Het is om te janken.

Het is om te janken, het is om te janken zo mooi.

Maarten Roozendaal is niet meer. Gewoon, zomaar. In korte tijd, een half jaartje of zo, kantelde zijn leven naar het niet leven.

Als een leeftijdsgenoot sterft, Maarten was van het mooie jaar 1962 dat ook mij voortbracht, als een leeftijdsgenoot sterft dan krijg ik een klap in het gezicht van mijn zelfvertrouwen. Zoiets zet me op mijn plaats. Doet me beseffen dat sterven misschien gewoner is dan leven. Er zijn immers meer gestorvenen dan levenden. Het maakt dat ik nog nadrukkelijker de angst voor het niet voluit leven voorbij wil. Zo ongeveer als de yellow roman candles van Kerouac. Maarten was een dichter. Sommigen zeggen liedjesschrijver of kleinkunstenaar. Maar voor mij was hij een dichter. De melodie immers was ondergeschikt aan de teksten die hij schreef en met zo’n aantrekkelijke intensiteit er uit gooide. Rock & roll is niet voorbehouden aan musici.

Trouwens, volgens mij zit Maarten nu ergens tussen die Nijgh en Vinkenoog ons te bekijken. Met een glas in de ene en een sigaret in de andere hand. Nijgh plagend om zijn softe teksten en door Vinkenoog geplaagd wordend want hoewel die twee voor mij op dezelfde eenzame hoogte van de Nederlandse poëtische ladder staan was Simon toch net even complexer. De drie kijken naar ons en zitten vast grappen en grollen te maken over die rare Hollanders die zich druk maken over wat er niet toe doet en ondertussen vergeten te doen wat zij deden: leven. Want geleefd heeft Maarten. Gezopen, gerookt en vast de rest ook wel. Ach, daar komt Martin Bril ook even. Ramses zit op een bankje aan de zijkant en kijkt koninklijk toe. Aan de andere kant zit Toon, met een glimlach. Hij schrijft een lief gedichtje.

Het is druk geworden daarboven. Alle mooie mannen van de taal lijken zich er verzameld te hebben en dat betekent als vanzelf dat het hier beneden verdomde leeg is geworden. Het gat dat al geslagen was in de afgelopen jaren is weer een beetje groter gemaakt door het vertrek van Maarten. Met stille trom, zonder al teveel gerucht. Gewoon uitgedoofd in een half jaar. Weg. Old soldiers fade away immers.

Het maakt het er niet leuker op hier en precies om die reden denk ik dat we maar een beetje ons best moeten doen om ons niet te laten afleiden door het gesodemieter van de politiek, de crisis, het geweld en de oorlogen en wat God, Joost of wie dan ook nog meer weet. Misschien moeten we maar wat gemakkelijker worden en onszelf het leven toestaan. Verliefd worden omdat dat zo lekker is, drinken als we willen drinken en met hedonistisch genoegen de bohémien uithangen. Want uiteindelijk doet het er allemaal niet zoevel toe. Voor ons vele anderen, of eigenlijk na ons vele anderen. Misschien moeten sommigen van ons meer een Maarten worden. Want hoewel zijn leven te kort was, was het wel een leven. In alle opzichten. Met passie, met woorden, met poëzie, met liedjes. Die allemaal achter gebleven zijn als een groot kado aan een wereld die er allemaal geen donder van begrepen heeft.

Maarten, het ga je goed daar man. Doe die andere mannen de groeten. Ik neem er eentje op je ondanks dat ik het flauw vind dat je vertrokken bent. Dat, Maarten, is gewoon helemaal niet leuk van je. Maar het is je vergeven. Want al valt het niet mee, het lukt ook zonder jou.

© Alice Anna Verheij

Ik ben zo moe van jou, o Nederland.

Noot: driekwart jaar geleden herschreef / hertaalde ik ‘Going to a town‘ van Rufus Wainwright. Een lied dat hij, eerlijk is eerlijk, uit verveling en baldadigheid schreef in de lobby van een hotel tussen concerten in. Zonder diepere bedoeling, zonder er een protestleid van te willen maken. Maar dat werd het wel. Het werd een lied dat bij deze tijd past.

Het is nu driekwart jaar later. Veel is veranderd. De pier op de foto is failliet en zal misschien afgebroken worden. Zoals er veel afgebroken wordt. Vandaag las ik dat het College Van Zorgverzekeraaars (CVZ) voorstelt om de psychische ondersteuning van mensen met psychische problemen alleen nog maar te vergoeden bij een medische noodzaak. Daarmee onderstrepend dat je voor hulp psychisch ziek moet zijn (volgens het daarvoor geldende normenboek DSM IV) en dat psychische problemen buiten die veroorzaakt door ziekte maar gewoon door jezelf en je huisarts (die daar niet voor geschoold is) opgevangen moeten worden. Wil je hulp, heb je hulp nodig, dan moet je dat maar zelf betalen. Kan je dat niet, zoals een toenemend aantal mensen, dan kun je voor wat betreft die verzekeraars doodvallen. Letterlijk.

Gaan die plannen door dan zuller er ook doden vallen want het aantal suïcides zal toenemen bij het wegvallen van de zorg voor mensen met post traumatisch stress syndroom, slachtoffers van misbruik, mishandeling, verkrachting, burn outs, onverwerkte traumas uit jeugd of anderszins. Zij zijn geen medische gevallen dus moeten het maar zelf zien te rooien. Daarmee is de verzekering van de Nederlandse gezondheidszorg indirect verantwoordelijk voor de doden die zullen vallen en het instandhouden of het versterken van het lijden van duizenden zoniet tienduizenden mensen. Hun aantal groeit als gevolg van de verharding van de maatschappij.

Nederland maakt hiermee zichzelf ziek, doodziek. En, als het aan deze mensen ligt die dit bedenken, uiteindelijk dood. Weg beschaving. Van Zorgverzekering naar een verzekerd zijn van verwaarlozing. Verwaarlozingsverzekering.

