Here’s to the crazy one.

Here’s to the crazy ones, the misfits, the rebels,
the troublemakers,
the round pegs in the square holes.
The ones who see things differently
they’re not fond of rules.
You can quote them, disagree with them,
glorify or vilify them.
But the only thing you can’t do is ignore them
because they change things.
They push the human race forward.
And while some may see them as the crazy ones,
we see genius.
Because the ones who are crazy enough to think that they can change the world are the ones who do.

Bij de lancering van de MacIntosh computer in 1984, het jaar waar in Orwell’s voorspellingen nog niet waren uitgekomen en in 2004 met het twintigste jaar van de MacIntosh, toen de voorspellingen van Orwell grotendeels wel waren uitgekomen, was de bovenstaande tekst gewrocht door Steve Jobs. De tekst is voor mij persoonlijk een leidraad geworden in mijn leven en zolang als deze schrijfplek al bestaat (inmiddels zes jaar) staat hij dan ook op mijn bio pagina.

Het punt is, ik mag die Jobs wel. Voor zover ik de man dan voor de geest kan halen. Het niveau van eigengereidheid van ome Steve is legendarisch. Net als dat van zijn uitbarstingen als iemand tegen de corporate stroom in gaat. Daarmee is de tekst een representant van de mooie en creative kant van deze meneer terwijl die toch zelf een soort Januskop is. De tekst voor zijn donkere kant is niet geschreven maar ik zou die zoeken in een alinea van ‘Il Principe‘ van Niccólo Macchiavelli. Die ik overigens om geheel andere redenen ook bewonder. Jaren terug hield hij een speech voor jonge graduates van een universiteit in de VS (Stanford). De speech is zo mooi dat ik hem hier nog even naar voren haal. Niet in het minst omdat ik zelf er zoveel in herken.

Steve Jobs stapt terug als CEO van Apple. Het bedrijf dat verantwoordelijk is voor mijn opvoeding in de ICT wereld en dat me altijd  heeft weten te pakken met zijn producten. Op zich een bijzonderheid want ik ben (voor iemand van mijn leeftijd) toch behoorlijk tech savvy en dus echt niet zo merktrouw als veel andere Appelaars. (Ja, ik heb een Android phone van het model dat Apple in Nederland van de schappen probeert te procederen en het dingt is gewoon beter dan de iPhone die ik hiervoor had).
Het is jammer dat ‘the man’ terugtreedt. Niet eens zozeer omdat zijn vertrek zal lijden tot een (uiteraard) tijdelijke daling van de aandelenwaarde van het bedrijf dat rijker is dan menig Europees land. Nee, ik vind het jammer omdat hij terugtreedt omdat hij ziek is. Ernstig ziek hoewel het persbericht uit Cupertino daar niets over zegt. Gegeven de medische geschiedenis van Jobs is het zeker aan te nemen dat de reden voor zijn vertrek als CEO (hij wordt wel chairman of the board). Het zal, zo schat ik in, een stap zijn in een geregisseerd proces van terugtreden dat eerder dit jaar begon met een ziekteverlof van onbepaalde duur. Het is de man ook aan te zien dat zijn lijf hem in de steek aan het laten is.

Ik ben het heel vaak niet eens met de manier waarop Apple (en dus Jobs) de wereld naar zich toe trekt. Het bedrijf is een money machine geworden van ongelooflijke proporties. Laatstelijk op de beurs meer waard dan Exxon en al langer de eeuwige rivaal Microsoft met grote stappen voorbijgestreefd. Maar ik kan er niet omheen, Steve Jobs is toch een soort tech-held voor me. Ik heb ontzag voor de man. Vooral om wat hij bereikt heeft en om hoe hij regelmatig dwars tegen de stroom in maar met een heilige overtuiging een eigen koers heeft gezet en gehouden.

Geld maakt niet gelukkig en is al helemaal geen garantie op een gezond leven. Jobs weet dat natuurlijk allang. Zijn levensstijl heeft hij al lange tijd aangepast als het om voeding gaat. Desondanks is hij al lang ziek en nu dus inmiddels te ziek om CEO te kunnen blijven van misschien wel het boeiendste en uitdagendste bedrijf dat bestaat. Een bedrijf dat, en dat vind ik zelf ontzettend belangrijk, esthetiek in industriële vormgeving tot maatstaf heeft gemaakt. Zonder concessies wat een bewonderenswaardige keuze is voor een technologie bedrijf dat zich in een wereld bevindt waar esthetiek doorgaans ver te zoeken is.

Ik hoop voor Jobs dat hij nog een tijdje mee zal kunnen gaan in redelijke gezondheid, of dat zo is ligt in de toekomst besloten. Voor wat het waard is: Steve, het ga je goed. Ik heb genoten van wat je hebt weten te creëren met zoveel getalenteerde mensen om je heen.

Alice Verheij © 2011
Dit stuk is geschreven op een MacBook Pro 13″.

Advertenties

OV sipkaart

De overheid, openbaar vervoer en modernisering. Drie woorden die in combinatie een garantie bieden voor mislukking. De OV chipkaart is als auwtomatiseringsproduct vooralsnog een OV sipkaart geworden. Hartstikke hackbaar en dus gewoon een flop. Natuurlijk een flop die miljoenen gekost heeft èn een flop waar een aantal ondernemers flink veel aan verdiend hebben. Translink Systems, de fabrikant van het plastic gehakt is vooral link.

Pislink wellicht op journalisten, hackers en iedereen die niet braaf de technologie voor lief neemt. De OV bedrijven die flink verdienen aan het vooral onhandige systeem waarbij veel mensen fouten maken met uitchecken zijn opgescheept met een technologisch monstrum dat zich kenmerkt door emmentaler beveiliging. Niet bepaald geruststellend. De slimmerikken onder het gepeupel – whizzkids is een te groot woord voor diegenen die kaartjes kraken want het is echt verdomd gemakkelijk  – worden door de linke loetjes van Translink weggezet als criminelen die ‘de perfecte misdaad’ plegen volgens een woordvoerder van de kaartjes monopolist. Arroganter kan niet wat mij betreft.

Want, al meer dan een jaar is bekend dat de kaart gekraakt kan worden. In een ‘laboratoriumomgeving’ werd er gezegd. Jaja, alsof automatisering geen vooruitgang kent een zo’n ‘laboratorium’ na een tijdje niet gewoon een een simpel pc-tje met een kaartschrijvertje aan de USB poort wordt. De naïviteit van deze fabrikant is schokkend. Een technologiebedrijf dat onvoldoende inzicht in de eigen technologie heeft om te beseffen dat die kwetsbaar is, en zal blijven. Of misschien, en dat is bepaald erger, dat inzicht wel heeft maar dat inzicht zorgvuldig achter gesloten deuren houdt en naar buiten toe doet alsof de neus bloed. Mij maakt niemand wijs dat de vernuftelingen van Translink én hun directie niet allang wisten dat hun kaartje gekraakt zou worden en dat slimmerikken op kleine schaal en criminelen op grote schaal daar fors gebruik van gaan maken, gewoon omdat het kan. De overheid laat zich zoals zo vaak een rad voor ogen draaien door de technologen en doorziet niet dat het echte probleem zit in de basis waarop het systeem is ontworpen. Een tariefstructuur die zonder automatisering onmogelijk is om in te voeren terwijl de oude structuur van kartonnen kaartjes en zones toch decennialang heeft bewezen onfeilbaar te zijn.

De vraag doemt op of de combinatie van het handhaven van een simpel kaartje en het inzetten van controleurs (het sterft immers toch al van de ‘beveiligers’ in het huidige OV) niet gewoon simpeler en goedkoper is. De kaartjes kunnen gewoon verkocht worden door die controleurs. Zoals dat in het verleden ook gebeurde. Het positieve gevolg daarvan is dat de werkgelegenheid in het OV toeneemt omdat er dan op elke tram, trein en bus zo’n controleur / kaartjesknipper / beveiliger aanwezig zal moeten zijn. Een realistische calculatie zou rekening moeten houden met de winst van de werkgelegenheidseffecten doordat er meer controleurs nodig zijn waardoor de werkloosheid afneemt en daarmee ongetwijfeld ook de kosten van de WW. Dit opgeteld met de totale kosten van het OV chipkaart systeem (dus de kosten van ontwikkeling én exploitatie) en de kosten van de continu discussie van het systeem in de politiek en bij de vervoersbedrijven (het aantal uren vergaderen x uurtarief) en ga zo nog maar even door, levert een forse rekening op. Maar ik weet ook wel dat een dergelijke rekensom door de politiek zelden of nooit gemaakt wordt. Want automatiseren moet is het adagium van de politiek en de overheid. Automatisering is goed, de economie gaat er soepeler van draaien en de kans op misbruik neemt af. Automatiseren is goed voor de reiziger… Jaja, ik ken de argumenten maar het zijn valse niet onderbouwde argumenten. Want hoe bepaal je of automatisering goed is? Doe je dat op economische grond dan zul je echt alle kosten en opbrengsten in kaart moeten brengen om een business case te maken.

Bekijken we de OV sipkaart door de maatschappelijke bril met de vraag of de reiziger er beter van wordt dan moet vastgesteld worden dat het antwoord zeker niet zomaar positief zal zijn. De stelling dat reizen met de kaart goedkoper is dan met de strippenkaart is in genoeg situaties discutabel gebleken. Het gebruiksgemak wordt geroemd maar de ontevredenheid is recht evenredig met het gebrek aan oplaadmogelijkheden én de afhankelijkheid van elektronische betaalmiddelen. Want heb je pinpas niet bij je dan kun je het onderweg opladen bij de te schaarse oplaadpunten gevoegelijk vergeten. Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.

Ik vind het een uitstekende zaak dat de kaart gekraakt is. Maar ik zou het nog een betere zaak vinden als TransLink op de politieke pijnbank gelegd wordt om vast te stellen hoe het kan dat zij gewoon een slecht product hebben geleverd. Het beste zou ik het vinden om meer controleurs in het OV te zien. Controleurs waarbij je kaartjes kunt kopen en dan niet tegen een hoger tarief dan de kaartjes uit de automaat. Ik zou het goed vinden als kaartjes aan het loket kopen niet meer beboet wordt met 50 eurocent zoals de NS de reiziger flikt. Alsof ze het aantal lokethandelingen en de kosten daarvan niet gewoon kunnen verdisconteren in het reistarief, stelletje klantonvriendelijke ondernemers zijn het daar!

Hoe nadrukkelijker de OV sipkaart sip is, hoe vrolijker ik er van wordt. Het zal tijd worden dat er eens met wat meer pragmatisme naar overheids automatisering gekeken wordt en dat de overheid (en dus de politiek) wat minder gemakkelijk valt voor onnodige automatisering.

Al met al heeft de huidige OV chipkaart in ieder geval discussies opgeleverd over niet geringe zaken als tariefstelling, privacy en kwetsbaarheid voor fraude. Niet bepaald onderwerpen die niet zo nadrukkelijk aan de orde zouden mogen zijn bij een goed product. Conclusie: het ding is een misbaksel. Weg ermee!

