Over Albanië, een koning, zijn voorganger en wat Nederland daar mee van doen had.

Zaterdag is in Albanië koning Achmed Zog 1 herbegraven. Hij was opgegraven in Frankrijk waar hij na zijn overlijden onder het marmer was gelegd. Zog 1 was koning van Albanië tussen 1928 en 1939. Voor die tijd was hij een aantal jaren president van het land. De man was afkomstig van een feodale familie van landeigenaren in Albanië en had banden met het Ottomaanse rijk. In zijn regeerprediode werd hij eerst ondersteund door de Italianen en later de economische gevangene van de westerburen. In ’39 viel Mussolini Albanië binnen en moest de koning met zijn vrouw en twee dagen oude zoontje Leka vluchten. Via Engeland kwam hij uiteindelijk terecht in Egypte als beschermeling van koning Faroek aldaar. Toen deze werd afgezet moest de familie – met hun kapitaal – opnieuw vluchten. Deze keer naar Frankrijk. Jaren later overleed Zog.

Koning Zog 1 van Albanië

Een decennium voordat Zog 1 aan de macht kwam had Albanië ook even een koning. In 1913 en 1914 was er een Duitse prins genaamd Wied die door een alliantie van staten (Engeland, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, Rusland en Italië) op de troon van Albanië was gezet. Het land was net internationaal erkend op de ‘ambassadeurs conferentie‘ in Londen in 1912 die een einde maakte aan de eerste Balkanoorlog. Maar prins Wied wist geen bal van Albanië en had kapitaal nog leger. Dus moest hij voorzien worden van een ‘politiemacht’ om de orde in het land te herstellen. Albanië werd in die tijd overlopen door onder andere Grieken, Ottomanen, Serven, Kosovaren en Italianen. Eigenlijk was er geen centrale regering die het hele land kon regeren en zeker ook geen krijgsmacht. Albanië was een prooi voor graaiers geworden. Aangezien Nederland onafhankelijk was in 1914 (en de rest van Europa in de Grote Oorlog betrokken werd) viel al snel de keuze op Nederland om een politiemacht te leveren. Zweden, de andere kandidaat had al een dergelijke klus in het Ottomaanse rijk. Die politiemacht was een soort ‘vredesmacht’ hoewel dat in die tijd met aanmerkelijk geweld gepaard ging. Wat dat betreft lijkt er nauwelijks iets veranderd te zijn in honderd jaar. Volgend jaar is het honderd jaar geleden dat de eerste internationale interventiemacht van Nederland voet zette op het grondgebied van een ander land op basis van een mandaat van een aantal grote mogendheden: er werden vier militairen gestuurd.

In het midden links generaal de Veer en rechts kolonel Thomson. (bron: Robert Elsie)

Na het nodige gedoe rond het kabinet dat net gevallen was, besloot de regering van Nederland om een contingent marechaussees onder leiding van generaal de Veer naar Albanië te sturen. Colijn was de minister van Oorlog in die tijd. Hij droeg een vriend van hem, kolonel Lodewijk Thomson voor, deze militair was een veteraan uit de Boerenoorlog en wist van wanten. Na de onverwachte val van het kabinet kwam de leiding echter in handen van voornoemde generaal Willem de Veer, de kandidaat van de nieuwe minister van Oorlog Borsboom. Thomson werd secondant. De mannen gingen gezamenlijk op missie met hun adjudanten de sergeants van Reijen en Stok.

De aankomst van prins Wied met zijn entourage in Dürres. (bron: Robert Elsie)

Eenmaal in Albanië zetten ze een politiemacht op en leverden ze strijd met met name de Grieken en Macedoniërs om het land in één hand te brengen. Daarbij kregen ze ondersteuning van de Britten die ook een klein contingent manschappen en officieren stuurden. Het lukte hen een macht van 1000 man op de been te brengen. Bij decreet van Koningin Wilhelmina werd de Veer het hoofd van de Albanese politiemacht en de troepen werden uitgebreid tot uiteindelijk 5000 man waarvan zo’n 800 getraind. Toen barstte er echter een Ottomaanse opstand uit in het zuiden van Albanië.

Prins Wied achter de baar met het stoffelijk overschot van de Nederlandse kolonel Thomson. (Bron: Robert Elsie hwww.albanianphotography.net)

Om kort te gaan, na maanden gevechten en de nodige slachtoffers waar onder Kolonel Thomson die uiteindelijk in Nederland begraven werd, moest de politiemacht zich terugtrekken. Naar geruchte is Thomson omgekomen door een kogel in de borst afkomstig van een Italiaanse sluipschutter. In 1914 verlieten de Nederlanders na minder dan een jaar aanwezigheid Albanië. De missie had jammerlijk gefaald en Albanië werd weer een decennium in onrust gestort. Totdat koning Zog de macht naar zich toe wist te trekken en het land wist te verenigen. Voor even.

Nu, zo’n honderd jaar later blijkt er nog steeds een hang te zijn naar een monarchie in Albanië, ondanks de krachten vanuit het buitenland die al die jaren gepoogd hebben het land te knechten. Na de Nederlanders en de Ottomanen, de Grieken en de Italianen lukten het zelfs de Russen niet om van Albanië een stabiel land te maken. De klein republiek is nog altijd straatarm, de Europese landen proberen nog altijd voor de Albanezen te bepalen wat goed voor ze is. En Nederland? Nederland weet allang niet meer dat het gerommeld heeft in de Balkan begin vorige eeuw want Nederland is heel goed in het vergeten van internationaal geklungel.

© 2012 Alice Anna Verheij

Heel veel meer gedetailleerde informatie over deze bizarre episode in de geschiedenis van Albanië en de Nederlandse bemoeienis met het land is te vinden op de website van Robert Elsie die zich specialiseerde in vroege fotografie in Albanië. Het verhaal van de Nederlandse betrokkenheid en de inzet van de Veer, Thomson en hun mannen leest als een filmscript. De geschiedenis is ook hier boeiender en dwazer dan de fantasie.

Advertenties

Essay on the history of the Bhutanese Diaspora.

This essay has been written first as a part of my new novel (in which it is integrated as an extra chapter for reference on the history of the Bhutanese diaspora). But as it is in all aspects a work on its own I’ve decided to publish this essay under the Creative Commons License in such a way that with proper attribution and without changing any of it’s contents it is allowed to use it for non commercial purposes.

The essay ‘A view on the history of the Bhutanese Diaspora’ not only contains my analysis of the history of the exiles from Bhutan but it also states an opinion on what should happen to resolve this still existing humanitarian crisis. In the essay I explain history, politics and roles to partly resolve the unbearable situation that is existing. It’s a personal view that I’ve developed after thorough research, extensive interviews with exiles living in the Netherlands and the camps, journalists, politicians and scholars and many visits to the refugee-camps in the southeast of Nepal.

Currently political pressure on the Bhutan government (and king) to soften their policies and allow repatriation of exiles is building. In the last weeks only both the new prime minister of Nepal, the US ambassador in Nepal and the UNHCR issued statements that Bhutan should allow it’s own citizens to return to Bhutan in dignity. To understand the need for this pressure building to resolve the situation it is important to understand history. The essay I wrote might help with that. But it also tells that a complete solution is not any longer possible as a result of the ongoing third country re-settlement that in effect has re-settled tens of thousands of exiles to the US, Canada, Australia, New Zealand, Norway, The Netherlands and the United Kingdom. After three years of ongoing re-settlements there finally seems to be a response to the situation in the international political arena.

To read the essay, please download it from the relevant publications page on this website, or right-click this link: A view on the history of the Bhutanese Diaspora.

De nieuwe Levant: Palestijns én Israëlisch.