Ik ben nog steeds moe van Nederland en verlang naar de dag dat ik dit land definitief de rug kan toekeren. Of mij dat lukt weet ik niet, of ik dan in Europa of elders zal leven weet ik ook niet. Hoe dan ook, deze hertaling draag ik op aan de mannen en vrouwen van het CVZ die de plannen smeden om de geestelijke gezondheidszorg in Nederland te decimeren en daar willens en wetens slachtoffers mee gaan maken. Ik gun ze een jarenlange persoonlijke ernstige depressie. Ik mag dat als overlevende van diverse suïcide pogingen. Het hierna volgende schreef ik in april 2012, mijn mening is helaas niet veranderd sindsdien. Mijn leven overigens wel. Ten goede, dankzij de onbezoldigde zorg van een paar vrienden en een project van hte Rode Kruis. Een organisatie die goddank losstaat van de Nederlandse staat en haar beperkte blik op de rechten van haar burgers.

In een uitwisseling op Facebook legde mijn goede vriendin Floortje me nog eens dit prachtnummer van Rufus Wainwright voor. Ik heb er al zo vaak naar geluisterd en het heeft me altijd geraakt omdat ik er iets voelde dat ik niet kon omschrijven. Tot Floortje een hint gaf dat iemand maar eens een Nederlandse versie moest maken.

Er zullen mensen zijn die – terecht – vinden dat ik negatief schrijf over mijn eigen land. Er zullen mensen zijn die het met me oneens zijn of het me zelfs kwalijk nemen. En anderen die het niet begrijpen of me een zeur vinden. Maar er zijn er vast ook die zich herkennen in de pijn die ik heb proberen te verwoorden over hoe mijn eigen land verworden is tot iets dat ik verafschuw. Verwoord aan de hand van Rufus Wainwright die, wonend in New York, in een opwelling zijn originele tekst liet stromen en waarin hij onverholen kritisch is op de verwording van het Amerika van George Bush.

Mijn tekst laat mijn walging proeven over de staat van dit land. Een land zonder kleur maar met angst voor de vreemdeling, voor de andersdenkende, voor de ander die niet is zoals de gemiddelde burgerlijke grijze muis. Een land van egoïsme waar hypotheekrenteaftrekm pensioen en immigratie voor gaan op barmhartigheid en liefde voor hen die het moeilijk hebben. Een land dat maatschappelijk en politiek geen enkel ankerpunt meer voor mij vormt en dat mij gevoelsmatig wegjaagt. En hoezeer men het met mij oneens zal kunnen zijn, zijn de woorden gewogen en spreken ze mijn diepste gevoel uit. Mijn ontembaar verlangen to vluchten naar desnoods een stad die niet meer bestaat. Weg van het grijs, weg van de verzuring en de beschimping. Weg van de krantenkoppen vol mensenhaat, weg van het gebrek aan compassie, weg van de tweets van Wilders en de lamlendigheid van een tandeloze oppostitie. En vooral weg van het land dat mij mijn gevoel ontneemt en me omlaag drukt tot er niets meer van me over is. Met een vage hoop dat er ooit een andere tijd zal komen. Ik kan momenteel niet anders dan hiermee mijn diepste gedachten laten vallen op deze plek. Want ik ben moe. Heel erg moe van dit land. Heel erg moe van jou, o Nederland.

Hier is mijn versie:

“Ik ben zo moe van jou, o Nederland”

Ik ben onderweg naar een stad die niet meer bestaat
En loop weg van de plaats die ik altijd heb gehaat
Ik zoek naar mensen die hun hart niet hebben verbrand
ik ben zo moe van Nederland

Ik maak het goed voor de leugens van de Telegraaf
Ik maak het goed voor die liedjes o zo braaf
Het lijkt wel of hun waarheid niet meer bestaat
Ik ben zo moe van jou, o Nederland

Ik zoek er mijn eigen pijn, zal er niet eenzaam zijn
Ik heb mijn leven lief, o Nederland
Ik heb mijn leven lief

Zeg me, denk je echt over de hel omdat je teveel liefde gaf?
Zeg me, denk je echt dat alles wat je deed zo goed was
Ik moet het weten, na het bloed van die jongen die daar ligt in een plas
Ik ben zo moe van Nederland

Ik moet het weten
Misschien zal ik je nooit meer zien, of misschien ook wel
Jij had je voordeel van een wereld en ook van je spel
Ik ben onderweg naar een stad die niet meer bestaat
Ik ben zo moe van jou, o Nederland

Ik zoek er mijn eigen pijn, zal er niet eenzaam zijn
Ik heb mijn leven lief, o Nederland
Ik heb mijn leven lief
Heb nu teveel verdriet
Maar tòch ’n droom in ‘t verschiet
En dat is al, meer niet

Ik zoek er mijn eigen pijn, zal er niet eenzaam zijn
Ik ben onderweg
naar een stad die niet meer bestaat

Muziek, tekst: © Rufus Wainwright
Hertaling: Alice Verheij © 2012

Alfred Jodocus Kwak

Het volgende theaterseizoen is er weer een geheel nieuwe door Herman van Veen geschreven Alfred Jodocus Kwak show. Voor volwassenen vanaf 5 jaar. Mijn goede vriend Max is weer Alfred. De poster is er deze keer eentje met een vrolijk springende Alfred die immers vader wordt. De foto is door mij gemaakt.

De speellijst is hier te vinden.

Alice Anna.

Barbara

Barbara (Monique Andree Serf)

Monique Serf heette ze eigenlijk en in Nederland is ze niet al te bekend. Haar artiestennaam was Barbara. Een franse chansonnière (en een prachtige vrouw) met een heerlijke stem. Haar muziek was typisch frans en had alles wat de rijke historie van chansons kan bieden.

Een betrekkelijk onbekend lied van haar is ‘Le Temps du Lilas’ dat over liefde, bedrog en verlating gaat. Het is een lied met een enorm tempo op de cadans van een wals en daarmee niet alleen een uitdaging om te hertalen maar zeker ook om te zingen. Het origineel kent zoveel tekst wendingen dat het een nachtmerrie is om er iets van te maken. Toch heb ik me er aan gezet omdat ik nu eenmaal in een soort flow zit waarbij het vertalen en hertalen vrij vlotjes verloopt.