Alice © 2011

WordPress

Lieve lezers,

jullie kijken naar het scherm en lezen mijn teksten. Sommigen nu al een paar jaar en dat is hartverwarmend. Een constante stimulans om te blijven schrijven. In de afgelopen jaren heb ik een eigen publiek hier bij elkaar geschreven en dat is een prachtige ervaring voor een schrijfster die nog maar pas begint. Wees gerust, ondanks andere plannen in het buitenland, zal ik hier blijven schrijven.

Misschien is het weleens goed om mijn gedachten op te schrijven over de technologie die ik hier gebruik en daar gaat deze bijdrage dus ook over.

Van het begin af aan schrijf ik op een wordpress.com site. Door WordPress zelf gehost. Voor mijn schrijfplek genoeg. Na drie jaar intensief schrijven staan er nu 877 878 berichten met 1808 reacties en een paar duizend media bestanden. Het platform van WordPress heeft me nooit in de steek gelaten en mijn schrijfplek is heel vaak van uiterlijk veranderd. Het is voor een schrijver een super platform. Heel gemakkelijk in gebruik hoewel het wel even duurt voor je de weg vindt maar inmiddels is het voor mij gesneden koek geworden.

Ik maak en verkoop tegenwoordig websites op WordPress gebaseerd. De vormgeving doe ik met Artisteer (heb je een Mac en maak je zelf sites in WordPress of Blogger, Google dan maar eens op Artisteer) wat me de mogelijkheid geeft om een geheel eigen vormgeving te ontwerpen en daarmee elke site een uniek uiterlijk te geven. WordPress is in de versie die ik dan zelf host (bij GoDaddy natuurlijk) eindeloos uit te breiden maar ik gebruik toch maar zo’n tiental geselecteerde plugins waarmee ik zo ongeveer alles kan maken wat mijn klanten willen. WordPress is allang geen blog platform meer want je kunt er ook prachtige sites mee bouwen die geen blog zijn en zelfs geen blogpagina hebben.

Ik kan veilig zeggen dat naast Twitter en FaceBook het vooral WordPress is dat me dagelijks online houdt. Ik werk er dagelijks mee en met zo’n 9000 bezoekjes per maand is het blijkbaar voor de lezer ook een platform dat visueel prettig is om te zien. Ik zie me niet snel meer veranderen van platform, ook omdat er geen advertenties op WordPress staan die ongevraagd zich opdringen. Iets waarvan is weet dat veel bezoekers dat heel erg irritant vinden aan sommige blog platformen.

Tot slot, WordPress is geen onderdeeltje van Google, Microsoft of Apple. Het is selfsupporting, operating system onafhankelijk en open source wat gezien het succes van WordPress maar ook van bijvoorbeeld Open.Office dus gewoon tegenwoordig kan als je een goed product maakt. Daarbij mag dan ook weleens gezegd worden dat het natuurlijk ook erg knap is dat WordPress in staat is gebleken om het gebruik van hun platform constant aantrekkelijker te maken. Een constante stroom van verbeteringen (vandaag is de menuregel in editmode bijvoorbeeld weer iets gemakkelijker gemaakt) en innovatie maken dat ook de ervaren en inmiddels veeleisende gebruiker geen behoefte heeft om iets anders te zoeken. Ik vind het knap van de mensen van WordPress dat zo ongemerkt ik al langer WordPress gebruik dan dat Twitter bestaat zonder ooit de behoefte te hebben mijn werk in een andere omgeving te plaatsen.

Alice © 2010

In ‘the cloud’ werken.

De laatste tijd wordt er veel over geschreven. Het werken in ‘The Cloud’. Het gebruiken van software die ergens op een server op internet draait ter vervanging van software op je computer. Na veel jaren in de automatisering (ik begon ooit met een computertje met 2kbyte RAM en het werken op een mainframe die een klein theater gemakkelijk zou vullen) heb ik het gevoel dat ik na omzwervingen over verschillende soorten computers weer een beetje terugkom bij waar het voor mij begon.

Ooit had ik thuis een Hazeltine terminal en een DEC VT100. Zie hier de plaatjes van die bakbeesten met beeldbuis en zwartwit scherm.

Aan deze terminals (het woord klopte wel mooi want het was het laatste stuk aan de computer voordat er een mens aan te pas kwam en er werd iets overgedragen via het ding te weten tekst) hing een simpel computersysteempje dat bestond uit een 19″ rek met daarin ‘eurokaartjes’ met onderdelen die gezamenlijk een computertje maakten. Ik programmeerde zelf de software voor het ding en na een tijdje kon ik er steeds meer mee. Het was de tijd van WordStar en dBase en zo. Op mijn werk was het een DEC10 mainframe waar ik mijn eerste professionele programma’s op schreef. Op een VT100 in een terminalruimte in een laboratorium dat nu grotendeels afgebroken is.

Of de terminal thuis stond of elders maakte niet veel uit. Het ding was zo ‘dom’ dat alle intelligente zaken op de computer moest plaatsvinden aan de andere kant van een draadje. Eventueel met modems er tussen om grote afstanden te overbruggen wat ernstig knabbelde aan de snelheid van invoer en uitvoer. Het verwerken gebeurde buiten het directe zicht van die computer. En daar komt nu, zo’n dertig jaar later ‘The Cloud’. De intelligentie in het netwerk. De computer die je ervoor gebruikt moet niet veel meer kunnen doen dan een goede browser draaien. Verder hoeft er eigenlijk op die computer niets te staan.

© http://infreemation.net/cloud-computing-linear-utility-or-complex-ecosystem

We zijn dertig jaar verder en de cirkel lijkt rond. Het is mooier, er kan (heel veel) meer, maar in de kern is het analoog aan waar ik begon. Simpele invoermiddelen en intelligentie buiten bereik elders. Het herintroduceert ook de afhankelijkheid van dat ‘elders’. Gaat de server down dan is het over met de pret en wordt het koffie drinken, pizza eten of uithuilen en overnieuw beginnen. Dat probleem wordt opgelost door een grappige tegenbeweging. Software op de desktop die als voornaamste taak heeft de browserbediening over te nemen en nog belangrijker de bestanden die in die wolk staan synchroniseren met de terminal zelf, in dit geval doorgaans een desktop, laptop of netbook. Dus toch weer een beetje intelligentie in die terminal.

Het doet me denken aan de communicatie die via collaboration software en IRC chats verliep en nu eigenlijk vervangen is door FaceBook en Twitter. Zoveel veranderd er niet eigenlijk. Die ‘nieuwe’ cloud computing zoals het stoer wordt genoemd is niet veel anders dan een verder en mooier uitgewerkt collaboration aanpak. Een soort poepsjieke Lotus Notes. Maar dan gepopulariseerd en voor de gewone man / vrouw / whatever te gebruiken.

En dus gebruik ik tegenwoordig steeds meer webmail in plaats van Apple Mail. Waarom? Omdat de Apple client niet beter is dan de webmail client van mijn provider (natuurlijk XS4ALL). Ik gebruik Dropbox om de belangrijkste bestanden waar ik aan werk overal beschikbaar te hebben. Ongeacht de computer waar ik mee werk want ik wissel wat af tussen MacBook, iMac en netbook. Ik gebruik een pakket als Celtx voor het scriptschrijven, een prachtig pakket dat precies doet wat ik wil en nauwelijks wat van mijn computers vergt én overal op draait.

Ik merk dat ik van een desktop gebruiker ben veranderd in een laptop gebruiker en inmiddels aan het transformeren ben naar een cloudgebruiker. Als experiment heb ik een speciale account op mijn MacBook aangemaakt waar alleen de minimale software in is aangezet om die taken te kunnen verrichten die ik via internet doe. De komende tijd ga ik er eens serieus mee spelen om te zien wat het me oplevert. Of het mijn behoefte aan die krachtige computer wegneemt. Het lijstje van zaken die ik dan gebruik? Goed dan:

  • Firefox/Safari/Chrome want ik kan niet kiezen.
  • Dropbox voor bestandsuitwisseling en backup.
  • Celtx voor scriptschrijven.
  • Google Docs voor het recht toe recht aan kantoorgedoe.
  • Spotify voor de muziek.
  • LastFM ook voor de muziek.
  • XS4ALL webmail voor email.
  • WordPress voor het bloggen en mijn permanente schrijfproject.
  • ACE project voor projectmanagement.
  • Twitter en communicatie.
  • FaceBook voor social life.
  • Routerplanner voor het plannen van routes.
  • OV9292 voor het plannen van OV.
  • en de belangrijkste: eyeOS een heel operating system binnen de browser.

En de rest dan? Muziek productie, geluidbewerking, componeren, websites bouwen, grafisch werk, foto’s bewerken en ga zo nog maar even door. Het gaat nog niet in deze online wereld. De taken zijn te intensief, de bandbreedte te gering. Dus gebeurt dat nog steeds off line gewoon op mijn laptop.

Cloud computing, voor mij is het goed voor de relatief eenvoudige en communicatie-intensieve taken. De wat specialistischer en computer-intensieve taken vergen nog steeds een krachtige computer. De eerlijkheid gebied wel te zeggen dat het leeuwendeel van mijn tijd toch in die eenvoudiger taken gaat zitten. Hoe het me vergaat met het werken in mijn ‘Cloud-account’ zal ik zo af en toe hier de revue laten passeren.

Eerst maar eens uitzoeken hoe ik mijn spoelbak op die wolk aansluit.

Alice Verheij © 2010

Ik heb een nieuwe.

Jazeker, een nieuwe.
De oude was kapot en dat is niet handig voor een gereedschap dat ik dagelijks gebruik.
Dus heb ik een nieuwe.
Het is een mooie glimmende en, natuurlijk, is ze (want het is een zij) sneller dan de vorige. Er kan ook meer in en ze ziet er ook nog eens beter uit. Niet dat alles aan haar een verbetering is hoor want in tegenstelling tot wat ik gewend ben kan ze van de buitenwereld alleen geluiden opvangen als ze niet zelf geluiden naar de buitenwereld stuurt. Voor mij is dat wel belangrijk dus daar moet ik wat extra voor rommelen om haar zover te krijgen dat ook dat probleemloos gaat.

Ze spreekt, als ik dat wil, ook verschillende ‘talen’.

Mijn MacBook Pro die mijn oude MacBook vervangt is een behoorlijk veelzijdige dame. Die oude witte had zo langzamerhand meer kapotte dan nog werkende onderdelen. Accu dood, adapter kreupel, DVD drive permanent van slag en tenslotte het scherm naar de knoppen. Het was dus over. Met het nodige kunst en vliegwerk is nu dus die nieuwe. Geen witte meer maar een aluminium versie en dus een prima slagwapen tegen ongewenste vijandelijkheden. ’s Nachts verlichte toetsen waardoor er ook geen lampje meer aan hoeft naast mijn bed als ik schrijf.

