Herstart

Een flink jaar na het sluiten van dit blog / schrijfproject start ik een nieuwe: “De schrijfdoos“, onder pseudoniem. Ik beschrijf er in korte teksten en anekdotes de wederwaardigheden rond het ontstaan van de boeken waar ik nu aan schrijf.
Je kunt het lezen op www.annaros.nl of volgen via de Facebook en Twitter als je met me verbonden bent op die sociale media.

Anna A. Ros (Alice Verheij)

Advertenties

Het is om te janken.

Het is om te janken, het is om te janken zo mooi.

Maarten Roozendaal is niet meer. Gewoon, zomaar. In korte tijd, een half jaartje of zo, kantelde zijn leven naar het niet leven.

Als een leeftijdsgenoot sterft, Maarten was van het mooie jaar 1962 dat ook mij voortbracht, als een leeftijdsgenoot sterft dan krijg ik een klap in het gezicht van mijn zelfvertrouwen. Zoiets zet me op mijn plaats. Doet me beseffen dat sterven misschien gewoner is dan leven. Er zijn immers meer gestorvenen dan levenden. Het maakt dat ik nog nadrukkelijker de angst voor het niet voluit leven voorbij wil. Zo ongeveer als de yellow roman candles van Kerouac. Maarten was een dichter. Sommigen zeggen liedjesschrijver of kleinkunstenaar. Maar voor mij was hij een dichter. De melodie immers was ondergeschikt aan de teksten die hij schreef en met zo’n aantrekkelijke intensiteit er uit gooide. Rock & roll is niet voorbehouden aan musici.

Trouwens, volgens mij zit Maarten nu ergens tussen die Nijgh en Vinkenoog ons te bekijken. Met een glas in de ene en een sigaret in de andere hand. Nijgh plagend om zijn softe teksten en door Vinkenoog geplaagd wordend want hoewel die twee voor mij op dezelfde eenzame hoogte van de Nederlandse poëtische ladder staan was Simon toch net even complexer. De drie kijken naar ons en zitten vast grappen en grollen te maken over die rare Hollanders die zich druk maken over wat er niet toe doet en ondertussen vergeten te doen wat zij deden: leven. Want geleefd heeft Maarten. Gezopen, gerookt en vast de rest ook wel. Ach, daar komt Martin Bril ook even. Ramses zit op een bankje aan de zijkant en kijkt koninklijk toe. Aan de andere kant zit Toon, met een glimlach. Hij schrijft een lief gedichtje.

Het is druk geworden daarboven. Alle mooie mannen van de taal lijken zich er verzameld te hebben en dat betekent als vanzelf dat het hier beneden verdomde leeg is geworden. Het gat dat al geslagen was in de afgelopen jaren is weer een beetje groter gemaakt door het vertrek van Maarten. Met stille trom, zonder al teveel gerucht. Gewoon uitgedoofd in een half jaar. Weg. Old soldiers fade away immers.

Het maakt het er niet leuker op hier en precies om die reden denk ik dat we maar een beetje ons best moeten doen om ons niet te laten afleiden door het gesodemieter van de politiek, de crisis, het geweld en de oorlogen en wat God, Joost of wie dan ook nog meer weet. Misschien moeten we maar wat gemakkelijker worden en onszelf het leven toestaan. Verliefd worden omdat dat zo lekker is, drinken als we willen drinken en met hedonistisch genoegen de bohémien uithangen. Want uiteindelijk doet het er allemaal niet zoevel toe. Voor ons vele anderen, of eigenlijk na ons vele anderen. Misschien moeten sommigen van ons meer een Maarten worden. Want hoewel zijn leven te kort was, was het wel een leven. In alle opzichten. Met passie, met woorden, met poëzie, met liedjes. Die allemaal achter gebleven zijn als een groot kado aan een wereld die er allemaal geen donder van begrepen heeft.

Maarten, het ga je goed daar man. Doe die andere mannen de groeten. Ik neem er eentje op je ondanks dat ik het flauw vind dat je vertrokken bent. Dat, Maarten, is gewoon helemaal niet leuk van je. Maar het is je vergeven. Want al valt het niet mee, het lukt ook zonder jou.

© Alice Anna Verheij

Je bent minister en je schrijft een brief…

Je bent minister en je schrijft een brief. Over een beleidsgebied waar je verantwoordelijk voor bent. Dat wordt van je verwacht door het parlement want dat wil iets hebben om een beetje een beeld te krijgen van wat je op dat gebied wel en niet gaat of wilt doen.

Zo’n brief schrijf je natuurlijk niet zelf. Je zet er je handtekening onder, dat wel. Wellicht heb je er een serie gesprekken over met coalitiegenoten in het kabinet of misschien dat niet eens. Tuurlijk, je praat er over met je ambtenaren en misschien doe je net nog iets meer en geef je hun aan wat je verwacht dat er in de door hun geschreven brief komt te staan. Er gaat niet één ambtenaar maar een hele wagonlading aan de slag want de minister wil een brief hebben. Vanuit alle beleidsterreinen binnen het ministerie die ook maar iets met het onderwerp van die brief te maken hebben wordt er bijgedragen aan de tekst. Die een verzameling wordt van gemeenplaatsen, algemeenheden, ingetrapte open deuren en zorgvuldig geformuleerde intenties. Soms zelfs een voornemen.

2013-05-12 at 12.51.22

Op een zondagmiddag krijg je het resultaat, je man snijdt ondertussen het vlees voor de maaltijd, en je leest de tekst door. Als rechtgeaarde politica zit het compromisgedrag je in de aderen en dus vind je op een enkel punt na het een heel decent stuk. De opvolgende maandag laat je jouw directeur op het ministerie weten dat er nog wat geschaafd moet worden en op de dinsdag is het voor de bakker. Je eigen beleidsbrief die je vervolgens naar het parlement stuurt.

Je heet Jet Bussemaker en bent minister in een kabinet van schraalhansen en liberaal grijze duiven. Je bent vrouw. Je brief gaat over emancipatie en dus over vrouwen. Je bedenkt niet dat de diversiteit aan vrouwen zo groot is in dit land (en elders ook trouwens) dat je brief bijna per definitie door een flink deel van die vrouwen niet gepruimd gaat worden. Je geeft een interview aan Trouw.

En dan gebeurt het. Trouw zou Trouw niet zijn of er wordt iets uit die brief gelicht, op een verbaal schaaltje gelegd met de spot er op gericht en je wordt om commentaar gevraagd. Je trekt je positivo houding aan en geeft antwoord in alle naïviteit. Je geeft in dat antwoord vrouwen een verbale draai om de oren maar je bent niet specifiek genoeg en je verzuimd om de andere aspecten uit je brief in te zetten voor een afgewogen antwoord. Trouw zou Trouw wederom niet zijn als ze daar geen gebruik van maken en het op het schaaltje liggende onderwerp wordt met jouw antwoord er bij niet alleen in de spotlights gehouden maar ook uitvergroot.

Opeens blijkt dat je een minister bent die ‘vrouwen aanvalt op hun gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef voor hun eigen onafhankelijkheid’, ‘vrouwen aan het werk stuurt in een baanarme arbeidsmarkt’ en ‘vrouwen in een post feministische klem zet’.

Dat was natuurlijk niet je bedoeling. Niemand in de media rept over die goeie passages over onderwijs en zorg en je wordt van alle kanten aangevallen. Verdikkie. Je dacht het nog zo goed gedaan te hebben en eigenlijk vind je ook echt dat vrouwen in het algemeen zich onttrekken aan het organiseren van hun eigen zelfstandigheid. Je bent immers liberaal.

O nee, je bent socialist. O nee, sociaal democraat. Ach jee.

Repareren heeft geen zin en dus kies je ervoor om vooral maar stil te zitten als je geschoren wordt, om maar eens een in dit geval genderscheve uitdrukking te gebruiken. In interviews spreek je je niet echt meer uit, over een paar weken immers is de wind vast gaan liggen en kun je terug naar de zondagmiddagmaaltijd. Je man is tegen die tijd wel klaar met het vlees snijden. Alleen opeens smaakt het niet zo lekker meer en je komt er achter dat hij niet zo goed is in het snijden en braden van het vlees. “Verdorie, ik moet ook alles zelf doen” zegt een stemmetje in je hoofd. Met weemoed denk je aan de tijd dat de media teksten echt lazen en niet iedereen als stuip het proberen af te branden van een bewindspersoon heeft maar probeerde een discussie aan te gaan. En aan hoe je moeder van die lekkere sucadelapjes braadde. Uit nijd gooi je je smartphone in de prullenbak. Dat stomme facebook en getwitter van al die mensen die van alles en nog wat vinden maar niet eens serieus het gesprek met je aangaan en wel direct in hun eigen veroordelende stuip schieten ben je hartstikke zat. Net als het vlees, veel te zout.

En dat op moederdag. Emancipatie, bah!

© 2013 Alice Anna Verheij

Voor wie de brief van Jet wil lezen: 110513_brief_bussemaker

Wat een week!

De afgelopen week was me er eentje.

Om te beginnen waren er de dagen in Parijs voor de OuiShare conferentie die ik samen met een paar wijkgenoten bezocht. Nou ja, eigenlijk alleen de eerste dag want daarna was ik ook wel klaar met die conferentie. Een paar dagen nadien en flink wat ander werk maken dat het beeld dat ik vooraf had en dat ernstig bevestigd werd op die eerste dag alleen maar sterker is geworden. Wat mij betreft was het allemaal ‘much to do about nothing’. Vernieuwingsgraad laag, babbelgehalte hoog, extase afwezig, kunst idem dito en dus eigenlijk niet interessant. Parijs zelf was dat echter des te meer en de twee dagen waarop ik vijentwintig jaar oude herinneringen overschreef met nieuwe, rondzwierf in de stad, Hemingway’s voetsporen poogde te drukken èn een berg foto’s gemaakt heb, zijn voor herhaling vatbaar. Niks fijner dan met een goede camera zwerven in een stad als Parijs op de eerste echte lentedagen. Of het nu ikzelf of Anna Ros was die er gezworven heeft en in La Belle Hortense, Café de Flore en Les Deux Magots zat weet ik nog niet precies.

Alice AnnaCafé de Flore in St. Germain-des-Prés, Parijs

Eenmaal terug was het vol aan de bak met het monteren van Dooie Pier, mijn eerste documentaire die ik samen maak met Arna van der Sloot voor televisie en die aanstaande zaterdag op TV West wordt uitgezonden. Vijentwintig minuten over de pier bij Scheveningen bezien door de ogen van verschillende generaties Scheveningers. Moet hij blijven of moet hij weg? Of wordt het opknappen en wat zijn de herinneringen die ze hebben aan dat markante bouwwerk voor de kust van Scheveningen? Dit is de promotie poster met daaronder de teaser voor de film.

dooie pier poster horizontaal klein

Tussendoor is dan ook nog eens WoordenStorm opgericht. Na een paar jaar in de koelkast gelegen te hebben en niet als bedrijf te functioneren werd het tijd (en bleek het mogelijk) om mijn eenvrouwszaak dan toch maar van de grond te tillen. Het eerste werk is er ook al en dus is de start ‘vliegend’. Mooi en fijn.

De komende dagen zijn wat rustiger en dan kan er gewerkt worden aan de verschillende projecten, van tijdreisgids en toneelstuk tot vertaalwerk en het schrijven aan mijn eigen romans, het voorbereiden van foto exposities en nog zo het een en ander.

Het is en wordt een mooi en druk jaar. Nu maar hopen dat het goed blijft gaan.

© 2013 Alice Anna Verheij

Eindigt vanavond mijn strijd?

Vanavond om kwart over acht vergadert de Tweede Kamer plenair over wat de wijziging van de transgenderwet wordt genoemd. Hier kun je er meer over lezen. Het is voor mensen als ik een historische vergadering, in potentie. Voor mij kan het betekenen dat ik na die vergadering eindelijk de erkenning krijg voor wie ik ben, iets dat mij tot op heden door de Nederlandse Staat onthouden is.