Dit is het origineel wat zeer de moeite waard is om te beluisteren vanwege de snelle en o zo franse poëzie:

Ik heb er deze Nederlandstalige tekst op gemaakt die weliswaar het origineel volgt maar zeker geen letterlijke vertaling is. Meezingen met de muziek is een uitdaging maar na wat uitproberen kan ik zeggen dat het echt mogelijk is. Wellicht moet ik nog zo hier en daar wat schaven maar als eerste serieuze poging staat het wat mij betreft stevig:

De zoete geur van de sering

Mijn lieve schat, ik geef je seringen,
ze zijn anders dan rode rozen.
Maar net zo goed uit liefde,
die ik voel voor jou, voor jou.
Ik plukte ze speciaal voor nu,
bij de buren uit hun struiken
want ik vond ze, zo lekker ruiken,
zoete geur van de sering.

Ik wil jouw lieve lach weer zien
je lippen proeven, jouw zien blozen.
En lief ik weet, dat het je speet
want het mocht, niet eeuwig duren.
En toch die ander, die overwon,
ik had dat nooit, van jou verwacht,
dat mijn liefde, jou verzon
en dat het dus, toch niet kon.

Dus geef ik jou nu, mijn paarse seringen,
want naar jouw hand, zal ik niet dingen.
Ik laat je los, uit ware liefde
die ik voel voor jou, voor jou.
Ik zal nu gaan, dit was het dan.
Hier is mijn groet, ik breek de ban.
Die ene klein kans, heb ik laten gaan.
Hier heb je, mijn seringen.

Je was daar ineens, in mijn leven
dagenlang, bij mij gebleven.
Nachten lang, hebben wij gevreeën
ochtenden, van ons getweeën.
Maar op een dag, was er een ruzie,
tussen de roos en de sering.
Een huwelijk, zat er dus niet in
Wel ‘n oorlog, tussen jou en mij.

En nu zal ik op de vlucht ver van jou weg moeten gaan.
Zie je mij daar in de verte?
Al kom je mij nog na, het is nu te laat.
Blijf maar bij de seringen.
Ik plukte ze speciaal voor jou,
bij de buren uit hun struiken
eens vond ik ze, zo lekker ruiken,
zoete geur van de sering.

Ach jij zult bij haar zijn in haar armen,
je bent verstrikt in haar netten
en met haar liggen, heup tegen heup,
in de nacht tot aan de morgen.
Dus laat ik jou nu, de paarse seringen,
want naar jouw hand, wil ik niet dingen.
Ik laat je los, vergane liefde
die ik had voor jou, voor jou.

Blijf daar maar staan, en naar me smachten,
ze zijn nu voorbij onze nachten.
Er blijven bij mij, lieve gedachten
en zoete geur van mijn sering.
Er blijven bij mij, lieve gedachten
en zoete geur van mijn sering.

Muziek en franse tekst: © 1962 Barbara
Nederlandse tekst © 2012 Alice Verheij

50 en in de ontkennende fase.

Ok, lieve vrienden / vriendinnen / vriendandersen / lezers / lezeressen / lezerandersen en zo meer, ik ben vandaag 50. En in ontkenning. Natuurlijk. Maar goed, verjaardagen zijn alleen relevant voor mensen die echt hechten aan het decimale stelsel en in mijn wereldje is dat decimale me vaak te absoluut. Daarnaast het ik het geluk om tijdens leven geincarneerd te zijn waardoor ik twee levens in één prop. Er vanuit gaande dat de kat in mij er niet nog een zevental achter de hand heeft. En dus vandaar deze 1300e bijdrage.

Edoch, als iemand vijftig wordt gaat die door een crisis en die is dus ook lekker losgebarsten. Remedie: veel vrienden bij elkaar jagen en dronken worden. Er is geen bar hier dus mijn waardigheid kan ik niet verliezen door het dansen op een toog. Wel zal er gezongen, gedicht en verteld worden en hopelijk heel veel gelachen. Natuurlijk kon ik het niet laten om een liedtekste te maken op de melodie van een bekend Nederlandstalig lied en dus heb ik – hoe kan het ook anders – ‘Het Testament’ van Lennaert Nijgh onder handen genomen.

Het testament

Na grofweg 50 jaren in dit leven,
maak ik het testament op van mijn jeugd.
Ik heb nog wel wat goed om weg te geven,
maar zakelijk heb ik niet echt gedeugd.

Toch zijn er ook nog wat fraaie idealen,
mooi bedacht, hoewel ze uit de mode zijn.
Ik wil ze met je delen in mijn verhalen,
want heel misschien, vindt je dat wel fijn.

Aan mijn kinderen die zo graag nog wat leren,
laat ik met wat pijn de last na die ik droeg.
Om te proberen ze te behoeden voor ‘t verkeerde
en de klappen die ik kreeg en niet verdroeg.

En dan zijn er nog een stuk of wat vriendinnen,
die o zo lief en heel verstandig zijn,
en waarmee dus geen garen valt te spinnen,
maar die toch wel mijn allerliefsten zijn.

Voor mijn zoontje zijn mijn allermooiste dromen
wel wat ondeugend maar ach ze zijn zo mooi.
Ik behoor hem toch immers klaar te stomen
voor een leven buiten een gouden kooi.

Aan mijn vrienden laat ik graag ook mijn vermogen
verliefd te worden op een meid of knul.
Zelf ben ik helaas echt veel te vaak belogen
maar ga ‘t gerust toch maar proberen die flauwekul.

M’n lieve schat, ik laat jou alle nachten
dat ik tranen om jouw angsten heb gestort.
Maar bedenk het wel ik blijf niet langer wachten
en zal lachen want ‘t leven is mij te kort.

En die mensen die mij blijven bedreigen
“Dame, U bent nog lang niet van ons af!”
Kunnen de pot op en zullen niet veel krijgen,
Dat wil zeggen, ik heb het met hun gehad.

(instrumentaal)

Voor mijn ouders in mijn album met de plaatjes,
die zo lijkt het getuigen van een blije jeugd.
Is ‘t besef dat al hun mooie opvoedpraatjes
die zij vertelden niet echt hebben gedeugd.

Maar verder krijgen ze ook echt alle dingen
terug die ze mij ingeprent hebben die tijd.
Ze hebben me tenslotte niet gedwongen
groot te worden zonder felle pijn en spijt.

