The greatest show on earth.

I went inside. A small square table right in the center of the mirrored wall. Well, all walls were mirrored but I mean the one facing the Boulevard de Saint Germain-des-Prés.

Paris, Café de Flore. I’m chasing the footsteps and memory of Hemingway. Whenever I go to a place he went I feel some sort of personal connection. Unexplainable I guess. He’s not there anymore and I am too young to have been his lover. If I could have been I probably would have been. Anyway, Café de Flore in the Parisian center of literature and philosophy. Simone de Beauvoir sat here too. Maybe just like me but probably not alone but with Sartre sharing one of these small tables. And a café creme or more likely a glass of wine.

cafe de florePhoto: ‘Café de Flore’ © 2013 Alice Anna Verheij

Hemingway wrote that people who do not allow themselves the hugely overpriced coffee at Café de Flore are missing out on probably the greatest show on earth. I happen to agree. Because this café certainly is an ongoing show. More than it’s equally interesting neighbour Les Deux Magots, which I tried out the day before. One simply has to go in and sit at one of the tables and watch. Watch the waiters moving around. The place is lively even when only a handful of the 40 tables on the gournd floor are occupied and the rest of the guest are outside enjoying the terrace and the spring. The real show is inside. Through the open doors just before lunchtime you will find no less than 20 waiters running in and out with filled and emptied trays. Outside the peak hours their number deminishes to ‘just’ 12 and even they are sometimes pausing to chat with each other lively. But never for long. The waiter flirt with the women, the have a good eye for beauty looking at how the respond when challenged. The Amrican girls don’t notice it. The interior of the café is very art nouveau-ish. Light, lots of glass, squared shapes and ornaments and those little tables placed in an invisible grid in such a manner that it’s possible to travel full speed in between them with filled trays. The chairs are Thonet chairs in the variety with the 6 bars in a waiver shape at the back in between the elongated back legs. Little arcs in between the legs give them enough strength to withstand long term use by gravitational people.

A napkin is draped over the left arm and the tray rests on the right hand. The skirt is whiten and long ending just above the well polished shoes covering black trousers. The vest is as black as the trousers are and the shirt is toothpaste white. A black bow-tie is standard. Waiters really are waiters here. Their smile is tempting and inviting and has just about the same color as their shirts, independent of their age. Interesting. Although there’s the 20 of them running around they form a group of 50 on the café’s payroll. They accept tips with a slight nod and a smile, but tips are rarely given. I suppose the prices prevent people to give tips. In their wallet the waiters seem to have enough change to prevent them from unneeded walks to the cash register inside. Their walking route is twofold. The ones from the side terrace follow a high speed trail with a double wave making them zigzagging in the café, the ones from the Boulevard terrace have just one corner to handle. Both streams end at the right side of the mirrored fake wall behind which the kitchen is located. The connect with the line of waiting waiters who are emptying their trays, passing the orders and refilling their trays with earlier orders to deliver them to the guests after another high speed wave walk to the terrace or inside the café. The cutomers inside the café are left alone. There are just a few of us sitting at a few of the tables. The others are reading a newspaper or a book. I am writing, it’s quiet and I realize that there’s no music distracting us. A stranger stares outside with his mind wandering of to a place unknown.

The café creme is delivered on a silver platter. The cup and saucer, coffejug, milk jug and glass filled with water are all imprinted with ‘Café de Flore’. I guess they’re some sort of collectors item and I presume that because of that they are renewed very frequently. They look brandnew. The whole café is a time machine. From my table position I imagine that the view hasn’t changed much in the past eight or nine decades. There’s an unmatched level of perfection in displaying the past in a beautiful manner, even better then in that other time machine opposite the church. The mosaic of the tiled floor with the little waiver shaped in yellow and brown tints, the dark wooden chairs and tables, the tomato red seats, the mirrored walls divided by marble elements, the copper of theframes around the mirrors and off the illumination and the creamwhhite of the ceiling and the two lonely pillars in the middle of the café split the space in a darkish but interesting underworld and a light upper world. The murmur of talking people is everywhere all the time. Some people are silent.

Around lunchtime the number of inside customers quickly rises to the level that most of the little tables get occupied with cups, saucers, plates, glasses and cutlery. The noise level rises equivalently. The waiters still smile, no matter how hard they have to work. In retrospect I agree with Hemingway’s words. Visiting Paris without having coffee at the Café de Flore is worse than not seeing the Eiffeltower in Paris’ skyline when looking down from the Sacre Coeur. The patron at the door never smiles but shows a presidential expression overseeing his world of customers and waiters. His hands are almost permanently folded in front of him. When I finally leave we greet. A bientôt. I will come back soon I hope.

© 2013 Anna Ros

Advertenties

In gesprek met Lena.

