Het is om te janken.

Het is om te janken, het is om te janken zo mooi.

Maarten Roozendaal is niet meer. Gewoon, zomaar. In korte tijd, een half jaartje of zo, kantelde zijn leven naar het niet leven.

Als een leeftijdsgenoot sterft, Maarten was van het mooie jaar 1962 dat ook mij voortbracht, als een leeftijdsgenoot sterft dan krijg ik een klap in het gezicht van mijn zelfvertrouwen. Zoiets zet me op mijn plaats. Doet me beseffen dat sterven misschien gewoner is dan leven. Er zijn immers meer gestorvenen dan levenden. Het maakt dat ik nog nadrukkelijker de angst voor het niet voluit leven voorbij wil. Zo ongeveer als de yellow roman candles van Kerouac. Maarten was een dichter. Sommigen zeggen liedjesschrijver of kleinkunstenaar. Maar voor mij was hij een dichter. De melodie immers was ondergeschikt aan de teksten die hij schreef en met zo’n aantrekkelijke intensiteit er uit gooide. Rock & roll is niet voorbehouden aan musici.

Trouwens, volgens mij zit Maarten nu ergens tussen die Nijgh en Vinkenoog ons te bekijken. Met een glas in de ene en een sigaret in de andere hand. Nijgh plagend om zijn softe teksten en door Vinkenoog geplaagd wordend want hoewel die twee voor mij op dezelfde eenzame hoogte van de Nederlandse poëtische ladder staan was Simon toch net even complexer. De drie kijken naar ons en zitten vast grappen en grollen te maken over die rare Hollanders die zich druk maken over wat er niet toe doet en ondertussen vergeten te doen wat zij deden: leven. Want geleefd heeft Maarten. Gezopen, gerookt en vast de rest ook wel. Ach, daar komt Martin Bril ook even. Ramses zit op een bankje aan de zijkant en kijkt koninklijk toe. Aan de andere kant zit Toon, met een glimlach. Hij schrijft een lief gedichtje.

Het is druk geworden daarboven. Alle mooie mannen van de taal lijken zich er verzameld te hebben en dat betekent als vanzelf dat het hier beneden verdomde leeg is geworden. Het gat dat al geslagen was in de afgelopen jaren is weer een beetje groter gemaakt door het vertrek van Maarten. Met stille trom, zonder al teveel gerucht. Gewoon uitgedoofd in een half jaar. Weg. Old soldiers fade away immers.

Het maakt het er niet leuker op hier en precies om die reden denk ik dat we maar een beetje ons best moeten doen om ons niet te laten afleiden door het gesodemieter van de politiek, de crisis, het geweld en de oorlogen en wat God, Joost of wie dan ook nog meer weet. Misschien moeten we maar wat gemakkelijker worden en onszelf het leven toestaan. Verliefd worden omdat dat zo lekker is, drinken als we willen drinken en met hedonistisch genoegen de bohémien uithangen. Want uiteindelijk doet het er allemaal niet zoevel toe. Voor ons vele anderen, of eigenlijk na ons vele anderen. Misschien moeten sommigen van ons meer een Maarten worden. Want hoewel zijn leven te kort was, was het wel een leven. In alle opzichten. Met passie, met woorden, met poëzie, met liedjes. Die allemaal achter gebleven zijn als een groot kado aan een wereld die er allemaal geen donder van begrepen heeft.

Maarten, het ga je goed daar man. Doe die andere mannen de groeten. Ik neem er eentje op je ondanks dat ik het flauw vind dat je vertrokken bent. Dat, Maarten, is gewoon helemaal niet leuk van je. Maar het is je vergeven. Want al valt het niet mee, het lukt ook zonder jou.

© Alice Anna Verheij

2 thoughts on “Het is om te janken.

Reacties zijn gesloten.