En dan zijn er ook nog enk’le goede vrienden
die van me houden, die ben ik lang niet zat.
Dus die gun ik al ‘t goede dat ze verdienen
nog vele jaren, opgesloten in m’n hart.

Verder niks, er zijn alleen nog een paar dingen
die zijn van mij omdat ‘n ander er niks aan heeft.
Dat zijn mijn nieuwste prachtherinneringen
die neem ik mee naar waar ik verder leef.

tekst: Alice Verheij © 2012

Ik mis mijn moeder.

Er is geen aanleding voor. Het is ook niet ‘die dag’. En ook niet haar verjaardag. Maar ik mis haar. Het is niet fijn om wees te zijn want hoe dan ook er mist een bodem onder mijn voeten. De foto is van 1 september 2009, twee en een half jaar terug en het lijkt alsof het slechts een paar maanden geleden was dat we voor het laatst appeltaart aten op de boulevard van Scheveningen.

Er is zoveel gebeurt in die twee en een half jaar. Zij is er niet meer, ik ben losgekomen van mijn oude bestaan in Nederland om me niet meer te kunnen hechten en ben gaan reizen en filmen. Mijn leven is enorm veranderd en het wegvallen van mijn lieve moeder was daar het startschot voor. Natuurlijk denk ik vaak over de vraag wat zij er van zou vinden hoe ik leef. Het antwoord komt nooit en dat hoeft ook niet. Ondanks alles wat er gebeurt is en ondanks alle veranderingen is ze nog vaak daar. Zoals vanmorgen ineens weer. Ik zou graag nog een keer een kopje koffie gaan drinken met haar.

Alice © 2012

 

Liedjes stemming.

Verliefde mensen zingen graag liedjes. Ik ben er nu al een tijdje zo eentje. Kan er niks aan doen en dus is er hier nog een lief liedje in het Hollands. Gewoon omdat het heerlijk om zo af en toe liedjes in het Nederlands te schrijven. En dan liefst simpele liedjes zonder al teveel pretenties. Want die zijn voor later. Als ik groot ben en ouder en wijzer. Bij deze hoort een even eenvoudig melodietje. Als je eventjes een beetje doorleest ga je het vanzelf horen.

Ik zou vandaag nog willen gaan

Ik zou vandaag nog willen gaan

en naast jou komen staan

om al is het maar voor even

met jou te mogen leven

Gewoon gelukkig met zijn twee

dan ga ik met je mee

en ik maak dan mooie zinnen

om jou voor mij te winnen

Jij zingt een lied voor mij en dan

weet ik dat het echt nog kan

simpel vrij zijn van het gedoe

kijken wij nog jaren toe

Hoe de wereld zich dan druk maakt

over wie er waarvoor staakt

Dus wil ik straks al naar je gaan

en naast jou komen staan.

Alice © 2012

If I could not tell you…

Today it is exactly 1 month ago that I had to leave my love behind in Nepal. Since that sad day my mind has been with her every hour, minute and second of the day. This lovesong translated by me from the beautiful Afrikaner language version I dedicate to my love and my heart.

Just a little love song in the works. I’m in that mood today, I wonder why (well not really…). So this is Amanda Strydom’s beautiful ‘Hoe ek voel’ in English… Some changes might still be made in the coming days. I love this song! Original lyrics in Afrikaans by Johannes Kerkorrel, the gay singer who in the aftermath of the Apartheid regime in South Africa was so controversial that he was banned from radio. He ended his life some years later under still unclear circumstances. His inheritance is one of wonderfully crafted and sometimes lyrical songs that still touch the hearts of many. Further on you can listen to the original on YouTube.

So here’s my English language version:

If I could not tell you

So if I could not tell you
If I could not let you see
I would order a portrait painter
To make a painting of thee
And if he would finally finish
If he would finish his masterpiece
You would know, you would know
That what I did, didn’t show

How I feel, how I feel, for you!

If I could not let you see
If I could not let you read
I would rent a fax machine
And send poems made by me
And if you then would receive
If you read and can believe
You would know, you would know
That what I did, didn’t show
How I feel, how I feel, for you!

If I could not let you read
If I could not let you hear
I would send a choir to you
A serenade in the evening late
And if you would wake up then
And throw your windows wide open
You would know, you would know
That what I did, didn’t show
How I feel, how I feel, for you!

You would know, you would know this
You would know this, you would know
That what I did, didn’t show
How I feel, how I feel, for you!

Original music and lyrics: Johannes Kerkorrel
English lyrics: Alice Verheij © 2012

Alice © 2012

Maak van je moordkuil geen hart!

Voor een optreden ergens later deze maand ben ik met de nodige tekstperimenten bezig. Oefeningetjes om een bepaald thema bij de kop c.q. het kruis te pakken, tegen het noorderlicht danwel de (zons)ondergang te houden en af te maken met een lekker sausje. Of zo. Kortom woorddansen in de woordenstorm.

Eén zo’n thema is de stierlijkheid die mij vervelenderwijs overvalt als het gaat om de zelfzuchtige uitbundigheid van het supermarkt publiek wanneer zij al veelvratend de karren weer eens vol laden in de dichtsbijzijnde voedsel megastore. Ook wel: hoe overleven we de groente achter glas en de barcode? Daar gaat ie dan…