Als het goed gaat vanavond zal ik over enige tijd een nieuw paspoort kunnen halen aan het loket van de gemeente waarin bij geslacht een ‘V’ staat in plaats van het injuiste ‘M’. Ik hecht daar waarde aan omdat ik nu eenmaal als vrouw door het leven worstel. Zelfs mijn lijf is aangepast en toch is de juridische wijziging er nooit gekomen.

tgflag

In het kort is (en hopelijk was) mijn strijdpunt dat ik weiger me te onderwerpen aan een wet waarbij van mij geeist wordt dat ik met een doktersattest aantoon onvruchtbaar te zijn. De huidige wet immers schrijft gedwongen sterilisatie voor transseksuelen voor. Dat is uiteraard een grove schending van de mensenrechten want die Universele Rechten van de Mens schrijven voor dat een staat de fysieke integriteit van een mens niet mag (laten) aantasten. De overheid heeft simpelweg het recht niet om een dergelijke voorwaarde te stellen. Waarbij nog komt dat voor die wijziging een gang naar de rechter nodig is die vaak niet betaald kan worden en onnodig duur is. Tot slot mag een ander dan zelfs nog bezwaar aantekenen wat er op neer komt dat zo ongeveer iedereen het recht heeft op dit moment om tot juridische aanranding over te gaan bij transseksuelen. Want wat heeft een ander ermee te maken of ik als mens onvruchtbaar ben.

Natuurlijk hoop ik dat het huidige wetsvoorstel geaccepteerd wordt en de wet aangepast wordt naar een meer humane wet. Waardoor mijn lijdensweg eindigt en ik in de toekomst verschoond zal blijven van de bijna dagelijkse post van overheid en overheid gerelateerde organisaties die me aanschrijven als ‘dhr’ in plaats van ‘mevr’. Ik zal niet langer door de telefoon en aan het loket moeten uitleggen bij de meest banale handelingen dat ik toch echt A.Verheij ben en ja dat ik een vrouw ben en niet een man zoals op het scherm van de ander staat vermeldt.

Maar ik wantrouw de politiek diep. Ik wantrouw de parlementariërs die jarenlang mijn groep mensen bedrogen heeft, veronachtzaamd heeft en onze rechten geschonden. Ik wantrouw de partijen die vaak riepen maar nooit waarmaakten en ik ben bang voor de woorden van kamerleden die om wat voor reden dan ook dit wetsvoorstel tegen willen houden. Die woorden immers, als ze vallen, zullen in mij snijden, mij kwetsen, mij weer opzij zetten.

Misschien valt het mee. Misschien komt het goed. Misschien eindigt mijn strijd. Vanavond zal ik er zijn, op de publieke tribune. En als ze die wet niet wijzigen zal ik me laten horen, ook als de kamerregels dat verbieden.

© 2013 Alice Anna Verheij

1500

1500

Op 28 november 2005 schreef ik de tekst ‘1 jaar’ hier. Dit is hem:

1 jaar.

Tsja, en dan is het op 28 november ineens 1 jaar geleden.
1 jaar terug was er de wanhoop.
1 jaar terug was er de worsteling.
1 jaar terug was er geen toekomst.
1 jaar terug was er een goede vriend.
1 jaar terug was er een goed gesprek.
1 jaar terug was er een arm om mijn schouder.
1 jaar terug kwam er weer hoop.
1 jaar terug kwam er weer rust.
1 jaar terug begon mijn nieuwe leven.
En ja, dan is het ineens 1 jaar verder.
Ineens ben ik 1 jaar.
Al had het misschien 20 jaar eerder gemoeten,
het is goed zoals het is. Het is goed zoals het gaat.
Het is nu 1 jaar dat ik op weg ben.
Het is nu 1 jaar dat bijna iedereen met me meereist.
Het is nu al 1 jaar een mooie reis.
Het was een wonderlijk, spannend, soms moeilijk maar vaak mooi jaar.
Het was een jaar waarin ik veel mooie mensen heb leren kennen.
Nu na 1 jaar voel ik me zoveel sterker.
Nu 1 jaar kan ik eindelijk mezelf zijn.
Vanavond brand ik een kaars voor al die lieve mensen om me heen.
Ik ben ze dankbaar.

Alice.

Nu schrijf ik het 1500e bericht hier. Op zo’n moment leest een mens zijn eerste tekst terug. Zo nalezend kan ik me de euforie van dat moment, een jaar na mijn coming out nog goed herinneren. Het was nog voordat de stormen mij zouden treffen. Voordat het leven definitief op zijn kop ging en mijn wereld voorgoed zou veranderen. Ik was nog in veel opzichten die persoon uit mijn vorig leven. Pas op weg. Groen. Kakelvers. Pril. Juvenile.

We zijn nu een krappe 7,5 jaar verder. Ik ben 7,5 jaar verder. Mijn oude leven lijkt een eeuwigheid geleden. Ik heb op verschillende plekken gewoond, in Azië zelfs op een paalwoning tussen rijstvelden in. Liefdes kwamen en gingen, Pijn kwam en ging. Ik leerde onderweg dat een mens niet ongestraft een transitie mag doormaken zoals ik dat gedaan heb. De straf is het verlies van mensen en bezit, status en in zekere zin veiligheid. Maar de uitkomst na als die tijd is interessant genoeg nu juist een positieve.

Mijn weg sinds dat bericht van die 28e november heeft me geleerd wat vriendschappen zijn, en wat liefde is. Het heeft me geleerd dat een andere manier van leven misschien wel veel beter is dan wat ik voor die tijd dacht. Ik heb geleerd erg gelukkig te kunnen zijn met erg veel minder, ik heb geleerd dat zelfs armoede niet per sé vervelend hoeft te zijn zolang er een dak boven het hoofd is en de gezondheid goed is. Ik heb geleerd dat zonder concessies me wijden aan de kunst die ik maak me uiteindelijk zo goed als alles in mijn leven heeft gebracht. Al mijn vriendschappen en activiteiten van tegenwoordig komen voort uit het schrijfvak dat op die 28e november hier startte.

Deze schrijfplek heeft me over de wereld laten reizen, van Amerika en Egypte naar verschillende landen in Europa en uiteindelijk naar Nepal en India dat altijd in mijn hart zal zijn. Recent naar mijn eigen verleden en jeugd, naar Engeland. Dat alles in het besef dat mijn reis nog lang niet ten einde is als mij de tijd gegund wordt.

Deze schrijfplek heeft me aangezet tot het schrijven van romans. Ik ben hier opgegroeid van de lichtvoetigheid en mallotigheid van ‘Droomreis Afrika’ via de maatschappelijke thriller ‘Eén latte, een cappu en een espresso’ tot het gevoelige ‘Headwind, Laxmi’s Story’ en uiteindelijk naar de trilogie ‘Lachrymae’ waar ik nu bijna een jaar mee bezig ben en die mij de komende jaren zal blijven vasthouden.

Maar het allerbelangrijkste dat deze schrijfplek me heeft gebracht is de meer dan 400.000 bezoeken waarbij mijn teksten gelezen zijn, becommentarieerd en soms vermenigvuldigd.

De komende week vertrek ik naar Londen voor ontspanning èn research ten behoeve van mijn nieuwe roman. Daarna ga ik in een onverwachte en ongewenste retraite waarover later dit jaar een boekje zal verschijnen. Er zal een radiostilte ontstaan hier die ik af en toe onderbreek met een tekst, een verhaal, een overweging of een gedicht.

Voor nu, bedankt voor het lezen van mijn teksten en de commentaren die jullie schreven. Blijf bij me, dan zal ik gewoon verder gaan.

Alice Anna Verheij

De lange gang naar erkenning.

In de afgelopen jaren heb ik meerdere malen op deze plaats geschreven over de wetgeving rond aanpassing van het juridische geslacht en de geslachtsaanduiding, bij de burgerlijke stand. Dat heb ik gedaan vanuit de stellingname dat ik mij niet ondergeschikt wens te maken aan een wet waarvan allang gekend is dat die indruist tegen de universele rechten van de mens, verdragen waar de Nederlandse staat zich aan heeft verbonden, humane en ethische criteria en simpelweg boerenverstand van fatsoenlijke mensen.

Ik heb zelf er nadrukkelijk voor gekozen om na mijn fysieke geslachtsaanpassing in 2007 niet een procedure tot juridische wijziging van mijn geslacht bij de burgerlijke stand af te dwingen. Dat was en is een activistisch standpunt.

Lijdensweg

Mensen die mij kennen weten hoezeer ik lijd onder de structurele foutieve aanduiding in de post die ik van allerlei instanties krijg, aan de telefoon zodra er weer iets officieels aan de orde is of aan het loket als de ambtenaar in kwestie meer op zijn of haar computerscherm dan op mij als mens is gericht. Jarenlang structureel aangeduid worden als ‘meneer’ na alles wat ik al doorgemaakt heb is bepaald geen pretje. Sterker nog, het doet iets met je. Je voelt je buiten de realiteit geplaatst en in zekere zin buiten de maatschappij en er ontstaat, hoe goed je je daar ook tegen wapend, een zekere mate van verbittering. Ik noem dat schade. Het is de collateral damage die een transseksueel mens ondervindt als gevolg van de transitie in combinatie met het overeind houden van eigen waardigheid en principes. Ik had de wijziging kunnen laten doorvoeren onder de huidige wet maar dan wel ten koste van mijn principes rond mensenrechten.

transgenderlogoZelfs mijn beste vrienden, vriendinnen en vriendandersen hebben er in de afgelopen jaren bij me op aangedrongen om toch maar die gang naar de rechtbank te maken. Er is me zelfs aangeboden dat voor me te betalen als ik geen rechtshulp zou krijgen. Toch heb ik de stap nog steeds niet genomen. Want het valt me zwaar om me te schikken naar een wet die iets van mij eist dat gewoon niet in de haak is.

Op dit moment ben ik blij dat ik die stap niet gemaakt heb want het begint er op te lijken dat het over een tijdje niet meer nodig is. Na jaren pleiten, ageren, vechten, discussiëren en bedonderd worden door politici van ALLE politieke denominaties, lijkt het er op dat binnen afzienbare tijd ten lange leste die discriminerende en mensenrechten schendende wet van tafel is.

Hoe zat het ook alwaar met mijn bezwaren?

Allereerst eist de wetgever een artsenverklaring dat ik onvruchtbaar ben. Dat is een archaïsch en inhumaan criterium want het impliceert overheidsdwang tot sterilisatie voor mensen die in het maatschappelijk verkeer slechts aangeduid willen worden als zijnde van het geslacht dat in overeenstemming is met hun psyche. Los van de lichamelijkheid. Dit criterium heeft simpelweg mensenlevens gekost doordat sommigen niet overeind zijn kunnen blijven onder de druk van het moeten ondergaan van een geslachtsaanpassende operatie in combinatie met de transitie effecten in het dagelijks leven. Het suïcide percentage on transgenders is – gedocumenteerd – erg hoog en ik kan er helaas over meepraten. Dat wil zeggen, ik kan er nog over praten omdat ik geluk heb gehad. De overheid mag vanuit menselijk perspectief een dergelijke eis nooit stellen en zelf heb ik me door die eis altijd behandeld gevoeld als een freak die erger is dan de ergste zedencrimineel. Een overheid die mij oplegt om me gedwongen te laten steriliseren / castreren terwijl bij de grootste monsters dat nog niet wordt opgelegd als straf is een overheid die mijn vijand is. Voor de goede orde, het feit dat ik zelf er voor gekozen heb om me te laten opereren met als gevolg dat ik onvruchtbaar ben doet niet ter zake als het gaat om de vraag of de overheid rechtmatig handelt als ze een sterilisatie eis stelt. Vandaar mijn principiële standpunt waarin ik de overheid dat recht ontzeg gebaseerd op het universele en onvervreembare recht van een mens op integriteit van lichaam en geest. Vandaar dat in de jaren na mijn operatie ik die overheid ben gaan zien en ervaren als mijn vijand. Voor vijanden buig ik niet.

Daarnaast vind ik het problematisch dat er een rechtsgang nodig is voor juridische geslachtswijziging. Onnodig complex, onnodig duur en erger nog, er zit een beroepsmogelijk voor derden in die bezwaar tegen die verandering kunnen indienen. Daarmee wordt je in pricipe blootgesteld aan maatschappelijke chantage.

