Ik zal er over schrijven.

Niet lang nadat ik vanmorgen opstond ontving ik het mailtje dat ik eigenlijk al een tijdje verwachtte. Maar dat desondanks me hard raakte omdat het zo nadrukkelijk mij als mens ontkende. Uit verdriet en frustratie meldde ik op facebook dat ik zou schrijven over waar dat mailtje voor staat en wat dat met mij doet. Niet omdat ik er over wil schrijven maar omdat schrijven nu eenmaal mijn secundaire manier van verwerken is. De primaire wijze zal iedereen kennen want dat is gewoon de tranen hun weg laten vinden.

Enige tijd geleden besloot ik het er maar weer eens op te wagen. Tegen alle ratio in want de laatste jaren, en eigenlijk het leeuwendeel van mijn leven, stonden in het teken van afgewezen worden. Werd ik eerst afgewezen omdat ik anders was, dan werd ik later afgewezen omdat ik veranderde van wat ik niet was in wat ik nu wel ben. Van man naar vrouw. Ik kon niet weten toen die verandering aan de orde was, dat de wereld zelfs na alles wat die verandering teweeg gebracht heeft mij nooit zal zien als wat ik ben, een vrouw.

Maar goed, ik besloot dus enige tijd geleden het er maar weer op te wagen. Tegenwoordig ontmoet je, als je wat ouder bent en niet van het type mens dat zich al te gemakkelijk of graag begeeft op feesten, potentiële vrienden of geliefden via datingbureaus of datingsites. Ik schreef me in. En binnen korte tijd was er interesse. Nu ben ik in het algemeen niet iemand die zichzelf onzichtbaar maakt, dat kan ook nauwelijks als je als schrijver en kunstenaar in de maatschappij staat. Ik ben niet iemand van de aliassen en anonimiteit en dus weet ik dat een eventuele geïnteresseerde vrouw (ik heb zoals bekend een voorkeur voor vrouwen) me gemakkelijk kan vinden via een zoekmachine. Waarna ze even gemakkelijk kan achterhalen wat mijn verleden is, gendergewijs.

In ongeveer dezelfde periode opende de fototentoonstelling in de domkerk die ik samen met mijn beste vriendin houd over een mensenrechtenzaak. Die tentoonstelling is een kroon op ons werk en een hoogtepunt in mijn nog verse loopbaan als documentair kunstenaar. De dame in kwestie was geïnteresseerd in die tentoonstelling, en in mij. Er volgde een ontmoeting. Er volgden emails. Er volgde een afspraakje. Er volgde oorverdovende radiostilte.

En ik wist dat het weer zover was.

Ik voelde aan dat opnieuw iemand schrok van mijn verleden en dat opnieuw iemand niet in staat zou zijn het beeld dat bij dat verleden hoort los te zien van de vrouw, van de mens, die ik ben. Maar ik hoopte dat ik me vergiste, tegen beter weten in. Totdat vanmorgen dat mailtje binnenkwam. Als een mokerslag, want mijn hoop bleek groter dan ik zelf gedacht had. De afspraak werd afgezegd onder verzachtende en complimenteuze woorden. Die door hun aard en toon de afwijzing alleen maar harder en bruusker maakten. Het verdriet om weer een afwijzing dieper.

Na de tranen die niet te remmen bleken kwam het diepe verdriet van het gevoel als mens afgewezen te zijn omdat de ander niet eens de moeite gedaan heeft me te leren kennen. Hoe kon ik nog uitleggen dat als er wel ruimte was geweest voor een betere kennismaking die ander misschien wel een heel erg lieve en trouwe vriendin zou hebben gekregen? Hoe kon ik nog uitleggen dat zelfs de idee van die ander over mij niet overeen kwam met de werkelijkheid zonder die ander in de ogen te kunnen zien? Hoe kon ik nog enig geloof hechten aan mooi geschreven complimenten over mijn persoon zonder diep gekwetst te zijn?

Het is gemakkelijk om de houding aan te nemen dat die ander mij dan niet waard is, maar zo ligt het niet. De pijn zit hem niet eens zozeer in de afwijzing op zich maar veel meer in de afwijzing zonder dat ik ooit een kans gekregen heb. En zonder dat die ander zichzelf ooit de kans gegeven heeft er achter te komen wie ik ben. Wat rest is een onderstreping van wat mij in de loop van mijn leven duidelijk is geworden.

Wat is dat dan die duidelijkheid?

Welnu, ik ben gaan beseffen dat een mens die een geslachtscorrectie ondergaan heeft, een onvolwaardig mens is. In de ogen van de ander. Iemand die, in mijn geval, niet ‘echt vrouw’ is en iemand die dus ook geen man meer is. De psychologie van dat gegeven is gebaseerd op onkunde en de moeilijkheid om de mens los te zien van het genitaal verleden. Het uiterlijk is het niet eens zozeer want ik mag niet klagen wat dat betreft. Het is echter de simpele wetenschap over het verleden dat niet in lijn is met wat de ander kan begrijpen en kan liefhebben. Het doet me beseffen dat het voor zo goed als iedereen onmogelijk is om een liefdesrelatie aan te knopen, of zelfs maar een aanzet daartoe aan te durven, met een transvrouw (of een transman want daar zal het niet veel anders zijn denk ik).

De reden waarom dat zo is kan ik niet vaststellen omdat het wellicht te complex is. Een complex van bijvoorbeeld de projectie van de lijfelijkheid van een transmens in het hoofd van een niet transmens. Die projectie zal bewust of onbewust leiden tot een huivering of angst. En huiveringen en angsten belemmeren normaal gedrag. Ineens wordt die transmens gezien als afwijkend en niet als conformerend aan het algemeen bekende beeld van hoe een mens in elkaar zit. Een transvrouw is geen vrouw, een transman geen man en dus vallen ze niet in de categorie van potentieel lief te hebben mens, seksueel gezien. De afwijzing van die transmens, van mij in dit geval, ligt dan vlak om de hoek. Tenzijn die ander voldoende kracht in zich heeft om zich er overheen te zetten of zelfs simpelweg zo in elkaar zit dat er geen belemmering is. Ik heb het dan niet over de meestal mannen die een perverse belangstelling hebben voor vrouwen als ik maar ik heb het over mensen die in staat zijn om genderverleden te plaatsen voor wat het is: verleden.

