Debat(t)eren

rug

De rijksuniversiteit Groningen doet het. Bert Brussen ook. Het Micha Wertheim Genootschap doet er aan mee en zo ook scholieren.com. Net als, jawel, het Langendijker Nieuwsblad en zelfs mijnwoordenboek.nl. Debateren. Het lijkt een soort volkssport in Nederland te zijn want zo rondsnuffelend zijn er heel veel organisaties en mensen het aan het doen. Debateren.

Het is ook een sport. Er is zelfs een instituut voor: Het Nederlands Debat Instituut. Alleen doen die een variant die wèl door van Dale erkend wordt: zij debatteren. Met maar liefst twee t’s. Zoals het hoort.

Ik weet dat ik zelf ook de nodige spelfouten en taalfouten maak. Onmogelijk om dat niet te doen in het Nederlands getuige het Nationaal Dictee. Zo erg is het dus niet dat er bepaalde woorden en het dt-gebruik regelmatig ten prooi vallen aan taalkundig vandalisme. Onbedoeld vandalisme. Wat mij betreft vallen typo’s niet onder de spelfouten maar onder wat ze werkelijk zijn: typefouten. Gewoon een paar letters verkeerd of niet of teveel aangeslagen zonder dat de schrijver het door heeft. Maar dat is toch wel wat anders dan die stelselmatig gemaakte fouten die zich werkelijk overal manifesteren. Zoals bij ‘debateren’. Een fout die best begrijpelijk is gegeven de Engelstalige vorm van ‘debating’ met één t. Het Engels is immers overal in ons taalgebruik binnen geslopen.

Toch vind ik het jammer. Want ik debatteer liever dan dat ik debateer. Zoals ik liever bakker dan baker ben of gewoon wakker in plaats van een waker.

© 2012 Alice Anna Verheij

Advertenties

Why does Jack own a gun?

About a week ago kids were shot in a school in the US. The after effect is a discussion about gun laws. The main argument used by gun owners and the NRA (National Rifle Association) being that everyone has the right to protect him- or herself and their property. It’s the second amendment of the US constitution. Written when cowboys rode the plains of America to steal land from the native Americans, made when guns where needed for the creation of a nation.

Jack lives on Davenport Avenue in Westchester County, New Rochelle, New York City. It’s a quiet neighborhood. The crime rate is low, the apartments look nice and the cars in the streets are average from cheap to middle class. Jack might very be your run of the mill Mr. Average living in the block next to you. Your friendly neighbor. I really don’t know Jack, no idea how he looks like, no idea how he makes a living. However, I do know where he lives. I even know the exact address, according to his gun permit.

Jack

The Journal News published that information together with names and addresses of another 44,000 gun owners in the Westchester County and adjacent Rockland and Putnam Counties. One in every 23 adults, carrying a gun. Most of them are male. They did so by claiming the right to that information on the basis of the Freedom of Information Act, another basic citizens right in the US. Gun owners of course are angry as a result. This column is not about wether they should or should not have published the map. Obviously there’s a risk in that piblication as it drills down to names and addressess, something I find hard to support. But, it’s out there now and no one can deny it’s reality. Gun owners of course went bazurk over the publication and en masse condemned The Journal News for doing so. On the other hand, it only proves that there are so many guns in that area. And as it is an average community out there, one can be sure things are in fact much, much worse on a national scale. Mind, these are the registered gun owners, not the unregistered and it doesn’t even tell  how many guns are owned by a specific person. The number of guns will abviously be way more than 44,000.

As the map shows the area is absolutely overcrowded with gun owners. Most of them are according to the NRA and a lot of (mostly Republican) politicians ‘decent and responsible citizens’. Who shoot guns. Most of them. The map only shows the pistol owners. Not the ones owning Bushmaster semi automatics or rifles. The map would become unreadable if it did.

gunmap

Anyhow, Jack owns a gun. No idea also what gun and what for. But as Jack is Mr. Average, it might very well be for the purpose of self protection and protection of his property. He might think he needs a gun to do so. But does he? Thing is, he would probably, if it was true that he or his relatives, friends or property are under threat. According to US laws that is. But are they? Is it that dangerous to live in the part of New York where Jack lives? Is the crime rate so alarming there? By the way, this is how Jack’s street looks like. Just an ordinary street in an ordinary neighborhood. Doesn’t seem that there is much happening out there.

Davenport

There’s more information available on the area he lives in. Like on Spotcrime.com, a website showing details of crimes committed anywhere in the US. It also shows the crimes committed in Jack’s neighborhood. In the last three months one crime was registered. An assault resulting from a dispute. Two blocks away. Apart from that nothing happened in the area where Jack lives. No burglaries, no muggins, rapes or killings, nothing. But Jack still owns a gun. Like at least 5 others in his street and over a dozen in the adjacent blocks. Probably all for their safety because there is no way that all of them are sports shooters or hunters or anything like that. They are just Misters Average and Mistresses Average.

ruzie

So why, if for the past three months the only scary thing that happened in Jack’s street was a dispute, does Jack have a gun, a pistol to be exact? Maybe in a drawer in his bedroom, or a cabinet. Maybe in his pocket when you’re having a coffee at the nearby diner.

Or in the café a little bit more further away.

When he gets drunk for no reason.

And gets into a fight with you.

Pulls his gun.

And shoots.

Kills you.

Why does Jack own a gun?

© 2012 Alice Anna Verheij

Note: Jack exists, he really lives there and if you would search for it you would find out exactly where. Not that it matters because Jack is just one of these tens of thousands of gun owners I picked from the map published by the Journal News. Jack could just as well have been Jill or Bill or one of his neighbors Rodney, James, Robert, Salvatore or Thomas. Sorry Jack, it had to be you. I’m sure you’re a decent guy. With a gun.

Transgender zorg en -rechten in Nederland en het bedrog door de politiek.

De discussie loopt al jaren en de stapel toezeggingen van politiek leiders van CDA, VVD, PvdA, SP, Groen Links en D66, zou wanneer opgeschreven en uitgeprint een respectabel aantal pagina’s beslaan. Nog geen jaar terug (voor de val van Rutte 1) waren alle grote partijen het er over eens: aan de slechte situatie van transgenders in Nederland moest een eind komen. Geld werd uitgetrokken voor bevordering van kennis bij de overheid over de problemen die mensen als ik ondervonden en ondervinden. Onderzoeksinstituten kregen opdracht om dat inzicht te verschaffen. Dat inzicht kwam er en de rapporten van het Centraal Bureau voor de Statistiek (in opdracht van het UWV), heel recent van het Sociaal Cultueel Planbureau en anderen schetsten een triest beeld. Voor meer informatie kunt u op deze site wat rondsnuffelen in de categorie ‘transgender’ of naar het TNN gaan: http://transgendernetwerk.nl

help

Op zo ongeveer alle gebied worden transgenders ernstig achtergesteld. De werkloosheid is verhoudingsgewijs extreem groot, er zijn grote problemen in de zorg door wachtlijsten en een slecht vergoedingensysteem, sociale uitsluiting is aan de orde, net zoals armoedeval en maatschappelijke discriminatie. In het kort: een leven van transgender betekend maar al te vaak een leven in de marges van de samenleving waarbij basisrechten je onthouden worden. Dat is dan nog los van de al bekende feiten als de gedwongen onvruchtbaarheid ten behoeve van juridische geslachtswijziging wat een grove mensenrechten schending is waarvoor de Nederlandse staat al zeer regelmatig voor op de vingers is getikt.

Internationaal slaat Nederland een modderfiguur als voormalig tolerant land en voorloperland dat inmiddels alles behalve tolerant en nadrukkelijk een achterhoede land is geworden. Landen als Ierland, Groot Brittannië en zelfs Spanje brengen het er wat betreft wetgeving stukken beter vanaf. De Europese Unie heeft net als bijvoorbeeld Human Rights Watch Nederland aangesproken op de bestaande situatie.

We zijn weer een jaar later. De verkiezingen zijn voorbij en er is crisispraat in de hele politiek. Er moet bezuinigd worden. Van die eenvoudiger juridische geslachtswijziging is het nog steeds niet gekomen. Het wetsvoorstel is er nog altijd niet door. Het recente SCP rapport is erg negatief over de maatschappelijke positie van transgenders waarbij vooral de ontoegankelijkheid van goede zorg en de bedroevende inkomenspositie en maatschappelijke positie opvallen. Onderkend wordt dat er problemen zijn met acceptatie in de samenleving doordat veel transgenders vereenzamen. Dat heeft rechtstreeks te maken met de onmogelijkheid of voor sommigen onbetaalbaarheid van correctie van secundaire geslachtskenmerken. Die groep zal door de crisis alleen maar groeien in de komende jaren. Het percentage zelfdodingen en het aantal transgenders dat daar over nadenken of nagedacht hebben is groot. Daarmee wordt eigenlijk onderstreept dat de huidige organisatie van die zorg en de financiering ervan slachtoffers maakt. Ik kan dat helaas uit eigen ervaring bevestigen want het is echt geen sprookje.

En wat doet de tweede kamer dus wanneer een herstel van het vergoedingenstelsel ten behoeve van vergoeding van correctie van secundaire geslachtskenmerken aan bod komt?

Precies: ze stemde het weg.

Met uitzondering van Groen Links, D66 en de Partij voor de Dieren hebben de partijen gestemd tegen het voorstel om op de zorgbegroting van 60 miljard 200.000 euro beschikbaar te stellen voor het verlenen van vergoeding voor de noodzakelijke aanpassing van secundaire geslachtskenmerken. Partijen als CD, PvdA, VVD en SP stemden tegen het voorstel terwijl voor de verkiezingen zij allemaal meerdere malen aangaven dat die vergoeding terug zouden moeten komen. (In 2005 schafte het toenmalige kabinet ze af.)

