Je zus F Krijst!

Ook een ‘Je zus F krijst!’ t-shirt?
Bestel ze via email in tiet of tietloze uitvoering
Alleen in XL verkrijgbaar.
€18 incl. verzendkosten.
Bestellingen naar contact@woordenstorm.nl 

Damn. Lees net het wetsvoorstel van Teef Teeven met betrekking tot vereenvoudiging van geslachtsverandering (de juridische genitaliën identificatie). Wat een kutvoorstel. Ik bedoel wat een matige tekst. Dit moet maar eens een paar dagen bij me borrelen, bubbelen en stomen voordat ik er een uitgebreid artikel aan wijd. Wat wel gaat gebeuren natuurlijk.

Freddie T.

Hopelijk lukt het om de komende dagen er, ondanks verhuizing / huisuitzetting en zo, een stevig artikel aan te wijden want dat is zeker nodig. Zoveel maanden werk van ambtenaren en dan dit soort broddelwerk maakt niet alleen verdrietig. Het is dat ik van de pen ben en niet van de bakstenen want anders zouden er de nodige ruiten sneuvelen bij Teef en consorten.

Nou ja, het gal is er voor even uit. Nu nog een keertje nakotsen en dan in- en uitademen (langzaam, minimaal drie keer). Straks maar weer Zen worden dan? Dan kan ik zondag er een goed verhaal uit persen. Ik bedenk me trouwens ineens dat het woord ‘gender’ deel uitmaakt van ‘gedonder’. Zou dat de verklaring zijn van de stupiditeit die ik zie?

Alice © 2011 (Jawel, zelfs hier gooi ik kopijrecht op!)

Advertenties

Uit de Trouw van 14/9/2011.

Vandaag verschenen in Trouw. Tekst: Jet Salomons.

Noot: Inmiddels heb ik de tekst van het door Teeven ter advies voorgelegde wetsvoorstel. Het deugt niet. Er zijn nogal wat belangrijke bezwaren en er wordt zelfs een rampzalig artikeltje toegevoegd. Na de aanbieding van het HRW rapport op donderdag en de bijeenkomst vrijdag zal ik er een uitgebreid opinieartikel aan besteden op deze plek.

Human Rights Watch komt op voor transgenders en de media reageert weer eens achterlijk.

Noot: Het Parool heeft de gewraakte foto zojuist verwijderd. Gelukkig! Zouden ze wat geleerd hebben?

Lieve lezers,

doe mij een plezier en lees eerst het persbericht van HRW hier onder en liefst ook het rapport dat ze geschreven hebben. Het gaat over wat mij en velen met mij dagelijks treft. Over hoe mijn en onze mensenrechten structureel geschonden worden door de Nederlandse overheid. 
En lees daarna het onderstaande over hoe de media dit oppakken…

Liefs,
Alice

persbericht HRW over hun vandaag verschenen rapport.

HRW rapport ‘Controlling bodies denying identities’

En dan nu over hoe sommige media, in dit geval het Parool zonder na te denken stigmatiseert en schoffeert door zelfs zoiets als een fotokeuze. Gelukkig zijn er ook andere kwalitatief sterkere media en hopelijk zullen die beter berichten over dit zo belangrijke rapport.

Vandaag om 10u was het embargo afgelopen. Het embargo op het rapport van Human Rights Watch over het feit dat de Nederlandse Staat de mensenrechten schendt van transgenders. Eindelijk heeft een internationale mensenrechten organisatie na gedegen onderzoek een duidelijk rapport geschreven en gepubliceerd. Dat wil zeggen, vrij gegeven aan de media. Het rapport wordt overmorgen gepresenteerd in Nederland.

In het kort is de strekking dat de sterilisatieeis die de Nederlandse wetgever stelt bij geslachtsverandering om ook de juridische wijziging door te voeren, zodat mensen als ik een paspoort krijgen dat (beter) klopt, tegen het internationale menserechtenverdrag indruist. De werkelijkheid is overigens nog ingewikkelder maar daar gaat het in dit stukje niet over. Scharrel daarvoor gerust over mijn site of lees het rapport dat een heel degelijk stuk werk is.

Echter, de Nederlandse media zouden de Nederlandse media niet zijn als ze, op een witte raaf na, niet bij zo ongeveer de eerste melding over een rapport als dit volledig op hun bek zouden gaan. Het adagium dat transgenders freaks zijn, travestieten die rondspringen tijdens de gay pride en niet heel gewone mensen die een persoonlijk drama hebben overleefd en daarvoor een drastische ingreep in hun leven hebben moeten doen, wordt onderstreept. Neem het Parool, toch een doorgaans gerespecteerde krant met in ieder geval enige kwaliteit. Toch? Nou, niet dus. De stupiditeit bij de redactie druipt er weer eens vanaf en dus wordt er een stigmatiserende foto uitgezocht en geplaatst waarmee het hele onderwerp down de drain gaat. Bedankt Parool! Dat hebben jullie dus weer eens goed verkloot in nog geen uur na de pers release van HRW. Knap hoor. Het stelletje minkukels op de Amsterdamse Parool redactie plaats natuurlijk een travestieten foto die geen enkele maar dan ook geen enkele relatie tot het onderwerp heeft opvallend bij het overigens slecht geschreven artikeltje. Het rapport is niet gelezen en de tekst is een overname van de ANP tekst. Journalistiek bestaat tegenwoordig uit rechtstreeks overnemen van ANP teksten, het toevoegen van een foute foto en het neerplempen van het resultaat in krant en op de website. Mijn God wat een journalistieke kloothommels. Overigens wordt een prima uitspraak aan Boris Dittrich toegewezen terwijl de uitspraak van de enige echte transgender activist in Nederland afkomstig is en dat in het rapport ook staat aangegeven. Maar ja, dat weet je als journalist natuurlijk pas als je het rapport ook echt leest en dat is ongetwijfeld teveel werk voor het Parool journaille.

Voor wie wil weten hoe het echt is, voor wie de werkelijke inhoud wil lezen staat hierboven dus de link naar het rapport. Download, lees en bedenk dan of je zelf met de huidige Nederlandse wet op dit punt zou willen leven als je in mijn / onze pumps stond.

Alice © 2011

Proud@.nl

Every picture tells a story. As Rod Stewart once sang on just another one of his albums. And it’s true. Just like that a picture is a thousand words. My life and work now is all about pictures. Pictures made by me and other photographers. The culmination of my work over the recent months at this stage is the photo exhibition, hopefully soon to be followed by the film. But there’s more happening around me.

Some time ago, early this year, I met Johan Brouwer. He is an artist, photographer, who works on the empowerment of gay people in the Netherlands and he does so in a vey positive way. His response to the increasingly bad sentiments in Dutch society regarding gay people was his idea to make a photo and storybook that will show the beauty of the diversity that the gay, or better lgbt, world in the Netherlands has. We talked about it and he asked me if I was available to be part of it. Like publishing a portrait of me in his book ‘Proud@.nl‘.

I suggested not to print a couple of photos but to use one, made by him at a place that’s somehow special to me, and publish that accompanied by a story of me. We agreed and the photo that you see here was taken at the Lange Voorhout, close to Pulchri, in the city where I was born, raised and where I now live. During the summer I wrote a story for the book while I was in Kathmandu.

Johan’s book, that I already love before I have seen the whole book, is soon to be published. Early Oktober there will be a presentation in Amsterdam. I’ll be there with a performance. What I’ll do there is a surprise, even for Johan. I am happy that in this way, by being involved and having a portrait of me published together with a short story in Johan’s book, I can contribute to a different style of gay pride than that was is usually regarded as pride.

There are very few transgender lesbian artists who are public on their gender and sexuality up to the level of being open, out and visible. It’s a choice I made to do this. I did so because of Johan’s positive angle on the topic and the quality of the book he is making. I feel proud to be part of it. Also because I’m part of a selection of people in that book that is a great selection with amazing people. So, if you want to see more of what Johan made: buy the book once it hits the bookstores. It’s worth your money. Check out www.proudat.nl for a sneak peak.

Alice © 2011

Laat ik het er voor één keertje dan maar over hebben.

Wat ervaringen sinds mijn terugkomst in Nederland na het filmen in Nepal geven mij voldoende aanleiding om mij maar eens een keer heel duidelijk uit te spreken over misschien we de grootste irritatie in mijn leven.

Het punt is dat ik er van hou om mensen te ontmoeten. Soms kan dat een date zijn (ja ik date soms, so what?), soms zijn het mensen waar ik mee samen werk of ga werken. Soms zijn het mensen in de kroeg of mensen die ik anderszins tegenkom. De basis is dat ik graag open sta voor andere mensen en dat heeft me veel goeds en een paar geweldige vrienden / vriendinnen / vriendandersen opgeleverd. En dat ik opensta voor anderen houdt ook in dat anderen me mogen leren kennen. Mogen weten wie ik ben, wat mijn realiteit is, waar ik passioneel over ben en wat ik verafschuw. Ze mogen weten dat ik lesbisch ben en ook dat ik een transvrouw ben. Het is niet iets om geheimzinnig over te doen vind ik. Hoewel de samenleving daar overigens geregeld wel alle aanleiding toe geeft, maar ik volg mijn eigen weg en ben net als de meeste andere mensen best blij met mezelf. Mijn seksuele geaardheid en gender identiteit zijn onderdelen van de mens Alice die onlosmakelijk met mij verbonden zijn. Ze definiëren me in veel opzichten.