Het is me duidelijk geworden dat ik mijzelf ontdaan heb van mijn mannelijke fysiek en daarvoor in de plaats fysiek veranderd ben tot iets wat als vrouwelijk beschouwd kan worden. Maar ook dat dit niet zo volwaardig is dat een ander mij ook daadwerkelijk kan zien als gewoon een vrouw. Althans als het gaat om een vrouw waarmee een liefdesrelatie mogelijk is. Natuurlijk, ik heb vriendschappen. Meer met vrouwen dan met mannen en dat is niet onlogisch gezien mijn voorkeur voor vrouwen en het feit dat ik mannelijkheid niet begrijp en vaak ongewild als bedreigend ervaar. De incidenten in heterokroegen uit de tijd nog niet zo lang geleden dat ik weleens naar een ‘gewone’ kroeg ging, hebben me alleen maar verder van mannen afgedreven dan voordien. Zoals gezegd, vrouwenvriendschappen heb ik genoeg. Maar dat is heel wat anders dan een liefdesrelatie. Want als het daar over gaat dan komen lijfelijkheid en seksualiteit natuurlijk ook aan de orde en hoewel ik daar dus niet angstig over ben maar juist gelukkig over kan zijn, blijkt dat dus voor de ander een onmogelijke barriëre om te slechten. Als het er op aankomt ben ik als transvrouw niet veel anders dan een man waaraan gesleuteld is. In de ogen van de ander. Dat dit zo is heb ik te vaak bevestigd gekregen. Zelfs binnen relaties waarbij moeite gedaan werd door de ander om dat fysieke verleden niet mee te laten spelen bleek zonder uitzondering dat wanneer het eens een keer moeilijk werd om andere redenen dit het breekpunt werd. Ineens was ik dan weer de man. Of de perverseling.

Ligt het dan allemaal aan de ander dat dit gebeurt? Ik denk van niet. Het heeft te maken met hoe ik als mens ben denk ik, hoewel ik niet weet wat ik aan mezelf zou moeten veranderen om niet in eenzaamheid te eindigen. Het zal zeker te maken hebben met hoe de maatschappij over seksualiteit en gender denkt en spreekt. Er is welzeker sprake van een mate van culturele en sociale codering in de maatschappij, die overigens van cultuur tot cultuur variaties kent, en die maakt dat mensen als ik geen mensen zijn om lief te hebben op een niveau dat verder gaat dan diepe vriendschap. Zelfs ik kan me niet voorstellen dat een ander de lijfelijkheid van een transmens aantrekkelijk kan vinden want er is geen referentiekader anders dan de mannelijke en vrouwelijke variant van de mens. De mens die niet voldoet aan die stereotypen is een afwijking, een anomalie. En dat is precies zoals ik me voel. Ik ben in de ogen van de ander en de diepste grot van mijn gedachten een anomalie.

Achter me ligt een leven dat mij gebeten heeft als het om mijn gender gaat. Voor me een leven dat ik alleen zal slijten want de ervaring van vandaag onderstreept voor mij voor de zoveelste keer de onmogelijkheid van de liefde. Ik kan en zal niet boos zijn op de ander, zo ben ik niet. Ik wil niet verbitterd zijn maar ben dat wel aan het worden. En ik wil niet mijzelf verbieden verliefd te worden maar de angst dat te zijn beneemt me de adem. Langzaam maar zeker wordt mijn vermogen om lief te hebben afgetapt tot er niets meer over is als een niet te stoppen aderlating. Steeds meer voel ik mijzelf afglijden naar een volledige afwijzing van deze maatschappij waarin voor mensen als ik geen volwaardige plaats lijkt te zijn. Ik ben een te trots mens om op een klein krukje plaats te nemen waar de rest van de mensen om mij heen zich doorgaans kunnen koesteren in een leunstoel van liefde.

En de dame in kwestie? Het zou mij verbazen als ze zich bedenkt en mij overtuigt dat ik me vergis. De gedachte daaraan is verleidelijk, de werkelijkheid naar ik vrees het tegendeel.

© 2012 Alice Anna Verheij

Advertenties

Laat me.

Laat me. Een nummer geschreven in het Frans met de titel ‘Vivre’ geschreven en gezongen door Serge Reggiani. Het lied is in de laatste twee jaar in mij gegroeid tot het lied dat mijn leven bepaald. In alle opzichten. Het is een lied over terugkijken op een leven waarin het doel niet altijd duidelijk was, waarin tegenslagen veelvuldig waren net als hoogtepunten. Het is een lied over vriendschappen en trouw aan die vriendschappen. Het is een compassioneel lied dat troost geeft en sterkt wanneer de dagen donker zijn.

En het is een lied dat zich naar voren dringt wanneer het leven zich van onverwachte mooie kanten laat zien. Als een waarschuwing dat succes en slagen in het leven alleen van waarde is als je jezelf niet verliest en je vriendschappen voorop blijft stellen. Zelfs als die een tijd naar de achtergrond verdwenen zijn.

Ik zing niet veel maar dit lied zing ik graag. Liefst met vrienden in een kroeg of theatertje waarbij we elkaar in de ogen zien en genieten van onze vriendschap. Dat zijn de momenten dat het leven is zoals het moet zijn.

Velen zongen het en natuurlijk is in Nederland de versie van de grote Ramses Shaffy onmogelijk te overstijgen want nooit eerder is een lied zo vanuit het hart gezongen als dit lied in Nederlandse vertaling door Shaffy. Alderwereld mag dan later samen met Shaffy en List dit overgedaan hebben maar het origineel is te magisch om te overtreffen. Ook de versies van Herman van Veen die het als ode aan Ramses gezongen heeft zijn prachtig maar wat mij betreft is er in het Nederlands taalgebied maar één echte versie:

De originele Franstalige versie mag niet ontbreken en dus laat ik die hier ook passeren. Geniet er van!

Laat dit lied bij mij blijven, de rest van mijn leven. Als troost, als uiting van liefde en als waarschuwing dat hoe dan ook het leven verloopt zoals het moet verlopen. Nu in deze tijd er aan een horizon schoonheid en misschien liefde lonkt omarm ik ‘Laat me’ als een reddingsboei die me toegeworpen is door het leven. Het komt wel goed. En misschien is het dat eigenlijk al.

“Ik blijf nog lang en lief nog langer, maar laat me blijven wie ik ben.”

© 2012 Alice Anna Verheij

HellevAAg

Ik ga even heel onaardig zijn over een katholiek. Een ‘Paap’ volgens goed protestants lingo. Over pastoor Mennen. Ik ben niet katholiek dus ik mag dat. Want ik heb niks met die kerk van die knakker en nog minder mijn zijn ideeën. Maar ik hoor wel tot een deel van de bevolking dat heeft te lijden onder de kortzichtigheid en gestoorde ideeën van die hellevaag. Want dat is de man, een hellevaag.

Even volgens van Dale: helleveeg is een kwaadaardige vrouw. In het kader van de gelijke behandeling vind ik dat er ook een mannelijke variant moet zijn van die helleveeg en dat is dan dus een hellevaag. Want de man is naast kwaadaardig ook nog een vaag mens.