De historische ‘Levant’

Veel mensen zeggen dat het conflict tussen Israël en de Palestijnen onoplosbaar is. Ondanks alles geef ik ze geen gelijk. Het is waar, er is teveel gebeurt, er zijn teveel doden en verminkten, teveel wantrouwen en haat, teveel belangen vanuit de verschillende landen rond Israël en ga zo maar door. Er zijn veel, teveel, bezwaren tegen een normalisering van de verhoudingen in het Midden Oosten, liever gebruik ik de term Levant, waardoor een vreedzame toekomst onmogelijk lijkt.

En toch.

Toch denk ik als alle partijen zouden nadenken over wat zij anderen en zichzelf aandoen het ook anders zou kunnen. Al meer dan een halve eeuw is er oorlog om het stuk grond dat Palestina heet. Voor die tijd werd het onder andere de Levant genoemd. Het was een gebied waar Joden, Arabieren, Palestijnen en andere bevolkingsgroepen bij elkaar leefden in betrekkelijke vrede. Het gebied was onontwikkeld.

De Israëlische  religieuze geopolitiek.

De Joden hebben het gebied Palestina sinds 1948 ontwikkeld en veel gerealiseerd. Ze zijn er gevestigd en dat is een fait accomplí. Later zijn de door de Israëlisch bestreden Palestijnen gevestigd op de westelijke Jordaanoever en de Gaza strook. Maar het grote wantouwen van Israël tegen de Palestijnen die zichzelf moeilijk konden organiseren en verscheurd werden tussen Fatah en Hamas heeft er toe geleidt dat Israël een extreem onderdrukkende politiek is gaan voeren. Illegale landinnames op westelijke Jordaanoever door kolonisten, het oprichten van een muur, het verhinderen van een duurzame verbinding tussen de Gazastrook en de westelijke Jordaanoever, het bezet houden van de Golan hoogte, het onder Israëlisch bestuur houden van de interreligieuze stad Jeruzalem, de blokkade van Gaza, bovenal ook het regulieren van de waterstromen in het gebied waardoor alleen de gewenste gebieden geïrrigeerd kunnen worden en ga zo maar door.

Een duurzame vrede vergt zowel bescherming van Israël als het stopzetten door Israël van haar repressief beleid.

Op dit moment in tijd heeft Israël echter een misdadige regering die staatsterreur hanteert tegen de Palestijnen én een ieder die wenst dat ze de bezetting van het grondgebied van de Palestijnen opgeeft. Het beleid rond de westoever, en Jeruzalem is in strijd met de internationale afspraken en VN resoluties. De blokkade van Gaza is een misdaad. Aangezien Israël zelf vindt in oorlog te zijn met Hamas is er in veel gevallen van extreem geweld sprake van oorlogsmisdaden. Het platbombarderen van scholen, overheidsgebouwen, ziekenhuizen en zelfs VN gebouwen is een ernstige misdaad tegen de internationale gemeenschap. Met name het gericht vernietigen van scholen en ziekenhuizen kan niet anders worden gezien dan een een poging tot genocide. Binnen Israël is er sprake van verregaande apartheid waarbij de Arabisch-Israëlische bevolking veel minder rechten en mogelijkheden krijgt dan de Joodse bevolking.

De Israëlische regering, de fundamentalistische Joodse organisaties en de kolonisten vormen een welhaast fascistoïde samenwerking met als enig doel het realiseren van een exclusief Joodse staat waarbij er geen ruimte wordt geboden aan mensen met een andere godsdienst én gegeven de aard van het Jodendom een andere dan Joodse afkomst. Die benadering van de wereld is in strijd met vele internationale verdragen, VN regels, mensenrechten statuten en is met onmogelijk moreel te verdedigen.

Israël heeft door de gekozen weg zichzelf tot een paria in de wereld gemaakt. Het enge is dat juist de holocaust door hun gebruikt wordt als argument om hun misdadige onderdrukking van andere groepen te verdedigen op een wijze die niet ver van directe genocide af staat inclusief deportatie en massamoord.Dat is natuurlijk een onhoudbare politiek op de lange termijn. Als bijvoorbeeld homosexuelen, transgenders, roma en al die anderen die ook onder de holocaust geleden hebben dezelfde benadering zouden kiezen zou er een homostaat, een transgenderstaat en een romastaat moeten ontstaan. Het zou absurd zijn. Net zo absurd als de houding van Israël op dit moment.

Israël heeft in Palestina het grootste getto ooit geschapen en binnen dat getto streeft ze naar uitbanning van alles wat niet Joods is. Daarmee isoleert de staat Israël haar eigen bevolking van de rest van de wereld en richt onmeetbare schade aan het Jodendom aan. Precies tegenovergesteld van het streven.

Ik kan onmogelijk een grond vinden om de religieuze geopolitiek van de huidige staat Israël te steunen of verdedigen. Sterker nog ik voel mij verplicht het op te nemen voor hen die onderdrukt worden en tegen die geopolitieke benadering van Israël. Mijn mening is dat zo snel mogelijk de blokkade van Gaza opgeheven moet worden. De West-oever en Gaza met een corridor duurzaam verbonden moeten worden, de kolonisten zich volledig terugtrekken van de bezette gebieden, de Golan hoogte terug gegeven moet worden aan Syrië en Libanon en Jeruzalem de eerste stad ter wereld moet worden onder directe bestuur van de Verenigde Naties, een VN gouvernement. Dat laatste omdat Jeruzalem voor drie religies een essentiële stad is en geen religie boven de andere gesteld mag worden. Het bestuur van een dergelijke stad moet in handen zijn van een seculier gouvernement. Het oud Hollandse idee van een stadhouder zou daar prima passen.

In ruil voor deze aanpassingen in het beleid van Israël mag van de wereld verwacht worden dat het bestaan van de staat Israël gewaarborgd wordt en Israël gesteund wordt daarin.

Bezwaren

Natuurlijk zijn de bezwaren die opgeworpen gaan worden tegen een dergelijke oplossing vooraf simpel te voorspellen. Het probleem is het onderlinge wantrouwen. Geen van de partijen heeft voldoende reden om de andere partij te vertrouwen waardoor iedere opgave van geografisch eigendom of geografische scheiding een directe bedreiging voor de eigen veiligheid is. Het is precies die emotie die er voor zorgt dat Israël geen stappen maakt en geen toenadering zoekt maar nu juist hun gebiedspolitiek versterkt. Het is ook precies die reden dat Palestijnen Israël gewapend blijven bevechten. Ze zien immers geen toenadering.

Het hele probleem in Palestina kan zonder het te versimpelen teruggebracht worden tot een combinatie van een clash van religies, identiteiten, veiligheidsgevoel en economische belangen. Iedere aanpak waar deze niet allemaal gehonoreerd worden is gedoemd te falen. Misschien is een integrale aanpak echter iets wat buiten de macht van de mens staat want het vergt onbegrensde moed. En de moedigen zijn vermoord.

Zelf kies ik ervoor om vooralsnog de kant van de onderdrukten te kiezen. Dat zegt meer over mij dan over de verschillende groepen en hun onderlinge wanverhouding. Ik vind dat de wereld niet meer de blik van de Palestijnen af mag wenden maar er aan moet werken dat ze een menswaardig bestaan krijgen in een eigen land. Maar ik vind ook dat de wereld haar verantwoordelijkheid naar Israël moeten in corrigerende én ondersteunende zin. Sterker, ik vind dat de wereld zich moet richten op een herinrichting van de Levant met zowel een Israëlische als een volwaardige Palestijnse staat.

Alice © 2010

De dictatuur van de apathie

Het is 2010. Een jaar in een tijdperk waarin het rijke westen is vervallen in angst voor terreur en apathie terwijl de rest van de wereld in hoog tempo emancipeert. De koloniale tijd voorbij zijn veel landen in Azië, Afrika en zuid Amerika de echte ontwikkelingsgebieden geworden. In positieve zin. Ontwikkelingsgebieden omdat men zich ontwikkeld. Ontworstelt aan de Westerse greep. In de afgelopen decennia is er een einde gekomen aan de Zuid-Afrikaanse apartheid, aan de ijzeren greep van het westen op het Midden-Oosten en de Franse en Amerikaanse houdgreep van zuid oost Azië. In vijftig jaar is wereld veranderd.