Algemeen wordt erkend dat het voor transgenders bijzonder moeilijk is om werk te behouden of een baan te vinden na baanverlies. Omdat ze transgender zijn en op de werkvloer men daar niet mee uit de voeten kan. Of omdat werkgevers liever geen ‘probleemgeval’ in dienst nemen. Dat komt door onder andere door het stigma van de ‘man in de jurk’ dat veel transvrouwen opgedrukt krijgen (over transmannen wordt amper gesproken of gedacht in de maatschappij). Dat problemen met gezichtsbeharing en het niet hebben van een vrouwelijk figuur (in verband met te geringe of afwezigheid van borsten) voor transvrouwen dat stigma bevestigd is duidelijk zodra men zich in de materie verdiept en de politieke partijen zijn zich daar heel goed van bewust. Alle fracties hebben uitgebreide informatie van organisaties als COC en Transgender Netwerk Nederland hierover ontvangen. Naast dus die rapporten die niets aan duidelijkheid te wensen over laten.

En toch werd donderdagnacht dit wetsvoorstel afgestemd.

Hiermee zijn transgenders in Nederland were jaren achteruit gezet. Hoop op verbetering van de zorg op afzienbare termijn is er niet. De wachtlijsten voor geslachtsaanpassende operaties zijn langer geworden in de afgelopen jaren, de vergoedingen zijn veel te beperkt en de kosten voor volwaardige behandeling zijn te hoog voor veel van ons die naast alle problemen van een maatschappelijk transitie die gehinderd wordt door de eisen van het medisch behandelprotocol in combinatie met de afwezigheid van goede ondersteunende zorg en correctie van secundaire geslachtskenmerken. Het leven van transgenders wordt er in tegenstelling tot de nadrukkelijke politieke toezeggingen niet beter op in Nederland maar juist slechter.

Dat partijen als de VVD, PvdA en de SP, die altijd achter verbetering van rechten en zorg van transgenders stonden, dit voorstel afgestemd hebben is ronduit schandelijk. Kiezersbedrog van de bovenste plank naar een kwetsbare groep mensen. Bedrog van partnerorganisaties van de overheid, bedrog van tienduizenden mensen. De enige conclusie die overblijft is dat de transgenders in Nederland van de politieke partijen die in dit land de dienst uitmaken niets te verwachten hebben. Afgelopen donderdagnacht is er in het gebouw van de Tweede Kamer een dieptepunt bereikt in het recht doen aan een normaal leven voor transgenders. De regeringspartijen ondersteund door CDA en VDD zijn daar verantwoordelijk voor. Rechtstreeks.

Mijn walging over zoveel bedrog over de ruggen van een groep mensen voor een bedrag dat verdampt in de marges van de totale zorgbegroting kan ik met geen pen beschrijven. Ze is groter dan wat u hier leest. Voor mij, en vele anderen met mij, kan de politiek gestolen worden. De politieke partijen CDA, SP, VVD en PvdA zijn mijn vijanden. Ze maken mij en mijn lotgenoten het leven zuur en we hebben niets goeds van ze te verwachten.

Ik wens de fractieleden van SP, CDA, VVD en PvdA een uiterst onprettige Kerst toe en een bijzonder ongelukkig 2013. Vanuit het diepst van mijn hart. Beste kamerleden: sterf van mijn part! U bent het niet waard om op de zetels in de tweede kamer te zitten.
Laat ik milder zijn, ik wens alle vrouwelijke tweede kamerleden van die partijen overmatige baardgroei en het verlies van hun borsten en de mannelijke tweede kamerleden castratie in combinatie met een lang publiekelijk leven toe.

Voor de criticasters: ik heb die noodzakelijke aanpassingen om mijzelf maatschappelijk aanvaardbaar als vrouw te kunnen presenteren laten doen, van mijn eigen laatste geld. De keuze was een leven als een schaduw van wie ik eigenlijk ben of armoede. Ik koos het tweede want er is wat dat betreft nooit een stuiver vergoed. Ik ben blij dat ik die keuze maakte want ik leef en het gaat steeds beter, maar de keuze betekende een verscherping van de armoedeval die toch al mijn deel was. Wat verklaard waarom ik hier zo boos over ben. Anderen na mij zullen het niet beter krijgen en dat gun ik geen mens, sterker nog: het is mensonterend.

© Alice Anna Verheij

Hoe machtswellust het CDA om zeep hielp.

Gisteren stond er een interview met Maxime Verhagen in de Volkskrant. De gevallen voorman van het gevallen CDA spreekt er over het gevallen kabinet Rutte 1 en dan met name de totstandkoming daarvan. Het interview maakt een paar dingen glashelder. Het toont hoe Verhagen als een soort zonnekoning van het CDA de formatie van Rutte 1 bestierde voor zijn partij, en wat daar van kwam.

Vooraf: ik ben geen CDAer, nooit geweest en zal het nooit worden.

wilders gedragenCartoon over de rol van Verhagen (en Rutte) ten tijde van de vorming van Rutte 1 (Haarlems Dagblad)

In het interview geeft Verhagen aan dat hij had verwacht na gesprekken met de CDA kamerleden Koppejan en Ferrier dat die niet akkoord zouden gaan met een VVD-CDA-gedoog PVV kabinet. Het is een dwaas argument want hiermee verschuilt hij zich achter de ruggengraatloosheid van twee fractieleden en gebruikt dat om zijn eigen ruggengraat te spalken. Het is het argument van iemand die te strak ingesnoerd zit in een beklemmend korset. Hij zegt in dat interview ook dat hij niet had verwacht dat een gedoogkabinet zou worden uitgelegd als een PVV-kabinet. Die ontboezemingen zijn bijzonder. Bijzonder omdat hieruit blijkt dat één van de belangrijkste voormannen van een op dat moment relevante politieke partij iemand is met een flink probleem. Is Verhagen nu een machtswellusteling geweest, of een naïeveling, een manipulator of gewoon een kluns met een totaal gebrek aan politiek-electoraal inzicht?

Natuurlijk neig ik naar het eerste hoewel hij het laatste doet voorkomen. Want hoe zuiver ben je als politicus wanneer je een abjecte regeringsconstructie tegen de mening van een zeer groot deel van de eigen achterban en een nog groter deel van de samenleving er doorheen probeert te drukken en de enkelingen die zich daar publiekelijk tegen verzetten onder druk zet? Om jaren later, wanneer het allemaal in het gezicht ontploft is met de roet nog op de facie aan te geven dat juist die twee niet voldoende standvastigheid hadden om de consequenties van hun standpunt te nemen op dat zo belangrijke moment. Dat kan alleen maar een door en door slecht politicus zijn die alleen maar wil dat zijn partij in de regering komt. Ten koste van de principes van zijn eigen partij, tegen de eigen ideologie in en tegen de mening in van zowat (en in retrospectief ruim) de helft van de eigen partijleden. Als we de beelden van ‘de deur’ in de herinnering nemen dan zagen we toen toch echt een Verhagen die doelgericht aanstuurde op regeringspluche.

Natuurlijk viel dat kabinet want een gedoogkabinet zou gekund hebben als de gedogende partij een fatsoenlijke was, maar dat was de PVV niet. Integendeel zelfs. Natuurlijk kreeg Verhagen’s partij de trekken thuis en werd eerst gekortwiekt en toen gedecimeerd tot een marge partijtje. Het Groen Links van de Christelijke politiek met een zeteltal dat wellicht voor de SGP een mooi streefgetal is maar voor dat CDA een niet eerder vertoont historisch dieptepunt. De partij zal er ook niet meer bovenop komen want de afrekening door de kiezers lijkt bestendig te zijn. Het CDA heeft afgedaan. Good riddens natuurlijk want een partij die zo met de eigen achterban en ideologie omgaat heeft geen moreel bestaansrecht.

De politiek is veranderd en Verhagen c.s. beginnen nu pas te beseffen hoezeer. Op dit moment wordt het land geregeerd door ongebreideld kapitalistisch egoïsme in de vorm van een VVD kabinet dat in het zadel wordt gehouden door een PvdA die in enkele decennia getransformeerd lijkt te zijn van een socialistische partij in een kapitalistische partij. Het gestuntel van Verhagen heeft niet alleen het CDA onderuit gehaald maar ook het land opgezadeld met de resultaten van electorale walging die omgezet is in waar het land nu mee te maken heeft: een regering die alles sloopt waar dit land goed in was.

Daarmee, en met het dwaze interview in de Volkskrant, heeft Verhagen de twijfelachtige eer aan de wieg te hebben gestaan van het meest rampzalige decennium in de Nederlandse politiek sinds de tweede wereldoorlog. De man zal ongetwijfeld in het bedrijfsleven een prima plek vinden, want zo gaat dat met slechte politici met machtswellust. De kiezer mag dan iemands partij afstraffen (en indirect de man), het grote geld in het bedrijfsleven ziet niets liever dat dit soort mensen aan hun roer komt staan. Verhagen past vrij goed in het rijtje met Kok, Bos en al die anderen die de politiek gebruikt hebben als een route naar zelfverrijking.

Verhagen, fijn dat hij de politiek uit is. De man was alles behalve een verrijking, zijn laatste interview onderstreept dat nog eens.

© 2012 Alice Anna Verheij

Vrij naar Slauerhoff.

Ik hou van sommige dichters en schrijvers, hoewel ik met die liefde kieskeurig was, ben en nog meer wordt. Slauerhoff echter zal altijd bij mij in de buurt blijven. Omdat hij in meerdere opzichten een reiziger was. Net als ik.