Een hellevaag ziet er overigens zo uit. Als een aardige opa dus want boeven weten zich in het algemeen aardig te vermommen.

En dan nu de vraag: waarom is pastoor Mennen kwaadaardig en vaag?

Welnu, meneertje Mennen roept op zijn website het volgende met betrekking tot het dopen van een kind van een lesbisch stel. Hij doet dat met de volgende woorden:

“De Kerk kan en mag niet aanvaarden dat de doop van het kind gebruikt zou worden om de relatie tussen beide vrouwen ‘kerkelijk te promoten’.”

Wat deze Mennen (mijnheer wil ik hem eigenlijk niet eens noemen) vergeet, is dat dopen gebeurt om het kind bekend te maken bij zijn God. Whoever dat ook weze moge. Voor veel kerkmensen is dat een heel belangrijke gebeurtenis waarbij het niet zo relevant is of de ouders zich volledig volgens de (discriminerende) regeltjes van die kerk van Mennen gedragen. Tenminste, zo valt te lezen in de Bijbel. Voor minder dan het statement van deze mislukte zielenhoeder heeft Jezus ooit eens een tempelplein schoongeveegd van gespuis.

Komt bij dat deze Mennen zelf precies doet wat hij stelt dat andere niet mogen doen volgens zijn verknipte mores: de doop van een kind gebruiken voor een ander doel dan de doop zelf. Mennen, ik krijg de naam inmiddels amper getypt, gebruikt die doop immers om een discussie te voeren over de, in zijn door een forse balk blinde ogen, relatie tussen twee vrouwen. Een doop promoot nooit een relatie tussen de ouders immers. De doop gaat daar helemaal niet over. Mennen maakt dat er van. Hij zou beter moeten weten.

Waarmee Mennen dus pastoor onwaardig is. Een misselijk mannetje dat zijn afwijzing van homoseksualiteit te onpas rondstrooit en daarmee zand in de ogen poogt te strooien van zijn beminde gelovigen en zout in de wonde van al die gelovige homoseksuelen, lesbiënnes en verwanten. Die al zolang door zijn kerkje als minderwaardig zijn behandeld. Tot schande van het geloof.

In alle eerlijkheid, wat mij betreft mag die Mennen zuchten onder de “Wrake Gods”. Naar de hel dus meneer Mennen. Enkele reis graag en dat we nooit meer wat van U moge horen. Het vagevuur is ook toegestaan. Er is daar inmiddels een flink gezelschap van uw collegae te vinden want die kerk van U heeft nogal wat aangericht. U bent, ‘meneer’ Mennen, een walgelijk mens. Walgelijk omdat U verantwoordelijk bent voor discriminatie van uw eigen geloofsgenoten. Iets wat Jezus, volgens de verhalen in dat grote boek, niet verweten kan worden. Want die zei ergens zoiets als “laat de kinderen tot mij komen”. Die Jezus die U pretendeert te aanbidden preekte liefde, niet afwijzing. Afwijzing is immers een milde vorm van haat meneertje Mennen. U predikt dus haat en dat mag U helemaal niet. Van de mensheid niet, van de gelovigen niet en van uw eigen God niet.

En nu maar hopen dat die verdomde en verdoemde kerk van Mennen nog een beetje sneller leegloopt. Ze hebben immers al veel teveel ellende aangericht aan de mensheid. Geloven kan ook zonder dat instituut. Ik kan het weten. En ik ben gedoopt. Niet dat dat ook maar iets geholpen heeft tegen het wangedrag van de kerk. Maar dat is weer een geheel andere column.

© 2012 Alice Anna

Over liefde en volle maan.

Vannacht was het volle maan. Ik ben er altijd onrustig onder als het volle maan wordt. De dag voorafgaand aan de volle maan gebeurt er steevast iets met me, de dag er na voel ik me doorgaans vrediger dan op andere dagen. In mijn leven speelde tot voor kort religie geen rol meer, vroeger was dat anders. Maar sinds een tijdje en een aantal bijzondere ervaringen in een ander deel van deze wereld is er een soort herwaardering gekomen.

Die herwaardering is vooral gevoed door het bestuderen van de oude Hindu geschriften en als gevolg daar weer van de omarming door mij van een tweetal voor mij heel relevante en waardevolle Hindu goden, Nataraja en Ardhanarishvara. De eerste als de verbeelding van de eeuwige cirkel van vernietiging en (her) creatie en strijd tegen de onwetendheid (en domheid), de tweede als de samensmelting van mannelijke en vrouwelijke krachten (die zich in mijzelf manifesteert). Daarnaast speelt er nog iets anders een rol de laatste weken en vannacht viel dat op zijn plaats. Ik denk erg veel aan mijn moeder en merk dat mijn gemis na haar dood pas nu vaste bodem in mij vindt, het schrijnt. Het moment om haar terug te geven aan de golven komt dichterbij nu ik begrijp dat door dat te doen zij zal voortleven.

Gisteren, toeval bestaat niet, besefte ik ineens het belang van dat briefje dat mijn moeder altijd in haar portemonnee droeg en waarvan het bestaan me pas duidelijk werd toen ze mij dat liet lezen, zo ongeveer een jaar voor haar dood en na mijn wedergeboorte. De tekst die er op stond was 1 Korinthen 13, er was in de tekst 1 woordje doorgestreept door haar toen ze me die liet lezen. Ze had van ‘man’ ‘mens’ gemaakt, als een blijk van erkenning voor wie ik ben. Ik geef die tekst nu hier weer:

De liefde is geduldig,
zij is vriendelijk,
de liefde is niet jaloers,
de liefde pronkt niet,
zij doet niet gewichtig,
zij handelt niet ongepast,
zij zoekt niet haar eigen belang,
zij wordt niet verbitterd,
zij denkt geen kwaad,
zij verblijdt zich niet over de ongerechtigheid,
maar verheugt zich over de waarheid,
zij bedekt alle dingen,
zij gelooft alle dingen,
zij hoopt alle dingen,
zij verdraagt alle dingen.
De liefde vergaat nooit.
Wat dan profetieën betreft,
zij zullen tenietgedaan worden,
wat talen betreft, zij zullen ophouden,
wat kennis betreft, zij zal tenietgedaan worden.
Want wij kennen ten dele en wij profeteren ten dele,
maar wanneer het volmaakte zal gekomen zijn,
zal wat ten dele is, tenietgedaan worden.
Toen ik een kind was,
sprak ik als een kind,
dacht ik als een kind,
overlegde ik als een kind,
maar nu ik een mens geworden ben,
heb ik het kinderlijke tenietgedaan.
Nu immers kijken wij door middel van een spiegel in een raadsel,
maar dan zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht.
Nu ken ik ten dele,
maar dan zal ik kennen,
zoals ik zelf gekend ben.