In vijftig jaar heeft het westen moeten aanzien dat het niet langer de enige machtsfactor in de wereld is. Wat niet wil zeggen dat het koloniale gedrag verdwenen is. In diezelfde vijftig jaar is de westerse samenleving ook van binnen uit veranderd. Vrouwen emancipeerden, net als de jeugd en later groepen allochtonen die een eigen plek in de samenleving kregen. Maar nog later gebeurde er, wellicht door de toegenomen welvaart in combinatie de informatie en media overload, iets heel anders. De westerse mens de-emancipeerde. Apathiseerde. Die westerling was zo verwend geraakt dat zelfs wanneer er grof onrecht over hun werd uitgestort ze niet meer in staat was om de rug te rechten en vanuit het collectief een protest te laten horen. Het ‘democratische proces’ werd tot absoluut heilig middel voor de inrichting van de samenleving verheven.

Misschien is het de overdosis aan sixties would be hippies geweest die van protestgeneratie verworden zijn tot pluche bezetters. Niet alleen in Nederland maar zeker ook in Amerika, Engeland en Frankrijk. Van protest tegen het establishment naar een positie binnen dat establishment. In geval van een groot deel van die naoorlogse generatie is er de corruptie van volwassenheid die ervoor gezorgd heeft dat er eigen belang moet zijn als basis voor actie. Is dat eigen belang afwezig dan blijkt er onvoldoende solidariteit te bestaan om andermans belang als drijfveer te nemen voor actie. De hypotheekaftrek weegt zwaarder dan het sociaal onrecht dat de buren wordt aangedaan.

Het is jammer genoeg nauwelijks meer mogelijk om grootschalig protest te organiseren. Niet dat de onderwerpen er niet zijn, er is genoeg ellende op de wereld en in de eigen samenleving. Maar vrouwen en feministen zijn vooral ‘netwerkers’ geworden. De jeugd is al op jonge leeftijd bezig met hun carrière perspectief, studenten maken zich drukker om hun studieresultaat dan om de kwaliteit van het onderwijs dat ze krijgen. Kunstenaars over het verkrijgen van subsidies en de manier waarop ze hun werk kunnen vercommercialiseren. De rest van bijvoorbeeld de Nederlandse samenleving maakt zich slechts zorgen over de hypotheekrenteaftrek, de AOW leeftijd en kansen van het Nederlands elftal tijdens het WK.

Het bizarre is dat wanneer er aan de eigen belangen wordt geknabbeld, de afkalvende gezondheidszorg, de privacy die vanuit overheidswege sterk onder druk wordt gezet, de oorlogen waarin men zich door die overheid in laat betrekken, die niet meer aanleidingen vormen voor grootschalig protest. Wat ervoor in de plaats is gekomen is gemopper en gezeur maar geen actie. Actiebereidheid wordt de grond in geboord door de reacties van anderen die al snel wijzen op de onmogelijkheid om invloed uit te oefenen, om situaties te veranderen, om resultaten te boeken. De westerse samenleving heeft zichzelf zo georganiseerd dat de bevolking het gevoel heeft geen enkele macht over of invloed te hebben op hoe zij geregeerd wordt. Die collectieve apathie werd al voorspelt door George Orwell in 1984. Technologie die alles in de samenleving reguleert, overregulering, brainwashing. Het is in onze westerse samenleving, in grotere mate aanwezig dan veel mensen denken. Orwell beschreef welbeschouwd de samenleving van vandaag de dag. De volgende vragen stellen is ze beantwoorden met een negatief antwoord.

Hoe vrij bent jij nog in je gedachten en meningen?
Wat moet er gebeuren voordat jij er voor kiest om je stem te laten horen?
Wanneer ga jij nog de straat op om te protesteren tegen een onrecht?

Het westen gaat langzaam maar zeker moreel en ideëel ten onder aan algehele apathie. Een apathie die als een dictatuur heerst over de westerling. Het verklaart de schrik die het westen heeft voor uitingen vanuit samenlevingen die niet vervallen zijn tot die apathie. We leven in een wereld die gebukt gaat onder de ‘dictatuur van de apathie’, op een enkele witte raaf na. Een enkeling die wel voorop durft te lopen met het risico de klappen te krijgen. Zoals Greta Duisenberg vanavond. Gelukkig zijn ze er nog, mensen die het niet pikken.

Is er nog hoop? Zal de westerling her-emanciperen en verder gaan kijken dan het eigen belang? Zal de economische crisis er toe leiden dat solidariteit toeneemt en er meer witte raven komen.

Alice © 2010

Politiek

Ik heb het eens even snel nagekeken maar voor zover ik het kan overzien heb ik hier eigenlijk nooit mijn visie op de politiek en de democratie gegeven. Eerlijk gezegd verbaasd me dat zelf want ik houd me wel met die politiek bezig en dan met name over de staat waarin de democratie is komen te verkeren op grond van de huidige mores in de politiek. Dus, naar aanleiding van een Twitter discussie met @herboren (politiek lobbyiste van het CDA), is het nu tijd om daar aandacht aan te besteden.

Er zullen weinig burgers, denkers, filosofen, politicologen en politici zijn die het oneens zijn met de stelling dat het huidig politiek bestel onder druk staat. Onder ethische druk, onder druk van een dominant negatieve publieke opinie, onder druk van eenzijdige en vertekenende media, onder druk van veranderingen in de wereld, onder druk van nieuwe technologie, onder druk van de samenleving en onder druk van de veranderende samenstelling van die samenleving. Mijn observatie is daarbij dat de politiek in het algemeen geen weg weet met die druk en vervallen is tot een relatief oppervlakkig bedrijf dat regelmatig en wellicht zelfs vaak of meestal geen recht doet aan het begrip politiek zelf.

Want wat is eigenlijk politiek? Volgens oude bronnen is politiek niets anders dan het besturen van de samenleving op basis van onderhandelingen en belangenafweging. In de kern een nobele activiteit omdat het inhoudt dat politici een verantwoordelijkheid nemen voor zowel het besturen als het onderhandelen en afwegen van belangen. Uiteraard op een ethisch verantwoorde manier. Maar dat zal de burger inmiddels worst zijn. Want politiek als begrip en politicus als beroep hebben nadrukkelijk negatieve annotaties gekregen. De eerste als een vorm van marchanderen, wealen and dealen, de tweede als het beroep van bedriegers, pluche vaste nastrevers van eigen belangen. Dat beeld is net zo oud als het woord politiek zelf. Er is interessant genoeg een beeld dat ‘het tegenwoordig een grote bende is’. Alsof dat eerder niet zo zou zijn geweest.

Gekoppeld aan dat gevoel van ontkoppeling tussen politiek en samenleving is een tweede emotie: het gevoel dat er minder of zelfs geen sprake meer zou zijn van een democratie. Daar lopen natuurlijk de meningen ernstig over uiteen onder ander afhankelijk van wat iemand verstaat onder democratie. Hierover gaat dit korte essay.

Mijn interpretatie van het begrip politiek is een positieve omdat ik van mening ben dat alleen door onderhandeling en belangenafweging op basis van die onderhandeling en op basis van een meerderheidsstandpunt binnen de regels van onze parlementaire democratie geregeerd kan (en mag) worden. Ik ben een democraat in die zin. Andere regeringsvormen en andere politieke concepten (communisme, socialisme, kapitalisme) zijn beperkte benaderingen van een volwaardige regeringsvorm die recht doet aan ieder belanghebbende. Maar is dat eigenlijk wel zo?

