Wat een week!

De afgelopen week was me er eentje.

Om te beginnen waren er de dagen in Parijs voor de OuiShare conferentie die ik samen met een paar wijkgenoten bezocht. Nou ja, eigenlijk alleen de eerste dag want daarna was ik ook wel klaar met die conferentie. Een paar dagen nadien en flink wat ander werk maken dat het beeld dat ik vooraf had en dat ernstig bevestigd werd op die eerste dag alleen maar sterker is geworden. Wat mij betreft was het allemaal ‘much to do about nothing’. Vernieuwingsgraad laag, babbelgehalte hoog, extase afwezig, kunst idem dito en dus eigenlijk niet interessant. Parijs zelf was dat echter des te meer en de twee dagen waarop ik vijentwintig jaar oude herinneringen overschreef met nieuwe, rondzwierf in de stad, Hemingway’s voetsporen poogde te drukken èn een berg foto’s gemaakt heb, zijn voor herhaling vatbaar. Niks fijner dan met een goede camera zwerven in een stad als Parijs op de eerste echte lentedagen. Of het nu ikzelf of Anna Ros was die er gezworven heeft en in La Belle Hortense, Café de Flore en Les Deux Magots zat weet ik nog niet precies.

Alice AnnaCafé de Flore in St. Germain-des-Prés, Parijs

Eenmaal terug was het vol aan de bak met het monteren van Dooie Pier, mijn eerste documentaire die ik samen maak met Arna van der Sloot voor televisie en die aanstaande zaterdag op TV West wordt uitgezonden. Vijentwintig minuten over de pier bij Scheveningen bezien door de ogen van verschillende generaties Scheveningers. Moet hij blijven of moet hij weg? Of wordt het opknappen en wat zijn de herinneringen die ze hebben aan dat markante bouwwerk voor de kust van Scheveningen? Dit is de promotie poster met daaronder de teaser voor de film.

dooie pier poster horizontaal klein

Tussendoor is dan ook nog eens WoordenStorm opgericht. Na een paar jaar in de koelkast gelegen te hebben en niet als bedrijf te functioneren werd het tijd (en bleek het mogelijk) om mijn eenvrouwszaak dan toch maar van de grond te tillen. Het eerste werk is er ook al en dus is de start ‘vliegend’. Mooi en fijn.

De komende dagen zijn wat rustiger en dan kan er gewerkt worden aan de verschillende projecten, van tijdreisgids en toneelstuk tot vertaalwerk en het schrijven aan mijn eigen romans, het voorbereiden van foto exposities en nog zo het een en ander.

Het is en wordt een mooi en druk jaar. Nu maar hopen dat het goed blijft gaan.

© 2013 Alice Anna Verheij

Haagse Kunstkring

16366_505683712803918_601327334_n

Sinds vandaag mag ik me werkend lid noemen van de Haagse Kunstkring, afdeling letteren, theater & film. De Haagse Kunstkring is een vereniging van kunstenaars en kunstliefhebbers / kunstkenners met als doel ontmoetingsplek te zijn. De afdeling letteren, theater & film richt zich vooral op schrijvers, dichters, acteurs, regisseurs, mimespelers, choreografen, dansers, cineasten en scenaristen. Met mijn werk val ik in een aantal van deze groepen maar vooral ben ik actief als schrijver, cineast en scenarist.

De Haagse Kunstkring is een vereniging die op eigen middelen drijft en daarmee onder andere een pand op de Denneweg in stand houdt. Ik ben blij dat ik me bij het illustere gezelschap van de leden van de kunstkring kan voegen en hoop dat deze vereniging voor mij een podium kan zijn om mijn kunst te delen met een groter publiek en hoop over niet al te lange tijd te kunnen exposeren of een boekpresentatie te houden met recent werk.

Meer informatie over de Haagse Kunstkring is te vinden op www.haagsekunstkring.nl.

Alice Anna Verheij

Twee ontbrekende stenen.

De laatste tijd houd ik me onledig met onderzoek ten behoeve van een trilogie die ik schrijf. Dat onderzoek naar de hoofdpersonen is een onderzoek naar het verleden. Naar mensen die niet meer leven en waarvan weinig is terug te vinden. Het brengt me naast allerlei uithoeken van het internet naar archieven, musea en begraafplaatsen. Vooral die laatste categorie is fascinerend.

Graven zijn eigenlijk kleine (en soms grote) individuele gedenktekens. Ze geven een beeld van de status van iemand, de liefde van zijn of haar familie en vrienden en bestaan dat ze hadden. Vooral oude begraafplaatsen zoals het recent door mij bezochte Kensal Green Cemetery in Londen voegen daar nog een aantal kwaliteiten aan toe. Er is sprake van mode in grafmonumenten, architectuur zelfs en in zekere zin ook kunst. Menig grafmonument daar is meer een kunstwerk dan slechts een versteende memorie aan de overledene.

Vanavond was er een uitzending van Brandpunt waar aandacht was voor de verhalen van de overlevenden van de watersnoodramp van 1953. De ramp waar mijn vader als soldaat naar toe gestuurd werd om slachtoffers te helpen. Zijn taak was eerst verbindingen maken, later het redden van vee en tot slot het helpen met de ruimen van de kadavers. In de reportage komt ook een begraafplaats voor. Met grafstenen met namen en met telkens dezelfde datum als overlijdensdatum. Dat raakte me.

the gravefoto: Kensal Green Cemetery © 2013 Alice Anna Verheij

Kensal Green raakte me ook. Omdat ik daar tussen die honderden graven wandelde die vaak meer dan honderd of honderdvijftig jaar oud waren. Met bekende namen voor als je een beetje op de hoogte bent met de kunsten, wetenschap en politiek van die tijd. Met engelen, veel engelen en met spreukloze stenen en kale mausolea maar ook met dichtregels, citaten en soms hele toelichtingen op het leven of de persoon die in een stenen bouwwerk of onder een steen is gelegd. Ooit, lang geleden. Zo hier en daar is een nieuwer graf, te herkennen aan het materiaalgebruik of een bosje bloemen. In deze tijd van het jaar vooral kunstbloemen.

Zo een begraafplaats is intrigerend en rustgevend. Het doet een mens nadenken over wat belangrijk is en wat niet. Mij deed die ervaring en de Brandpunt uitzending me ineens tot een ontstellend besef komen. Het besef dat geheel tegen mijn gevoel en wens in er voor mijn ouders geen stenen zijn, geen plaats om te bezoeken, geen graf om bloemen op te leggen of in gedachten bij stil te staan. Zelfs geen urnenmuur. Mijn vader is uitgestrooid op een anoniem veldje en het keitje dat daar als obligaat monumentje bij was neergelegd is allang verwijderd. Van vader geen spoor. Mijn moeder volgde mijn vader, maar niet helemaal. Nog altijd heb ik een asbus in huis welke het mij tot nog toe onmogelijk is om te legen op de juiste plek. Na drie jaar denk ik dat het moment dat ik dat ga doen niet zo ver meer is. De plaats weet ik, ik zal er voor moeten varen.