Slauerhoff

Na jaren droomwens in sluimerende staat komt het afscheid nog steeds niet nader. Zal ik ooit slagen om dit land te verlaten, elders een bestaan te bouwen? In stilte me mogen terugtrekken ver van onze ‘beschaving’ die dat woord niet meer verdiend als aanduiding. Al is het misschien maar voor een deeltje van mijn leven? Wordt ik ooit een part-time Nederlandse? Tussen culturen in leef ik al maar zal dat nog sterker worden en maak ik de sprong? Slauerhoff schreef het en Wim de Bie liet het ooit eens fraai horen. In Nederland wil ik niet leven…

Maar Slauerhoff is al lang vervallen tot stof. Net als mijn plannen. De taal is mooi maar evenzo versleten. Daarbij, mijn gevoel wordt niet geheel gedekt door de lading van Slauerhoff’s worden en de tijdgeest lijkt ernstig gewijzigd. Wat me er toe bracht om het prachtige gedicht in een eigentijds jasje te gieten voor zover dat mogelijk was. Ontheiliging van oude poëzie ten spijt stort ik mijn hart uit geïnspireerd door mijn gevoel en Slauerhoff’s verbale walging over dit kleinzielige landje. En ja, ik zie het te duister en te somber en ik ben te negatief maar bedenk dan dat alles zo zijn reden heeft en in werkelijkheid is vast wel lief ben.

In Nederland

In Nederland wil ik niet leven,
men moet er steeds zijn krachten geven,
ten bate van het grote gewin,
omwille van noodzaak’lijk gepin.
‘k Ga liever leven in de armoe,
waar men geen last heeft van die gekte
of ‘t knagen van mijn maag, waar over ik niet repte
als een dwaas die vreten moet.

In Nederland wil ik niet dood,
en op de kille grond verstrooien
waarop men teveel heeft gelopen.
Daar blijf ik liever verre vandaan
en kom terecht bij stadsnomaden.
Mijn medelanders roepen mij: ,,Jij bent mislukt!”,
fijn dat ik hen zo kon verlaten,
want ja mijn vrijheid is mij toch ontrukt.

In Nederland wil ik niet leven,
men moet er altijd naar meer streven.
Niet om ‘t welzijn van zijn medemensen denken,
en overal mag men de ander krenken,
maar niet belasting ontduiken, dat donker kwaad,
alleen omdat men deze niet aanstaat.
Zomaar de boel laten verrekken
getuigt van asociale trekken.

Ik wil niet in een Vinex moeten wonen,
in lelijke nieuwe steden en ook dorpen.
Bij duizentallen die verworpen
daar zitten, allen voor een pratend scherm
uit verveling, niet om te tonen,
dat men wel weet, maar niet spoort
En zondag met elkaar gaat rellen
in stadions waar ze elkaar kwellen.

In Nederland wil ik niet blijven,
ik zou van angsten gaan verstijven.
Het is me daar te hard, te heftig,
men spreekt er zo luid, wordt nimmer deftig,
en danst nooit op de hete vulkaan
maar kan wel de zwakken slaan.
Nooit zal men nog om onrecht staken gaan,
en nooit, nee nooit durft men nog op rechten te gaan staan.

© 2012 Alice Anna Verheij

Opgezegd.

Ik heb het opgezegd. Dat abonnement. Het kostte me immers elke maand een tientje en dat is het niet waard. Zo af en toe het nieuws kijken of een programma dat te vaak onderbroken wordt door boodschappen waar ik geen behoefte aan heb. Liever koop ik er een goede fles wijn voor iedere maand, of twee wellicht iets minder goede maar toch altijd nog smakelijker flessen dan de flauwe grappen van Bekende Nederlanders.

tv static

De zinloosheid van het publiek bestel schijnt, zo lees ik ergens, er toe geleid te hebben dat er wellicht van drie door programma’s onderbroken reclamezenders terug gegaan wordt naar twee publieke reclamenetten. De derde wordt dan gevuld met iets regionaals. Dat is het soort televisie dat het goed doet in verzorgingshuizen of als bewegend behang. Televisie met onwelriekende spruitjeswalm. Nee, voor mij hoeft het allemaal niet meer. De detectives van de katholieken kan ik op mijn laptopje zien en mocht er zo nu en dan eens een interessant programma zijn dat stel ik me er op in om het te missen. Want dan kan ik er later naar kijken wanneer mij het uitkomt en er een interessepiek bij me optreedt. Maar buiten dat bevalt de rust die ik nu in mijn wereld weet me zo goed dat het knopje rechtsonder aan het scherm vaker beroerd wordt om een film te bekijken die ik op mijn computer afspeel dan dat ik er naar een programma mee schakel.

Natuurlijk, een wezenlijk verschil tussen de ‘publieken’ en de ‘commerciëlen’ is a nauwelijks. Het is een soort strijd tussen ‘hoeksen’ en ‘kabeljouwen’ waarbij inmiddels ook bijna niemand meer weet wat het onderscheid was tussen die twistende partijen. Op de televisie laat de een reclames zien onderbroken door nietszeggende programma’s voor Jan met de pet, Henk, Ingrid en tanta Pietje, de ander onderbreekt de reclames met het gepraat van mannelijke hoofden in een doorgedraaide wereld of een ego show die naar een overjarig sexistisch duo is genoemd. Ze boeien me niet. Gelukkig maar. De laatste jaren leefde ik met zo’n Digitenne ding in huis, dat was niet zo duur en zoveel keek ik toch al niet. Als ik het apparaat aan zette leidde dat steevast tot een vrij snelle irritatie, niet in het minst omdat de nieuwsvoorziening te Nederlands eenzijdig is. Onderwerpen die hier eindeloos worden uitgemolken en stupide hype gedrag terwijl de rest van de wereld met hele andere zaken bezig is. De armoe droop zo ernstig van het scherm de laatste tijd. Zelfs iemand als Paul de Leeuw leek vooral verveeld te zijn met zichzelf. Ongelijk geven kan ik hem niet als dat inderdaad zo is.

Per 1 januari is het gebeurt met de televisie. Einde oefening. Het scherm kan nog dienst doen als monitor voor videobewerking maar verder is het wel klaar zo. Tot die tijd denk ik niet dat ik het nog aanzet voor een programma. Ach weet u, ik haal de kabeltjes en Digidinges rommel gewoon nu al weg. Eindejaars opruiming. Heeft iemand nog behoefte aan een Digitenne insteekkaartje voor een moderne flatscreen televisie? Nieuwprijs €25, je mag hem hebben voor een tientje of twee flessen glühwein.

© 2012 Alice Anna Verheij

Het schiet niet op vandaag.

Maandag.

Voor veel mensen niet een dag om naar uit te zien, voor mij een dag als zovele andere dagen. In deze tijd van het jaar vooral grijs en kil en bepaald niet inspirerend. Er moeten een paar dingen gemaakt worden en er is een overmaat aan koffie noodzakelijk om dat ook te laten gebeuren. Maar de bonen zijn bijna op, het is rotweer buiten en de portemonnaie is ernstig leeg. Eigenlijk is maandag een dag om brieven te schrijven maar echt in de stemming ben ik daar niet voor. Vaak immers zijn die brieven gekoppeld aan gedoe waar ik niet op zit te wachten en wat me mateloos irriteert. Een liefdesbrief dan maar? Ach.

Veel te laat stuiter ik mijn bed uit, het vooral ’s morgens te stijle trapje af. Met een bons land ik op de houten vloer die een beetje kraakt. Dat doet die overigens altijd. Het is koud in mijn woon/werk/slaap/les en schrijfkamer dus ik tik met mijn teen tegen de draaiknop van de gashaard om wat warmte te brengen. Achter het gordijn blijkt licht verstopt te zitten, ik schuif de zware nepfluwelen gordijnen opzij om het toch wat schaarse licht mijn kamer in te laten. In het langs gaan groet ik Nataraja die nog steeds danst, een wierook stokje licht op om even later de vlam te verliezen en de geur af te staan aan mijn domein. De dag is weer begroet. Nog voor ik me aangekleed heb draait mijn hand de koffiemolen al om de inmiddels niet meer echt verse bonen te vermalen tot het bruine grove poeder dat mijn gemoed wat moet temperen en de zin in weer een te grijze dat doen toenemen. Er moet nog steeds veel teveel gedaan worden dat me afhoudt van wat ik eigenlijk wil. Hoewel op de maandag morgen het niet meevalt de hersens te plooien naar de weerbarstige werkelijkheid van mijn dames die mij hun meest intieme leven laten vastleggen op het zware papier van de nog grotendeels lege dummies. De laatste weken hebben ze niet zo’n geweldige bui en krijg ik vooral gezeur over me heen. De jongste van het drietal doet nogal verwend hoewel ze dat toch eigenlijk niet is. Of was.

vfw

De koffie smaakt me wonderwel goed. Een beetje kardemom maakt zoiets simpels toch altijd een beetje aangenamer. Ondertussen probeer ik me niet teveel zorgen te maken over de banaliteit van eten wat later deze week problematisch kan worden. Het heeft geen zin om die paar centen te tellen die er over zijn. Tegenstrijdig is het wel om te weten dat de onmogelijkheid van een stuiver omdraaien snel bereikt gaat worden terwijl ik me daar niet druk over kan maken. Zoals altijd zal het zich wel oplossen en eigenlijk wil ik alleen maar haar in mijn armen sluiten en mijn hoofd op een schouder laten rusten.

Rare gedachten voor een maandag. Muziek dan maar.

If the butterfly courted the bee,
And the owl the porcupine;
If churches were built in the sea,
And three times one was nine;

If the pony rode his master,
If the buttercups ate the cows,
If the cat had the dire disaster
To be worried by the mouse;

If mama sold the baby
To a gypsy for half a crown;
If a gentleman was a lady,-
The world would be Upside-Down!

If any or all of these wonders
Should ever come about,
I should not consider them blunders,
For I should be Inside-Out!

Zingt ze.