Des te vervelender is dat het blijkbaar nog steeds zo is dat mensen als ik geregeld bloot komen te staan aan vragen en opmerkingen die op zijn minst onbeleefd maar vooral ook dommig en bot zijn. Iedere transvrouw kent die vragen ongetwijfeld ook. Zal ik een lijstje geven? Ik geef er dan meteen de antwoorden maar bij zodat mocht er weer eens een situatie zijn dat weer iemand, hoe ‘goed bedoeld’ ook, zichzelf verliest in ongebreidelde nieuwsgierigheid naar het wezen van mij als transvrouw er naar verwezen kan worden. Daar gaat ie dan, de top tien van transvrouw onvriendelijke vragen:

  1. Ben je omgebouwd? Antwoord: ik ben geen auto of huis.
  2. Hoe lang is het gelden? Antwoord: lang genoeg.
  3. Kan je gewoon sex hebben? Antwoord: definieer gewoon alsjeblieft.
  4. Wat vinden je kinderen er van? Antwoord: vraag het ze, als je dat durft.
  5. Vast wel erg voor je ex vrouw toch? Antwoord: nee, ze vond het geweldig. Nou goed?
  6. Voel je je nu echt vrouw? Antwoord: voel jij je dan echt vrouw (of man)?
  7. Dus je hebt een vagina? Antwoord: wat denk je zelf?
  8. Heb je nou nooit spijt van je keuze? Antwoord: keuze? Welke keuze?
  9. Nou die van de operatie… Antwoord: zie ik er uit alsof ik daar spijt van heb?
  10. Hoe heette je vroeger? Antwoord: Frankenstein!
  11. Goed nog eentje extra dan: Goh, hou je dan niet van mannen? Antwoord: zei ik niet dat ik lesbisch ben? 

Nee, serieus mensen. Het zijn vragen die geregeld gesteld worden. Echt waar. Zelfs door mensen die redelijk dichtbij komen. Het zijn vragen die natuurlijk niet kunnen. Ze zijn bot en getuigen van een ongezonde of op zijn minst onbehoorlijke nieuwsgierigheid naar de genitale wetenswaardigheden rond mijn persoontje (of die van andere transen). En doorgaans maak ik me er met een beleefd maar vaag antwoord van af als ik denk dat de vragensteller / vragenstelster uit naïviteit dit soort vragen stelt. Ik vraag toch ook niet (meteen) of je ook aan SM doet?

Maar soms is het wat erger allemaal. Dan is het ongezonde nieuwsgierigheid. Het punt is, ik vertel intieme zaken aan mensen die ik vertrouw en waar een situatie mee ontstaan is dat het van belang is die details te vertellen. Net als de meeste andere normale mensen. Ik vraag toch ook niet aan de bar naar de genitale status van de persoon waar ik mee zit te kletsen? En wanneer iemand uit zo’n ongezonde nieuwsgierigheid met een vage blik me een aantal van de vragen uit het lijstje stelt (of nog botter vraagt of ik vroeger een vent was) neig ik tot moord. Die neiging onderdruk ik meestal snel en reduceer die tot een simpele wedervraag waarbij ik voorstel dat de ander mij eerste verteld met wie, wanneer en onder welke omstandigheden de persoon sex gehad heeft. Of het lekker was en of de vriend / vriendin een beetje goed neukertje is. Doorgaans is het dan duidelijk dat men te ver gegaan is. Voor diegenen die daar dan boos over worden naar mij rest een op het hoofd omgekeerd glas bier. En dat is op mijn vriendelijke dagen.

Er zijn trouwens mensen (doorgaans mannen) die het allemaal nog veel erger maken door nadrukkelijk naar mijn borsten en benen te staren met een soort verbaasde blik in de ogen dat zoveel moois mogelijk is bij een trans en niet omwille van het feit dat ik inderdaad redelijk geconserveerd ben. Heel erg irritant.
Het is inmiddels al een tijdje 2011. Er mag wat mij betreft gevoeglijk aangenomen worden dat de meeste volwassenen wel weten wat een trans(seksuele) vrouw is. Dat die dan ook voldoende beleefdheid in acht nemen om ons in onze waarde te laten en zich te onthouden van het stellen van veel te intieme vragen. Gewoon omdat dat in een normaal sociaal verkeer iets is wat je niet doet. Of is het echt zo moeilijk om het fatsoen te houden?

Dus kom je me ooit tegen en ben je een beetje nieuwsgierig naar wat voor mens ik ben, toom die nieuwsgierigheid dan in en wees liever gewoon aardig. Dan ben ik het ook. Zo niet, er zijn genoeg gevulde glazen bier te vinden om de haren mee te wassen. Misschien is het dan toch tijd voor een boekje ‘Hoe hoor je met transgenders om te gaan?’ te schrijven voor gebruik bij de ontwikkeling van normale sociale contacten.

Alice © 2011

‘Een familiezaak’ op herhaling.

Vandaag kwam er een bericht langs dat het door mij in 2007 voor het Midzomergracht festival geschreven en door Ellen Boekelaar bewerkte toneelstuk ‘Een familiezaak’ in 2012 tijdens ‘Haarlem Roze Stad’ weer opgevoerd gaat worden. Daarmee krijgt de Familiezaak een welverdiend vervolg. Het is fijn om te zien dat er geloofd wordt in de kwaliteit van het stuk en ik hoop dan ook dat het een succes gaat worden.

‘Een Familiezaak’ was het begin van mijn schrijvers loopbaan die inmiddels serieus vorm heeft gekregen. Het script is op deze website als PDF bestand terug te vinden: Een Familiezaak. Voor meer informatie over het stuk klik hier.

De cast van 2007: Petra BeelenAlfred Heppener,Arna van der SlootClaudia van RooijWouter van der Valk, Annette van Soest, Peter Boekelaar. Regie: Ida van de Lagemaat. Script: Alice Verheij en Ellen Boekelaar. Dramaturgie: Ellen Boekelaar.

Alice © 2011

Beeldhouwer gezocht.

Ik zoek een beeldhouwer. Om een standbeeld te maken. Voor op een gigantische sokkel zodat het gemakkelijk gezien kan worden. Een standbeeld voor Anuradha Koirala omdat deze vrouw als geen ander verdiend om alle aandacht te krijgen.

Anuradha Koirala is een Nepalese vrouw van 61 jaar die weliswaar ongeletterd was toen ze slachtoffer van vrouwenhandel werd maar die het gelukt is om te ontsnappen aan haar kwelgeesten. Ze is de moeder Theresa van de slachtoffers van vrouwenhandel in Nepal. In 1993 heeft ze samen met onderwijzers, journalisten en maatschappelijk werkers en mensenrechtenactivisten Maiti Nepal opgericht. Doel was en is om meisjes die slachtoffer zijn geworden of dreigen te worden van trafficking te onttrekken aan de vrouwenhandelaren en een nieuw bestaan te geven.

Vrouwenhandel (vooral jonge meisjes soms al vanaf 5 jaar) is het gruwelijkste probleem in Nepal. Tegenwoordig haalt Maiti Nepal 50 meisjes per dag uit de bussen die de grens met India over gaan. De meisjes worden in de bordelen in India tewerk gesteld en vaak door verhandeld naar landen als Australië en het midden oosten. Ze worden gedwongen tot prostitutie onder afgrijselijke omstandigheden. Velen lopen HIV op en velen overleven het leven in de bordelen van Dehli en Calcutta niet. Naast de 50 geredde meisjes per dag zijn er zo’n 100 die niet gered worden. Per dag.

De meisjes raken getraumatiseerd, geïnfecteerd met HIV en al in de vroege pubertijd zwanger met alle gevolgen van dien. Ze moeten vaak 20 tot 25 mannen per dag ‘bedienen’. De meisjes die gered worden, vaak ternauwernood voor de grens of door invallen van Maiti Nepal in samenwerking met de Indiase politie in de Indiase bordelen, zijn zo zwaar getraumatiseerd dat er nauwelijks met ze te communiceren valt. Maiti Nepal onder leiding van Anuradha Koirala geeft ze een veilig thuis, medische en psychologische zorg.

Anuradha en haar mensen voeren een ongelijke strijd maar geven niet op. Elk gered meisje is een gered leven wat hun betreft en gelukkig is er inmiddels internationale erkenning aan het ontstaan. Vorig jaar werd Anuradha tot ‘hero of the year 2010’ gekroond door CNN en de Amerikaanse regering heeft de organisatie een donatie van $500.000 voor twee jaar geschonken. Als het dan toch over cijfers heb ik er hier nog paar. Maiti Nepal heeft inmiddels zo’n 12.000 meisjes gered en meer dan 1.100 vrouwenhandelaren weten te pakken waarvan er 415 veroordeeld zijn en 725 hun zaak afwachten in een cel. In groepjes van vijf ex slachtoffers worden inmiddels 10 van de 26 grensovergangen met India bewaakt. Elke groep redt zo’n vijf meisjes per dag.
Buiten dat echter is deze vrouw in het westen beperkt bekend en dat mag best veranderen. Wat mij betreft hoort ze aan het rijtje Gandhi – moeder Theresa te worden toegevoegd.

Mijn verblijf in dit overigens prachtige land heeft me duidelijk gemaakt onder welke omstandigheden en met welke beperkingen jonge meisjes opgroeien. De kansen op voldoende onderwijs zijn voor de meesten niet al te groot. Maar al te vaak moet door armoede besloten worden om de twee extra jaren die na de middelbare school volgen en die essentieel zijn voor vervolgopleidingen niet te volgen. Diezelfde armoede maakt dat in een gezin met meerdere dochters het lastig is om een huwelijkspartner te vinden. Immers in deze samenleving zijn gearrangeerde huwelijken nog altijd de regel en daarbij hoort dat de ouders van de bruid een bruidsschat doneren. Met weinig geld is die bruidsschat een onmogelijkheid. Om die reden worden jonge meisjes nogal eens meegegeven aan vrouwenhandelaren wat dus vaak gelijk staat aan uitgestelde moord. Natuurlijk is armoede geen excuus voor het exces van de meisjeshandel in Nepal. Ook de traditionele niet vrouwvriendelijke cultuur is geen excuus daarvoor. Het is dieptriest te moeten vaststellen dat de politieke rammelkast Nepal tot gevolg heeft dat de overheid uitblinkt in ineffectiviteit in alle gebieden van de samenleving. Milieu, infrastructuur, veiligheid, onderwijs, gezondheidszorg, het zijn allemaal probleem gebieden. Maar het voornaamste achterliggende probleem is een cultuur die nog veel kenmerken van een middeleeuws tijdperk kent. Het gebrek aan respect voor de rechten van minderheden en vrouwen is een ingebakken gebrek gevoed door een eeuwenlange deken van traditioneel Hindoeïsme en een onmenselijk kastenstelsel.

