The End.

Beste lezers,

Vandaag is er een einde gekomen aan mijn publicatiestroom op deze website. Writer’s Block is niet meer. Na zeven jaar en zo’n 1550 teksten is het tijd voor iets anders. Het stopzetten van Writer’s Block valt samen met veranderingen in mijn leven en werk die ik al heel lang wens. Soms komen dromen uit.

Mijn werk zal voortaan, voor zover ik daar behoefte aan heb, ontsloten worden via reguliere media en mijn geheel nieuwe persoonlijke website www.aliceannaverheij.nl. Writer’s Block zal als archief van mijn werk tot op heden beschikbaar blijven. Dit echter is de laatste tekst hier, nummer 1548.

Ik dank jullie allemaal voor het bezoek hier, het lezen en reageren en de vele vriendschappen die Writer’s Block mij bracht. Ik zie jullie graag weer tijdens exposities, via mijn boeken, social media of www.aliceannaverheij.nl. Voor informatie over mijn werk en bedrijf verwijs ik graag naar www.woordenstorm.nl.

Den Haag 12 juli 2013,
Alice Anna Verheij

Dear readers,

Today, Writer’s Block has ceased to exist. After seven years of writing in this place and almost 1550 publications its time for something else. Stopping with my Writer’s Block coincides with major changes in my life and work that I’ve always dreamt of. Sometimes dreams do come true.

From now on my work will, when I desire so, be brought to you through regular media and my completely new personal website www.aliceannaverheij.nl. Writer’s Block will stay available as an online archive of my work until this date. This is the last contribution to Writer’s Block, number 1548.

I thank all of you for reading and responding, for the friendships that Writer’s Block has brought me. I would love to see you again at my exhibitions, through my books, social media and www.aliceannaverheij.nl. For information regarding my work and company I gladly refer to www.woordenstorm.nl.

The Hague, July 12, 2013

25 juli: optreden bij poëziecafé De Leestafel

25 juli treedt ik op bij poëziecafé De Leestafel in de literair legendarische Posthoorn aan het Lange Voorhout in Den Haag.

Of eigenlijk, vòòr de Posthoorn want het is immers zomer. Mijn optreden zal plaatsvinden in het illustere gezelschap van Djoa van Oostenrijk en Dean Bowen. Gedrieën hopen wij u te vermaken, raken en inspireren. Daarna is er een open podium, dus kom en geniet!

De Posthoorn is te vinden op het Lange Voorhout nummer 39a.

de posthoorn

Meer informatie is te vinden op facebook.

Alice Anna Verheij

Nog even.

Sinds 2005 schrijf ik aan Writer’s Block, mijn continue te(kst)periment. Niet een blog, zoals zo vaak wordt gedacht, maar een scharrelplek, woorden laboratorium of tekstatelier. Kiest u maar. Acht jaar schrijven op een plek als deze is heel wat. Ik ben hier opgegroeid als schrijfster, heb er mijn diepste gevoelens, ellende, vreuge, liefde en verdriet gedeeld. Met als uitgangspunt dat ik mijzelf geen beperkingen op zal leggen in wat ik schrijf en op welke wijze.

Writers’ Block bracht mij een nieuw leven, een nieuw vak, nieuwe mogelijkheden bovenal nieuwe vriendschappen met heel bijzondere mensen. En een enkele ‘hater’. Zo gaan die dingen soms. De balans na al die jaren stukjes schrijven hier is in hele grote mate positief. Na 1.542 teksten en een dikke 416.000 bezoekjes is het echter welletjes. Writer’s Block houdt op te bestaan.

Tenminste, in deze vorm en onder deze naam. De website wordt een archief en er komt iets anders voor in de plaats.

Waarom stoppen met zoiets dat zo belangrijk in mijn leven is?

Omdat het nu nog gaat maar ik ook merk dat de inspiratie afneemt terwijl ik mijn creatieve bron nodig heb voor de boeken die ik maak, de foto’s, de exposities en de optredens. Omdat creatieve bronnen niet onuitputtelijk zijn en ik dat ook niet ben. Omdat ik van schrijven en documentaire kunst mijn beroep gemaakt heb en daar een ander soort benadering voor nodig is. Omdat het gewoon hoog tijd is om door te pakken en omdat ik een nieuwe fase in mijn leven in ga.

Binnenkort verlaat is, als alles goed gaat en daar ga ik wel vanuit, mijn geboortestad. Ik vertrek naar een plek in het land die mij beter past voor wat betreft rust, levensritme en inspiratie. Ik houdt van Den Haag maar de stad heeft voor mij ook een donkere kant in zich. De mogelijkheid om een verse start te maken op een plek waar ik geen persoonlijk verleden heb is er een die ik niet zal laten liggen maar die ik juist omarm.

Bij een nieuw begin hoort het afsluiten van zaken die daar aan toe zijn. Zoals mijn Writer’s Block.

Na Writer’s Block zal er onder deze domeinnaam een nieuwe persoonlijke website ontstaan waarin mijn andere uitingen worden ontsloten. WoordenStorm en Anna Ros zullen er deel vanuit gaan maken, net als het archief van Writer’s Block. Ik verdwijn dus niet van het toneel als het gaat mijn werk maar ik kom wel in andere gedaante terug. Hoe? Dat wordt de komende maanden wel duidelijk.

Alice Anna Verheij

Leraren

De Huffington Post herpubliceerde het verhaal uit de Dallas Post van een Amerikaanse leraar op haar website die 40 jaar lang in het jaarboek op de foto hetzelfde overhemd en dezelfde spencer (zo’n archaïsch armloos truitje) droeg. Het is een prachtverhaal en zoals iemand schreef, het is de leraar die we allemaal gehad hebben op school.

Dit is de man met zijn kleding.