Ik wordt er vrolijk van. Het is raar maar mijn sociaal leven is stilgevallen, vooral omdat ik zelf stil val. Gezelschap is een behoefte maar zodra die vervuld wordt een belasting. Soms prettig zoals afgelopen weekend maar meestal vooral afleidend van wat ik moet doen. Ik voel me asociaal en ben het ook. Kluizenaar ik niet ergens buiten in de polder dan doe ik dat wel thuis. Deur dicht, gedempte muziek, gedempt licht, gedempt gevoel. Het is maandag maar de tijd is verdwenen en de rest van dit jaar van geen betekenis meer. Niets staat er op het programma, geen bezoek (nou ja ééntje nog), geen dwingende zaken anders dan het al genoemde gezeur met brieven en formulieren, geen feesten. Niets. Mijn rechter hersenhelft laat me weten dat ik misschien te ver weg kruip, mijn linker is al ondergedoken. Zo’n maandag als vandaag verdwijnt vanzelf.

De koffie is op.

Eindelijk ben ik zover dat ik kan beginnen. Er moet gewerkt worden. Mezelf binnenstebuiten keren, een verse week wacht op mij en de dames zijn ongeduldig. Ze willen dat ik luister en schrijf en ik voeg me bij die vrouwen die me voor gingen.

Nu goed dan, ik kom al.

© 2012 Alice Anna Verheij

A joyful death in Deventer.

Today I witnessed a heartbreaking scene in the streets of the old town of Deventer. The two young women were crying their hearts out over their tragic loss who was laid to rest in a simple coffin on a simple handcart pushed over the cobblestones by two grumpy sextons. The two were obviously anxious to get their job of transporting the remains to the graveyard done as quickly as possible but the women weren’t able to say their last goodbyes to the deseized yet.

Death in Deventerphoto © 2012 Alice Anna Verheij

At the first attempt of closing the coffin the two men were interrupted by a loud cry: “No, no!”. The young lady dressed in deep black, obviously the widow, stopped them in their act to gaze at her loved one for the last time. Then, ruthlessly the sextons closed the coffin and soon after weeled the handcart away through the crowd who witnessed what happened. The two young women followed slowly, gazing with tears in their eyes into a distance unknown.

Not far around the corner the coffin opened of course and I suppose they all drank tea happily before replaying it all again. They were a few of the actors and entertainers that populated the successful ‘Dickens Festival’ in the beautiful city center of Deventer. I thoroughly enjoyed the weekend there visiting and taking hundreds of photos, having wonderful conversations and enjoying tea, hot wine and the hospitality of the Deventer people. It was a truly amazing weekend and an example of how tens of thousands of people could have a great couple of days enjoying the visual spectacle of past times revived.

Everything was perfect. The clothes were amazing and many – if not all – of the people wearing the Victorian fashion enjoyed themselves as much as the crowd passing in the streets. Everything went smoothly and I didn’t see or hear a false note at all. What a great way to live up to Christmas this was. No matter what will happen I’m sure I’ll visit the Dickens Festival next year again. Maybe in a more perfected Victorian dress than my improvised outfit that I wore this weekend. I came back home with an immense amount of inspiration for the work on my new novel and a lot of new ideas I can use.

Thanks to the organising committee and the people of Deventer. It’s been marvelous!

© 2012 Alice Anna Verheij

Na de opheffing.

Volgens velen houdt ons bestaan hier op de 21e december op. Gelukkig maar, denk ik dan want wat een zooi heeft de mensheid er van gemaakt. Het aantal landen in oorlog is niet substantieel minder dan enige tijd geleden, het lijden van de mensheid ook niet. De verschillen tussen arm en rijk zijn weer groter geworden en daarmee ook de arrogantie van de eerste groep. De ‘have’s’ zijn dominanter dan ooit.

maya-doomsday

Gelukkig is er na 21 december 22 december en daarna nog heel veel andere dagen. De Maya’s hebben volgens sommigen voorspelt dat de wereld ten onder gaat over een week maar zijn dat zelf al vele eeuwen voordien gegaan. Dat hadden ze toch moeten voorzien denk ik dan. Atlantis bestaat vooralsnog alleen in sommige boeken, mooie fantasieën en uiteraard in Hollywood. Stargate Atlantis is inderdaad best aardig om te bekijken hoewel Star Trek toch altijd nog onverslaanbaar blijft.

Maar ik dwaal af.

Het gaat er dus om wat te doen na die ondergang van onze wereld. Aangezien ik tot de circa 7 miljard overlevenden behoor (net als u overigens) heb ik de vrijheid genomen voor volgend jaar toch maar wat plannen te maken. Mocht u twijfelen over die zeven miljard da is het nuttig om hier even te gaan kijken. (Maar let op voor depressiviteit en doemdenken als gevolg van wat u daar leest.) Voor wie mij kent zal duidelijk zijn dat dit uitzonderlijk is. Voor volgend jaar staan de volgende zaken op de rol:

  • de zooi in mijn eigen leven opgeruimd krijgen tot een acceptabel niveau
  • weer achter een eigen voordeur komen te wonen, liefst niet alleen
  • eindelijk mijn dichtbundel ‘Passiezeren’ uitgeven (met 52 gedichten)
  • toch maar een heruitgave doen van de verhalenbundel ‘Genderdans’
  • mijn nieuwe roman ‘Lachrymae’ afschrijven en uitgeven of uit doen geven
  • een geweldig project doen met die andere geweldige schrijfster
  • de documentaire Headwind afmaken in de vorm van vier korte films
  • een nieuwe fototentoonstelling samenstellen met mijn mooiste werk
  • reizen
  • leven
  • liefhebben

Kortom, na het vergaan van de wereld volgende week wordt het nog een druk jaartje voor me als u maar niet denkt dat ik alle rotzooi op ruim die er na volgende week achter blijft.

Alice Anna Verheij

Trein-eren

In Holland rijdt een trein. Soms.
En die trein gaat naar België. Soms.
In Holland zijn we goed in trein-eren. Meestal.

Soms ook niet. Bijvoorbeeld wanneer die trein nieuw is en met Hollandse zuinigheid gekocht. Zoals de Fyra. Een trein met een fantasienaam die moet refereren aan ‘fier’. Maar hoe fier is een trein als hij niet rijdt. Of te laat. Of strandt. Zoals die Fyra.

fyra

foto: Spoorliefhebber

Of nog erger als die niet stopt op een hoofdstation.

De Fyra, het non-product van de NS samen met de NMBS van onze zuiderburen, is een treinverbinding die met een hoop poeha op de rails gezet is maar al in de eerste week van haar bestaan ten onder lijkt te gaan aan fout op mislukking. Vooraf was er de schier oeverloze discussie over de halteplaatsen van het monstrum. Den Haag viel al snel af, sterker nog, de naamgeving ging al niet uit van vijf belangrijke steden maar slechts vier. Ondanks weerstand van tweede kamerleden, gemeente Den Haag en zo ongeveer iedere reiziger die een beetje vlot van Den Haag richting het zuiden wil, werd besloten om Den Haag als stopplaats te diskwalificeren. De wegen van de NS zijn wat dat betreft zo ondoorgondelijk als hun seinen en wissels onbetrouwbaar in wintertijd.

Maar goed, er is dus nu al een week een ‘verbinding’ tussen Amsterdam, Rotterdam, Antwerpen en Brussel. Als vervanging van de blijkbaar te gewone intercity verbinding tussen die steden, die het dus eigenlijk altijd prima deed. Het moest sneller. Zoveel sneller dat er sprake moest zijn van een hogesnelheidstrein (mooi Scrabble of Nationaal Dictee woord). Dat ding is er nu. Alleen mocht het niet te duur worden dus is er zo ongeveer het goedkoopste materieel gekocht dat mogelijk was. Materieel dat nogal storingsgevoelig blijkt. Nu mag dat verbazingwekkend zijn voor sommigen maar het past in een bestaand patroon waarin de invloed van de NS niet te ontkennen valt. Want welk spoorbedrijf kiest stoptreinen zonder toiletten voor de reizigers? Precies.

Nu zou je verwachten dat een spoorbedrijf dat al decennia met een gestructureerde dienstregeling te maken heeft in staat is om nieuw materieel in te zetten zonder dat er problemen met gewenning aan die dienstregeling aan de orde is. Niet dus.

Ook zou je niet verwachten dat nieuw materieel goed getest en betrouwbaar is. Vraag het de reizigers die in de eerste week met de Fyra reden. Vijftig procent kwam te laat aan.

Net zo min zou je verwachten dat er te weinig materieel zou worden ingezet op een spoorverbinding die al decennia bestaat. Er zijn immers verkeerscijfers over die verbinding bekend en ik maak me sterk dat de NS wel degelijk kan tellen. Hoewel.

Bijzonder is dat er over het traject Antwerpen – Brussel betrekkelijk weinig klachten zijn. Zolanr niet gestaakt wordt. De grootste problemen lijken toch echt in Nederland te zijn. Tsja. Bijzonder is ook dat als Hagenaar/Hagenees het me onmogeljk gemaakt wordt om vlot naar Antwerpen of Brussel te komen. Alsof het plaatsen in Zuid Patagonië of Nepal zijn in plaats van in België. Groningen is potjandikke verder dan Antwerpen. Die Fyra is echter een bijzonder lijntje want al het bovenstaande is wel van toepassing op de nieuwe hi-tech-hi-speed-internationale-trein van de NS en NMBS. Die NMBS is overigens niet al te blij met de ‘prestaties’ van de noorder-spoor-buren. Zozeer zelfs dat, gegeven het Hollandse spoorgedoe, de directie van de NMBS hun collega directie van de NS op het matje heeft geroepen.

Dat is natuurlijk een typische Belgische actie. Want hoe moeten die Ollanders op het hoofdkantoor van hun Belgische collega’s komen? Met de Fyra komen ze te laat of helemaal niet en als het een beetje tegenzit zijn de Belgische directieleden er zelf niet eens want de NMBS staakt om de haverklap.