“Hé buuv! Gaattie lekker vandaag?”
“Och, zijn gangetje.”
“Koud hè?”
“Ja zo koud as de poten van Henk in bed.”
“Ben je nog met hem dan? Je had hem er toch uit gelazerd?”
“Jawel maar ja hij kwam weer terug hè en dan ken ik hem niet laten staan. Stom natuurlijk maar ja, ik mot toch ook wat?”
“Is ie nog steeds eh..?”
“Praat me d’r niet van. Gisteren weer de hele avond met de jongens op pad. Stelletje zuipschuiten.”
“O, ik dacht dat ie het rustig an most doen van de pil?”
“Henk en rustig an doen? Die zak hooi kwam dus vorige week thuis met weer zo’n wrak op wielen. Had ie geregeld met een vriendje van hem. Van die motorclub.”
“Zit ie daar nou nog steeds bij dan?”
“Ja meid, hij ken er geen genoeg van krijgen hè. Ach kerels en motoren, je weet hoe ze zijn, het blijven kleine knulletjes.
“Maar Ing, die motorclub waar ie bij zit dat waren toch die gasten van de Hell’s Angels of zo?”
“Nee joh, laat ie ’t maar niet horen zeg. Henk is van de Satturara. Heel wat anders volgens Henkie. Maar ik zie ’t verschil nie hoor, ze zuipen allemaal even hard en meiden mogen alleen komen als ze strak in het leer staan en ingevet motten worden.”
“O. Dacht dat ’t utzelfde was.”
“Nou niet echt hoor. Die lui kenne mekaars bloed wel drinken. Maar ja ik blijf er buiten hoor, ze komme d’r niet in bij mij. En mij zullen ze daar ook nie zien. Maar nou kwam ie gisteren dus weer tegen vieren nachts an kakken en hij ging tekeer joh. Waren ze hun hok uit gelazerd. Inval of zo.”
“Eet je vanaaf?”
“Bloemkooltje met een slavinkie. En jij?”
“Boerenkool natuurlijk maar ze verkopen hier alleen die zooi in plastic uit de glazen stad. Is nie lekker.”
“Glazen stad?”
“Ja joh, ze zetten hier ’t spul nou otch ook al achter glas? Stelletje zolen.”
“Ik vindt het wel mooi hoor anders.”
“’t Lijkt goddomme wel een toonzaal of zo joh. Mij eigen Pool is dicht vandaag dus moest ik hier naartoe. Ik hou nie van dat voer achter glas. ”
“Wat maakt jou dat nou uit dan?”
“T’is toch gek Ing? Zeg nou zelluf. Achter glas, alsof een plastikke kratje niet goed is of.”
“Ach ja joh, ’t is wel gek maar mij kan het niet echt boeie hoor.”
“Nou mij wel en ik zeg maar zo, ik zeg, ik maak van mijn moordkuil geen hart hoor. As ik ’t achterlijk vindt dan zeg ik ut.”
“T’is andersom Ing.”
“Wat is andersom kutje?”
“T’is van je hart geen moordkuil lieverd.”
“Nou bij mij niet. Zeker niet voor Henk as ie niet op tijd thuis is met die kauwe poten van em. Gadverdamme, die zak van jou lekt. Kijk nou, d’r komp water uit die rookworst. Nou ja, ik ga maar gauw naar huis. Kom ie nog effe een bakkie doen zo?”
“Nee, Leo komt zo thuis van ’t ziekenhuis.”
“O?”
“Had ruzie gehad met een paar lui van een motorclub. Blauw oog en pijn in zijn kaken. Is beetje zielug.”
“Die kerels ook altijd.”
“Tsja, kleine kinderen zijn ut. Kleine kinderen. Verdomme dat was de laatste rookworst.”

Alice © 2012

 

De armen van Simon.

Bij de armen van Simon.

Die arme Simon had eens armen

maar die liggen nu naast zijn darmen

geschonden door een gestoorde gek

verzaagd als ware het een oud hek

Geen medelijden ook met zijn gade

en zelfs voor zijn koffer geen genade

de koppen van het lijf gedecapiteerd

en zijn oude vingers geamputeerd

Zijn delen zijn nu stille getuigen

van de kunstenaars die buigen

over hoe die oude cultuur zo maar

viel onder ’n zaag van ’n barbaar

Gesnoeid als ware het kunstbudget

geslacht als door een rechts kabinet.

Alice © 2012

27 februari 2012: Vluchten kan nog wel!

Lieve vriendinnen, vriendandersen, vrienden en lezers,

ik heb tien (10) kaarten te verdelen voor de volgende (eenmalige) voorstelling van de gelegenheids kleinkunstformatie MAXimaal op Maandag 27 februari aanstaande in het intieme Literair Theater Branoul in Den Haag.

LET OP! Gewijzigde datum en tijd: ‘Vluchten kan nog wel!’ wordt uit gevoerd op maandag 27 februari om 20.30u, zaal open om 20u.

De verdeling gaat natuurlijk op de welbekende wie-het-eerst-komt-die-het-eerst-maalt basis.
De toegang is 100 Nepali roepies maar met 1 euro nemen we ook genoegen. Wie echt 100 Nepali roepies meeneemt krijgt een zoen van alle speelsters en spelers.

Wil je komen? Meldt je dan bij mij via alice.schrijft@xs4all.nl.

Op zondagmorgen in de stad.

In de vroege morgen wil ik nog weleens naar muziek scharrelen op YouTube. Ik ben dan te wakker om te blijven slapen en te moe om op te staan. Muziek helpt dan. Soms kom ik dan iets tegen dat herinneringen oproept. Beelden van vroeger. Beelden van thuis bij mijn ouders of van die paar beginjaren in een huwelijk. Deze vroege morgen kwam ik een song tegen van Kris Kristofferson. Ik herinnerde me dit lied gezongen door de onnavolgbare Johnny Cash. Deze song roept beelden van een willekeurige zondagmorgen in de stad, lang geleden.

Het ontroerd me. Hevig. Omdat het gaat over de schurende pijn van verlies, een pijn die ik ondanks mijn nu zo mooie leven toch maar al te goed ken.

Ik heb er een Nederlandse tekst op gemaakt die dat gevoel weerspiegelt, zo dicht mogelijk bij Kristofferson’s oorspronkelijke mooie tekst blijft en die tekst gaat zo:

Zondagmorgen werd ik wakker.
Ik kon mijn hoofd niet draaien zonder pijn.
Het bier met het ontbijt was niet zo slecht,
die als dessert was ook nog fijn.
Ik rommelde in de kast op zoek naar kleren
en vond een jurk gevlekt door wijn.
Met vuil gezicht en het haar in de war,
stommelde ik de trap af naar de dag.

Het hoofd nog vol van de avond ervoor,
de stickies en de liedjes die ik zong.
Stak ik de eerste op en zag een klein kind,
’t lachte naar een hond die weg sprong.
Ik stak toen de lege straat over
en hoorde de zondag klank van iemands gong.
En dat nam me mee terug naar iets,
dat ik verloren heb, ergens op een dag.

