Verrassing

Life is full of surprises.

Inderdaad. Waar begin dit jaar het er nadrukkelijk naar uit zag dat ik voor jaren in Nepal zou gaan wonen blijkt de werkelijkheid enkele maanden later volledig anders uit te pakken. Tegenslagen in de liefde en in mijn mogelijkheden op een normaal leven maken dat – zoals wel vaker in mijn rare leven – de vlag er na een paar maanden bepaald anders voor staat.

Financieel dusdanig aan de grond gezet dat er zonder een mirakel geen kans is om terug naar Nepal te gaan leek het er de laatste maanden op dat dit jaar een jaar om over te slaan zou worden. Tenminste als het om het reizen gaat. Natuurlijk, er wordt naarstig gewerkt aan de film die toch echt deze zomer uit komt, de publicatie van maar liefst drie boeken in de komende maanden en een grote tentoonstelling in de Domkerk in Utrecht in september en oktober. En dan ben ik ook nog begonnen aan een nieuwe roman. 2012 blijkt dus vooral een creatief explosief jaar en om dat mogelijk te maken moet ik nu eenmaal in Nederland zijn.

Daar komt bij dat ik van mezelf weet dat als ik in de gemoedstoestand waarin ik verkeer binnen enkele maanden naar Nepal zou gaan ik er zeker van ben niet meer terug te komen. Zo sterk is mijn afkeer van dit land geworden. En niet zonder redenen.

Maar, het lot beschikt weer eens anders en karma plaatst me zoals zo vaak voor verrassingen.

Om te beginnen ben ik even een paar weken flink ziek geweest en dat is een prima manier om weer met beide benen op de grond te belanden. En keuzes voor de korte termijn te maken. En dan zijn er vrienden en vriendinnen die het eigenlijk niet leuk vinden als ik lang weg ben. Wat natuurlijk geweldig lief is en me doet beseffen dat zij ook voor mij te belangrijk zijn om afscheid te nemen van het westen.

En dus wordt de zomer besteed aan het werk rond film en publicaties. Om het nog een beetje leuk te maken buiten het werk heb ik besloten de Literaire Salon terug te laten komen maar dan wel in de buurt waar ik nu woon en die ik met de dag leuker ga vinden. Daarover volgt later ongetwijfeld meer. Verder werk ik dus inmiddels op de momenten dat daar wat ruimte voor is aan mijn nieuwe boek, ‘De engel van Kensington’ waarbij ik weer het plezier van het roman schrijven terug heb gekregen na bijna een jaar afwezigheid.

Maar het land uit anders dan voor een kort onderzoeksreisje naar Londen ergens in de komende maanden was van de planning verdwenen. En dat is lastig voor iemand die eigenlijk vooral een reizigster is met de lusteloosheid van een bohémienne.

En dan belt een vriendin die me naar Lesbos meeneemt in september. Twee weken vakantie (met een beetje werken) op een mooi eiland in een mooie zee met leuk gezelschap. En dus wordt er toch nog gereist dit jaar. Onverwacht, zoals het hoort met verrassingen. De camera’s gaan mee wat daarvoor is er werk aan de winkel en dat is eigenlijk ook wel weer leuk want gefilmd en gefotografeerd moet er natuurlijk wel worden dit jaar.

Sommige pareltjes zijn het mooist in het roze. Voor degenen die ook zin hebben in een september avontuur (en het vrouwenfestival op Lesbos), er is nog plek… en voor goed gezelschap schenk ik met alle plezier een lekker glas wijn bij zonsondergang.
http://pinkpearlsamsterdam.com/nl/reizen/Fantasy-Island-holiday

Ik kijk er nu al naar uit.

Alice © 2012

Advertenties

Return

It’s certain now. Even before years end I shall return to Nepal. To my friends, my loved ones. To that special young woman who I am so fond of and without who it is difficult to live. To that amazing young man who has helped me so much while filming in difficult circumstances earlier this year. To all those people living in the refugee camps which I have become so familiar with. To the elderly whom I have had the honor to visit their simple homes and share a meal, or tea or just a conversation.

To the colors of the clothes the woman wear wether they live in poverty or not. To the smells in the streets that one can only value properly when experienced in person. To the rivers, the streams, the mountains and the wildlife. To the crowded Kathmandu city and the so silent and tranquil rice fields. I wish there were fireflies in winter. To the temples to do Puja, to the Buddhas, the Hindu Gods and Goddesses and to my personal lama in the amazing Boudha quarter of Kathmandu, who I started to like.

But most of all, really, to that one person who has touched my heart with her smile, her joy, her wit and her love.

It’s only weeks from now and I can’t believe it to be true. I can’t comprehend the wonders and amazement I shall – again – experience. Hopefully not only in Nepal but also in the Indian state of Sikkim. That former smallest of three Himalayan kingdoms which is now part of that enormous India. To visit the temples and stupas and to feel like home again. Of course I’ll carry my cameras with me and return with hours of footage for the Headwind Documentary and possibly other work as well. And again with hundreds if not thousands of photos of which I am sure already that there will be many great pictures. This time the balance is tipping more towards holiday and less to work but even now there is work to be done.

I cannot wait to embrace Nepal, my friends there and my Bhutanese family. And you my dear. Because if you read this you know it’s you that I long to see. And this time maybe we can together see a glimpse of the future.

Alice © 2011

Budapest blues

Het zit er al op. Nu alweer. Mijn reisje naar Budapest (om te schrijven, de stad in me te laten komen en om gedoe van me af te zetten nu het nog kan) is achter de rug. Terug in Den Haag voel ik me vreemd en een beetje ontheemd. Mijn eigen huis was koud en dat kapotte ruitje is ook niet zo handig. Tijdens de ochtend koffie dwaal ik terug naar die vreemde stad. Budapest is vooralsnog ongrijpbaar.

p2280017

Hongaren lachen niet. Het is een depressief volk. De taal heeft een zachte klank waardoor er zacht gesproken wordt. De enige Roma die we gezien hebben schreeuwden hard en schel en tegen elkaar. De buitenlanders die er rondliepen waren Frans, Amerikaans en soms Belgisch. De bruggen zijn mooi en imposant. Budapest bestaat uit steen, hout en gietijzer. Met koffiehuizen en badhuizen. Het vervoer is er gemakkelijk en goedkoop. De ondergrondse is efficiënt en lekker ouderwets. Met knipkaartjes. Tram, trolleybus en bus zijn doorgaans oud maar het is er allemaal. Er wordt gebouwd en er komen nieuwe zielloze maar comfortabele trams die niet rammelen en ratelen. Alles wat je maar kunt bedenken aan openbaar vervoer is er. Metro, tram, trein, bus, trolleybus en taxi. Alles is er en voor de rijke westerlingen goed betaalbaar. De stad is gemakkelijk om je weg in te vinden. Pest is overzichtelijk, Buda iets minder maar vervoer is er altijd en overal. Het is een stad met een negentiende eeuws concept dat in tact is gebleven. Misschien maar goed ook dat het communisme als een diepvriezer heeft gewerkt. Niet kapot gemaakt door nieuwbouw, hier en daar vervallen maar nog vol met trotse oude structuren.

