Tijd

Steeds vaker verbaas ik me over de horeca in dit rare landje. Vandaag zit ik bij ‘De Tijd’, dat is een tent op Utrecht Centraal die nog het meeste in de buurt komt van een ouderwetse stationsrestauratie, tenminste dat zou je verwachten. Maar dat is dus niet echt zo. Want als er iets is dat je bij ‘De Tijd’ moet hebben dan ik het precies dat: tijd. Veel tijd. Want ‘De Tijd’ heeft ‘procedures’. Dat zijn van die beschreven werkwijzen die doorgaans bedoeld zijn om de efficiëntie te verhogen. Bij ‘De Tijd’ gaat het als volgt.


Stationsrestauraties: bestaan ze nog?

Je zet je neer aan ‘de bar’. Dat is een lange plank op laptophoogte waar krukken bij staan en je uitzicht hebt op een tap (joepie) en een verwarmde bak met saucijzenbroodjes. En dan wil je een biertje en een saucijzenbroodje. De barman is druk met van alles. Na ongeveer tien minuten komt één van de vijf serveersters naar je toe met drie drankjes op een dienblad, zet deze neer en vraagt dan of je die wilt. Nu zijn een cola, een cassis en een kop koffie geen biertje met een saucijzenbroodje dus je bedankt voor de gunst en wilt wat bestellen. Maar voordat je de bestelling kunt doorgeven loopt ze weg om de drankjes elders te bezorgen. Weer vijf minuten laten komt haar collega, een serveerder, langs om je bestelling op te nemen. Deze schrijft de bestelling op een papiertje en onder de ogen van de barman die even niets te doen heeft loopt de serveerder een ommetje om even later het briefje naar de barman te brengen die het briefje onder een clipje klemt. En iets anders gaat doen.  Na verloop van tijd is het briefje aan behandeling toe en alras verschijnt er een blad met een biertje en een saucijzenbroodje op de plek waar de serveerder en de barman elkaar eerder ontmoetten. Weer een andere serveerster pakt het blad met biertje en saucijzenbroodje op en begint een zoektocht naar… mij.

Na wat rondwandelen met lading komt het blad bij mij terecht met de vragende blik van de serveerster en gretig knik ik. Het glas bij de Duvel is een Bavaria pilsglas waardoor het in ieder geval onmogelijk is om de Duvel te schenken waarop men Duvels schenkt maar goed, een kniesoor die daar op let. Het saucijzenbroodje is nog niet koud en smaakt zoals saucijzenbroodjes smaken. Vettig, een beetje ranzig en het bladerdeeg plakt overal aan het gehemelte. Heerlijk dus. Dan begint het grote wachten. Want natuurlijk wil je afrekenen en dat kan alleen bij de serveerder (man/vrouw/anders). En die is druk met raden wie wat besteld heeft. Ondertussen vertrekt je trein van perron 8a wat de mogelijke wachttijd verlengt met een half uur.

Het verblijf in ‘De Tijd’ wordt maximaal verlengt op een recht evenredige manier ten opzichte van het geduld. Maar heus waar, er komt dat glorieuze moment dat er afgerekend kan worden waarna de tijd bij ‘De Tijd’ voorbij is en de tocht richting perron kan worden ondernomen. Om de een of andere reden kan ik niet voorkomen terug te verlangen naar de tijd waarin er nog oude stationsrestauraties waren met geruststellende perzische kleedjes op de tafels en een barman met een schort over de dikke buik.

Ik wordt oud besef ik ineens.

Alice © 2011

Advertenties

Hoe het tegenwoordig zou gaan…

Woorden zijn overbodig. Soms. Soms is een viral gewoon te leuk. Veel plezier!

Taal is zeg maar niet zijn ding.

Ik ben gek op taal. Niet verwonderlijk natuurlijk als schrijfster. Maar dat is blijkbaar niet voor iedereen het geval. Ik ben ook gek op sommige spam. Die om te eten, niet die in mijn mailbox. Hoewel, sommige spam is eigenlijk te grappig om te negeren. Zoals die van die Hong Kong Chinees uit Frankrijk die een Nederlandstalige uit het Engels ‘vertaalde’ mail verstuurd. Hoe mooi kan het resultaat zijn of waarom spam eigenlijk ook een kunstvorm is en Patrick Chan een kunstenaar. Veel plezier.