Het is 3 augustus, gisteren was het Raksha Bandhan. Het feest waarin Hindu vrouwen hun broers (en neven) een rakhi, een gezegend rood/goud koortje, om de rechter pols doen. Een half jaar terug was er een vrouw die mij datzelfde koortje om mijn linker pols bond, als teken van verbinding. En ik bij haar. Als zusters omdat dat de verhouding was waarin wij naar haar familie aangaven wat we voor elkaar betekenden. We vonden het passend om de linker pols te kiezen in plaats van de rechter. Verdere uitleg hoef ik hier niet te geven anders dan dat het een mooi moment van verbinding aan gaan was. Die verbinding is er, ondanks de gewijzigde omstandigheden in ons beider leven, nog steeds. Dun op dit moment. Flinterdun zelfs, maar hij is er nog wel.

Vannacht kwamen de tekst van mijn moeder en het koortje samen. Het koortje dat ik om mijn linker pols droeg tot vandaag is verbroken, uit zichzelf. Het was versleten wellicht of misschien was de energie verdwenen. Een nieuwe ligt klaar,  te wachten op het juiste moment om door de juiste mens mij om de pols gebonden te worden. Als teken dat liefde gaat over de verbinding van de ene mens met de andere ongeacht de vorm en de naam die aan die liefde gegeven wordt. Want sterke vriendschap is niet zo verschillend van liefde.

© 2012 Alice Anna

Jünkerath

Morgen is mijn moeder twee jaar dood. Mijn vader is dat al 11 jaar. Ik ben wees. Ik heb mijn ouders gekend en mijn moeder mij. Of mijn vader mij gekend heeft betwijfel ik want ik heb maar één teken gekregen dat hij me kende. Het blijft ingewikkeld. Zo ingewikkeld dat ik dit verhaal nooit uitgeschreven heb terwijl het zo een belangrijke plek in mijn leven inneemt. Vandaag doe ik dat dan toch maar. Omdat het verhaal me er toe dwingt en ik alleen maar kan volgen wat het verhaal zegt.

Het was 2001. Eind april. Mijn vader, een doorgaans duidelijke en gedecideerde man, was enkele weken eerder in as opgegaan. Onverwacht zoals dat soms gaat bij ernstig hartfalen. Het ene moment belden we nog met elkaar en een dag later was het eigenlijk voorbij. Nou ja, vijf dagen later naar het schijnt. Maar die vijf dagen herinner ik me niet zo goed meer. In dat soort situaties wordt tijd ondergeschikt aan emotie.

Zoals gezegd, de as was uitgestrooid en zijn leven vervlogen en ik wist, dacht te weten, dat mijn kans om hem te laten weten wie ik werkelijk ben samen met die as boven de kille Rijswijkse polder waar het uitstrooiveldje in de buurt ligt vervlogen was. Een uitstrooiveldje. Het woord is nog steeds een even surrealistische als concrete omschrijving van een lapje gras met afrikaantjes er omheen geplant waar de restanten van een leven uitgestrooid worden. En, als er een beetje wind staat, met de wind meegevoerd worden. Enfin, zijn as was dus ergens tussen dat groen en het loodgrijs van de lucht verdwenen. Ontraceerbaar en daarmee was een leven afgesloten. Ik zou de goede man nooit meer zien want in de hemel zoals die me op de lagere school door de juffrouwen Prakken en Kloosterman waren afgeschilderd geloof ik al lang niet meer. Wèl, zo wist ik inmiddels, zou er een gerede kans zijn dat ik iemand anders met de ziel die niet in as gevangen was tegen zou komen. Als in een volgend leven, een reïncarnatie. Want zoals ik niet in die hemel op witte wolken geloof ben ik wel overtuigd dat het einde geen einde maar een begin is.

De volgende dag was een rouwdag. Die daarna ook. En die daarna. Onwerkelijk omdat het gemis van iemand die me zo na stond nog niet te verklaren was. En pijnlijk omdat het moment dat er had moeten zijn nooit gekomen was. Ik had de kans voorbij laten gaan. Gewoon omdat ik er niet aan toe was en dat overigens pas jaren later zou zijn. Dagen vervlogen en het gemis verdween niet. Na een week reedt ik terug van mijn werk in mijn te grote leaseauto en tikte het nummer op de telefoon aan. De vertrouwde stem van mijn vader klonk door de speakertjes van de autoradio. Hij stond nog op het antwoordapparaat en ik had een paar seconden de neiging om iets terug te zeggen. Het ‘hallo pa’ was nog net van mijn lippen gerold toen ik de werkelijkheid van de in elektronica gevangen stem besefte. Ik hing op. Geschrokken. Waar het antwoordapparaat later gebleven is en wat er met die ene opname van zijn stem die zo bewaard was gebleven gebeurt is weet ik niet. Het is in ieder geval verdwenen en meteen bedenk ik me de dwaasheid van de handeling van het wissen van het bandje met die stem. Of het weggooien er van. Mijn ouders zelf waren niet zo van het gedenken. Graven mochten er niet komen want ze vonden het maar verspilling om hun kinderen naar een steen te laten kijken waar ze net een bosje bloemen bij zouden hebben gelegd. Nee, het moest spoorloos zijn. En zo is er niets meer terug te vinden van zowel mijn vader als moeder. Het kind in mij begrijpt dat nog steeds niet maar tegelijk is er wel een soort duidelijkheid in hun keuze die achteraf gezien niet vervelend is. Ik heb het geluid van het antwoordapparaat weggedrukt en ben ontdaan langs de kant van de weg gaan staan. Misschien wel een half uur of zo. Weer een week later was ik gewoon naar bed gegaan en snel in slaap gevallen.

Mooi he? Hij keek me aan met de bekende glimlach die hem sierde als hij het naar de zin had. We stonden op de heuvel in het bos waardoor de kleine rivier de Kyll in een dal stroomde om uit te komen in een klein stadje. Jünkerath. Vanaf de heuvel was het station te zien en onze blik gleed over de spoorlijn die ergens links onder ons het bos uit brak om ergens aan de andere kant van het stadje recht voor ons weer in een bos te verdwijnen. Er scheen een week zonnetje want het had net geregend en het bos rook zoals de bossen in de Eifel ruiken. Ik zat op mijn fiets die ik al sinds mijn dertiende verjaardag had. Een rode Gazelle met te weinig versnellingen naar mijn zin. Hij zat op zijn oude Jüncker Paramount. Mijn zoon rijdt nog altijd op die fiets. Hij zag er geweldig uit, gezonder dan ik hem in jaren had gezien. Niet getekend door roken en alcohol maar gebruind door de zomerzon. Hij wees met zijn rechterhand losjes naar het stadje en mijn ogen volgden de richting die zijn hand aangaf. Ik wist dat we daarvoor naar herten hadden gekeken op de open plekken in het diepe bos. Het was nog vroeg in de ochtend en door de regen hing er een waas in het dal waar het licht doorheen scheen. Je kent dat wel, gefiltert licht waardoor alles zachter en mooier wordt.