Sporen in Nederland en België, het blijft een bijzondere activiteit.

© 2012 Alice Anna Verheij

Herinneringen aan Simon Smit, fotograaf (1914-2012)

Simon Smit is overleden. Simon Engelbertes Smit om precies te zijn. Achtennegentig is hij geworden en geen mens zal ooit weten hoeveel foto’s hij maakte. Ergens in mijn jeugdherinneringen zit de man opgeborgen op een mooie plek.

simon smit

Het is zomer 1970 en ik ben acht jaar. Het jaar ervoor had mijn vader mij midden in de nacht mijn bed uit gehaald om op de zwartwit Metz televisie te kijken naar de eerste maandlanding. Bij de NTS en gepresenteerd door Henk Terlingen. Maar in 1970 kwam die wonderlijke NASA naar Den Haag. Op het dak van het Congresgebouw (nu World Forum en lang niet zo mooi als toen) was een grote tentoonstelling ingericht. Een droom voor een kind van acht. Er stond een capsule van een Gemini raket en wat dingen van de Apollo 8 en allerlei ander spul. Ik kwam er weg met een tas vol NASA promotiemateriaal gericht op kinderen. Raketten van karton en kaarten waarop je een mannetje kon aankleden in laagjes tot op zijn maanpak en nog veel meer. Ik heb het jaren bewaard maar geen idee waar het gebleven is. Verloren in de tijd.

Met mijn vader, moeder en zus liepen we op de tentoonstelling en blijkbaar waren we in de ogen van ‘Smitje’ zoals de fotograaf genoemd werd geschikt om op de gevoelige plaat vast te leggen. Voor in Het Binnenhof, het kleine zusje van de Haagsche Courant. Smit sprak mijn  ouders aan en we werden naar een tafel getroond waar zakjes met ruimtevoedsel op lagen uitgestald. Een belangrijke meneer legede uit wat het was en natuurlijk wilde ik het eigenlijk proeven. Dat was niet de bedoeling dus we moesten het laten bij het poseren als standaard papa, mama, dochtertje, zoontje gezin. De foto is vast nog ergens in het persarchief van Sijthoff te vinden en misschien heb ik hem nog wel ergens in één van de albums die ik nog heb uit mijn vroege jeugd.

Smit, zo herinnerde ik me, was een innemende meneer met een knoepert van een camera op zijn buik en zo’n flitser die tot parabool uitgevouwen werd en voorzien van blauwe flitslampjes, zijn bril droeg hij op het voorhoofd en niet op zijn neus. O ja, zijn jasje wat geruit en hij was een wat vierkante gedrongen man toen. Ik weet nog dat hij de tijd nam en het leuk vond hoe wonderlijk wij alles vonden. Het was ook een mooie foto die hij maakte.

Vandaag kwam dus het bericht dat deze prachtfotograaf van het leven er niet meer is. Het was zijn tijd. Waar hij bekend werd van de Juliana-Bernhard-tandem foto, herinner ik mij van die zomerdag op het dak van het Congresgebouw bij een grote witte tafel met zakjes ‘ruimte eten’. Dat is op zich een prachtige herinnering die ik koester.

© 2012 Alice Anna Verheij

De laatste en de eerste tram.

Ik woon in een stad met trams. Dat heb je niet in alle steden. Sterker nog, het is een kleine minderheid van steden waar je trams tegenkomt. Wanneer je in zo’n stad niet al te ver van de trambaan af woont dan herken je het distinctieve geluid van zo’n stadse spoorwagen.

Bij mij direct om de hoek rijdt lijn twaalf. Tenminste, tussen twee minuten over zes in de richting Hollands Spoor bij de eerst passerende tram tot tien over half twee in de nacht de andere kant op naar de remise. Waar ik de hele dag de trams niet gewaar wordt vallen mij steeds vaker die eerste en die laatste tram op. Die klinken namenlijk anders dan de trams van de tussenliggende ritten.

Het lijkt een mysterie waarom dat zo is maar het is goed beschouwd heel wel te verklaren waarom de klank van die eerste en laatste tram zo afwijken van alle andere. De oorzaak ligt in mijn vaste overtuiging in een drietal belangrijke aspecten van stadse trams.
Het ene is het tijdstip. Want hoe druk ook de stad kan zijn, op de uren van die eerste en laatste tram is het doodstil buiten en dan is de klank van de voorbij rijdende tram minder verstoord door ander verkeer. Er is zelfs amper nog verkeer te bespeuren op die momenten.

Marconistraat-Copernicusstraat

De kop van de Marconistraat uitlopend op de Edisonstraat waar lijn 12 rijdt.
foto: © 2012 Alice Anna Verheij

Maar dat is niet alles. Het heeft in het geval van lijn twaalf bij mij om de hoek ook te maken met de ligging van mijn kamer aan de voorkant van het huis hoog boven de straat niet ver van de kop van de straat. De huizen bij die kop van de straat zijn net zo hoog als het huis waarin ik woon en mijn straat eindigt in een T-kruising met aan de andere kant van de straat een gevelrij van gelijke hoogte als die in mijn straat. Die T-kruising is als ware het een klankbord waarbij de kop van de Marconistraat het klankgat is en mijn straat zelf de klankkast. Wanneer in de vroege of late stilte een tram voorbij rijdt dan galmt het geluid van die tram in reflectie via de lange gevelrij van de Edisonstraat rechtstreeks mijn straat in. Tramgeluid draagt ver en kondigt zich ook op een specifieke manier aan. De aankomende tram klinkt als glijdend metaal over een metalen oppervlak. Waar bij treinen spoorbielzen zijn die ritmisch dreunen wanneer de trein er overheen rijdt, heeft een tram dat niet. Er zitten geen onregelmatigheden op de rails die de hele dag door geslepen en gepolijst worden door de stalen wielen van de trams. Dus klinkt een tram alsof er ijzeren blokken over een ijzeren plaat geschoven worden, van zacht in de verte tot luid bij de kop van mijn straat naar wederom wegstervend op weg naar de volgende halte. Maar er is nog meer wat die eerste en laatste tram zo anders maakt in geluid.

Dat is de rijsnelheid.

Ik denk dat zowel bij de eerste als de laatste rit de tramconducteur in een andere emotie zit bij het besturen van zijn tram dan op de andere ritten. Er zijn nauwelijk passagiers in die eerste tram. De remise van de Lijsterbesstraat is maar een paar haltes weg en de kans dat er op zo’n vroeg tijdstip al passagiers bij de tweede halte in de tram kunnen zitten is heel erg klein. De conducteur heeft zijn wagen nog helemaal voor zichzelf. Iets dat de rest van de dag niet meer voorkomt. De man of vrouw achter de knoppen heeft de machine helemaal voor zichzelf. Het lijkt mij dat zoiets een weldadig gevoel van macht en controle geeft op die eerste rit. Er is nog amper verkeer op het vroege uur dus die macht wordt niet verstoord door andere verkeersdeelnemers. Het is het uur dat de tramconducteurs op het eerste deel van de eerste rit van de dag de keizers en keizerinnen van de stad zijn.

Bij de laatste rit is dat anders maar net zo specifiek. De tram is aan zijn laatste haltes bezig en steevast zijn er controleurs opgepikt door lijn twaalf en de andere trams die in de remise eindigen. Aan het eind van de werkdag in de eerste uren van de nacht verzamelen de trams met hun conducteurs en controleurs zich in die remises waarna de mensen naar huis gaan. Zo’n laatste rit is dus een ritje met meer collega’s dan passagiers in de wagen. Gedurende de rit, zo ongeveer vanaf een halte of drie voor het Copernicusplein bij mij om de hoek, verplaatsen de controleurs zich al pratend ontspannen naar voren, naar de werkplek van de conducteur. Ik stel me zo voor dat ze eenmaal in de remise ook door de voorste deur van hun tram uitstappen. Zo’n collega- en vriendenrit is anders. De spanning van de dag is er af en de dienst zit er op. Dus wordt er lekker doorgereden en ook dan is er amper ander verkeer in de uitgestorven straten. De stad slaapt immers al grotendeels.

Op een enkele schrijver na misschien die een tram voorbij hoort komen en zich afvraagt waarom de bestuurder van een tram conducteur genoemd wordt en nooit net als de bestuurder van een trein machinist.

© 2012 Alice Anna Verheij

Living backwards.

I don’t know. I really don’t. Thing is that I have this feeling that I am living life backwards. Growing younger in stead of aging. A bit like Sean Morey wrote a long time ago and being quoted – and misquoted by the likes of George Carlin and Woody Allan. Living backwards as if I become younger. As if youth is returning and I am not coming of age but leaving of age in stead.

alice living backwards

I know by experience that life is a circular thing, it revolves and revolves again. Which means age is just a state of mind, not a reality. I know young people with an age old mind and old people with a juvenile brain. It’s how things are. Every now and then the two meat on common ground when two people find each other and recognize the other one as ‘one of those’ or even ‘one of us’. The old spirits who are truly age-less. These amazing people that seem not to be locked into the age their physical presence prescribes. They’re souls, they’ve circled, they know, they reconize and they do not care for wether the other person is physically older or younger. They are the ones who recognize true age, the age of the heart. I do not believe in re-incarnation because I know, the memory and the experience is simply to vivid not to be understood.

And I guess I’m one of them. I’ve been here before.

I’ve been young and I’ve been old. Now I’m in between the two. I have experiences, I’ve loved and have been loved, fell in love and lost it, been rich and poor, healthy and less healthy. It really doesn’t matter that much anymore. It seems that I’ve past the boundary of ignorance and I’ve loved and hated the journey. But it’s coming to an end because I do know where I am, what I am and why. There’s no need for what other people find important.