Tijdens het onderzoeken en schrijven van mijn romans heb ik gesprekken met de hoofdpersonen. Virtuele gesprekken soms, in dit geval met Isabell Helena die onder de artiestennaam Lena Dene aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw in Londen op de planken stond. Lena is (was) een bijzondere vrouw die bijzondere keuzes in haar leven maakte. Over haar leven en die keuzes ging het volgende gesprek dat ergens in 1902 plaats vond. Jaren later zou ik haar weer spreken.

Anna: Dag Lena. We kennen elkaar nu een tijdje en naarmate ik je beter heb leren kennen ben ik nieuwsgieriger naar je geworden. Voor mij ben je niet iemand van wie er dertien in een dozijn gaan en dat heeft te maken met wat je in je leven hebt meegemaakt en de keuzes die je maakte. Daarom vind ik het fijn dat je daar over wat verder wilt praten met me.

Lena: Dag Anna, maar natuurlijk wil ik met jou praten. Zo vaak komt het niet voor dat iemand bijna honderd jaar terug reist om met me te spreken. Ik vind het wel een beetje eng trouwens want ik heb zo het idee dat we het soms over zaken hebben die wij niet gewend zijn te bespreken.

Anna: ik zal prudent zijn. Zou je wat over jezelf willen vertellen? Waar je vandaan komt, wat voor werk je doet, wie je familie is, dat soort dingen?

306 New Cross Road, London
306 New Cross Road, London – geboortehuis van Isabell Helena Pullan (Lena Dene)

Lena: Natuurlijk. Ik ben geboren in 1870 op New Cross Road in London. Ons huis staat er nog geloof ik. Mijn vader was een ‘engineer’, een mechanicien en mijn moeder vooral moeder. We waren met tien kinderen bij ons thuis. Dat wil zeggen, eigenlijk met acht, want Dorothy die twee jaar mij geboren werd overleed toen ze acht was net als een kind dat al veel eerder stierf. Een jaar voordat de kleine Dorothy stierf liet mijn vader Abraham Pullan ons in de steek. Sarah, ons moeder overleed toen ik zes was. Vanaf dat moment was Ada eigenlijk onze moeder. We waren met vier zusjes en twee broertjes over gebleven. Mijn oudste twee broers waren al vroeg het huis uit en getrouwd, maar Ada mijn oudste zus wilde niet trouwen en zorgde voor ons. Het is een heel verhaal weet je. Edith is ook getrouwd.

Anna: Ada was bijzonder belangrikj voor jou, dat had ik al begrepen. Maar vertel eens wat voor werk je doet als je wilt?

Lena: Ik ben actrice. Net als Ada. Op het podium heten we trouwens Dene. Zij heet Dorothy, ik Lena en dan zijn er nog Hetty en Edith. Ik ben de jongste en Edith is gestopt met acteren toen ze met die schilder getrouwd. Ze heet nu Edith Schmalz. Hetty, Samuel en ik wonen nu nog bij elkaar in een huis. Dorothy is zoals je weet niet zolang geleden overleden. Ik weet niet zo goed hoe ik daar mee om moet gaan, ze was zo ziek en we hielden allemaal zoveel van haar. Iedereen hield van Dorothy. Sinds die oude meneer Leighton een paar jaar terug overleed ging het slecht met mijn lieve zus. Er is zoveel gebeurt in een paar jaar en die lieve meneer Leighton had ons zoveel geld nagelaten dat we in een mooi apartement konden gaan wonen. Hij hield van Dorothy en ook van ons maar toch vooral van haar. Daarom woon ik hier nu nog steeds op 10 Avonmore Mansions. Dorothy heeft alijd zo genoten van ons mooie huis. In 1890 zijn we hier komen wonen. Het is lekker dicht bij Kensington en dat is belangrijk want daar werk ik als ‘sitter’ voor mijn zwager Herbert Schmalz en een aantal vrienden van hem. Het is ook dichtbij de theaters van Hammersmith. Als je de straat uitloopt dan zie je meteen al het grote Olympia. Als actrice in deze stad is het belangrijk om in een wijk te wonen waar veel andere acteurs ook wonen. Daarom koos Dorothy, want zo noem ik Ada nog altijd, voor Hammersmith om te gaan wonen. Maar dan wel in één van de beste straten van de wijk. Pas nog heb ik op de planken gestaan in ‘For the honour of the family’ van J.H. Leslie in het Comedy Theatre. Ik speelde er Lady Hilda. Voor de tweede keer in tien jaar trouwens want we stonden met dat stuk al eerder daar, in ’97 geloof ik.