Wetsvoorstel

Op dit moment ligt na lange jaren wachten en discussiëren met onkundige politici en ambtenaren er eindelijk een wetsvoorstel bij de kamer. Staatssecretaris Teeven heeft in tegenstelling tot al zijn voorgangers woord gehouden. Later dan toegezegd door hem, maar het ligt er nu wel. Dat is op zich al een mijlpaal. Het voorstel houdt grof genomen in dat je simpelweg naar de Burgerlijke Stand in je gemeente gaat, een verklaring van een deskundige op de balie legt, de verschuldigde leges betaald en dan klaar bent. Je geslachtsaanduiding wordt dan in de Gemeentelijke Basis Administratie (en in het geboorteregister) aangepast. Geen rechtbank en geen sterilisatie eis. Alle honderden andere gekoppelde databases volgen automatisch. Het is afgelopen met de structureel foutieve benadering in de post en aan het loket en de telefoon.

En zo hoort het ook te zijn. Als dit door de kamer bekrachtigd wordt (het is een aanpassing op een bestaande wet en hoeft dan geen ellenlange politieke loop meer te hebben) dan is mijn maatschappelijk lijdensweg op dit gebied ten einde. Ik zal dan heel snel bij het loket staan om ervoor te zorgen dat ik dan eindelijk ook administratief en juridisch mezelf ben. Zonder inmenging van wie dan ook, behoudens die deskundige die de verklaring opstelde.

Is het nu dan goed?

Ja en nee. Ja omdat de wetgever zich eindelijk humaan naar mensen als mij gaat opstellen en uit mijn slipje blijft.

Nee omdat er nog steeds een deskundige nodig is en er additionele eisen aan die deskundigheid worden gesteld die de normale vakkennis van een huisarts of psycholoog overstijgen. Er wordt verlangt dat men specifieke ervaring heeft met ‘genderdysforie’. Dit wordt gepresenteerd als de invulling van wat we ‘informed consent‘ noemen. Een moderne wijze van omgang met mensen die een ingrijpende gebeurtenis moeten ondergaan zoals een zware operatie of in dit geval een grote maatschappelijk relevante aanpassing in juridische positie. Informed consent, het geïnformeerd zijn omtrent de mogelijke gevolgen van een ingreep is op zich een goede zaak. Het probleem echter dat ik ermee heb is dat men die specifieke deskundigheid op het gebied van genderdysforie onderstreept in wetgeving. Dat is de verkeerde weg.

Wat eigenlijk zou moeten gebeuren is het inbedden van basiskennis op het gebied van gendervariatie in de opleiding van (huis)artsen, psychologen en maatschappelijk werkers. Kennis over het simpele feit dat de wereld diverser is dan de traditionele man – vrouw verdeling zou gemeengoed moeten worden. Iedere huisarts en psycholoog moet in staat zijn om vast te stellen of er sprake is van een duurzame en gefundeerde noodzaak tot aanpassing van het geslacht. Als het om de juridische component gaat. Ontpathologiseren zou het devies moeten zijn van de wetgever. Waarbij voor diegenen die net als ik zijn en ook hun lichaam willen laten aanpassen, voor het medische traject dat daaraan verbonden is natuurlijk wel een gedegen behandeling en begeleiding moeten krijgen. Dat laatste is echter een zorgwet zaak en niet een zaak voor het familie- en burgerschapsrecht.

Tot slot

Het huidige voorstel is nog niet perfect. Het kan altijd beter, maar het is een majeure doorbraak als dit wordt aangenomen. Majeur omdat in één klap een hele groep mensen in de bevolking erkend worden als de mens die ze zijn. Zonder absurde eisen, zonder śtraf in de vorm van gedwongen sterilisatie, zonder dat derden zich daar tegenaan kunnen bemoeien en zonder dat zij en de maatschappij onnodig op kosten worden gejaagd door een dure en onnodige rechtsgang.

Ik hoop dat de kamer zich opstelt als een modern parlement dat streeft naar moderne wetgeving en Nederland uit de achterstandspositie op dit gebied haalt en de Nederlandse wet aanpast naar wat inmiddels in steeds meer landen de norm is voor humane wetgeving op het gebied van genderregistratie.

Ik hoop dat het niet lang meer duurt voordat ik mijn leven terug krijg. Ik ben tenslotte een vrouw en wens ook als zodanig erkend te worden door de overheid die op zijn beurt van mij van alles en nog wat eist. Ik wil mijn burgerrechten. Voor mijn lieve vrienden die me altijd gesteund hebben, heb nog even geduld met mij op dit punt, want het lijkt er op dat het nu uiteindelijk dus toch goed komt en ik ben, ondanks alles, niet gebroken.

(c) 2013 Alice Anna Verheij

‘Verfris je gender’ op het Lesbisch Festival Den Haag.

Van 22 t/m 24 maart 2013 organiseren COC Haaglanden en COC Nederland in samenwerking met LaVita Publishing, On Heelz, Intense Impact, Quirky, Vreerwerk, Travel Women en Krijg ’t het LesBian Festival in Den Haag.

lbf

Op zaterdag 23 maart wordt in de middag ‘Verfris je gender’ georganiseerd door Vreerwerk. Ik zal er als gespreksleidster de forumdiscussie leiden.

De middag wordt een culturele middag waarbij onze opvattingen over mannelijkheid en vrouwelijkheid worden uitgedaagd.

Het programma begint met een workshop over gendernormativiteit. Vervolgens wordt de Deense documentaire “Nobody passes perfectly” getoond, waarin Tomka zhaar genderreis verbeeldt en twijfels uitspreekt of zhe ooit echt als man zal slagen, en of zhe dat eigenlijk wel wil. De middag eindigt met een paneldiscussie, waarbij een viertal panelleden in gesprek gaat over feminisme, vrouwelijkheid, trans- en cisgender.

*Vreerwerk is het eenmensbedrijfje van Vreer en houdt zich bezig met gendereducatie en transgender- en intersexrechten advocacy .

Locatie: het Nutshuis aan de Riviervismarkt 5, Den Haag
Tijd: ​13.00-17.00u

www.vreerwerk.org
www.lesbianfestival.nl
www.nutshuis.nl
www.aliceannaverheij.nl

The Dress

Just around the corner where I live is an art gallery and atelier focussing on paper as the material to work with. I am the proud owner of a Tyvek cutting made by a dear friend, the artist Hannah Oud-Biemold who currently has a work exhibited at the ‘Paleis het Loo’ royal palace in Apeldoorn. Thirdly I am currently working on the first novel in the trilogy ‘Lachrymae’ about three female sitters for 19th century painters, all very Victorian.

These three facts in combination triggered me when I accidentily gazed at the shopwindow of the ‘Whispering Wall’ gallery in the Weimarstraat, the one I mentioned. In that shopwindow is a full size Victorian dress made of paper. Actually made of snippits and left overs from wallpaper. The dress is made by an artist I didn’t know at the time. A phone call later made me aware that it is Annelies Morris, an artist who lives in my neighbourhood who made the dress.

paper dressPaper cutting dress by Annelies Morris at the Whispering Wall in The Hague.

I love the dress. It has the distinctive shape of Victorian dresses and the use of the snippits and cutting for the skirt give the impression of layers of petticoats and nicely patterned textiles. It could have been a wedding dress but that somehow is not my first thought while looking at it. The black birds on the dress add drama and give is a touch of an Edgar Allan Poe mystery. The hat is connected with that and resembles something of a top hat in shape but more feminine.

It’s nice to find a piece of co-incedental art (I understood it was something that was made as a free art project) that is both realistic in shape and form but challenging in material and use of that material. It has a poetic quality, something that could be the basis of a sonnet or love poem and makes me guess what type of woman would wear a dress like this. In 1880 or so. And a bit further in my thoughts I wonder how my sitters and actrices who populate my stories would look in creations like this.

For anyone with a desire (or craving) to see this wonderful creation:

Whispering Wall
Weimarstraat 56
2562 GZ  The Hague

The gallery / shop is open from Wednesday to Saturday from 12PM to 6PM.

 

Londen in januari.

Toen ik jong was… Wat een rare zin want als ik jong was zou ik nu oud zijn maar ik voel me niet oud. Ben het ook niet. Denk ik. Maar goed, toen ik jong was een leven geleden, speelde ik korfbal. Ik heb altijd van die sport gehouden maar blijkbaar niet genoeg om het te blijven spelen. Sport is iets dat zo lastig is in te passen, vooral teamsport. Ik speelde dus korfbal. Bij een keurige Haagse vereniging waar mensen als een zoon van de oude Willem Drees en Karel de Rooij speelden. En ik. Ik zal ergens rond de vijftien jaren jong geweest zijn toen die keurige ‘Gymnasiasten Korfbal Vereniging’ een uitwisseling had met een Londense korfbalclub. Nomads Korfball Club, een vereniging uit zuid Londen ergens tussen Morden (nog net Surrey) en Raynes Park (niet ver van Wimbledon.

Die sportuitwisseling was het begin van een levenlange liefde voor Engeland en Londen. Maar een leven kan lang zijn en dus is die liefde voor lange tijd naar de achtergrond verdwenen zoals dat gaat met oude geliefden. Kwam ik in die tijd tientallen keren in de Britse hoofdstad en toerde ik regelmatig door zuid en west Engeland, de decennia daarna heb ik me er nauwelijks laten zien. Een huwelijk zat in de weg en de complixiteit van een ongewild leven.

Nu ben ik weer decennia verder en door een vreemde samenloop van omstandigheden en een schilderij dat me betoverde, is de oude liefde terug gekomen. Afgelopen week was ik weer in die stad, deze keer samen met mijn dochter die niet eerder in Engeland was. Het was een leuke week waarin ik met een opdracht door de stad wandelde, de gangen volgend van vrouwen uit het einde van de negentiende eeuw die hoofdrollen spelen in de boeken die ik aan het schrijven ben. Een stad ziet er anders uit als je met een dergelijke missie op pad bent. Musea, oude kunst, begraafplaatsen en straten in een wijk waar ik eerder niet vaak kwam, waren de bestemmingen. Daarbij sprongen er voor mij een drietal nadrukkelijk uit: 10 Avonmore Mansions op Avonmore Road in Hammersmith, Leighton House op Holland Park Road in Kensington en een heuveltje in een kwadrant in de uiterste westhoek van Kensal Green Cemetery.

avonmore mansions

10 Avonmore Mansions. Ze woonde er met twee jongere zussen en een jongere broer. Ada Alice, die zich Dorothy noemde en in het publieke leven een redelijke actrice, een prachtig model en één van de mooiste vrouwen was maar die daarbuiten de plaatsvervangede moeder voor haar zussen en broers was. Een vrouw met een dubbelleven. Wellicht bevriend met een andere, welhaast onvindbare, vrouw die ze ongetwijfeld in de studio van de schilder zal zijn tegen gekomen. Het is een gebouw dat ergens halverwege de negentiger jaren van de negentiende eeuw gebouwd werd in Hammersmith, om de hoek bij de brug over de spoorlijn en het grote Olympia en Kensington High Street. Op ongeveer een kwartiertje wandelen van Holland Park Road waar ze werkte. Nou ja, twintig minuten met een Edwardiaanse jurk aan denk ik. Op haar grafsteen staat haar artiestennaam, in het boek van de begraafplaats haar familienaam. 10 Avonmore Mansions is nog steeds een bijzonder stijlvol apartementengebouw, gebouwd in een degelijke bouwstijl en met een kwaliteit dat het nog steeds erg prettig zal zijn om er te wonen. Ik zou er zelf graag een tijdje wonen. Naast Dorothy woonden ook haar jongste broer Samuel er en de zussen Hetty en Lena. Minder bekend maar ook actrices en modellen. Edith zal in die tijd schuin tegenover Leighton’s huis in Holland Park road gewoond hebben. Ze was getrouwd met Gustav Schwartz, ook een schilder.