Wat ik ook wel aardig vindt is de mogelijkheid om gemakkelijk andere systemen dan dat van Apple te draaien. Windows 7 loopt er goed op en Linux ook. Puur voor de lol, ik kan het soms niet laten, heb ik er wat mee gespeeld. Wat me duidelijk maakte waarom ik geen Windows computer gebruik en waarom ik Linux, zelfs in een visueel fraaie SUSE variant toch niet zal omarmen. Windows 7 op zo’n mooie MacBook oogt toch wat povertjes en Linux bekoort me niet door het bepaald niet vernieuwende karakter. Het bracht me ook op de gedachte dat ik dat Linux waarschijnlijk gewoon niet leuk vind omdat het toch al met al een verlate kopie van andere werelden is naar mijn mening. Geen toepassingen op Linux die een aardverschuiving teweeg brachten. Wat me na een dagje rommelen toch maar weer snel terugbracht naar het mij vertrouwde en lekker werkende OSX.

Omdat structureel werken aan de grote schrijfwerken (toneelstuk en roman) niet zo goed lukken om voor de hand liggende redenen houdt ik me maar even bezig met het zo goed mogelijk samenstellen van mijn gereedschap voor de komende jaren. De set programma’s op mijn MacBook bevat in ieder geval FireFox omdat ik nog een tweede browser naast Safari wil gebruiken voor het bouwen van websites (Wat ook de voornaamste reden is om die Windows en Linux versies op de computer te hebben). Tekstverwerken gebeurt bij voorkeur met Mellel, een pakket dat bijna niemand kent maar gewoon een recht toe recht aan oplossing is voor veelschrijvers. Natuurlijk is er Pages voor documenten met een sterke visuele inhoud en NeoOffice voor het geval ik moet uitwisselen met die Office gebruikers elders. Het pakket wordt amper gebruikt. Foto’s doe ik niet met iPhoto maar met Aperture op de Mac. Ik kan er meer mee en voor de snelle grafische bewerking is er GraphicConverter. Garageband en Guitar Rig voor het rommelen met mijn elektrische bas of het maken van begeleidingstracks voor op het podium. Presenteren doe ik niet veel meer maar als dat het geval is dan is het Keynote. Spreadsheets maak ik nauwelijks dus Numbers voldoet. Voor de fun iTunes en Spotify en VLC om films te bekijken. Vuze om ze te pakken te krijgen overigens. Af en toe wat rommelen met iMovie als er een filmpje in elkaar moet worden gezet. De communicatie gaat via Mail, Skype en Twitteren doe ik in een browser. Websites ontwikkel ik met Artisteer, een pakket waarmee ik WordPress templates kan bouwen en dat is de basis voor de sites die ik maak. Natuurlijk zijn er nog allerlei kleine programmaatjes die ik gebruik omdat ze het leven net even gemakkelijker maken.

Maar het belangrijkste pakket voor het komende half jaar is Celtx. Een pakket dat alleen scriptschrijvers kennen. Celtx is geweldig. Het formatteert een tekst met simpele handelingen en veel intelligentie als vanzelf tot een script volgens de geldende normen voor de layout van scripts. Iets wat in onwillekeurig welke tekstverwerker een drama is. Het aardige van Celtx is overigens dat het zowel voor OSX als Linux en Windows beschikbaar is. Voor noppes.

De oude MacBook, doet in ingeklapte toestand nu dienst als desktop computer. Geen slecht tweede leven dunkt me.

Alice © 2010

Nee tegen elektronisch patiëntendossier!

Met genoegen, zeker gezien mijn vorige bijdrage hier, lees ik op de website van de NRC het bericht dat de Eerste Kamer een duidelijk veto heeft uitgesproken over de ontwikkeling van het landelijk elektronisch patiënten dossier (EPD) zoals die door de demissionaire minister Klink wordt uitgevoerd.

Sterker nog, de Eerste Kamer heeft de minister de opdracht gegeven alle werkzaamheden voor de ontwikkeling van dat vermaledijde EPD stop te zetten totdat de Eerste Kamer het onderhavige wetsvoorstel heeft aangenomen. Dat dus terwijl dat wetsvoorstel rond het EPD nog niet eens de Tweede Kamer door is gekomen. Een dergelijke motie wordt in de Eerste Kamer nooit aangenomen als er geen sterke twijfels zijn over de kwaliteit en richting van de ontwikkeling van het EPD zoals Klink dat voor staat.

Wat is er gebeurt?

De procedure voor wetgeving is dat een nieuwe wet bekrachtigd moet worden door de Eerste Kamer nadat de Tweede Kamer een wetsvoorstel heeft aangenomen. Zo af en toe laat de Eerste Kamer haar tanden zien als geweten en controleur binnen het parlement. Zo ook nu. Deze keer echter is dat wel op een bijzondere wijze gegaan waarbij de rol van de minister op zijn minst bijzonder te noemen is. Naar aanleiding van brieven van Klink aan de kamer heeft de PvdA een motie ingediend in de Eerste Kamer om het wetsvoorstel af te serveren. Toen dat duidelijk werd en de minister besefte dat er in de Eerste Kamer een meerderheid voor die motie zou ontstaan verviel hij tot dreigementen.

De rol van minister Klink voor de stemming in de Eerste Kamer.

Klink dreigde dat bij aanname van de motie hij gedwongen wordt om naast het landelijke EPD ook de regionale gegevensuitwisseling tussen huisartsen en andere zorgverleners te moeten verbieden met als argument dat de beveiliging van die uitwisseling niet goed geregeld is. Nu is het zo dat op regionaal niveau er bijvoorbeeld elektronische koppelingen bestaan tussen huisartsenpraktijken, apothekers en ziekenhuizen. Via die koppelingen worden gegevens over medicatie op patiënt niveau uitgewisseld. Maar er wordt meer informatie uitgewisseld. Zo is er geen duidelijke kaderzetting welke gegevens wel en niet mogen worden uitgewisseld met als gevolg verschillen in de informatieuitwisseling op regionaal niveau, een wildgroei aan systemen en daarmee een hoog risico van fouten en informatielekken. Klink nu beweert dat door centralisatie in een landelijk systeem die problemen verminderen of zelfs voorkomen worden. Tegelijkertijd heeft hij onvoldoende informatie aan de kamer gegeven over de privacy aspecten van het landelijk EPD.

Consequenties van het moeten stoppen van die regionale uitwisselingen is een moeizamer informatiestroom aan de en kant maar ook een sterke beperking van de informatie die inmiddels al uitgewisseld wordt. Dat werd door Klink aan de Eerste Kamer voorgehouden als negatief effect van een afkeuring van het wetsvoorstel.

Om duidelijkheid te scheppen in het standpunt van de PvdA rond de motie heeft senator Tan een stemverklaring afgelegd waarin zij aangeeft dat ‘als de minister zijn toezeggingen gestand doet, zorgverleners zich vrijwillig kunnen blijven aansluiten op het landelijke systeem. Het betreft toezeggingen over het louter uitwisselen van medicatiegegevens en het waarneemdossiers van huisartsen, over de positie van regionale systemen en van de patiënt.’
Met andere woorden er is dan geen verplichte koppeling van de systemen maar een vrijwillige koppeling aan de orde.

De reactie van de minister.

De reactie van Klink op deze toelichtende stemverklaring is dat hij dus zelfs bij aanname van de motie ‘gewoon door kan gaan’ met het EPD.  Dat laatste is natuurlijk bizar. De uiteindelijk aangenomen motie zegt nu juist nadrukkelijk dat de minister niet door mag gaan met de ontwikkeling van het EPD tenzij de minister aan een reeks voorwaarden voldoet. Zoiets is niet een ‘ja mits’ maar een ‘nee tenzij’. Aan de minister de taak om ervoor te zorgen dat wil hij het EPD doorvoeren er aan die voorwaarden van de Eerste Kamer wordt voldaan.

De minister geeft hiermee de indruk de aangenomen motie niet serieus te nemen. De vraag is in hoeverre hij daadwerkelijk tot stopzetting van de ontwikkeling van het EPD zal overgaan. Er bestaat een kans dat hij de uitspraak van de Eerste Kamer negeert. Het zal niet voor het eerst zijn dat een minister in het kabinet Balkenende dat doet. Maar deze minister is demissionair en conform de afspraken in het parlement mag hij geen controversiële zaken meer uitvoering in demissionaire staat. Hoe controversieel moet iets nog zijn als zelfs de Eerste Kamer een afwijzende motie aanneemt? Klink lijkt eieren voor zijn geld gekozen te hebben en zich niet te verzetten tegen stopzetting maar dus niet zonder spartelen.

Gevolgen.

De gevolgen van de aangenomen motie in de Eerste Kamer zijn dat Klink eigenlijk wel moet stoppen nu. Doet hij dat niet dan breekt hij een parlementaire wet en gedraagt hij zich zeer ondemocratisch. Het zou een politieke schanddaad zijn om geen gehoor te geven aan de motie. Gesteld dat de ontwikkeling van het EPD stopgezet wordt tot na de bekrachtiging van het EPD wetsvoorstel dan komt het er op neer dat een volgend kabinet die ontwikkeling pas weer gaat oppakken. Maar dan wel binnen de kaders van de door de Eerste Kamer geuite zorgen rond dat EPD. Die zorgen zijn niet gering overigens. Zo zijn er nog een tweetal moties aangenomen waarin wordt ingegaan op de uitdrukkelijk eis dat de burger de toestemming voor opname van gegevens (en dus overdracht van die gegevens via het landelijke schakelpunt van Klink) kan onthouden, een opt-in opt-out systeem. Dat is een harde eis waarbij de kamer aangeeft dat daar zelfs een aparte regeling voor moet worden getroffen die door beide kamers uitdrukkelijk moeten worden aangenomen. Verder is er een motie aangenomen waarin expliciet wordt gevraagd om strafbaarheid van het kraken van het EPD en een verbod om verzekeraars toegang tot het EPD te geven. Deze drie aspecten zijn blijkbaar in het huidige wetsvoorstel én in de ontwikkeling van de EPD niet voldoende gewaarborgd. Waarmee de Eerste Kamer de vinger op een hele zere plek legt als het gaat om automatiseringsprojecten bij de overheid: beveiliging en privacy.

Uit ‘Medisch Contact’ mei 2009: EPD ook bij artsen omstreden.

Voorlopig komt er dus geen landelijk EPD. En als het al komt zal er dus sprake moeten zijn van een systeem dat op basis van een opt-in benadering werkt in plaats van een opt-out benadering zoals Klink voorstond. Een systeem ook dat tot verboden terrein wordt verklaard voor verzekeraars. In hoeverre de eerder door het ministerie uitgevoerde opt-in procedure die over de bevolking is uitgestort in 2009 de prullenbak in kan is nog de vraag. Die (dure) actie voldoet immers niet aan de criteria die de Eerste Kamer nu gesteld heeft. Daarnaast zal er een duidelijke en vooral eenvoudige mogelijkheid moeten komen om toestemming voor opname van gegevens in het EPD toe te staan, te weigeren of in te trekken. Een problematiek vergelijkbaar met het donorregister.

De Eerste Kamer heeft deze keer laten zien wél om de privacy van de burgers te geven en dat is een hele positieve ontwikkeling. Met dank aan de VVD (senator Dupuis), de SP (senator Slagter-Roukema) en PvdA (senator Tan) die de drie moties hebben ingediend.

Liever ten halve gehikt dan ten hele geslikt.