Alice

Mannen…

Mannen zijn eh… zo eh… nou ja, jullie begrijpen het wel. Ik weet niet wat ik met ze aan moet. Om de een of andere reden kan ik sommige exemplaren wel waarderen maar nooit om hun kontje of sixpack. Hoogstens omdat die exemplaren aardig zijn. Maar voor de rest? Geen idee wat ik er mee moet aanvangen. Ermee vrijen trekt me al niet erg aan en een leven lang een exemplaar dicht in de buurt doet mij in gestrekte draf vertrekken. Toch zijn ze soms weleens handig. Bij zware dingen of als er iets zo technisch moet worden gedaan dat ik er geen heil in zie. Ik ben niet de enige geloof ik die er zo over denkt gegeven een filmpje dat ik ergens aantrof op YouTube.

Alice

George Carlin

George Carlin heette hij. In 2008 overleed hij. De man was een stand up comedian, acteur en publicist en hij had een uitgesproken mening over van alles en nog wat. Zijn grootste kracht lag in het om de oren slaan van zijn publiek met de stupiditeit van de samenleving en iedereen die daar deel van uitmaakt, inclusief datzelfde publiek en hij zelf. Op een briljante manier.

Hij is – katholiek opgegroeid maar atheïst geworden – de bedenker van ‘frisbeetarianisme’ als antwoord op de variëteit aan religies waar hij intellectueel niets mee kon aanvangen. Alleen het woord al maakt mij tot een volgeling er van, in ieder geval ’s zomers. Eigenlijk kon hij niks aanvangen met de mensheid in het algemeen en hij wist dat op een briljante manier te verwoorden. De belachelijkheid van het gedrag van de mensheid in het algemeen en specifieke mensen in het bijzonder kon hij geweldig aan het licht brengen. De conference hier onder gaat over ‘saving the planet’, zo vlak na Earth Hour (néé ik heb géén, lees géén enkel lullig lampje uitgedaan) hartstikke actueel. Het is heerlijk om door zijn parodie juist gewezen te worden op hoe wij, de mensheid, omgaan met elkaar en de wereld.

Carlin is Amerikaans op een on-Amerikaanse manier en gaat op het podium tekeer als geen ander. Voor mij is hij een voorbeeld van hoe een cabaretier en stand up comedian ook kan zijn. Geen stom gebits op een individu zoals die draak van een Theo Maassen bij la Paay uithaalde maar gewoon iedereen een grote spiegel voorhouden op een manier die gewoon echt leuk is. Slim in elkaar gezet, snelle timing, scherp taalgebruik en dus onmogelijk om je bij te vervelen. Ach, was er maar een Nederlandse George Carlin te vinden op de podia.

Alice © 2010

Mopperkont

Ik doe het niet meer. Ik vertik het gewoon. Het moet maar eens afgelopen zijn. Constant dat gezeur in je kop.

Dan is er weer een website niet naar je zin. Even later een stel tv presentatoren. Of een ambtenaar aan de telefoon doet stupide. Of één van je exen, of allemaal van mijn part.

Weet je, je bent een aarts mopperkont Alice. Ja, het moet maar eens gezegd worden. Een aarts – mop – per – kont. Vetgedrukt, cursief, onderstreept in rood geschreven met op elke lettergreep de klemtoon. Het is gewoon nooit goed in die wereld waar jij in leeft en zelf maak je er een potje van. Je bent chaotisch, egoïstisch, compleet knetter, manisch, depressief, extatisch en terneergeslagen en dat nog allemaal tegelijk ook. Niet te volgen voor een normaal mens. Je lult teveel en je schrijft teveel. Zelfreflectie? Je kent het woord niet eens.