Wat niet wil zeggen dat er in dit land geen mensen zijn die onder die deken vandaan gekropen zijn, integendeel. De jongere generatie is veelbelovend en vrouwen als Anuradha Koirala zijn een voorbeeld voor een ieder. Dat is de reden dat een standbeeld voor haar bepaald op zijn plaats is.

Alice © 2011

Afkicken

Het valt me niet mee. Helemaal niet. De vrouwen in Nederland zijn wel mooi hoor maar na een kleine maand in Nepal ben ik blijkbaar verwend geweest. Visueel vooral. De rest, ach. De zon heeft gelukkig vandaag in het Vondelpark dezelfde warmte als die in Kathmandu. Maar als ik mijn ogen dicht doe lukt het me niet meer om mezelf bij de stupa van Boudanath te wanen.

De geuren en geluiden zijn te verschillend. De geuren omdat ze eigenlijk goeddeels afwezig zijn en de geluiden omdat ik de trommels, hoorns en gefluisterde mantra’s hier moet missen. Het zou al veel schelen als er een paar monniken of nonnen in de buurt waren die hun typerende geluid laten horen. En een gong af en toe. Met plezier denk ik nu toch terug aan de ontmoetingen daar, vooral die met de vrouwen. Waar in deze westerse maatschappij het in het algemeen al snel duidelijk is ze hetero of lesbisch zijn en mijn gaydar me zelden in de steek laat bleek in Nepal diezelfde gaydar gemankeerd te zijn.

Het zal komen omdat vrouwen daar in een ander verband leven dan hier. Trouw je dan ga je bij de schoonfamilie wonen en wordt je één van de vrouwen die verantwoordelijk is voor het huishouden en de opvoeding. Samen met de andere vrouwen in het huishouden. Een eigen zelfstandig bestaan met je man is niet aan de orde. Je trouwt met de familie. Het maakt dat vrouwen eigenlijk bijna constant met elkaar optrekken. Op straat zijn er nauwelijks heterostelletjes te zien, het past niet in de cultuur om publiekelijk als man en vrouw over straat te gaan. En zeker niet als jonge meid met je vriendje. Wel zijn de duo’s en groepjes vrienden en vriendinnen te zien in dat straatbeeld. Meisjes bij meisjes, jongens bij jongens. Jongens die gearmd lopen, meiden die alles samen doen.

Wellicht ligt daar de verklaring voor de open houding die sommige vrouwen daar naar mij hadden. Een enkele die me probeerde te versieren en dat niet onder stoelen en banken stak ondanks de ogen van de anderen in hun omgeving. Politieagentes zelfs, sterke mooie vrouwen die me zo direct aanspraken dat ik een aantla keren met mijn mond vol tanden stond. ‘You’re beautiful’ kreeg ik dan te horen gevolgd door een indringende blik. Het plezier was helemaal wederzijds overigens en van beide kanten lieten we dat merken, hoe kort de ontmoetingen soms ook waren.

Of die vrouw in het kunstenaarscentrum, slachtoffer van trafficking, die niets liever wilde dan wat keuvelen en tegen me aan kruipen. Net even wat verder gaand dan een contact met een toeriste. Overigens velde ik me geen toeriste en misschien was dat ook wel te merken. Vrouwenvriendschappen lijken in Nepal een andere intensiteit te kennen dan wat ik ken in mijn eigen land. Ik kan me natuurlijk vergissen en misschien is mijn blik teveel gekleurd door mijn eigen cultuur. Maar eerlijk gezegd denk ik van niet.

Misschien is het vreemd dat ik me in dat land zoveel beter op mijn plek voelde dan in Nederland. Misschien was het de zon en het licht. Misschien de geluidem en de energie die er rond die stupa hing. Maar misschien waren het ook de vrouwen die een stukje van mijn hart gestolen hebben en me dat alleen teruggeven als ik terug kom.

Alice Verheij © 2011

Genderkind in Nepal?

In een klein Mithila dorpje een eind buiten Janakpur zag ik het kind. Het kind was anders dan alle andere kinderen van het dorp. In de meeste opzichten gedroeg het zich als een ondeugend jongetje dat graag overal met de neus bovenop staat. Maar het was een kind dat door de andere kinderen en door de volwassenen ogenschijnlijk extra in de gaten gehouden en liefdevol beschermd werd. Het schooiertje toonde niet alleen een vrolijk warrige haardos, afwijkend van het sluike zwarte haar van de andere kinderen maar die haardos was ook nog eens afwijkend van kleur. Niet zwart maar roodbruin.

Toen ik extra goed keek viel me het knopje in de linker neusvleugel op. Het is een meisje zegt dat sieraad me. Maar buiten dat zag ze er uit en gedroeg ze zich als een jongetje. Sinds ik het kind zag houdt het me bezig. Ik heb het die middag veel gezien omdat de groep kinderen in het boerendorpje ons drie westerlingen bleef volgen en ik een naamspelletjes met ze deed. Ook met dit kind. Toen we elkaar bij dat spel aankeken was de blik intens en vriendelijk, alsof er een soort herkenning in lag. Hé, jij bent er ook een, leek het te zeggen. De kleding van het kind was jongenskleding, een simpele broek en dito shirtje. Meisjes dragen daar ook al op jonge leeftijd de traditionele kleding bestaande uit een salwar kameez of kurta. Traditionele Indiase kleding meestal in felle kleuren en voorzien van eenvoudig borduurwerk. Dit kind leek in alles op het neussieraad na een jongetje en toch is ze dat dus niet.

Ik ben er niet uitgekomen maar denk dat gegeven de houding van de andere kinderen en de volwassenen en het zo duidelijk andere uiterlijk en gedrag het wellicht het een kind is dat als androgyn kan worden getypeerd, misschien wel als interseksueel en dat als zodanig in die kleine dorpsgemeenschap een eigen positie heeft gekregen. Dat dat een mooie en bijzondere positie is, was wat mij betreft volslagen duidelijk.

Alice © 2011

Internationale vrouwendag.

8 maart. Internationale vrouwendag. Een goede zaak. Vanaf vanmorgen vroeg wordt mijn Twitter overspoelt met tweets over deze dag en de eerlijkheid gebied met te schrijven dat ik er nu al doodmoe van ben. En het is nog geeneens 11 uur in de ochtend.

Want, de meeste tweets over die onderwerp blinken uit door een extreem gehalte van het intrappen van open deuren.
Opzij komt met een lijst belangrijkste vrouwen van de eeuw. Gossie.
Een ander meldt dat er te weinig vrouwen in topposities zijn en dat het inkomen lager is dan van mannen. Jeetje.
Weer een ander roept vrouwen op trots op zichzelf te zijn. Tjonge.
En zo gaat het nu al uren door. Om gek van te worden. Iets origineels is niet te bespeuren of het moest de uitvinding van het woord ‘femalisme’ door Female Factor zijn. Een soort alto woord voor feminisme van deze tijd waarmee men zich richt op de tigste golf feminisme. Oh mijn God!

‘Femalisme’, zijn de meiden echt gek geworden? Het lijkt er op. De hele benadering van de wereld door dit soort groepjes onderstreept de ‘gender binary’ alleen maar. De wat? De gender binary. De tweedeling tussen mannen en vrouwen. De dames polariseren er vandaag op los dat het een lust is. Waarbij natuurlijk volledig voorbij gegaan wordt aan het feit dat gender helemaal niet zo simpel te verdelen is in mannen en vrouwen. Als transgender weet ik maar al te goed dat de wereld toch wel een beetje anders in elkaar zit. De moderne gendertheorie laat dan ook van het genderbinaire gedrag van de dames (en heren) weinig heel. De man-vrouw tweedeling is een onderstreping van een oude en achterhaalde denkwijze. Het zou stukken slimmer zijn om de aandacht en inzet te richten op gelijke rechten voor iedereen, ongeacht gendervariant. Want, als ik de acht punten van de dames van Female Factor langs loop dan hebben ze niets te klagen in vergelijking met mensen die tussen de genderuitersten ‘man’ en ‘vrouw’ in leven. De inkomenspositie, toekomstmogelijkheden, discriminatie en maatschappelijke positie van transgenders in welke variant dan ook is immers vele malen slechter dan die van vrouwen in onze maatschappij.

Wat mij betreft is het vandaag de laatste Internationale Vrouwendag en vervangen we die door de Internationale dag voor gender gelijkheid: ‘Gender Equality Day’. De dames zouden er niet slechter van worden en iedereen die niet in het conventionele bakje man of vrouw valt wordt er stukken beter van.

‘Femalisme’, ammehoela! Equality, daar gaat het om.

Alice Verheij © 2011

Vrouw in Nepal.

Nepal. Een wonderlijk en prachtig land aan de voet van de Himalaya. De zuid helling van de Mount Everest ligt in het land net als de Annapurna bergketen. Het zuiden van land (de Terai) is een vruchtbaar laagland waar landbouw de belangrijkste bestaansgrond is. In het tussenland van de Kathmandu vallei en het gebied tussen Kathmandu en Pokhara bestaat het landschap uit eindeloze heuvels en met terrassen waar rijst en andere gewassen worden gekweekt. Nepal heeft vruchtbare grond en aan variëteit van voedsel is geen gebrek, wel aan een goede verdeling. Witte stroom voorziet het land van energie maar is onvoldoende om het hele etmaal beschikbaar te zijn. In de droge tijd (december – mei) is er ‘load-shedding’ wat inhoudt dat er tussen de 6 en 8 uur per dag stroom is. Het gebrek aan elektriciteit belemmerd de economie in ernstige mate.