Ik vind het erg om niet naar een grafsteen te kunnen gaan. Om mijn gedachten daar achter te laten, in fluistering. Ik mis de koude van een granieten of marmeren steen met er in gebeitelde letters die me de data laten zien achter de namen. Het was hun keus om in de anonimiteit te verdwijnen alsof ze nooit bestaan hebben, alsof ze niet wilden dat er nog aan hun gedacht werd. Het was een misvatting want ik denk nog altijd vaak aan ze. Dat zal niet veranderen. Het voelt alsof mijn herinnering twee ontbrekende stenen als last heeft.

Ik bedenk me dat wanneer het mijn tijd is en er de vraag komt wat er met mijn dode lijf moet gebeuren er hopelijk nog kinderen en vrienden zijn die me onder een steen leggen met mijn naam, de data en deze simpele tekst er in gehouwen:

‘Ze probeerde het tenminste.’

Gewoon omdat ik hoop dat er ooit iemand een roos bij me komt brengen. En als het even kan zou een engel er bij ook wel fijn zijn, zo eentje die een beetje met mos overgroeid is en uitgespreide vleugelen heeft waar ik onder kan schuilen als het regent.

In mijn gedachten weg wandelend van dat graf in de kou van de winter met het knisperende sneeuw onder mijn schoenen bevangt me de gedachte dat ik hopelijk nog heel vaak van mening mag veranderen over wat er met mijn stoffelijkheid gedaan mag worden voordat ik onder mijn steen kruip. Uiteindelijk is een graf ook maar een kille plek en ik kan niet zo goed tegen de kou.

Tijd om de kachel nog maar wat hoger te zetten dus. Tsja, graniet of marmer, zou het wat uitmaken en die engel, moet die zitten of staan?

© 2013 Alice Anna Verheij

Terug naar een oude jeugdliefde.

Ik ben een romanschrijfster en onverbeterlijk romantisch. Dat laatste was ik altijd al en dat eerste sinds een aantal jaren. Het is buiten de gebruikelijke uitdagingen heel erg leuk om romans te schrijven. Zeker voor mij omdat ik zonder concessies mij kan wijden aan het schrijversvak en mijn leven zo ingericht heb dat de belemmeringen om dat te doen minimaal zijn. Iets wat ik anderen ernstig ontraad overigens want het betekend wel leven in minimale omstandigheden. Mijn thuis is een kleine kamer op twee hoog voor.

De charme van mijn manier van het schrijven van romans is dat er veel onderzoek nodig is. Heel veel onderzoek. Mijn eerste gepubliceerde roman bracht mij op de wallen tussen de prostituees en in een vage club en mijn tweede in vluchtelingenkampen in Nepal. Ervaringen die mijn denkwereld ernstig hebben veranderd en mij voor een flink deel ook vrijgemaakt hebben van conventies, de moraal van (een deel van) mijn opvoeding en angsten die zinloos en onzinnig zijn.

De roman waar ik nu aan werk is in veel opzichten een omslag in mijn werk aan het worden. Ten eerste is het een roman die niet in het heden maar in het verleden speelt en toch geen historische roman is. Daarnaast is dit het boek waarin veel autobiografische elementen verwerkt worden door ze te projecteren op een van de personages. Daar komt nog bij dat het niet één boek is maar drie, een trilogie. Dat laatste was niet de bedoeling maar gegeven dat boeken in zekere zin zichzelf schrijven een logische uitkomst van een goed half jaar onderzoek op thematiek, locaties en personages. Maar er is nog iets.

Londen Januari 2013

Lachrymae (‘Tranen’) is in zekere zin ook een terugkeer naar een periode in mijn jeugd die zeer complex was maar waar ik gelukkig ook goede herinneringen naast de hele slechte heb. Die goede herinneringen hebben in sterke mate te maken met de jaren dat ik meerdere keren per jaar in Londen was. Ik had er een sport- en penvriend en we hebben veel tijd samen doorgebracht. Hij te gast bij mijn familie en ik bij zijn familie. Goed, hij woonde eigenlijk in Surrey en strikt genomen dus niet in Londen maar Morden is wel zo ongeveer het uiterste puntje van Surrey en voor de onbekende simpelweg zuid Londen. Een gezin in een kleine arbeiderswoning in een arbeiderswijk waarvan de vader postbode was en de moeder de twee zoons opvoedde. Een zeer Engels gezin ook.

Ik dwaal af. Mijn nieuwe werk brengt me terug naar Londen. Naar Kensington en Holland Park om precies te zijn en naar Burlington House (en natuurlijk de Burlington Arcade). Plekken in die stad waar ik vaker ben geweest maar in die tijd nog geheel onwetend van de reden waarom ik er nu terugkeer. Ik heb altijd erg van Londen gehouden. Toegegeven, Parijs is romantischer en tintelt meer. Maar Londen was en is een heerlijke stad met een geheel eigen sfeer. Of sferen eigenlijk. Deze keer heb ik een opdracht voor mijn bezoek. Ik ga er zoeken naar wat er nog over is van de geschiedenis van een paar vrouwen, schilders, beeldhouwers en dichters uit een vervlogen tijd. Een tijd waarin er nog de koetsen reden die langzaam vervangen werden door auto’s, een tijd met een zo op het oog strakke moraal maar een evenzo duidelijke hypocrisie die mensen er toe bracht om in het min of meer verborgene zich te onttrekken aan die moraal. Ondeugd zoals dat in Engeland kan zijn. Mijn vrouwen (het zijn er drie) leefden aan dat randje van de maatschappij waar de kunstenaars te vinden waren. De schrijvers en dichters, schilders, beeldhouwers, de eerste beroepsfotografen, acteurs en actrices, de zangers en zangeressen. Niet te vergeten ook de modellen voor de schilders, beeldhouwers en fotografen die niet zelden ook actrices en zangeressen waren of veaudeville of burlesque sterren. Of gewoon prostituee, want er waren in die tijd enorm veel dames die alleen op die manier een eigen bestaan konden opbouwen en onderhouden. Courtisanes, maitresses en hoertjes bevolkten de stad in grote getale want er was nu eenmaal heel wat emplooi voor ze. Zo niet mijn vrouwen, zij waren model en actrice of model en naaister. Een aantal van hen waren min of meer beroemd en een enkeling nadrukkelijk geroemd om haar exceptionele schoonheid.