Als ik kijk naar de omgang met minderheden (zij die dus niet tot de groep horen die op grond van hun democratische meerderheid de dienst uitmaken) wordt ik al een stuk minder vrolijk. Want is in het huidige stelsel er ruimte voor die minderheden of is het zo dat minderheden soms (of vaak) slachtoffer zijn van de democratie? Lijden minderheden niet nodeloos onder een terreur van de democratische meerderheid die regels en wetten op kan leggen die de belangen van die minderheden schaadt? Het antwoord is ja als er in het democratisch systeem geen ruimte is voor ethiek. En precies daar gaat het pijn doen. Want ethiek is in de politiek een regelmatig gebruikt woord dat ernstig is gaan lijden onder inflatie. Ethiek wordt regelmatig eenzijdig uitgelegd of benaderd. Ook daar is er al snel sprake van de ‘ethiek van de meerderheid’. Objectiviteit is op dat vlak zelfs onmogelijk. Tenzij je een ethicus van extreem grote klasse en perfectie bent. Een soort God dus. Aangezien die mensen in mijn overtuiging niet bestaan (een overtuiging op de strikt filosofische grond dat de perfect ethische mens niet bestaat, nooit bestaan heeft en nooit bestaan zal) is het een illusie dat een objectief oordeel mogelijk is. Daarmee is het onmogelijk om vast te stellen of minderheden ethisch verantwoord behandeld worden en daarmee is het onmogelijk om vast te stellen dat de democratie ethisch verantwoord functioneert.

Sterker nog, er zijn situaties denkbaar dat die democratie ethisch verantwoord behandelen van minderheden (en individuen) in de weg staat. Wat bijna roept om het kunnen uitschakelen van de democratie. Dat is een onderwerp wat met name opspeelt als de maatschappij veranderd. Als er andere culturen in die maatschappij komen, als technologie de maatschappij veranderd en vragen oproept over bijvoorbeeld privacy, als de belangen van andere landen in strijd komen met de belangen van de ‘eigen’ bevolking zoals regelmatig bij anti terreur wetgeving gebeurt of bij wereldwijde (financiële, economische en klimatologische) crises, et cetera. En laten nu al die aspecten in deze tijd aan de orde zijn. Overigens is dat niet voor het eerst in de geschiedenis en de geschiedenis leert dat de mens verschillende antwoorden toepast. Inclusief de omverwerping van een democratie als dat zo uitkomt.

Maar goed, politiek en politicus zijn woorden die voor mij geen negatieve lading hebben binnen ons stelsel van de parlementaire democratie. Maar dan moeten de regels van die parlementaire democratie en de eisen die de ethiek daaraan stelt wel gerespecteerd en toegepast worden. Dat gebeurt onvoldoende. Eén van de grootste draken in onze parlementaire democratie is dat wij de kiezers voorhouden dat zijn op een individu van een lijst stemmen om zodra de verkiezingen achter de rug zijn in werkelijkheid op basis van partijprogramma’s en fractiedisciplines te gaan onderhandelen en beslissen. Dit alleen al is een vorm van misleiding die niet te rijmen valt met de kern van onze parlementaire democratie. Want die individuele parlementariër is helemaal geen individu meer. Het is een lid van een fractie die afgeserveerd wordt door fractie en partijleiding wanneer de fractiediscipline verbroken wordt. Het begrip hoofdelijke stemming zoals door Groen Links aangevraagd bij het Irak debat lijkt een mooi mechaniek maar is een vertekening van de werkelijkheid wanneer de praktijk is dat afwijkende meningen binnen fracties op grond van partijpolitieke belangen worden onderdrukt. Dat is het moreel failliet van het individuele parlementslid en een schoffering van de grondbeginselen van de democratie zoals wij die kennen Als gevolg daarvan alleen al verliest de burger het vertrouwen in de zuiverheid van het politieke bedrijf.

Maar het kan erger. Want wat nu als blijkt dat die volksvertegenwoordiging die de regering moet controleren voor het lapje is gehouden? Informatie niet of vertekend heeft gekregen? Door een kabinet of een enkele minister op het verkeerde been is gezet of zelfs – hoe onparlementaire term het ook is – is voorgelogen? Is er dan geen verkrachting van de rol van het parlement aan de orde? Is er dan niet aan de orde dat die toch al moeizame democratie met al haar ethische problemen buitenspel gezet is? Actief, zelfs manipulatief? Is er dan nog wel sprake van een democratie? Of is er sprake van een travestie van de rol van het parlement? Is het niet zo dat dan eigenlijk gesteld moet worden dat het parlement feitelijk buitenspel gezet is door regering of een individuele minister (president)?

Ik vind van wel. Nadrukkelijk. Het woord politieke doodzonde wordt dezer dagen weer volop gebruikt als het gaat om de wijze waarop de regering informatie aan de kamer onthoudt of verminkt. Het zou ook daadwerkelijk een politieke doodzonde moeten zijn. Maar als teken van de tijd zal een kabinet daar niet meer zomaar door tot een val komen. Daarin verschilt de huidige politiek zich met die van enige tijd terug. Het angelsaksische systeem waarin een groep van de happy few de maatschappij bestieren (zowel in het Engelse inmiddels aangetoond corrupte parlement als in het Amerikaanse extreem partijpolitiek gevoelige congres) is al lang doorgedrongen tot onze Nederlandse parlementaire democratie. Eerst in de stijl van campagne voeren, dan in de stijl van het hanteren van ijzeren fractiedisciplines en ontkenning van de (politiek ethische) verantwoordelijkheid van de individuele parlementsleden en uiteindelijk ook in de wijze waarop informatievoorziening van de kant van de regering richting het parlement gaat. Onze parlementaire democratie is afgegleden op het hellende vlak van de corrumpering van de democratische grondbeginselen. Waarom? Om onze stem in het buitenland te kunnen blijven laten horen? Om internationaal serieus genomen te kunnen worden? Yes, mister president!

De huidige politiek zoals door regering en een deel van het parlement tentoongespreid maakt niet alleen mij onpasselijk. Dat geld voor regering en voor verschillende partijen, dat geld voor veel voormannen en voorvrouwen van kamerfracties en dat geld ook voor de media die op manipulatieve wijze verslag doet van de werkelijkheid waardoor wij, de burger, op onze beurt onjuist geïnformeerd worden. Waardoor ook onze beeldvorming vertekend wordt. Met één verschil: de burger kan het zich veroorloven het geloof in een zuiver politiek bedrijf en een functionerende parlementaire democratie te verliezen. Individueel is die burger immers subject en niets meer. Politiek machteloos. Zelfs de stembus biedt inmiddels geen uitkomst meer om boven omschreven redenen. Misschien is het goed om het woord democratie voor onze huidige staatsvorm maar gewoon te schrappen als een mooi romantisch idee dat in werkelijkheid niet bestaat of heeft bestaan. Zullen we voortaan maar gewoon spreken van een parlementaire bestuursvorm?

Wat mij betreft wel. Helaas.

Alice Verheij CC (Creative Commons) 2010 niet commerciële herplaatsing toegestaan.

De toekomst van internet: van Web 2.0 naar Web 3.0

web30jpg

De digitale inkt is nog nauwelijks droog als het over Web 2.0 gaat of de IT wereld gaat al weer met volle vaart verder naar Web 3.0. Aanstaande vrijdag is FIFI2008, het XS4ALL congres in de Westergasfabriek in Amsterdam. Daar gaat het ook over Web 3.0, ik ga er maar eens luisteren met het volgende in mijn achterhoofd.