Bij mij heette de man Teerink en hij gaf Scheikunde aan het al lang ter ziele gegane liberale bolwerk van de Thorbecke Scholengemeenschap. De saaiheid van zijn lessen was als die van kledingvariatie van zijn Amerikaanse collega. De lessen van meneer Teerink verliepen in wanorde en dat zorgde voor de nodige hilarische momenten. Ik denk trouwens nog best vaak aan die docenten van die middelbare school. De school zelf werd door ons Colditz genoemd naar het krijgsgevangenkamp uit de gelijknamige BBC televisieserie uit die dagen. Het was een hele rare school achteraf bezien. Drugshandel tierde er welig en volstrekt niet uitwisselbare groepen stadskinderen bevolkten het gebouw. Wat de nodige problemen gaf en de reden was waarom ik het er niet uithield. Pesten werd niet tegengegaan, het werd niet eens geregistreerd door de docenten en in een aantal gevallen door hun manier van lesgeven zelfs versterkt. Zoals mij overkwam in de Franse les van mevrouw van Heijningen. Hoog op de poten Française die getrouwd was met een klein wat dikkig mannetje die meen ik aardrijkskunde gaf. Het was een feeks als je niet goed Frans sprak. Ik sprak die taal slecht.

Dan was er die mevrouw Kerpel. Oud, met tropenkolder, pruik die altijd een beetje scheef zat en stok. Daarmee stamptte ze op de vloer van het lokaal om de meute stil te krijgen. Ze was zo doof als een kwartel dus muiten was een kunst. Maar als Indische dame was ze streng, heel streng. Eigenlijk was iedereen een beetje bang voor haar. Ze maakte deel uit van het KNIL-docentenkorps, mensen die terug uit Indië het onderwijs in waren gegaan en daar hun trauma’s uitleefden op de jeugd die wat hun betreft het nooit goed deed. Het boekje dat favoeriet was bij mevrouw Kerpel heette als vanzelfsprekend dan ook ‘Struikelblokken’.

Wiskunde kregen we afwisselend van Sanders, de man van de knoflook en waarbij je dus pas op rij drie veilig was. De toko om de hoek was in de lunchpauze te dichtbij dus na de lunch was je voorin de klas de pineut. Zijn collega Eelvelt was aardig, lang, slungelig en zat in een spijkerpak dat alle dagen hetzelfde was. Witte tennissokken en sandalen incluis. Van der Deyl, nee: Leo!, was de leukste leraar vond ik. Hij gaf Engels en met een paar in de klas maakte hij theatervoorstellingen voor sociale werkplaatsen. ‘The taming of the shrew’ met derdeklassers is dan een memorabele exercitie kan ik u zeggen.

Zo hadden alle leraren wel iets. Meneer van Veen, de rector, was vooral rectorisch. Afstandelijk en teruggetrokken op zijn kamer. Vermoedelijk lid van de KNIL fractie in de lerarenkamer. Net als die andere aardrijkskundedocent Birkenfeld. De naam als net zo hard als de knal van de bordenwisser die een put in de muur achter in het lokaal maakte wanneer hij met rechtshandige strekworp het ding gelanceerd had in de richting van één van de grootste ettertjes die hij altijd op de achterste rij zetten. Want dan kon hij bordenwissers gooien. Zijn schoolbord was ook eht enige waar nooit een krijtje tegen uiteen gespat is. We keken wel linker uit. Toen wij eens de traditionele 1 april actie bij het naburige oer Christelijke Zandvliet hadden uitgevoerd (’s nacht alle cola en gevulde koeken uit de kantine daar jatten) en de schoolbevolking vandaar ons Colditz probeerde binnen te dringen was Birkenfeld in de deur aan de achterzijde en onze gymleraar (ijshockeyer en dus net zo breed als hoog) aan de voorzijde voldoende om dat grauw terug te laten afdruipen richting Bezuidenhoutseweg.

O ja, van der Valk, die jonge hond. Koppelde niet aan met de Indiërs maar organiseerde wel de fotoclub. Ik maak nog steeds foto’s en daar mag hij best krediet voor krijgen. Natuurkunde vind ik ook nog steeds leuk dankzij hem. En zo waren er een lange lijst van leraren en leraressen, de namen van de meeste ben ik kwijt. De school brak ik na een paar rampzalige jaren af maar ze zitten nog wel in mijn hoofd. De school heeft nog maar een paar jaar bestaan maar ging tenonder aan de gevolgen van herverdeling van stadsvolk als gevolg van stadsvernieuwing en een lerarenkorps dat in samenstel niet veel voorstelde.

En die docent van die overhemden en spencers? Ik had hem in alle klassen en hij gaf Engels, tekenen, scheikunde, muziek en Duits. Het was eer eentje die zijn vak goed verstond maar wiens vaardigheden aan mij niet altijd wel besteed waren.

© 2013 Alice Anna Verheij

Dove

Op de website van Rop Gonggrijp, misschien wel de belangrijkste voorvechter van het goede gebruik van internet, waar ik terecht kwam door een facebook bericht, staat een postje over een reclame campagne van Dove (van de smeerseltjes, shampoos en doucheschuim). Het filmpje confronteert en net al bij eerdere campagnes doet het dat op het gebied van beeldvorming van vrouwen. In dit geval gaat het dan om het zelfbeeld van vrouwen. Dit is het filmpje.

Ik besef dat ook ik een issue heb met mijn zelfbeeld, een flink probleem.

Ik heb veel foto’s van mijzelf. Bijna allemaal gemaakt in de afgelopen acht jaar. Foto’s van voor 2005 zijn er amper meer, ze zijn gewist, verknipt, vermalen, verbrand, weggegooid, vernietigd. Omdat die foto’s mij wanneer ik ze zie herinneren aan een verleden waar bij zo goed als iedere foto ik mij herinner wat de pijn is die verbonden met me was op het moment van die foto. Zo af en toe op een onbewaakt moment wordt ik ongewild geconfronteerd met die oude foto’s. Er komen foto’s of negatieven boven of oude cd’s met foto’s. Soms een mapje of een brief met een bijgesloten foto. Die confrontaties zijn uiterst pijnlijk en nooit fijn.