Het is ruim honderd jaar later. Mijn vrouwen leven niet meer maar toch ook nog een beetje wel. Het is moeilijk om ze te vinden maar ze zijn er nog wel. Op muren van paleizen en musea, van Buckingham Palace tot de Tate Gallery zijn ze nog te zien. Alle drie. Dat maakt het zo heerlijk om naar ze te speuren. Ik ga ze zien straks, geschilderd in de tijd waarin ze op hun mooist waren, ik ga van enkelen de huizen zien (want die zijn er nog steeds) en een atelier waarvan ik zeker weet dat ze er alledrie model gezeten hebben voor één van die schilders. Samen met curatoren en anderen ga ik hun gangen na en ik weet zeker dat ik met aanzienlijk meer beelden en informatie over hun terugkom als wat ik nu heb voordat ik afreis.

De plaatsen die van belang zijn ga ik bezoeken, in mijn hoofd als één van die vrouwen. Ik ga er door haar ogen naar proberen te kijken en weet dat ik dan heel andere dingen zie dan iedereen om mij heen. De Tate Gallery, de Royal Academy, Leighton House en de straten in Kensington zullen er dit keer anders uitzien voor me dan toen ik er lang geleden was. Niet omdat de moderne tijd toegeslagen heeft, want op de overal aanwezige camera’s na valt dat wel mee maar vooral omdat ik anders kijk.

Als het allemaal lukt dat is dit bezoek het begin van een periode waarin ik vaker in die heerlijke stad zal zijn, speurend naar wat er nog wel is van een vervlogen verleden en ondertussen mijn jeugd een beetje terug halend. Voor mijn gevoel doe ik dat terwijl ik de meisjesnaam van mijn moeder draag. Ze zou het mooi hebben gevonden.

© 2012 Anna Ros

De pier loopt dood.

Het nieuwe jaar is begonnen met een klein berichtje in de media dat het van der Valk concern (die met die vogel met die grote bek die de kers uit de appelmoes pikt) het faillisement heeft aangevraagd van ‘de pier‘ van Scheveningen. Deze pier om precies te zijn:

pier (4)
foto: © 2012 Alice Anna Verheij

Het is een zakelijk gezien begrijpelijke stap. Het ding was al jaren in verval, bezoekers gingen de plek mijden en lieten hem afhankelijk van de wandelrichting over de steeds fraaiere boulevard links danwel rechts liggen. De uitbaters van het bouwwerk waren gereduceerd tot een lingeriewinkeltje van bedenkelijk allooi en ander vaag vermaak. Het maakt de pier niet aantrekkelijk voor bezoekers, niet aantrekkelijk voor investeerders gezien de deplorabele staat (en dus de hoge herstelkosten), niet aantrekkelijk voor projectontwikkelaars want die vinden in deze tijd eigenlijk niets aantrekkelijk. Koromt, niet meer levensvatbaar in deze toestand.

De pier blijkt al een tijdje zo dood als een pier.

Hoe anders was dat ooit. Want Scheveningen zonder pier, dat kan toch eigenlijk niet? Voor Zwolsman en voor de tweede wereldoorlog had men er al eentje. Zo’n fraaie zoals je die in Bristol, Blackpool en Brighton zag en in hun vergane glorie nog kunt zien. Een pier op houten palen in plaats van betonnen poten, voorzien van witgelakt hout dat ieder seizoen bijgeverfd moest worden omwille van het zeezout dat er aan vrat. Met gietijzer in sierlijke bogen en fraaie hekken. Dè plek om in Scheveningen te flaneren, gekleed in je mooiste kleren, met een lief aan de arm om dan aan het eind van de wandeling en met de hoed het zicht benemend voor het andere publiek elkaar te kussen. Er zijn heel wat meisjes ten huwelijk gevraagd op die plek.

pier 1098

Op een ansichtkaart uit 1908 valt op te maken dat de pier in die tijd geen pier was maar een ‘wandelhoofd’. Genoemd naar Koningin Wilhelmina, die andere Hollandse ijzeren dame. Een wandelhoofd is ook een mooier woord want het beschrijft veel beter waar die pier voor bedoeld was: om er te wandelen, te flaneren of ten huwelijk gevraagd te worden. Het was geen plek om te bungyjumpen, of bakjes appelmoes met een kers te eten in een verlopen restaurant op een schiereiland op betongerotte pijlers. Pieren uit de tijd waarin ze bedacht werden als attractie voor een badplaats gaven grandeur aan zo’n vissersdorpje en trok daarmee ander publiek (en dus geld). Prins Hendrik opende de eerste pier van Scheveningen in 1901, een door Liefland ontworpen wandelpromenade zeeinwaarts. De inspiratie kwam onder meer van de Engelse zuidkust maar Liefland koos niet voor een gietijzeren constructie maar houten palen. Het zou die pier noodlottig worden. Vanuit het Kurhaus konden de bezoekers de boulevard op gepaste hoogte kruisen om af te dalen op wat een geweldig zeeterras voor het hotel was. Een topper, een trekpleister van formaat. De pier in Scheveningen in combinatie met het chique Kurhaus zetten een ander Scheveningen op de kaart dan dat van mijn grootouders. Het vissersdorp was een badplaats geworden waar je gezien wilde worden.

Die eerste pier brandde in 1943 voor een deel af. De Duitse bezetter besloot vervolgens om de houten palen waar de restanten op rustten ook af te zagen. Zoals ze ook het gietijzeren hek op de rand van de boulevard afzaagden om er tanks van te maken. Tot de reconstructie van de boulevard in de afgelopen jaren kon men nog altijd de afgezaagde stompjes gietijzer zien in de granieten rand van de boulevard. Een stille maar door de meesten vergeten of ongeweten getuige.

Na de oorlog moest er natuurlijk een nieuwe pier komen. Groter, mooier, modern, een herkenningspunt voor Scheveningen en Den Haag want na de oorlog was het dorp immers slechts een deel van de naastliggende stad geworden. Dus werd er in het Haags gemeentebestuur besloten tot de bouw van een nieuwe en hypermoderne pier. Apon, Dijk en Maaskant waren in 1955 begonnen aan hun ontwerp en in 1959 werd besloten tot bouw over te gaan. Twee jaar later, 19 mei ’61, opende prins Bernhard de nieuwe pier. Gefinancierd door onder meer Adama Zijlstra, de baron van Scheveningen en de man achter het succes van het Kurhaus, het Holland Festival en nog veel meer zaken die Den Haag op de kaart zetten. De man die Vladimir Horowitz liet debuteren in zijn Kurzaal. Het was inderdaad een moderne pier geworden en ik herinner me nog goed dat in mijn vroege jeugd mijn ouders me regelmatig naar deze attractie mee namen. Het zou mij niet verbazen als mijn vader daar mijn moeder ten huwelijk heeft gevraagd want er zat wel een verstopte romanticus in die man. Hij hield ook van die pier.