Nepal is als Hindoeïstisch / Boeddhistisch land een sterk ‘gegenderd’ land. De positie van de vrouw is ondergeschikt aan die van de man op grond van oude culturele waarden. Onderwijs is weliswaar overal beschikbaar maar is kwalitatief matig en sterk afhankelijk van buitenlandse inbreng. De economie is door een burgeroorlog die inmiddels voorbij is en de afwezigheid van een krachtige regering sterk afgezwakt. De meeste mensen voeren een ‘struggle of life’ en moeten rondkomen van een maandinkomen van tussen de 8000 en 20000 roepies, het equivalent van 80 tot 200 euro. Een leraar verdiend 100 tot 150 euro per maand, een plattelandswerker slechts een fractie van dat bedrag. De meeste groei in het land kan gezien worden in de grensregio met India in die laagvlakte die de Terai vormt. Met name in het uiterste zuiden en zuidoosten is overal bouwactiviteit en gonst het van de bedrijvigheid. Kathmandu is als hoofdstad natuurlijk van groot belang en geeft mogelijkheden om te werken maar is tegelijkertijd een stad die uit zijn jasje is gegroeid. De rivier in de stad is een combinatie van afvalberg en open riool. De milieuproblemen zijn enorm en de stad lijdt aan een continu verkeersinfarct door het grote aantal auto’s en vrachtauto’s. Boven de Kathmanduvallei hangt een permanente smogwolk die slechts af en toe doorbroken wordt als het flink geregend heeft. De stad is een ongezonde plek om te wonen.

Nepal gaat gebukt onder haar problemen. De vrouwen in Nepal zijn in extreme mate slachtoffer van misbruik en trafficking. Per jaar worden er naar schatting zo’n 10.000 tot 15.000 vrouwen slachtoffer van vrouwenhandel, meest naar India waar zij in de prostitutie terecht komen. Dat is inclusief meisjes vanaf een jaar of 12 of zelfs jonger. Nog eens zo’n naar schatting 20.000  tot 25.000 kinderen worden geëxploiteerd als arbeidskracht. Veel kinderen werken onder onmenselijke omstandigheden als bijvoorbeeld stenenbrekers in de rivierbeddingen in de Terai of belanden in de kinderprostitutie. Het aantal ‘weeskinderen’ is enorm maar veel van hen zijn niet daadwerkelijk wees maar uitgestoten door hun familie, meestal omdat er geen geld is om ze in leven te houden. Er lopen enorme aantallen zwerfkinderen in het land. Het straatbeeld in Nepal laat vooral vrouwen zien die het zware werk uitvoeren. Ze sjouwen manden met  goederen, werken in de bouw, verzorgen de gezinnen en houden het land draaiend. De mannen maken de dienst uit in het gezin. Trouwt een vrouw dan zal ze bij de schoonfamilie gaan wonen om daar door de schoonouders verantwoordelijk voor het huishouden te worden gesteld. Carriëremogelijkheden voor vrouwen zijn slecht. In totaal werken er naar schatting een miljoen Nepali in India, de golfstaten en zelfs de V.S. in prostitutie, huishoudelijk werk en zo meer. Velen zijn voorgelogen over de landen waar ze gaan werken en worden door middel van schulden in hun positie gehouden.

Wordt een vrouw weduwe dan is vaak haar leven voorbij. Veel weduwen in de arme delen van de samenleving worden uitgestoten door familie en omgeving omdat het overlijden van de man aan hun geweten wordt. Ze zijn letterlijk vervloekt. Wat overblijft is een bestaan in de marge of prostitutie. Vrouwen worden door familieleden verkocht aan mensenhandelaars en souteneurs. Hun kinderen blijven in de gezinnen of belanden ook in de goot.


Anuradha Koirala

Steeds meer organisaties houden zich bezig met de strijd om vrouwenrechten en de opvang van vrouwen, weduwen en slachtoffers van vrouwenhandel. Een organisatie als Maiti Nepal vangt vrouwen op aan de grens om ze te onttrekken aan de vrouwenhandelaars om ze daarna een veilig onderdak te bieden. Daarbij nemen zij ook de zorg over HIV en AIDS slachtoffers onder hen op zich. De Nepalese overheid probeert op allerlei manieren om de problemen onder controle te krijgen. Het schoolsysteem wordt hervormd zodat er meer kinderen langer naar school kunnen, er is een wet ingevoerd tegen mensenhandel (2007 Trafficking in Persons and Transportation (Control) Act (TPTA)) en de politie is bijzonder actief in het opsporen van mensenhandelaars, vaak in nauwe samenwerking met organisaties als Maiti Nepal (www.maitinepal.org).

Anuradha Koirala is de directeur van Maiti Nepal. Ze is recent gedecoreerd als ‘hero of the year’ door CNN en is internationaal bekend geworden door haar onvermoeibare inzet voor slachtoffers van mensenhandel en trafficking. Anuradha is zonder twijfel een heldin van deze tijd, iemand die niet genoeg in de aandacht kan komen met haar werk. In haar eigen leven werd ze nadrukkelijk slachtoffer van de misstanden in haar eigen maatschappij maar nu is ze het boegbeeld van de strijd van vrouwen in Nepal voor hun rechten, een veilig bestaan en tegen vrouwenhandel en prostitutie.

Wat mij betreft draag ik de Internationale Vrouwendag vandaag op aan Anuradha Koirala als toonbeeld van kracht, doorzettingsvermogen en compassie. Zij maakt het verschil. En jij?

Alice Verheij © 2011

Transvrouw, een ontboezeming.

Een tussenstand met betrekking tot wat ik denk dat mijn gender is. De ontboezeming is overigens figuurlijk, ik ben immers veel te blij met het duo.

Al decennia worstel ik met zelfidentificatie als het om mijn gender gaat. Gender, voor alle duidelijkheid, bestaat voor mij uit twee componenten: fysiek geslacht en mentaal geslacht. Geboren als fysiek man kwam ik er op jonge leeftijd achter anders te zijn dan anderen en me meisje en later ‘vrouw te voelen’. Wat dat vrouw voelen dan ook moge betekenen. Dat gevoel is wat in mijn beleving het begrip identificatie inhoudt en dat gaat dus over identiteit. Zo ook dit stukje.

Sinds pak hem beet 2004 is er bij mij een verandering van genderuiting en fysiek gender op gang gekomen. Heel erg gewenst want het bleek mij niet meer mogelijk mijn zelfidentificatie als vrouw te verenigen met mijn fysieke geslacht en gender uiting. Mijn mentale vrouwelijke geslacht had dusdanig de overhand gekregen dat er verandering moest komen. Zoals de meesten wel weten is dat ook gebeurt. Die verandering is in heel veel opzichten bijzonder goed geslaagd. Voor het gemak neem ik de sociale implicaties zoals daling op de maatschappelijke ladder en armoedeval niet mee in die overweging. Voor mij telt dat mensen mij primair zien als vrouw omdat ik mijzelf als vrouw identificeer. Tenminste, meestal dan.

De fysieke verandering is niet vlekkeloos verlopen. Eén van de fysieke aspecten van mijn vrouwelijkheid is kapot, onherstelbaar en daarmee ben ik feitelijk gezien man nog vrouw. Immers ik mis een aantal onontkenbare typisch vrouwelijke fysieke kenmerken. Gelukkig voor mij gaat het om voor anderen meestal onzichtbare kenmerken waardoor dit probleem, want dat is het natuurlijk wel, voor mij in het gewone sociale verkeer geen probleem oplevert. Ik blijf in de ogen van anderen een vrouw. Dat mijn uiterlijke verandering zodanig geslaagd is dat het niet of nauwelijks voorkomt dat mensen me verkeerd plaatsen voor wat betreft gender is een gelukje. Blijkbaar was mijn basisfysiek dusdanig dat mijn lijf ontvankelijk was voor de verandering.

Toch ben ik me in de loop van het afgelopen jaar steeds nadrukkelijker gaan afvragen hoe ik mezelf identificeer naar anderen toe. Ben ik vrouw? Niet helemaal. Man dan? Dat in ieder geval niet. Maar wat ben ik dan wel. Een thesis van een vriendin van me heeft me de afgelopen dagen nog eens op de feiten en de mogelijkheden gewezen en ik heb een voorlopige conclusie bereikt waarover later meer.

Ik besef dat mijn zelfidentificatie ook te maken heeft met hoe anderen mij plaatsen. De meeste mannen zullen me vrouw noemen maar een flink segment van die helft van de mensheid zal zodra ze weten wat mijn achtergrond is me een kerel vinden ook al zien ze die niet voor zich als ze mij zien. Veel vrouwen zien me gewoon als vrouw, sommige vrouwen raken geïnteresseerd in me omwille van mijn genderidentiteit en een enkeling raakt zelfs nadrukkelijk geïnteresseerd omwille van mijn aangepaste fysieke geslacht. Er zijn niet zoveel vrouwen de me als vrouw afwijzen maar ze zijn er wel. Fors minder dan mannen. Het aardige is dat die plaatsing door anderen vooral veel zegt over de denkbeelden bij die anderen en eigenlijk niets over mijn werkelijkheid.

Er zijn momenten in mijn leven dat ik met ‘translovers’ geconfronteerd wordt. Mensen die vooral een bovenmatige (soms seksuele) interesse hebben in transgenders. Sommigen zelfs specifiek op transvrouwen. Lange tijd vond ik dat vijandig. Ik was immers anders, was daar niet blij mee, deed er wat aan en wilde niet herinnerd worden aan mijn ‘probleem’. Maar is die afweging terecht? Is het erg dat er mensen zijn die een trangender mens boeiend of opwindend vinden omdat die een lijf hebben dat beide geslachten in zich verenigd en waarbij dat in sommige aspecten ook is te zien? De thesis van de jongedame (maar is ze wel jongedame of eigenlijk een ‘genderbender’ met heel mannelijke karakteristieken?) brengt me op een beeld dat er eigenlijk helemaal niets mis is met het lijf van iemand die ergens tussen die genderuitersten man en vrouw verkeerd. Is het erg dat mijn heupen smaller zijn en de verhouding bovenlichaam, middel, heupen niet vrouwelijk is maar mannelijk? Moet ik me daarvoor laten afhouden van een beleving (inclusief seksuele beleving) met anderen die dat nu juist boeiend, interessant of aantrekkelijk vinden? Moet ik mezelf opleggen dat ik onvrede blijf houden met mijn eigen lichaam omwille van die algemene gendernorm die alleen mannenlijven en vrouwenlijven kent?