p3010040

Budapest is een samenstel van Parijs en Florence met imposante brede avenues en wegen, pleinen en prachtige fin-de-siecle gebouwen. Groot, hoog en indrukwekkend. Het kasteel in de bovenstad Buda is vooral groot maar heeft een vreemd suikertaart gehalte dat me afstoot. Het uitzicht is er trouwens fantastisch en de blik op Pest aan de andere kant van de Donau lokt je als vanzelf naar beneden door de kronkelige straatjes richting een brug. En ineens komt ze dan om de hoek en wandelt gedecideerd en statig naar de bushalte. Filmsterrenlook en toch gewoon met de bus. Ze is zo tegenstrijdig als de stad. En ze weet dat ze mooi is. Verkeerd woord, ze is prachtig.

p3030293

De glanzend zwarte pumps, het zwarte haar en de knalrode lange jas schudden iedereen wakker in haar buurt. Ik trek me na een uitwisseling van een lach terug en daal af naar de Donau om na een sigaretje me aan de brug te wijden. Hard staal en oude kracht. De brug vraagt een flink half uur mijn aandacht en ik verdiep me in grote ijzeren moeren en stalen kabels terwijl ik langzaam de rivier oversteek. Zo af en toe laat ik een blik over het water gaan om de enkele boot die voorbij vaart van boven te beschouwen. Ze zijn zonder uitzondering zo goed als leeg. Vreemd.

p3030314

Eenmaal aan de andere kant van de stad laat ik me meevoeren aan met mijn voeten richting weer een plein, weer een gebouw, weer een koffiehuis. Ik dwaal wat, dolen is er een beter woord voor denk ik. De kromme straatjes van Buda zitten nog in mijn hoofd en de vrouw in het rood ook. Lopend door Pest wil ik naar Buda terug terwijl toen ik in Buda liep het liefste snel naar Pest ging. Zo gespleten als de stad is, zo gespleten voel ik me er zelf in.

p3030255

Ik kom in een koffiehuis terecht en laat me door het interieur honderd jaar terugbrengen in de tijd. Geluiden, muziek en mensen zijn hier tijdloos. De koffie niet want die doet met de laatste mode mee. Er is WiFi zoals in vrijwel elk café. Zo oud als de stad oogt, zo modern is ze in gedrag.

p3020174

Plotseling ben ik in een jazzclub vol met lachende Hongaren. Ze kunnen het toch blijkbaar. Er is iemand vijftig geworden en de dames / meiden in zijn omgeving vinden het een prima gelegenheid voor een feestje. Ik doe een beetje mee en het levert me een avond plezier op. Om twaalf uur eindigt het, de stad is als elke avond snel weer stil.

p2280021

De plaatsen waar er nog wat bruist liggen in de achteraf straatjes. Maar ik ben moe geworden van de stad en zoek de weg naar de plek waar ik logeer. De lift in het oude gebouw is klein, rammelt en heeft de simpelste bediening die ik ooit gezien heb. Grote ijzeren knoppen want Budapest bedien je met ijzer. Budapest is immers een ijzeren stad maar dan wel mooi en eerlijk ijzer.

p3010031

En nu ben ik dus weer thuis in mijn eigen Den Haag. Het weer is slecht en er wacht veel werk op me. Van alles moet er geregeld worden, van alles georganiseerd, ingekocht en afgesproken. De geluiden van die Hongaarse stad moet ik nog verwerken, het interview uitschrijven en de schetsen voor het boek nog maken. Maar de reis is geslaagd geweest alleen al omdat ik het materiaal heb gevonden waar ik op hoopte.

Nog een paar dagen heb ik over voor mijn andere reis. De angst druk ik weg met foto’s van Budapest en stilletjes verlang ik terug. Ik heb de Budapest blues.

Alice © 2009

‘Feest’ maand

piet

Vanmorgen drong het pas echt tot me door. Geholpen door een avond / nacht met teveel wijn had ik een slaperig doch helder moment. Lekker tegenstrijdig maar zo ben ik nu eenmaal. Maar goed de harde werkelijkheid drong dus tot mij door: het is december. De letterlijke tekst van die gedachte was overigens: ‘Fuck! December. Waarom nou? Ik haat dit. Help, ik wil niet. Geen stomme kadootjes, geen bomen, ballen en kransen, mijters en rendieren. Ik wil weheg.’

Kortom een acute diep depressie is mijn deel geworden. Ik ben meteen anderhalve centimeter ingezakt onder de loden last van het besef dat ik weken ‘gezelligheid’ moet doormaken. Het enige lichtpuntje dat ergens schemert lijkt de oudejaarsavond te zijn. Vooral omdat ik dan zonder schroom met vriendinnen dronken mag worden en op de bar dansen. Het zal inmiddels wel duidelijk zijn: ik hou niet van december. De wereldwijde rampenmaand die de media beheerst alsof er een oorlog is uitgebroken. De maand van vreselijk oude en slechte liedjes waarmee je doodgegooid wordt. De orgastische reclames die je oproepen vooral maar lief voor elkaar te zijn door het uitgeven van sloten geld aan onzinnige presentjes. De maand waarin hele volksstammen aan de slag gaan met papier, plakband, papier maché, linten en allerlei vage materialen om die afgrijselijke kadootjes in te pakken. De maand waarin er weer miljoenen keren volslagen ongemeend prettige *%$&*dagen en gelukkig nieuwjaar wordt geroepen. Tegen vaak nog volslagen vreemden ook nog. De maand waarin andere volksstammen zonodig ineens naar de kerk moeten en dat ook nog allemaal tegelijk op dezelfde avond. Waardoor die kerken op die avond rieken naar een mengsel van kaarslucht, zweetlucht en natte paraplu’s. De maand waarin ik het koud heb, nat wordt van de regen, de lucht loodgrijs is en er regelmatig vieze natte sneeuw in mijn gezicht waait, zoals vandaag. Gatver.

Het goede nieuws is dat er nog maar een paar weekjes te gaan is en dan is die maand weer voorbij. Op de gevaarlijke (lees: feestdagen) kruip ik wel weg in bed of weg bij vrienden of ga ik heel veel schrijven of tekenen of harde muziek draaien of naar slechte films kijken. Maar ik ga zeker NIET naar de ‘Top2000’ luisteren want eigenlijk wil ik gewoon ‘er’ even niet zijn. Misschien moet ik maar eens heel stout gaan doen vanavond of morgen en wordt ik dan door een lieve (vrouwelijke) Piet met krulletjes in een zak gestopt en meegenomen naar Madrid want dat vindt ik zo’n leuke stad. Zelfs in december.

Alice © 2008

De gids

gizeh-guide

Het was er warm. Het heetste moment van de dag. Gizeh, vlak bij de sfinx op de hoek van de parkeerplaats. Nog net binnen het zwaarbewaakte en door toeristen bevolkte terrein van de piramides. Ik was moe geworden van de piramides en sfinx. Van het overweldigend zicht op die toch mysterieuze bouwwerken. Moe ook van de klim in de benauwde gang in de stenenstapel van Chefren. Een tocht die me binnen net als iedereen verstikte en deed zweten van de hoog opgelopen temperatuur. Een tocht die me zo’n tien meter voor de koningskamer het ijskoud deed krijgen gedurende een halve minuut. Alsof er een vreemde energie door me stroomde.