By surprise I found that it’s clear now. I don’t mind how things go unless I can be with the ones I love and create whatever my minds tells me to. I am for what it’s worth my art and my art is my life. No boundaries, no consessions, no hustling. I just know I’ll be fine, I’ll just grow younger or maybe even shrink younger. I am opposite.

Anna.

Debat op 2: reconstructie van een mislukte uitzending.

Noot: de redactie van Debat op 2 heeft niet gereageerd en ik verwacht ook dat ze dat niet doen. Uiteraard is dat een zwaktebod. Het zei zo. Daarmee komt ook een einde aan de discussie op mijn schrijfplek. Er worden geen nieuwe inzichten gepresenteerd in de reacties dus hiermee sluit ik ook de reactiemogelijkheid. Iedereen bedankt voor de instemmende èn de afwijzende reactie op wat ik over dit onderwerp geschreven heb in de afgelopen dagen. Een goede decembermaand gewenst.

Alice Anna

De KRO en NCRV hebben een gezamenlijk debatprogramma.

Ongeveer een jaar geleden is de redactie van het programma Debat op 2 gewezen op de problematische situatie van transgenders in de Nederlandse samenleving. In het jaar na die eerste signalering heeft men mensen gezocht die de redactie konden helpen een goed programma te maken. Die mensen heeft men gevonden en er is een aantal bijeenkomsten en een serie gesprekken georganiseerd. Daarbij heeft men ook gezocht naar meningen die tegengesteld zijn aan die van de transgenders zelf. Als belangrijkste heeft men daar een ‘deskundige’ opgevoerd in de persoon van de psychiater a Campo die verklaard tegenstander is van geslachtscorrigerende operaties op basis van aangetoond onwetenschappelijk broddelwerk onderzoek (zie reacties naar aan leiding van publicaties hierover van zijn hand in Trouw van 2005 en op andere plaatsen in 2007 en later).

Een aantal weken voor de uitzending heeft men nog gesprekken gevoerd en was voor de beoogde deelnemers duidelijk dat er een afgewogen programma zou komen met discussies over maatschappelijke positie, arbeidsproblematiek, gezondheidszong en zo meer. Deze onderwerpen waren gekoppeld aan de uitkomsten van het SCP onderzoek dat recent verscheen en dat onder embargo beschikbaar was gesteld aan de programmamakers. De deelnemers hadden de terechte verwachting dat het programma ook nadrukkelijk over deze onderwerpen zou gaan en over de conclusies uit dat rapport.

Een week voor de uitzending heeft de VARA met Paul de Leeuw een programma gemaakt over transgenders. Mensen die in dat programma voor het voetlicht kwamen zijn door de redactie van Debat op 2 in de dagen daarna benaderd om ook op te treden in hun programma. Bij afwijzende reacties heeft men deze mensen herhaald onder druk gezet om toch deel te nemen. Zelfs ouders van genderkinderen. Zonder succes overigens.

Enkele dagen voor de uitzending kregen deelnemers te horen dat zij gedegradeerd waren tot publiek en hun de spreektijd ontnomen was. (Zie reacties op de door mij geschreven open brief op deze website.) Verder is enkele dagen voor de uitzending een bekende in artiestenland (een acteur) uitgekomen voor zhaar transgender identiteit. Deze persoon is door de redactie op het laatste moment in de uitzending gehaald en prominent aan het woord gekomen. Daarmee de andere deelnemers voor een verrassing stellend want deze persoon is in de voorbereidende gesprekken niet betrokken geweest. Waarbij nog komt dat het de vraag is of deze persoon op dit punt in zhaar eventuele transitie wel betrouwbare studiogast kan zijn.

Vlak voor de uitzending bleek de presentatrice ziek te zijn en werd zij vervangen door Arie Boomsma. Deze heeft naar eigen zeggen zich snel op de hoogte gesteld door onder andere te kijken naar de uitzending van Paul de Leeuw. Een magere voorbereiding. De vervanging van de presentator werd bij deelnemers en publiek pas vlak voor aanvang van de uitzending bekend gemaakt. Er was geen mogelijkheid meer om hier op aan te passen ondanks dat enkelen niet gelukkig waren met deze presentator.

De tot publiek gedegradeerde deelnemers werd aangegeven niet te reageren in het programma omdat zij daarmee de loop van het programma zouden verstoren en anderen daarmee spreektijd zouden ontnemen. Het publiek heeft zich aan die aanwijzing gehouden.

Tijdens de uitzending heeft de presentator (en de regie) onvoldoende ruimte gegeven tot weerwoord op de regelrecht geuitte transfobie. Daarnaast is men niet duidelijk geweest in de status van enkele prominente deelnemers waaronder een ‘werkgever’ die uitgesproken negatief over en zelfs openlijk discriminerend naar transgenders was maar zelf een transman is volgens sommigen (en volgens anderen weer niet). Een wel heel bijzondere keuze van deelnemer. Ook is niet ingegrepen op discriminerende uitlatingen. Er is wel sprake geweest van een extreme onbalans in het programma zoals ik in mijn open brief onderbouwd heb. Maar ook heeft men in het programma een aantal onderwerpen die vooraf met de deelnemers afgesproken waren niet aan de orde laten komen. Het SCP rapport is slechts in de marge benoemd. De procedures rond gezondheidszorg voor transgenders zijn niet aan de orde gekomen terwijl die nu juist wel door deelnemers als uiterst belemmerend voor het functioneren van transgenders en als knelpunt waren benoemd.

Al deze en andere bij mij bekende feiten rond de aanpak die door de redactie van Debat op 2 is gevolgd op een rij zettend moet worden vastgesteld dat deze redactie deelnemers en publiek gemanipuleerd heeft om tot een ‘spannender’ en controversiëler uitzending te komen. In goed Nederlands: sensationeler. Dat is in gesprekken met deelnemers ook aangegeven in het bekende televisiejargon: het format van het programma eiste dit. Sensatielust en controverse waren dus blijkbaar de doelen van de programmamakers.

De redactie van Debat op 2 heeft in hoge mate onethisch gehandeld. Regisseur en producent hebben dit laten gebeuren en de presentator heeft een en ander in de uitzending versterkt. (Let daarbij met name op het interruptiegedrag en de meerdere herhalingen van de sensationele maar volslagen onjuiste uitlating van de psycholoog a Campo over het percentage psychisch gestoorden onder de transgenders.).

De vraag werpt zich op of de handelswijze van de redactie van Debat op 2 ethisch door de beugel kan. Ik stel daarbij dat dat niet zo is. Wat dat betreft moet ik de open brief die ik gestuurd heb aan de redactie, hun directies en een aantal landelijke dagbladen aanscherpen. Hierbij dus mijn aangescherpte standpunt:

De redactie van Debat op 2 heeft onethisch en onjournalistiek gehandeld. Zij heeft deelnemers en publiek onder druk gezet teneinde een uitzending te kunnen maken die sensationeel genoeg was naar het oordeel van de redactie. Daarmee hebben de redactie, de regie, de productie en de programmaleiding de opdracht aan de publieke omroep om zorgvuldige programma’s te maken geschonden. Daarnaast is er sprake van aantoonbaar onjournalistiek handelen.

Wat mij betreft ligt hier een taak voor de netcoördinator van Nederland 2 om in te grijpen en bij de programmamakers om hun excuses aan te bieden voor deze handelswijze, naast het zich ter harte nemen dat zij niet betaald worden voor het maken van wanproducten van publiek geld. Transgenders in Nederland hebben er recht op om fatsoenlijk behandeld te worden, ook door programmamakers van de publieke omroep.

© 2012 Alice Anna Verheij

Debat op 2 schaadt transgenders.

Vanavond was naar aanleiding van het SCP rapport (zie vorig bericht) het NCRV/KRO programma Debat op 2 op de televisie.

Het programma was een wanvertoning en met name een platform voor transgender vijandige meningen, transfoben en zelfs een uiterst discutabele psychiater (A Campo) waarvan is aangetoond dat hij rammelend pseudo wetenschappelijk onderzoek als feiten tegen geslachtsverandering presenteert.

Dit programma schaadt de belangen van de in deze samenleving toch al zo ernstig achtergestelde transgenders rechtstreeks. De NCRV en de KRO moeten zich schamen voor dit wanproduct en hopelijk komt er nooit maar dan ook nooit meer zo een uitzending op de Nederlandse televisie. Het was een uit de hand gelopen uitzending waarin negativiteit ten opzichte van transgenders de boventoon voerde, slordig met de aanduiding van het gender van de gasten werd omgesprongen en transvijandige mensen alle ruimte kregen hun afschuwelijke meningen en teksten te uiten. Voor mij niet veel anders dan een debatprogramma waarin bijvoorbeeld neonazis alle ruimte krijgen mensen te haten.

Eigenlijk zouden KRO en NCRV een herstelactie moeten doen en een vervolgprogramma maken dat wel zindelijk is en ingaat op de echte problemen in plaats van ze in een pseudo-debat setting met een slecht functionerende presentator slechts oppervlakking te benoemen en dan vrij baan geven aan kortzichtige en domme mensen die niet eens hun eigen kind kunnen accepteren. Wat een triestigheid.

© 2012 Alice Anna Verheij

Eén stap terug, twee stappen vooruit.

Gek.

Ik doe een stap terug en alles lijkt beter te gaan.

Vorige week, vlak voor het weekend werd ik getroffen door verschrikkelijke pijnen in mijn rug en doorstralend naar mijn borst. Het begon in mijn onderrug, trok naar boven, bleef zitten tussen mijn schouderbladen en drukte langzaam naar voren. Alsof er een band strak om mijn borst werd getrokken. De pijn was na een uur zo intens dat ik het ervan uitgilde. Ik kan best pijn hebben, heb het ook vaak genoeg gehad. Maar dit was echt vreselijk. Het hield aan en in mijn ellende belde ik mijn beste vriendin met de vraag me naar het ziekenhuis te brengen. Er werd niets gevonden maar een vermoeden van een mogelijke oorzaak was er wel.