Op een zondagmorgen voetpad,
lieve God, voel ik me niet fijn.
Want er is iets met een zondag,
dat een mens alleen doet zijn.
En dat voelt als een beetje sterven,
net zo eenzaam als ’t geluid,
van één paar schoenen op het voetpad:
op zondagmorgen in de stad.

In het park zag ik een moeder,
lachend met haar kleine meid die ze liet swingen.
En ik stopte bij een zondagsschool
en luisterde naar hun lied en wilde zingen.
Toen ging ik terug naar huis
en ergens ver weg riep iemand nog wat dingen.
En dat echode door de straten
als regendruppels op een zomerdag.

Op een zondagmorgen voetpad,
lieve God, voel ik me niet fijn.
Want er is iets met een zondag,
dat een mens alleen doet zijn.
En dat voelt als een beetje sterven,
net zo eenzaam als ’t geluid,
van één paar schoenen op het voetpad:
op zondagmorgen in de stad.

Het is niet dat ik bedroefd of somber ben, het is de melancholie van de ochtend die me deze hertaling laat schrijven. Zo aan het begin van de dag. Hier nog een interpretatie van dezelfde song door Johnny Cash, hij mag niet ontbreken en ik geniet nog zo vaak van de songs van deze man.

 

Alice © 2011

Sluit de deur meid.

Ergens op een avond in de Tibetaanse wijk van Kathmandu schoot er een liedje in mijn hoofd. Als een soort definitieve afsluiting van een pijnlijke episode in mijn leven. Over een liefde die voorbij is, vooral omdat het mij duidelijk was geworden dat wat ik doe, waar ik ben en hoe ik leef niet geschikt is voor die jonge vrouw die eens mijn geliefde was. De tekst rolde er zomaar uit in een kwartiertje maar ik besloot hem niet op deze plek te publiceren.

Eenmaal terug in het huis dat in de maanden dat ik in Nederland ben mijn thuis zou moeten zijn maar meer een tijdelijke verblijfplaats is geworden, bedacht ik me dat ik de tekst maar beter alsnog kan plaatsen. Bij deze dus. Gewoon omdat ergens in mijn hart iets zegt dat ik haar toch een mooi leven gun en een liedje nu eenmaal een liedje is en niet meer dan dat. Maar dan wel een leven voor haar zonder mij en een liedje van mij voor mij. Dus hier is dan toch de tekst van ‘Sluit de deur meid.’

Loop maar weg en kijk niet om
vergeet de wereld want die is dom.
Zoek een ander in plaats van mij
vergeet vandaag en wat ik zei.
Ga maar snel, het is nu tijd
maar sluit de deur meid, sluit de deur meid.

Loop maar weg van alle pijn
ontloop mijn leven al was het fijn.
Het was dan toch een misverstand
dus sta ik nu liever aan de kant.
Maar ga vlug, het is echt tijd
en sluit de deur meid, sluit de deur meid.

Het maakt niet uit wat er is gebeurt schat
spijt heb ik niet van al die lange nachten.
Het geeft niet want ‘t was zo goed schat
en mijn liefde kan op ander blijven wachten.

Loop maar weg en kijk niet om en
vergeet de wereld want die is dom.
Zoek jezelf in plaats van mij
vergeet deze dag en wat je zei.
Ga maar snel het is echt tijd
maar sluit de deur meid, sluit de deur meid,
sluit de deur meid,
maar sluit de deur meid,
sluit de deur meid, sluit de deur.

Want dan zet ik hem stiekem op een kier…

Alice © 2011

Tijd

Steeds vaker verbaas ik me over de horeca in dit rare landje. Vandaag zit ik bij ‘De Tijd’, dat is een tent op Utrecht Centraal die nog het meeste in de buurt komt van een ouderwetse stationsrestauratie, tenminste dat zou je verwachten. Maar dat is dus niet echt zo. Want als er iets is dat je bij ‘De Tijd’ moet hebben dan ik het precies dat: tijd. Veel tijd. Want ‘De Tijd’ heeft ‘procedures’. Dat zijn van die beschreven werkwijzen die doorgaans bedoeld zijn om de efficiëntie te verhogen. Bij ‘De Tijd’ gaat het als volgt.


Stationsrestauraties: bestaan ze nog?

Je zet je neer aan ‘de bar’. Dat is een lange plank op laptophoogte waar krukken bij staan en je uitzicht hebt op een tap (joepie) en een verwarmde bak met saucijzenbroodjes. En dan wil je een biertje en een saucijzenbroodje. De barman is druk met van alles. Na ongeveer tien minuten komt één van de vijf serveersters naar je toe met drie drankjes op een dienblad, zet deze neer en vraagt dan of je die wilt. Nu zijn een cola, een cassis en een kop koffie geen biertje met een saucijzenbroodje dus je bedankt voor de gunst en wilt wat bestellen. Maar voordat je de bestelling kunt doorgeven loopt ze weg om de drankjes elders te bezorgen. Weer vijf minuten laten komt haar collega, een serveerder, langs om je bestelling op te nemen. Deze schrijft de bestelling op een papiertje en onder de ogen van de barman die even niets te doen heeft loopt de serveerder een ommetje om even later het briefje naar de barman te brengen die het briefje onder een clipje klemt. En iets anders gaat doen.  Na verloop van tijd is het briefje aan behandeling toe en alras verschijnt er een blad met een biertje en een saucijzenbroodje op de plek waar de serveerder en de barman elkaar eerder ontmoetten. Weer een andere serveerster pakt het blad met biertje en saucijzenbroodje op en begint een zoektocht naar… mij.

Na wat rondwandelen met lading komt het blad bij mij terecht met de vragende blik van de serveerster en gretig knik ik. Het glas bij de Duvel is een Bavaria pilsglas waardoor het in ieder geval onmogelijk is om de Duvel te schenken waarop men Duvels schenkt maar goed, een kniesoor die daar op let. Het saucijzenbroodje is nog niet koud en smaakt zoals saucijzenbroodjes smaken. Vettig, een beetje ranzig en het bladerdeeg plakt overal aan het gehemelte. Heerlijk dus. Dan begint het grote wachten. Want natuurlijk wil je afrekenen en dat kan alleen bij de serveerder (man/vrouw/anders). En die is druk met raden wie wat besteld heeft. Ondertussen vertrekt je trein van perron 8a wat de mogelijke wachttijd verlengt met een half uur.