De dag was intensief zoals alle dagen van een reis naar Cairo in eigenlijk te weinig tijd. Een paar van ons groepje stonden samengeklonterd rond Midu, onze reisleider. De rest was nog aan het zwerven zo vlak voor we weer het busje in zouden klimmen voor een volgend hoogtepunt op onze reis. Mijn reisgenote had zich even teruggetrokken en ik stond er wat verloren bij, een beetje in de rondte kijkend naar de mensen.

En daar stond ze. Rustig leunend tegen een muurtje, de omstanders bekijkend zonder de ogen langer dan een enkele hartslag op een specifiek persoon te laten rusten. Ze had de tijd, haar groep liep nog wat rond en ze hoefde alleen maar te wachten. De halfschaduw maakte de plek waar ze stond aangenaam. Het was ook prachtig weer in oktober. Mijn ogen konden niet bij haar vandaan blijven. De casual kleding, een mix van Braziliaanse kleuren met Fidel Castro’s pet en een oosterse pashmina, was op het oog bij elkaar geraapt. Het stond haar fantastisch en haar houding straalde een zelfvertrouwen uit dat door de andere vrouwen om haar heen misschien nooit bereikt zou worden. Ik keek haar aan en als vanzelf dwaalde haar blik naar mij toe. We glimlachten allebei. God, wat was ze mooi. Haar ogen waren sterk opgemaakt, alsof ze een Egyptische prinses wilde uitbeelden. Tenminste dat was mijn gedachte toen ik haar aankeek. De zorgvuldig geëpileerde wenkbrauwen en het symmetrische gezicht deden me onmiddellijk denken aan de afbeeldingen van koninginnen in het oude Egypte. De omgeving maakte de associatie gemakkelijk. Ik twijfelde.

Het liefste had ik haar aangesproken maar ik was zo onder de indruk van haar verschijning dat aanspreken een soort ontheiliging zou zijn. Ze stond daar immers onaantastbaar te zijn. De zonnebril perfect op de pet geschoven alsof ze zo uit een woestijnjeep was gestapt. Een vrouw om voor te smelten en dat was ook precies het gevoel dat ik had. Ik bleef op een afstandje kijken, niet te dichtbij. Bang als ik was dat ze me weer aan zou kijken en ik me daarmee zou verraden of zij zich verstoord zou afwenden. Mijn reisgenote was inmiddels terug en sprak me aan. Ik onderbrak haar. ‘Op zes uur, zo mooi… Die ogen… mijn hemel.’ Mijn opmerking werd begrepen en een sluikse blik achterom zorgde ervoor dat ik niet meer de enige was die bewonderend keek. 

‘Ik wil een foto van haar.’ zei ik ineens. ‘Maar ik durf het eigenlijk niet te vragen.’
‘Doe niet zo gek joh, gewoon op afstappen. Is toch gewoon leuk?’
De verleiding was al snel te groot en het beeld wilde ik beslist vangen. Zo’n mooi gezicht zou in mijn herinnering gebrand blijven en zonder de ondersteuning van een foto wilde ik dat niet laten gebeuren. Ik twijfelde nog even maar overwon mijn schroom en stapte op haar af.

‘Hi, can I ask you something?’
‘Sure…’
‘Well eh, you might think I’m kind of silly. And I am. But eh, I’d love to take your picture as I think you’re gorgeous…’ 
Zo dat was er uit. Ik bloosde nog net niet, het was er vast te warm voor.
‘Oh, ofcourse. How nice of you.’
Ze zei het met een brede lach, de ogen stralend. 
Ik stapte iets naar achteren en ze ging er even voor staan. Een pose maar niet overdreven. De gulle lach vervangen door een wat neutraler blik. Alsof ze de lach voor mijn herinnering reserveerde en haar gezicht voor mijn foto. Ik drukte af. Eén keer, niet meer. Meer foto’s zou ik onbeleefd hebben gevonden. Wow.
‘Thank you so much.’ Ik liet haar het resultaat zien en daar was die lach weer terug. 
‘You really are beautiful.’ stamelde ik nog.
‘Well, eh, go to go now.’
Ik liep terug en ze lachte me na.
‘Bye, have a good time here.’ kreeg ik nog mee van haar. 

Weken later bekijk ik de foto’s van de reis. En daar is ze weer. Verstopt tussen wel duizend Egyptische beelden van piramides, gebouwen, mensen, markten en monumenten. In al haar schoonheid kijkt ze me weer aan. Ik droom weer even een onbereikbare droom en glimlach. Onze eigen gids Midu vertelde me toen ik de foto had laten zien dat het een gids was die hij vaag kende. Hoe ze heette wist hij niet, ik had het niet gevraagd. Ik heb geen naam voor haar bedacht, anders dan de onbereikbare. Een soort Isis, ze is er altijd geweest, nu vast ergens in dat verwarrende Cairo en van alle tijden. Mooi, mysterieus, vrouwelijk en verleidelijk.

Alice © 2008 

De parfummaker

Achter de Khan el-Khalili in Cairo is een straatje waar de mensen twee zaken verkopen. Kruiden en parfum. Het leven is er eenvoudig. Het gaat er om de handel en om de ontmoeting. Toen ik vorige week met Hannah door de straatjes liep, gesluierd zoals we dat het prettigst vonden, werden we opgevangen door een wat oudere man. We waren een beetje bedwelmd door de geur van de vele soorten kruiden. Sterk en gevarieerd en vooral ook smaakvol. De man liet ons de verschillende kruiden proeven, niet zozeer om ze te verkopen aan ons maar eerder omdat hij het leuk vond om dat te doen. Kaneelstokjes van formaten die wij niet meer kennen, komijn, hibiscus en een mix van pepers die werkelijk heerlijk was.

We werden meegetroond naar de straatjes achter het gebied waar je kunt kopen. De straatjes met de werkplaatsen waar die kruiden worden gemalen en verpakt. Het is wonderlijk om te zien hoe zo’n oud beroep als kruiden en specerijenhandelaar ondersteund wordt door de vele kleine maalderijen die nog volledig werken op een manier zoals dat al honderden jaren gebeurt. Nadat we daar gekeken hadden stelde de man voor om ons naar een parfummaker te brengen. Het andere ambacht waardoor dit deel van de oude markt in Cairo beroemd is. We lieten het ons welgevallen want de manier waarop we rondgeleid werden door deze mooie wereld was vriendelijk en niet opdringerig, tenminste niet zo opdringerig als in andere delen van de Egytische hoofdstad.

De parfummaker was een oudere wat magere man met vriendelijke ogen en een rustige, zelfs rustgevende blik. Zijn winkeltje, net groot genoeg om met drie mensen tegen elkaar in te zitten, puilde uit van de grote apothekersflessen met grondstoffen voor de parfums die hij maakt. Langs de straat staat een donker houten vitrine met mooie kleine parfumflesjes met veel goud. Het is een winkeltje dat als een jas voelde, alles paste precies. We gingen zitten om met de man te praten en kregen hibiscusthee aangeboden. De zoetige en frisse smaak maakt waarschijnlijk dat je reukorgaan beter gaat werken want de verschillende geuren in dit wonderlijke winkeltje bedwelmden ons. Al pratend probeerde de parfummaker er achter te komen welke geuren onze voorkeur hebben en tegelijk wat voor soort mensen wij eigenlijk waren. Het waren de ingrediënten die hij nodig had om de parfums te mengen die bij ons paste.