Ik denk het niet. Ik denk niet dat ik me moet afzonderen van mijn eigen werkelijkheid. Sterker nog, ik denk dat het me schade aanricht als ik mezelf nog langer in dat vrouwelijke uiterste dwing. Mijn ‘meisjesdiploma’ zoals een andere vriendin dat grappend (maar met serieuze ondertoon) noemt, heb ik allang gehaald. Ik heb sociaal gezien alles wat andere vrouwen (want ik identificeer mezelf onder andere als vrouw) ook hebben. Wel een lesbische vrouw met af en toe een zijsprongetje naar biseksualiteit wat me niet minder vrouw maakt. Maar identificeer ik me dan als vrouw? Nee dus.

Inmiddels is me duidelijk dat ik mezelf liever identificeer als transvrouw. Omwille van duidelijkheid naar mezelf en duidelijkheid naar anderen zodat die beseffen dat ik sociaal dan wel een vrouw ben maar wel met een geschiedenis van aangeboren mannelijkheid. Ik vind dat niet erg meer. Wat ik wel erg vind is als mensen mij onterecht in het mannelijk spectrum van de genders plaatsen want dat klopt echt niet. Visueel niet, geslachtelijk niet en zeker niet voor wat betreft mijn zelfidentificatie. Het hindert me er in de samenleving geen ruimte is voor transvrouwen en transmannen en anderen die wel bestaan maar niet passen in de voor ons te krappe kaders man en vrouw. Ik ben geen vrouw, zal het ook nooit worden. Ik ben een transvrouw, ik ben daar net zo trots op als anderen die zich man, vrouw, transman of transvrouw of iets heel anders voelen.

De laatste weken speel ik meer met verschillende genderuitingen dan ooit tevoren. Soms een paar dagen als stoere vrouw en een beetje butcherig, dan weer als een wat femme type die het toch vooral leuk vindt er vlot en vrouwelijk bij te lopen. Zo af en toe als de vamp om spanning op te roepen bij anderen en soms genderneutraal. Dat laatste amuseert me bijzonder omdat het me blijkbaar niet zo goed af gaat. Zelfs als ik mijn best doe er niet vrouwelijk bij te lopen, de make up achterwege laat en voor mijn eigen gevoel de vrouw even weggestopt heb, spreken anderen me nog altijd als mevrouw aan. Die man zit er dus niet meer in blijkbaar. Ongeacht wat anderen wellicht denken is dat nu eigenlijk als vanzelf ontstaan.

En als er iemand is die me leuk of interessant vindt omdat ik niet in die conventionele en krappe genderdefinities valt dan is dat niet meer vijandig voor me. Ik schrik er niet meer van en het is wel goed zo.
Wil ik nog ‘vrouw’ zijn? Zeker, maar ik ben het niet.
Vindt ik het een probleem om ‘transvrouw’ te zijn? Nee, eigenlijk niet. Het is prima zo en er mag van me gehouden worden.

Alice Verheij

© 2010

Transfobie ‘American Style’

Regelmatig komt er een bericht in de media langs dat me heel kwaad maakt. Mijn lezers weten dat. Of het nu de paus is, of een foute politicus of een cabaretier die alle fatsoen verliest op het podium, ik kan het niet laten daar gewoon nijdig over te worden. Soms roept iemand tegen me dat ik me niet zo druk moet maken maar dat zou tegennatuurlijk voor me zijn. Mijn uitweg voor die verontwaardiging die ik voel is er iets over opschrijven.

Vandaag las ik het volgende bericht:

Juin BaizeJuin Baize

posted by DAN SAVAGE on THU, MAR 25, 2010 at 11:19 AM
Originally posted late in the day yesterday. Reposting.

Constance McMillen wasn’t the first student at Itawamba Agricultural High School to contact the ACLU this year. Juin Baize was a student at Itawamba Agricultural—for a grand total of four hours.

Baize, his mother, and his two sisters moved to Fulton, Mississippi, from New Harmony, Indiana, to live with Baize’s grandmother at the beginning of the year. (For now Baize says he prefers to use male pronouns.) Baize, age sixteen, enrolled at Itwamba Agricultural High School, where Constance McMillen was also a student. McMilllen clearly recalled Baize’s first—and only—day at Itawamba Agricultural.
“People were talking about him all day, trying to get a look at him,” said McMillen. “It was insane, it was ridiculous, it made me so mad. They said he was causing a distraction with what he was wearing but it was a half day of school and people didn’t have time to get used to him.”
The other students wouldn’t be given a chance to get used to him: the next time Baize came to school, according Kristy Bennett, legal director of the ACLU of Mississippi, Baize was given a suspension notice and sent home. When Juin returned to school after his first suspension, he was suspended again.

“Juin’s case was a situation where a transgender student wanted to attend school dressed in feminine clothing,” said Bennett, “and the school district would not even let him attend school.”
The reasons for a student’s suspension are supposed to be noted on the suspension form, according to Bennett, but that part of Baize’s suspension notice was left blank. So the ACLU sent a letter to the school on Baize’s behalf asking the school administration for the reasoning behind his suspension—information the ACLU would need in order to challenge Baize’s suspension in court.
“But the school would not talk to us about the situation,” said Bennett.

Baize’s suspension was written about in the local paper in February—which prompted Baize’s grandmother to order her daughter and her three grandchildren to move out of her house. I spoke with Baize’s mother, Beverly Bertsinger, last week. At the time she and her three children were staying in the home of a friend-of-a-friend.
“If I had the money, I would move the kids somewhere else, somewhere they would be safe,” Bertsinger told me. “I wish we could move somewhere for my son, somewhere a transgender teenager would be safe. I worry about him constantly. Everywhere he goes he goes with me.”
Baize’s appearance and the fact that he, unlike Constance McMillen, was perceived as a trouble-making outsider made living in Fulton increasingly impossible. Beverly Baize couldn’t find work because, she believes, Fulton is a small town and people disapproved of her son. Juin was harassed when he left the house, according to Beverly Baize, so she stopped letting him go out alone and then stopped letting him go out at all.
“I’m so afraid for him,” Bertsinger told me last week. “I support him. I buy him the clothing to wear as a female. I just want him to be safe.”

Things reached a crisis stage over the weekend when the friends-of-friends who had been putting up Bertsinger and her three children told her that Juin would have to leave. Bertsinger called some old friends who live in Pensacola, Florida, and asked if they would take Juin in. Her friends drove to Fulton the same night to pick Juin up. Bertsinger is granting temporary guardianship of her son to her friends until, she says, she can find a job and save enough money to move to Florida with her other two children.
The ACLU won’t be pursuing Juin’s case.
“Juin not being in Fulton makes it difficult for us to pursue any kind of legal action here,” says Bennett. “And personally, I feel it may be a better decision for Juin to relocate and move on with his life.”

Juin Baize agrees.

“There’s this thing here called Florida Virtual School,” Juin told me today, “and I’m going to enroll in that online and do that until next year. And from what I’ve heard the high school near here is very accepting. So I’m going to start fresh.”

“I’m in a much better place now.”

Het is om ziek van te worden. Dit soort incidenten lijken we in Nederland niet te kennen maar zijn op veel plaatsen wereldwijd schering en inslag. Erger incidenten ook, zoals de eindeloze reeks hate crimes waarbij mishandeling, doodslag en moord aan de orde komen. Gebaseerd op angst voor iemand die voor wat betreft gender expressie of identiteit anders is dan de ‘mainstream’ mens. Anders zijn mag niet. In Amerika niet, in Europa op veel plaatsen ook niet en eigenlijk in Nederland heel vaak ook niet. Ongeacht wat de aard van dat anders zijn is. Het ergste vind ik het nog dat zelfs onder andersen andere andersen niet altijd aanvaard en gerespecteerd worden. Of het nu gaat om de plaats van lgbt mensen in veel allochtone kringen of allochtonen in autochtone kringen, vaak blijft de norm van de groep prevaleren boven de acceptatie en het respect voor diegenen die niet aan die groepsnorm voldoen.

Religie, gender, seksualiteit, huidskleur, haarkleur, handicap en ga zo maar door. Al die aspecten die garant staan voor de prachtige diversiteit in onze samenleving en die een verrijking zijn van de menselijke soort, al die aspecten worden door grote groepen mensen gebruikt om elkaar uit elkaar te spelen. Om een kunstmatige hiërarchie te construeren, om de eigen positie te versterken ten koste van die van anderen, om zichzelf meer (waard) te voelen dan de ander.

Maar gelukkig zijn er ook mensen die geen last van dat vreemde gedrag hebben, die geen wenkbrauw optrekken wanneer ze in contact komen met iemand die anders is dan ‘de norm’. Soms zelf mensen die genieten van die variëteit, die opbloeien in het gezelschap van zoveel mogelijk verschillende mensen, die (willen) leren van al die anderen die iets meebrengen met hun persoon dat uniek is en niet gekend. Dat zijn de mensen waar ik me bij thuis voel en waar ik mee wil verkeren. De rest, ach de rest. Misschien groeien zo ooit op, misschien niet.

Juin Baze gaat verder met zhaar leven. Op een andere plek. Misschien is dat het beste voor zhaar. Maar niet voor de samenleving want het zijn weer de ‘bullies’ die winnen.