Het verblijf in ‘De Tijd’ wordt maximaal verlengt op een recht evenredige manier ten opzichte van het geduld. Maar heus waar, er komt dat glorieuze moment dat er afgerekend kan worden waarna de tijd bij ‘De Tijd’ voorbij is en de tocht richting perron kan worden ondernomen. Om de een of andere reden kan ik niet voorkomen terug te verlangen naar de tijd waarin er nog oude stationsrestauraties waren met geruststellende perzische kleedjes op de tafels en een barman met een schort over de dikke buik.

Ik wordt oud besef ik ineens.

Alice © 2011

Je hebt van die mannen…

Je hebt van die mannen…

Max Douw, een voorrecht om te kennen.
Heerlijk om samen mee te zingen.
Prachtig om te zien.
Ontroerend om naar te luisteren.

Ik ken zo’n man… van wie je ziet dat het hem raakt.

Geniet met mee van de trailer van zijn solovoorstelling in het van Ostadetheater in Amsterdam afgelopen 13 januari.

Alice

Haagse ontmoeting met een ‘Berlin touch’.

Vanmiddag ontmoette ik op mijn vaste plek in het winkelcentrum tussen de boodschappen van de Appie en de Aldi Robert Kreis. Aan de Mondriaan-bar achter een omeletje terwijl ik genoot van een cortado met Coebergh.
Ik kan U zeggen, es war mir wirklich ein vergnügen. Er zijn van die momenten dat ik me eerder te jong dan te oud voel. De man heeft Marlene Dietrich nog gezien en gesproken. En Edith Piaf en al die groten die voor mij staan voor een tijd waarin cabaret nog cabaret was en geen scherprechtende beschadigende podiumkunst.

Meneer Kreis, hij is wat ouder dan ik, is zo innemend en zoveel artiest dat tijd en woorden tekort schieten. Met alle intensiteit die te bedenken is ontspon zich een gesprek over Dietrich en Willem Nijholt die ik zo bewonder. Over theater Pepijn en over hoe een grammofoonplatenwisselaar werkt. Over hoe hij schreef voor tante Lien en al die anderen. Over het Berlijn waar ik niet heen durf te gaan omdat ik het graf van Dietrich niet met droge ogen zou kunnen bekijken. Het plezier gonsde zo sterk rond ons dat alles voor even om me heen verdween in een uurtje van bevestiging van liefde voor een kunstvorm die nu zo schaars nog te beleven is. Over het art-deco theater in Berlijn waar hij optreedt. Of ik langs wil komen. Nou reken maar. We spraken over mooie mensen, vrouwen met mooie ogen, artiesten die de harten in gekropen zijn en soms zo tragisch hun eigen leven leden.

Ik kreeg een foto mee die me nu al dierbaar is. Rechtstreeks gekaapt uit dat bijna verdwenen verleden van het Berlijnse cabaret dat ook een tijdje in Nederland zich heeft laten zien. Een man met een hoed, tegenwoordig zouden we het uiterlijk als queer betitelen. Er zijn te weinig mannen die weten wat een Borsalino is en cabaretiers van het grote gebaar kennen we nog nauwelijks. De kans is groot dat ik over een tijdje met Robert Kreis een glas hef, ergens in zijn huis in mijn stad Den Haag. En ik kan U verzekeren, dat zal dan een groot genoegen zijn. En heel misschien komt er dat moment dat het me gegeven wordt om met deze cabaretier die in een uurtje in Mondriaan mijn hart stal een roos te leggen bij het graf van de grote Marlene Dietrich om daarna het glas te heffen. Er is weinig dat zo mooi kan zijn als dat kleine grote gebaar in het besef dat zelfs in deze tijd er altijd nog een paar mensen zijn die begrijpen wat het is om het leven te vieren.

Kijk hier eens: http://www.robert-kreis.com

Alice © 2010

Trangender Gedenkdag 2010

Het is weer 20 november geweest. Een datum die sinds een aantal jaren een plaats in mijn agenda heeft gekregen om aandacht aan te besteden. Ieder jaar op (of rond) 20 november worden de vermoorde transgenders wereldwijd herdacht door onze eigen gemeenschap. Ieder jaar is het een dag waar ik tegen op zie, die ik wil mijden maar ieder jaar ook is het en dag waar ik niet aan voorbij kan gaan. Het ene jaar is het me te zwaar gebleken (dat was 2008, het jaar van mijn fysieke transitie), het andere jaar treed ik naar voren om te spreken. Dit jaar was in vele opzichten anders dan de voorgaande jaren. Voor het eerst sinds zes jaar terug ook in Nederland de Trangender Day Of Remenbrance voor het eerst plaatsvond was de lokatie van deze gedenkdag mijn eigen stad. De stad waar ik geboren ben en opgegroeid en de stad waar ik nu woon. Drie jaar na de lafhartige moord op Henriëtte / Harry Wiersinga was de stad waar die misdaad werd gepleegd, mijn Den Haag, het toneel van nadrukkelijk en stil protest. Protest tegen het geweld, protest in de vorm dus van een herdenking.

Ik hou niet van deze dag. Ik hou er niet van omwille van de aanleiding. Ik hou er niet van omwille van het feit dat we gedenken, herdenken. Her-denken. Opnieuw denken. Wederom stilstaan bij het feit dat mensen als ik het risico lopen vermoord te worden omwille van het feit dat we niet passen in de bekrompen denkwereld van geweldenaars die niet in staat zijn ons te behandelen als volwaardige mensen die net zoveel respect verdienen als wie dan ook. Liever zie ik een dag waarop we vieren dat wij representanten zijn van genderdiversiteit. Dat wij een verrijking zijn van de mensheid OMDAT wij zijn zoals wij zijn. Maar helaas, zo werkt het dus niet. Doden vallen nu eenmaal meer op dan levenden.  Op een dag als deze komen we weer bij elkaar. Ik en de leden van de gemeenschap waar ik ongevraagd maar met vreugde lid van ben. Verbonden met elkaar. Ballonnen oplatend met kaartjes er aan met de namen van onze vermoordde medemensen. We proberen de dag te organiseren op een manier dat er voor een ieder een plekje is om zich te uiten.