Ik hou van jasmijn en de geur van noten en hout. Na zo’n anderhalf uur praten, mengen, proberen (pas na drie minuten ruiken!), was mijn parfum klaar. Jasmijn, musk en sandalwood in een combinatie die precies afgestemd was op mijn huid en voorkeur. De oude man maakte het alsof hij de componist was van een geuren symfonie. Misschien was hij dat ook. Het kostbare flesje staat in mijn slaapkamer en de inhoud zal me nog lang aan die man doen denken. Elke keer als ik een beetje van de kostbare olie gebruik zie ik zijn blik weer voor me. De aandacht die hij voor ons had toen hij toverde. 

Alice © 2008

Stilte in Egypte?

 

Ik heb nu stilte nodig. In ieder geval stilte op zo’n manier dat ik uit mijn eigen hoofd even weg kan zijn. Soms is het leven een aaneenschakeling van vreemde gebeurtenissen. Geen ‘grand design’ of zo en al helemaal geen ‘intelligent design’. Nee, een opvolging van momenten in een continue en dus nooit aflatende stroom die zich gedraagt als een rollercoaster ride. Langzaam klimmen en pijlsnel dalen, onverwachte bochten, nieuwe uitzichten die net zo snel verdwijnen als ze komen. Dan weer links, dan rechts, omhoog, omlaag en over de kop. Aan het eind sta je dan duizelend op je benen, nauwelijks bekomen van die wilde rit. Dat eind zie je niet aankomen, tenminste meestal niet. Tenzij je er zelf voor kiest of gevoelig bent voor je eigen voorgevoel.

Maar ben je dat niet dan is die gekke rollercoaster rit van je leven niets anders dan de ketting van momenten, gebeurtenissen, gevoelens, vreugde, verdriet, liefdes, geluk en pech, die ieder ander ook meemaakt. De mindere momenten dwingen je om te genieten van de mooie kanten van dat leven. Van kinderen als je ze hebt, van liefde als die er is in wat voor vorm dan ook. Van andere mensen, culturen, landen, steden, verhalen, geluiden, geuren, smaken, trillingen en kleuren.

Dat laatste is precies wat ik de komende week ga doen. Onderduiken omdat ik wil onderduiken in een andere wereld. Warm, zonnig, mysterieus, onverstaanbaar maar zo voelbaar en tastbaar. Met een hele lieve vriendin, de mooiste reisgezel die ik me kan wensen. Ik ga kwetsbaar én sterk zijn, ruiken, horen, proeven, kijken, denken en schrijven. Foto’s maken, video en geluidsopnamen. Oosterse klanken, kleren, sieraden, kruiden, stoffen, stenen, beelden, gebouwen, muziek, dans. Oosters leven, zo anders dan ik gewend ben.

De komende week kon op geen beter moment komen. Ben ik alweer op een draaipunt in mijn leven? Over ruim een week hoop ik weer terug te zijn, zeker weet ik dat niet. Want zekerheden bestaan niet. Maar als er niets vervelends gebeurt ben ik hier terug met verhalen, foto’s en misschien wel bewegende beelden en geluiden. Tot snel vrienden, ik ga naar mijn stilte in Egypte.

Alice © 2008

PS Ik ga natuurlijk wel back(b)loggen wat zoveel inhoud dat ik elke dag een verhaal, lied, gedicht, film of foto verzamel die ik met terugwerkende kracht na terugkeer hier laat zien.

Welke woestijn is mooier?

Nog een paar dagen en dan weet ik het…

Alice

‘Tertia’

Binnen twee dagen komt tante Pos (oom TPG) haar brengen. Mijn speeltje voor de komende tijd. En hoewel het plaatje op het scherm een gruwel laat zien ben ik er toch blij mee. Die gruwel kan er af en dan komt Pinguin Software in. Tux van Linux. Met een open kantoor in plaats van een minuscuulzacht kantoor.

Ik ben er vooral blij mee omdat ik én aan een kadootje toe ben na alle ellende van de laatste tijd én ik naar Egypte afreis heel binnenkort en wil blijven schrijven zonder dat ik een toch wel gewichtige laptop mee moet sjouwen. Ja ja, er is pen en papier en de firma Moleskin heeft prachtige boekjes. Maar ik ben een moderne tante en tik mijn teksten. Vandaar de typo’s dus…

Grappig genoeg is dit speelgoedje best wel een serieus ding dat voor mensen als ik die obsessief compulsief schrijven of simpelweg voor hun beroep met tekst spelen een geweldige uitkomst. Handtas vriendelijk formaat, vrouwelijk wit, lekker licht want maar 1 kilo en voorzien van alles wat draadloos moet zijn. Sterker nog, voorzien van solide toestand geheugen en dus geen harde schijf. Heerlijk. Lekker stil dus ook. Klein genoeg om een genoeglijke metgezel te worden. Genoeg stroom om een lange treinreis van Cairo naar Luxor van dienst te kunnen zijn en internationaal genoeg om over de hele wereld met me mee te mogen reizen. Een digitaal reisgezellinnetje.

Zo begrepen is het apparaatje dus in mijn bezit voordat ik afreis naar Cairo en Luxor en dat is natuurlijk fantastisch. Kan ze dus lekker mee en kan ik er foto’s op kijken. Joepie! Overigens is het dus een ‘ze’ vindt ik. Een naam heeft ze ook al: Tertia. Want mijn Macbookje heet Secunda en ik ben Alice. Een beetje literair typje begrijpt dit.

Enfin, ik kan niet wachten tot Tertia er is. Dan wordt ze ingewijd in de damesliefde voor het toetsenbord en de woorden. Ze krijgt de goede zachte waren in haar lijfje en haar geheugentje en dan is ze helemaal van mij!

Alice © 2008

Transgender Chronicles 45 (Confused? You will be after this …)

 

Jaren terug was er een televisieserie ‘Soap’. Aan het eind (of was het het begin) van elke aflevering sprak een voice over het zinnetje ‘Confused? You will be after this (the next) episode of Soap.’ Het zinnetje is me altijd bijgebleven omdat het zo ongeveer aangeeft hoe ik me voel in mijn leven.

Confused, dat ben ik zeker. Vooral denk ik omdat ik pas nu mezelf een beetje leer kennen. Deels doordat ik ouder wordt maar vooral ook door de veranderingen die ik het ondergaan de afgelopen jaren. Ik schrijf dat in meervoud want er zijn veel veranderingen. Voor de meeste mensen misschien teveel om te ondergaan. Voor mij vooral teveel om niet verward te zijn. Verandering van gender, werkkring, woonsituatie, vriendschappen, levensdoel, lichaamsbeleving, geluksbeleving en ga zo maar door. Allemaal veranderingen ik ondergaan ben. Sommige zeer welkom, anderen niet welkom maar onontkoombaar. En dat alles heeft me in verwarring gebracht. Zeker de laatste tijd.