Alice Verheij © 2010

Land van angst en vingerafdrukken

Nederland. Een onaanzienlijk stukje grond aan de Noordzee kust op het Noordelijk halfrond van deze aardbol. Kleiner dan het Koninkrijk Bhutan maar ernstig overgewaardeerd. Door ons zelf voornamelijk. Een land dat in de wereld verhoudingsgewijs veel invloed had en dat soms nog steeds heeft. Maar een land dat op wereldschaal echt niet in staat is om de loop van de geschiedenis anders dan slechts in de marge te beïnvloeden. Een land vol met burgers en politici die goed beschouwd van over de hele wereld naar dat kleine stukje grond zijn gekomen. De ene groep een paar honderd jaar eerder dan de andere. Een land ook dat pas 195 jaar bestaat in zijn huidige vorm, voor die tijd was het koninkrijkje een republiekje en daarvoor een verzameling hertogdommen, graafschappen en bisdommen in los verband en wat dies meer zei. Een land dat ook helemaal niet zo oud is als de meeste inwoners denken.

En tegenwoordig een land dat zichzelf groot vindt. Dat meedoet in de wereld en dat dus getroffen wordt door het lelijks in die wereld. Tenminste dat denken we dan. En dus is het een land dat in de afgelopen jaren bang is geworden. Bang voor de invloeden van buitenaf. Bang voor mensen van buiten, bang voor religies en ideologieën, bang voor terreur, bang voor internationale criminaliteit, bang voor nieuwe technologische mogelijkheden en ga zo maar door. Een landje van angst. Het is een landje dat bang is geworden voor zijn eigenheid die er ongetwijfeld is hoewel er ernstig van mening wordt verschild over wat die eigenheid dan inhoudt.

En zoals alles en iedereen die bang is worden er in het landje harder grenzen getrokken dan weggehaald. Het aantal hekken in Nederland is niet meer te tellen want elk stukje grond moet ingekaderd en beschermd worden. Maar het zijn niet alleen hekken van draad en staal. Het zijn ook elektronische hekken. Mentale hekken in het geval van een enkele politieke partij of religie. De elektronische hekken zetten we in bij het gebruik van communicatie middelen en bij het reizen. Internetfilters, opslag van emails en telefoongesprekken in opdracht van de overheid, detectieapparatuur op luchthavens en bij sommige openbare gebouwen, in winkels en zo meer. Camera’s op straat en in gebouwen die bewaken, camera’s op wegen tegen overtredingen en om de mierenhoop te regelen en draagplicht van een persoonlijke identificatie document.

Dat identificatie document zelf moet, geheel volgens de theorie van de angst, waterdicht zijn als het om de beschrijving van de persoon in kwestie gaat. We hebben er politieke drama’s over meegemaakt en we hebben geleerd dat we moeten accepteren wat de overheid beslist over wat er van je wordt vastgelegd in zo’n document. De informatie is natuurlijk beschikbaar in honderden, zo niet duizenden computersystemen waarin nog veel meer informatie is opgeslagen en wordt gedeeld. De actualiteit van die informatie wordt nauwelijks bewaakt want geheel volgens Carl Jung gaat de overheid er vanuit dat de identiteit van een persoon niet kan veranderen. Dus wijzigingen in de identiteit van een persoon die niet in het bakje ‘door de overheid begrepen (en erkende) wijzigingen’ vallen, worden niet verwerkt. Waarmee in sommige gevallen grappig genoeg het identiteitsbewijs van iemand niet overeenkomt met de ware identiteit van die persoon. Want, zoals als ieder zinnig mens beseft, een waterdichte registratie bestaat niet. Zelf reis ik dus gemoedelijk internationaal als meneer Verheij terwijl het toch echt al tijden mevrouw is. Het zou grappig zijn als het niet zo triest was. De overheid doet dappere pogingen om die persoonregistratie perfect te krijgen met als gevolg dat er steeds meer kenmerken van een mens worden opgeslagen. Zoals nu dus ook vingerafdrukken. Reden? Heel simpel, als er ooit bij een misdrijf vingerafdrukken worden aangetroffen is de overheid in staat om vast te stellen wie die persoon is die bij die afdrukken hoort. En dus wordt bij het aanvragen van een nieuw reisdocument zoals het paspoort iedereen gedwongen zijn vingerafdrukken af te staan aan de overheid. Ongeacht leeftijd, dus ook kinderen.

Een twittervriendin ging vandaag over de rooie omdat haar kinderen vingerafdrukken moesten laten nemen voor hun paspoort. Mijn zoon en dochter hebben ook een paspoort aangevraagd en zullen ook hun vingerafdrukken moeten laten nemen. En veel mensen vinden dat gewoon.

Welnu, ik niet. Ik vindt het niet gewoon dat vrij reizen niet meer is dan vrij een bestemming en route mogen kiezen. Anoniem reizen wordt onmogelijk. De OV-chipkaart bevat de technologie om te traceren waar de eigenaar is geweest en zonder paspoort of andere identiteitskaart op zak mag je niet eens op straat komen. Ik ben het er niet mee eens dat de overheid niet kan volstaan met een foto op het paspoort waarop een mens wat mij betreft best mag lachen. Ik ben het er niet mee eens dat er steeds meer lichamelijke informatie wordt opgeslagen op het paspoort. Uiterlijk (foto), lengte, kleur ogen, geslacht (!) en nu zelfs vingerafdrukken. Het punt is dat het nooit genoeg zal zijn en dus zullen we over een tijdje DNA moeten afstaan als het zo doorgaat. Want de Nederlandse overheid denkt geheel volgens het westerse angstdenken en behandeld haar burgers liever als mogelijke criminelen dan als vrije burgers. Die vingerafdruk heeft geen enkele functie anders dan een opsporingsfunctie in een mogelijk geval van een misdrijf. Maar het is zo gemakkelijk om die informatie ook voor andere doelen te gebruiken of te delen met andere landen die buiten bereik van de Nederlandse overheid misbruik van die informatie kunnen maken. Bijvoorbeeld om de vrijheid in hun eigen land te beperken.

Wat mij verbaasd is dat het Nederlandse volk in al haar massaliteit hysterisch wordt over een potje voetbal maar collectief in winterslaap lijkt te zijn als het gaat om de inperking van haar vrijheid. Zonder al teveel protest heeft het volk geaccepteerd (door middel van het door haar gekozen parlement en het uitblijven van buitenparlementaire acties) dat privé informatie centraal wordt opgeslagen en gebruikt door een hausse aan ‘privacymaatregelen’. Het woord is in bizarre contradictie met de werkelijkheid. De score van de laatste paar jaar laat zien:

  • opslag van van gegevens over telefoongesprekken;
  • opslag van gegevens over emails;
  • opslag het surfgedrag op internet;
  • opslag van persoonsgegevens op de (niet anonieme) OV-chipkaart;
  • opslag van reisgegevens van met de OV-chipkaart gemaakte reizen;
  • opslag van vingerafdrukken in een centrale database en opname op het paspoort;
  • doorgifte van bankgegevens naar de belastingdienst;
  • koppeling van Gemeentelijk Basis Administratie met de systemen van Justitie en zorgverzekeraars en legio andere instanties;
  • explosieve groei van beveiligingscamera’s op straat;
  • full body scan op Schiphol;
  • en nog veel meer.

Inmiddels is vrijheid in Nederland een farce aan het worden. Want zelfs deze tekst is door de overheid traceerbaar. Op grond van mijn surfgegevens is de overheid in staat om deze tekst aan mijn persoon te koppelen. Ik mag nog wel schrijven wat ik denk en vind maar als dat onwelgevallig is kan ik allerlei maatregelen tegen me verwachten. Zeg ik op Twitter dat mijn baas een klootzak is dan kan me dat mijn baan kosten net als wanneer ik een ongewenste uitlating doe. Sterker nog dat kan al als iemand een onwelvoeglijke uitspraak doet, Cornald Maas kan er over meepraten sinds de Tros niet accepteerde dat hij Sieneke, de PVV en Joran van der Sloot als ‘grappige’ exportproducten aanmerkte. Zijn ontslag is het gedrag van een organisatie in een land dat bang is. Bang voor de publieke opinie, bang voor economisch nadeel, bang voor de reactie van de buitenwereld, bang, ontzettend bang. Dat kleine landje aan de Noordzee is bang om zich uit te spreken. Bang om een mening te geven maar helemaal niet bang om de eigen vrijheid te verliezen. En dat is naar mijn stellige overtuiging vooral dom, heel erg dom.

Het is om die reden dat het goed zou zijn als een organisatie als Bits of Freedom die opkomt voor de digitale burgerrechten meer steun en meer aandacht krijgt. Net als dat het goed zou zijn als bijvoorbeeld Art.1 de privacywetten die in Nederland in rap tempo werden en worden ontwikkeld strakker toetst aan het grondwettelijk recht op persoonlijke vrijheid om op die manier te strijden tegen vormen van discriminatie op grond van onterecht verspreide persoonskenmerken of andere persoonlijke informatie.

Alice Verheij © 2010

In antwoord op Spaink over FaceBook.

Noot: deze  column is een reactie op de column van Karin Spaink in het Parool van dinsdag 22 juni 2010 met de titel ‘Maatschappelijk middenveld’ en daarop ontstane discussie op haar weblog.

Hoi Karin,

Je zorg over het gedrag van FaceBook omtrent het zonder toelichting uitsluiten van gebruikers deel ik. De reactie die sommigen daarop hebben door zich terug te trekken van FaceBook en andere sociale netwerken verbaasd me echter wel. Je als gebruiker terugtrekken, uit een soort angstspasme, van de verschillende of zelfs alle sociale netwerken is natuurlijk een flauwekul maatregel. Ten eerste zal er onvoldoende navolging zijn en ten tweede ben je zelf degene die dan vooral de contacten zult gaan missen. Overigens, mis je die dan niet dan was dat gebruik van sociale netwerken sowieso al niet zinnig.

FaceBook en zijn web 2.0 soortgenoten zijn simpelweg een nieuw geavanceerder communicatiemedium  dan email. Niet een volledige vervanger maar wel een beter alternatief voor wanneer je meer interactie zoekt dan email en maillijsten bieden. Netwerken, ook sociale netwerken, hebben een functie. On line sociale netwerken dus ook. Het grote aantal gebruikers is daarvoor voldoende bewijs.

Maar een beheerder van een netwerkplatform is geen eigenaar het netwerk. Hij is slechts de leverancier van de infrastructuur om te netwerken. Wanneer die beheerder zich als eigenaar gaat gedragen van de netwerken die op zijn infrastructuur draaien gaat hij een stap te ver. Er is bij die beheerder onterechte aanname dat hij de norm kan stellen en op basis daarvan netwerken kan ontmantelen of beperken. Dat is een enorme misvatting want  veel on line sociale netwerken hebben of maken een off line spiegel van de kern van die netwerken. Even simpel: Twitter als on line vriendennetwerk heeft als off line spiegel de vele tweetups die georganiseerd worden. De bijeenkomsten van deelnemers van het on line netwerk die inmiddels een band hebben gebouwd die zo sterk is dat de overstap naar real life moeiteloos gemaakt wordt. Zou Twitter bijvoorbeeld die vriendengroepen de nek omdraaien dan is de kans groot dat deze een ander of eigen platform kiezen.