Ik keek opzij. Hij stond niet meer naast me. Hij was nergens meer te zien. Verdwenen. En ik werd wakker. Ik heb hem nooit meer gezien daarna. Ook niet toen ik er wel aan toe was kennis te maken met hem. Maar in mijn gedachten is hij er nog en probeer ik het hem te vertellen. Wie ik ben. En waarom. Naar Jünkerath ben ik niet meer terug gegaan. Het stadje en het bos zullen veranderd zijn. De open plek zal niet meer bestaan. En dat verlies wil ik niet ook dragen.

Alice Anna © 2012

Belofte

foto: © 2011 Alice Anna Verheij – Damak, Jhapa, Nepal

Mijzelf beloven
zo onwerkelijk
zo nodig
als kolen
op verterend vuur
van diep verlangen

Ik beloof
lieve mij
terug te keren
naar andere grond
andere kleur
andere geur
ongeacht
drempels
en beren op wegen

De moesson zal
mijn huid strelen
en daar bij de rivier
klinken tempelbellen
en zachte stemmen
die fluisteren
in onbekende taal
doch door mijn hart
wel gehoord
verstaan
gevoeld

Sta mij de geur toe
van versgeplukte thee
geef het blauw
van bergen in de verte
en laat mij dansen
met jullie
en niets mij tegenhouden
geen band sterk genoeg zijn
mijn voeten te binden
want ik ga met ze mee
ik kan niet anders
immers
dan ademen
en leven

(c) 2012 Alice Anna Verheij

The Story of Mary Lloyd.

She was a beautiful and praised model at the end of the 19th century. Then she was forgotten.
Until 1933 when a newspaper article told her sad story to it’s readers. The she was forgotten again.
Until 1996 when Dr. Martin Postle, a British art historian discovered photographs of Lord Frederic Leighton’s atelier just after he died showing multiple paintings for which Mary posed. Just like she posed for Frederic Brock when he made the Victoria Memorial years later. Then she was forgotten again.
Until I saw the painting by Frederic Leighton titled ‘Flaming June’ and learned about the dispute regarding the model who sat for Leighton when he painted this painting. That triggered and puzzled me. And when I found out about Mary’s story there was no way back for me.

Mary Lloyd, the forgotten model is the main character in my upcoming Dutch language novel (hopefully to be translated into English later) De Engel van Kensington (The Angel from Kensington). Although large parts of Mary’s life are unknown and impossible to retrieve from the past the story of Mary Lloyd, the upper middle class girl who became a painters model and lived a rather quiet life, is a beautiful story full of 19th century fin de siècle atmosphere, 20th century interbellum excitement and love.

Mary Lloyd who at seventy was still a beautiful woman leading a poor life as a seamstress and housekeeper but looking back at a wonderful modelling career, deep friendships, beautiful art a two loves of her life. So, what really happened in Mary’s life?

The Angel from Kensington is planned for publication before Christmas 2012. The story of Mary Lloyd starts again today.

Alice Anna © 2012

Heimwee

Sangam chowk, Jhapa District, Nepal – foto: © 2011 Alice Verheij

Heimwee

Ik wil mijn hart weer voelen kloppen
weer mijn gevoel voelen stromen
de weemoed en de heimwee stoppen
en over een lieve liefde dromen.

Ik wil weer de vogels horen zingen
en de zon mijn huid voelen strelen
mijn tere hart staat op springen
want ik wil jouw haar weer strelen.

Ik wil al mijn zintuigen weten
op mooie gedachten kunnen rekenen
zingen en lieve woorden spreken
en ook jouw portret weer tekenen.

Ik wil gewoon in de regen lopen
spetters op mij voelen springen
en niet langer onvervuld hopen
op betere tijden en mooiere dingen

Alice Anna © 2012

50 en in de ontkennende fase.

Ok, lieve vrienden / vriendinnen / vriendandersen / lezers / lezeressen / lezerandersen en zo meer, ik ben vandaag 50. En in ontkenning. Natuurlijk. Maar goed, verjaardagen zijn alleen relevant voor mensen die echt hechten aan het decimale stelsel en in mijn wereldje is dat decimale me vaak te absoluut. Daarnaast het ik het geluk om tijdens leven geincarneerd te zijn waardoor ik twee levens in één prop. Er vanuit gaande dat de kat in mij er niet nog een zevental achter de hand heeft. En dus vandaar deze 1300e bijdrage.

Edoch, als iemand vijftig wordt gaat die door een crisis en die is dus ook lekker losgebarsten. Remedie: veel vrienden bij elkaar jagen en dronken worden. Er is geen bar hier dus mijn waardigheid kan ik niet verliezen door het dansen op een toog. Wel zal er gezongen, gedicht en verteld worden en hopelijk heel veel gelachen. Natuurlijk kon ik het niet laten om een liedtekste te maken op de melodie van een bekend Nederlandstalig lied en dus heb ik – hoe kan het ook anders – ‘Het Testament’ van Lennaert Nijgh onder handen genomen.

Het testament

Na grofweg 50 jaren in dit leven,
maak ik het testament op van mijn jeugd.
Ik heb nog wel wat goed om weg te geven,
maar zakelijk heb ik niet echt gedeugd.

Toch zijn er ook nog wat fraaie idealen,
mooi bedacht, hoewel ze uit de mode zijn.
Ik wil ze met je delen in mijn verhalen,
want heel misschien, vindt je dat wel fijn.

Aan mijn kinderen die zo graag nog wat leren,
laat ik met wat pijn de last na die ik droeg.
Om te proberen ze te behoeden voor ‘t verkeerde
en de klappen die ik kreeg en niet verdroeg.

En dan zijn er nog een stuk of wat vriendinnen,
die o zo lief en heel verstandig zijn,
en waarmee dus geen garen valt te spinnen,
maar die toch wel mijn allerliefsten zijn.

Voor mijn zoontje zijn mijn allermooiste dromen
wel wat ondeugend maar ach ze zijn zo mooi.
Ik behoor hem toch immers klaar te stomen
voor een leven buiten een gouden kooi.