Lena and Dorothy DeneLena Dene (rechts) en haar oudere zus Dorothy Dene (links)

Anna: Je bent nooit getrouwd Lena, hoe dat zo? De mannen moeten toch aan je voeten liggen lijkt me zo?

Lena: Gosh. Eh, wat zal ik daar nu op zeggen? Getrouwd. Nee, ik ben niet getrouwd en zal dat ook nooit zijn. Net zo min als Dorothy en Hetty. Dorothy wilde niet trouwen omdat ze de meeste mannen niet vertrouwde op meneer Leighton na. Ik ben ook niet zoals Hetty die niets van mannen moet hebben en het liefste met Kathleen zou trouwen als ze dat konden. Maar vrouwen kunnen niet trouwen. Kathleen is trouwens wel een hele leuke meid hoor. Hetty zegt dat ze verliefd is op Kathleen en ze zijn ook altijd samen. Maar voor mij is het allemaal anders.

Anna: Hoe bedoel je, anders?

Lena: Al zou ik met een man willen trouwen dan is dat onmogelijk. Het zal nooit gebeuren.

Anna: Waarom niet?

Lena: Ik praat er niet graag over maar ik heb een probleem waardoor ik nooit met een man samen kan zijn. Ik zal nooit kinderen kunnen krijgen en ik zal een man nooit tevreden kunnen stellen.

Anna: Ik begrijp je niet geloof ik.

Lena: Mijn lijf is niet helemaal zoals het zou moeten zijn Anna. Ik mis iets wat andere vrouwen hebben. Een man zal nooit met mij wat kunnen aanvangen in bed. Vandaar. Geen dokter kan me helpen. Alleen mijn zussen weten er van, verder niemand.

Anna: O, jeetje. Als je er niet over wilt …

Lena: Dat wil ik nu juist wel. Ik wil er juist wel over praten. Misschien dat er dan iemand is die me begrijpt. Dorothy begreep me, maar die is er niet meer. Hetty begrijpt me misschien nog wel het beste. Het punt is dat omdat ik niet met een man kan slapen ik me ook niet op mannen richt. Ook al geven ze me aandacht of flirten ze met me. Ik heb ook aanzoeken gehad hoor. Maar ik wil het niet. Als een man te dichtbij me komt in een vriendschap dan bevries ik. Ik wordt bang.

Anna: Bang?

Lena: Ja, bang. Weet je, het zit niet goed bij mij daar beneden. Ik kan niet vrijen met een man, het doet pijn. Het zit dicht. Wat je verwacht is er niet. De dokters begrijpen het ook niet. De laatste dokter die me bekeek vertelde me dat ik helemaal niks heb daar. Na een paar centimeter is het over. Dicht. Dus ik zal nooit met een man samen kunnen zijn en als ik dat wel zou doen en zo’n man zou echt willen dan kan het gewoon niet.

(Er valt een stilte. Even weet ik niet zo goed wat te zeggen maar Lena gaat even later verder.)

Ik wil ook niks met mannen, vrouwen vind ik veel mooier. Al een tijdje ben ik verliefd op een vrouw die ik heb leren kennen aan het toneel. Ze weet het niet want ik durf het niet te vertellen aan haar.

Anna: Je bent verliefd?

Lena: Ja, echt. Weet je toen het me duidelijk was dat mijn lijf niet goed is om iets met een man te beginnen ben ik meer op vrouwen gaan letten. Na een tijdje kwam ik er achter dat ik vrouwen mooier vind en opwinderder. Tenminste, sommige vrouwen. En sinds Hetty dus een vriendin heeft heb ik gezien hoe goed twee vrouwen samen kunnen leven. Hetty mag dan nog wel bij ons wonen maar ze is eerlijk gezegd vaker bij Kathleen in Kensington te vinden dan bij ons. Ze blijft steeds vaker een nacht weg en nu ik en Samuel wat ouder zijn kan dat ook wel. Sam heeft trouwens ook een vriendin nu en het zou dus goed kunnen dat als hij trouwt ik hier alleen blijf wonen. Zolang ik het kan betalen natuurlijk.

Anna: Je had het over een vrouw die je ontmoet hebt.

Lena: O ja. Juliette. Ze is schrijfster, geen actrice. Maar ze komt vaak naar het toneel en daar hebben we elkaar leren kennen. We zijn ‘gewoon’ vriendinnen. Zij schrijft en ik acteer en daarbuiten gaan we vaak naar tentoonstellingen, muziekuitvoeringen of het theater. Ze is ouder dan ik, we schelen denk ik ongeveer tien jaar. Niet dat zoiets wat uitmaakt. Julie helpt me met veel dingen en ze is ongetrouwd. Maar ze is niet zoals Hetty want ze is wel in mannen geïnteresseerd. Er heeft zich gewoon niet de ware aangediend bij haar geloof ik. Ze is wel mijn liefste vriendin hoor, we trekken veel samen op.