De wereld is open. De samenleving in grote delen van het westen is open. Het internet is open. Iedere poging van een netwerkbedrijf als FaceBook om een slot te gooien op de interactie in die open wereld is tot mislukken gedoemd. Wat niet wil zeggen dat als een individu van een netwerk wordt gegooid die persoon zelf onterecht beroofd wordt van de persoonlijke contacten in het netwerk waar die persoon deel vanuit maakte én dus mede eigenaar van was. Dat soort verbanning is iets wat bestreden moet worden (en vaak doodsimpel te omzeilen is door een andere account of gebruik van een proxy).

FaceBook gedraagt zich als Apple die zich als Microsoft gedraagt die zich als IBM gedraagt die zich als de automobielindustrie gedraagt en daarmee voldoet aan de ‘All American Repression’ van de eigen Amerikaanse ‘vrijheid’. Niks nieuws onder de zon en heel erg Amerikaans. Het is jammer dat door de grote invloed van de V.S. op de technologie van Web 2.0 en verder ook het Amerikaanse normen en waardensysteem in de functionaliteit en het beheer van die technologie terecht zijn gekomen. In die zin is Hyves wel leuk om te zien maar tegelijk ook jammer om dan te constateren dat ook daar dat normen en waardensysteem welhaast het kader lijkt te zijn voor het gebodene. Wat wij, de gebruikers en eigenaren van de netwerken, moeten doen is de discussie aangaan met de politiek en de bedrijven achter de on line sociale netwerken om ze te laten begrijpen dat een openbare infrastructuur met zich meebrengt dat er weliswaar regels zijn maar dat overtreding van die regels niet de ontzegging van het gebruik van die infrastructuur met zich mee kan brengen. Immers iemand met een rijontzegging mag nog steeds de weg op. In een ander vervoermiddel wellicht of met een andere chauffeur. Misschien ligt de oplossing in het door de sociale netwerk bedrijven leveren van quarantaine mogelijkheden of verschillende dimensies binnen hun netwerkplatform.

En verder, op wegen en pleinen en overal hangen camera’s. Het is een slecht maar (helaas) geaccepteerd alternatief voor een zich fysiek uitende politiestaat. De overheid is reactief en moet dat ook blijven. Anticiperen is prima maar ingrijpen doen we wanneer er zekerheid is van grensoverschrijding of als een incident daar is. Een beter alternatief hebben we nog even niet. Waarom zou internet en de sociale netwerken dat strenger beheerd moeten worden dat de straat?

Wat zou het mooi zijn als er een wat anarchistisch sociaal netwerk ontstond. Een on line cyber kraakbeweging of zo. Ik zou er direct lid van worden. Leve de vrijheid van netwerken!

Alice Verheij © 2010

Den Haag en de OV chipkaart

Naast fietsen ‘OV’ ik veel tegenwoordig. Sinds mijn oude auto aan de kant staat omdat ik het niet kan veroorloven er in te rijden gebruik ik de oude bekende alternatieven voor de auto. Eerlijk is eerlijk, het bevalt me eigenlijk wel. Hoewel, dat van die OV chipkaart is toch nog steeds wel een gedoe hoor.

Ik leef zoals bekend in Amsterdam terwijl ik in Den Haag woon. Dat betekend dat ik mezelf regelmatig van hot naar her en vice versa transporteer per OV. In Amsterdam is dat prima te doen. Er rijdt een metro langs een aantal voor mij strategische punten en dat schiet lekker op en er zijn gelukkig heel veel OV oplaadpunten in de stad. Eigenlijk is er altijd wel een oplaadpunt in de buurt als ik het GVB moet geloven. De Google OV map staat bomvol met die plekken. Komt bij dat de Amsterdamse trams keihard rijden met als gevolg dat ik als een soort milkshake uitstap maar wel lekker vlot op plaats van bestemming ben. Zelfs de aanleg van die idiote noord-zuid lijn gaat gepaard zonder al teveel omleidingen van trams en bussen.

Maar dan Den Haag. Alles gaat langzaam in Den Haag en in ieder geval de trams. Ondanks de overwegend vrije trambanen sukkelen de HTM trams in vergelijking met de Amsterdamse racemonsters. Een beetje tramrit duurt over gelijke afstand zeker anderhalf keer zo lang in Den Haag. Daarbij is de invoering van de OV chipkaart op typisch Haagse, lees: HTMse wijze gegaan. Het aantal oplaadpunten is schokkend laag zoals de Google OV kaarten kaart laat zien. In totaal zo’n 24 stuks ik me beperk tot Den Haag zelf. Vierentwintig voor een stad met een kleine half miljoen inwoners. Eén oplaadpunt per grof genomen 20.000 inwoners. Kom op zeg.

De grap in Den Haag is natuurlijk ook lijn 3 en 4 inclusief de verkorte 3k en 4k lijnen. Randstadrail dus. In naam metropolisch, in uitvoering hartstikke modern maar een voorbeeld van hoe het ook helemaal mis kan gaan. De trams hebben de eerste jaren uitgeblonken in ontsporingen omdat veel bochten te krap bleken voor het ding. Ze zijn zo ontworpen dat de gangpaden op veel plekken in de tram zo smal zijn dat er met een beetje drukte geen doorkomen aan is en je kunt er ook nog eens alleen maar met een OV kaart in want strippenkaartstempelautomaten (I love scrabble) zitten er niet in, die staan op de perrons. De OV kaart automaten zijn op die lijnen het laatst ingeschakeld en hebben zeker twee jaar de reizigers aangekeken met een grote sticker ‘buiten gebruik’ er op. Komt bij dat de automaten in Den Haag, in tegenstelling tot die in Amsterdam, het met grote regelmaat laten afweten. Grof genomen 1 op de 10 ritjes kom ik in een tram met niet werkende OV automaten. Je kunt er dan eer kaartje kopen in automaat in de tram maar ook die zijn vaker buiten bedrijf dan in bedrijf wat resulteert in een free ride. Mij hoor je daar niet over klagen overigens.

Maar goed, wat me dus wel bijzonder irriteert is dat belachelijk lage aantal oplaadpunten in Den Haag. Bij mij in de buurt is de dichtsbijzijnde zeker twee haltes met de bus verder. Maar dat is niet alles.

Ik dacht bijvoorbeeld slim te zijn en mijn OV kaart thuis via internet op te laden. Aangezien het ding eigenlijk een creditkaart is moet dat simpel zijn en dat is het ook. Tenminste zo lijkt dat. Dus ik ging naar de website van de OV chipkaart, logde in en voldeed aan alle stapjes en invulschermpjes om saldo op die kaart te krijgen. Klaar is Alice dacht ik. Maar niet dus. Het briljante systeem verteld me braaf dat ik de ‘bestelling’ kan ophalen bij – jawel – een ophaalpunt. Dat is op dezelfde plek als dat oplaadpunt (om het simpel te houden zijn opladen en ophalen verschillende zaken) en dus kan ik alsnog op de fiets klimmen en die paar haltes fietsen totdat ik bij het winkeltje ben waar ik mijn ‘bestelling’ kan ophalen. Hoe gemakkelijk… not!

Dan komt er nog bij dat ik deels een nachtvlinder ben en lang niet altijd reis als het dag is. Dat is in Nederland sowieso al lastig maar met een beetje gedoe en heel veel geduld valt er nog wel te reizen in de randstad steden, er zijn gelukkig nachtbussen. Maar je OV kaartje opladen is dan wel een flink stuk lastiger omdat die oplaadpuntjes gesloten zijn. Nog steeds snap ik niet waarom het niet mogelijk is gewoon in tram of bus je kaartje ter plekke op te laden, zo moeilijk kan dat toch niet zijn in deze internet-wereld?

On top of it all. Kom ik vandaag in het Centraal Station bij de NS om mijn ‘bestelling’ op te halen. Zeggen de NS automaten dat er helemaal geen bestelling klaarstaat (terwijl mijn OV kaart notabene van de NS komt). Kom ik even later bij de stations Appie en meldt het apparaat daar doodleuk dat de bestelling er wel staat en opgehaald wordt.

OV-kaart en internet: een lachertje!

Alice © 2010

QR-codes, BEEtags en zo meer

De meeste mensen hebben geen idee wat het plaatje hierboven voorstelt. De meeste mensen weten wel wat een barcode is. Het plaatje hierboven is een zogenaamde QR code. Een moderne variant van de barcode waar veel meer mee kan dan met de toch wel eenvoudige barcode die we overal aantreffen. QR codes en varianten er van als de BEEtag komen we steeds vaker tegen.

De grap is dat met een programma op je mobieltje met camera een scan van het plaatje gemaakt kan worden en dat programma daar vervolgens van alles mee kan laten gebeuren. Bovenstaande code is een verwijzing naar de website van de Literaire Salon die ik organiseer in Den Haag en Amsterdam. Het is een url. Het voordeel van scannen en automatisch linken is dat er niets hoeft te worden overgeschreven. Fouten uitgesloten dus. Het is een technologie die inmiddels dus ook voor de consument beschikbaar is gekomen, waardoor een bron van creatief gebruik van deze technologie is aangeboord die zijn weerga niet kent.

De toepassingen zijn in combinatie met internet legio. We zullen steeds meer toepassingen tegen komen waarin een brug geslagen wordt tussen drukwerk of ander grafisch materiaal en internet. Integratie met Web 2.0 ligt voor de hand. Ik kan me voorstellen dat er blogs ontstaan waarin door middel van dit soort grafische codes teksten worden gemaakt, gedichten zelfs.

Sterker nog, dat is er zelfs al. Kijk maar eens hier:

http://2d-code.co.uk/category/asides/

en hier:

en bij de Pet Shop Boys:

en tot slot het gedicht ‘Dichtermij’ van mijzelf:

Wanneer de dichter dicht komt ie dichterbij mij.
 Wanneer de dichter dicht komt ie.
 Komt ie dichterbij mij.
 Dichterbij mij.
 Dichterbij.
 Mij.

Alice © 2010

Domeinnamen gedoe

Domeinnamen. De letters achter het puntje in het adres van een website. Het zijn en blijven lastige zaken. De ellende is dat niet alle providers even gemakkelijk omgaan met wijzigingen, verhuizingen en dergelijke van domeinnamen. Zo is er al jaren een risico dat domeinnamen gestolen worden bij foutieve administratie rond verhuizing. Per ongeluk opzeggen wil nog weleens ervoor zorgen dat een domeinnaam gepikt wordt.

De SIDN (de club die de .nl namen beheerd) heeft daar een oplossing voor gevonden die goed werkt. Maar niet altijd.

Als je te maken hebt met een provider waar je een .nl wilt onderbrengen door verhuizing maar die alleen via een website werkt en alles geautomatiseerd doet dan zijn de rapen gaar. Soms. In het geval waar ik mee te maken heb in ieder geval.

De nieuwe provider die ik wil gebruiken kan wel nieuwe registraties doen maar geen geautomatiseerde verhuizingen. Het is een Amerikaanse club en die denken vooral na over hoe Amerikaanse bedrijven in Nederland aanwezig kunnen zijn, vandaar de mogelijk tot registratie van een .nl naam. Ze denken niet na over de mogelijkheid dat een Nederlands bedrijf met een .nl registratie hun website zou willen laten hosten bij ze. Verhuizen dus. De mogelijkheid tot verhuizen wordt gewoon niet geboden via de site.