Aan mijn vrienden laat ik graag ook mijn vermogen
verliefd te worden op een meid of knul.
Zelf ben ik helaas echt veel te vaak belogen
maar ga ‘t gerust toch maar proberen die flauwekul.

M’n lieve schat, ik laat jou alle nachten
dat ik tranen om jouw angsten heb gestort.
Maar bedenk het wel ik blijf niet langer wachten
en zal lachen want ‘t leven is mij te kort.

En die mensen die mij blijven bedreigen
“Dame, U bent nog lang niet van ons af!”
Kunnen de pot op en zullen niet veel krijgen,
Dat wil zeggen, ik heb het met hun gehad.

(instrumentaal)

Voor mijn ouders in mijn album met de plaatjes,
die zo lijkt het getuigen van een blije jeugd.
Is ‘t besef dat al hun mooie opvoedpraatjes
die zij vertelden niet echt hebben gedeugd.

Maar verder krijgen ze ook echt alle dingen
terug die ze mij ingeprent hebben die tijd.
Ze hebben me tenslotte niet gedwongen
groot te worden zonder felle pijn en spijt.

En dan zijn er ook nog enk’le goede vrienden
die van me houden, die ben ik lang niet zat.
Dus die gun ik al ‘t goede dat ze verdienen
nog vele jaren, opgesloten in m’n hart.

Verder niks, er zijn alleen nog een paar dingen
die zijn van mij omdat ‘n ander er niks aan heeft.
Dat zijn mijn nieuwste prachtherinneringen
die neem ik mee naar waar ik verder leef.

tekst: Alice Verheij © 2012

Confused? You shouldn’t be.

Many years ago there was a television series that started every episode with this great line:

“Confused? You won’t be after this weeks episode of… Soap.”

I love this line as it pretty much describes what I am about to tell and request you, dear readers, fans, lovers, friends and who-evers.

Most, if not all of you, know that I am an open and out transgender lesbian woman. Proud on all three labels and at the same time disgusted by the fact that labels exist because they discriminate, set people apart and make them vulnerable to ridicule. The thing is that I am very aware of the fact that I confuse people. Because I am who I am. Wether it is in a café or bar where sometimes a guy gets swept of his feet and starts asking indecent questions (yes, it happened again last week) or online where without asking people sometimes refer to me as a transsexual writer and film maker. As if my writing and film making has anything to do with my past and current gender.

The problem is that I am lesbian and transgender. This is socially a deadly combination in the lesbian community which is by it’s nature my natural hunting ground (pun intended). No really, I love and prefer women so it’s all perfectly natural being a woman myself and being single that I frequently move in the lesbian scene. Like hetero’s move around and meet people in their little part of this gendered world and gay men move around in their little dark rooms. I do not so much differentiate between transwomen and ciswomen, as long as they are gay and can connect with me I will find them interesting. And when attraction hits me the only thing that really counts is the fact that they’re women and not men.

Now why do I write all this and what has that to do with others being confused? It is all quite simple but for some people obviously too darn complex to grab. So let me explain.

I for one don’t give a damn that my past is influenced by transsexuality. And I also don’t give a damn that I happen to be lesbian (although I did hit up some guys in past years like most other lesbians do although some of them are to zealot to admit that). It’s always the others who seem to care. It’s the others who are ‘interested’ in my transsexual past and show that by indecent questions (and sometimes proposals) and a weird interest in how the plumming is inside my pants / skirt / dress / sarwal… I never ask them the same questions. It’s always the others who do.

So I often wonder why people can not just let things be as they are. Simply accept the fact that lesbians do exist and are as much female as any heterosexual woman and that transwomen (transgender or transsexual) are also just as much a woman as any cis gendered (genitalwise born) woman. And I also wonder why people seem to have the urge to think or advocate for me that transwomen should be treated just like anyone else. I don’t need others to speak for me. I don’t need others to advocate my rights to be who I am. And I certainly do not need any promotion for myself and my books and films with a fat line underneath the words trans and lesbian. If I want to use my sexuality and gender for promotion of myself and my work I can very well do that myself, thank you very much!

And as I don’t want to do that and am only interested to play the transgender and lesbian cards when that support emancipation of any of these groups I want to decide when those labels are used in connection with me. So please, please, please, just forget about all the crap concerning gender and sexuality when it comes to me and my work. If you haven’t noticed it by now let me tell you who I really am:

I am Alice Anna. I write. I make photos. I make films. I love women. I love South Asia. I love me.
(And maybe you if you’re lucky!)

That’s all there is to say about me. And if any of you ever want to refer to me as a transsexual or lesbian: ask me first! Because after all, that is none of your business until I allow you to make it such. Don’t abuse my identity, my gender or sexuality. Don’t abuse me. Because I have had it with that completely. And believe me that has everything to do with the general behaviour and transphobia in the lesbian and hetero scenes where a lot is said about acceptance and tolerance but much less is done to allow women like me to fully participate. My dear people, if not specifically requested by me in person, stay the fuck out of my knickers!

I rather see you buying my books, photos or come and watch my film when that’s coming out of the closet in a couple of months because you like them!

Alice © 2012

Ik kus vandaag een crocus.

 

foto: Harold Lloyd – creative commons

Lente

Ik kus vandaag een crocus
die met zijn billen in het gras
en zijn blaadjes in de lucht
knipoogt naar een dikke mus.

Er zingt vandaag een liedje
met mijn stem wat woorden
voor wie er luisteren wil
naar een vrolijk melodietje.

Ik knipoog vandaag naar jou
loerend naar een reactie
hopend op een lieve lach
gewoon omdat ik van je hou.

Alice © 2012

Here we go again…

I know it might sound cliché, but some clichés tell a true tale. Like this one. Norah Jones sings this Gram Parsons song the way I feel it. The longing and the loss, the hurt and the time it will take and the admiration for a lady living a hard life with an amazing voice who captured my breath and my heart. And broke it.

Things won’t change for the better. Some things will not repair, and sometimes it’s the memories that are left and to be cherished. Not in regret but with a pain that will become softer and lesser in time. And in the dark my tears will be there so that in the daylight they will not flow.

Ok, so it didn’t work out after all. And I am so sorry for that.

All things have a reason for happening someone told me a long time ago. So there is a reason for recent events. And without going into too much detail I think this one is pretty clear. The reason is probably ‘misjudgement’. Misjudgement of the ability to make that move in life. Misjudgement of intercultural language. Misjudgement of signals given and received. Misjudgement of what is really needed to build something special. Misjudgement of love. Misjudgement of feelings. The result is two broken hearts. And I do not regret the love I felt and still feel, I just regret that sometimes worlds collide and hearts can not synchronize.

And there the story ends. For her. And for me.