De laatste decennia moderniseerde de wereld. Zijlstra ging, Zwolsman (de aannemer van de tweede pier) kwam. Een rare megalomane man met teveel geld. Zijn bedrijven waren vooral betonstorters en vele plaatsen in het land inclusief Scheveningen vielen ten prooi aan betonnen hoogbouw in een afzichtelijke zestiger jaren stijl. Maar beton rot. Zwolsman werd zo arrogant en maakte zoveel misstappen (een illegaal gebouwd vierde eilandje aan de pier bijvoorbeeld) dat hij welhaast de absolute tegenhanger van de geliefde Adama Zijlstra werd. Velen zien nog steeds Zwolsman als de architect van de vernietiging van Scheveningen als mooie badplaats, ik kan ze geen ongelijk geven daarin. Nadat Zwolsman van het toneel verdween werd het lastig om van het verbetonde Scheveningen nog iets moois te maken. Want beton rot. De onderhoudskosten aan veel van de bouwwerken waren hoog en het verval kwam snel. In nog geen dertig jaar is de eens zo fraaie moderen betonnen pier verworden tot een roestplek op het Schevenings (en Haags) blazoen. Het ding is inmiddels lelijk – en dus bijzonder pictoresque. Het onderwater wonderland op eiland vier waar je naar nepvissen kon kijken, en de Jules Verne attractie die bepaald minder dan 20.000 mijlen onder zee ging mochten niet baten. Het ding werd een blok aan het been van de diverse eigenaren. Nationale Nederlanden was er een van na Zwolsman. Ze verkochten de Scheveningse tentakel voor 1 gulden aan van der Valk in ’91.

pier (3) pier (2)

Van der Valk investeerde in eerste instantie flink. De pier werd een dubbeldekspier met een overdekte en onoverdekte laag. Ach. Er kwam een casino want gokken op water is blijkbaar anders gokken dan op land. Dat Holland Casino op nog geen 300 meter afstand een veel zichtbaarder en moderner casino had maakt blijkbaar niet uit. Van der Valk deed wat het zo vaak deed, een restaurant bouwen en verder vooral rommelen. De investeringen droogden op. Bungy jumpen trok onvoldoende bezoekers om de exploitatie beter te krijgen en de pijlers waren te zwak voor flinke nieuwbouw. Een hotel op de pier is natuurlijk ook nogal ambitieus. Kortom, de laatste tien jaar is het verval snel gekomen. Het onderhoud werd zo slecht dat de gemeente moest ingrijpen voor de veiligheid van de bezoekers. Delen werden afgesloten. Een brand in van der Valks feestzaal eind 2011 tekenden het doodvonnis, in maart 2012 kondige van der Valk aan te willen verkopen. Verschillende kandidaten kwamen en gingen, zelfs vanuit China. Maar het lukte niet. De gemeente ging de kosten nemen voor de noodreparaties die van der Valk naliet en nu is het dan zo ver. Op het ultimatum van de gemeente Den Haag aan van der Valk om  nu echt wat te gaan doen aan de pier door middel van herinvestering, verbouwing en achterstallig onderhoud besloot van der Valk het restaurant en casino op 1 december van het vorige jaar te sluiten. Het doek voor de pier in zijn huidige vorm was daarmee gevallen. Een laatste potentiële koper liet het afweten en dus is vandaag op 2 januari 2013 het faillisement aangevraagd van De Pier Vastgoed BV.

Op korte termijn zal de pier moeten sluiten. De resterende exploitanten zullen iets anders moeten zoeken en de gemeente zal gaan opdraaien voor de kosten van het onderhoud dat het failliete vastgoed bedrijf uit het van der Valk concern had moeten doen.

Ik vraag me af hoe lang het gaat duren voordat Scheveningen weer een mooie aantrekkelijk pier krijgt. Het wordt waarschijnlijk tijd dat iemand begint aan het schrijven van het ‘Requiem voor de pier’. Hoewel, misschien doet de Haagse politiek haar werk en hersteld ze de gemaakte fouten uit de afgelopen decennia.

© 2013 Alice Anna Verheij

Na de opheffing.

Volgens velen houdt ons bestaan hier op de 21e december op. Gelukkig maar, denk ik dan want wat een zooi heeft de mensheid er van gemaakt. Het aantal landen in oorlog is niet substantieel minder dan enige tijd geleden, het lijden van de mensheid ook niet. De verschillen tussen arm en rijk zijn weer groter geworden en daarmee ook de arrogantie van de eerste groep. De ‘have’s’ zijn dominanter dan ooit.

maya-doomsday

Gelukkig is er na 21 december 22 december en daarna nog heel veel andere dagen. De Maya’s hebben volgens sommigen voorspelt dat de wereld ten onder gaat over een week maar zijn dat zelf al vele eeuwen voordien gegaan. Dat hadden ze toch moeten voorzien denk ik dan. Atlantis bestaat vooralsnog alleen in sommige boeken, mooie fantasieën en uiteraard in Hollywood. Stargate Atlantis is inderdaad best aardig om te bekijken hoewel Star Trek toch altijd nog onverslaanbaar blijft.

Maar ik dwaal af.

Het gaat er dus om wat te doen na die ondergang van onze wereld. Aangezien ik tot de circa 7 miljard overlevenden behoor (net als u overigens) heb ik de vrijheid genomen voor volgend jaar toch maar wat plannen te maken. Mocht u twijfelen over die zeven miljard da is het nuttig om hier even te gaan kijken. (Maar let op voor depressiviteit en doemdenken als gevolg van wat u daar leest.) Voor wie mij kent zal duidelijk zijn dat dit uitzonderlijk is. Voor volgend jaar staan de volgende zaken op de rol:

  • de zooi in mijn eigen leven opgeruimd krijgen tot een acceptabel niveau
  • weer achter een eigen voordeur komen te wonen, liefst niet alleen
  • eindelijk mijn dichtbundel ‘Passiezeren’ uitgeven (met 52 gedichten)
  • toch maar een heruitgave doen van de verhalenbundel ‘Genderdans’
  • mijn nieuwe roman ‘Lachrymae’ afschrijven en uitgeven of uit doen geven
  • een geweldig project doen met die andere geweldige schrijfster
  • de documentaire Headwind afmaken in de vorm van vier korte films
  • een nieuwe fototentoonstelling samenstellen met mijn mooiste werk
  • reizen
  • leven
  • liefhebben

Kortom, na het vergaan van de wereld volgende week wordt het nog een druk jaartje voor me als u maar niet denkt dat ik alle rotzooi op ruim die er na volgende week achter blijft.