De enige oplossing lijkt te zijn opzegging van de domeinnaam bij de ‘latende’ provider en nieuwe registratie bij de ‘ontvangende’ provider. Maar dan komt de nieuwe werkwijze van SIDN om de hoek kijken waarbij na opzegging de domeinnaam 40 dagen in quarantaine gaat met als gevolg dat de betreffende site onbereikbaar wordt gedurende die 40 dagen. Bepaald veiliger voor het voorkomen van onterechte opzeggingen maar in bovengenoemd geval funest. De domeinnaam lijkt niet verhuisd te kunnen worden.

En aangezien de site ook niet de lucht uit mag en de bestaande provider niet mee wil werken is er een probleem. De SIDN ‘bescherming’ voor de registreerder werkt in dit geval tegen de registreerder. Internet blijft voor de dienstverleners een lastige zaak. De ene provider adviseert half en onduidelijk, de andere provider kan wel registreren maar hun software kan geen verhuizing aan en de SIDN ‘beschermt’ de klant waardoor het allemaal een ondoorzichtige en rammelende warboel wordt.

En de klant? Die blijft teleurgesteld door de onmogelijkheden in het samenspel tussen de verschillende dienstverleners. Wat rest is de bekende reeks mailtjes en telefoontjes, ongebreidelde volharding en irritatie om toch te krijgen wat die wil. Gewoon de .nl naam van de ene hostingpartij naar de andere, gewoon omdat die ander een veel beter technisch platform biedt met veel meer mogelijkheden voor veel minder geld.

Internet in 2010, het is nog steeds een product dat kinderziektes kent.

Alice © 2010

Stupide websites

Je kent ze vast wel. Websites die opgezet zijn met een goed doel voor ogen en die uiteindelijk zodanig stom zijn uitgevoerd dat ze precies dat niet doen wat je er wel van zou verwachten. Ik irriteer me daar aan en ik ben vast de enige niet.
Zo ben ik nu al een tijdje een OV-er. Bus, tram, trein, metro (als ze niet botsen) enzovoort, ze worden me steeds vertrouwder. Om ervoor te zorgen dat ik niet nodeloos lang met dit rotweer bij een halte sta te kleumen probeer ik van tevoren een idee te krijgen hoe laat ik bij een halte of station moet zijn en wat de optimale route is om van A naar B te komen. Net als heel veel anderen.

Alleen, ik woon in Den Haag. Dat is een extra probleem want het is de stad die op veel fronten nogal knullig met openbaar vervoer om gaat. Kijk de dekkingsgraad van de lijnen in de gemeente is prima hoor. De frequentie van de lijnen redelijk en de betrouwbaarheid goed. Behalve als je met de Randstadlijn te maken hebt want dat blijft een door kinderziektes getroffen zusterbedrijf van de HTM, de good old Haagse Tramweg Maatschappij (die overigens ook buslijnen laat rijden). Maar ach daar gaat dit commentaar niet over. Het gaat over stupide websites en met stip op één staat die van de HTM wat mij betreft.

Kijk, als een mens een OV route wil bepalen dan doe je dat met http://www.ov9292.nl en dat werkt goed. Zelfs de iPhone applicatie die naar de mobiele site van OV9292 gaat werkt redelijk goed. Niet snel, wel betrouwbaar. Maar dan de HTM.

Stel je woont in Den Haag of je bent er om de een of andere reden en je wilt naar een andere plek in Den Haag, een station of zo. Of je moeder. Dan zou je verwachten dat de HTM je helpt om een goede route te vinden in de lijnenbrij en je aan zal geven hoe laat je op welke halte moet zijn. Zo ongeveer zoals die andere OV site dat dus doet. Maar nee hoor, de HTM denkt het beter te weten en geeft je een dialoogscherm om een route te bepalen waarbij je een aantal dingen vooraf moet weten. Een paar kleine dingetjes.

De HTM verwacht eigenlijk dat om een route te bepalen ja van tevoren weet welke lijnen er zijn, van waar naar waar die rijden en welke haltes die allemaal hebben. Simpel gezegd de HTM stelt zich op als de vervoerder van menselijke lading die via lijnen van de ene halte naar de andere halte vervoerd moet worden. Maar dat wil ik helemaal niet beste website knutselaars van de HTM. Ik reis van een adres naar een adres. Zoals iedereen. Gewoon van een straat – huisnummer combinatie naar een straat – huisnummer combinatie. Waarbij ik natuurlijk verwacht dat jullie me kunnen vertellen welke lijn of lijnen ik moet gebruiken en bij welke halte ik moet instappen en bij welke halte ik er weer uit moet. Is dat nu zo vreemd dat jullie dat niet begrijpen?

Het is niet te geloven maar de website van de HTM biedt me precies dat wat ik niet wil. Een systeem waarmee reizen geplanned kunnen worden van de ene halte van een lijn naar een andere. Of en waar je moet overstappen moet je zelf maar uitzoeken en wat de beste route is om mee te reizen? Ach bekijk het maar reiziger. Stamp die lijnennetkaart (die op de website staat) maar in je hoofd en dan, ja dan mag je zien wanneer er een trammetje of busje vertrekt van de halte die je zelf kiest. Het is een volslagen onwerkbaar monster die site waarmee ik als reiziger geen bal op schiet. En wat doe je dan als Hagenees? Precies, je laat de website van de HTM links liggen en maakt toch maar weer gebruik van die andere OV website. Die site die gemaakt is door mensen die begrijpen wat een reiziger wil.

Het is triest maar er zijn teveel van dat soort websites. Aardig idee, stupide uitwerking. Gewoon net als bij de HTM ontspoord. Net zo dommig als het twee jaar van tevoren de tramstellen van de Randstadlijnen 3 en 4 uitrusten met OV kaart apparaten en dan die lijnen als allerlaatste ook daadwerkelijk met die kaarten laten werken. Onbegrijpelijk, niet uit te leggen en gewoon niet slim. Veel organisaties zijn er goed in geworden, het laten maken van websites die niet handig zijn, niet aansluiten bij de behoefte en simpelweg slecht gemaakt.

Alice © 2010

De appel die begon te rotten

apple-rotten

Ik gebruik al jaren computers en andere spullen van Apple. Naar tevredenheid. Maar of dat zo blijft?

Natuurlijk is het niet zo dat er niet zo nu en dan een probleempje met de spullen uit het winkeltje van Steve Jobs zijn. Regelmatig, te regelmatig, ervaar ik hardwareproblemen. Vaker dan vroeger in ieder geval. Mijn Macbook heeft haar tweede witte keyboard door slecht plastic en de cd/dvd drive werkt niet meer. Die in mijn iMac slikt alleen nog dvd’s en geen cd’s. De voeding van de iMac is vervangen en de accu van mijn Macbook. Alleen mijn iPhone is tot nog toe ongeschonden gebleven. Dat was vroeger wel anders. Ik verdenk, net als veel anderen, dat Apple de productiekosten zodanig ver drukt dat zo nu en dan de ondergrens van kwaliteit wordt bereikt. Maar er is veel meer aan de hand.

Apple was vroeger een bedrijf dat een eigenwijze eigen wijze had om computers en software te maken. Een manier van denken die vooral in de creatieve hoek aansloeg. Dat is niet echt veranderd gelukkig. De producten die ze maken zijn nog steeds hartstikke innovatief en zien er gelikt uit. Maar Apple heeft haar donkere kanten. Veel producten en diensten worden zo zwaar beschermd dat het vrije gebruik van die producten en diensten door de consumenten geweld wordt aangedaan. Zo is de iPhone alleen verkrijgbaar via één operator, iets wat niet bevorderlijk is voor zuivere marktwerking. Tuurlijk er is omheen te komen maar dat kost altijd iets aan functionaliteit. De iTunes  en Apps Store zijn gesloten voor anderen dan Apple en door Apple geaccepteerde ariesten en ontwikkelaars. In zo’n mate zelfs dat in de Apps Store bijvoorbeeld programma’s worden geweigerd omdat Apple vindt dat die programma’s niet verkocht zouden mogen worden. Zo wordt porno geweerd omdat Apple als rechtgeaarde moraalridder dat niet goed vindt. Zonder een account bij Apple is het onmogelijk om ook de gratis applicaties te downloaden wat eigenlijk een beetje vreemd is.

De MobileMe dienst (vroeger  DotMac) is nog steeds behoorlijk duur en als je hem niet afneemt blijf je het gevoel hebben niet alle mogelijkheden van je dure Mac of iPhone te gebruiken. De service is in Europa dan ook nog eens matig als het om performance gaat.

Maar het wordt erger. De laatste tijd circuleren er geruchten dat Apple het betaalsysteem van de iTunes en Apps stores wil gaan openstellen voor betalingen aan derden. Een soort PayPal via Apple gericht op microbetalingen. Voor een bedrijf dat elke nieuwe belangrijke productvernieuwing eerst uitgebreid de eigen commerciële successen over tafel gooit (kijk maar eens voor de grap naar een Apple keynote presentatie) vidnt ik dat verontrustend. Apple verword tot een financiële instelling die via de mooie techniek en software zich steeds verder indringt in de privélevens van haar klanten. Een soort Google dus. Geen wonder want de vrijage tussen Google en Apple is toch wel al te evident. Zo evident dat Amerikaanse overheid een onderzoek naar die vrijage heeft ingesteld. En dan nu ook andere betalingen dan die voor liedjes of programmatjes regelen via de servers van Apple?

Misschien ben ik te kritisch maar ik hou niet van dit soort corporate gedrag. Ik wil niet volledig opgegeten worden door Microsoft, Google en Apple. En eigenlijk wil ik helemaal niet het gevoel krijgen dat die drie ondernemingen staan voor een systeem van klantmanipulatie. Maar zo voelt het wel. Voor iemand die bewust heel erg vindbaar is op het net, voor een communicatiejunkie als ik ben is dat een rottig gevoel.

Ik vindt het jammer dat de apple begint te rotten. Misschien moet er eerst iets gebeuren voor de arrogantie van dat bedrijf tot normale proporties terug keert. Want een beetje arrogant mogen ze best zijn zolang ze van die mooie dingen maken.

Alice © 2009

Ik en mijn iPhone en zo

newton-treo-iphone-480Bovenstaand plaatje heeft voor de echte gadgeteers en geeks geen geheimen. Voor de meeste andere mensen zal de relatie tussen de blokken electronica die er staan afgebeeld vaag zijn. Voor mij is het een grappig plaatje omdat alle drie de afgebeelde apparaten door mij gebruikt zijn. De meeste rechtse nog steeds trouwens.