What’s left is two people, both hurt. Both lonely, both sad for what didn’t work out. For the one it’s not being able to grasp that opportunity to a better life at this moment in life. For the other it’s not being able to grasp that straw for a happier life. The emptyness that’s left is huge and unmanageable. What the future will bring is once again in the stars.

Today words are not enough. Maybe later. Music will do. Tomorrow I will perform. Sing on stage and be radiant because the show must go on and it will. I long for that performance and I am scared of it. Not for breaking apart because I wont, not for showing true emotions because I will. Not for having to last minute improvise because I can. But for the questioning eyes in the audience of the ones who know. And still I long to go on stage. The prove I am still there, hurt but never more myself than in this time. And to show my friends who I am and what I create. Because in the end that will be what’s left.

In the meanwhile I will just have to switch back to recovery mode. I will do that and I will survive. I always do so although there is a fresh wound that will change into another scarr on my heart. It’s not the first one but I will not allow myself to become sour and be scared for love, although I really am scared now. But that will go away slowly one day. I hope. Maybe someday there might be friendship left from all this, I don’t know because it’s not up to me. Today I had to step away gracefully. Gracefully, a strange word but in this case meaningful. I know I have friends for me to help me through this and I can only hope my love, that you will have friends and family to pull you through. I just was not meant to be I guess.

Alice

Liedjes stemming.

Verliefde mensen zingen graag liedjes. Ik ben er nu al een tijdje zo eentje. Kan er niks aan doen en dus is er hier nog een lief liedje in het Hollands. Gewoon omdat het heerlijk om zo af en toe liedjes in het Nederlands te schrijven. En dan liefst simpele liedjes zonder al teveel pretenties. Want die zijn voor later. Als ik groot ben en ouder en wijzer. Bij deze hoort een even eenvoudig melodietje. Als je eventjes een beetje doorleest ga je het vanzelf horen.

Ik zou vandaag nog willen gaan

Ik zou vandaag nog willen gaan

en naast jou komen staan

om al is het maar voor even

met jou te mogen leven

Gewoon gelukkig met zijn twee

dan ga ik met je mee

en ik maak dan mooie zinnen

om jou voor mij te winnen

Jij zingt een lied voor mij en dan

weet ik dat het echt nog kan

simpel vrij zijn van het gedoe

kijken wij nog jaren toe

Hoe de wereld zich dan druk maakt

over wie er waarvoor staakt

Dus wil ik straks al naar je gaan

en naast jou komen staan.

Alice © 2012

Je zou weten…

Vandaag is het precies 1 maand sinds ik mijn lief heb moeten achter laten in Nepal. Sinds die trieste dag is zij elk uur, elke minuut en seconde in mijn gedachten en staat mijn leven in het teken van een terugkeer naar haar. Vandaar dat ik vandaag een liefdesliedje uit het prachtige Afrikaans vertaald heb naar het Nederlands en het Engels. Dit lied draag ik op aan haar die mijn hart gevangen heeft en het goed voor mij bewaard tot ik het terug kan gaan halen.

Goed, in het Engels heb ik het liedje ‘Hoe ek voel’ dus al vertaald maar het mooie en vooral lieve liefdesliedje schreeuwt om een Nederlandse versie. Johannes Kerkorrel’s tekst van het Afrikaans naar het Nederlands omzetten is minder vanzelfsprekend dan de verwantschap in taal wellicht suggereert en dus heb ik gekozen voor een benadering van de tekst. De interpretatie van het origineel door Amanda Strijbos heeft mij altijd ontroerd. De laatste ruwe kantjes van mijn tekst heb ik inmiddels weggeslepen zodat dit diamantje ook in het Nederlands echt mooi kan glimmen.

Het verhaal achter het leven van Johannes Kerkorrel is het verhaal van een homoseksuele journalist en artiest die ten tijde van het apartheidsregiem in Zuid Afrika van de radio verbannen werd omdat hij teksten van toenmalig president Botha ironisch gebruikte in zijn teksten. Jaren later heeft hij een einde aan zijn leven gemaakt. Zijn nalatenschap bestaat uit prachtige liedjes met een hoog poëtisch gehalte.

Met een beetje geluk kan ik het morgen aan de vleugel eens zingen om te zien of het klopt met mijn bedoeling. Het origineel is in het hier beneden gepubliceerde YouTube filmpje nog eens te beluisteren. Zo mooi kan Afrikaans zijn!

Dit is het geworden…

Je zou weten…

Als ik je niet kon vertellen
Als ik jou niet kon laten zien
Zou ik een schilder bestellen
En hij zou schilderen misschien
Als hij ’t dan eindelijk voltooid
En af zou maken o zo mooi
Zou je weten, jij zou weten
Al had je het wellicht vergeten
Wat ik voel, wat ik voel, voor jou!

Als ik je niet kon laten zien
Als ik jou niet kon laten lezen
Zou ik kopen een faxmachien
Mijn gedichten laten zien
Wanneer je die ontvangen zou
En lezen en geloven wou
Zou je weten, jij zou weten
Al had je het wellicht vergeten
Wat ik voel, wat ik voel, voor jou!

Als ik je niet kon laten lezen
Als ik jou niet kon laten horen
Zou ik duizend zangers zenden
Die een avondserenade brengen
Je zou dan direct ontwaken
En jouw ramen open maken
Je zou weten, jij zou weten
Al had je het wellicht vergeten
Wat ik voel, wat ik voel, voor jou!

Je zou weten, jij zou dit weten
Je zou dit weten, jij zou weten
En het vast niet meer vergeten
Wat ik voel, wat ik voel, voor jou!

Originele tekst in het Afrikaans: Johannes Kerkorrel
Nederlandse tekst: Alice Verheij © 2012

En mocht iemand denken dat ik dit voor mijn lief gedaan heb dan klopt dat aardig hoewel ik vrees dat ik nog niet in staat ben tot een lied in het Nepalees…

Alice © 2012

If I could not tell you…

Today it is exactly 1 month ago that I had to leave my love behind in Nepal. Since that sad day my mind has been with her every hour, minute and second of the day. This lovesong translated by me from the beautiful Afrikaner language version I dedicate to my love and my heart.

Just a little love song in the works. I’m in that mood today, I wonder why (well not really…). So this is Amanda Strydom’s beautiful ‘Hoe ek voel’ in English… Some changes might still be made in the coming days. I love this song! Original lyrics in Afrikaans by Johannes Kerkorrel, the gay singer who in the aftermath of the Apartheid regime in South Africa was so controversial that he was banned from radio. He ended his life some years later under still unclear circumstances. His inheritance is one of wonderfully crafted and sometimes lyrical songs that still touch the hearts of many. Further on you can listen to the original on YouTube.