Alice Anna Verheij

Herinneringen aan Simon Smit, fotograaf (1914-2012)

Simon Smit is overleden. Simon Engelbertes Smit om precies te zijn. Achtennegentig is hij geworden en geen mens zal ooit weten hoeveel foto’s hij maakte. Ergens in mijn jeugdherinneringen zit de man opgeborgen op een mooie plek.

simon smit

Het is zomer 1970 en ik ben acht jaar. Het jaar ervoor had mijn vader mij midden in de nacht mijn bed uit gehaald om op de zwartwit Metz televisie te kijken naar de eerste maandlanding. Bij de NTS en gepresenteerd door Henk Terlingen. Maar in 1970 kwam die wonderlijke NASA naar Den Haag. Op het dak van het Congresgebouw (nu World Forum en lang niet zo mooi als toen) was een grote tentoonstelling ingericht. Een droom voor een kind van acht. Er stond een capsule van een Gemini raket en wat dingen van de Apollo 8 en allerlei ander spul. Ik kwam er weg met een tas vol NASA promotiemateriaal gericht op kinderen. Raketten van karton en kaarten waarop je een mannetje kon aankleden in laagjes tot op zijn maanpak en nog veel meer. Ik heb het jaren bewaard maar geen idee waar het gebleven is. Verloren in de tijd.

Met mijn vader, moeder en zus liepen we op de tentoonstelling en blijkbaar waren we in de ogen van ‘Smitje’ zoals de fotograaf genoemd werd geschikt om op de gevoelige plaat vast te leggen. Voor in Het Binnenhof, het kleine zusje van de Haagsche Courant. Smit sprak mijn  ouders aan en we werden naar een tafel getroond waar zakjes met ruimtevoedsel op lagen uitgestald. Een belangrijke meneer legede uit wat het was en natuurlijk wilde ik het eigenlijk proeven. Dat was niet de bedoeling dus we moesten het laten bij het poseren als standaard papa, mama, dochtertje, zoontje gezin. De foto is vast nog ergens in het persarchief van Sijthoff te vinden en misschien heb ik hem nog wel ergens in één van de albums die ik nog heb uit mijn vroege jeugd.

Smit, zo herinnerde ik me, was een innemende meneer met een knoepert van een camera op zijn buik en zo’n flitser die tot parabool uitgevouwen werd en voorzien van blauwe flitslampjes, zijn bril droeg hij op het voorhoofd en niet op zijn neus. O ja, zijn jasje wat geruit en hij was een wat vierkante gedrongen man toen. Ik weet nog dat hij de tijd nam en het leuk vond hoe wonderlijk wij alles vonden. Het was ook een mooie foto die hij maakte.

Vandaag kwam dus het bericht dat deze prachtfotograaf van het leven er niet meer is. Het was zijn tijd. Waar hij bekend werd van de Juliana-Bernhard-tandem foto, herinner ik mij van die zomerdag op het dak van het Congresgebouw bij een grote witte tafel met zakjes ‘ruimte eten’. Dat is op zich een prachtige herinnering die ik koester.

© 2012 Alice Anna Verheij

De zee is rood.

Dit is een transcriptie van de herinnering aan een improvisatie die ik voordroeg en die voor mij net zo onverwacht was als voor het publiek. Een improvisatie die een schets is.

foto: © 2012 Alice Anna Verheij

weet jij waar de zee is?
hij is daar, daar achter de duinen
en hij golft en breekt
golft en breekt
breekt en beukt
beukt en golft
ik ben daar
ik golf en breek en beuk
de zee is daar, daar acher de duinen
in mij
golvend, beukend
in mij, in mij
in mij is een gat
waarin ik golf en beuk en stroom
rood stroom
ik ben rood
de zee is rood, niet blauw
de zee is rood
golvend, brekend, beukend rood
in mij, de zee in mij
ik bèn de zee, de zee in mij
aan de rand van de stad ben ik
in rode golven
breekt de zee uit mij
beukt in golven
in mij
ik weet waar de zee is
ik ben daar, achter de duinen
ik golf en breek
breek en beuk
beuk en golf
en stroom rood
ik ben rood
niet dood
maar koud
helder
rood
water

© 2012 Alice Anna Verheij

Over Albanië, een koning, zijn voorganger en wat Nederland daar mee van doen had.

Zaterdag is in Albanië koning Achmed Zog 1 herbegraven. Hij was opgegraven in Frankrijk waar hij na zijn overlijden onder het marmer was gelegd. Zog 1 was koning van Albanië tussen 1928 en 1939. Voor die tijd was hij een aantal jaren president van het land. De man was afkomstig van een feodale familie van landeigenaren in Albanië en had banden met het Ottomaanse rijk. In zijn regeerprediode werd hij eerst ondersteund door de Italianen en later de economische gevangene van de westerburen. In ’39 viel Mussolini Albanië binnen en moest de koning met zijn vrouw en twee dagen oude zoontje Leka vluchten. Via Engeland kwam hij uiteindelijk terecht in Egypte als beschermeling van koning Faroek aldaar. Toen deze werd afgezet moest de familie – met hun kapitaal – opnieuw vluchten. Deze keer naar Frankrijk. Jaren later overleed Zog.

Koning Zog 1 van Albanië

Een decennium voordat Zog 1 aan de macht kwam had Albanië ook even een koning. In 1913 en 1914 was er een Duitse prins genaamd Wied die door een alliantie van staten (Engeland, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, Rusland en Italië) op de troon van Albanië was gezet. Het land was net internationaal erkend op de ‘ambassadeurs conferentie‘ in Londen in 1912 die een einde maakte aan de eerste Balkanoorlog. Maar prins Wied wist geen bal van Albanië en had kapitaal nog leger. Dus moest hij voorzien worden van een ‘politiemacht’ om de orde in het land te herstellen. Albanië werd in die tijd overlopen door onder andere Grieken, Ottomanen, Serven, Kosovaren en Italianen. Eigenlijk was er geen centrale regering die het hele land kon regeren en zeker ook geen krijgsmacht. Albanië was een prooi voor graaiers geworden. Aangezien Nederland onafhankelijk was in 1914 (en de rest van Europa in de Grote Oorlog betrokken werd) viel al snel de keuze op Nederland om een politiemacht te leveren. Zweden, de andere kandidaat had al een dergelijke klus in het Ottomaanse rijk. Die politiemacht was een soort ‘vredesmacht’ hoewel dat in die tijd met aanmerkelijk geweld gepaard ging. Wat dat betreft lijkt er nauwelijks iets veranderd te zijn in honderd jaar. Volgend jaar is het honderd jaar geleden dat de eerste internationale interventiemacht van Nederland voet zette op het grondgebied van een ander land op basis van een mandaat van een aantal grote mogendheden: er werden vier militairen gestuurd.