Links staat de Apple Newton, de eerste Palmtop of in twijfelachtig Nederlands handpalmcomputer, gemaakt door Apple in een grijs (plastic) verleden. Ik heb er ooit eentje in mijn computerverzameling gehad. Helemaal compleet gekregen, nieuw in de Mondriaan doos zoals de verpakking genoemd werd. Werkend ook nog en, jawel, met handschriftherkenning. Niet dat je als gebruiker daar nou zo blij van werd want dat ‘handschrift’ moest wel aan een berg eisen voldoen om herkend te worden. En tsja, handpalm gold dan ook nog vooral voor bouwvakkers. Snel was ie niet, zwart-wit wel en onhandig eigenlijk ook. Maar toch, het ding was een aanzet tot een revolutie die jaren later op gang kwam. O ja, je kon er niet mee bellen want het was een palmcomputer, geen telefoon. In die tijd hielden we die apparaten nog gescheiden. De  Newton had bouw, gewicht en uiterlijk gemeen met een Leopard 2 tank en toch vonden we het allemaal prachtig in die tijd. Met de ogen van tegenwoordig is het een archaïsch en nauwelijks bruikbaar of nuttig apparaat.

In het midden een palmcomputer van Palm. Het eerste merk dat naam maakte met kleine ‘personal digital assistants’ of pda’s. In de latere versies gecombineerd met telefoon in de Palm Treo. Na de Palm IIIc en de Palm Tungsten|T was de Treo mijn derde Palm. Er viel mee te werken, de accu ging best lang mee en het zag er best goed uit. Het gedoe met het te kleine aanraakscherm nam ik voor lief en de ongemakkelijke instellingen om een mailtje te kunnen lezen ook. Echt handig? Nou nee. Kwalitatief viel er niet veel op aan te merken behoudens de verlichting van het toetsenbordje want dat begaf het nogal eens vlotjes bij deze apparaten. Maar het gewicht, jeetje. Niet bepaald om vrolijk mee in de handtas te nemen. En het uiterlijk viel ook over te twisten als het om het ontwerp gaat. Het ergste eigenlijk waren die enorme hoeveelheid knopjes aan zowat elke kant van het apparaat. Beetpakken zonder een knopje in te drukken was niet eenvoudig.

De rechtste beauty kent iedereen tegenwoordig wel. De iPhone 3G, mijn maatje van dit moment. Alles kan er mee: emailen, internetten, de weg vinden, boeken lezen of luisteren, muziek luisteren, video bekijken, spelletjes spelen, dictafonen, de tijden van het OV opzoeken, adressen en agenda’s beheren, fotograferen, bloggen, sms-en, twitteren, hyvesen of facebooken en zelfs… telefoneren. Het is geen palmcomputer meer, geen pda, geen mobieltje. Het is een iPhone, een klein licht, sexy, magisch toverdoosje dat voorzien is van een batterij die te snel leegloopt. Maar als ie ’t doet, dan doet ie ’t goed. Het is veruit de mooiste gadget die ik ooit bezeten en gebruikt heb. In alle eerlijkheid, het wordt moeilijk als ik hem niet meer zou hebben want ondanks dus die gekke inbouwde niet vervangbare te snel lege accu én het nadeel dat tijdens het bellen het vrij simpel is om met je oor het gesprek per abuis te verbreken omdat er een aanraakscherm op zit, is het een geweldig apparaat.

De iPhone is nu een goed half jaar in mijn bezit. De eerste echte update van de software heeft plaatsgevonden en daarmee is ie gewoon nog handiger geworden. En toch he. Toch zal ook dit toestelletje een keer verdwijnen. Vervangen worden door iets veel mooiers en handigers. Geen idee nog wat dat dan zou moeten zijn maar gegarandeerd, het lot staat te wachten om de hoek voor deze digitale soulmate van me.

Die Apple van links en die Palm in het midden zijn gedoneerd aan het Museon, samen met nog vierentwintig computers uit de periode 1980 – 2005. Het was mijn verzameling en ze werkten allemaal. Nu hebben ze een rol in het Museon in Den Haag waar ze ingezet kunnen worden in thematentoonstellingen. De keuze om ze aan dat museum te doneren maakte ik nu inmiddels een dik jaar terug omdat het voormalig Museum van het Onderwijs (want zo heette het toen ik in Den Haag opgroeide) altijd een museum is geweest dat ik leuk vond. Mijn iPhone zal er wel niet belanden want die is te leuk om weg te geven. Denk ik. Al is het alleen al omdat het mijn eerste handzame gadget is waar een volledige en kleurig geïllustreerde versie van ‘Alice in Wonderland’ op staat. Genoeg om alleen daarvoor al tot heilige gadget status te stijgen.

alice in wonderland

En wat doe ik eigenlijk het meest met die iPhone van me? Ik heb het eens even in de gaten gehouden en in het kort komt het op de volgende activiteiten neer (in aflopende volgorde als het om bestede tijd gaat): Twitteren, bellen, agenda bijwerken, sms-en, emailen, nationale én internationale kranten lezen, foto’s nemen, googlen, de weersverwachting en de buienrader raadplegen, de weg zoeken, muziek luisteren, ov verbindingen zoeken, browsen, adressen opzoeken, films opzoeken en trailers bekijken, boeken lezen, notities maken, de wekker zetten, internetradio luisteren, teletekst bekijken, het laatste journaal nog eens bekijken, cocktails en recepten opzoeken, rekenen, tekenen en ga zo nog maar even door. Objectief gezien is mijn laptopgebruik behoorlijk afgenomen. Alleen schrijven, daar is ie niet voor geschikt vindt ik. Teveel gedoe en de woorden stromen sneller door mijn hoofd dan mijn iPhone aankan als het om invoeren gaat.

Tsja ik en mijn iPhone…

Alice © 2009

Rotte Appel

apple_monopoly

Karin Spaink heeft een prima column geschreven over het wangedrag van Apple als het gaat om het monopoliseren van de markt voor iPhone applicaties en het censureren van die markt. Lees de column hier.
De discussie als gevolg van die column gaat vooral in op het gedrag en de haalbaarheid, onhaalbaarheid, gewenstheid en ongewenstheid van het beleid van Apple. Alsof het allemaal nieuw is wat er gebeurt. Aangezien ik al enkele tientallen jaren Apple volg (en hun spullen gebruik) vindt ik het verstandig om het historisch perspectief er maar eens bij te halen om te bezien of het gedrag van Apple eigenlijk wel zo nieuw is of gewoon een voortzetting van wat het bedrijf altijd al deed. Hierbij mijn bijdrage aan de discussie.
Overigens is het nuttig om de column van Mike Elgan bij ComputerWorld van september 2007 nog eens na te lezen.

Sinds heel lang werk ik met de spullen die Apple maakt. Niet zonder reden want ik kan niet anders dan zeggen dat van alle computers die ik sinds 1979 gebruikt heb die van Apple veruit het prettigst werken. Ik zal dus niet ontkennen dat ik een Apple ‘fan’ en misschien wel ‘evangelist’ ben.

Toch vindt ik dat Karin (Mike Elgan in 2007) een punt heeft. Als we in de geschiedenis van Apple duiken dan valt op dat het merk sterk is door uitgekiende marketing gecombineerd met goede techniek en fraai ontwerp. Alle drie zijn van belang gebleken en het ontbreken van één van die drie heeft meerdere keren het bedrijf op de rand van de afgrond gebracht. Toen de techniek matig was door trage innovatie halverwege de negentiger jaren was het bijna voorbij met Apple. Toen de marketing zwak was konden concurrenten hun positie ten koste van Apple versterken. Maar iedere grote bedreiging van het bedrijf – en dus vooral van de winst voor de aandeelhouders – werd uiteindelijk gecounterd.

Het laatst werd dat duidelijk toen Greenpeace en anderen Apple onder vuur namen als bijna minst ‘groene’ automatiseerder omwille van de toegepaste materialen, fabricagetechnieken en moeilijk recyclebaarheid van de producten. En wat heeft Apple gedaan? Als altijd: de kaarten gezet op innovatie en marketing. Inmiddels is dat tij gekenterd en is Apple een fabrikant die er verhoudingsgewijs goed bij staat als het om groene producten gaat. De druk vanuit de maatschappij, markt en media heeft het bedrijf doen veranderen. Waarmee bewezen is dat de drie M’s effectief van invloed kunnen zijn in een commerciële wereld.

En dan nu de iPhone en AppStore van Apple. De muziekindustrie is decennia lang een gesloten industrie geweest waar artiesten uitgemolken werden als het om copyrights ging. Zo ongeveer zoals de huidige boeken uitgeverswereld dat nog steeds is. De reden daar achter had te maken met onder andere de noodzaak tot het fysiek leveren van een kostbaar product via een hard medium als plaat, cd, dvd of boek. Meestal in een één-op-één relatie: de software in combinatie met de drager. Inmiddels is alles anders. De software kan onafhankelijk van een fysiek medium gedistribueerd worden, er zijn geen fabrieken meer nodig om muziek en boeken te distribueren want alles kan online. De traditionele muziekindustrie bevindt zich in een verdringingsmarkt en voert achterhoede gevechten rond copyrights, opcenten op de verkoop van fysieke media en bestrijding van elektronische distributie. Zoals elke dynosaurier zal die strijd vanzelf eindigen en staat de uitkomst al vast.

Apple bij uitstek heeft dat begrepen en doet wat het altijd deed. Het aanjagen van die verdringingsmarkt door innovatie, slim marketen en winst maximaliseren door eigen merkgebonden technologie als de opzet van een AppStore met inmiddels meer dan een miljard (!) downloads van Apps. Dat is bepaald niet nieuw want het is precies de manier waarop Apple de Mac heeft gemaakt tot wat het is: de enige personal computer waarbij software en hardware door één fabrikant worden gemaakt en geleverd. Dat begon al met de Apple I in 1976. Het zit Apple (en Steve Jobs) in de genen inmiddels.

Zoals elk bedrijf dat een extreem marktaandeel heeft is Apple echter een stap verder gegaan de laatste jaren. Apple gedraagt zich als monopolist en eigent zich rechten toe die het niet heeft. Dát is waar Karin tegen ageert in haar column en ik vindt dat ze gelijk heeft. Apple bemoeid zich met zaken waar het zich niet mee zou moeten bemoeien. Zoals die van de ethiek in het publieke domein. Alsof de wetgever niet degene is die de grenzen zou moeten stellen. Dat daarbij valse argumenten worden gebruikt als het tegenhouden van seksueel gebaseerde content is ook niet voor het eerst. De Apple benadering van dit moment zou in de vorige eeuw bijvoorbeeld verhinderd hebben dat ‘Lady Chatterley’s Lover’ werd uitgegeven. Ze zou dezelfde ‘Kama Sutra’ als waar het conflict rond de ‘Eucalyptus’ app om draait niet eens hebben laten vertalen in het Engels (waardoor het westen er kennis mee maakte). Apple zou zich gedragen hebben als de big brother in de ‘1984’ commercial die ter gelegenheid van de lancering van de Mac werd gemaakt (en twintig jaar later werd aangepast met een iPod). En daarmee is Apple naast een fabrikant van geweldige producten en een ikoon van design en sterke marketing helaas ook een voorbeeld van commerciële hypocrisie geworden en dat is best jammer.

Apple is gelokt door het grote geld en de extreme winsten die verbonden zijn met een even extreem marktaandeel dwalende geraakt en verworden tot precies datgene waartegen ze vijfentwintig jaar terug streed. Dat is jammer en vergt een kritische houding van de consumenten en technology watchers.