Is dat normaal? Nee, dat is niet normaal.

De pijn van het moeten kijken naar een ongewenst verleden in die zin dat ik dan iemand zie die ik niet wens te zijn geweest is niet goed uit te leggen. Na 2005 veranderd alles in mijn leven en ook de foto’s veranderden. Waar op foto’s uit het verleden mijn lach in de loop van de jaren verdween en vervangen werd door een masker is op de foto’s na 2005 te zien dat er een nieuwe lach voor in de plaats is gekomen. Eigenlijk worden er zelden meer foto’s van me gemaakt waar ik niet op lach, zelfs al is die lach soms een minimale glimlach. Maar ben ik dan blij met die foto’s van tegenwoordig? Ja en nee.

Als fotografe is het beeld een essentieel deel van mijn bestaan, van mijn werk. En in de komende jaren zal het dat ook zeker blijven waarbij ikzelf dan ook nota bene onderwerp of lijdend voorwerp zal zijn in die beelden. Wat betekent dat ik mij comfortabel moet voelen bij afbeeldingen van mijzelf. Maar ik voel me lang niet altijd comfortabel met die afbeelding. Net als de vrouwen in het filmpje kan ik mijzelf niet als mooi zien. Dat is me nooit gelukt in het verleden en dat lukt me nog steeds niet. Ik kan mijzelf niet als aantrekkelijk zien. Dat komt door mijn verleden en door de codering die de samenleving in zich heeft en oplegt aan mensen, vrouwen in het bijzonder.

Over het geheel genomen ben ik niet echt heel erg ontevreden over mijn lijf, maar ik ben me maar al tezeer bewust van de beperkingen die structuur en operaties op het begrip schoonheid hebben gelegd. Als het om mijn gezicht gaat zie ik vooral de ‘foutjes’. De rimpeltjes die sneller zichtbaar worden dan ik wil, de plekjes die daar net als op andere plaatsen op mijn lijf te zien zijn, de wallen onder de ogen en hangende oogleden, de asymmetrie van mijn mond, mijn slechter wordende gebit en de leeftijdsonderkin veroorzaakt door overtollig vel. Ik zie een vrouw die snel ouder wordt, haar ‘prime’ voorbij is (wetende dat die er nooit geweest is), en die een toekomst voor zich heeft waar dat beeld niet aantrekkelijker wordt. Lelijk vind ik mezelf niet, maar aantrekkelijk beslist ook niet.

Ook ik ben gevoelig voor wat de wereld vind van het uiterlijk van vrouwen. Uiterlijk is belangrijk voor mij. Kleding, make up, het is voor mij essentieel om mijzelf goed te voelen. Zonder make up over straat gaan is iets dat ik niet wil en de kleding moet mij goed staan en zeker niet ouwelijk zijn. Terwijl ik nota bene mijzelf nu regelmatig in een kledingstijl hul van meer dan honderd jaar geleden. Mijn gevoeligheid op dit punt, mijn verleden ook, maken dat mijn zelfvertrouwen over mijn uiterlijk niet groot is. Het is zelfs zo sterk dat het soms minderwaardigheid oproept. Mijn angst om omwille van mijn uiterlijk, om de bouw van mijn lijf waar een schaduw van een ongewenst leven in te zien is, om mijn ouder wordend gezicht, afgewezen te worden in zoiets essentieels als de liefde is groot. Het is me een paar keer overkomen.

Ik besef dat ik voor wat betreft lijf, uiterlijk en mijn eigen beleving daarvan, een beschadigd mens ben.

Om die reden ben ik heel erg blij met de reclamecampagnes van Dove. Zeker met deze. Want het laat zien dat ons zelfbeeld bijna zonder uitzondering negatiever is dan het beeld dat anderen van ons hebben. En toch, ondanks het prachtige filmpje blijft er dat gevoel fysiek niet aantrekkelijk te kunnen zijn voor een ander. Zoals een vrouw in het filmpje zegt: I have work to do with myself. Ze heeft gelijk.

© Alice Anna Verheij

Het is om te janken.

Het is om te janken, het is om te janken zo mooi.

Maarten Roozendaal is niet meer. Gewoon, zomaar. In korte tijd, een half jaartje of zo, kantelde zijn leven naar het niet leven.

Als een leeftijdsgenoot sterft, Maarten was van het mooie jaar 1962 dat ook mij voortbracht, als een leeftijdsgenoot sterft dan krijg ik een klap in het gezicht van mijn zelfvertrouwen. Zoiets zet me op mijn plaats. Doet me beseffen dat sterven misschien gewoner is dan leven. Er zijn immers meer gestorvenen dan levenden. Het maakt dat ik nog nadrukkelijker de angst voor het niet voluit leven voorbij wil. Zo ongeveer als de yellow roman candles van Kerouac. Maarten was een dichter. Sommigen zeggen liedjesschrijver of kleinkunstenaar. Maar voor mij was hij een dichter. De melodie immers was ondergeschikt aan de teksten die hij schreef en met zo’n aantrekkelijke intensiteit er uit gooide. Rock & roll is niet voorbehouden aan musici.