Toen ik vanmorgen opstond heb ik (natuurlijk) even snel mijn mail gelezen en en passant tussen de boterhammetjes door Facebook, Hyves en Twitter nagekeken op nieuwe berichten van mijn vriendinnen. Je weet maar nooit immers. Natuurlijk heb ik een ‘tweetje’ achtergelaten op Twitter zodat mijn status in Facebook is aangepast en mijn vriendinnen kunnen lezen wat er vandaag voor mij op de agenda staat en hoe ik me voel. Mijn blog had ik gisterenavond al bijgewerkt want daar zijn de avonden voor. Wel heb ik tussen twee slokken thee door bedacht dat ik vandaag maar eens wat moet schrijven over hoe al die internet gebaseerde diensten mijn leven beïnvloeden. Wel jammer trouwens dat die reactie op dat bod voor een vouwfiets nog niet binnen is. Duidelijk iemand die zijn of haar mail niet regelmatig leest denk ik dan. Even later scan is mijn dagelijkse portie online kranten (NY Times, Washington Post, LA Times, Al Jazeera en een handjevol Nederlandse kranten). Natuurlijk kijk ik vlak voor ik de deur uit ga hoe het met de files staat op ’s lands wegen. O en ook natuurlijk heb ik mijn online agenda bijgewerkt voor ik echt de deur uit ga en heb ik even gezien welke muziek een goede vriendin op dit moment draait. Ze is dus ook wakker. Pffff, da’s nog hard werken zo vlak nadat ik mijn bed uit gekropen ben.

Het community internet dat Web 2.0 brengt ons eenvoudige verspreiding van kennis (Wikipedia), gemakkelijke communicatie binnen groepen (Hyves, Facebook, MySpace maar ook LinkedIn voor professionals), signalering en volgen van bekenden (Twitter), on-line handel (eBay, Martkplaats), bankieren via het net en allerlei andere mogelijkheden om ons leven aangenamer te maken. Het zal steeds verder groeien want de mens is nu eenmaal gemakzuchtig en aan die emotie appelleren deze nieuwe mogelijkheden. Deze functies van het internet worden bijna dagelijks bedacht maar blijven doorgaans wel binnen de digitale wereld. De verbinding met de reële wereld bestaat slecht uit observatie (zoals nieuws, fileinformatie) of transactie (bankieren).

We delen tegenwoordig onze agenda’s via internet en hebben een verzameling profielen op verschillende websites staan, houden ‘contact’ met vrienden, kennissen en collega’s via de sociale netwerken en laten ons volgen via Twitter en volgen zelf anderen. Marketing slimmerikken proberen ons te verleiden tot het deelnemen binnen netwerken rond bepaalde producten en diensten. Scholieren doen kennis op via Google en Wikipedia, hoewel de bronnen regelmatig discutabel zijn net als de kennis die ze distribueren. De overheid probeert ons net als de banken naar het digitale domein te trekken door invoering van DigiD waarmee we overheidsdiensten kunnen verkrijgen zoals we via internet ook onze bankzaken regelen. De handel via internet groeit en blijft groeien.

Maar neemt dan ook de kwaliteit van leven toe of alleen maar de complexiteit? Die vraag is moeilijk te beantwoorden omdat dat antwoord nauw samenhangt met het individu waarvoor die vraag gesteld wordt. Voor sommige groepen zal het wellicht welhaast onmogelijk worden om de weg binnen alle mogelijkheden van het internet te vinden en te behouden. Jongeren worden kwetsbaarder omdat de nieuwe mogelijkheden nog minder drempels opwerpen om de privacy te beschermen, jeugdige argeloosheid wordt dan potentieel gevaarlijk. Datzelfde geldt ook voor ouderen en mensen met beperkingen. Aan het andere uiterste van het spectrum van potentiële gebruikers staan de mensen die de mogelijkheden van internet in hun dagelijks leven integreren op een manier die in de eerste alinea werd omschreven. Het gat tussen beide groepen is inmiddels een kloof geworden. Onoverbrugbaar zelfs. Eigenlijk is er naast de samenleving die we kennen een tweede samenleving ontstaan die (deels) in cybespace aanwezig is. Die is voor veel mensen niet toegankelijk en daarmee is er door internet en met name door Web 2.0 een tweedeling in de samenleving ontstaan die we vaak niet onderkennen. De wereld van de internet have’s en have not’s…

Die tweedeling is vooral duidelijk als ik met mijn moeder praat. Zij heeft geen internet en betalingen gaan dan ook gewoon via acceptgiro’s en vaste afschrijvingen. Ze heeft geen actueel inzicht in de saldo’s op de rekeningen. De overheid is voor haar iets waar je naar toe gaat en als je bekende wilt zien ga je ook daar naar toe of komen die langs. De encyclopedie staat gewoon in de kast naast de atlas en mailen gaat via papier, envelop en tante Pos. De mobiele telefoon heeft het bij haar niet gered door haar slechthorendheid. Ze moet altijd minzaam glimlachen als ik bij haar ben en baal dat ik mijn mail niet kan ‘checken’ omdat ze geen internetaansluiting heeft en de WiFi netwerkjes van de buren dicht staan… Mijn moeder is niet wezenlijk ongelukkiger dan ik denk ik, wel ouder em vast ook stukken wijzer.

Mijn kinderen moet ik regelmatig bijpraten over de manier waarop zij gebruik maken van internet. Het zijn actieve gebruikers van de verschillende mogelijkheden en weten inmiddels heel goed om te gaan met hun privacy informatie. Toch gaat het soms een beetje mis en wordt er iets teveel losgelaten. Als ouder ondervind ik dat ik er alert op moet zijn en tot nu toe lukt dat aardig. Maar ik moet er wel moeite voor doen en vooral zelf actief blijven met die technologie om het bij te kunnen benen.

Maar wat gebeurt er als straks Web 3.0 er aan komt? Wat voor invloed kan verwacht worden als de beloften / bedreigingen van Web 3.0 werkelijkheid worden? En vooral: hoe kunnen we daarmee om gaan? Om dat te kunnen bedenken is het belangrijk om te begrijpen wat Web 3.0 inhoudt. Dus laten we eens kijken wat er zoal geschreven is over deze nieuwe evolutionaire fase van het internet. Want wàt is Web 3.0 nu eigenlijk echt? Vooralsnog lijkt het een verzameling mogelijkheden die weliswaar nog niet gerealiseerd kunnen worden met de huidige techniek maar waarvan de kenners zeggen te weten dat ze als nieuwe mogelijkheden toch echt om de hoek liggen.

Welnu, Web 3.0 is wat wel het ‘intelligente web’ of het ‘semantische web’ wordt genoemd. Een vergaarbak aan technologie op het gebied van kunstmatige intelligentie, data mining, gebruik van natuurlijke talen en dergelijke met als kern dat die technologieën in combinatie de gebruiker productiever laten worden en de internet ervaring eenvoudiger laten worden. Het houdt vooral in dat die technologie de inmiddels wijd verbreide informatie van individuele gebruikers zodanig combineert dat wat het web aan de gebruiker presenteert volledig is afgestemd op die individuele behoefte. Min of meer voor de gebruiker denkt. En daar schuilt natuurlijk een enorm gevaar.

Kernwoord is daarbij interoperabiliteit. Ofwel koppeling van netwerken en integratie van informatie waardoor er waarde toegevoegd wordt aan die informatie en waarbij het resultaat nauwkeurig aansluit bij het profiel van de gebruiker. Google Ads dus in zekere zin maar dan veel verdergaand. Google is overigens één van de wat fanatiekere ontwikkelaars van toepassingen van die technologie.

Een paar bezwaren op een rijtje dan maar:

Web 3.0 volgens bovenstaande omschrijving gaat uit van een welhaast onbeperkte distributie van persoonlijke informatie. Het gaat dan natuurlijk vooral om informatie met commerciële waarde want de grote promotors van dat Web 3.0 vinden we in de wereld van marketing en advertising. Voor zover er nog sprake van privacy was, en dat is er eigenlijk al lang niet meer, kunnen we er vanuit gaan dat met deze technologieën privacy een archaïsch begrip is geworden. Zo ongeveer als de bibliotheek van Alexandrië. Voorgoed verloren gegaan dus.