Anna: Maar ze weet niet dat je verliefd op haar bent?

Lena: Ik denk het niet. Gezegd heb ik het niet en ik ben bang dat als ik dat wel doe dat het dan afgelopen is met de vriendschap. Maar ik ben wel echt verliefd geworden op haar. Eerst wilde ik dat niet maar ik kan het niet tegen houden. Als zij anders zou zijn dan zou ik voor altijd bij haar willen zijn.

Anna: Hoe bedoel je?

Lena: Nou ja, weet je als je zoals ik zo in elkaar zit dat het met een man niet kan dan zou het toch mooi zijn als je, wanneer je een leuke vrouw tegenkomt, gewoon ervoor kan kiezen om met haar te leven?

Anna: Kan dat niet dan?

Lena: Nee, natuurlijk niet. Bij jou wel dan? Ik ken wel vrouwen die samen leven hoor, maar die doen soms of ze zussen zijn of nichtjes of zo. Er is zoveel tegen om als vrouw samen te leven hier. Zelfs in Hammersmith. Hoewel ik begrepen heb dat er in Chelsea een groep vrouwen is die dat wel doen. Maar die hebben het niet gemakkelijk. Ze worden soms uitgescholden op straat of getreiterd. Het is best moeilijk hier. Toch zou ik best met een vrouw samen willen leven, als dat kon.

Anna: met Julie?

Lena: Als zij dat ook zou willen. Als zij ook van mij zou houden zoals ik van haar. Maar ze weet het niet eens.

Anna: Denk je dat het ooit zover komt?

Lena: Ik denk het niet. Ik durf het niet te zeggen. We maken plezier samen maar eigenlijk zou ik zo graag voor altijd bij haar zijn. Ik denk dat ze op een keer wel een leuke man tegen komt en dan is het weer anders voor ons. Ik denk niet dat ik ooit samen met iemand zal leven. In ieder geval niet met een man. Met een vrouw wil ik wel maar er is zoveel tegen en de kans dat ik iemand tref is niet zo groot. Misschien met een andere sitter. Soms gebeurt er weleens wat tussen ons sitters natuurlijk. Als je samen naakt poseert voor een schilder komt het weleens voor dat, nou ja dat er wat gebeurt onderling.

Anna: Nu maak je me nieuwsgierig.

Lena: Ik heb het één keer meegemaakt dat ik samen met een andere sitter voor een bekende schilder poseerde. Natuurlijk waren we netjes via de sitters deur de studio binnen gekomen. Toen we ons uitkleedden bij de haard viel me op dat het andere model me bekeek. Ze was mooi en ik zag er toen jonger uit dan ik nu ben. We stonden model voor een schilderij waarin we Griekse maagden moesten voorstellen en na een paar uur in een lastige houding te hebben gestaan waren we moe en dus voor die dag klaar. Lizzie, zo heette ze, had me vaak aangekeken en ik begreep niet zozeer wat er gebeurde. Maar goed, we waren klaar en konden ons weer aankleden. Zodra we achter het kamerscherm buiten zicht waren trok Lizzie zich naar me toe en probeerde me te kussen met haar armen om me heen.

Anna: Wat gebeurde er met je?

Lena: Even stribbelde ik tegen maar eigenlijk vond ik het fijn. Dus al snel liet ik het toe. Het aankleden duurde langer dan normaal. Er kon natuurlijk niks daar want we zouden zeker nooit terug gevraagd worden bij die schilder als we betrapt werden. Uiteindelijk zijn we braaf weg gegaan, Lizzie wilde met me afspreken en we hebben toen een dag afgesproken om elkaar weer te zien. Maar ik was zo nerveus dat ik niet durfde. Ik ben niet komen opdagen op die afspraak, ik durfde echt niet. Was er niet aan toe. Als het nu zou gebeuren met Julie zou ik wel gaan. Lizzie heb ik niet meer gezien daarna. Soms denk ik er nog weleens aan en dan kan ik mezelf wel voor mijn kop slaan want ze was leuk en mooi.

Anna: En nu?

Lena: Nu? Niks. Ik ben denk ik verliefd maar de vrouw op wie ik verliefd ben weet dat niet. Ze denk dat ik gewoon een goede vriendin ben. Ik laat het daarbij want ik ben bang haar kwijt te raken. Zoals ik het meestal bij laat. Zo graag als ik het wil om samen te zijn met iemand, zo onmogelijk voelt het. Ik ben er verdrietig om. Met een man kan ik niet zijn dus heb ik ervoor gekozen om lesbisch te worden en nu durf ik het niet aan om de vrouw op wie ik verliefd ben geworden dat te zeggen. Begrijp je dat?