Het lijkt soms alsof ik geen basis meer heb om plannen te maken. Ze worden toch wel verstoord door de werkelijkheid. Geen vakantieplannen dit jaar? Dus ben ik in Barcelona, Parijs en Los Angeles geweest en Cairo staat nog op de rol. Geen geloof in een nieuwe liefde en ja hoor daar is ineens een schat van een vrouw die van me houdt en waarvan ik ook zielsveel hou. Alleen leven? Niet dus. Mijn dochter is nu bij me en het gaat goed samen. Eenzaam thuis? Ook niet dus want mijn social life is soms drukker dan ik aan kan. Zulke lieve vriendinnen…

Toekomstplannen zijn moeilijk merk ik. Wordt de liefde een relatie die zo stevig is dat we samen verder kunnen gaan? Kan zij dat aan? En ik? Zijn mijn eigen ambities me duidelijk? Wat is belangrijker: mijn promotieonderzoek of mijn schrijfwerk? Allebei zal niet kunnen zonder allebei matig te doen. Op het moment is schrijven te belangrijk om opzij te zetten ten gunste van een promotie waar mijn hart ook ligt. Zal mijn werk aan slaan? Lukt het me die boeken er uit te persen die ik wil schrijven (en voor een deel al gedaan hebt)? En wat moet ik met die drive die in me zit om een duw te geven aan transgender emancipatie terwijl ik vaak fysiek en geestelijk te moe ben om me voldoende in te zetten. Of gebeurtenissen in mijn eigen leven me dwingen de priotiteitjes anders te leggen?

Het is allemaal verwarrend. De afgelopen week alleen al bestond uit een rocky relatie, rechtszaken, zakelijke perikelen rond mijn oude bedrijven, nieuwe klus voor mijn werk en (dus) een paar slapeloze nachten. Fysiek / medisch is het allemaal niet wat ik graag wil en als ik dat er dan bij tel dan merk ik dat het me zwaar valt mezelf te plaatsen. Ben ik vader of meer moeder? Ex directeur van een paar bedrijven of adviseur in loondienst, geliefde of slechts ‘vriendin’ of zelfs hulpverleenster (oei!), promovenda of schrijfster. De laatste dagen voel ik me nog nadrukkelijker een meervoudige persoonlijkheid dan gewoonlijk. Gelukkig strijden die persoonlijkheden nog niet met elkaar maar de conflicten liggen op de loer. En dat is onbehaaglijk. Steeds vaker wil ik er tussenuit knijpen maar dat kan nog even niet.

Over een paar weekjes ga ik met een geweldig lieve vriendin naar Cairo. Piramides bekijken, op kamelen rijden, zand happen en mezelf onder dompelen in een voor mij volslagen onbekende cultuur. Er even tussen uit knijpen zit er dus aan te komen. De komende tijd zoek ik mijn persoonlijk heil dan ook maar in het voorbereiden van die reis. Me verdiepen in Egypte en proberen vast te stellen wat ik in Cairo en Luxor in ieder geval niet wil missen. In de hoop dat de verwarring de komende tijd minder wordt. En na Cairo? Na Cairo wordt het hoog tijd dat mijn leventje wat rustiger wordt. Misschien ga ik moeite doen om een beetje saai te worden. Met dochter, part time met mijn jongens en vast ook met mijn geliefde. Alleen hoe dat er uit gaat zien weet ik echt niet. Wat is rust? Hoe doe je dat: saai leven.

Confused, I still am during this episode of my life…

Alice © 2008

Outta gas

‘Honey, we’re running outta gas…’. Na een paar weken in de States zijn we als vanzelf een taaltje tussen Nederlands en Amerikaans in gaan spreken. De boodschap is er niet minder duidelijk om. Op de grens van Californië en Nevada met Death Valley achter ons een niet al te geweldige tekst om te horen. Want reserve benzine hebben we niet en de dichtsbijzijnde pomp is volgens de kaart een mijl of 35 naar het noorden, Nevada in. De volgende ongetwijfeld te ver om nog te halen tenzij we de andere kant oprijden naar het zuiden waar we eigenlijk naar toe willen.

‘Eh shit, wat doen we? Nevada is close maar er staat niet op alle kaarten een pomp, naar het zuiden is te ver om te halen denk ik.’. Ik spreek zo mijn twijfels uit en realiseer me dat het hier wel heel erg kaal en droog is. Niet een plek om zonder benzine te komen staan. Zeker niet als je ook niet voldoende water bij je hebt. De enkele auto die voorbij komt is dan nog de enige redding. Geen aanlokkelijk idee.
‘Laat me de kaart eens zien? Oke, Nevada dan maar.’

Na een half uurtje rijden over de kaarsrechte licht glooiende weg is daar het tankstation van een meneer Goedhart. Dicht.
‘Shit! Niet zo’n goed hart die Goedhart. En nu?’

We overleggen met de kaart op schoot en zien geen oplossing. De volgende pomp is naar het zuiden en nu nog verder weg dan eerst. Dat halen we nooit. Een andere pomp staat er niet op de kaart. Wel zien we naast het verlaten tankstation een ogenschijnlijk verlaten saloon. Beetje verlopen maar wel open. We gaan naar binnen, het is er donker en je kunt er gokken en aan de heel lange bar hangen. Zo te zien niet de meest inspirerende tent die er te vinden is.
‘Anyone here?’
Na een paar minuten komt er een heuse indiaan van achter de bar aangelopen. Hij kijkt ons pijnzend aan en begint te glimlachen. Of het door ons voorkomen komt of door de situatie weet ik nu nog niet.
‘So, you guys are outta gas? Well you won’t find it here. Goedhart shut down some time ago. Guess you followed your navigation system?’

De navigatie was een kaart van Death Valley National Park en die blijkt dus niet de truth, the whole truth and nothing but the truth te laten zien. We kijken de man moedeloos aan en laten weten dat we niet genoeg benzine hebben om de volgende pomp in het zuiden te bereiken. Hij kijkt ons nog even gepuzzeld aan en laat dan een gulle lach zien vergezeld met pretoogjes.
‘Don’t worry. 13 miles north is a gas station. You can’t miss it…’
‘Oh thank God, I guess we can just make it there.’
We lopen de saloon uit, de indiaan achterlatend, stappen in de auto en vertrekken naar het noorden. Het is even rijden maar uiteindelijk komen we op de T-kruising waar naast een fors tankstation een roze saloon en een bordeel staan. Als ik een hoertje zou zijn denk ik dat ik hier in ieder geval niet zou willen werken. Niet bepaald ‘the best little whorehouse west of the Rocky’s’. Aan de andere kant van de weg is nog een tankstations maar dat is gesloten en ingenomen door grote amerikaanse trucks met tanks op de oplegger. Het landschap is inderdaad wat ik me van Irak voorstel. We gooien de tank vol en gaan nog even in de roze saloon kijken voor een brunch.