Trouwens, volgens mij zit Maarten nu ergens tussen die Nijgh en Vinkenoog ons te bekijken. Met een glas in de ene en een sigaret in de andere hand. Nijgh plagend om zijn softe teksten en door Vinkenoog geplaagd wordend want hoewel die twee voor mij op dezelfde eenzame hoogte van de Nederlandse poëtische ladder staan was Simon toch net even complexer. De drie kijken naar ons en zitten vast grappen en grollen te maken over die rare Hollanders die zich druk maken over wat er niet toe doet en ondertussen vergeten te doen wat zij deden: leven. Want geleefd heeft Maarten. Gezopen, gerookt en vast de rest ook wel. Ach, daar komt Martin Bril ook even. Ramses zit op een bankje aan de zijkant en kijkt koninklijk toe. Aan de andere kant zit Toon, met een glimlach. Hij schrijft een lief gedichtje.

Het is druk geworden daarboven. Alle mooie mannen van de taal lijken zich er verzameld te hebben en dat betekent als vanzelf dat het hier beneden verdomde leeg is geworden. Het gat dat al geslagen was in de afgelopen jaren is weer een beetje groter gemaakt door het vertrek van Maarten. Met stille trom, zonder al teveel gerucht. Gewoon uitgedoofd in een half jaar. Weg. Old soldiers fade away immers.

Het maakt het er niet leuker op hier en precies om die reden denk ik dat we maar een beetje ons best moeten doen om ons niet te laten afleiden door het gesodemieter van de politiek, de crisis, het geweld en de oorlogen en wat God, Joost of wie dan ook nog meer weet. Misschien moeten we maar wat gemakkelijker worden en onszelf het leven toestaan. Verliefd worden omdat dat zo lekker is, drinken als we willen drinken en met hedonistisch genoegen de bohémien uithangen. Want uiteindelijk doet het er allemaal niet zoevel toe. Voor ons vele anderen, of eigenlijk na ons vele anderen. Misschien moeten sommigen van ons meer een Maarten worden. Want hoewel zijn leven te kort was, was het wel een leven. In alle opzichten. Met passie, met woorden, met poëzie, met liedjes. Die allemaal achter gebleven zijn als een groot kado aan een wereld die er allemaal geen donder van begrepen heeft.

Maarten, het ga je goed daar man. Doe die andere mannen de groeten. Ik neem er eentje op je ondanks dat ik het flauw vind dat je vertrokken bent. Dat, Maarten, is gewoon helemaal niet leuk van je. Maar het is je vergeven. Want al valt het niet mee, het lukt ook zonder jou.

© Alice Anna Verheij

Brief aan mijn moeder.

Den Haag , 1 juli 2013

Mam, lieverd,

Op de een of andere wijze, en ik weet niet precies hoe dat werkt, mis ik je ieder jaar meer dan het jaar er voor. Drie jaar geleden was je er nog. Je vocht voor je leven. Nou ja, eigenlijk vocht je om dat leven te laten eindigen. Het was begonnen rond deze tijd in het jaar. Juli zou je in gaan maar niet uit komen. Je was te ziek. Het was alsof je kromp, afnam in proporties tot er uiteindelijk een mens over was die transparant geworden was. Zelfs je ogen.

Het duurde nog geen twee weken maar toen had je gerealiseerd wat je besloten had te doen. Je was verstorven. Ongelijk kan ik je natuurlijk niet geven maar ik moet je wel laten weten dat het de vreselijkste ervaring in mijn leven was. De laatste dagen mocht er niemand bij je komen. We, ik, mochten niet aan je bed komen. Sterven deed je alleen. De laatste adem van pa hebben we niet meegekregen, dat ging te plotseling. De laatste adem van jou heb ik ook niet meegekregen. En dat doet pijn. Heel erg veel pijn. Het is alsof je me ontstolen bent en in zekere zin is dat ook zo. Er is niets zoveel ergers te bedenken dan je moeder langzaam te zien sterven door een rond raampje in de deur van een kil ziekenhuis.

Ieder jaar als juli komt ben je er weer, ieder jaar nadrukkelijker.

Je begrafenis had je ook geregeld, weet je nog? Zo was je. Was het een soort revanche op het leven die je nam? Was het een terechtwijzing omdat wij, je kinderen, niet in staat waren om op een lijn te blijven in onze zo verschillende levens? Was het een verzetsdaad? Was het omdat je niet wou dat iemand iets in jou ogen verkeerds zei? We hielden toch van je? We mochten niet spreken op je begrafenis. Er mochten veel mensen niet bij zijn. Het moest snel en ongezien gaan. Achteloos. Zo voelde het. Maar ja als dochter van je moeder je niet kunnen uitspreken op haar begrafenis is een ontkenning van moederliefde. Voor mij voelde het alsof ik beschuldigd was van een misdrijf dat ik niet begaan had. Veroordeeld tot zwijgen en toezien zonder een kans op hoger beroep. Het was traumatisch die dag. Dat de doodgraver, of hoe heet zo’n man, je naam verkeerd uitsprak was een onvergetelijk en verschrikkelijk pijnlijk moment dat gebeiteld is in mijn geheugen. Maar ook een tekenend moment.

Nog steeds ben ik niet in het reine ermee. Ik kan niet begrijpen dat je me daags ervoor, toen je bewustzijn er nog was, een goed kind noemde, maar me wel postuum mijn rouw ontnam. Gerouwd heb ik toch, natuurlijk. Want mam, ik heb zoveel van je gehouden. Ik kon niet anders dan me in traditionele diepe rouw hullen, zoals ik ieder jaar op je sterfdag zwart draag. Ook straks weer. Je zal het misschien niet altijd gevoeld hebben en gedacht hebben dat ik vond dat je de goede keuzes maakte in je leven, maar dat is voor mij toch echt anders. Waar andere mensen zeggen dat ze geweldige ouders hadden zeg ik dat ook, maar ik zeg er wel bij dat ik vind dat ze grote fouten maakten. Zoals ieder mens in het leven fouten maakt en ik niet in het minst. Waarom dan die onvergeeflijke houding? Die onmogelijkheid om als iemand het verpest had ooit weer tot elkaar te komen. Mij heeft het niet getroffen behalve in die laatste dagen, maar anderen wel. Soms decennia lang. Was het dan echt zo moeilijk om mensen te vergeven? Ik begrijp dat niet. In mijn leven zijn er ook mensen die mij groot onrecht hebben aangedaan of tot in mijn ziel hebben gekwetst. En natuurlijk is er dan boosheid. Maar nooit genoeg om niet na een tijdje de deur open te zetten en te praten als die ander daarom vraagt. Het mentale corset wat je me omgedaan had die dagen was te strak, het benam me de adem en liet me achter met verdriet èn met boosheid en onbegrip voor je keuze. Vergeven is iets wat ik ieder mens toewens als capaciteit, zeker op het sterfbed.