Het is vreemd voor een huis te staan waar twee vrouwen gewoond hebben die nu, ruim elf decennia later, zo en belangrijke rol spelen in mijn leven. Twee vrouwen die ik amper ken maar waarvan ik steeds meer kom te weten en waarvan ik steeds minder lijk te weten, want ze verrassen me regelmatig. Toch is het alsof er een verbinding is met ze. We zijn van Avonmore Road de route gaan wandelen die Dorothy jarenlang bijna dagelijks gelopen zal hebben in de maanden dat haar schilder niet in het buitenland was. Frederick Leighton was immers niet alleen een begenadigd en voornaam schilder, president van de Royal Academy of Arts en Dorothy’s Mister Higgins maar vooral ook een bereisd man. Met grote regelmaat trok hij naar Italië en de Levant (het huidige midden Oosten) en noord Afrika. Zijn huis in Holland Park Road was woonhuis, atelier en showcase voor zijn voorliefde voor klassieke, arabische en oriëntaalse kunst. Het huis is gelukkig behouden gebleven en recent uitstekend gerestaureerd tot misschien wel het mooiste huis in Londen. De Arabische hal is een meesterwerk van Victoriaanse oriëntaalse binnenhuis architectuur. Koranspreuken in de mozaïeken op de muren, een Syrisch houten raam en het zachte getinkel van een fontijntje in de kamer.

leighton house

De curator, Daniel Robbins, heeft ons rondgeleid en honderduit verteld over de schilder, de dames Dene en de geheimen van het huis. De aparte entree voor de modellen is nu een binnendeur maar de kamers van de butler in de kelder is er nog. Het archief van Leighton House herbergt een schat aan informatie over de schilder en zijn leven en natuurlijk een paar echte schatten. Bij het spitten door het archief kwam de overlijdenskaart van Dorothy op tafel, samen met onbekende foto’s van de muze van Leighton. Dorothy in Siena in Italië, uitgenodigd door de familie Cartwright die in Italië woonde, Dorothy als actrice. Mooi, theatraal en mysterieus. Langzaam maar zeker wordt duidelijk welk een centrale rol zij gespeeld moet hebben in de levens van Leighton en haar zussen en broers. Langzaam maar zeker wordt duidelijk dat deze vrouw die de inspiratie is geweest voor George Bernard Shaw’s Eliza Doolittle in Pygmalion, een bijzondere vrouw was. Ik zal nog veel van haar zien en lezen in het komende jaar want net zoals in haar leven eind negentiende eeuw stelt ze ook in mijn onderzoek naar de levens van haar, haar jongste zus Lena en haar collega model Mary Lloyd, iedereen in de schaduw.

dorothy dene

Ik heb Dorothy’s graf uiteindelijk gevonden. Er staat een tekst op die door haar zussen en broers bepaald zal zijn. Liefdevol geplaatst op dat heuveltje op Kensal Green staat er nog een scheef gezakt kruis op een eenvoudige getrapte voet aan de korte kant van een met steen omrand perkje. Er groeit nu mos en wat onkruid. Mensen om het te onderhouden zijn er niet meer. Dorothy is in vergetelheid geraakt maar niet ver genoeg om te voorkomen dat ik de plek vond en er een roos kon neerleggen. Kensal Green is geen Highgate. Er liggen minder bekende mense begraven hoewel er wel degelijk de nodige adel, kunstenaars, schrijvers, dichters, theatermensen, musici, notabelen en militairen een eeuwige plek hebben. Thackaray ligt er, niet ver verwijderd van Dorothy, en WH Smith van de winkelketen, Blondin de koortdanser en de romanschrijver Wilkie Collins op wiens graf een bezoeker een Duitse vertaling van een roman van hem had gelegd en die door wind en regen zal vergaan. Voor mij ging het om iets anders, een soort eerbetoon aan iemand die zonder dat veel mensen het weten de echte Eliza Doolittle was, de enige echte My Fair Lady en voor mij een vrouw die liefdevol voor haar zussen en broers zorgde en een affaire had met de schilder wiens model zo zolang was.

dorothy dene (1)

Londen was anders dan decennia terug. De camera’s in de straten, de ondergrondse die nu vrij schoon is net als de straten. Het is een ander, mooier en interessanter Londen dan ik in mijn herinneringen had. Nu ik weer thuis ben is het goed in de wetenschap te leven dat ik altijd nog naar Londen kan om te genieten. De oude geliefde is weer in mijn leven en het is nu tijd om er over te schrijven en over de oude Dave, een romanticus die ons op de begraafplaats spontaan de bijzondere plekken liet zien.

© 2013 Anna Ros

SP duikt voor verantwoordelijkheid van breken belofte aan transgenders.

rotte tomaat

Enige tijd geleden schreef ik dit (de gehele transgendergemeenschap was op dat moment in Kerstslaap verzonken inclusief TNN):

Transgender zorg en -rechten in Nederland en het bedrog door de politiek.

Het was 23 december en even daarvoor had de tweede kamer het wetsvoorstel voor aanpassing van het zorgsysteem en heropname van NOODZAKELIJKE medische zorg voor transgenders afgestemd. Niet dat het ook maar iemand leek te interesseren.
Na mijn artikel kwamen er wat reacties uit het veld en vandaag, na afloop van het Kerstreces kwam er zowaar een reactie uit het politieke veld. Van de SP, één van de fracties die transgenders zo lelijk in de kou heeft laten staan.

De SP vind dat het zorgvuldig is geweest. Ze gaan in hun reactie echter aan nogal wat zaken voorbij. Maar hier is eerst de mail die ik ontving van de salonsocialisten:

Beste Alice,

de SP heeft tegen dit amendement gestemd omdat we de wijze van financieren niet goed vinden en waar het geld gehaald wordt ook niet. Wij zijn voor het financieren van deze zorg via de basisverzekering, zo organiseer je dat iedereen er recht op heeft (bijvoorbeeld ook mensen met een genetische afwijking en daardoor afwezige borstgroei is).

Ik hoop met dit bericht jouw interpretatie over ‘in de steek laten’ recht te zetten, dat is geenszins het geval. De voorstelde oplossing via een fonds en de wijze waarop het gefinancieerd wordt, is volgens ons niet de juiste wijze.

Met groet,

Eelco Eikenaar
Beleidsmedewerker SP Tweede Kamerfractie

Leuk zo’n reactie want in ieder geval is mijn tekst gelezen door die fractie. Echter.
Echter, de reactie raakt kant nog wal. Want toen in 2005 die zorg UIT de verzekering werd gehaald was het argument van gelijke behandeling naar mensen met een genetische stoornis helemaal niet aan de orde. Het toenmalige kabinet zat gewoon in een bezuinigingsstuip en transgenders zijn een prima sluitstuk van de zorgbegroting.
Verder is het inhoudelijk ook een onzin argument dat in andere situaties niet gehanteerd wordt. Want, waarom wordt bijvoorbeeld borstreconstructie na borstkanker dan wel vergoed? Zijn die vrouwen ineens ernstiger getroffen door afwezigheid van borsten dan transvrouwen die te weinig borstgroei hebben na hormoonbehandeling? Nee, natuurlijk. Er is dus al ongelijkheid en in plaats van die ongelijkheid fors te verminderen kiest de SP ervoor om die ongelijkheid te gebruiken als argument tegen verbetering van de zorg. Belachelijk argument dus en zeer beslist niet goed doordacht.

De financiering dan? Hoezo financiering? Eer is nu niks. Liever een fonds dan niks, stelletje dwazen! Het gaat trouwens om een belachelijk laag percentage van de totale zorgbegroting, ergens in de promilles.

En dan heb ik het er nog niet eens over dat… o wacht, daar heb ik het nu eens wel over. De SP heeft immers meerdere malen toegezegd voor dit wetsvoorstel ter verbetering te gaan stemmen en laat het gewoon afweten. Dat heeft bedrog meneer Eelco Eikenaar! Bedrog van mensen die in een niet te benijden positie verkeren en juist geholpen zouden moeten worden. Maar daar doen jullie dus niet aan, mensen van de SP fractie. Welnee, de SP laat veel liever vrouwen na geslachtsaanpassing rondlopen met overmatige baardgroei, zonder borsten en transmannen helpen jullie dus liever ook niet. In plaats daarvan laten jullie, (niet zo) beste SP fractie, ons in de kou staan. De huidige trieste situatie blijft bestaan en zicht op verbetering is er niet. Want dat zicht hebben jullie ons ontnomen.

Punt is, beste SP, jullie moeten gewoon niet jokken. Dat is niet netjes. Ik weet, jullie zijn politici en jokken is een genetische afwijking van politici. Maar toch.

Nee, de SP gebruikt lamme argumenten om een groep mensen nog langer in de kou te laten staan. Dat heet wat mij betreft a-sociaal en dat maakt voor mij (en vast nog een aantal anderen) de SP een a-sociale partij.

© 2013 Alice Anna Verheij

De pier loopt dood.

Het nieuwe jaar is begonnen met een klein berichtje in de media dat het van der Valk concern (die met die vogel met die grote bek die de kers uit de appelmoes pikt) het faillisement heeft aangevraagd van ‘de pier‘ van Scheveningen. Deze pier om precies te zijn:

pier (4)
foto: © 2012 Alice Anna Verheij

Het is een zakelijk gezien begrijpelijke stap. Het ding was al jaren in verval, bezoekers gingen de plek mijden en lieten hem afhankelijk van de wandelrichting over de steeds fraaiere boulevard links danwel rechts liggen. De uitbaters van het bouwwerk waren gereduceerd tot een lingeriewinkeltje van bedenkelijk allooi en ander vaag vermaak. Het maakt de pier niet aantrekkelijk voor bezoekers, niet aantrekkelijk voor investeerders gezien de deplorabele staat (en dus de hoge herstelkosten), niet aantrekkelijk voor projectontwikkelaars want die vinden in deze tijd eigenlijk niets aantrekkelijk. Koromt, niet meer levensvatbaar in deze toestand.

De pier blijkt al een tijdje zo dood als een pier.

Hoe anders was dat ooit. Want Scheveningen zonder pier, dat kan toch eigenlijk niet? Voor Zwolsman en voor de tweede wereldoorlog had men er al eentje. Zo’n fraaie zoals je die in Bristol, Blackpool en Brighton zag en in hun vergane glorie nog kunt zien. Een pier op houten palen in plaats van betonnen poten, voorzien van witgelakt hout dat ieder seizoen bijgeverfd moest worden omwille van het zeezout dat er aan vrat. Met gietijzer in sierlijke bogen en fraaie hekken. Dè plek om in Scheveningen te flaneren, gekleed in je mooiste kleren, met een lief aan de arm om dan aan het eind van de wandeling en met de hoed het zicht benemend voor het andere publiek elkaar te kussen. Er zijn heel wat meisjes ten huwelijk gevraagd op die plek.

pier 1098

Op een ansichtkaart uit 1908 valt op te maken dat de pier in die tijd geen pier was maar een ‘wandelhoofd’. Genoemd naar Koningin Wilhelmina, die andere Hollandse ijzeren dame. Een wandelhoofd is ook een mooier woord want het beschrijft veel beter waar die pier voor bedoeld was: om er te wandelen, te flaneren of ten huwelijk gevraagd te worden. Het was geen plek om te bungyjumpen, of bakjes appelmoes met een kers te eten in een verlopen restaurant op een schiereiland op betongerotte pijlers. Pieren uit de tijd waarin ze bedacht werden als attractie voor een badplaats gaven grandeur aan zo’n vissersdorpje en trok daarmee ander publiek (en dus geld). Prins Hendrik opende de eerste pier van Scheveningen in 1901, een door Liefland ontworpen wandelpromenade zeeinwaarts. De inspiratie kwam onder meer van de Engelse zuidkust maar Liefland koos niet voor een gietijzeren constructie maar houten palen. Het zou die pier noodlottig worden. Vanuit het Kurhaus konden de bezoekers de boulevard op gepaste hoogte kruisen om af te dalen op wat een geweldig zeeterras voor het hotel was. Een topper, een trekpleister van formaat. De pier in Scheveningen in combinatie met het chique Kurhaus zetten een ander Scheveningen op de kaart dan dat van mijn grootouders. Het vissersdorp was een badplaats geworden waar je gezien wilde worden.