Die saloon is een apart geval. ‘Nevada Joe’ heet de tent. Direct er naast zit de ‘Cherry Patch Ranch 2’, open 24 hours per day. ‘House of prostitution’ staat er eufemistisch op het bord voor de deur. Het samenstel is eerder komisch dan wat anders. Je kunt er tanken, eten, drinken en dus ook neuken. Wow. Waarom Nevada Joe in roze gehuld is en pink ribbons op de gevel heeft geschilderd in een formaat dat ik nooit eerder gezien heb is me nog steeds een raadsel. Het zal geen campagne tegen borstkanker zijn en erg gay zal deze Joe ook niet zijn. Het is een nogal republikeins wereldje hier en dus lijkt het allemaal onvoorstelbaar displaced. Binnen blinkt de wereld uit in gezelligheid. Niet dus. Zeil op de grond, tl balken aan het plafond en een kaalheid die behoorlijk intimiderend is. De burger smaakt er niet minder om en de alien posters aan de muur geven het geheel een surrealistisch uiterlijk. We voelen ons alsof we in een road movie zijn beland en misschien is dat ook zo.

De dame die ons bediend heeft zo haar eigen kijk op klantvriendelijkheid. ‘Oh they can wait for their lunch. I’ve been waiting and still am. And I have all the time in the world.’. De afwezigheid van enige concurrentie in die zandbak van Nevada is zo afwezig dat je op deze manier je leven wel hanteerbaar kan houden. Ze straalt niet bepaald dynamiek maar juist sleur uit. Geen wonder dat er alien posters aan de muur hangen bedenk ik me. Als je hier maar lang genoeg zit ga je vanzelf ufo’s zien en aliens. Vanuit het restaurant kan je door naar het café dat gezien de ligging zal aansluiten op het naastliggende whorehouse. Na een uurtje wachten en kwartiertje brunchen met een grote Dr. Pepper naast de burger vertrekken we weer. Maag, tank en hoofd vol richting het zuiden. De kennismaking met Nevada is leuk maar heeft ook lang genoeg geduurd. Niet veel later passeren we de saloon van de indiaan en Goedhart’s failliete pomp.

Het is middag geworden en we hebben nog een lange rit voor ons naar Los Angeles…

Alice © 2008

Ice Pan

Het is een hit in West Hollywood (en op Redondo Beach vast ook). De shops van ‘Ice Pan’. IJs op een nieuwe manier aan de man, vrouw en trans gebracht. Hoezo dat dan?

Zodra je de winkel binnenstapt overvalt je de cleane moderne looks van het geheel. Het interieur is een kruising tussen Talamini en de Apple Stores. Er wordt vers ijs gemaakt en wel op een heel bijzonder manier. Je begint er mee om te kiezen voor de soort ijs die je wilt hebben. Op basis van volle melk, halfvolle melk, magere melk of sojamelk. Vervolgens kies je de smaak gevolgd door de topping.

Heb je dit keuzemenu doorlopen dan wordt het ijs vers gemaakt in een soort ijswok. Super vers ijs dus gemaakt van vers fruit en verse melk. Niks van tevoren klaargemaakt, gewoon ter plekke ijs maken. Het duurt dan ook wel even voor je het ijsje in je handen hebt. Maar dan heb je ook wat.

Dat ijsmaken is een vak apart. Zo wordt er eerst de basis van gemengd met de vruchten die vlak daarvoor door de blender zijn gehaald. Het mengsel wordt dan op de ijskoude roestvrijstalen plaat gegooid en onder voortdurend omscheppen wordt dat dan langzaam ijs. De (meest) dames zijn ware kunstenaars in het precies zo lang omscheppen en samenklonteren van het goedje zodat je uiteindelijk een prachtige grote schep van je favoriete ijs hebt gekregen. Tot slot gaat het in een beker en wordt de de gewenste topping overheen gedaan en klaar is Kees (of Casey). Het resultaat is een ongetwijfeld smakelijke ijsje dat het in de straten van het doorgaans warme Los Angeles graag gegeten wordt.

Goedkoop is het allemaal niet, snel ook niet, maar je krijgt wel iets bijzonders en het is erg leuk om te zien hoe jouw ijsje gemaakt wordt waar je bij staat. Het is nog gezond ook want er zit weinig suiker, vet en cholesterol in en al helemaal geen kleurstoffen of conserveringsmiddelen. Echt puur vers ijs dus. Nu maar wachten tot dit ook in Nederland op de markt komt. Ben & Jerry’s: eat your heart out!

Alice © 2008

Transgender Chronicles 39 (shit happens)

Ik hou van reizen. Niet van douane’s. Het is nu de tweede keer in een paar jaar dat ik een vervelende ervaring bij een douane heb meegemaakt. Niks schokkends hoor deze keer, maar wel irritant. Ik noem zoiets ‘transgender momenten’. Dat zijn van die momenten waarop je er door iemand weer eens fijntjes op gewezen wordt geen vrouw van geboorte te zijn maar een ‘trans’. Zo ook deze keer dus.

Hoe ging het in zijn of haar werk? Welnu, het vertrek van Schiphol ging zo soepeltjes dat ik me eigenlijk niet zoveel meer herinner van het gedoetje daar. Anders dan twee jaar terug werd ik nu niet apart genomen voor een body search en het enige dat ik me nog goed herinner van deze keer is dus de opluchting dat dat niet gebeurde. De vlucht er na was lang maar genoeglijk en omdat we overdag vlogen was er genoeg te beleven. De ijsbergen bij Groenland, de bergen en meren boven Canada en tot slotte de landing met zicht op de skyscrapers van Chicago. Eenmaal aan de grond op Chicago O Hare moesten we door de douane. Niet alleen wij zelf maar ook onze bagage. Ondanks dat het een transfervlucht was is het zo dat je de douane perikelen krijgt zodra je voet op American soil gezet hebt.

De rij bij de douane verliep redelijk vlot. Iets wat zeker niet gezegd kon worden van de bagageafhandeling na de douane. Maar goed zover zijn we nog niet, eerst de douane nog. Nu moet ik er even bij vertellen dat ik weliswaar een post-opje ben volgens het transenjargon maar dat mijn paspoort nog steeds een ‘M’ vermeldt en geen ‘V’. Ik en mijn paspoort zenden dus nog steeds een dubbele boodschap uit. (Mijn vliegticket stond op naam van een zekere Mevr. Alice Verheij en de boarding passes benoemden ene Verheij/Alice zonder geslachtsaanduiding.) Ondanks dat die dubbele boodschapen vaker voorkomen loop ik dus het risico dat er bij grensoverschrijdingen grenzen worden overschreden. Zo ook deze keer.

Bij het loketje van de douanebeambte kwamen de bekende vragen langs als ‘waar gaat u naar toe?’, ‘waarvoor?’ en ‘waar logeert u?’ en vooral ‘wanneer vertrekt u weer?’. Niet het meest gastvrije vraaggesprekje dat ik me kan herinneren, maar goed ze moeten het nu eenmaal vragen in deze gevaarlijke tijden nietwaar? Na de vragen werden mijn vingertopjes gescand en ondertussen keek de douaneman nadrukkelijk in mijn paspoort. Er werd nog wat van dat paspoort ingescand, UV lampje er over heen en ga zo maar door. Ik dacht dat het allemaal wel achter de rug was en normaal gesproken zou dat ook zo zijn.

Geheel tot mijn verrassing kwam er nog één vraag uit de mond van de douanier, niet om hem beantwoord te krijgen overigens. Zijn ogen zeiden genoeg wat dat betreft. ‘So, you’re a guy?’. Ik heb hem alleen maar aangekeken en antwoordde zoiets als ‘Well, not exactly.’. Toen gebaarde hij dat ik door kon lopen.