Dat vermogen bezat je niet en dat vind ik tragisch maar ik kan je dat niet verwijten. Het enige dat blijft is het verdriet dat het zo was. Dat je jezelf en anderen zoveel ontzegd hebt terwijl je zo een lieve vrouw was, zo’n schat van een moeder. Het argument dat sommigen gebruikten dat het een gevold van je ziekte was is voor mij niet genoeg. Ik weet dat het niet waar is, ik ken je te goed. Natuurlijk, je was zo ziek die laatste jaren en vooral die laatste maanden, weken en dagen. Hartverscheurend ziek. En precies dat is gebeurt, mijn hart is toen verscheurd en ik ben nog steeds de stukjes bij elkaar aan het zoeken en aan elkaar aan het plakken. Maar er missen stukjes. Er zijn snippers weg en ik weet niet waar ik die moet zoeken. Ieder jaar, als juli komt, zitten de tranen dichter achter mijn ogen. Nu ook weer. Ik heb pijn mam want ik mis je zo verschrikkelijk. Ik mis de dagen dat we elkaar zagen en gewoon pleziertjes hadden, hoe klein ook. En ik mis je te kunnen vertellen wat voor gekkigheid ik nu weer doe. Ik mis dat je trots op me bent, dat heb je me te weinig laten weten en dat maakt een mens onzeker. Dat beschadigt.

Het is hoog tijd dat ik je dit maar eens schrijf want het zit me al zolang hoog. Alle afleiding in mijn leven ten spijt blijft deze tijd in het jaar me in toenemende mate bezwaren. Over zestien dagen ben je weer gestorven. Voor het derde jaar. En voel ik me weer een beetje meer verweesd dan het jaar er voor, want het wordt niet lichter maar zwaarder ieder jaar. Er is te veel onbeantwoord, het gat is te groot. Ik mis je teveel mam. Ik wou dat dat beeld van jou in die kamer, gezien door dat ronde raampje van die vreselijke deur, er niet meer was.

Heel veel liefs, waar je ook bent, ik weet dat je dit leest,

Alice Anna

Geleende gedachten.

Dezer dagen gebeurt er meer in mijn leven dan ik zelf wellicht doorzie. Aan veranderingen ben ik gewend. Aan nederigheid en het accepteren van iets wat men lot noemt ook. Ik ben gewend geraakt aan niet verwezenlijkt krijgen waar ik van droom. Aan niet verwerkt krijgen waar ik mee worstel. Ik ben gewoon om niet meer te kunnen leven op een wijze die voor de meeste mensen van mijn generatie eigenlijk de gewoonste zaak van hun wereld is.

Maar hun wereld is niet mijn wereld.

Ik ben gewoon te reizen in mijn hoofd en soms in de realiteit. Altijd speelt het verleden daarbij een rol in een soort samenhang met mijn heden op een vooral ondoorgrondelijke wijze. Ik ruil mijn verdriet, angsten en gebrek uit tegen passie voor wat ik schrijf of fotografeer en vooral met wie ik dat samen doe. Mijn pen, papier, computer, ze zijn mijn gereedschap. Een uitgestelde mond die pas spreekt wanneer een ander me leest. Nooit is dat op het moment dat mijn handen vastleggen wat mijn gedachten mij vertellen. En zelden spreek ik mijn diepste gedachten uit, hoe intiem mijn tekst soms ook lijkt te zijn voor wie mij leest.

Dat is mijn wereld.

Na jaren intensief schrijven en bouwen aan wat mijn droom is, vecht ik tegen slijtage. Tegen vermoeidheid. Ik vier de kleine victories en mijn ziel poogt zich te verbinden met andere zielen die zijn als ik. Om dat te duiden lees ik verhalen uit de tijd die mij als geen andere tijd intrigeert. Over mensen die mij door hun leefwijze aantrekken. Ik lees hun werk, hun gedachten, hun pijn, hun liefde. Ik lees liefdesbrieven.

Hun wereld is een beetje mijn wereld aan het worden.

vita virginia

Ik heb idolen. Dat is het goede woord. Ernest Hemingway natuurlijk, mijn eeuwige inspiratie. Sinds een tijdje lees ik de boeken van Vita Sackville-West en Virginia Woolf’s werk. De afgelopen tijd heb ik hun liefdesbrieven gelezen en ben daar diep door geraakt. Want ik herken ze. Ik proef de stille liefde, de verhulde passie, de soms platonische maar o zo vaak nauwelijks verhulde liefde tussen hun geest, hun ziel. En ik herken het. Ik herken dat als mijn eigen gedachten, mijn eigen woorden en mijn eigen stille en ongeschreven teksten. Ik herken hun devote toewijding aan wat zij het liefste deden: schrijven. Ik herken dat zij dat konden door de verbinding die zij met elkaar hadden als vakgenoten, als geliefden hoewel die liefde lang niet geconsumeerd werd in de zin die men tegenwoordig maar al te gemakkelijk ziet als de enige basis waarop mensen zich verbinden met elkaar. Zij waren zo liberaal, zo gesofisticeerd in hun levenswijze. Zo niet angstig voor de consequenties van het helder willen zijn over hun gedachten, gevoelsleven, liefde en kunst.