Alice © 2010

Mannen, vrouwen, andersen en de wet

Vandaag werd ik door een vriendin gewezen op een gebeurtenis aan de andere kant van de wereld. Voor mensen die niet geloven in de beperkingen van een verdeling van de wereld in mannen en vrouwen maar die overtuigd zijn van een continuum waarin allerlei varianten en mengproducten bestaan van mannelijkheid en vrouwelijkheid een bijzondere gebeurtenis. Als eerste ‘westers’ continent, land, deelstaat ter wereld heeft New South Wales een mens het geslacht ‘niet gespecificeerd’ toegekend. Een heel bijzondere beslissing omdat er een einde wordt gemaakt aan de gekunstelde dichotomie tussen mannen en vrouwen die we in de maatschappij kennen. Gekunsteld omdat allang duidelijk is dat er meer mogelijk is dan man of vrouw. Interseksuelen, transseksuelen, transgenders, nichterige homo’s, butch lesbo’s, allemaal varianten van mensen waarbij het begrip gender lang niet zo eenduidig is als het bij anderen lijkt te zijn. Lijkt te zijn, precies.

Overigens is Norrie May-Welbie niet de werkelijke naam van de betreffende persoon. Het is een queer activist(e) die als artiestennaam de achternaam May-Welby (may well be) gebruikt. De werkelijke achternaam is niet bekend in de media.

Want de gedachten over eigen gender en seksualiteit (verschillende maar wel verbonden begrippen) hebben in een heel leven in het algemeen nog weleens te maken met verschuivingen van tijdelijke of permanente aard. De vrouw die er later achter komt lesbisch te zijn. De homoman in een hetere huwelijk. De ‘type B’ transseksueel die op latere leeftijd van geslacht veranderd, de na een lange zoektocht overtuigde transgender die noch man noch vrouw is. Er zijn er zoveel op de wereld. Veel teveel om te kunnen spreken van ‘niet normalen’. Want wat is normaal dan? Voldoend aan de algemene norm? Maar wat als die algemene norm op een misvatting is gebaseerd? Wat nu als er inderdaad meer bestaat dan man of vrouw? Wat nu als het fysieke geslacht niet per sé gelijk is aan het mentale geslacht zoals bij transgenders en transseksuelen? Wat nu als wat wij van het begin van de mensheid al kennen (zie o.a. de ‘Mythe van de Androgyn’ die Plato optekende) ook een werkelijkheid is?

Dan blijft er maar één ding over en dat is het erkennen van die werkelijkheid. In alle aspecten en dus ook in wetgeving. In die zin is de keuze van de regering van New South Wales een keuze uit werkelijk inzicht in het begrip gender. Een gevorderde keuze waarbij eindelijk een werkelijkheid onder ogen wordt gezien. Zelf ken ik iemand die een vergelijkbare gang gemaakt heeft als de Australiër die in het bericht genoemd wordt. Geen man, geen vrouw, beetje van allebei en een prachtmens. De kwaliteit van een mens wordt immers niet bepaald door gender, genderbeleving of genderuiting.

Ik ben blij met de keuze van de regering van New South Wales. Zelf weiger ik onder de huidige wetgeving uit principe om mijn geslacht juridisch aan te laten passen ondanks dat het mijn leven aanmerkelijk zou vereenvoudigen. De huidige wetgeving in Nederland eist van mij dat ik een document overleg waarin staat aangegeven dat ik onvruchtbaar ben als gevolg van een medische ingreep. Het is het toegangskaartje tot het tegen extreem hoge kosten (meer dan 1000 euro) laten wijzigen van mijn geslachtsaanduiding op mijn geboorteakte en dus in de Gemeentelijke Basis Administratie waar allerlei registraties binnen en buiten de overheid aan gekoppeld zijn. Ik weiger aan die wet te voldoen want het is een illegale wet die op grond van uitspraken van de Europese Commissie en het Mensenrechtenstatuut niet zou mogen bestaan. Geen overheid mag van iemand eisen het eigen lichaam aan te tasten in welke omstandigheid dan ook. Dus ook hier niet. Het wachten is op wetswijziging en hoe dichtbij dat ook is, de val van het kabinet zal een ongewenst uitstel opleveren op dit punt. In de tussentijd zal ik juridisch als man te boek staan, voor mijzelf en ieder die mijn kent een onwerkelijke situatie. Maar soms mag een mens niet wijken voor een foute wet. Nederland is geen New South Wales. Nog lang niet. Ik heb geduld.

Alice Verheij © 2010

Democratische plicht.

Vandaag heb ik mijn democratische plicht gedaan. Ik heb gestemd op Groen Links in één van de twee steden die door de PVV aangevallen worden met xenofobe lijsttrekkers. Maar even los van die PVV. Het voldoen aan die democratische plicht is niet zonder pijn voldaan.

Deze keer was het verplicht om bij het uitbrengen van de stem een identificatie te laten zien. Alsof het simpele feit dat ik met een oproepingskaart binnen wandel niet voldoende is. Deze keer moest ik een paspoort of identiteitskaart overleggen zodat gecontroleerd kon worden dat ik wie ik ben. Het was voor het eerst dat ik dat moest doen en het had voor mij een bijzonder onaangename kant. Immers, mijn paspoort en identificatiekaart vermelden dat ik ‘m’ ben. Man ben. Maar dat ben ik niet. Ik ben vrouw en dus werd er weer een wenkbrauw opgetrokken en kreeg ik de vraag ‘bent U dat?’.

Het punt is dat ik onder de huidige wetgeving weiger om mijn geslachtsaanduiding te laten corrigeren van man naar vrouw. De reden is simpel. De wet eist van mij dat ik een attest van een arts overleg waar in is vastgelegd dat ik onvruchtbaar ben. Dat is een wettelijke eis om bij Koninklijk Besluit mijn geslacht te laten corrigeren naar het juiste op mijn geboortebewijs, in de Gemeentelijke Basis Administratie en dus op mijn paspoort, identificatiekaar, ziektekostenverzekering en al die andere aan de gemeentelijke administratie gekoppelde overheidsdatabases. Tegen waanzinnige kosten (zo’n slordige 1200 euro).

Deze wet is volgens velen waar onder de Europese Commisie, een verzameling politieke partijen, vele juristen en politici een wet die mij in mijn rechten als mens aantast. Simpelweg omdat de overheid niet mag eisen dat ik mijn lichamelijke integriteit opgeef om te voldoen aan een wet. Dit integriteit van lichaam en geest is een mensenrecht dat is vastgelegd in vele verdragen en niet in het minst in het mensenrechtenstatuut en de Yogyakarta principles. Beide onderschreven door onze overheid die zelf dus ook beide met voeten treed in dit geval.

Vandaag voelde ik me weer door de overheid misbruikt. Om de een of andere reden zit me dit zo hoog dat ik het stemlokaal misselijk verliet. Blijkbaar moet in dit land voor sommigen het voldoen aan de democratische plicht om te stemmen gepaard gaan met pijn.

Niet stemmen was geen optie, maar in menselijke zin heb ik niet gestemd maar iemand die door de overheid als man wordt aangemerkt. Ik kan dat nooit geweest zijn.

Alice Verheij © 2010

Transgender gedenkdag 2009

Uitgesproken op de Transgender gedenkdag op 20 november 2009 in Tilburg.

Toen ik de vraag kreeg om hier wat te zeggen op deze avond realiseerde me dat ik daar enerzijds geen nee tegen kan zeggen maar anderzijds ik het verschrikkelijk vind dat een avond en dag als deze nodig zijn. Want het gaat om mensen die geen natuurlijke dood zijn gestorven maar die vermoord, verkracht, aangerand zijn of monddood zijn gemaakt.
Doden. Daar gaat het vandaag hier in Tilburg dus om. Fysiek doden maar ook monddoden. Het gaat om transgenders. Ik bedoel nadrukkelijk de Amerikaanse interpretatie van het woord die iedereen omvat die op wat voor wijze dan ook niet kan conformeren met het fysieke of maatschappelijke geslacht dat hun bij geboorte toebedeeld is geworden, tijdelijk of permanent.

Dit jaar is er voor het eerst een redelijk, niet meer dan dat, inzicht gekomen in het aantal moorden wereldwijd op transgenders. Dit komt omdat juist dit jaar een Europees onderzoeksprogramma een fijnmazig beeld heeft kunnen maken. Waarbij opgemerkt moet worden dat de cijfers zich verhouden met negatieve maatschappelijke ontwikkelingen als toename van seksueel en gender gerelateerd geweld, discriminatie omwille van geslacht en seksualiteit en marginalisering.
Gelukkig zijn er in Nederland voor zover bekend geen slachtoffers gevallen dit jaar. Voor zover bekend want zeker weten zullen we dat nooit. Er zijn landen in deze wereld die een schokkende toename van geweld tegen transgenders laten zien. Brazilië, Venezuela, Honduras en Turkije zijn de trieste koplopers als het gaat om toename van het aantal moorden.

De feiten zijn te afschuwelijk om te beseffen. Het aantal doden dat op dit moment bekend is bedraagt 162 in de periode 20 november 2008 tot 10 november dit jaar. De toename in geregistreerde gevallen is voor zuid Amerika een verdrievoudiging in één jaar tijd. In Europa is er sprake van een zestiental doden. Maar het zijn niet de cijfers alleen die tellen, het zijn niet alleen de doden die tellen. Onze maatschappij is nog steeds niet in staat om op een menselijke wijze om te gaan met ‘genderandersen’ zoals ik de groep waar ik zelf deel vanuit maak noem. Genderanders omdat wij in al onze variëteit niet conformeren met de sociaal-maatschappelijke norm. En het is die norm die zou moeten veranderen om ons het leven mogelijk te maken.