Anna: Ik denk van wel. Toch zal het vast wel goed komen hoor. Zullen we maar even thee gaan drinken? We praten dan later wel verder.

Lena knikte en stond op. Na de thee ben ik terug gegaan naar mijn eigen tijd. Misschien spreek ik haar weer over een tijdje want ik weet dat ze de ware gaat tegenkomen, wie dat is en wat er dan gebeurt. 

© 2013 Anna Ros

Londen in januari.

Toen ik jong was… Wat een rare zin want als ik jong was zou ik nu oud zijn maar ik voel me niet oud. Ben het ook niet. Denk ik. Maar goed, toen ik jong was een leven geleden, speelde ik korfbal. Ik heb altijd van die sport gehouden maar blijkbaar niet genoeg om het te blijven spelen. Sport is iets dat zo lastig is in te passen, vooral teamsport. Ik speelde dus korfbal. Bij een keurige Haagse vereniging waar mensen als een zoon van de oude Willem Drees en Karel de Rooij speelden. En ik. Ik zal ergens rond de vijftien jaren jong geweest zijn toen die keurige ‘Gymnasiasten Korfbal Vereniging’ een uitwisseling had met een Londense korfbalclub. Nomads Korfball Club, een vereniging uit zuid Londen ergens tussen Morden (nog net Surrey) en Raynes Park (niet ver van Wimbledon.

Die sportuitwisseling was het begin van een levenlange liefde voor Engeland en Londen. Maar een leven kan lang zijn en dus is die liefde voor lange tijd naar de achtergrond verdwenen zoals dat gaat met oude geliefden. Kwam ik in die tijd tientallen keren in de Britse hoofdstad en toerde ik regelmatig door zuid en west Engeland, de decennia daarna heb ik me er nauwelijks laten zien. Een huwelijk zat in de weg en de complixiteit van een ongewild leven.

Nu ben ik weer decennia verder en door een vreemde samenloop van omstandigheden en een schilderij dat me betoverde, is de oude liefde terug gekomen. Afgelopen week was ik weer in die stad, deze keer samen met mijn dochter die niet eerder in Engeland was. Het was een leuke week waarin ik met een opdracht door de stad wandelde, de gangen volgend van vrouwen uit het einde van de negentiende eeuw die hoofdrollen spelen in de boeken die ik aan het schrijven ben. Een stad ziet er anders uit als je met een dergelijke missie op pad bent. Musea, oude kunst, begraafplaatsen en straten in een wijk waar ik eerder niet vaak kwam, waren de bestemmingen. Daarbij sprongen er voor mij een drietal nadrukkelijk uit: 10 Avonmore Mansions op Avonmore Road in Hammersmith, Leighton House op Holland Park Road in Kensington en een heuveltje in een kwadrant in de uiterste westhoek van Kensal Green Cemetery.

avonmore mansions

10 Avonmore Mansions. Ze woonde er met twee jongere zussen en een jongere broer. Ada Alice, die zich Dorothy noemde en in het publieke leven een redelijke actrice, een prachtig model en één van de mooiste vrouwen was maar die daarbuiten de plaatsvervangede moeder voor haar zussen en broers was. Een vrouw met een dubbelleven. Wellicht bevriend met een andere, welhaast onvindbare, vrouw die ze ongetwijfeld in de studio van de schilder zal zijn tegen gekomen. Het is een gebouw dat ergens halverwege de negentiger jaren van de negentiende eeuw gebouwd werd in Hammersmith, om de hoek bij de brug over de spoorlijn en het grote Olympia en Kensington High Street. Op ongeveer een kwartiertje wandelen van Holland Park Road waar ze werkte. Nou ja, twintig minuten met een Edwardiaanse jurk aan denk ik. Op haar grafsteen staat haar artiestennaam, in het boek van de begraafplaats haar familienaam. 10 Avonmore Mansions is nog steeds een bijzonder stijlvol apartementengebouw, gebouwd in een degelijke bouwstijl en met een kwaliteit dat het nog steeds erg prettig zal zijn om er te wonen. Ik zou er zelf graag een tijdje wonen. Naast Dorothy woonden ook haar jongste broer Samuel er en de zussen Hetty en Lena. Minder bekend maar ook actrices en modellen. Edith zal in die tijd schuin tegenover Leighton’s huis in Holland Park road gewoond hebben. Ze was getrouwd met Gustav Schwartz, ook een schilder.