Die eerste pier brandde in 1943 voor een deel af. De Duitse bezetter besloot vervolgens om de houten palen waar de restanten op rustten ook af te zagen. Zoals ze ook het gietijzeren hek op de rand van de boulevard afzaagden om er tanks van te maken. Tot de reconstructie van de boulevard in de afgelopen jaren kon men nog altijd de afgezaagde stompjes gietijzer zien in de granieten rand van de boulevard. Een stille maar door de meesten vergeten of ongeweten getuige.

Na de oorlog moest er natuurlijk een nieuwe pier komen. Groter, mooier, modern, een herkenningspunt voor Scheveningen en Den Haag want na de oorlog was het dorp immers slechts een deel van de naastliggende stad geworden. Dus werd er in het Haags gemeentebestuur besloten tot de bouw van een nieuwe en hypermoderne pier. Apon, Dijk en Maaskant waren in 1955 begonnen aan hun ontwerp en in 1959 werd besloten tot bouw over te gaan. Twee jaar later, 19 mei ’61, opende prins Bernhard de nieuwe pier. Gefinancierd door onder meer Adama Zijlstra, de baron van Scheveningen en de man achter het succes van het Kurhaus, het Holland Festival en nog veel meer zaken die Den Haag op de kaart zetten. De man die Vladimir Horowitz liet debuteren in zijn Kurzaal. Het was inderdaad een moderne pier geworden en ik herinner me nog goed dat in mijn vroege jeugd mijn ouders me regelmatig naar deze attractie mee namen. Het zou mij niet verbazen als mijn vader daar mijn moeder ten huwelijk heeft gevraagd want er zat wel een verstopte romanticus in die man. Hij hield ook van die pier.

De laatste decennia moderniseerde de wereld. Zijlstra ging, Zwolsman (de aannemer van de tweede pier) kwam. Een rare megalomane man met teveel geld. Zijn bedrijven waren vooral betonstorters en vele plaatsen in het land inclusief Scheveningen vielen ten prooi aan betonnen hoogbouw in een afzichtelijke zestiger jaren stijl. Maar beton rot. Zwolsman werd zo arrogant en maakte zoveel misstappen (een illegaal gebouwd vierde eilandje aan de pier bijvoorbeeld) dat hij welhaast de absolute tegenhanger van de geliefde Adama Zijlstra werd. Velen zien nog steeds Zwolsman als de architect van de vernietiging van Scheveningen als mooie badplaats, ik kan ze geen ongelijk geven daarin. Nadat Zwolsman van het toneel verdween werd het lastig om van het verbetonde Scheveningen nog iets moois te maken. Want beton rot. De onderhoudskosten aan veel van de bouwwerken waren hoog en het verval kwam snel. In nog geen dertig jaar is de eens zo fraaie moderen betonnen pier verworden tot een roestplek op het Schevenings (en Haags) blazoen. Het ding is inmiddels lelijk – en dus bijzonder pictoresque. Het onderwater wonderland op eiland vier waar je naar nepvissen kon kijken, en de Jules Verne attractie die bepaald minder dan 20.000 mijlen onder zee ging mochten niet baten. Het ding werd een blok aan het been van de diverse eigenaren. Nationale Nederlanden was er een van na Zwolsman. Ze verkochten de Scheveningse tentakel voor 1 gulden aan van der Valk in ’91.

pier (3) pier (2)

Van der Valk investeerde in eerste instantie flink. De pier werd een dubbeldekspier met een overdekte en onoverdekte laag. Ach. Er kwam een casino want gokken op water is blijkbaar anders gokken dan op land. Dat Holland Casino op nog geen 300 meter afstand een veel zichtbaarder en moderner casino had maakt blijkbaar niet uit. Van der Valk deed wat het zo vaak deed, een restaurant bouwen en verder vooral rommelen. De investeringen droogden op. Bungy jumpen trok onvoldoende bezoekers om de exploitatie beter te krijgen en de pijlers waren te zwak voor flinke nieuwbouw. Een hotel op de pier is natuurlijk ook nogal ambitieus. Kortom, de laatste tien jaar is het verval snel gekomen. Het onderhoud werd zo slecht dat de gemeente moest ingrijpen voor de veiligheid van de bezoekers. Delen werden afgesloten. Een brand in van der Valks feestzaal eind 2011 tekenden het doodvonnis, in maart 2012 kondige van der Valk aan te willen verkopen. Verschillende kandidaten kwamen en gingen, zelfs vanuit China. Maar het lukte niet. De gemeente ging de kosten nemen voor de noodreparaties die van der Valk naliet en nu is het dan zo ver. Op het ultimatum van de gemeente Den Haag aan van der Valk om  nu echt wat te gaan doen aan de pier door middel van herinvestering, verbouwing en achterstallig onderhoud besloot van der Valk het restaurant en casino op 1 december van het vorige jaar te sluiten. Het doek voor de pier in zijn huidige vorm was daarmee gevallen. Een laatste potentiële koper liet het afweten en dus is vandaag op 2 januari 2013 het faillisement aangevraagd van De Pier Vastgoed BV.

Op korte termijn zal de pier moeten sluiten. De resterende exploitanten zullen iets anders moeten zoeken en de gemeente zal gaan opdraaien voor de kosten van het onderhoud dat het failliete vastgoed bedrijf uit het van der Valk concern had moeten doen.

Ik vraag me af hoe lang het gaat duren voordat Scheveningen weer een mooie aantrekkelijk pier krijgt. Het wordt waarschijnlijk tijd dat iemand begint aan het schrijven van het ‘Requiem voor de pier’. Hoewel, misschien doet de Haagse politiek haar werk en hersteld ze de gemaakte fouten uit de afgelopen decennia.

© 2013 Alice Anna Verheij

Transgender zorg en -rechten in Nederland en het bedrog door de politiek.

De discussie loopt al jaren en de stapel toezeggingen van politiek leiders van CDA, VVD, PvdA, SP, Groen Links en D66, zou wanneer opgeschreven en uitgeprint een respectabel aantal pagina’s beslaan. Nog geen jaar terug (voor de val van Rutte 1) waren alle grote partijen het er over eens: aan de slechte situatie van transgenders in Nederland moest een eind komen. Geld werd uitgetrokken voor bevordering van kennis bij de overheid over de problemen die mensen als ik ondervonden en ondervinden. Onderzoeksinstituten kregen opdracht om dat inzicht te verschaffen. Dat inzicht kwam er en de rapporten van het Centraal Bureau voor de Statistiek (in opdracht van het UWV), heel recent van het Sociaal Cultueel Planbureau en anderen schetsten een triest beeld. Voor meer informatie kunt u op deze site wat rondsnuffelen in de categorie ‘transgender’ of naar het TNN gaan: http://transgendernetwerk.nl

help

Op zo ongeveer alle gebied worden transgenders ernstig achtergesteld. De werkloosheid is verhoudingsgewijs extreem groot, er zijn grote problemen in de zorg door wachtlijsten en een slecht vergoedingensysteem, sociale uitsluiting is aan de orde, net zoals armoedeval en maatschappelijke discriminatie. In het kort: een leven van transgender betekend maar al te vaak een leven in de marges van de samenleving waarbij basisrechten je onthouden worden. Dat is dan nog los van de al bekende feiten als de gedwongen onvruchtbaarheid ten behoeve van juridische geslachtswijziging wat een grove mensenrechten schending is waarvoor de Nederlandse staat al zeer regelmatig voor op de vingers is getikt.

Internationaal slaat Nederland een modderfiguur als voormalig tolerant land en voorloperland dat inmiddels alles behalve tolerant en nadrukkelijk een achterhoede land is geworden. Landen als Ierland, Groot Brittannië en zelfs Spanje brengen het er wat betreft wetgeving stukken beter vanaf. De Europese Unie heeft net als bijvoorbeeld Human Rights Watch Nederland aangesproken op de bestaande situatie.

We zijn weer een jaar later. De verkiezingen zijn voorbij en er is crisispraat in de hele politiek. Er moet bezuinigd worden. Van die eenvoudiger juridische geslachtswijziging is het nog steeds niet gekomen. Het wetsvoorstel is er nog altijd niet door. Het recente SCP rapport is erg negatief over de maatschappelijke positie van transgenders waarbij vooral de ontoegankelijkheid van goede zorg en de bedroevende inkomenspositie en maatschappelijke positie opvallen. Onderkend wordt dat er problemen zijn met acceptatie in de samenleving doordat veel transgenders vereenzamen. Dat heeft rechtstreeks te maken met de onmogelijkheid of voor sommigen onbetaalbaarheid van correctie van secundaire geslachtskenmerken. Die groep zal door de crisis alleen maar groeien in de komende jaren. Het percentage zelfdodingen en het aantal transgenders dat daar over nadenken of nagedacht hebben is groot. Daarmee wordt eigenlijk onderstreept dat de huidige organisatie van die zorg en de financiering ervan slachtoffers maakt. Ik kan dat helaas uit eigen ervaring bevestigen want het is echt geen sprookje.

En wat doet de tweede kamer dus wanneer een herstel van het vergoedingenstelsel ten behoeve van vergoeding van correctie van secundaire geslachtskenmerken aan bod komt?

Precies: ze stemde het weg.

Met uitzondering van Groen Links, D66 en de Partij voor de Dieren hebben de partijen gestemd tegen het voorstel om op de zorgbegroting van 60 miljard 200.000 euro beschikbaar te stellen voor het verlenen van vergoeding voor de noodzakelijke aanpassing van secundaire geslachtskenmerken. Partijen als CD, PvdA, VVD en SP stemden tegen het voorstel terwijl voor de verkiezingen zij allemaal meerdere malen aangaven dat die vergoeding terug zouden moeten komen. (In 2005 schafte het toenmalige kabinet ze af.)

Algemeen wordt erkend dat het voor transgenders bijzonder moeilijk is om werk te behouden of een baan te vinden na baanverlies. Omdat ze transgender zijn en op de werkvloer men daar niet mee uit de voeten kan. Of omdat werkgevers liever geen ‘probleemgeval’ in dienst nemen. Dat komt door onder andere door het stigma van de ‘man in de jurk’ dat veel transvrouwen opgedrukt krijgen (over transmannen wordt amper gesproken of gedacht in de maatschappij). Dat problemen met gezichtsbeharing en het niet hebben van een vrouwelijk figuur (in verband met te geringe of afwezigheid van borsten) voor transvrouwen dat stigma bevestigd is duidelijk zodra men zich in de materie verdiept en de politieke partijen zijn zich daar heel goed van bewust. Alle fracties hebben uitgebreide informatie van organisaties als COC en Transgender Netwerk Nederland hierover ontvangen. Naast dus die rapporten die niets aan duidelijkheid te wensen over laten.

En toch werd donderdagnacht dit wetsvoorstel afgestemd.

Hiermee zijn transgenders in Nederland were jaren achteruit gezet. Hoop op verbetering van de zorg op afzienbare termijn is er niet. De wachtlijsten voor geslachtsaanpassende operaties zijn langer geworden in de afgelopen jaren, de vergoedingen zijn veel te beperkt en de kosten voor volwaardige behandeling zijn te hoog voor veel van ons die naast alle problemen van een maatschappelijk transitie die gehinderd wordt door de eisen van het medisch behandelprotocol in combinatie met de afwezigheid van goede ondersteunende zorg en correctie van secundaire geslachtskenmerken. Het leven van transgenders wordt er in tegenstelling tot de nadrukkelijke politieke toezeggingen niet beter op in Nederland maar juist slechter.

Dat partijen als de VVD, PvdA en de SP, die altijd achter verbetering van rechten en zorg van transgenders stonden, dit voorstel afgestemd hebben is ronduit schandelijk. Kiezersbedrog van de bovenste plank naar een kwetsbare groep mensen. Bedrog van partnerorganisaties van de overheid, bedrog van tienduizenden mensen. De enige conclusie die overblijft is dat de transgenders in Nederland van de politieke partijen die in dit land de dienst uitmaken niets te verwachten hebben. Afgelopen donderdagnacht is er in het gebouw van de Tweede Kamer een dieptepunt bereikt in het recht doen aan een normaal leven voor transgenders. De regeringspartijen ondersteund door CDA en VDD zijn daar verantwoordelijk voor. Rechtstreeks.