2009 is het jaar waarin in Nederland het Transgender Netwerk Nederland het levenslicht heeft gezien. Voor het eerst is er een krachtige bundeling van krachten die politiek, gezondheidszorg en samenleving duidelijk kan maken (en dat ook uit alle macht doet) dat wij net zoveel recht op leven hebben als wie dan ook. Het is nodig dat wij uit eigen kring in staat zijn om onze belangen te behartigen. Al is het alleen al omdat de gezondheidszorg en de politiek dat tot op heden niet goed hebben kunnen doen. En omdat de maatschappij ons nauwelijks kent en de beelden die men heeft bij transgenders niet onverdeeld positief zijn. Nog altijd worden wij geweerd uit kerken, organisaties, sporten en andere maatschappelijke verbanden. Nog altijd ondervinden wij geweld. Van psychisch geweld door afwijzing en ridiculisering tot fysiek geweld. Als pijnlijk wordt ervaren dat ook de LGB organisaties in Nederland lang niet altijd transgenders volwaardig laten delen in zowel aandacht als beschikbare financiën om onze belangen te kunnen behartigen. De subsidie die TNN krijgt staat in schokkend schril contrast met de subsidies die voor de gay gemeenschap beschikbaar is. Zowel op landelijk als gemeentelijk niveau. En dat terwijl in deze maatschappij zonder geld een mens een leven in de marge zal moeten leiden.

Nog steeds is arbeid een kwetsbaar onderwerp dat, nu de haan crisis kraait, nadrukkelijker de kop opsteekt. Transgenders hebben geen gelijkwaardige positie op de arbeidsmarkt. Het vervelende van dit soort zaken is dat er zo weinig concreet bekend is in cijfermatige zin. Deels omdat transgenders maatschappelijk gebaat zijn bij onzichtbaarheid en dus niet snel meewerken aan onderzoeken, deels omdat die onderzoeken er sowieso al weinig zijn en al helemaal niet door de overheid geïnitieerd.

Maar dit zijn allemaal feiten. Als het om de emotie gaat dan voel ik de pijn van het besef dat als ik in Brazilië of Venezuela of in één van die andere landen als zichtbare transgender mijn leven niet zeker was geweest. Er misschien niet meer was geweest. Het is een verzengende emotie die me opstandig maakt. Boos maakt. Want met welk recht kan de ene mens de andere mens beschadigen (in welke zin dan ook) omwille van het geslacht van die ander?

Welk recht heeft een overheid om te eisen dat je in je lijf laat snijden en aantoonbaar onvruchtbaar bent geworden voordat je juridisch het geslacht krijgt dat bij je hoort? Welk recht hebben ministers om toezeggingen te doen en die niet na te komen op dit punt en andere zaken als verbetering van zorg en maatschappelijke ondersteuning? Welk recht heeft de cafébezoeker om impertinente vragen te stellen over je geslacht en vervolgens te vervallen in geweld. Welk recht heeft de voorbijganger om te beschimpen omdat je uiterlijk zich niet perfect verhoudt met het maatschappelijke beeld van een man of vrouw? Welk recht hebben media om transgenders te ridiculiseren? Welk recht heeft de cabaretier om travestie belachelijk te maken? Welk recht?

De monddoden spreken niet. De doden ademen niet.

Toch blijf ik hopen dat het eens niet nodig zal zijn om in meer dan 120 steden over de wereld aandacht te vragen voor het geweld tegen transgenders. Dat het niet meer nodig zal zijn de namen van de doden te noemen die in het laatste jaar toch weer zijn gevallen.

De monddoden spreken niet,
onze doden ademen niet.
Geslagen tastend naar hun wonden,
de geest en het lichaam geschonden.
Geen woorden meer op de lippen.
Geen lucht meer in de longen.
Met angst om anders te zijn,
de ziel en het lijf in pijn.
Zie om naar wie het geweld treft,
schreeuwt zodat een ieder beseft
dat recht op leven onvervreemdbaar is
en recht op zijn beschaving is.
Recht op spreken, niet slechts voor even,
recht op ademen, het recht op leven.
Want monddoden spreken niet
en doden ademen niet.

Alice Verheij © 2009

Heeft u een hokje voor mij waarin ik pas?

hokje

Gisteren werd me door een vriendin een etiketje opgeplakt. Op een lieve manier hoor, dat wel. Maar toch een etiketje. Zo’n dingetje wat aangeeft in welk hokje je past. Want natuurlijk pas ik in een hokje al is het maar voor tijdelijk misschien. Alleen… ik hou niet van hokjes anders dan pashokjes en niet van kasten om uit te komen. En toch schijn ik uit kasten gekomen te zijn en in hokjes te passen. Het nieuwe etiketje past overigens bij het hokje ‘polyamoureus’.

Watte? Hoor ik u denken. Polyamoureus. Iemand die van meer dan één ander tegelijk houdt. Niet zozeer in de zin van ‘houden van’ maar in de zin van ‘houden van’. De vetgedrukte en desnoods onderstreepte variant. Als in liefhebben dus. Het is een soort overtreffende trap geloof ik van iemand die van vrouwen én mannen kan houden en zich niet kan (of wil of hoeft) te beperken tot slechts één ander. Zo ongeveer de parallelle variant van al die mensen die verschillende liefdes in strikt sequentiële zin ervaren.

Gossie.

Nu ben ik dus al jaren terug uit de ‘fixed gender’ (de niet transgender dus) kast gekukeld om daarna als vanzelf uit het heterohokje in de hoofden van anderen te worden verbannen naar het lesbische kippenhok. Om dan na wat omzwervingen vervolgens tegen een mannelijke variant van de mensheid aan te lopen en dan niet als herintreedster in dat heterohok te belanden maar plotsklaps de biseksuele ruimte te betreden. In de ogen van anderen dan en bijgeval van onvoldoende zelfreflectie zelfs een tijdje in mijn eigen ogen. En dan nu dus ‘polyamoureus’.

De vriendin in kwestie weet dat ik een vriend heb en ze weet dat er ook een vrouw is waar ik zielsveel van hou. Los van de vraag of de anderen in kwestie er ook zo tegen aan kijken kan het dus niet anders zijn dan dat ik in staat ben van verschillende mensen tegelijk ontzettend veel te houden. Nogal menselijk dunkt me en eigenlijk ook nogal normaal toch? Houden van trouwens met alles wat je daarbij kunt bedenken, van verliefdheid tot geborgenheid en vertrouwdheid. In de duistere en wat minder ontwikkelde en vooral moreel meer knellende delen van de samenleving noemt men zoiets al snel ‘promiscue’. Een sjiek woord voor iemand die van verschillende walletjes eet. Het wordt dus meteen (heel onterecht) in het seksuele getrokken. Typisch eenentwintigste eeuws denken over menselijke verhoudingen wat mij betreft. Ik vindt die term ‘polyamoureus’ wel lief. Immers polyamory houdt niet meer of minder in dan het leven willen en kunnen delen met meer dan één mens omdat je nu eenmaal van meer dan één mens houdt. Het gaat dus vooral over de capaciteit om zoveel liefde te kunnen geven dat er meer dan één persoon kan zijn om die liefde te ontvangen.

Ach, ik zie de opmerking maar vooral als een compliment. Een compliment omdat ik blijkbaar inderdaad ruimte voor meer dan één significante andere (om maar eens een psychologen kreet te gebruiken) in mijn leven heb. Iets wat volgens mij in ieder mens wel zit en waar ook eigenlijk in mijn ogen niets negatiefs aan te ontdekken valt. Want zeg nu zelf, is er een bezwaar tegen teveel liefde in een maatschappij die overloopt van geweld, haat en oorlog? Nee, ik zit niet graag in de hetero of lesbische kast en de transgender etikettering is in het dagelijks leven ook niet bijster prettig. Maar polyamoureus, ja dat zie ik wel zitten. Niet omwille van een keuzeprobleem of zo maar vooral omdat ik de behoefte en dwang niet voel om mijn leven op dit vlak in te perken.

Overigens wel jammer dat het woord op zich niet lekker bekt. De oude term ‘een groot hart’ vindt ik toch eigelijk leuker.

Alice © 2009

Gender war

 

 

 

Mariah-Carey-29

Wie kent haar niet? Mariah Carey. Haar muziek vindt ik meestal niet zo geweldig maar ze is wel een prachtige vrouw en talent heeft ze zeker. Gewoon een goeie artieste. Maar dan wel een amerikaanse en dus in ‘the spotlights’ wanneer het maar kan. Soms erg negatief maar bij uitzondering ook eens een keer geweldig stoer.

Want, Mariah is het getreiter van Eminem (de rapper die zo graag een come back maakt) behoorlijk zat. Daar waar ruzies meestal killing zijn voor de creativiteit is het in dit geval juist een boost voor Mariah’s creativiteit op gendergebied. Heer Eminem blijft claimen dat Mariah zijn vriendinnetje is geweest en Mariah ontkent. Heer Eminem maakt een rap die de dame onderuit zou moeten halen, maar ja wie kaatst…

Mariah heeft voor haar nieuwe album een song gemaakt (Obsessed) die meneer E. een veeg uit de pan geeft of een paar koekjes van eigen deeg aangevuld met een originele videoclip. De clip zelf is er nog niet maar er zijn wel foto’s van Mariah tijdens de opnamen en die zijn op zijn minst verrassend. Zou spelen met gender dan mainstream aan het worden zijn? Mariah is als bellboy te zien in de clip maar ook als… Eminem look-alike rapper, incl. jack, hood, en baard.

mariah_vid_drag3_063009

Supercool natuurlijk en ik moet zeggen, ze (hij) mag er wezen wat mij betreft. Leuker dan Eminem vindt ik. Niet alleen de grime en kleding maar ook de houding is fraai. Lekker stoer. De foto van de bellboy is zo mogelijk nog mooier. Natuurlijk is er nog een flinke vrouwelijke schim te zien maar knap vindt ik het zeker. Met zo’n bellboy/girl wil ik wel een avondje stappen.

mariah_vid_drag2_063009

Mariah is in een klap één van de mooiste transmannen die ik ken (no offence lieve vrienden) en al vindt ik haar muziek dus niet geweldig, ze is met stip gestegen op de lijst van coole artiesten wat mij betreft. Way to go girl… eh… guy!
Haar actie vindt ik vooral zo leuk omdat het er goed uit lijkt te zien, het aanpakken van heer E. op een creatieve manier gebeurt en vooral dat in dit geval gender gebruikt wordt als gereedschap om testobommetje Eminem te blussen. En dat is heel wat beter dan mannelijke artiesten die zich grappend als vrouw presenteren en feitelijk een karikatuur worden.