Weet je, ik wordt zo langzamerhand compleet gestoord van je. Het is gewoon nooit goed. Je draait alles om, je wilt altijd gelijk hebben, bent stronteigenwijs, denkt dat je zo ongeveer alles kan en alles kunt maken, en rotzooit er een eind op los. Dan weer een boek hier, of een project daar. Of een toneelstuk of een cabaretact. Het is om doodmoe van te worden. Weet je wat jij zou moeten doen? Nee, niet naar de Kamer van Koophandel gaan want dat is al een keer niet zo goed verlopen. Je zou eens wat rustiger moeten worden. Je niet meer over van alles opwinden. Niet halsoverkop in vriendschappen duiken. Niet twintig dingen tegelijk doen. Van mijn part neem je afwisselend uppers en downers als je er maar voor zorgt eindelijk eens normaal te worden.

Je weet niet wat normaal is? Ach kom nou toch. Normaal is toch gewoon normaal. Dat wat andere mensen doen en zo.

Wat? Die andere mensen stemmen op Geert Wilders straks? Of Balkenende? O, en ze gaan van negen tot vijf naar hun werk? Zijn gelukkig getrouwd? O die hebben hun leven op orde. Die drinken niet af en toe een stukje in hun kraagje? Die rollen niet over een podium onder het uitschreeuwen van oerkreten? Staan ook niet te zingen en acteren? Die hebben twee en een half kind, een eengezinswoning in een Vinexwijk en kijken ’s avonds naar De Wereld Draait Door. En die hebben zich tegen alles verzekerd wat er maar zou kunnen gebeuren. Ja ja. En dat wil jij dus niet?

Aha, dus dat vindt jij niet normaal? Moet ik dat begrijpen van je? Moet ik begrijpen dat jij dat dus niet wilt of zo? Of kunt? O en dus mopper je over van alles en over iedereen. Juist ja. Dus dat mopperen van jou is eigenlijk gericht tegen wat anderen normaal vinden? Hm. Geen wonder dat je zo’n gefrustreerd typje bent. Ik begrijp wel waarom je zo moppert dan hoor. Gewoon omdat je al die dingen dus niet voor elkaar hebt. Gewoon omdat je er een puinhoopje van gemaakt hebt. Ja dan begrijp ik het wel dat je moppert. Verdikkeme je zou toch maar met jou moeten samenleven.

Maar eh, kan je er nu niet eens een keer mee ophouden? Gewoon lieve liedjes en gedichtjes schrijven? En bundeltjes met verhaaltjes en romannetjes. Of kinderboeken van mijn part. En als je zo nodig het toneel op moet dat alsjeblieft in het theater doen? Zonder publiek alsjeblieft. En zou je dan alsjeblieft toch eindelijk eens willen ophouden met dat gezeur over van alles en nog wat dat je niet bevalt op opvalt. Ik wordt er zo moe van weet je. Altijd maar die kritiek op de wereld alsof je zelf het zo geweldig doet. Nou, dat doe je dus niet. Eigenlijk vind ik je soms een enorme prutser weet je, iemand die van alles roept maar niet veel klaar maakt.

Wat? Oh, nou mopper ik? Nee nou wordt ie mooi zeg. Je draait de boel weer eens feilloos om. Nu ben ik de pineut dus, nu ben ik ineens de mopperaar. Het is ook altijd hetzelfde met jou hè? Eerst lopen mopperen en als ik er dan wat van zeg dan ben ik de mopperaar. Lekker ding ben je.

Huh, o je vind jezelf inderdaad een lekker ding. Allemachtig! Er is ook echt geen land te bezeilen met jou hè?