In het midden links generaal de Veer en rechts kolonel Thomson. (bron: Robert Elsie)

Na het nodige gedoe rond het kabinet dat net gevallen was, besloot de regering van Nederland om een contingent marechaussees onder leiding van generaal de Veer naar Albanië te sturen. Colijn was de minister van Oorlog in die tijd. Hij droeg een vriend van hem, kolonel Lodewijk Thomson voor, deze militair was een veteraan uit de Boerenoorlog en wist van wanten. Na de onverwachte val van het kabinet kwam de leiding echter in handen van voornoemde generaal Willem de Veer, de kandidaat van de nieuwe minister van Oorlog Borsboom. Thomson werd secondant. De mannen gingen gezamenlijk op missie met hun adjudanten de sergeants van Reijen en Stok.

De aankomst van prins Wied met zijn entourage in Dürres. (bron: Robert Elsie)

Eenmaal in Albanië zetten ze een politiemacht op en leverden ze strijd met met name de Grieken en Macedoniërs om het land in één hand te brengen. Daarbij kregen ze ondersteuning van de Britten die ook een klein contingent manschappen en officieren stuurden. Het lukte hen een macht van 1000 man op de been te brengen. Bij decreet van Koningin Wilhelmina werd de Veer het hoofd van de Albanese politiemacht en de troepen werden uitgebreid tot uiteindelijk 5000 man waarvan zo’n 800 getraind. Toen barstte er echter een Ottomaanse opstand uit in het zuiden van Albanië.

Prins Wied achter de baar met het stoffelijk overschot van de Nederlandse kolonel Thomson. (Bron: Robert Elsie hwww.albanianphotography.net)

Om kort te gaan, na maanden gevechten en de nodige slachtoffers waar onder Kolonel Thomson die uiteindelijk in Nederland begraven werd, moest de politiemacht zich terugtrekken. Naar geruchte is Thomson omgekomen door een kogel in de borst afkomstig van een Italiaanse sluipschutter. In 1914 verlieten de Nederlanders na minder dan een jaar aanwezigheid Albanië. De missie had jammerlijk gefaald en Albanië werd weer een decennium in onrust gestort. Totdat koning Zog de macht naar zich toe wist te trekken en het land wist te verenigen. Voor even.

Nu, zo’n honderd jaar later blijkt er nog steeds een hang te zijn naar een monarchie in Albanië, ondanks de krachten vanuit het buitenland die al die jaren gepoogd hebben het land te knechten. Na de Nederlanders en de Ottomanen, de Grieken en de Italianen lukten het zelfs de Russen niet om van Albanië een stabiel land te maken. De klein republiek is nog altijd straatarm, de Europese landen proberen nog altijd voor de Albanezen te bepalen wat goed voor ze is. En Nederland? Nederland weet allang niet meer dat het gerommeld heeft in de Balkan begin vorige eeuw want Nederland is heel goed in het vergeten van internationaal geklungel.

© 2012 Alice Anna Verheij

Heel veel meer gedetailleerde informatie over deze bizarre episode in de geschiedenis van Albanië en de Nederlandse bemoeienis met het land is te vinden op de website van Robert Elsie die zich specialiseerde in vroege fotografie in Albanië. Het verhaal van de Nederlandse betrokkenheid en de inzet van de Veer, Thomson en hun mannen leest als een filmscript. De geschiedenis is ook hier boeiender en dwazer dan de fantasie.

De wereld veranderd niet.

Als documentair kunstenaar wordt ik soms getroffen door analogiën in oude kunst met mijn eigen werk. Christa Zaat, een facebook kunstverzamelaar die een onvoorstelbaar fraaie verzameling Victoriaanse en Edwardiaanse schilderijen op haar facebook gepubliceerd heeft, verraste me met een schilderij van de Engelse schilder Walter Langley. Zijn schilderij ‘Waiting for the boats’ laat vissersvrouwen zien die wachten op de boten die op haringvangst buitengaats waren. Ze kijken met afwachting, spanning en soms angst naar de zee bij de haven. Komen de mannen terug? Zijn alle boten er? Is mijn geliefde er bij? Of mijn zoontje?

Het schilderij laat het leven zien van de vrouwen in mijn familie een paar generaties terug. Mijn opa was immers een visser. En zijn vader ook. De spanning op de gezichten zijn een voorbode van het leed dat mogelijk op de vrouwen wacht. Want als de mannen niet terugkeerden lag nog zwaardere armoede in het verschiet.

Walter Langley (English painter) 1852 – 1922
Waiting for the Boats, 1885

Maar het schilderij riep bij mij nog iets heel anders op. De treffende gelijkenis in de uitdrukking op de gezichten van de vrouwen die ik fotografeerde in een vluchtelingenkamp in Nepal zes weken nadat een brand hun kamp en alles wat ze bezaten verbrandde. Ik weet overigens bijna zeker dat enkelen van hen inmiddels in Amerika of Australië, Nederland of Nieuw Zeeland of in een ander land wonen, begonnen aan een nieuw en minder uitzichtloos maar zeker ook moeilijk bestaan.

© 2011 Alice Anna Verheij
Vluchtelingen vrouwen en kinderen wachtend op hulp, mei 2011 Goldhap Camp, Nepal

De vrouwen op mijn foto wachten op wat er gebeuren gaat. Er wordt die dag hulp gebracht maar of zij daar wat van krijgen is niet duidelijk. De zwaarte van hun bestaan drukt op ze als een loden last en de ogen stralen niet alleen berusting uit maar soms ook wanhoop. Het beeld van deze foto is er slecht één van de honderden, nee duizenden, die op mijn netvlies staan en die ik in vele foto’s en videobeelden heb. Ze doen pijn. En ze motiveren me om door te gaan met wat ik doe: de beelden delen met een ieder die bereid is de ogen open te houden voor het leed van anderen. Mijn vrouwen zijn geen visservrouwen maar vluchtelingen, gevlucht voor een regime dat niet schroomde om een groot deel van het eigen volk het land uit te jagen. Zoals de visservrouwen de slachtoffers waren van hun armoede in een maatschappij die niet voor ze zorgde.

Er is in pakweg honderdvijfentwintig jaar in werkelijkheid niets veranderd. De ogen van zij die het zwaar hebben laten dat zien. In 1885 en in 2011, dezelfde blik, vergelijkbaar leed:

Hierbij nog wat gegevens over Langley’s schilderij voor de liefhebbers (met dank aan Christa):

Langley’s mastery of watercolour allowed him to capture the clear morning light of Cornwall as the fisherwomen wait on the quayside by the seawall in the last few moments of leisure when they are able to share news, knit and read letters from relatives as they await the arrival of the herring fleet that has been away at sea and is returning with the day’s catch. All is still and peaceful before these women’s strenuous daily work begins and the women have to unload and clean the fish. The youngest of the women appears to be concerned about the arrival of the boats, perhaps nervous that not all of them will return; many men were killed in ocean storms. The anxious expression on her young face is in contrast to the weather-beaten skin of the older women who are used to sitting and waiting for the boats. It is this subtle sentiment that Langley was able to capture so convincingly, because he understood the women and their hopes and fears and knew what it was like to be poor and to work hard.