Om kort te gaan, eerder deze week bleek ik flinke galstenen te hebben. Te groot om weg te krijgen en dus zal een operatie nodig zijn. Hoe of wat zal later wel duidelijk worden. Dit stukje gaat echter niet over galstenen of pijn maar over wat het gevolg is voor me en waarom ik daar blij mee ben.

Het punt is dat als je in het bezit bent van dit soort steentjes het verstandig is een paar regeltjes ter harte te nemen. Niet teveel vet eten (deed ik al niet), niet meer roken (deed ik wel maar weinig en probleemloos te stoppen) en rustig aan doen. Rustig aan doen? Ja, rustig aan doen, iets wat ik niet zo goed kan maar waar ik geestelijk eigenlijk al langere tijd grote behoefte aan heb en nu dus lichamelijk ook. Want ondanks alles wat er in mijn leven gebeurt is in de afgelopen tien dwaze jaren is rustig aan doen niet iets wat in mijn vocabulaire zit.

Altijd ben ik met verschillende projecten bezig. Eigenlijk zo lang als ik me herinner. Waar ik vroeger regelmatig die projecten niet afmaakte om uiteenlopende redenen is het zo dat als het echt belangrijke projecten zijn er tegenwoordig wel de resultaten uit komen. Het leverde me in de afgelopen paar jaar een serie exposities van fotowerk op, de publicatie van een paar romans en een fotoboek, een toneelstuk op de planken, liedjes, gedichten en bijna 400.000 keer iemand die op deze plek iets van me las. Vooral dankzij keihard werken wat overigens niet in de pas loopt met verdiensten in economische zin. Maar dat is een ander verhaal dat ik wellicht nog eens schrijf. Al dat werk leidt gelukkig dus wel tot iets en zeker het laatste jaar ook tot de tastbare resultaten waar ik hoe dan ook trots op ben.

Maar die resultaten komen niet zonder een rekening. Een rekening die niet alleen economisch van aard is maar ook mentaal en fysiek. Die laatste twee wegen natuurlijk het zwaarst. In alle eerlijkheid: ik ben moe. Doodmoe. Moe van alle werk, moe van het eeuwige gevecht om het hoofd boven het water te houden en moe van teveel projecten tegelijk. Moe van mensen die van me geprofiteerd hebben, moe van de desinteresse die ik soms proef en moe van idioten die roepen dat een boek ze te duur is zonder te beseffen wat het mij kost in tijd en energie om het te maken of schrijven. Moe van gezeur en gezever. Moe van het jagen en haasten en de druk die er op me ligt of gelegd wordt zonder dat het me echt vooruit helpt. Moe dus.

En dus, alles overziend, heb ik de afgelopen week een paar stapjes terug genomen. Niet meer alles tegelijk willen doen. Niet meer keihard aan een project werken als de mensen waarvoor dat project er is zelf onrealistisch weinig moeite doen om er iets van te maken. Ik heb wat zaken geparkeerd en een paar andere op de (middel)lange baan geschoven. Gewoon om rust in mijn hoofd, mijn lijf en vooral ook mijn hart te creëren. Want zonder die rust gaat het allemaal niet lukken.

Mijn nieuwe boek schrijf ik met een balpen in een passend grote dummy. Dat levert dubbel werk op want ik moet dat ook weer overtikken. Het gaat dus allemaal veel langzamer dan mijn eerdere boeken en dat is behoorlijk wennen want ik schrijf doorgaans vlot. Nu dus even niet. Nu worden woorden, zinnen en alinea’s gewogen. Nu schrap ik als de zin er staat, niet tijdens het inkloppen van de woorden. Ik herlees ze, schrap wat, pas wat aan en gooi veel opzij. De berg teksten die niet in het manuscript zullen landen is sneller aan het groeien dan de tekst die er wel in komt. Ik worstel en vecht met de woorden, ruzie met mijn karakter en de karakters in mijn verhaal en studeer. Elke dag weer ontdek ik iets over een plaats of persoon en soms stapelen die ontdekkingen zich op. Het gevolg is wel dat wat er op papier komt (en deze keer is dat dus echt papier) heel veel mooier is dan wat ik voorheen schreef.

Ander werk naast dit heerlijk boek heb ik voor een tijd naar achter geschoven. Natuurlijk, het Headwind project met de exposities en de film loopt gewoon door en kost me tijd. Ook natuurlijk zijn er nog andere dingen die tijd vergen. Soms wat vormgeving, en zeker ook de stappen die ik in de reconstructie van mijn leven doe. Dat is een soort eindeloos durend project van formele dingen, brieven, gesprekken en acties die me er uiteindelijk bovenop helpen. Maar buiten die noodzakelijkheden is mijn wereld aan het krimpen naar waar het echt om draait: schrijven.

Door mijn schrijfwerk lees ik weer. De afgelopen jaren gunde ik me er de tijd niet voor. Ik ‘las’ doorgaans vier of vijf boeken tegelijk. Ik ben daarmee gestopt en lees nu één boek. Rushdie’s ‘De verleidster van Florence’ in een prachtige Nederlandse vertaling en ik merk dat ik weer kan genieten van zoveel moois.

De stappen terug die ik gemaakt heb maken dat ik zelf rustiger aan het worden ben en dat maakt dat de mensen om mij heen die er wel toe doen mooier worden naar mijn gevoel. Er stroomt vriendschap en liefde en ik kan het zowaar ook zien en ervaren. Om dit te ervaren moest ik wel afscheid nemen van allerlei zaken en van sommige mensen. Zaken die er niet toe deden en mensen die wel tijd van me vergden maar wiens zogenaamde vriendschap ik niet serieus kan nemen door de achteloosheid van hun gedrag. De afgelopen zomer en deze herfst en zeker de laatste weken hebben me duidelijk gemaakt dat het juist die achteloosheid is die ik soms bespeur bij overigens best aardige mensen die er voor zorgt dat ik ze buiten mijn wereld wil houden. Gewoon omdat ik aandacht voor de dingen een belangrijke deugd vind en die niet ondergeschikt wens te maken aan de haast van sommigen en de drukte van zovelen. Heeft iemand het altijd te druk dan is dat voor mij hetzelfde als dat die persoon het gewoon niet belangrijk of interessant vind. Zo iemand zal mijn deur gesloten vinden, ook wanneer zij mij nodig zeggen te hebben. Doet een organisatie er te lang over om een besluit te nemen om me iets te laten doen waardoor ik kan gaan rennen naar deadlines dan pak ik het klusje niet aan want waarom zou ik moeten stressen als gevolg van hun traagheid en zo zijn er nog wel meer van dat soort zaken waar ik me dus niet meer voor leen.

Tot mijn in de eerste zin uitgesproken verrassing is het gevolg van dit alles dat ik me met de dag beter en sterker voel. Meer gericht op waar het om draait in dit gestoorde leven, meer gericht op mijn kunst en op die paar anderen die er wèl toe doen. En ineens blijken er  dan zomaar hele lieve dingen gedaan worden die me heel erg blij maken. Omwille van de aandacht die er aan besteed is en de onbaatzuchtigheid die er uit spreekt.

© 2012 Alice Anna Verheij

Pesten

Een jongen pleegt suïcide. Japin schrijft er meesterlijk over in de Volkskrant, refererend aan zijn eigen jeugdervaringen (http://krant.volkskrant.nl/ipaper-online/print/article/8002/18815/NL/1357114). Misschien is het goed als de schrijvers die uit eigen ervaring weten wat pesten kan aanrichten in een leven er over schrijven. Ik volg Japin’s voorbeeld en deel nu voor het eerst mijn eigen ervaringen, hoe moeilijk dat ook is.

Zelfmoord omdat je jarenlang gepest bent, het is het ultieme gevolg van wat kinderen elkaar soms aan doen. Waar volwassenen oorlogen voeren oefenen kinderen zich maar al te vaak daarin door pesten van zwakkeren. Ik kan het weten. Helaas.

Het zal begonnen zijn in de derde klas op de lagere school. Ik was negen en de kleinste van de klas op Anja na. De kleinste jongen dus in ieder geval. Een beetje iel, erg verlegen, helemaal niet lenig en voetballen bakte ik niks van. Er was ook een grootste jongen, een sterkste, een ondeugendste, een moeilijkste en een populairste. Omdat ik verlegen was stond ik er een beetje buiten. Wat niet meehielp was dat ik heel hoge cijfers haalde behalve voor gym. Ik tekende ook goed. Ik had in die jaren één vriendje, Mauk. Een jongen van Friese komaf. Maar Mauk verhuisde toen ik in de vierde zat en toen was ik alleen. De grootste jongen in de klas pestte me regelmatig, de populairste af en toe, en ik wist er niet mee om te gaan. Dus ging het van kwaad tot erger. Waren de pesterijen eerst nog wat onschuldig, later liepen ze uit de hand. Ik werd in elkaar geslagen en uitgescholden. In de winter van het jaar dat mijn moeder het ziekenhuis in moest voor een zware operatie ging het mis.

Iedere winter lag er ijs op het schoolplein en wij maakten er glijbanen op. Schaatsen kon ik niet maar die glijbaantjes waren wel leuk. De juffen en meesters bleven binnen achter het raam kijken hoe de kinderen in de kou buiten speelden in het speelkwartier. Op een middag hadden we weer een paar mooie glijbanen gemaakt en net voordat we wilden gaan spelen begon het. Ik werd uitgescholden in de hoop dat ik er op zou reageren. Maar ik liep weg. Dat had ik beter niet kunnen doen want voor ik het wist werd ik in mijn rug getrapt en viel. Met mijn hoofd hard op het ijs. Een zware hersenschudding en drie weken in het donker blijven was het gevolg. Ineens wist niemand wie me in mijn rug getrapt had, want de grootste jongen in de klas kon je maar beter te vriend houden.