En ik wil mijn wereld zelf ook zo graag zo ingevuld zien worden.

Niet in alle aspecten, maar wel in een aantal essentiële, is precies ook dat wat er gebeurt. Terwijl dat gebeurt en scheppen in vriendschap en samenwerking de basis is geworden van mijn leven voel ik ook de angst die in hun liefdesbrieven sluimert. De angst om het te verliezen. Wanhoop zelfs soms en vooral de vermoeidheid die het grootst is vlak na het gevecht. Vooral ook het besef dat achter blijft wanneer het gevecht tegen het verzwijgen van het eigen gevoel verloren is.

Dus ben ik gestopt met vechten, aanvaard mijn vermoeidheid na alle jaren, omarm mijn toekomst zoals die zich nu aan mijn ontvouwd en besef dat het mijn gedachten zijn die mijn grootste goed zijn. Tegen de stroom van de ratio in kan ik zeggen dat ik eindelijk van mijzelf hou. Genoeg om verder te kunnen en te willen. Die vermoeidheid zal minderen, de basis steviger worden en ik weet net zo min als Vita en Virginia wisten toen liefdesbrieven tussen hun wisselden hoe het zal eindigen. Ik weet hoe het hun verging. Toch ben ik mijn angst voorbij. Juist nu mijn leven eindelijk de vorm krijgt die het moet hebben, nadat mij na al die jaren en pijn mijzelf duidelijk is geworden wat mijn essentie is. Juist nu blijk ik te mogen vertrouwen op mijzelf, op wat ik maak en hoe ik dat zelf waardeer.

Dit schreef Vita aan Virginia, het passionele antwoord kwam later. Dat antwoord is bekend geworden bij de literaire liefhebbers maar de vraag die het antwoord ontlokte in mindere mate. Daarom citeer ik die tekst hier. Hoe het anderen vergaat die dit lezen weet ik niet maar ik begrijp het alsof ik het zelf geschreven had. Het zijn daarmee geleende gedachten. Ik sta mijzelf dat toe. Voor even. En leg dit opnieuw vast, in een andere tijd en een andere omstandigheid. Voor wie het aan gaat.

…I am reduced to a thing that wants Virginia. I composed a beautiful letter to you in the sleepless nightmare hours of the night, and it has all gone: I just miss you, in a quite simple desperate human way. You, with all your undumb letters, would never write so elementary a phrase as that; perhaps you wouldn’t even feel it. And yet I believe you’ll be sensible of a little gap. But you’d clothe it in so exquisite a phrase that it should lose a little of its reality. Whereas with me it is quite stark: I miss you even more than I could have believed; and I was prepared to miss you a good deal. So this letter is really just a squeal of pain. It is incredible how essential to me you have become. I suppose you are accustomed to people saying these things. Damn you, spoilt creature; I shan’t make you love me any more by giving myself away like this — But oh my dear, I can’t be clever and stand-offish with you: I love you too much for that. Too truly. You have no idea how stand-offish I can be with people I don’t love. I have brought it to a fine art. But you have broken down my defenses. And I don’t really resent it.

© 2013 Alice Anna Verheij

De Universiteit van Antwerpen, ik en Willem Elsschot.

Dan kom je na een moeilijke dag onverwacht een tekstanalyse programma (Stylene) van de Universiteit van Antwerpen tegen op facebook. Je doet die analyse op de laatst geschreven zeer persoonlijke en pure tekst die je schreef. En dan is de conclusie dat je noch man noch vrouw bent in je tekst, deze in hoge mate poëtisch / literair is en de dichtsbijzijnde auteur qua stijl Willem Elsschot is.

In de ogen van de algoritmes van de UvA (Niet die Amsterdamse maar die Antwerpse).
Ondanks de relativiteit van iets dergelijks ontkom ik niet aan een enorme glimlach. En dat had ik hard nodig.

Voor wie het zelf wil proberen, dit is de link naar de website.

tekststijlanalyse

Haat, liefde.

lovehate

Ik gebruik het woord zelden. Nou ja, nooit eigenlijk. Het is me te hard, te gericht op een ander, te agressief. Het is alles wat ik niet wil zijn, wat ik niet wil voelen. Maar er zijn soms momenten dat ik niet om het woord heen kom. Gewoon omdat het op de beste wijze verwoord hoe ik me voel, wat ik voel. Omdat het de beste omschrijving is die ik kan bedenken. Juist door die hardheid, de agressiviteit.

Haat.

Vandaag is de tegenhanger van dat woord de reden dat het zich in me naar boven gevochten heeft. Ik haat. Ik haat het om afscheid te nemen. Iemand te moeten laten gaan omdat dat nu eenmaal het enige is dat mogelijk blijkt. Zelfs als is het voor maar even. Want als je een belangrijk deel van je leven met iemand deelt, en ik bedoel echt deelt, delen in de zin van elkaars diepste en donkerste geheimen kent, elkaars tranen opvangt en samen onbegrensd plezier hebt, dan is het verdomde moeilijk om die persoon te laten gaan. Zelfs als die persoon niet je geliefde is maar misschien de zus die je je hele leven al wenste. Juist wanneer je een andere zus hebt die jouw bestaan in alles ontkent. Op zo’n moment haat ik. Dan haat ik dat moment dat het vliegtuig vertrokken is en de stilte van het niet kunnen delen zich onbarmhartig aan me opdringt.