Mijn walging over zoveel bedrog over de ruggen van een groep mensen voor een bedrag dat verdampt in de marges van de totale zorgbegroting kan ik met geen pen beschrijven. Ze is groter dan wat u hier leest. Voor mij, en vele anderen met mij, kan de politiek gestolen worden. De politieke partijen CDA, SP, VVD en PvdA zijn mijn vijanden. Ze maken mij en mijn lotgenoten het leven zuur en we hebben niets goeds van ze te verwachten.

Ik wens de fractieleden van SP, CDA, VVD en PvdA een uiterst onprettige Kerst toe en een bijzonder ongelukkig 2013. Vanuit het diepst van mijn hart. Beste kamerleden: sterf van mijn part! U bent het niet waard om op de zetels in de tweede kamer te zitten.
Laat ik milder zijn, ik wens alle vrouwelijke tweede kamerleden van die partijen overmatige baardgroei en het verlies van hun borsten en de mannelijke tweede kamerleden castratie in combinatie met een lang publiekelijk leven toe.

Voor de criticasters: ik heb die noodzakelijke aanpassingen om mijzelf maatschappelijk aanvaardbaar als vrouw te kunnen presenteren laten doen, van mijn eigen laatste geld. De keuze was een leven als een schaduw van wie ik eigenlijk ben of armoede. Ik koos het tweede want er is wat dat betreft nooit een stuiver vergoed. Ik ben blij dat ik die keuze maakte want ik leef en het gaat steeds beter, maar de keuze betekende een verscherping van de armoedeval die toch al mijn deel was. Wat verklaard waarom ik hier zo boos over ben. Anderen na mij zullen het niet beter krijgen en dat gun ik geen mens, sterker nog: het is mensonterend.

© Alice Anna Verheij

Trein-eren

In Holland rijdt een trein. Soms.
En die trein gaat naar België. Soms.
In Holland zijn we goed in trein-eren. Meestal.

Soms ook niet. Bijvoorbeeld wanneer die trein nieuw is en met Hollandse zuinigheid gekocht. Zoals de Fyra. Een trein met een fantasienaam die moet refereren aan ‘fier’. Maar hoe fier is een trein als hij niet rijdt. Of te laat. Of strandt. Zoals die Fyra.

fyra

foto: Spoorliefhebber

Of nog erger als die niet stopt op een hoofdstation.

De Fyra, het non-product van de NS samen met de NMBS van onze zuiderburen, is een treinverbinding die met een hoop poeha op de rails gezet is maar al in de eerste week van haar bestaan ten onder lijkt te gaan aan fout op mislukking. Vooraf was er de schier oeverloze discussie over de halteplaatsen van het monstrum. Den Haag viel al snel af, sterker nog, de naamgeving ging al niet uit van vijf belangrijke steden maar slechts vier. Ondanks weerstand van tweede kamerleden, gemeente Den Haag en zo ongeveer iedere reiziger die een beetje vlot van Den Haag richting het zuiden wil, werd besloten om Den Haag als stopplaats te diskwalificeren. De wegen van de NS zijn wat dat betreft zo ondoorgondelijk als hun seinen en wissels onbetrouwbaar in wintertijd.

Maar goed, er is dus nu al een week een ‘verbinding’ tussen Amsterdam, Rotterdam, Antwerpen en Brussel. Als vervanging van de blijkbaar te gewone intercity verbinding tussen die steden, die het dus eigenlijk altijd prima deed. Het moest sneller. Zoveel sneller dat er sprake moest zijn van een hogesnelheidstrein (mooi Scrabble of Nationaal Dictee woord). Dat ding is er nu. Alleen mocht het niet te duur worden dus is er zo ongeveer het goedkoopste materieel gekocht dat mogelijk was. Materieel dat nogal storingsgevoelig blijkt. Nu mag dat verbazingwekkend zijn voor sommigen maar het past in een bestaand patroon waarin de invloed van de NS niet te ontkennen valt. Want welk spoorbedrijf kiest stoptreinen zonder toiletten voor de reizigers? Precies.

Nu zou je verwachten dat een spoorbedrijf dat al decennia met een gestructureerde dienstregeling te maken heeft in staat is om nieuw materieel in te zetten zonder dat er problemen met gewenning aan die dienstregeling aan de orde is. Niet dus.

Ook zou je niet verwachten dat nieuw materieel goed getest en betrouwbaar is. Vraag het de reizigers die in de eerste week met de Fyra reden. Vijftig procent kwam te laat aan.

Net zo min zou je verwachten dat er te weinig materieel zou worden ingezet op een spoorverbinding die al decennia bestaat. Er zijn immers verkeerscijfers over die verbinding bekend en ik maak me sterk dat de NS wel degelijk kan tellen. Hoewel.

Bijzonder is dat er over het traject Antwerpen – Brussel betrekkelijk weinig klachten zijn. Zolanr niet gestaakt wordt. De grootste problemen lijken toch echt in Nederland te zijn. Tsja. Bijzonder is ook dat als Hagenaar/Hagenees het me onmogeljk gemaakt wordt om vlot naar Antwerpen of Brussel te komen. Alsof het plaatsen in Zuid Patagonië of Nepal zijn in plaats van in België. Groningen is potjandikke verder dan Antwerpen. Die Fyra is echter een bijzonder lijntje want al het bovenstaande is wel van toepassing op de nieuwe hi-tech-hi-speed-internationale-trein van de NS en NMBS. Die NMBS is overigens niet al te blij met de ‘prestaties’ van de noorder-spoor-buren. Zozeer zelfs dat, gegeven het Hollandse spoorgedoe, de directie van de NMBS hun collega directie van de NS op het matje heeft geroepen.

Dat is natuurlijk een typische Belgische actie. Want hoe moeten die Ollanders op het hoofdkantoor van hun Belgische collega’s komen? Met de Fyra komen ze te laat of helemaal niet en als het een beetje tegenzit zijn de Belgische directieleden er zelf niet eens want de NMBS staakt om de haverklap.

Sporen in Nederland en België, het blijft een bijzondere activiteit.

© 2012 Alice Anna Verheij

Herinneringen aan Simon Smit, fotograaf (1914-2012)

Simon Smit is overleden. Simon Engelbertes Smit om precies te zijn. Achtennegentig is hij geworden en geen mens zal ooit weten hoeveel foto’s hij maakte. Ergens in mijn jeugdherinneringen zit de man opgeborgen op een mooie plek.

simon smit

Het is zomer 1970 en ik ben acht jaar. Het jaar ervoor had mijn vader mij midden in de nacht mijn bed uit gehaald om op de zwartwit Metz televisie te kijken naar de eerste maandlanding. Bij de NTS en gepresenteerd door Henk Terlingen. Maar in 1970 kwam die wonderlijke NASA naar Den Haag. Op het dak van het Congresgebouw (nu World Forum en lang niet zo mooi als toen) was een grote tentoonstelling ingericht. Een droom voor een kind van acht. Er stond een capsule van een Gemini raket en wat dingen van de Apollo 8 en allerlei ander spul. Ik kwam er weg met een tas vol NASA promotiemateriaal gericht op kinderen. Raketten van karton en kaarten waarop je een mannetje kon aankleden in laagjes tot op zijn maanpak en nog veel meer. Ik heb het jaren bewaard maar geen idee waar het gebleven is. Verloren in de tijd.

Met mijn vader, moeder en zus liepen we op de tentoonstelling en blijkbaar waren we in de ogen van ‘Smitje’ zoals de fotograaf genoemd werd geschikt om op de gevoelige plaat vast te leggen. Voor in Het Binnenhof, het kleine zusje van de Haagsche Courant. Smit sprak mijn  ouders aan en we werden naar een tafel getroond waar zakjes met ruimtevoedsel op lagen uitgestald. Een belangrijke meneer legede uit wat het was en natuurlijk wilde ik het eigenlijk proeven. Dat was niet de bedoeling dus we moesten het laten bij het poseren als standaard papa, mama, dochtertje, zoontje gezin. De foto is vast nog ergens in het persarchief van Sijthoff te vinden en misschien heb ik hem nog wel ergens in één van de albums die ik nog heb uit mijn vroege jeugd.

Smit, zo herinnerde ik me, was een innemende meneer met een knoepert van een camera op zijn buik en zo’n flitser die tot parabool uitgevouwen werd en voorzien van blauwe flitslampjes, zijn bril droeg hij op het voorhoofd en niet op zijn neus. O ja, zijn jasje wat geruit en hij was een wat vierkante gedrongen man toen. Ik weet nog dat hij de tijd nam en het leuk vond hoe wonderlijk wij alles vonden. Het was ook een mooie foto die hij maakte.

Vandaag kwam dus het bericht dat deze prachtfotograaf van het leven er niet meer is. Het was zijn tijd. Waar hij bekend werd van de Juliana-Bernhard-tandem foto, herinner ik mij van die zomerdag op het dak van het Congresgebouw bij een grote witte tafel met zakjes ‘ruimte eten’. Dat is op zich een prachtige herinnering die ik koester.

© 2012 Alice Anna Verheij

Is UNHCR creating malnutrition in the Bhutanese refugee camps in Nepal?

A few days ago a letter was written by important members of the Bhutanese refugee community in Nepal to the UNHCR in that country. The letter is a request to discuss maltreatment by the UNHCR regarding the refugees they are supposed to take care of.

What is happening?

Since the early 1990’s the UNHCR has managed and maintained a number of refugee camps in the southeast of Nepal (more exact, in the Jhapa and Morang districts). At its height there were over 107.000 refugees listed in those camps. Since 2008 the UNHCR has started the by far largest third country resettlement program ever aiming at completely solving the decades long refugee crisis of the Bhutanese who exiled from their Shangri-La like country in the Himalayas.

unhcr

The UNHCR has done a tremendous job in guarding peace in those camps while at the same time bringing essential humanitarian aid the the inhabitants. Nepal (just like India and Bhutan) never signed the UN refugee treaty so the UNHCR has been working there on a UN mandate. They have been partnering with AMDA (Asian Medical Doctors Association) for health care, Caritas for education, Lutheran World Federation for camp management and monitoring and the WFP World Food Program for food distribution to the camp communities that have no other means of existence.

But things have changed. The aim of the UNHCR in Nepal seems to have shifted in the past few years from caring for the refugees who livin in limbo in the camps to bringing a durable solution to their situation by third country resettlement. According to the international morale of refugees the people should repatriate but that has obviously proven to be an impossible dream as Bhutan, the country of Gross National Happiness, has been frustrating talks and efforts for that ever since the crisis started in 1991. Assimilation in the Nepalese and Indian society is also a no go as Nepal and India do not accept that (the lack the resources to do that on a humanitarian responsible manner), hence the durable solution of the UNHCR: resettling to the west.

This resettlement project is well underway with almost two thirds of the refugees already resettled to mainly the US and countries like Canada, Australia, New Zealand, Norway Denmark, Netherlands and the UK. But there are fears that not all refugees will resettle. After all it is an opt-in project and not all refugees desire a life in a completely alien western society ultimately losing their history, religion and way of life in due time. Some 10,000 refugees have not opterd for resettlement. Let alone the other more than 4,000* refugees that have not been registered as refugees for a variety of reasons. They do however live in those camps without food, healthcare and proper housing. (* The number is based on a headcount by camp management in 2011 and has decreased to a yet unknown figure.)

So something needs to happen. Recently the UNHCR has announced that they can no longer provide vegetables to the refugees, taking out an important element in their diet which is by no means extensive. The effects of not supplying vegetables as of January 2013 will no doubt be deteriorating health of the camps population in the coming years. The reason the UNHCR has given is that they lack a proper budget for this essential food. Which is very strange as the European Union has provided for a over 3 Million Euro budget for the UNHCR for the years 2012, 2013 and 2014, continuing the financing of the UNHCR’s operation in regard to those camps. So what is happening?

According to the Beldangi camp secretary, Dhan Bir Subba, (Beldangi is the largest of the two remaining camps) the UN has informed them that the budget is redistributed by the UNHCR to other refugee crisis areas in the world. Basically stating that they simply do no longer see a priority in maintaining proper support to the Bhutanese refugees still living in the camps in Nepal. Which of course is an extra push to get the refugees to the point that they will opt for resettlement. So is this argument used by the UNHCR just a trick to reach a ‘durable solution’ by increasing pressure on the refugee community to resettle completely? And if so, is that ethical?