Kijk het is niet dat er weer eens iemand het nodig vindt om me op die manier te laten weten wat voor mens ik in zijn ogen ben. Het is de inbreuk op je privacy die er weer eens gepleegd wordt dat me hindert. Want het hinderde me wel. Niet zodanig dat ik er iets mee wou doen of zo, teveel gedoe immers. Maar wel genoeg om me te irriteren. Het is gewoon niet leuk om weer zo’n ervaring op te doen. Het is ook allemaal niet erg hoor en ik kan er inmiddels mee om gaan. Maar je vergeet het niet, het blijft hangen zogezegd.

Verder is het me in de hele vakantie geen enkele keer overkomen dat ik verkeerd gelabeld werd. Het was toch vooral ‘Yes, ma’am’ en ‘No, ma’am’ wat ik te horen kreeg en dat klonk wel goed. Mijn vakantieplezier is er niet door beïnvloed, mijn gevoel voor eigenwaarde al helemaal niet. Alleen is er wel even die irritatie omdat ik ook wel weet dat de beste man geacht wordt dit niet te doen. Way out of line dus. Het is overigens wel iets waar ik voor de reis al rekening mee gehouden had en in die zin is mijn gevoel dan ook eerder te omschrijven als ‘well, shit happens’ in plaats van gekwetstheid.

Alice © 2008

My Starbucks Year

Dit jaar is een gek jaar. Een jaar van veel veranderingen in mijn leven, het jaar van de afsluiting van mijn transitie, een jaar van onverwachte gebeurtenissen, een jaar van verdieping van vriendschappen, een jaar van nog onverwachter vakanties én het is mijn Starbucks jaar. Ja ja, ik weet het, ongebreidelde reclame. Maar toch, het is echt mijn Starbucks jaar. Het punt is dat ik verslaafd ben geraakt aan de ‘Latte Double Shot’ en de ‘Frappucinno Caramel Extra Shot With Cream’. Gewoon te lekker om over te slaan als ik weer eens in de buurt van zo’n Starbucks ben. En dat is dit jaar gelukkig al vaak voorgekomen.

Nu maken ze bij Starbucks niet alleen lekkere koffie en gebak maar ook reuze leuke mokken die in elke stad weer anders zijn. En dus ben ik iets gaan doen wat bepaald niet mijn gewoonte is. Ik ben gaan verzamelen, Starbucks mokken verzamelen om precies te zijn. Dus staan er op mijn schoorsteen inmiddels de mokken van Barcelona, France, Amsterdam, Chicago en Los Angeles, geduldig wachtend op nog meer broertjes en zusjes.

De Starbucks mokken hebben iets wat mij bijzonder bevalt. Zo vindt ik de ontwerpen leuk en omdat ze van de steden zijn die ik bezocht heb zijn het ook nog eens leuke souvenirs. Maar het allerbelangrijkste is het volume want wat een knoeperts zijn het. De grootste mokken in mijn huis en dus ideaal om melk of karnemelk te drinken. Voor koffie zijn ze eigenlijk te groot maar wel geschikt. Je kunt er gezien de omvang gerust een milk shake in uitschenken of ijs in serveren. Kortom het zijn gigantische dingen.

De million dollar question voor mij is nu of er in Cairo ook een Starbucks te vinden is, al is het maar op de luchthaven. Want natuurlijk wil ik mijn verzameling laten groeien. En dan komt er nog bij dat eens in de zoveel tijd Starbucks de ontwerpen van de mokken aanpast. Dus lijkt het er op dat ik over een paar jaar een winkeltje in mokken kan beginnen. Hoewel, ik hou ze liever zelf…

Alice © 2008

You shouldn’t dance alone…

Het was een ingewikkelde rit geweest van Santa Monica naar Agoura Hills. Mijn favoriete band trad die avond op en te laat komen wilde ik niet. Na een foute draai richting Hollywood koos ik om over Sunset Boulevard naar de kust te rijden. Dan de Pacific Highway voor een klein stukje om Topanga Canyon in te gaan. Na eindeloos geslinger in de steeds donkerder avond en een ritje over de 101 was daar Agoura Hills. Bij het tankstation kende de man de Canyon Club, dus even later was ik er. En ik was bepaald niet de enige.

Binnen was het al lekker druk en het voorprogramma was al een tijdje aan de gang, de stemming zat er goed in. Ergens tussen Country en West Coast Rock, dat zou het vanavond worden. Maar het belangrijkste was wel dat ik Mark weer zou zien. Lang, met lange blonde haren en een beach boy smile waar zelfs ik voor smolt. Een half uur later startte de show. De band speelde de ene cover na de andere en allemaal aangepast aan hun eigen stijl. De muziek was hard en de zaal trilde, maar oh wat swingde de tent. Het was er niet alleen warm maar om de een of andere reden hing er iets in de lucht. Love of zo…

Ineens stond ze naast me te dansen en ze maakte de mooiste moves. Haar blik vertelde me met haar mee te doen en zo gingen we samen op in de muziek, het ritme, de warmte. ‘You’re shouldn’t dance alone…’ Al snel waren we synchroon, haar bewegingen waren steeds gemakkelijker te volgen en vanuit verschillende hoeken werd er naar ons gekeken. Mark zag ons en wees vanaf het podium naar die twee vrouwen die vlak bij hem stonden te dansen in een soort trance. Ze bewoog niet alleen mooi, ze was ook prachtig. Wat kleiner dan ik, niet te dun en met hele lieve ogen. De band zette nog eens, ‘Stir it up’ met een ritme dat perfect bij ons paste. Opeens omhelsde ze me. ‘Are you gay? Cause you know, I am…’. Even was ik verrast maar al snel antwoorde ik met een bevestigende kus. De beat deed ons dicht tegen elkaar aan bewegen, ze was zacht.

We dansten nog lang zo door, de avond werd nacht, de sfeer zwoeler. Na een tijd fluisterde ze wat in mijn oor maar ik kon niet meer verstaan dan ‘let’s get …’. Aan mijn hand liet ik me door haar meevoeren naar een donkere hoek in de zaal. Op het podium zag ik Mark met een big smile naar me kijken terwijl de band de zaal pakte met een schitterende klassieker. ‘I’m just a poor boy, from a poor family…’. Iedereen kende de lyrics en zong mee, niemand lette op die twee vrouwen achter in de zaal. We waren alleen en uit zicht voor alle anderen want de band rockte flink door. Ze drong aan en al snel waren onze monden en handen overal. Ik liet me met mijn rug tegen de muur dringen en liet haar begaan. De muziek werd een onsamenhangend geluid. Ze wist me te bespelen en genoot er duidelijk van. Ze drukte mijn hand naar binnen en beet me in mijn lip, ze voelde zo vertrouwd.