Malice – eh – Alice Verheij © 2010

Kafka

Henry Kohler, Sweden © 2010 Member of the Brooklyn Art Project

LBIO (Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen): goedemorgen, heeft u een zaaknummer voor me?
ik: ja hoor, nummer ###########
LBIO: dag meneer Verheij.
ik: ik ben mevrouw Verheij.
LBIO: o, ehm, sorry. maar bent u dan A. Verheij?
ik: ja dat ben ik en ik heb geen zin om het weer uit te leggen.
LBIO: wat wilt u weten over deze zaak, u bent toch betrokkene?
ik: ik ben de A.Verheij in uw zaak en ik heb een vraag.
LBIO: zegt u het maar men… eh… mevrouw…
ik: wel eh, kunt u mij uitleggen waarom u naast een beslaglegging dreigt met een incassomaatregel terwijl u weet dat ik een gekorte WIA uitkering hebt en uw beslag hoger is dan het restant van mijn uitkering waardoor ik 242 euro onder de bijstandsnorm ben gekomen terwijl u op de hoogte bent van mijn lasten en inkomen?
LBIO: eh, nee want uw zaakbehandelaar is er niet.
ik: en u kunt dit niet uitzoeken?
LBIO: nou nee, want de zaak is bij hem onder behandeling.
ik: wanneer is hij er wel dan?
LBIO: dat weet ik niet. Ik geloof dat hij vanaf 1 maart weer 2 dagen werkt per week.
ik: het is nu 18 februari en het is wat ongelukkig als ik zolang moet wachten.
LBIO: tsja dan kunt u maar beter alle bewijsstukken naar ons sturen in ieder geval.
ik: dat heb ik al gedaan maar niks gehoord behoudens dus die beslaglegging. Daarom bel ik.
LBIO:
o. Moment ik raadpleeg even mijn collega.
<wachttijd>
LBIO:
bedankt voor het wachten me..vrouw. Tsja eh we weten niet precies wanneer uw zaakbehandelaar weer terug is en ik heb geen inzicht in uw volledige dossier. U zult toch tot 1 maart moeten wachten.
ik: ik geloof niet dat ik dit fijn vind. Weet u dan tenminste op welke dagen mijn zaakbehandelaar werkt na 1 maart?
LBIO: nou eh nee want dat is nog niet bekend.
ik: kan hij mij dan bellen zodra hij er weer is.
LBIO: dat doen wij niet dus u zult zelf met ons moeten bellen.
ik: tegen die tijd is mijn telefoon afgesloten. Kan ik dan langskomen misschien?
LBIO: tsja dat is lastig voor u maar langskomen kan niet want wij ontvangen geen cliënten.
ik: wat raadt u mij dan aan?
LBIO: in ieder geval de stukken opsturen.
ik: wat ik dus al gedaan heb?
LBIO: eh, tsja. dan weet ik het ook niet meneer.
ik: zal ik dan maar een boze brief schrijven met een verzoek tot het aanwijzen van een andere zaakbehandelaar?
LBIO: u bent wel lastig hoor. Het heeft geen om de hakken in het zand te zetten hoor. Stuurt u nu maar die bewijsstukken op.
ik: jaja, die had ik al gehoord hoor. Maar hoeveel kopieën wilt u hebben want dan stuur ik wel een doosje in vijftigvoud of zo.
LBIO: nou nou, u hoeft niet cynisch te worden hoor.
ik: oh sorry maar dat overkomt me weleens bij sommige gesprekken met sommige instanties die me het leven onmogelijk maken. Heel vervelend voor u natuurlijk. Weleens van de Ombudsman gehoord?
LBIO: ik geloof dat het geen zin heeft dit gesprek met u voort te zetten.
ik:
dat was mij al na drie antwoorden duidelijk mevrouw. Goedemorgen overigens. U hoort nog van mij… of niet.
LBIO: dag meneer Verheij.
<klik>

Gek genoeg twijfel ik ineens over het inzetten van kneedbommen, SCUD raketten (kent u die nog, die waren populair een tijdje terug), het inhuren van Osama Bin Laden of toch maar een briefje met transcriptje naar die Ombudsman sturen.

ik: Kafka, Kafka, ben je er nog?
Kafka: Da.
ik:
Nu begrijp ik je.
Kafka:
Ha.

Zo, tijd voor koffie. Enne, als u lezer mocht denken dat dit slechts een komische scene is dan moet ik mijn excuses maken. Dit is een transcriptie van het werkelijke gesprek. Het is maar goed dat ik niet cynisch ben. Of verbitterd. Of boos.

Alice Verheij © 2010

Burkababe

Een tijdje terug schreef ik als eens over de verheffing van de burka tot fashion item. Laat nu Agent Provocateur dat in de praktijk brengen volgens deze commercial, goed met een chador in plaats van een burka, dat wel natuurlijk. En ineens kijk ik heel anders tegen vrouwen in een burka of chador aan. Geen idee hoe dat nu komt.

Alice