According to Subba the UNHCR has declared that they have no other option than to decrease the available budget for the Bhutanese exiles in the camps, a ‘Hopson’s choice’ so to speak. The UNHCR has also declared that they will distribute vegetable seeds as an alternative, but as the remaining camps are heavily populated, the availability of enough land to grow crops is a question that remains. The UNHCR seems to have suggested to use the empty huts of resettlers for that purpose.

The chairman of the Bhutanese Refugee Representative Repatriation Committee, Dr Bhampa Rai, who I have het the privilige to interview a number of times concerning the situation of the refugees, has condemned the UNHCR decision. And by all means, the timeline between announcing and stopping vegetable distribution is just over a month, making it impossible for the refugees to grow enough crops for a healthy nutrition, seems irresponsible.

“The decision has created doubts on UNHCR’s intention towards refugees. How can those who themselves survive on delicious vegetables on daily basis decide to stop the supply of the same items for us,” Dr Rai said according to the Bhutan News Service.

The question that this raises is wether the UNHCR is now going to a stage in promoting resettlement to the refugees by disregarding basic human rights like proper nutrition. And that is not all. The Bhutanese refugees feel that they are pressurized by the UNHCR to resettle, which means that they doubt wether they really have a free choince NOT to resettle but continue hoping for repatriation to their motherland.

Apart from the other issues mentioned in the request written by major community leaders to the UNHCR (see the attached letter), the nutrition issue is a very serious decline in the basic care for the refugees and frustrates the mandate of the UNHCR itself. The monthly supply of (only) 500 grams of season vegetables is ending this month. The diet of refugees in the camps will lack one of its important components and is for health reasons undesireable.

It is worrying that the UNHCR is also forbidding the refugee leaders to bring their complaints to the VIP’s who visit the camps. From personal experience working as a journalist in the camps I do know that some issues (like the large numner of unregistered refugees, the deteriorating education in the camps and the mounting crime like identity fraud and even institutionalized fraud) are being kept under the radar. Freedom of press and freedom of speech are just as much at stake as the basic human rights of the camp population. ‘Thou shalt not report negative’ is an adagium in this unmonitored situation.

LETTER-TO-UNHCR

It seems that the UNHCR is building pressure to end the Bhutanese refugee crisis and is not stepping away from methods that should be doubted and discussed on an international level and especially at the European Union, being the main financier of the UNHCR in Nepal.

In the meanwhile malnutrition is something that the Bhutanese refugees in Nepal should fear. The reality of life in the UNHCR managed refugee camps in Nepal is that things are not at all nice and dandy and in fact seem to become worse. But will the international community respond to that?

© 2012 Alice Anna Verheij

Over Albanië, een koning, zijn voorganger en wat Nederland daar mee van doen had.

Zaterdag is in Albanië koning Achmed Zog 1 herbegraven. Hij was opgegraven in Frankrijk waar hij na zijn overlijden onder het marmer was gelegd. Zog 1 was koning van Albanië tussen 1928 en 1939. Voor die tijd was hij een aantal jaren president van het land. De man was afkomstig van een feodale familie van landeigenaren in Albanië en had banden met het Ottomaanse rijk. In zijn regeerprediode werd hij eerst ondersteund door de Italianen en later de economische gevangene van de westerburen. In ’39 viel Mussolini Albanië binnen en moest de koning met zijn vrouw en twee dagen oude zoontje Leka vluchten. Via Engeland kwam hij uiteindelijk terecht in Egypte als beschermeling van koning Faroek aldaar. Toen deze werd afgezet moest de familie – met hun kapitaal – opnieuw vluchten. Deze keer naar Frankrijk. Jaren later overleed Zog.

Koning Zog 1 van Albanië

Een decennium voordat Zog 1 aan de macht kwam had Albanië ook even een koning. In 1913 en 1914 was er een Duitse prins genaamd Wied die door een alliantie van staten (Engeland, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, Rusland en Italië) op de troon van Albanië was gezet. Het land was net internationaal erkend op de ‘ambassadeurs conferentie‘ in Londen in 1912 die een einde maakte aan de eerste Balkanoorlog. Maar prins Wied wist geen bal van Albanië en had kapitaal nog leger. Dus moest hij voorzien worden van een ‘politiemacht’ om de orde in het land te herstellen. Albanië werd in die tijd overlopen door onder andere Grieken, Ottomanen, Serven, Kosovaren en Italianen. Eigenlijk was er geen centrale regering die het hele land kon regeren en zeker ook geen krijgsmacht. Albanië was een prooi voor graaiers geworden. Aangezien Nederland onafhankelijk was in 1914 (en de rest van Europa in de Grote Oorlog betrokken werd) viel al snel de keuze op Nederland om een politiemacht te leveren. Zweden, de andere kandidaat had al een dergelijke klus in het Ottomaanse rijk. Die politiemacht was een soort ‘vredesmacht’ hoewel dat in die tijd met aanmerkelijk geweld gepaard ging. Wat dat betreft lijkt er nauwelijks iets veranderd te zijn in honderd jaar. Volgend jaar is het honderd jaar geleden dat de eerste internationale interventiemacht van Nederland voet zette op het grondgebied van een ander land op basis van een mandaat van een aantal grote mogendheden: er werden vier militairen gestuurd.

In het midden links generaal de Veer en rechts kolonel Thomson. (bron: Robert Elsie)

Na het nodige gedoe rond het kabinet dat net gevallen was, besloot de regering van Nederland om een contingent marechaussees onder leiding van generaal de Veer naar Albanië te sturen. Colijn was de minister van Oorlog in die tijd. Hij droeg een vriend van hem, kolonel Lodewijk Thomson voor, deze militair was een veteraan uit de Boerenoorlog en wist van wanten. Na de onverwachte val van het kabinet kwam de leiding echter in handen van voornoemde generaal Willem de Veer, de kandidaat van de nieuwe minister van Oorlog Borsboom. Thomson werd secondant. De mannen gingen gezamenlijk op missie met hun adjudanten de sergeants van Reijen en Stok.

De aankomst van prins Wied met zijn entourage in Dürres. (bron: Robert Elsie)

Eenmaal in Albanië zetten ze een politiemacht op en leverden ze strijd met met name de Grieken en Macedoniërs om het land in één hand te brengen. Daarbij kregen ze ondersteuning van de Britten die ook een klein contingent manschappen en officieren stuurden. Het lukte hen een macht van 1000 man op de been te brengen. Bij decreet van Koningin Wilhelmina werd de Veer het hoofd van de Albanese politiemacht en de troepen werden uitgebreid tot uiteindelijk 5000 man waarvan zo’n 800 getraind. Toen barstte er echter een Ottomaanse opstand uit in het zuiden van Albanië.

Prins Wied achter de baar met het stoffelijk overschot van de Nederlandse kolonel Thomson. (Bron: Robert Elsie hwww.albanianphotography.net)

Om kort te gaan, na maanden gevechten en de nodige slachtoffers waar onder Kolonel Thomson die uiteindelijk in Nederland begraven werd, moest de politiemacht zich terugtrekken. Naar geruchte is Thomson omgekomen door een kogel in de borst afkomstig van een Italiaanse sluipschutter. In 1914 verlieten de Nederlanders na minder dan een jaar aanwezigheid Albanië. De missie had jammerlijk gefaald en Albanië werd weer een decennium in onrust gestort. Totdat koning Zog de macht naar zich toe wist te trekken en het land wist te verenigen. Voor even.

Nu, zo’n honderd jaar later blijkt er nog steeds een hang te zijn naar een monarchie in Albanië, ondanks de krachten vanuit het buitenland die al die jaren gepoogd hebben het land te knechten. Na de Nederlanders en de Ottomanen, de Grieken en de Italianen lukten het zelfs de Russen niet om van Albanië een stabiel land te maken. De klein republiek is nog altijd straatarm, de Europese landen proberen nog altijd voor de Albanezen te bepalen wat goed voor ze is. En Nederland? Nederland weet allang niet meer dat het gerommeld heeft in de Balkan begin vorige eeuw want Nederland is heel goed in het vergeten van internationaal geklungel.

© 2012 Alice Anna Verheij

Heel veel meer gedetailleerde informatie over deze bizarre episode in de geschiedenis van Albanië en de Nederlandse bemoeienis met het land is te vinden op de website van Robert Elsie die zich specialiseerde in vroege fotografie in Albanië. Het verhaal van de Nederlandse betrokkenheid en de inzet van de Veer, Thomson en hun mannen leest als een filmscript. De geschiedenis is ook hier boeiender en dwazer dan de fantasie.

Debat op 2: reconstructie van een mislukte uitzending.

Noot: de redactie van Debat op 2 heeft niet gereageerd en ik verwacht ook dat ze dat niet doen. Uiteraard is dat een zwaktebod. Het zei zo. Daarmee komt ook een einde aan de discussie op mijn schrijfplek. Er worden geen nieuwe inzichten gepresenteerd in de reacties dus hiermee sluit ik ook de reactiemogelijkheid. Iedereen bedankt voor de instemmende èn de afwijzende reactie op wat ik over dit onderwerp geschreven heb in de afgelopen dagen. Een goede decembermaand gewenst.

Alice Anna

De KRO en NCRV hebben een gezamenlijk debatprogramma.

Ongeveer een jaar geleden is de redactie van het programma Debat op 2 gewezen op de problematische situatie van transgenders in de Nederlandse samenleving. In het jaar na die eerste signalering heeft men mensen gezocht die de redactie konden helpen een goed programma te maken. Die mensen heeft men gevonden en er is een aantal bijeenkomsten en een serie gesprekken georganiseerd. Daarbij heeft men ook gezocht naar meningen die tegengesteld zijn aan die van de transgenders zelf. Als belangrijkste heeft men daar een ‘deskundige’ opgevoerd in de persoon van de psychiater a Campo die verklaard tegenstander is van geslachtscorrigerende operaties op basis van aangetoond onwetenschappelijk broddelwerk onderzoek (zie reacties naar aan leiding van publicaties hierover van zijn hand in Trouw van 2005 en op andere plaatsen in 2007 en later).

Een aantal weken voor de uitzending heeft men nog gesprekken gevoerd en was voor de beoogde deelnemers duidelijk dat er een afgewogen programma zou komen met discussies over maatschappelijke positie, arbeidsproblematiek, gezondheidszong en zo meer. Deze onderwerpen waren gekoppeld aan de uitkomsten van het SCP onderzoek dat recent verscheen en dat onder embargo beschikbaar was gesteld aan de programmamakers. De deelnemers hadden de terechte verwachting dat het programma ook nadrukkelijk over deze onderwerpen zou gaan en over de conclusies uit dat rapport.

Een week voor de uitzending heeft de VARA met Paul de Leeuw een programma gemaakt over transgenders. Mensen die in dat programma voor het voetlicht kwamen zijn door de redactie van Debat op 2 in de dagen daarna benaderd om ook op te treden in hun programma. Bij afwijzende reacties heeft men deze mensen herhaald onder druk gezet om toch deel te nemen. Zelfs ouders van genderkinderen. Zonder succes overigens.

Enkele dagen voor de uitzending kregen deelnemers te horen dat zij gedegradeerd waren tot publiek en hun de spreektijd ontnomen was. (Zie reacties op de door mij geschreven open brief op deze website.) Verder is enkele dagen voor de uitzending een bekende in artiestenland (een acteur) uitgekomen voor zhaar transgender identiteit. Deze persoon is door de redactie op het laatste moment in de uitzending gehaald en prominent aan het woord gekomen. Daarmee de andere deelnemers voor een verrassing stellend want deze persoon is in de voorbereidende gesprekken niet betrokken geweest. Waarbij nog komt dat het de vraag is of deze persoon op dit punt in zhaar eventuele transitie wel betrouwbare studiogast kan zijn.

Vlak voor de uitzending bleek de presentatrice ziek te zijn en werd zij vervangen door Arie Boomsma. Deze heeft naar eigen zeggen zich snel op de hoogte gesteld door onder andere te kijken naar de uitzending van Paul de Leeuw. Een magere voorbereiding. De vervanging van de presentator werd bij deelnemers en publiek pas vlak voor aanvang van de uitzending bekend gemaakt. Er was geen mogelijkheid meer om hier op aan te passen ondanks dat enkelen niet gelukkig waren met deze presentator.