Het is vreemd voor een huis te staan waar twee vrouwen gewoond hebben die nu, ruim elf decennia later, zo en belangrijke rol spelen in mijn leven. Twee vrouwen die ik amper ken maar waarvan ik steeds meer kom te weten en waarvan ik steeds minder lijk te weten, want ze verrassen me regelmatig. Toch is het alsof er een verbinding is met ze. We zijn van Avonmore Road de route gaan wandelen die Dorothy jarenlang bijna dagelijks gelopen zal hebben in de maanden dat haar schilder niet in het buitenland was. Frederick Leighton was immers niet alleen een begenadigd en voornaam schilder, president van de Royal Academy of Arts en Dorothy’s Mister Higgins maar vooral ook een bereisd man. Met grote regelmaat trok hij naar Italië en de Levant (het huidige midden Oosten) en noord Afrika. Zijn huis in Holland Park Road was woonhuis, atelier en showcase voor zijn voorliefde voor klassieke, arabische en oriëntaalse kunst. Het huis is gelukkig behouden gebleven en recent uitstekend gerestaureerd tot misschien wel het mooiste huis in Londen. De Arabische hal is een meesterwerk van Victoriaanse oriëntaalse binnenhuis architectuur. Koranspreuken in de mozaïeken op de muren, een Syrisch houten raam en het zachte getinkel van een fontijntje in de kamer.

leighton house

De curator, Daniel Robbins, heeft ons rondgeleid en honderduit verteld over de schilder, de dames Dene en de geheimen van het huis. De aparte entree voor de modellen is nu een binnendeur maar de kamers van de butler in de kelder is er nog. Het archief van Leighton House herbergt een schat aan informatie over de schilder en zijn leven en natuurlijk een paar echte schatten. Bij het spitten door het archief kwam de overlijdenskaart van Dorothy op tafel, samen met onbekende foto’s van de muze van Leighton. Dorothy in Siena in Italië, uitgenodigd door de familie Cartwright die in Italië woonde, Dorothy als actrice. Mooi, theatraal en mysterieus. Langzaam maar zeker wordt duidelijk welk een centrale rol zij gespeeld moet hebben in de levens van Leighton en haar zussen en broers. Langzaam maar zeker wordt duidelijk dat deze vrouw die de inspiratie is geweest voor George Bernard Shaw’s Eliza Doolittle in Pygmalion, een bijzondere vrouw was. Ik zal nog veel van haar zien en lezen in het komende jaar want net zoals in haar leven eind negentiende eeuw stelt ze ook in mijn onderzoek naar de levens van haar, haar jongste zus Lena en haar collega model Mary Lloyd, iedereen in de schaduw.

dorothy dene

Ik heb Dorothy’s graf uiteindelijk gevonden. Er staat een tekst op die door haar zussen en broers bepaald zal zijn. Liefdevol geplaatst op dat heuveltje op Kensal Green staat er nog een scheef gezakt kruis op een eenvoudige getrapte voet aan de korte kant van een met steen omrand perkje. Er groeit nu mos en wat onkruid. Mensen om het te onderhouden zijn er niet meer. Dorothy is in vergetelheid geraakt maar niet ver genoeg om te voorkomen dat ik de plek vond en er een roos kon neerleggen. Kensal Green is geen Highgate. Er liggen minder bekende mense begraven hoewel er wel degelijk de nodige adel, kunstenaars, schrijvers, dichters, theatermensen, musici, notabelen en militairen een eeuwige plek hebben. Thackaray ligt er, niet ver verwijderd van Dorothy, en WH Smith van de winkelketen, Blondin de koortdanser en de romanschrijver Wilkie Collins op wiens graf een bezoeker een Duitse vertaling van een roman van hem had gelegd en die door wind en regen zal vergaan. Voor mij ging het om iets anders, een soort eerbetoon aan iemand die zonder dat veel mensen het weten de echte Eliza Doolittle was, de enige echte My Fair Lady en voor mij een vrouw die liefdevol voor haar zussen en broers zorgde en een affaire had met de schilder wiens model zo zolang was.

dorothy dene (1)

Londen was anders dan decennia terug. De camera’s in de straten, de ondergrondse die nu vrij schoon is net als de straten. Het is een ander, mooier en interessanter Londen dan ik in mijn herinneringen had. Nu ik weer thuis ben is het goed in de wetenschap te leven dat ik altijd nog naar Londen kan om te genieten. De oude geliefde is weer in mijn leven en het is nu tijd om er over te schrijven en over de oude Dave, een romanticus die ons op de begraafplaats spontaan de bijzondere plekken liet zien.

© 2013 Anna Ros

A lady, some dead poets and a painter’s academy.