We waren allebei over de top gegaan en met een lieve lach streek ze met een hand over mijn wang. ‘You’re as nice as he told me.’ Toen draaide ze zich om en verdween in de kluwen dansende mensen mij in verwarring achter latend. Eenmaal uit mijn betovering ging ik haar achterna maar kon haar niet meer vinden. Het concert liep op zijn einde, de band had ruim drie uur gespeeld. Ik bleef wachten bij de artiestenuitgang en al snel kwam Mark de zaal in. Hij kwam direct naar me toe. ‘You look awesome, so good to see you here!’ Na een lange omhelzing vroeg hij of ik zin had om nog wat te gaan drinken buiten. Natuurlijk wou ik wel en we hebben nog een uur op de veranda met elkaar zitten praten over het afgelopen jaar, mijn leven, zijn leven, vakantie en de komende tour van de band dit najaar. Hij was moe van de show en ik van de avond en dus namen we uiteindelijk afscheid. Net toen ik me omdraaide om naar mijn auto te lopen hoorde ik Mark nog zeggen ‘you’ll see her later this year when we’re in Holland. We’ll see you then Alice.’. Toen ik omkeek was hij naar binnen gegaan mij alweer in verwarring achter latend.

In de warme nacht reed ik de anderhalf uur terug naar Koreatown in een soort waas. Wat was er gebeurt? Was het echt of fantasie? Was ik in een soort trance geraakt door de muziek? En wat bedoelde Mark of speelden mijn hersenen met me en heb ik hem gewoon verkeerd verstaan? Ik wist niet eens haar naam. Was het wel echt gebeurt? Zou ik haar later thuis in Nederland weer zien? Kende Mark haar? Zonder het te beseffen was ik op mijn logeeradres gekomen en na de auto weggezet te hebben sloop ik naar boven en draaide de sleutel om van het appartement.

Alice © 2008

Back home

Eventjes kort dan. Zomaar weer terug in het klamme warme Holland na een paar onvergetelijke weken in het aangenaam warme Californië. Yosemite voor de branden en Los Angeles voor de aardbeving gezien. Het is wel duidelijk dat de Californische natuur mij en mijn vriendin node missen. Heb je je hielen nog niet gelicht of gaat de fik er in en schud de aarde. Als dat geen teken is…

Maar goed, bovenstaand plaatje is dus de Ocean Dip van Alice in de Pacific op de eerste vakantie dag zo’n kleine drie weken terug. Het weer was mooi, het land zo mogelijk nog mooier en het gezelschap het mooist. En dan nu maar terug naar de harde werkelijkheid van het werkende bestaan in Nederland. Pfff.

De komende tijd zal ik nog wel de nodige verhaaltjes vertellen over tekort aan benzine, zware bergwandelingen, sterrenhemels, oneindige uitzichten, onverwachte ontmoetingen, Starbucks’ Frappucino verslaving, Trader Joe’s, Peggy Sue’s Diner, gays in West Hollywood, The Pine Mountain Logs, kleren kopen in L.A., autorijden in de States, de verzengende hitte van Death Valley en hoe Alice in (Sequoia) Wonderland als klein meisje tussen de grote bomen huppelde…

Alice © 2008

L.A. is my lady…

Vrij naar Frankie boy: L.A. is my lady. Of ze wordt dat misschien…

De komende tijd ben ik terug te vinden in Los Angeles.
Misschien in de queer / gay / lesbian scene, misschien cruising Santa Monica Boulevard of Venice Beach, misschien in Yosemite National Park hiking en beren vechten, misschien in de Mojave desert of in Death Valley, op Suicide Ridge of Mulholland Drive of het Getty Center. Misschien sipping a Tequila of Marguerita, misschien aan de arm van een mooie Amerikaanse schone of een lieve rockzanger, misschien lost in the desert of in space, misschien hitting the road of driving Route 66, misschien als een Hollywood starlet of een L-Word lesbian, Wie weet.

In ieder geval ga ik even op zijn Amerikaans voor een paar weekjes. En misschien, heel misschien verschijnt er weleens wat nieuws gedurende die tijd op dit blogje… maar beloven doe ik dat niet.

See you around folks!

Alice

Scootermeisje

Ineens kruisten onze blikken elkaar. De jonge vrouw bij de scooter, net van plan om op te stappen en mijn vriendin en ik. Ze keek kort naar ons terwijl wij ons kosjere gebak opaten in de zon en ging toen verder met het aantrekken van het strakke motorpak. Nog voor ze de integraalhelm oppakte keek ze weer en begon te lachen. Wees ons streng op de buik. Ja, je wordt er dik van en dat was aan haar niet besteed. Wat een figuur had ze. Het strakke lichtgekleurde leer tekende extra af. We waren allebei van ons stuk door zo een mooie verschijning en moesten ineens ontzettend lachen.

Toen ik op de buddyseat achter haar wees begreep ze precies wat ik bedoelde en schoot in de mooiste lach die je kunt bedenken. De lichtgroene ogen flirten ondeugend met ons allebei en ze hief haar handen ten hemel en wees op de helm. Ze had maar één helm bij zich dus geen van ons beiden mocht achterop. Traag zette ze de integraalhelm op zodat alleen haar mooie lachende ogen zichtbaar bleven. Wij ondertussen lieten merken dat we haar leuk vonden en het wel heel erg jammer was dat er geen tweede helm was.

Misschien was dat trouwens wel goed ook want geen van ons beiden zou het nagelaten hebben om achterop te stappen, de ander in vertwijfeling achter latend. Een ritje met zo’n fraaie Parisienne wilden we allebei wel. Ze startte de scooter, keek ons nog eens olijk aan en draaide met een charmante zwaai de weg op. Lachend keek ze nog even om toen ze wegreed. We zwaaiden terwijl ze ons achter liet met een blauwtje dat we voor geen goud hallen willen missen. Sinds die middag hebben scooters voor mij en mijn reisvriendin een geheel andere betekenis gekregen.

Zomaar een flirt met zomaar een mooie franse meid op een scooter midden in Le Marais in Parijs op zomaar een zonnige dag. Drie paar ogen die eventjes alle regeltjes lieten varen en ongegeneerd elkaar lieten merken dat ze die van de ander mooi vonden. Parijs in de zomer, ze geeft je het gevoel dat je weer leeft.

Alice © 2008

Ben er even wel…

Parijs in de zomer van 2008 is…

… Ile de la Cité, Starbucks, mooie groene ogen in strak leer op een scooter, Indiase obers, little people, Boulevard Haussmann en paarse pijnlijke pumps, mannen keuren op een terras, Place Bastille, vrouwen bewonderen, te kleine lingerie, te dure kleren, Montmartre, een camera die mysterieus verdwijnt tijdens een harde wind bij donkere lucht, Ingrid Bétancourt die vrij komt, de metro die lekker vlot rijdt, Les Halles, mooie mensen in Le Marais, zonnewarmte, een stoere cameravrouw, papadum en curry, zomerjurken en een kapotte paraplu, goedkoop parkeren met parkeerbon, flirten met mannen en vrouwen (eh…), buikpijn van het lachen en af en toe tranen, Lafayette en Printemps, dure koffie in te kleine hoeveelheden, nog duurder superlekker gebak, zwarte hakjes en ballerina’s, de Joodse wijk, prachtige oorbellen, een kamer op de bovenste etage en een lift die het niet altijd doet, klein geluk en groot plezier

Maar bovenal een lieve vriendin met een prachtige lach en gevaarlijke ogen en dagen die voorbij vlogen met heel veel plezier.

Daarna een dag afkicken om dan Californië en Los Angeles in mijn hoofd toe te laten.

Alice © 2008