Nu maar wachten op Eminems’s weerwoord. Zou die als Beyoncé antwoorden? Denk het niet.

Alice © 2009

Noot: flink veel later kwam ik de video tegen. Hier is ie:

Pechgevalletje

inflatables_vagina

Goed, niet iedereen houdt er van om te lezen wat ik te schrijven heb. Maar dat wil niet zeggen dat ik dan maar niet over bijvoorbeeld pijnlijke dingen schrijf. Niet om medelijden op te wekken maar gewoon om te schrijven wat niet vaak geschreven wordt en wat naar mijn mening nodig is om te worden gepubliceerd. Dat geldt ook voor mijn ‘belevenissen’ met ziekenhuizen, operaties en daarbij behorende complicaties. Zoals die van de mislukte vaginoplasty.

Ik heb een pechgevalletje, schijnt. Of eigenlijk heb ik dus juist geen gevalletje. Simpel gezegd en geschreven (zie ook eerdere berichten) is mijn geslachtsveranderende operatie van april 2008 slechts gedeeltelijk geslaagd. Dat wil dus ook zeggen gedeeltelijk mislukt. Even technisch: er was eens een ‘neo-vagina’ gemaakt (vaginoplasty heet zoiets) van mijn mannelijk lid die het niet redde door inwendige verkleving. Het vervelende is dat er in zo’n geval een gevaarlijke situatie kan ontstaan én dat dit specifieke deel dat voor de meeste vrouwen zo een belangrijk onderdeel van hun vrouwelijkheid is niet functioneel is. Er is dan een ‘hersteloperatie’ nodig. Ook die veel pijnlijker en zwaardere hersteloperatie in maart dit jaar is uiteindelijk niet goed uitgepakt. Was de operatie succesvol (buikwandcorrectie, huidtransplantatie en vaginoplasty), het herstel ging wederom mis. In dit geval afstoting van de getransplanteerde (eigen) huid. Mijn eigen lijf accepteerde mijn eigen huid niet.

Zo dat is er uit. Het gegeven dat ik nu een vrouw zonder vagina ben is al lastig zat maar nog lastiger is dat je er met bijna niemand over kan praten. Voor de meeste vrouwen is zoiets nauwelijks voorstelbaar, voor transvrouwen doorgaans een onderwerp waar liever niet over gesproken wordt en voor de meeste anderen een ver van hun bed show. Gelukkig voor hun. Het probleem waar ik mee verder leef, incomplete vrouwelijkheid is iets dat heel soms voorkomt bij transvrouwen maar ook bij vrouwen die geboren zijn met het Mayer-Rokitansky-Küster (MRK-syndroom). Deze vrouwen (zo’n vier per jaar in Nederland) zijn geboren zonder baarmoeder en vagina maar met eierstokken en komen dus fysiek in hoge mate overeen met wat ik nu geworden ben. Op de eierstokjes na dan.

MRK-vrouwen laten in sommige gevallen een operatie uitvoeren die technisch zo goed als gelijk is aan welke ik ondergaan heb eerder dit jaar. Er wordt middels een huidtransplant of gebruikmakend van een stuk van de darm een reconstructie (de vaginoplasty) gemaakt. Die is dan met veel discipline, een beetje goede wil en het nodige geluk functioneel te maken. Soms, heel soms tot op het niveau dat een zo goed als ‘normale’ gemeenschap met een man mogelijk wordt. Het is een syndroom waar niet over gesproken wordt. De damesbladen schrijven er bijna nooit over (op de Flair na dan) en in de medische wereld is het een syndroom dat nauwelijks aandacht krijgt. Er is, zoals voor veel aandoeningen, een patiënten vereniging die Stichting MRK heet (http://www.stichtingmrk.nl). Ik heb hun website bezocht en gelezen.

Wat er te lezen is op de site schokte me omdat ik vooral op het psychologische vlak precies die zaken lees die in mijn hoofd spoken. Ik mag dan wel geen MRK vrouw zijn maar mijn probleem heeft dezelfde consequenties. En na het bericht van eergisteren is me duidelijk dat herstel niet meer aan de orde zal zijn. Ik zal dus met een fors deel van dezelfde problemen kunnen worden geconfronteerd als deze onfortuinlijke vrouwen. Alleen is er bij mij dus sprake van ‘pech’ en niet van een aangeboren afwijking. Een heel goede lezing over MRK is te vinden als ‘The Missing Vagina Monologue’. Opvallend in ‘The Missing Vagina Monologue’ van Esther Morris Leidolf is dat er een aantal vragen opduiken rond gender en lichamelijkheid die transgenders herkennen. Heel erg sterk herkennen zelfs.

Ik kan er niet omheen dat ik in mijn leven dus ongeveer zes weken ‘compleet’ ben geweest. Tenminste compleet genoeg om als vrouw ook sexueel te functioneren als andere vrouwen. Die zes weken zijn voorbij en komen nooit meer terug, de ‘gewone’ sex is er niet geweest. Het enig alternatief (een gevaarlijke, complexe en pijnlijke operatie) is voor mij geen alternatief. Ik durf niet meer. Los van de dagelijkse complicaties waar ik mee te leven heb merk ik dat er zich in mijn hoofd een stevige worsteling afspeelt. Want ik was fysiek al niet geboren als vrouw maar nu heeft de best haalbare correctie van die biologische weeffout geen bevredigend resultaat gehad. Mijn lijf heb ik schade aangericht in mijn pogingen om verder te leven als vrouw. Niet rekening houdend met de eventualiteit van een mislukking waardoor dat verdere leven ook niet compleet zal zijn. Wat over blijft is het diepe besef dat ik in ieder geval sexueel nooit als een andere vrouw zal kunnen functioneren. En dat is verdomd moeilijk. Niet dat het onmogelijk is hoor, er zijn immers allerlei oplossingen om toch een prettig sexleven te hebben maat dat is niet waar het om gaat. Het gaat om de mogelijkheid die me definitief is ontnomen door ‘pech’.

Ik ben dus niet de enige in een vergelijkbare situatie. Andere transvrouwen die een mislukte operatie hebben ondergaan (ja ze bestaan!) en MRK vrouwen verkeren in een vergelijkbare positie. Zo ook vrouwen die bijvoorbeeld vaginale kanker hebben gehad. Het zijn allemaal vrouwen die verder leven maar ‘daar beneden’ incompleet zijn. Anders maar zeker vergelijkbaar met vrouwen die één of beide borsten moeten missen. Incompleetheid. Het woord heeft voor mij een andere, zwaardere betekenis gekregen met een vooralsnog negatieve annotatie. Natuurlijk weet ik dat er meer is dan ‘normale’ geslachtsorganen. Natuurlijk weet ik dat die incompleetheid me niet minder vrouw maakt en natuurlijk weet ik dat ik niet minder kansen op een goed leven heb als andere vrouwen die een dergelijk probleem niet hebben. Maar weten en voelen zijn niet hetzelfde. Mijn gevoel zit in de weg.

Het zal niemand verbazen dat ik verdrietig ben. Het zal ook niet vreemd zijn dat ik me een beetje stuurloos voel als het om zaken ‘onder de gordel’ gaat. Want hoe moet ik eigenlijk met dat rare incomplete lijf om gaan? Het is aan de buitenkant niet te zien en er zal niemand zijn die direct aan mij kan merken dat ik incompleet ben. Maar ik ben het wel. Alles in mijn lijf en geest schreeuwt dat het niet goed is. Dat het anders had moeten zijn. En er zijn vragen. Kan je een relatie bouwen met iemand als je ‘dat daar beneden’ mist? Houdt zo’n relatie stand? Wat kan ik eigenlijk wel doen en moet ik me minder afhoudend opstellen ten opzichte van andere vormen van ‘intimiteit’ die wel mogelijk zijn voor me? Hoe kan ik ervoor zorgen dat ik niet als een vioolsnaar gespannen ben op het moment dat iemand echt dichtbij me is? Is het gemakkelijker om toch het toch maar te zoeken bij de dames in plaats van bij een man omdat de gevreesde momenten niet zo snel voorkomen? Heel veel vragen, weinig antwoorden. Weinig antwoorden omdat ik ze zelf zal moeten formuleren door ervaringen en door bij mezelf te onderzoeken wat het belang is van mijn lijf en wat er aan mist. Het zijn vragen die ik dus blijkbaar deel met sommige andere vrouwen. Er zijn er die een houding van ‘fuck gender’ aannemen in hun leven. Soms omdat ze dat echt vinden, soms als verdedigingslinie om overeind te blijven. Maar nooit omdat de afwijzing van man vrouw verhoudingen en dichotomie een oplossing biedt voor de omgang met anderen. Dus ook die weg is niet de mijne, ze roept alleen maar meer vragen op die ik niet kan beantwoorden. Ik ben nu eenmaal een vrouw en wil me geen ‘tussenin’ voelen, geen genderqueer of wat voor naam er ook gebruikt wordt, al dwingt de realiteit van mijn lijf me daar misschien toe.

Daarom vindt ik het jammer dat we in een wereld van taboes leven. Zoveel onderwerpen waar niet open over gesproken kan worden. Het is gemakkelijker om over oorlogen en rampen te praten dan over seksualiteit, intimiteit, ziekten en handicap. Het is bijna onmogelijk om in onze van taboes doorspekte maatschappij een pechgevalletje te zijn. Het is daardoor zo goed als onmogelijk om anderen te vinden die net zijn zoals jij en die werkelijk begrijpen wat je meemaakt en oplossingen hebben om met je beperkingen om te gaan die je zelf nog niet bedacht hebt. Dat maakt in zekere zin eenzaam.

Alice © 2009