Didn’t expect to find the one we did and not to find the one we wanted to. I mean, we were looking for that dead actress but found the lady instead. Lady Wilde to be exact. Oscar’s mom. According to her tombstone she wasn’t just his mother but also a nationalist (which is no surprise) and a women’s rights activist (which is a surprise to me). But also a pretty snobbish character according to Dave. Dave? Yes, Dave. The old guy we met at the graveyard and who visits the place twice a week every week. He likes the quiet atmosphere he said. And he loves to chat about the people who’s remains are lying there under the most fantastic stones, monuments and tombs. Surrounded by stone carved angels frozen in time. It’s a poets place shared with writers, theater people and painters, doctors and officers, gentlemen and their ladies.

lady wilde

So what’s snobbish about lady Wilde? Well, Dave told me that she had some desires concerning the place where her remains were to rest till eternity. A tree for instance. She demanded to be buried under a tree, which I can understand as she would be secured by crows and other creatures inhabiting the trees. Like the squirrels one can see running around the place. The snobbish thing however was her wish not to be born next to ‘commoners’. After all, lady Wilde was a lady and commoners where of the lower species in her opinion, I presume. I guess it’s forgiven by now.

Dave was quite a character and we met him by accident. The old man was about seventy years old I suppose and walking in the muddy paths in between the stones and monuments. He obviously knew his way around because for an hour or so he guided us through the maze of thousands of stones to the likes of William Thackeray, princess Sophia, some poets and writers and peculiar ladies. With stories as a company he clearly enjoyed showing some of the special monuments. From the Egyptian like tomb with the sphinxes around it, to the lady with the veil over het head and the tomb from which a tree grows without any roots in the ground. It made the place magical and the visit most enjoyable.

After the long walk it was nice to rest a bit at the pub just around the corner. A typical Victorian style building with high ceilings, dark wooden panelling, an endlessly long bar and just the right tables and chairs to be comfortable. The Mason’s Arms is an old one, named after the stone masons who would have been working next door carving stones and monuments.

The tube station is near and within minutes the underground brought us right into the heart of London for a non buying shopping spree in Oxford and Carnaby Street, Piccadilly, Soho and with some detours to Burlington House, the wonderful building where the Royal Academy of Arts was and still is seated. It is magnificent with beautifully painted ceilings, impressive stairways and an atmosphere which is inviting. Great exhibitions too but that wasn’t what we came for. It was the building with the seven arches at the entrance looking like enormous teeth in a monsters mouth waiting for people to step inside.

Time warp.

We’re in the Windsor Castle. The pub, not the castle. In Holland Park close to the Kensington area for which this whole visit is intended. The great thing about the place is that’s its still for the most part in its original state. Three areas separated by wooden walls to divide the customers. At the back is the Sherry Bar. In old times for men only. The 1835 pub was first a meeting place for farmers bringing cattle to the market in Hyde Park, then a meeting place for painters and poets and now for trendy and moderately wealthy locals. Most important me is that it is the very location where some of my novels characters used to meet long, long time ago. And it felt good to be there because it was everything I hoped for to find. An ideal spot for some key scenes in the lives of the ladies who have become a part of my life in such an unexpected manner.

A few hours later we’re back at the Mason’s Arms, drawing a bit and writing a bit in anticipation of what’s to waiting for us in the coming days.

© 2013 Alice Anna Verheij

Terug naar een oude jeugdliefde.

Ik ben een romanschrijfster en onverbeterlijk romantisch. Dat laatste was ik altijd al en dat eerste sinds een aantal jaren. Het is buiten de gebruikelijke uitdagingen heel erg leuk om romans te schrijven. Zeker voor mij omdat ik zonder concessies mij kan wijden aan het schrijversvak en mijn leven zo ingericht heb dat de belemmeringen om dat te doen minimaal zijn. Iets wat ik anderen ernstig ontraad overigens want het betekend wel leven in minimale omstandigheden. Mijn thuis is een kleine kamer op twee hoog voor.

De charme van mijn manier van het schrijven van romans is dat er veel onderzoek nodig is. Heel veel onderzoek. Mijn eerste gepubliceerde roman bracht mij op de wallen tussen de prostituees en in een vage club en mijn tweede in vluchtelingenkampen in Nepal. Ervaringen die mijn denkwereld ernstig hebben veranderd en mij voor een flink deel ook vrijgemaakt hebben van conventies, de moraal van (een deel van) mijn opvoeding en angsten die zinloos en onzinnig zijn.

De roman waar ik nu aan werk is in veel opzichten een omslag in mijn werk aan het worden. Ten eerste is het een roman die niet in het heden maar in het verleden speelt en toch geen historische roman is. Daarnaast is dit het boek waarin veel autobiografische elementen verwerkt worden door ze te projecteren op een van de personages. Daar komt nog bij dat het niet één boek is maar drie, een trilogie. Dat laatste was niet de bedoeling maar gegeven dat boeken in zekere zin zichzelf schrijven een logische uitkomst van een goed half jaar onderzoek op thematiek, locaties en personages. Maar er is nog iets.