Het is het haten van het zijn van de goede vriendin, misschien de beste vriendin maar niet dè vriendin. Het is het haten van het leven als een solitair wezen terwijl nu juist het samen leven en beleven zo kenmerkend, zo karakteristiek is voor wie ik ten diepste ben. Ik ben, dat weet ik maar al te goed, niet geschikt om solitair te leven. Dat soort leven is voorbehouden aan herten, gazelles en katten. Maar ik ben een mens. Ik leef bij de gratie van de interactie met anderen. Die interactie is bij sommigen intens en zonder uitzondering is er bij die intense verbinding die ik kan hebben met iemand sprake van liefde. Dat hoeft niet de liefde te zijn zoals geliefden die hebben en – als ze geluk hebben – consumeren. Het is de liefde voor de ander omdat die ander me teruggeeft wat ik zo gemakkelijk zelf weggeef: genegenheid, aandacht, respect, plezier en soms die schouder om even tegen te leunen of om op te kunnen steunen.

Wat onverlet laat dat ik zoveel liever een ‘significante ander’ heb, iemand die onvoorwaardelijk voor me kiest. Maar dat genoegen heb ik niet mogen proeven. Dat is een situatie die ik mij niet meer herinner en die voor mij is gaan behoren tot een sprookje, een onwerkelijke utopie. Een gedroomd doel in mijn leven dat niet bereikt wordt. En dus leef ik als een gazelle of een kat. Ten lange leste, en in tegenstelling tot die gazelle en kat doe ik dat ongewenst. Het is dat leven dat zich manifesteert in een regelmatig terugkerend gevoel dat ik ten diepste haat, het gevoel van peilloze eenzaamheid. Eenzaamheid omdat niet ik degene ben waarnaar teruggekeerd wordt maar degene die uiteindelijk alleen zal staan. Die niet de armen van een ander om zich heen weet. Dat besef is het besef dat de belangrijkste bron in mijn leven niet uitgeput wordt, niet volledig aangesproken wordt. Het is het niet kunnen delen van wat mijn dierbaarste bezit en diepste wezen is:

Liefde.

En zo ligt haat onverbrekelijk verbonden met liefde. Maar er is een troost, al is het een zeer schrale. Die troost is dat ik pijn voel, dat ik mijn gevoel nog weet te vinden, dat ik een afscheid dus haat. Net zo zeer als dat ik het haat dat ik te bang ben om – in een ander geval, bij een ander mens – duidelijk te maken dat ik liefde voel. Iets dat, juist door dat gevoel nooit degene te zijn die verkozen wordt, zo kenmerkend is geworden. Ik ben net zo bang geworden voor liefde als dat ik voor haat al was. Daarover ben ik misschien nog wel het meest verdrietig want het schetst mijn eigen onvermogen. Een onvermogen waarvoor de basis stevig gelegd is door de wonden van mijn verleden, de incidenten in mijn jeugd en de nooit geheelde pijn van het zijn van de uitzondering, de kwetsbare, de onaantrekkelijke, de verlegen, de bange, de te serieuze, de stille en de teruggetrokkene. Degene die me zeggen dat liefde begint met het houden van jezelf hebben me vrees ik nooit echt begrepen. Immers, de meeste van die kenmerken mag ik overwonnen hebben in een gevecht dat al een leven duurt, maar de gevolgen lijken onoverkomenlijk geworden. Ze verwoesten me langzaam maar zeker, hebben een diepe wond geslagen die soms opengereten wordt. Dat is geen somberheid van me, dat is zoals het leven soms verloopt voor sommigen. En ondanks alles, ondanks dit alles, ga ik toch gewoon verder met leven. Morgen lach ik weer. God mag weten waarom.

© 2013 Alice Anna Verheij

De ware romanticus

Christian Schloe - the pleasure to travelDigital art: The Pleasure of Travel – Christian Schloe

De ware romanticus
drinkt teveel
of vervalt in liederlijkheid
Is iedere dag gegrepen
ten prooi aan
een onmogelijke verliefdheid

De ware romanticus
schrijft telkens
wanneer het hart zeer doet
een gedicht, of twee
en denkt, o wee,
gelukkig dat die dat moet

De ware romanticus
is verloren
voor het nuttig mensenleven
want volgt de zinnen
wil beminnen
al is het maar voor even

De ware romanticus
zo een als ik
is steeds verloren
in woorden en zinnen,
en een belofte
gefluisterd in mijn oren

© 2013 Alice Anna Verheij

Momenten van geluk

Er zijn momenten dat geluk er al is terwijl ik het niet in de gaten hebt. Wanneer ik dat dan eindelijk inzie wordt me plots duidelijk dat hoe nauwkeurig ik ook de wereld observeer, mijn eigen wereld zal ik nooit helemaal doorzien. Gelukkig maar want dat maakt dat ik verrast kan blijven worden.

Op de achtergrond zingt Francis Cabrel ‘ Je t’aimais je t’aime je t’aimerai’ en zo is het.

Voor ieder van ons blijft de zon te lang weg en is de zomer een schim geworden van een herinnering en zelfs nauwelijks een beeld dat we ons nog kunnen voorstellen. De winter duurde te lang, het voorjaar was er niet en het sjagrijn in bijna alles lijkt te regeren. Toch is de werkelijkheid anders. Wanneer mijn kamerdeur openstaat zoals vandaag en de zon haar warmte laat voelen, hoor ik de wind door de bladeren van de berkenboom voor mijn deur ruisen. Sluit ik dan mijn ogen dan lig in het gras ergens in de vrije natuur en luister naar wat zoveel anderen voor mij hoorden en zoveel anderen na mij ook nog zullen horen. Dan besef ik dat deze wereld niet de onze is maar dat wij van die wereld zijn. Niets is mijn of jouw eigendom, we hebben alles te leen en tegelijkertijd is die vrije wereld, al dat moois jouw eigendom en het mijne tegelijk. Dat schept verplichtingen naar de natuur, naar jou en naar mezelf. Bladeren ruisen niet voor niets. Ze doen dat om ons te laten weten dat er iets groters is dan wij zelf. Iets veel belangrijkers. De boom voor mijn huis stond er al voor ik hier kwam wonen en zal wellicht zelfs ouder zijn dan ik zelf. De kans dat die er nog zal staan als ik hier niet meer woon of niet meer leef is aanwezig. Dat stelt me gerust.