Maar er is meer aan de hand. Web 3.0 zal dus uiteindelijk zijn weg vinden door vergaande infiltratie in de persoonlijke levenssfeer en een groot deel van de gebruikers zal dat zelfs nog prettig vinden ook. Enkelen niet en een flink aantal mensen zal afgesneden zijn van de mogelijkheden die Web 3.0 biedt. Kwestie van marketing geld daar investeren waar de meeste revenuen gehaald kunnen worden en dat is doorgaans niet op het zuidelijk halfrond. Web 3.0 als uitsluitingsmechanisme. De ‘have not’s’ worden nog nadrukkelijker verbannen naar een economisch achtergesteld gebied. Ze zullen verbannen worden van deelname aan gedistribueerde computing en gedistribueerde databases. Daar waar in sommige delen van de wereld de computer zal verworden tot een knooppunt (node) in een complex van computers, netwerken en informatiebronnen, zal in andere delen van de wereld het economisch lastig haalbaar zijn om als zo’n knooppunt te functioneren. Zoals gedistribueerde netwerken nu nog vooral in de academische wereld hun gebruik vinden zullen de schier onbegrensde mogelijkheden van dergelijke super krachtige netwerken hun weg vinden naar andere delen in de samenleving. Tegen een prijs die door de gebruikers opgebracht zal moeten worden. De diensten die de gebruikers van Web 3.0 functionaliteit zullen afnemen zullen ‘computed services’ zijn. Diensten die alleen geleverd kunnen worden door de inzet van krachtige systemen. Dergelijke systemen zullen niet op economisch rendabele basis wereldwijd voor alle doelgroepen beschikbaar komen. De opdeling van de maatschappij in groepen met verschillende ontwikkelingsmogelijkheden en verschillende economische perspectieven zal scherpen worden. Niet verbonden met het net zal betekenen uitgesloten van een groter wordend deel van het maatschappelijk verkeer.

Gegeven de ervaringen met de tarieven die de financiële sector op haar klanten loslaat zal het zelfs kunnen betekenen dat zij die niet aangesloten zijn extra zullen moeten betalen voor het ontvangen van niet internet gebonden diensten. De dienstenleveranciers zullen de lijn van het massaal via internet aanbieden van diensten niet beperken maar uitbreiden. Ter vergelijking: dergelijke effecten zijn nu al te zien als het gaat om de acceptatie van bankbiljetten: verschillende waardes van biljetten kunnen al niet meer overal als betaalmiddel worden gebruikt omdat ze niet aanvaard worden. Zelfs om te pinnen moeten we soms bijbetalen en creditcardbetalingen zijn ook al niet voor niets. Veel organisaties laten extra betalen voor het verwerken van acceptgiro’s en ga zo maar door. Web 3.0 zal er voor gaan zorgen dat sommige soorten diensten niet meer op traditionele wijze geleverd worden maar uitsluitend nog in vergaande interactie met de afnemers middels internet. Geen creditcard of Paypal, geen dienst…

Wat Web 3.0 ook zal brengen is vergaande convergentie van de ‘devices’ die we gebruiken. Dat proces is al lange tijd aan de gang in de wereld van de mobiele telefonie. Een benaming voor een wereld die allang niet meer de lading dekt van de geleverde diensten. Immers, de huidige devices combineren gespreksmogelijkheden met videochat, messaging, fotografie, navigatie, websurfing, betalingstransacties en televisie. Telefoneren is bijna ondergeschikt in dat brede pakket. Het is mogelijk om apparatuur thuis te laten reageren op signalen via de verschillende netwerken. Er is al iemand die door middel van Twitter een intelligente deurbel heeft gemaakt die na het indrukken van het bekende knopje aan de deur een foto maakt van de persoon die het knopje ingedrukt heeft, een tweetje verzend naar de eigenaar van het huis met een link naar een site waar die foto staat. En ach, waarom ook niet meteen video denk ik dan. Kortom de convergentie van technieken levert een scala aan mogelijkheden op die het leven veraangenaamd. Welke apparaatjes we precies gebruiken zal minder relevant worden. De mobiele telefoon verdwijnt, de PDA ook (is dat grotendeels al), de computer zoals we hem nu kennen ongetwijfeld ook. Nieuwe apparaten zullen op de markt komen die nog meer kunnen en nog eenvoudiger zijn te bedienen maar die tegelijk ook nog afhankelijker zullen zijn van de netwerken waarmee die apparaten zijn verbonden. Geen verbinding betekend dan al snel geen dienst kunnen afnemen.

Niet ver van dat al verwijderd is het gebruik van het menselijk lichaam als device. Op de komende FIFI2008 van XS4ALL spreekt de eerste (bijna) cyborg, Professor Kevin Warwick. Hij en zijn vrouw zijn voorzien van implantaten (devices dus) die verschillende domotica functies bedienen. Zo reageert de verwarmings- en aircoinstallatie op hun aanwezigheid, net als de deuren, de verlichting, de gordijnen en ga zo maar door. Of ze ook digitaal op elkaar reageren hoor ik denk ik vrijdag wel. De mogelijkheden zijn angstwekkend groot en laten precies zien wat dat S.F. begrip ‘cyborg’ in werkelijkheid kan betekenen: de mogelijkheid om door samensmelting van persoon en device de wereld om de persoon heen te organiseren. In goede zin (dat is Warwick’s experiment) maar net zo goed in slechte zin als we even verder denken. Een beetje terrorist neemt geen bom meer mee maar is dan zelf de bom inclusief het ontstekingsmechanisme. Ik moet er niet aan denken… Doe ik dat toch en koppelen we dan Web 3.0 mogelijkheden met die cyborg’s dan wordt het allemaal ineens heel erg eng.

Maar goed, laten we uitgaan van het positieve in de mens, of is dat bij nadere beschouwing niet ontzetten naïef en moeten we bij Web 3.0 ons eigelijk net zo druk gaan maken als bij bijvoorbeeld genetische manipulatie van ons voedsel?

Alice © 2008

Essay: ‘Mooi is goed’.

Hier kunt u het essay lezen dat ik naar aanleiding van het professional program ‘Van verwondering naar inspiratie’ heb geschreven. Het behandeld de visie die ik ontwikkel waarbij ik streef naar begrip voor de noodzaak van een herwaardering van de esthetiek bij de inrichting van onze samenleving. Dit vanuit de observatie dat de esthetiek een bij uitstek menselijke waarde – of deugd – is die bijdraagt aan geluk.

Mooi is goed.

Naar een herwaardering van de esthetiek in de hedendaagse samenleving.

Waarde lezer, de schoonheid is in de verdrukking gekomen. Door allerhande ontwikkelingen in politiek, technologie en economie, door veranderingen in het denken en handelen in de samenleving en door veranderingen in onderwijs en bij de media, is het begrip schoonheid – of beter nog esthetiek – gedevalueerd. Met alle gevolgen van dien. In dit essay zal ik proberen duidelijk te maken wat ons in het westen is overkomen en wat andere samenlevingen lijkt te gaan overkomen. Ik zal de begrippen schoonheid en esthetiek volledig naar willekeur door elkaar gebruiken ten behoeve van de leesbaarheid.

Waar meet men in het westen persoonlijk en collectief succes aan af? En is daarbij oog voor alle aspecten die van belang zijn? Zijn belangrijke waarden naar de achtergrond verdwenen en is hun positie als kernbegrip voor succes en geluk overgenomen door andere waarden? Is het tijd om ons te herbezinnen op een nieuwe balans in normen en waarden, op een nieuwe inrichting van de samenleving wellicht. Of misschien zelfs op een nieuwe balans in ons persoonlijk leven?

Om op dit soort vragen antwoord te geven is het belangrijk om zowel inzicht te hebben in welke waarden – of deugden – er zoal zijn en wat hun relevantie is voor de inrichting van samenleving en het bereiken van persoonlijk geluk. Daarnaast is een waardering van de huidige samenleving en wellicht ook mijn en uw persoonlijke situatie in verhouding tot die waarden een goede manier om dieper inzicht te krijgen in de kwaliteit van het leven.