Dit jaar was de 20e november ook bijzonder omdat op initiatief van mijzelf en Max Douw er in het programma plek was gemaakt voor een persoonlijke uiting door middel van kleinkunst. De uitingsvorm waarin we onze kunst kunnen verbinden met onze emotie bij dit zo persoonlijke en moeilijke onderwerp. Dat hebben we gedaan met een tweetal gedichten van mijn hand, een prachtige hertaling van een lied van Brel van de hand van Max en een lied dat ik geschreven heb en waar Max de muziek voor componeerde. Dit laatste lied is ontstaan als gevolg van mijn debuutoptreden in theater Pepijn tijdens het Haags Kleinkunst Festival eerder dit jaar en waar Max mede organisator van was. ‘De Rode Baret’ is geschreven als ode aan Henriëtte / Harry Wiersinga. Zowel voor Max als voor mij vormde de mogelijkheid voor ons om op deze wijze een bijdrage te leveren aan deze dag een vervulling van de wens om op een mooie wijze onze harten te laten spreken. Zoals op het kaartje van de witte ballon die ik vanavond op het plein liet opgaan in de donkere lucht Toni Alston uit North Carolina in de V.S., die op 3 april dit jaar vermoord werd, vermeld stond. Zo hebben Max en ik vanuit ons hart gepoogd onze vermoorde stadgenoot, aan wie beiden onze specifieke herinneringen hebben, te laten voortleven in de herinnering van een ieder die wilde luisteren. Dit is de tekst van het lied:

Zonnig Voorburg boog.
De straten dansten als
jij er over bewoog
als in een Weense wals.
Rode baret op je oor.
Een rode jas met glans.
Statig ging jij me voor,
soepel als in een dans.

Je bent geen vrouw maar ook geen man,
je bent jij omdat het kan.
Je bent geen vrouw, je bent geen man,
je bent jij omdat dat kan.

Jaren zag ik je lopen,
herkende mij in jou.
Durfde zelfs te hopen
en zwoor mezelf trouw.
Rode baret op je oor,
in rode jas met glans.
Statig ging je er voor
en ik greep ook mijn kans.

Ik ben geen vrouw maar ook geen man,
ik ben ik omdat het kan.
Ik ben geen vrouw, ik ben geen man,
ik ben ik omdat ik dat kan.

Donker Den Haag boog
de straten huilden omdat
jij niet meer bewoog,
kapot gemaakte schat.
Rode baret van je oor.
Rode jas, bebloede glans.
Op ‘t Spui ben je vermoord
en ontsprong daar niet de dans.

Je was geen vrouw maar ook geen man,
jij was jij totdat ‘t niet kon.
Ik ben geen vrouw, en ook geen man,
ik ben ik en weet niet waarom.

Je was geen vrouw maar ook geen man,
jij was jij totdat het niet kon.
Ik ben geen vrouw, ik ben geen man
en ik wou dat het anders kon.

Zonnig Voorburg boog.
De straten dansten als
jij er over bewoog
als in een Weense wals.
Rode baret op je oor.
Een rode jas met glans.
Statig ging jij me voor,
soepel als in een dans.

Tekst: Alice Verheij, muziek: Max Douw

Alice Verheij © 2010

Aankondigingen

Lieve lezers,

ik heb twee aankondigingen.

  • Op dinsdag 16 november wordt door BNN om 20.25u op Nederland 3 een aflevering van ‘Je zal het maar zijn’ van Sophie Hilbrand uitgezonden. In de uitzending komen mijn dochter en ik uitgebreid in beeld. Wie mij en haar kent weet over welk onderwerp dat onder meer zal gaan. Verdere details volgen op de website van BNN.
  • Op zaterdag 20 november is het weer de jaarlijkse Transgender Gedenkdag. Deze keer in mijn woonplaats Den Haag. In het programma is om 19u in het Basta Café van het COC  aan het Scheveningse Veer een uitvoering opgenomen van het lied ‘Rode baret’ dat ik geschreven heb ter herinnering aan Henriëtte / Harry Wiersinga die in 2007 in Den Haag is vermoord. De muziek is van Max Douw die me ook zal begeleiden.
    Het volledige programma is te vinden op de website van TNN, het Transgender Netwerk Nederland.

Lieve groet,

Alice

Mijn hart heeft een plooi.

Een liefdesliedje. Gewoon omdat ik van je hou mijn lief.
Het melodietje komt vanzelf als er een Weense wals bij gedacht wordt.

Mijn hart heeft een plooi.

[ritme: Weense wals]
Het leven werd onverwacht vreselijk mooi
gewijzigd, veranderd, eerst ijs en toen dooi.
’t Werd plotseling mooier want ineens was jij daar
je gaf me je lach, streek je hand door je haar.

Mijn bloed stroomde sneller,
mijn hart klopte feller.
Je knipoogde naar me
en ik dacht bewaar me.
Jij kwam mij bekoren
toen was ik verloren.
En kreeg ik heel mooi
in mijn hart weer een plooi.

Een vouw naast krassen en deuken
de dagen zijn plotseling leuker.
Dat hart van mij huppelt nu vaker
nu ik dan naast jou mag ontwaken.

Het leven is onverwacht vreselijk mooi
gewijzigd, veranderd, eerst ijs en nu dooi.
’t Is plotseling mooier want ineens ben jij daar
je geeft me je lach, strijkt je hand door je haar.

Mijn bloed stroomt nu sneller,
mijn hart klopt weer feller.
Je knipoogt weer naar me
en ik denk bewaar me.
Je blijft me bekoren
en ik blijf verloren.
Want ik krijg heel mooi,
in mijn hart weer een plooi.

Een vouw naast krassen en deuken
de dagen worden steeds leuker.
Dat hart van mij huppelt steeds vaker
als ik weer naast jou mag ontwaken.

Het leven is onverwacht vreselijk mooi
gewijzigd, veranderd, eerst ijs en nu dooi.
’t Is plotseling mooier want ineens ben jij daar
je geeft me je lach, strijkt je hand door je haar.
Ik hou van je lach en strijk mijn hand door je haar.

Alice © 2010