk is geworden wat mijn essentie is. Juist nu blijk ik te mogen vertrouwen op mijzelf, op wat ik maak en hoe ik dat zelf waardeer.

Dit schreef Vita aan Virginia, het passionele antwoord kwam later. Dat antwoord is bekend geworden bij de literaire liefhebbers maar de vraag die het antwoord ontlokte in mindere mate. Daarom citeer ik die tekst hier. Hoe het anderen vergaat die dit lezen weet ik niet maar ik begrijp het alsof ik het zelf geschreven had. Het zijn daarmee geleende gedachten. Ik sta mijzelf dat toe. Voor even. En leg dit opnieuw vast, in een andere tijd en een andere omstandigheid. Voor wie het aan gaat.

…I am reduced to a thing that wants Virginia. I composed a beautiful letter to you in the sleepless nightmare hours of the night, and it has all gone: I just miss you, in a quite simple desperate human way. You, with all your undumb letters, would never write so elementary a phrase as that; perhaps you wouldn’t even feel it. And yet I believe you’ll be sensible of a little gap. But you’d clothe it in so exquisite a phrase that it should lose a little of its reality. Whereas with me it is quite stark: I miss you even more than I could have believed; and I was prepared to miss you a good deal. So this letter is really just a squeal of pain. It is incredible how essential to me you have become. I suppose you are accustomed to people saying these things. Damn you, spoilt creature; I shan’t make you love me any more by giving myself away like this — But oh my dear, I can’t be clever and stand-offish with you: I love you too much for that. Too truly. You have no idea how stand-offish I can be with people I don’t love. I have brought it to a fine art. But you have broken down my defenses. And I don’t really resent it.

© 2013 Alice Anna Verheij

One thought on “Geleende gedachten.

  1. Je schrijft het heel mooi, weet het goed te verwoorden. Hoewel niet dezelfde situatie, zit ik grotendeels met hetzelfde, dus kan ik er goed aan relateren en zelfs steun aan ontrekken….
    Ik ben geen schrijfster, ik kan goed praten maar heb altijd teveel woorden nodig om to the point te komen hihi.
    Je titel is daarom ook dubbel zo goed gekozen….

Reacties zijn gesloten.