Deze vragen en overwegingen zijn bij mij aan de orde gekomen als gevolg van een grote verandering in mijn persoonlijk bestaan waarbij zelfs de meest fundamentele aspecten van het mens zijn én van de kwaliteit van de huidige samenleving een lakmoesproef ondergaan. Het gedachtegoed dat ik hier probeer vorm te geven is dus in hoge mate een persoonlijk gedachtegoed. Maar dan wel een dat ik in vele gesprekken heb kunnen toetsen aan de mening van anderen.Niet gebonden aan welk kader dan ook begin ik graag bij de recente publicatie van het laatste boek van Professor Deirdre McCloskey getiteld ‘Bourgeois Virtues’. De burgerlijke deugden die zij benoemt en laat samensmelten met de oude Christelijke deugden geven een boeiende draai aan het denken over ons zelf en onze samenleving. De Christelijke deugden ‘geloof’, ‘hoop’ en ‘liefde’ zijn ons allen bekend, maar is dat echt zo? Weten wij eigenlijk wel wat geloof, hoop en liefde inhouden? Ervaren we ze nog? Over die burgerlijke deugden moeten we wellicht nog langer nadenken. Ik ken weinig mensen die ze kunnen opsommen ondanks dat ze in verschillende van onze bekendste historische gebouwen zijn gebeiteld. ‘Rechtvaardigheid’, ‘moed’, ‘beleid’ en ‘prudentie’. De stelling van McCloskey is dat het samenstel van Christelijke en burgerlijke deugden in hun combinatie voorwaardelijk zijn voor succes en welbevinden, misschien zelfs voor geluk. Haar inzichten hierin spreken me aan want wat gebeurt er als we onze persoonlijke situatie of de huidige samenleving langs de maatlat van geloof, hoop, liefde, rechtvaardigheid, moed, beleid en prudentie leggen? De analyticus in mij verleidt me tot een grafiekje waarin je kunt ’scoren’ op deze zeven assen zodra je een thema onder de loupe neemt. De uitkomsten zijn verrassend te noemen als je dat daadwerkelijk doet.
McCloskey’s mening dat succesvolle bedrijven en organisaties deze waarden ook in enige mate (en soms zelf in hoge mate) omarmen. Dat een succesvolle organisatie naast voor de hand liggende waarden als geloof, moed, beleid en prudentie ook in zekere mate liefde, hoop en rechtvaardigheid in zich zal blijken te hebben is voor mij geloofwaardig Hoewel het vaak in de praktijk helaas nog wel goed zoeken is naar deze waarden.
Maar zijn dit wel alle deugden die een voorwaarde voor geluk en succes zijn? Dimensies als ethiek en religie vinden we in verschillende vormen terug in de genoemde zeven deugden dus ook deze klassieke begrippen passen in McCloskey’s benadering. En toch mis ik iets essentieels.

De laatste jaren ben ik me zowel in mijn persoonlijk leven als in mijn werk steeds bewuster geworden van nog een belangrijke deugd. Eentje waarbij het in sommige situaties zelfs tot extreem geluk, ontroering en vreugde kan leiden. Het gaat om het begrip ’schoonheid’ wat ik voor het gemak – maar eigenlijk onterecht – gelijk stel met esthetiek. Inmiddels is er bij mij een filosofie ontstaan die het belang van deze uiterst menselijke deugd onderstreept. In directe zin ontbreekt het vaak aan deze ‘achtste deugd’ en in indirecte zin is het mij ook niet gelukt om de schoonheid als deugd terug te vinden in de groep van zeven. De titel van dit essay luidt ‘mooi is goed’ en als dat klopt dan is esthetiek eigenlijk een begrip dat binnen de ethiek valt of op zijn minst ethisch verantwoord is. De stelling gaat natuurlijk wel ver. Want mooi kan dan wel goed zijn maar hoe bepaal je dat dan? Kan je ethische waarde toekennen aan schoonheid of is het een op zichzelf staand begrip en niet zozeer een deugd? De klassieken maar ook de oosterse wereld wijzen op het laatste. Het esthetisch begrip van de oude Grieken is van groot belang geweest voor de westerse samenleving net zoals hun ethisch begrip dat voor de inrichting van hun democratie was, het is echter ogenschijnlijk niet bepalend geweest voor de kwaliteit van de samenleving. In later tijden zijn mensen als Leonardi da Vinci lange tijd – wellicht hun gehele leven – met de esthetiek bezig geweest. Da Vinci’s ‘gulden snede’ als model voor de esthetische kwaliteit van het ontwerp van de schepping is daar een prachtig voorbeeld van. En dat terwijl hij toch een overtuigde atheïst was. Nog steeds is de mens verwonderd over de vorm van een blad, de perfecte verhoudingen van een boom of de verhoudingen van het lichaam van de mens. Al is die verhouding wellicht mede bepaald door evolutie, het is toch op zijn minst prettig om je op je rug te kunnen krabben met armen die net lang genoeg zijn. Toch is ook dat niet bepalend voor het toekennen van het begrip ‘deugd’ aan de esthetiek. In het oude China is wonderschone kunst gemaakt en het is onmogelijk om bijvoorbeeld de verboden stad te beschouwen zonder overweldigd te worden door de esthetische waarde van de architectuur. Helaas is ook hier de ontnuchterende waarheid dat die esthetische waarde eerder een gereedschap is geweest van statusverhoging en machtsvertoon en daarmee heeft ze zelfs een repressieve en abjecte kant.

Nee, pas wanneer esthetiek verbonden wordt met begrippen als welbevinden en beleving wordt duidelijk wat het belang is. De kunsten hebben door hun aard en door hun esthetische waarde bijgedragen aan het welbevinden. Zowel collectief als individueel is de beleving van kunst, design en zelfs het menselijke schoonheidsideaal en de erotiek mede bepalend voor de geluksbeleving. Blijkbaar is er iets in de mens dat leidt tot bewustwording van het verschil tussen mooi en lelijk. Interessant genoeg is die beleving sterk cultureel bepaald en bij uitstek individueel van karakter. Wat ik mooi vindt kunt u afgrijselijk vinden. Het is daarmee wel een zeer menselijke eigenschap. Buiten de mens immers is er geen ondervinding van schoonheid. Maakt de esthetiek dan bij uitstek de mens tot mens? Het lijkt er wel op. Maar hoe zit het dan met de samenleving? En is er een ontwikkeling in de geschiedenis van de mens te ontdekken rond de esthetiek?

De laatste vraag wordt beantwoord door de cultuurhistorie en dus zal ik daar hier verder maar niet op in gaan. De vraag over hoe de esthetiek zich verhoudt tot de hedendaagse samenleving echter is zo boeiend en complex dat enige uitdieping hier geen kwaad kan.Wat is die plaats van de esthetiek in onze samenleving?
Deze vraag is bijzonder lastig te beantwoorden maar wellicht is een antwoord te vinden door naar de ontwikkelingen van vandaag de dag te kijken als het gaat om de inrichting van die samenleving. En dan doet het pijn. Want waarom benemen wij die arme automobilisten die dagelijks in files doorbrengen om hun bijdrage aan de economie te leveren van het uitzicht op de schoonheid van ons platteland? Nog erger, waarom benemen we dat uitzicht door middel van in grijs beton gegoten ‘geluidswallen’ die zo lelijk zijn? Kosten nog moeite worden gespaard om het geluid uit te bannen ten behoeve van het achterliggende grasland. Maar een paar euro extra besteden aan fantasierijker en mooier afscherming doen we niet. Zelfs een vrolijk kleurtje dat in de zon sympathiek ook is niet aan de orde. Hetzelfde geld voor de ‘corporate architectuur’ die zich vooral laat inspireren door megalomanie en de behoefte aan de boodschap ‘wij zijn rijk en u niet’. Ruimtelijke ordening is het verworden naar ruimtelijke wanorde. Computers blijven vooral grijs, grauw, beige of zwart en de bediening is nog steeds verwarrend en onprettig, als ze het al blijven doen. Succes van ondernemingen en mensen wordt over het algemeen niet afgemeten aan hun bijdrage aan de samenleving maar aan de hoeveelheid geld die zij weten te vergaren. We staan toe dat mensen in de tang worden genomen, gedegradeerd tot tikvee en we maken ons niet druk om hun geluk. De kasten naast de grijze bureau’s zijn ook grijs of zwart maar in ieder geval voorzien van een deprimerende kleur en gevormd als efficiënte maar ongeïnspireerde blokken. Meer abstract worden processen vormgegeven op basis van efficiëntie criteria en niet op communicatieve of sociale kwaliteiten. Ook een bedrijfsproces heeft esthetische kanten, vooral als we ze goed visualiseren. Waarom gaan we eigenlijk zo met onze middelen en omgeving om?