Na jaren van persterijen op de lagere school kwam de middelbare school. De brugklas was bij mij in de straat. En ook daar ging het mis. Vanaf de eerste dag werd ik gepest en getreiterd. Bertje was het ergste, ik was dagelijks de pineut. Eén keer was het zo erg dat ik in de pauze huilend het schoolplein afliep naar huis. Dat werd gezien en binnen de korste keren zat er een groep van zeker tien brugpiepers achter me aan. Tot in het portiek waar ik woonde werd ik achtervolgd en geschopt en geslagen. Ik ben weken niet meer naar school geweest, doodsbang als ik was.

Ik begon te speibelen. Later dat jaar ging het helemaal mis. Op de terugweg van de gymles werd ik opgewacht door drie oudere meiden. Ook jongens kunnen verkracht worden.

Na het brugklas jaar ging ik naar een andere vestiging van dezelfde school. Maar mijn kwelgeesten verhuisden mee. Het opvolgende jaar werd een hel en het jaar daarna ook. Mijn cijfers waren erg slecht want van leren kwam niks meer. Het waren de jaren waarin mijn toekomst kapot gemaakt werd. Ik ben de tel kwijt geraakt van de keren dat ik geslagen en uitgescholden ben. Ik heb de uitsluitingen niet meer kunnen bijhouden. Het was te vaak en teveel. Na twee jaar ellende ben ik van school weggebleven. Een half jaar later kon ik naar een heel ander soort school aan de andere kant van de stad. Waar het veilig was.

Ik durf te stellen dat als ik niet zo gepest was maar gewoon net als de andere kinderen een normale schooltijd gehad zou hebben ik wèl naar de universiteit had kunnen gaan en ik veel eerder mijn eigen leven had kunnen aanpakken. Het had de weg niet eenvoudiger gemaakt voor me maar zeker wel korter. In zekere zin is wat er in mijn vroege jeugd tekenend geweest voor het vervolg en vormend voor mijn karakter gebleken. Het is pijnlijk te beseffen dat ik beschadigd ben, toen al. Het is nog pijnlijker te beseffen dat die beschadiging nooit helemaal weg zal gaan. Soms zijn er nog de dromen.

Maar het is niet alles kommer en kwel. Het gepest dat ik heb ondergaan heeft in mij een rechtvaardigheidsgevoel tot leven gewekt dat tegenwoordig als een richtsnoer voor mijn leven en in de opvoeding van mijn kinderen is. Het maakt dat ik niet tegen onrecht kan en dat ik besef dat we op deze wereld rondlopen om goed te doen. Niet om anderen te schaden. En nu ik sterker ben kan ik dat ook omzetten in daden. Mijn boeken gaan niet voor niets over de strijd tegen onrecht en uitsluiting. Want waar voor de een er geen andere weg is dan levensbeeindiging is voor de ander er een weg om te vechten tegen het kwaad. Het eerste is begrijpelijk maar ik ben blij het bij het tweede te kunnen houden.

En toch, voor mij geen goede herinneringen aan de lagere en middelbare schooltijd. Sommige tv programma’s als ‘klasgenoten’ kan ik niet kijken zonder dat alles weer boven komt. De middelbare school is afgebroken inmiddels, de lagere nog niet. Om andere redenen heb ik dat gevoel van veiligheid nog steeds niet maar ik kan dat nu omzetten in wat ik doe en wat ik maak.

© Alice Anna Verheij

Karma

No I am not a Buddhist. Nor am I an educated Hindu. I am also not a Christian anymore and certainly not Muslim. In fact I am non religious.

But am I really?

Well, maybe not. Maybe I am a religious person but in a different way. Maybe I do believe in powers stronger than mankind. Maybe I do believe in good fate and bad fate.

I do believe in a certain balance from within. A balance I am slowly learning to understand. The Buddhist principal of enlightment is something I think I understand. Up to a level. However, I do not understand why Buddhists can be as violent as they often are. Because I know they are. I’ve seen too much of that in regard to Bhutan. And I do not accept that it’s the Birmese Buddhist monks that are as true racists hindering Islamic charity organizations to enter the country and help the poor people in the refugee camps in the west of Birma along the Bangladesh border.

Islam is something I cannot embrace. It’s too violent. There are too many wars fought by Muslims nowadays. And I think that just as in other religions there really is a terrible inequality between men and women. Let alone other genders like me. No matter what other Muslims say, there seems to be an unbreachable gap between the Islam vision on humanity and the lack of positive action in the world coming from Muslim countries.

Same goes for Judism for as far as I am concerned. Because the politics from Israel (and their US based supporters) is disgusting. To my opinion.

I am certainly not Christian. I know too much of history to be able to be Christian. I would be too ashamed to be part of that religion. And I know I don’t believe in hell. Actually, that is the very reason why I cannot be a Christian anymore. I simply cannot mentally accept that there would be a God of revenge allowing a place like hell to exist. For me that God would not be a God but quite the opposite.

Hindu? No. Because there are too much problems in that. I love some cultural aspects of Hinduism and I certainly am positively interested in the concept of integration of the Hindu Gods in daily life. But I doubt the way minorities are treated and the caste system that seems to have originated from Hinduism is something I can never accept. It is horrendous.

But I do believe in the concept of karma. The concept of predestination on the basis of how people act and how ‘the system’ works. The concept of consequences connected with acts and thoughts and the lasting effect of that. Even on to new life over the border of death. Reincarnation is something that I can believe in. Just as people say they’ve not seen proof I find that there has also not been proof against it. And I do have some experiences I cannot explain and that haven proven to me that these connections to previous lives are certainly possible.

And I do believe in dharma. In doing what I have to do. And what I have to do is what I know by heart is the only reasonable option to do. Always. That includes the positive and negative and the choices I make and have made in life. I do believe that there is a framework, a masterplan, that we do not see or know. But that guides our lives.

And I have learned to trust both dharma as a sort of guidance system in my life nowadays and karma as the inevitability of how life unravels itself to me (and others). I solidly believe that there are reasons for me to be who I am and to experience my life like it is. Which is why I meditate, read the old Hindu books and slowly learn the importance of that guidence system in life. It is why I honor deteis like Nataraja and Ardhanrishvara as the two Hindu Gods that are closest to my inner person. That is where the connection lies and that is what I am slowly starting to understand as the core mechanism of my being.

Real life proves it to me.

Example. I live a poor life. I am pretty sure that just about everyone I talk too has an economically easier life than I have. And if I would really have to live off the funds I have available it would we be totally impossible to live in this complicated money driven society. I am in fact living at the sideline.

Which is fine with me.

Because I’ve learned to trust karma. I’ve learned that when things are really important and need funds to be supported on an acceptable level, I can trust that there will always happen something positive. Just today, that positive way of looking at life got rewarded. Our work (mine and my friends work) is on display in a gallery in the best possible manner. And that little backup that I need to be able do that one thing that is so important for the research on my new book, seems to be there. Totally unexpected when looked at from a western perspective but totally expected when looked at from an eastern perspective. Karma proved its existence again to me.

I suppose for a lot of people this thinking is unrealistic or even crap. But for me it certainly is not. It is how my life works. And I don’t mind. Actually I like it this way. I guess I am partly Hindu, a little Buddhist with a Christian background which originated from Judaism. A wonderful mix.

So, why did I write this?
I wouldn’t know. I suppose I just had to.

© 2012 Alice Anna

Retreat

Yesterday was great. Just like the day before. Traveling, enjoying beauty and friendship. Photographing the beauty of the world. The days gave me images like these:

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

And they’re beautiful as you can see.

Today however was an extreme contrast. The mailbox brought mixed surprises. A bad one that clearly demonstrates the complexity of life that to me has become like a Gordian knot, impossible to untie. And it brought me my new ‘business’ cards. The old ones are finished, so I needed new ones. I like the new ones that are more connected with my life now. The front shows my writing desk and the manuscript I work on. The back side shows the two most important things I do. Finishing the documentary and writing the novel.

Looking at the card and thinking about the coming months I know that choices need to be made. About the novel, about the film, about my own future and ultimately about my life. Working on the film will continue until it’s finished, we target at end of year but my co-producer won’t be around in December and I will not make this film the solitary product it has been while filming it. So it might take a few more months and probably be relased about a year later than was intended. I guess that’s how things are when making films on a tight budget with little resources. But we’ll get there and the changed concept has made it a lot easier to get it done.

The novel is something else. I work on it on an almost daily basis now. Sometimes I skip a day. The research is almost done except for some location visits in London. They will probably happen when spring comes near early next year. And I know I now need to isolate myself from the normal daily life to be able to write the book. Everything is there already, story, chracters, scenes, dramatic development and controversial subtopics. So, what I will do is to make a winter writing break starting early December.

Which is a good thing as I hate the fall and winter and the holidays scare me. I detest Christmas and don’t want to be part of it. Every year it is bugging me more. Probably because of the deepfelt lonelyness that catches me in December. So to add things up, I will go in a retreat during December. I’ll skip the traditional festivities because they hurt me and hide myself somewhere in the countryside in a small hideaway without internet. My only connection to the outside world will be the a car that enables me to do the shopping for food and a phone. Which will probably be switched off most of the time. Where exactly I will be is something I will not disclose. And at the end of year around New Years eve I expect to have finished the bulk of the work on the manuscript og my new novel. After that others will correct it and the discussions with publishers will start. Because this book is to be published differently from the previous ones.

So, for anyone concerned, it is no use to try to contact me in December. I won’t be there. Only a handful of people will know my whereabouts and some friends will know my phonenumber which will be different from the one on my card. I expect to return early 2013. This month I will try to get most of the essential things managed to enable me to jump out of the loop. It’s about time I do so.

Alice Anna