© 2012 Alice Anna Verheij

Trippin’

Today someone gave me something I desired for quite some time. An old little automatic photo camera which I intend to use for lomography (LOMO photography). However, not with a LOMO but with something special. Alice Anna is trippin analogue!

The Olympus Trip 35 is a legendary camera. One of the first compact cameras made in Japan and produced from 1967 to 1984. One of the longest camera production runs ever and a total production figure of more than ten million! Once they were all around. Mine is an early 1978 model in absolutely perfect condition. It’s works like a charm and the old selenium cell obviously is still ok.

iPhone photo by me.

The good thing about this camera is… well actually the good things are a list of good things like these:

  • 100% mechanic
  • no battery needed, no electronics
  • extremely durable and keeps working under very difficult conditions
  • full metal body, hardly any plastic used
  • proper handling weight, not too light and not too heavy
  • uses ordinary 35mm film
  • automatic exposure based on film ASA and selected focal range, so just click away!
  • hot shoe for flash and normal tripod connection
  • it even has an image counter 🙂
  • release knob with mount for self timer and wire release
  • great Zuiko f2.8 40mm 4 elements and 3 groups front focussing Tessar lens
  • mechanical shutter release lock and indicator when light conditions are too low

Needless to say, I love this camera, it’s simplicity and its built quality. As mine is a rather new 1978 type there are no production issues or faults at all with it and it can still live for another couple of decennia. The images coming from this camera are amazing. The lens is of very high quality and it was used by many well known photographers to make amazing work. One of the best known was David Bailey who also made some commercials for this camera.

Anyway, I hope this little one is going to be with me for a long time and some of the results will be of your liking. As of today you might find me Trippin’ along.

© 2012 Alice Anna Verheij

Twee onvergetelijke tentoonstellingen op komst.

Vanaf half september tot na sinterklaas worden er twee onvergetelijke tentoonstellingen gehouden door mij en mijn collega Eveline van de Putte.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Van 15 september tot en met 26 oktober is UNFORGOTTEN te zien in de Domkerk in Utrecht. Daarna zal deze tentoonstelling van 10 november tot 7 december te zien zijn in Café & gallerie Quirky in Den Haag.
UNFORGOTTEN is een tentoonstelling met de beste foto’s uit ons bestand van 18.000 foto’s die we in het kader van het Headwind project gemaakt hebben in Nepal, Sikkim (India) en Nederland. De foto’s laten het leven van de vluchtelingen uit Bhutan zien in de kampen in Nepal en gaat in op de resettlement van hun waardoor zij in enkele jaren in diaspora worden gebracht.

  • 15 september – 26 oktober
    Domkerk Utrecht
    Project presentatie en vernissage met live muziek op zondag 23 september om 12.30u.
  • 10 november – 7 december
    Café & galerie Quirky, Tasmanstraat 128 Den Haag
    Vernissage en fundraising dinner (traditioneel Nepalees-Bhutaanse schotel) met live muziek op zaterdag 10 november om 18.00u.
    Reserveren gewenst. Prijs: €20 waarvan €5 gedoneerd wordt aan de Empowerment Foundation voor het Headwind project.


Reserveren is gewenst en kan op 070 3808502 of info@cafequirky.com

* In English *

From September 15 until October 26 UNFORGOTTEN, the photo exhibition, can be seen at the Domchurch in Utrecht. UNFORGOTTEN will be brought there in co-operation with the Domchurch Citypastoraat.
Special presentation of Headwind and UNFORGOTTEN is on Sunday September 23rd at 1 PM.

From November 10 until December 7 UNFORGOTTEN will travel to Cafe & gallery Quirky in the Tasmanstraat 128 in The Hague. The vernissage on Saturday November 10 will be followed by a fundraising dinner at 6 PM. Cost €20 of which €5 is donated to the Empowerment Foundation’s Headwind project. Reervations needed and can be made at 070 3808502 or info@cafequirky.com.

Rimpels

foto door Nelleke Mineur tijdens de ‘Jardin des Artistes’ op 8 juli in Emma’s Hof

Ik heb er eentje bij
toch nog onverwacht
uit mezelf verkregen
Die gekerfde ooghoek
leunt nu op een wang
in een perfect boogje
Lacht me vandaar toe
en ik hou van hem
of is het van haar?
Is een rimpel mannelijk
of is dat impertinent
om me af te vragen?
O kijk, hij krult zomaar
alsof hij schatert
om een goede grap
Ik lach maar mee
want zomaar weggaan
zal niet gebeuren

© 2012 Alice Anna Verheij

In de balzaal.

Als antwoord op een facebook verzoek van de Haagse Poëzieroute


Balzaal in Empire stijl, paleis Kneuterdijk, Den Haag.

Verzuild
wit gepleisterd
cassetten ton
met achter
elk gordijn
vast een spion

Bekleed
geel gelakt
planken vlak
er op een
blauwtje
gelopen vak

Opgehangen
glas geblazen
kunstig licht
in ’t midden
dans jij
zonder gewicht

© 2012 Alice Anna Verheij

In één zin.

Soms is één zin genoeg om te zeggen wat ik wil zeggen.

foto: Sangam Chowk bij Damak, Jhapa, Nepal © 2012 Alice Anna Verheij

De geluksbeleving om bij het vallen van de avond langs de rand van een rijstveld op een aarden walletje te zitten, de vuurvliegjes te zien dansen onder een smetteloze hemel terwijl op de achtergrond in de verte de heldere bel van de mandir onregelmatig een klingeltje geeft en de geur van vers klaargemaakt eten je in de neus dringt, ergens anders een paar vrouwen zingen en de bergen zich in steeds dieper wordend mysterieus blauw tegen de hemel lijken te hebben laten plakken, is dusdanig intens dat het verlangen wat daaruit voortkomt alleen vervuld kan worden door de herhaling van die beleving.

Alice Anna © 2012

Alfred Jodocus Kwak

Het volgende theaterseizoen is er weer een geheel nieuwe door Herman van Veen geschreven Alfred Jodocus Kwak show. Voor volwassenen vanaf 5 jaar. Mijn goede vriend Max is weer Alfred. De poster is er deze keer eentje met een vrolijk springende Alfred die immers vader wordt. De foto is door mij gemaakt.

De speellijst is hier te vinden.

Alice Anna.

Een eend schieten in de duinen.

Ik heb een vriend en die (niet: dat) is een eend. De liefste eend die je kunt bedenken. Hij is een eend op het podium en maakt daar kinderen én volwassenen vrolijk mee. Hij zingt dan liedjes van “Ik ben vandaag zo vrolijk” en iets met spetteren en spatten.