De tot publiek gedegradeerde deelnemers werd aangegeven niet te reageren in het programma omdat zij daarmee de loop van het programma zouden verstoren en anderen daarmee spreektijd zouden ontnemen. Het publiek heeft zich aan die aanwijzing gehouden.

Tijdens de uitzending heeft de presentator (en de regie) onvoldoende ruimte gegeven tot weerwoord op de regelrecht geuitte transfobie. Daarnaast is men niet duidelijk geweest in de status van enkele prominente deelnemers waaronder een ‘werkgever’ die uitgesproken negatief over en zelfs openlijk discriminerend naar transgenders was maar zelf een transman is volgens sommigen (en volgens anderen weer niet). Een wel heel bijzondere keuze van deelnemer. Ook is niet ingegrepen op discriminerende uitlatingen. Er is wel sprake geweest van een extreme onbalans in het programma zoals ik in mijn open brief onderbouwd heb. Maar ook heeft men in het programma een aantal onderwerpen die vooraf met de deelnemers afgesproken waren niet aan de orde laten komen. Het SCP rapport is slechts in de marge benoemd. De procedures rond gezondheidszorg voor transgenders zijn niet aan de orde gekomen terwijl die nu juist wel door deelnemers als uiterst belemmerend voor het functioneren van transgenders en als knelpunt waren benoemd.

Al deze en andere bij mij bekende feiten rond de aanpak die door de redactie van Debat op 2 is gevolgd op een rij zettend moet worden vastgesteld dat deze redactie deelnemers en publiek gemanipuleerd heeft om tot een ‘spannender’ en controversiëler uitzending te komen. In goed Nederlands: sensationeler. Dat is in gesprekken met deelnemers ook aangegeven in het bekende televisiejargon: het format van het programma eiste dit. Sensatielust en controverse waren dus blijkbaar de doelen van de programmamakers.

De redactie van Debat op 2 heeft in hoge mate onethisch gehandeld. Regisseur en producent hebben dit laten gebeuren en de presentator heeft een en ander in de uitzending versterkt. (Let daarbij met name op het interruptiegedrag en de meerdere herhalingen van de sensationele maar volslagen onjuiste uitlating van de psycholoog a Campo over het percentage psychisch gestoorden onder de transgenders.).

De vraag werpt zich op of de handelswijze van de redactie van Debat op 2 ethisch door de beugel kan. Ik stel daarbij dat dat niet zo is. Wat dat betreft moet ik de open brief die ik gestuurd heb aan de redactie, hun directies en een aantal landelijke dagbladen aanscherpen. Hierbij dus mijn aangescherpte standpunt:

De redactie van Debat op 2 heeft onethisch en onjournalistiek gehandeld. Zij heeft deelnemers en publiek onder druk gezet teneinde een uitzending te kunnen maken die sensationeel genoeg was naar het oordeel van de redactie. Daarmee hebben de redactie, de regie, de productie en de programmaleiding de opdracht aan de publieke omroep om zorgvuldige programma’s te maken geschonden. Daarnaast is er sprake van aantoonbaar onjournalistiek handelen.

Wat mij betreft ligt hier een taak voor de netcoördinator van Nederland 2 om in te grijpen en bij de programmamakers om hun excuses aan te bieden voor deze handelswijze, naast het zich ter harte nemen dat zij niet betaald worden voor het maken van wanproducten van publiek geld. Transgenders in Nederland hebben er recht op om fatsoenlijk behandeld te worden, ook door programmamakers van de publieke omroep.

© 2012 Alice Anna Verheij

Open brief aan de KRO en NCRV.

Noot: hiermee sluit ik de reacties op deze open brief. Dank iedereen voor de hartverwarmende steunbetuigingen. Een antwoord van KRO / NCRV laat vooralsnog op zicht wachten maar ik ziee geen toegevoegde waarde in verdere reacties op dit moment. Mocht er uit Hilversum alsnog een reactie komen dan meldt ik die hier integraal.

OPROEP: als je als transgender of iemand die betrokken is met transgenders het eens bent met deze open brief en mij wilt steunen in dit publiekelijke protest tegen de uitzending van Debat op 2, laat mij dat dan weten in een reactie hier. Ik neem deze dan in ondertekening mee in de brief die ik maandag verstuur.

Alice Anna

Den Haag, 18 november 2012

Beste omroepbazen van de KRO en NCRV,
beste programmamakers van Debat op 2,

Gisterenavond heb ik naar het door Arie Boomsma gepresenteerde Debat op 2 programma gekeken. Ik heb het uitgekeken ondanks mijn sterke aandrang weg te zappen.

Het doel van een debat is om op grond van een stelling of situatie voor- en tegenstanders aan het woord te laten. Deze keer was de subtitel van Debat op 2 ‘Man of vrouw’ en ging het over de maatschappelijke positie van transgenders in Nederland. De timing van het programma was goed omdat er een publicatie van het Sociaal Cultureel Planburo was verschenen waarin duidelijk wordt dat de sociaal maatschappelijke positie van en de gezondheidszorg voor transgenders in Nederland ernstig te wensen over laat. Uw programmamakers waren zich daarvan bewust en het programma zou een uitgelezen kans zijn geweest om mee te helpen aan een betere beeldvorming over transgenders en verbetering van hun positie.

Maar het programma ontspoorde ernstig.

Zo ernstig dat nu achteraf alleen maar geconcludeerd kan worden dat het schadelijk is geweest voor transgenders in Nederland. De oorzaken hiervan zal ik in kort bestek opsommen.

  1. De (inval)presentator was onzorgvuldig in het gendergewijs goed aanspreken van zijn gasten.
  2. Er was een bijzonder sterke onbalans in het programma voor negatieve mening en beeldvorming over transgenders door het opvoeren van mensen met een zeer kortzichtige blik en schaamteloze vooroordelen. Deze mensen deden uitlatingen die te gek voor woorden zijn en het waard zijn om te melden bij anti discriminatie buro’s. Maar een adequaat weerwoord werd niet gezocht of zeer kort gehouden.
  3. Jullie hebben de psychiater A Campo opgevoerd. De man is jaren geleden al naar aanleiding van teksten van hem in onder andere Dagblad Trouw onderuit gehaald op de wetenschappelijk rammelende opzet en onderbouwing van zijn zogenaamde onderzoek naar psychiatrische stoornissen bij transgenders. Deze man is uiterst omstreden en wordt in de wereld van begeleiding en behandeling van transgenders gezien als een charlatan. Zijn mening dat 60% van de transgenders psychisch gestoord is werd door Arie Boomsma nog eens een drietal malen onderstreept. Het weerwoord van Peggy Cohen van het VU genderteam werd dermate kort gehouden dat zij de kans niet kreeg aan te geven waarom A Campo’s beweringen flauwekul zijn. Het is onbegrijpelijk dat jullie deze man een platform voor zijn transfobie hebben gegeven, zeker gegeven zijn wel zeer twijfelachtige staat van dienst.
  4. Er werd een ‘werkgever’ opgevoerd die niet als werkgever serieus te nemen is. Waarom niet de baas van een stevig bedrijf dat beleid heeft rond de omgang met transgenders op de werkvloer? Philips, KPN en vele grotere bedrijven hebben een dergelijk beleid.
  5. Ouders die hun kinderen niet accepteren zoals ze zijn vinden we overal. In het geval van de ouders die aan het woord kwamen droop de stupiditeit en het empatisch onvermogen van het scherm. Een fatsoenlijke bespiegeling over hun overduidelijke empatische stoornis kwam niet aan de orde, wel kregen ze buitensporig veel ruimte hun eigen kind te schofferen.
  6. De jonge transvrouw die aan bod kwam werd in haar toelichting onderbroken door de man van datzelfde ouderpaar. Zij kon daardoor haar reactie niet afmaken en haar verhaal werd daarmee ook onderuit gehaald. De woorden ‘als vrouw’ kwamen regelmatig over de bühne. Dat suggereert dat ze niet als een vrouw maar als een man die vrouw probeert te zijn werd gezien. Een impliciete houding die in het programma bleef hangen.
  7. Er is niet of nauwelijks ingegaan op het SCP onderzoek. Een aantal hoofdlijnen kwam aan bod maar vervolgens werden die ondergesneeuwd in negatieve meningen over het bestaansrecht van transgenders, niet over hun problemen.
  8. Het debat ging dus uiteindelijk over de vraag of transgenders wel mogen bestaan in deze maatschappij. De meningen waren overwegend negatief en een goed antwoord op de vraag waarom de sociaal maatschappelijke positie van transgenders in Nederland zo slecht is kwam niet tot stand. Op die vraag was geen verdieping maar werd het verschijnsel slechts benoemd. Dat is zoals een ieder weet geen debat maar maakt van een goed debat juist een farce.

Als ik dit alles zo bekijk kan ik niet anders dan vaststellen dat de programmamakers en de inval presentator jammerlijk gefaald hebben in het ogenschijnlijke doel van het programma. Sterker nog, het programma schaadt transgenders, hun maatschappelijk positie en de mogelijke verbetering van die positie. Immers het beeld dat het programma geeft is er een van gelegitimeerde afwijzing van transgenders in Nederland.

Ik vraag mij af of het programma zou zijn uitgezonden als er op deze wijze over homoseksuelen, gehandicapten, Marokkanen of Joden was gesproken. De meningen van transgenders die naar dit programma gekeken hebben lopen uiteen van: ‘dit nooit meer’ via ‘schandalig’ en ‘tenenkrommend’ tot ‘waarom doen ze ons dit aan?’. Wat jullie als programmamakers niet schijnen te realiseren is dat juist dezer dagen een voor transgenders belangrijk wetsvoorstel in de tweede kamer ter bespreking ligt, dat moet leiden tot een eenvoudiger juridische geslachtswijziging. Een voorstel waar al heel lang op gewacht wordt en dat ondanks de manco’s die er nog in zitten voor velen een strohalm is waar aan wordt vastgehouden. Een programma met een dergelijk bedroevende stigmatisering van transgenders als Debat op 2 kan ook een dergelijk proces schaden omdat het de meningen van de Nederlanders ten opzichte van transgenders negatief beïnvloedt. Ik ben bang voor ‘collatoral damage’ als gevolg van dit programma.

Verantwoordelijken voor Debat op 2, jullie hebben een wanprestatie geleverd en een zeer kwetsbare groep mensen gekwetst en geschonden. Er past schaamrood en een excuus aan de transgenders in Nederland. Er past reparatie door een programma te maken dat de bevindingen van het SCP in hun rapportage op een afgewogen wijze aan de orde stelt en een maatschappelijk debat over uitsluiting, slechte zorg en maatschappelijke achterstelling voert voor, over en met deze groep.

Maar bovenal past schaamte voor een kwalitatief triest televisie product. Ik begrijp van de Twitter account van Arie Boomsma dat hij Ghislaine verving bij de presentatie van het programma en dat hij Paul de Leeuw’s programma als ‘research’ gebruikte. Gaan jullie altijd zo slordig om met het briefen van jullie presentatoren? Laten jullie altijd onkundige presentatoren invallen? Want duidelijk was dat Arie Boomsma het programma zowel inhoudelijk als presentatietechnisch niet kon leiden!

Ik verzoek jullie het programma terug te trekken en niet op Uitzending Gemist aan te bieden zodat er niet nog meer schade wordt berokkend dan er al is. Ik daag jullie uit een reparatie programma te maken met Arie Boomsma en mij aangevuld met een aantal echte deskundigen inclusief de onderzoeker van het SCP, mevrouw Cohen of dhr. van Trotsenburg van het VUMC en een vertegenwoordiger van het Transgender Netwerk Nederland waarin zij en ik de ruimte krijgen om duidelijk te maken wat er werkelijk mis is met de positie van en de zorg voor transgenders in Nederland.

Met vriendelijke groet,

Alice Anna Verheij
schrijfster

PS Het staat wat mij betreft een ieder vrij om deze tekst zonder aanpassingen te verspreiden via de media.