Londen Januari 2013

Lachrymae (‘Tranen’) is in zekere zin ook een terugkeer naar een periode in mijn jeugd die zeer complex was maar waar ik gelukkig ook goede herinneringen naast de hele slechte heb. Die goede herinneringen hebben in sterke mate te maken met de jaren dat ik meerdere keren per jaar in Londen was. Ik had er een sport- en penvriend en we hebben veel tijd samen doorgebracht. Hij te gast bij mijn familie en ik bij zijn familie. Goed, hij woonde eigenlijk in Surrey en strikt genomen dus niet in Londen maar Morden is wel zo ongeveer het uiterste puntje van Surrey en voor de onbekende simpelweg zuid Londen. Een gezin in een kleine arbeiderswoning in een arbeiderswijk waarvan de vader postbode was en de moeder de twee zoons opvoedde. Een zeer Engels gezin ook.

Ik dwaal af. Mijn nieuwe werk brengt me terug naar Londen. Naar Kensington en Holland Park om precies te zijn en naar Burlington House (en natuurlijk de Burlington Arcade). Plekken in die stad waar ik vaker ben geweest maar in die tijd nog geheel onwetend van de reden waarom ik er nu terugkeer. Ik heb altijd erg van Londen gehouden. Toegegeven, Parijs is romantischer en tintelt meer. Maar Londen was en is een heerlijke stad met een geheel eigen sfeer. Of sferen eigenlijk. Deze keer heb ik een opdracht voor mijn bezoek. Ik ga er zoeken naar wat er nog over is van de geschiedenis van een paar vrouwen, schilders, beeldhouwers en dichters uit een vervlogen tijd. Een tijd waarin er nog de koetsen reden die langzaam vervangen werden door auto’s, een tijd met een zo op het oog strakke moraal maar een evenzo duidelijke hypocrisie die mensen er toe bracht om in het min of meer verborgene zich te onttrekken aan die moraal. Ondeugd zoals dat in Engeland kan zijn. Mijn vrouwen (het zijn er drie) leefden aan dat randje van de maatschappij waar de kunstenaars te vinden waren. De schrijvers en dichters, schilders, beeldhouwers, de eerste beroepsfotografen, acteurs en actrices, de zangers en zangeressen. Niet te vergeten ook de modellen voor de schilders, beeldhouwers en fotografen die niet zelden ook actrices en zangeressen waren of veaudeville of burlesque sterren. Of gewoon prostituee, want er waren in die tijd enorm veel dames die alleen op die manier een eigen bestaan konden opbouwen en onderhouden. Courtisanes, maitresses en hoertjes bevolkten de stad in grote getale want er was nu eenmaal heel wat emplooi voor ze. Zo niet mijn vrouwen, zij waren model en actrice of model en naaister. Een aantal van hen waren min of meer beroemd en een enkeling nadrukkelijk geroemd om haar exceptionele schoonheid.

Het is ruim honderd jaar later. Mijn vrouwen leven niet meer maar toch ook nog een beetje wel. Het is moeilijk om ze te vinden maar ze zijn er nog wel. Op muren van paleizen en musea, van Buckingham Palace tot de Tate Gallery zijn ze nog te zien. Alle drie. Dat maakt het zo heerlijk om naar ze te speuren. Ik ga ze zien straks, geschilderd in de tijd waarin ze op hun mooist waren, ik ga van enkelen de huizen zien (want die zijn er nog steeds) en een atelier waarvan ik zeker weet dat ze er alledrie model gezeten hebben voor één van die schilders. Samen met curatoren en anderen ga ik hun gangen na en ik weet zeker dat ik met aanzienlijk meer beelden en informatie over hun terugkom als wat ik nu heb voordat ik afreis.

De plaatsen die van belang zijn ga ik bezoeken, in mijn hoofd als één van die vrouwen. Ik ga er door haar ogen naar proberen te kijken en weet dat ik dan heel andere dingen zie dan iedereen om mij heen. De Tate Gallery, de Royal Academy, Leighton House en de straten in Kensington zullen er dit keer anders uitzien voor me dan toen ik er lang geleden was. Niet omdat de moderne tijd toegeslagen heeft, want op de overal aanwezige camera’s na valt dat wel mee maar vooral omdat ik anders kijk.

Als het allemaal lukt dat is dit bezoek het begin van een periode waarin ik vaker in die heerlijke stad zal zijn, speurend naar wat er nog wel is van een vervlogen verleden en ondertussen mijn jeugd een beetje terug halend. Voor mijn gevoel doe ik dat terwijl ik de meisjesnaam van mijn moeder draag. Ze zou het mooi hebben gevonden.

© 2012 Anna Ros