Hij had een foto nodig of anderen van hem. En dus, toen het gisteren zulk lekker weer was, het zonnetje zo warm en de lucht zo lief, heb ik toen die eend maar geschoten. Eenden schieten kan heel aangenaam zijn. Vooral met een strand in de buurt, een lekker windje en dus die warme zon. Mijn schouderkopjes zijn nu wel een beetje verbrand maar dat mag de pret niet drukken en de buik niet rimpelen.

We zijn terug gekomen met prachtige eendenfoto’s. En die ene waar het om ging zat er natuurlijk ook bij want zo gaat dat met eenden schieten, ze zijn zo gemakkelijk te raken. Nu laat ik die ene natuurlijk niet zien want die komt later dit jaar op allerlei verrassende plekken wel boven water. Maar er zijn nog zoveel anderen die net niet goed genoeg zijn maar ondertussen wel heel mooi en dus geef ik er jullie eentje om naar te kijken.

foto: © 2012 Alice Anna Verheij

Onder voorwaarden dat jullie dan wel vrolijk worden en blijven deze week. Maak het mooi, kwaak een liedje!

Alice Anna © 2012

PS Die eens is natuurlijk mijn goede vriend Max Douw als Alfred Jodocus Kwak.

Is this me I’m looking at?

Today I made a walk round the block with my daughter. On just an ordinary Sunday late afternoon with the intention to visit a garden in the neighborhood and after that drink a beer at the café where I spend some of my days while researching and writing on my new novel. I seem to run on one café per novel.

I took my photo camera with me as I do quite often these days. I knew the garden was beautiful and when I’m together with Eva I also know that inspiration might start flowing. The pictures simply get better with the right company and I just love it when she comes along taking her sketchbook with her to work on some sketches. I see her work improving when allow ourselves to discuss it.

photo © Eva Verheij 2012

And sometimes we take photos of each other. So she made a couple of photos of me and one of these surprised me when I saw the result. Because of the neutrality of it. Many thoughts went through my head and I couldn’t get a grip on what it is that brings emotion to me while looking at my own photo.

At the cafe it did some post production editing on some of the photos and I am quite happy with a few of them. There is a series of water drops on leaves with amazing colors and some surprises in them that I will publish on Facebook as a series. The title will be ‘Emma’s Tears’ because I associate the drops on the leaves with tears and the photos were taken at ‘Emma’s Hof’ (Emma’s Court) close by.

‘Naked’ photo © Alice Verheij 2012

And while looking at the result of this photo escapade in the early hours of the night one photo drew my attention. It took a while but then all of a sudden it hit me. It’s a photo of a tulip in the wind unveiling it’s inner parts through the gaps in between the flowers leaves and through the sunlight that falls on the flower. For some reason I felt a parallel between the photo Eva made of me and the photo I made of the flower. The words describing that parallel is: fragility and vulnerability.

Because that is what I see when looking at myself on the photo made by my daughter. I can see that I have aged over the past few years. Quite rapidly. I can see that I’ve lost so much of all the layers encapsulating me. Looking at this photo I see myself emotionally naked. All the non relevant things have gone and what’s left is a face that shows vulnerability. A fragile face with traces on it of experiences that have been difficult. An when I look into my own eyes I see pain and a kind of softness that does not connect with the image I had of myself. The image of a strong woman who can do it all and who cannot be brought down.

The past evening Eva and I watched the movie ‘Untouchables’ and I realized that it must be easy to get hurt in the situation of both main characters and that it must be just as easy for me to get hurt. Because I lack the defense against bad times. Maybe that’s the reason why my next book is about a young and beautiful woman who was a great model in Victorian times but who had to face the reality of life, the reality of growing old in a difficult situation.

Things seem so much connected these days. What I do and make, how I write, the photos I take and even the music I listen to and the films I watch. I feel like that tulip, vulnerable and visible. I guess that’s what happens to some people at a certain moment in their life. And I feel tired of the fight for my existence in the past decade.

Alice © 2012

Mijn eindeloos verlangen naar geel.

Sangamcwok, Damak, Jhapa in the East terai in Nepal (photo © 2012 Alice Verheij)

Bladerend door de beelden die ik niet los kan laten vecht mijn hoofd met mijn hart een titanengevecht. Een hoofd dat me dwingt om los te laten, als is het maar voor een tijdje, dat in mijn hart gevangen is als de tatoeage in mijn huid. En hoe hart ik het ook probeer, mijn hoods verliest het telkens weer van mijn eindeloos verlangen naar kleuren die hier onvindbaar zijn.

Mijn-eindeloos-verlangen-naar-geel-2.mp3

Mijn eindeloos verlangen naar geel.

Nog immer is het geel gebrand op mijn netvlies
die glans van de uitbundig bloeiende mosterd.
Geen geel ken ik dat in intensiteit zozeer gelijk is
aan het rood van de tika die bij mij gezet werd.

De geur van het veld vast genesteld in mijn neus
mijn vingers voelen ongedacht nog steeds het blad.
Geen zintuig kan nog mijn gevoel ontsnappen
of het eindeloos versmelten met mijn hart.

De dag heeft voor mij allang geen inhoud meer
is onvergelijkbaar met mijn dromen in de nacht.
Mijn ogen spreken niet meer mijn moedertaal
ik verbeid de tijd en leng ongewild mijn wacht.

Ik weiger de gedachte die mij ’t ondenkbare zegt
de angst dat ik verbonden blijf aan deze grond
dwingt mij dat ik mij sterk en dat ik vecht
negeer dat schoonheid mij ernstig heeft verwond.

Geen maand, geen etmaal, geen uur, geen minuut
ja geen seconde laat mijn hart mijn hoofd vrij
het doet mij het juist voelen onder het borstbeen
hamerend, jagend, kloppend, dwingend in mij.

Het geel, dat verzengende geel, zit in mijn hoofd
en zal mij bij leven onmooglijk kunnen verlaten
het maakt mij gek van een onpeilbaar verlangen
naar zand in plaats van stenen op de straten.

Het wachten is te oneerlijk aan het worden
bedrukt me, beneemd me bijna zefls de adem.
Geen vezel in mijn lijf wil hier nog langer zijn
geen cel er van gunt mij nu nog genade.

Mijn hoofd verliest ’n gevecht dat ’t nooit kon winnen
want de donkerte van mijn gedachten sterft versneld
onder de uitbundigheid van de kleur van mijn zinnen
terwijl mijn lijf ’t eindloos verlangen aan mij verteld.

Nog immer is het geel gebrand op mijn netvlies
die glans van de uitbundig bloeiende mosterd
Geen geel bestaat dat in intensiteit gelijk is
aan het rood van de tika door jou bij mij gezet.

Alice © 2012