So here’s my English language version:

If I could not tell you

So if I could not tell you
If I could not let you see
I would order a portrait painter
To make a painting of thee
And if he would finally finish
If he would finish his masterpiece
You would know, you would know
That what I did, didn’t show

How I feel, how I feel, for you!

If I could not let you see
If I could not let you read
I would rent a fax machine
And send poems made by me
And if you then would receive
If you read and can believe
You would know, you would know
That what I did, didn’t show
How I feel, how I feel, for you!

If I could not let you read
If I could not let you hear
I would send a choir to you
A serenade in the evening late
And if you would wake up then
And throw your windows wide open
You would know, you would know
That what I did, didn’t show
How I feel, how I feel, for you!

You would know, you would know this
You would know this, you would know
That what I did, didn’t show
How I feel, how I feel, for you!

Original music and lyrics: Johannes Kerkorrel
English lyrics: Alice Verheij © 2012

Alice © 2012

Ik wil de vuurvliegjes zien.

Eind februari wordt in theater Branoul een uniek en prachtig kleinkunstprogramma gepresenteerd door MAXimaal. Een groep vrienden waar ik deel van uit maak die onder leiding van de briljante Max Douw zullen uitleggen waarom vluchten nog wèl kan in tegenstelling tot wat Annie MG Schmidt in haar lied schreef.

In dat programma leg ik het leven uit aan de hand van mijn dromen over vuurvliegjes. In meer woorden dan er hier staan en op geheel andere, niet zo van mij gekende, wijze. Want vuurvliegjes gaan over het grote verlangen, over dat ik weer de vuurvliegjes wil zien… en omdat vuurvliegjes het mooiste zijn met de liefste vrouw aan mijn zij.


photo: ‘Firefly Kids’ by the amazing Dan Escober 


Ik wil de vuurvliegjes zien en aapjes in de schemering
en duizend vogels in het woud die fluiten naar mijn lieveling

De blauwe en gele zangertjes zingen van verlangen
over knalgele bloemenkransen om om jouw hals te hangen

Ik wil de rijst weer zien groeien, grote kikkers horen kwaken
ossen ploegen horen sleuren en kind’ren die kreten slaken

Mooi diep rood poeder kopen op markten met ongeproefd groen
en tomeloos verdwalen op zoek naar jouw lieve zachte zoen

Ik wil voor altijd gelukkig zijn het maakt niet uit waar en hoe
zolang het maar weer samen is en met jouw lieve glimlach toe

Dan kan ik me over geven aan ’n altijd zingend bestaan
gewoon omdat het zo fijn is om naar jou te kunnen gaan

Alice © 2012

Mijn hart schuurt me in de borstkas.

Zoals ik dus al meldde: ik ben verliefd.

Gelukkig is de (on)gelukkige zelf ook verliefd en laten we dat nu op elkaar zijn. Wat wel bijzonder prettig is natuurlijk.
Minder prettig is dat we dat gevoel in stand moeten zien te houden met twee formidabele tegenstanders: tijd en afstand. Einsteiniaans sterke tegenstanders die in staat zijn om de prilheid van de liefde te testen op een onbarmhartig sterke wijze. Want wat doe je als je hart in de handen is van iemand die grof genomen zo’n tienduizend kilomertjes van je verwijderd is.

Precies, je wordt onzeker en verdrietig. Onzeker omdat er altijd die angst is van het aloude ‘uit het oog, uit het hart’ principe  en verdrietig om fysieke afstand net als emotionele afstand een mens verdrietig stemt.

Gelukkig is er dan internet zou je denken maar in rurale gebieden in een berglandje is dat niet iets dat als vanzelfsprekend aanwezig is en al helemaal niet op een manier dat het betaalbaar zou zijn voor mensen die een financieel gezien arm bestaan hebben. Telefoon dan? Bel maar eens die kant op en het is alras duidelijk dat de vertragingstijd van een satelliethop in de verbinding niet bevorderlijk is voor soepele communicatie. Om nog maar niet te spreken van de gebrekkige geluidskwaliteit van dergelijke long distance calls.

En dus zit er niet veel anders op dan het doormaken van wat wijlen mijn moeder een zeemanshuwelijk noemde. Brieven schrijven over en weer, af en toe bellen (ondanks de genoemde bezwaren), emailen (die dan dagen later pas gelezen worden) en uiteindelijk gewoon maar die afstand overbruggen. Als er voldoende pecunia zijn te besteden natuurlijk.

Het zal niet verbazen dat al in de eerste dagen na het betraande afscheid en de daarop volgende ‘thuiskomst’ mijn hart dus in mijn borstkas schuurt. Niet dat ik nu hele nachten lig te huilen of zo of dat ik hele dagen als verdwaasd over straat slenter of – erger – me isoleer in mijn kamer. Nee, dat gebeurt niet maar wel is er die permanente weeheid ergens onder de ribben tussen maag en hart in. Als je ooit verliefd bent geweest herken je het vast wel. Gegeven dat liefde het mooiste geschenk is dat er bestaat ben ik natuurlijk vooral gelukkig met de situatie en zal ik dus de moeilijkheden gewoon maar proberen het hoofd te bieden. Ik ben de enige niet, die ene mooie, leuke, lieve, geweldig aardige, vrolijke, spannende vrouw daar achter de Himalaya zit in hetzelfde schuitje wat dat betreft. Het komt wel goed ga ik maar vanuit.

Liefde, het blijft mooi en moeilijk tegelijk.

Alice © 2012

Leuk bericht tussen het Hollands winternieuws.

Ik ben verliefd.

Alice.

What are you doing the rest of your life?

Iemand zei me eens dat de nacht rare dingen met een mens doet. Deze nacht is slapen niet mogelijk want de storm in mijn hart overstemd de storm die buiten raast.

Deze muziek ontlokte de volgende zin aan me:

Your voice melts my heart while listening in the midst of a nightly storm replacing sorrow with sweet anticipation of early morning life.

Nauwkeuriger kan ik het gevoel bij deze jazz in de donkerte van de nacht niet omschrijven. Muziek die niet alleen troost maar een belofte inhoudt.

Want ik weet dat je ergens bent en
we zullen elkaar ooit ontmoeten.
Geen idee waar ter wereld
of in welk jaargetijde.
Maar je bent er dan, net als ik.
Wachtend in een nacht op de belofte
van de ochtend waarop we samen zijn.
Dan zal mijn storm zijn gaan liggen
mijn hart zijn gaan rusten en
mijn lichaam niet langer verteren
door eindeloos verlangen.
Ik zal die blik in je ogen zien
wanneer op dat ene magische moment
je me bevestigend aankijkt.
En mijn lief dan weet je
wat je de rest van je leven zult doen.

Alice © 2010