We denken niet meer na of wat we ontwerpen ook ‘mooi’ is. Het komt niet eens in ons op om te bezien of de dingen die we gebruiken wel mooi zijn. Goed ontworpen en aantrekkelijk. Vooral in mijn oude werkveld de bedrijfsautomatisering is de afweging dat een aantrekkelijke presentatie van die automatisering aan de gebruikers er van zal leiden tot een prettiger gebruik en waardering van het gemak iets wat vooral opgetrokken wenkbrauwen oplevert. ‘Het moet gewoon doen wat we willen en hoe het er uitziet is niet van belang’. Maar soms, soms is er die uitzondering. De veronachtzaming van esthetiek in de automatisering staat in schril contrast met de aandacht voor auto’s. Soms is er een fabrikant die moeite doet om hun producten niet alleen goed en functioneel maar ook mooi te maken. Of je nu van auto’s houdt of niet maar bij Ferrari doet men toch iets bijzonders met hun ontwerpen.In mijn optiek is het naast prettig ook gezond om aandacht voor schoonheid te hebben. Werken in een mooi ingerichte kantooromgeving werk positief op sfeer en welbevinden. Goed ontworpen gebouwen worden als prettig ervaren. Niemand wil in een ‘sick building’ werken of leven. (Alsof werken en leven verschillende zaken zijn.) Een computer kan mooi zijn als de ontwerpers oog hebben voor de kwaliteit van hun ontwerp in plaats van het op zo goedkoop mogelijke wijze produceren van hun product. Werken met mooie gereedschappen schept meer voldoening dan saaie onhandige spullen. Uiterste efficiëntie kan bijzonder lelijk zijn ten opzichte van de mens die in die efficiënte omgeving moet functioneren. Wat meer aandacht voor esthetiek kan dan niet alleen gezond zijn, het kan zelfs heilzaam werken in situaties waar men te lang is blootgesteld lelijkheid, gezond makend dus in zekere zin.

Om de een of andere reden maken veel mensen voor de inrichting van hun werksituatie geheel andere afwegingen dan ze in hun privé situatie doen. Alsof het een ander leven betreft. Of ze leggen zich neer bij de vaak ogenschijnlijke onbeinvloedbaarheid van die werkomgeving.Maar is esthetiek dan iets wat altijd van belang is? Is het een ontwerpcriterium of zou het dat moeten zijn? Dat hangt naar mijn overtuiging af van de situatie. Soms, heel soms zijn er zaken te bedenken die je af mag handelen zonder een esthetische overweging. In situaties waar de mens niet geconfronteerd wordt met het resultaat of in situaties van leven of dood. Aan oorlog kan ik niets esthetisch ontdekken. Maar in bijna alle andere gevallen is esthetiek, ook zonder er bij na te denken, een begrip dat aanwezig is en van belang. Daarom is het opvallend om te zien dat ontwerpers van medische apparatuur tegenwoordig veel aandacht besteden aan de vormgevingskwaliteiten van die apparatuur. En heel soms leeft er bij die ontwerper de overtuiging dat een MRI scanner die fraai is vormgegeven voor de mens die er helaas gebruik van moet maken geruststellender is dan een volledig op functionaliteit vormgegeven apparaat. Waarmee met al zijn beperkingen het ontwerp een functie heeft in het verder klinische proces. Het is dus tijd voor een brede herbezinning op het belang van esthetiek als deugd die van invloed is de kwaliteit van leven en werken en niet slechts als een begrip dat de persoonlijke beleving van kunst beïnvloed. Zo’n herbezinning zou zich naar mijn idee moeten vertalen in hoe wij met onze samenleving en onze habitat omgaan.

Idealiter zou een beleidsmatige esthetische discussie moeten plaatsvinden op het moment dat we gaan sleutelen aan die samenleving of onze omgeving. Samen werken, samen leven en samen schoonheid creëren is wat mij betreft een veel interessanter uitgangspunt voor een nieuw kabinet dan het huidige uit een samensmelting van efficiëntiedenken en sociaal verantwoord regeren bedachte motto. Het leven zou meer moeten zijn dan werken en leven. Genieten, schoonheid ervaren zijn minstens zo belangrijk omdat ook dat ons welbevinden en onze gezondheid beïnvloeden.
Dit alles betekend wel dat we een grote psychologische draai moeten maken. Ingenieurs zouden in hun opleiding esthetiek als vak aantreffen en zij niet alleen. Al vanaf de middelbare scholen zouden we aandacht moeten geven aan het ervaren, waarderen, begrijpen en toepassen van het begrip.
Waar brengt ons dit nu? In ieder geval bij kinderen en onderwijs maar ook bij beleidsuitvoering en besluitvorming maar bovenal bij ons zelf. Want al het genoemde kan iedereen zelf al in gang zetten. Breek uit de verdrukking van een te beperkt zicht op wat van belang is en wat goed voor je is. Sta toe om schoonheid te zoeken en na te streven. In wonen, werken, leven, opvoeden en vrijetijdsbesteding. Ga je te buiten aan ‘mooi’. Je wordt er beter van want mooi is goed.

Voorjaar 2007 – © Alice Verheij

Oude columns geplaatst en aankondiging essay.

Beste lezers,

zoals jullie zien heb ik wat oude columns geplaatst. Dat zal ik de komende tijd wel vaker doen omdat ik zo hier en daar nog wel wat oud werk heb liggen dat ik op deze plek wil publiceren.

Verder zal er de komende tijd door mij hier het essay ontstaan waaraan ik nu werk. Het onderwerp van dat essay, dat ik schrijf als onderdeel van het Professional Program ‘Van verwondering naar inspiratie’ dat ik volg bij de Academia Vitae (www.academiavitae.nl), is het belang van schoonheid in onze samenleving. De titel wordt ‘Mooi is goed’ met als ondertitel ‘naar een herwaardering van de esthetiek in de hedendaagse samenleving’. Het volgende bericht geeft een inzicht in de structuur van het essay. De vorderingen kunnen jullie hier volgen en als jullie suggesties of commentaren hebben dan zou ik het geweldig vinden als jullie me die laten weten.

hartelijke groet en leesplezier gewenst,

Alice

Publicatie in het boek ‘De kracht van netwerkbenadering’.

Op 10 november is het boek ‘De kracht van netwerkbenadering’ verschenen, uitgegeven door uitgeverij van Gorcum onder redactie van Anne-Marie Poorthuis. Het boek benaderd netwerken tussen mensen vanuit een diversiteit aan invalshoeken. Mijn bijdrage bestaat uit een hoofdstuk over de invloed van de verschillende netwerken bij een persoonlijk veranderingsproces. Voor diegenen die mij kennen een persoonlijk verhaal waarin ik probeer mijn eigen verandering en de netwerken die daarbij een rol speel te observeren en objectiveren. Of het gelukt is? Lees mijn bijdrage maar die als PDF bestand aan dit bericht is toegevoegd.

Alice

Netwerkverwondering