Alice © 2009

Google killer?

alice - Wolfram|AlphaEr is (weer eens) een nieuwe zoekmachine geïntroduceerd. In public beta weliswaar maat toch. En excuus, het is geen zoekmachine maar noemt zichzelf ‘Computational Knowledge Engine’. Wolfram heet ie naar zijn schepper. De ambities zijn niet al te groot want Wolfram (de engine en wellicht ook de man) wil de grootste worden ter wereld. Groter dan de goochelaars van Google. Het is geen grapje en het is niet eens onzinnig. Kom op Ford is niet meer de grootste autofabriek, General Electric en ITT zijn niet meer de grote ondernemingen die ze waren, Microsoft kan geen nieuwe Operating System fatsoenlijk in de markt zetten en is dus ook veroordeeld tot toekomstige marge en of het nu succesvolle Apple overleefd als ome Steve.

Wolfram is een kennismachine, geen zoekmachine. Het bestaat bij de gratie van combinaties van verschillende kennisgebieden ten opzichte van een specifiek zoekwoord. Alsof Google dat niet ook doet, maar ja Google bewaard hun algorithme als geheim. Wolfram zegt het volgende over hun benadering van kennis en kennis zoeken:

Wolfram|Alpha’s long-term goal is to make all systematic knowledge immediately computable and accessible to everyone. We aim to collect and curate all objective data; implement every known model, method, and algorithm; and make it possible to compute whatever can be computed about anything. Our goal is to build on the achievements of science and other systematizations of knowledge to provide a single source that can be relied on by everyone for definitive answers to factual queries.
Wolfram|Alpha aims to bring expert-level knowledge and capabilities to the broadest possible range of people—spanning all professions and education levels. Our goal is to accept completely free-form input, and to serve as a knowledge engine that generates powerful results and presents them with maximum clarity.
Wolfram|Alpha is an ambitious, long-term intellectual endeavor that we intend will deliver increasing capabilities over the years and decades to come. With a world-class team and participation from top outside experts in countless fields, our goal is to create something that will stand as a major milestone of 21st century intellectual achievement.

Nogmaals: toe maar.
‘Alle systematisch beschikbare kennis onmiddellijk bewerkbaar en toegankelijk maken voor iedereen.’

Wat zij Google ook al weer over de toekomst van het internet en Google’s rol?
‘Kunstmatige intelligentie – met zoekmachines die zo krachtig zijn dat zij “alles in de wereld” begrijpen.’
Zoek de verschillen zeg ik dan.

Ik wil niet cynisch zijn, dat ben ik al vaak genoeg, maar ik zie niet al teveel verschillen tussen Wolfram en Google, behoudens twee aspecten:

1. Voorlopig ‘vindt’ Google veel meer dan Wolfram en meestal redelijk ter zake doende en binnen de gezochte context op basis van allerlei informatie waar onder het zoekgedrag van de gebruiker terwijl Wolfram een soort schot hagel methode lijkt te hanteren getuige het schermafdrukje aan het begin van dit artikel. Een zoekopdracht op Alice levert in Google een waanzinnige hoeveelheid Alice informatie. Bij Wolfram vooral informatie die als formele kennis kan worden gekenschetst. Dat bedoelen ze dus blijkbaar met ‘systematische kennis’. De systeemdenkers winnen het weer eens van de creatieve denkers hier met de foute aanname dat systematisch betekend wetenschappelijke of semi wetenschappelijke informatie. Maar ja dat doet Google Science ook al. Het probleem is de werkwijze van Wolfram. Op basis van specifiek vergaarde data die bij Wolfram in beheer is wordt een resultaat bepaald en weergegeven. Niet als links naar andere sites maar als specifieke kennis. Het geeft antwoorden, niet de weg naar mogelijke antwoorden. Probleem is natuurlijk dat als iets niet bij Wolfram bekend is de machine niets kan terug geven. Ander probleem is dat Wolfram dus de vraag interpreteerd en dat is iets dat de mens al niet eens goed kan. De makke van elke semantische (taalgebaseerde) kennismachine inclusief diezelfde mens.

2. Wolfram is net begonnen en dus is er nog niet zoveel voorhanden om in te zoeken. Flauw maar waar. Een zoekopdracht op ‘Alice Verheij’ levert in ieder geval niks op. Slecht voor mij ego natuurlijk.

Nee, ik geloof niet in een Google killer in de vorm van Wolfram. Natuurlijk komt er ooit een Google killer, dat leert de geschiedenis ons. Immers wie ooit groot is zal ooit klein worden en verdwijnen, verdampen, failliet gaan over overlijden. Ook Google. Wolfram echter is erg interessant maar voorlopig nog geen concurrent. Al is het alleen al omdat ze nauwelijks vindbaar zijn bij… Google. Want een paar honderd linkjes die allemaal naar nieuwsberichten wijzen is eigenlijk niks in de wereld van Google.

Overigens… als ik naar de resultaten van Wolfram kijk bij het analyseren van ‘given names’ dan blijkt de informatie bijzonder onbetrouwbaar. Grafieken die er raar uit zien (duidt op gaten in de beschikbare data) en kentallen die daar als waarheden van afgeleid zijn. Niet bepaald wetenschappelijk verantwoord zo op het eerste gezicht. Wellicht dat er nog veel te weinig data bij Wolfram aanwezig is om tot enigszins betrouwbare resultaten te komen. Daarmee is de waarde van Wolfram erg laag.

Alice © 2009

Als browsers vrouwen zouden zijn…

Tussen het inpakken van mijn tas, een serie tweets en de koffie door kwam ik bij DutchCowgirls (één van mijn favoriete tech/geek websites) de volgende tegen. Al lezend realiseerde ik me dat ik blijkbaar val op vrouwen met gadgets en hotties… En ik weet ineens weer waarom ik Internet Explorer mijdt als de soa.

if_browsers_were_women-s569x1250-12173

Alice

Oops someone doesn’t like Sony I guess…

Ehm…

Google’s slash disaster

googleharm

Er is gelukkig niets veranderd in de wereld sinds de opkomst van automatisering. Human error, de menselijke fout, blijft er voor zorgen dat alles wat we veronderstellen een zekerheid te zijn onderuit gehaald kan worden. Zo is er het ‘dikke vingers’ probleem dat de financiële wereld regelmatig in paniek brengt (typootjes die er voorzorgen dat er een nulletje teveel bij miljoenen transacties wordt gevoegd).  Vandaag op de verjaardag van ons aller koningin is er weer een mooie aan toegevoegd: slash-disaster. Een medewerker maakt een fout met het invoeren van een slash op een plek die niet hoort. De ‘/’ werd gezien als inhoud van een boodschap in plaats van onderdeel van een url die door stopbadware.org wordt verstuurd naar Google als ze een ‘foute’ site constateren. Het gevolg: er werd een actie (redirect van de zoekmachine naar een beveiligingspagina van Google) uitgevoerd op alle url’s waar Google naar kan verwijzen in zoekresultaten. Het geweldige resultaat was dat de zoekmachine niet meer kon functioneren omdat iedereen naar die pagina werd verwezen. De lijst van stopbadware.org wordt handmatig bijgehouden.

helpau7

Het is een verklaring en tegelijk een voorbeeld van de zwakte van zelfs de meest geavanceerde zoekmachine. Het is dus mogelijk alles en iedereen in één klap het bos in te sturen. De systemen van Google voorkomen dat niet en daar zit de achillespees. Het lijkt een klein incident maar de gevolgen zijn interessant. Er vertrouwen miljoenen gebruikers en organisaties op de zoekmachine. Er is software die de zoekmachine ingebed heeft. De storing zoals het door Google eufemistisch wordt genoemd duurde zo’n 40 minuten omdat het terughalen van het bestand met de fout een propagatietijd van zo’n 40 minuten kent door de Google infrastructuur. In een tijdsbestek van iets meer dan een uur totaal werd wereldwijd Google onbruikbaar om vervolgens ook zo’n drie kwartier onbruikbaar te blijven. Internet breed is moeilijk af te schatten wat de opgelopen schade is, maar die zal er zeker zijn. In de financiële wereld kennen we het begrip ‘key man exposure’, dat is de ongewenste blootstelling van een individu van een organisatie aan problemen die elders zichtbaar worden en omgekeerd het blootstellen van de organisatie aan de mogelijkheden van een individu binnen die organisatie om de organisatie ernstig te benadelen. Miljoenen worden er geïnversteerd om dat onmogelijk te maken. Binnen de telecom industrie en de automatisering kennen we het ‘single point of failure’ waarmee we een component (hardware of software) benoemen dat er verantwoordelijk voor zou kunnen zijn dat een een dienst verstoord wordt. Google zegt eigenlijk zelf dus van het laatste een slachtoffer te zijn. Dat houdt in een bedenkelijke fout in het ontwerp of de codering van Google’s infrastructuur. Het haalt voor mij een flink stuk van de magie die Google toch wel heeft weg en ik vindt dat een heel erg goede zaak. Het is immers niet meer dan een software en internet bedrijf. Oke, ze maken ook mobieltjes tegenwoordig…

In het plaatje is te zien dat elke gevonden site een waarschuwing toegevoegd heeft gekregen dat de gevonden site mogelijk schade aan de computer kan aanbrengen. De tekst van Google wijst dus naar alle sites die er maar te vinden zijn via Google.

Ze hebben de fout gevonden en hersteld, prima natuurlijk. Maar het zet je wel aan het denken. Er is slechts een slash nodig om Google onderuit te halen. En dat is eigenlijk een geruststellende gedachte. Het blijft een wereld beheerst door mensen, al ben je nog zo’n grote automatiseerder. Overigens was ook de Google nieuwssite down en stopbadware.org zelf ook.

Overigens was het live volgen van de crash een genoeglijke bezigheid. De techsites met als ultieme uitschieter geekbrief.tv deden live verslag van de crash. Twitter kreeg een enorme piek in het gebruik want internetbreed (en dat is dus wereldwijd) werd er lustig heen en weer getweet om te proberen te achterhalen wat de oorzaak kon zijn. Waarmee Twitter maar weer eens bewijst hoe geweldig snel de uitwisseling plaats vindt en hoe snel al die gebruikers samen een gebeurtenis volgen en becommentariëren. Sociologisch gezien verbijsterend.

De voortreffelijke (en mooie) Cali Lewis van http://www.geekbrief.tv schrijft het volgende na een telefoontje met Google:

What happened? Very simply, human error. Google flags search results with the message “This site may harm your computer” if the site is known to install malicious software in the background or otherwise surreptitiously. We do this to protect our users against visiting sites that could harm their computers. We work with a non-profit called StopBadware.org to get our list of URLs. StopBadware carefully researches each consumer complaint to decide fairly whether that URL belongs on the list. Since each case needs to be individually researched, this list is maintained by humans, not algorithms.

We periodically receive updates to that list and received one such update to release on the site this morning. Unfortunately (and here’s the human error), the URL of ‘/’ was mistakenly checked in as a value to the file and ‘/’ expands to all URLs. Fortunately, our on-call site reliability team found the problem quickly and reverted the file. Since we push these updates in a staggered and rolling fashion, the errors began appearing between 6:27 a.m. and 6:40 a.m. and began disappearing between 7:10 and 7:25 a.m., so the duration of the problem for any particular user was approximately 40 minutes.

Alice © 2009