home (1)

Ik ben een mens van verandering, zo schijnt. Althans, dat denken de mensen om mij heen vaak van mij en in zekere zin cultiveer ik dat beeld. Mijn geest dwingt mij immers mijn hele leven al naar voren, naar de toekomst. Verleden is niet iets waar ik met onbevlekte vreugde aan denk. Die eeuwige vlucht naar voren maakt dat voor sommigen ik onberekenbaar ben. Ze kennen mij niet echt. Anderen die ik reken tot mijn liefste vrienden weten beter hoop ik. Mijn drang om niet alleen naar de toekomst te kijken maar er ook naar toe te willen gaan lijkt in schril contrast met mijn behoefte om nu juist me te verdiepen in geschiedenis, in tijden van voor mijn bestaan. Die voorwaartse beweging gekoppeld aan een blik naar het verleden is misschien wel de belangrijkste karakteristiek van mezelf en in plaats van die te bestrijden door me te concentreren op het korte moment van het heden omarm ik die karakteristiek. Het is een wezenlijk deel van mij om te willen leven in het verleden maar daar vooral mijn toekomst op te baseren.

Mensen die dat herkennen zijn collega tijdreizigers.

Mijn punt is dat door mij zoveel minder met het heden bezig te houden ik vaak niet kan voldoen aan wat de maatschappij van mij verwacht. Die immers houdt zich bijna uitsluitend met dat heden bezig. Zaken worden belangrijk gevonden die dat helemaal niet zijn en vaak besef ik dat een probleem of situatie van het moment over een tijdje voorbij is. Verleden tijd is geworden. Onveranderlijk geworden en daarmee voor de toekomst niet relevant. Immers, de toekomst kan een mens beïnvloeden, het verleden niet meer. Maar om die toekomst te kunnen beïnvloeden zijn er wat mij betreft twee belangrijke zaken aan de orde die ik poog vast te houden: goed doen in het heden en het verleden kennen en begrijpen. Er van willen leren. In klein verband als het om mezelf gaat maar in groter verband is dat minstens zo belangrijk.

De maatschappelijke problemen van vandaag zijn gemakkelijker te duiden nu ik de Victoriaanse tijd bestudeer. De analogieën zijn veelvuldig en overduidelijk. Het fin de siècle gedrag van het einde van de negentiende eeuw kent zoveel overeenkomsten met deze zogenaamd moderne tijd. En deze tijd is zoveel behoudender en conservatiever dan die van pakweg dertig jaar geleden. Wellicht vreemd maar dat besef van hoe de maatschappij in het westen zo lang terug functioneerde in vergelijking met hoe die nu functioneert bepaald vaak mijn keuzes, mijn standpunten en vooral de zaken waar ik me mee bezig hou.

Waarmee ik weer terug kom bij die geluksbeleving. Want met de mooie zang van die Fransman in mijn oren vermengd met het ruisen van de wind door de bladeren van de berkenboom besef ik dat ik misschien wel de belangrijkste tijd in mijn leven doormaak. Besef ik dat ik dat wellicht iedere dag doe en dat het heden belangrijker is dan gedacht. Het dwingt mij om te kijken naar de zon die door de gebedsvlaggen op mijn balkon schijnt en mij trakteert op heldere kleuren en een zuivere blik. Een windhorse is niet een verzinsel van monniken maar een gebed, een zegen die ik op momenten als deze voel. Sommigen zullen dat geluk noemen.

Ik vandaag ook. De zomer komt er echt aan.

© 2013 Alice Anna Verheij

Het verzet van mijn vader.

verzet

Vanmorgen stond ik voor mijn klerenkast
keek langs de deur naar de wand
en zag het verzet van mijn vader

Met zijn oorlog en zijn loden last
zijn emoties aan de kant
en dacht, de pijn komt altijd later

Twaalf jaren lang niets weggewast
herinnering aan vaders hand
ik mocht hem houden langs het water

Dan lees ik op die tegel zijn verzet
begrijp nu pas wat hij bedoelde
het was een wijze les, maar geen wet

Vanmorgen bij die klerenkast
met vaders verzet daar aan de wand
besefte ik, ook begrip komt altijd later.

© 2013 Alice Anna Verheij

Je bent minister en je schrijft een brief…

Je bent minister en je schrijft een brief. Over een beleidsgebied waar je verantwoordelijk voor bent. Dat wordt van je verwacht door het parlement want dat wil iets hebben om een beetje een beeld te krijgen van wat je op dat gebied wel en niet gaat of wilt doen.

Zo’n brief schrijf je natuurlijk niet zelf. Je zet er je handtekening onder, dat wel. Wellicht heb je er een serie gesprekken over met coalitiegenoten in het kabinet of misschien dat niet eens. Tuurlijk, je praat er over met je ambtenaren en misschien doe je net nog iets meer en geef je hun aan wat je verwacht dat er in de door hun geschreven brief komt te staan. Er gaat niet één ambtenaar maar een hele wagonlading aan de slag want de minister wil een brief hebben. Vanuit alle beleidsterreinen binnen het ministerie die ook maar iets met het onderwerp van die brief te maken hebben wordt er bijgedragen aan de tekst. Die een verzameling wordt van gemeenplaatsen, algemeenheden, ingetrapte open deuren en zorgvuldig geformuleerde intenties. Soms zelfs een voornemen.

2013-05-12 at 12.51.22

Op een zondagmiddag krijg je het resultaat, je man snijdt ondertussen het vlees voor de maaltijd, en je leest de tekst door. Als rechtgeaarde politica zit het compromisgedrag je in de aderen en dus vind je op een enkel punt na het een heel decent stuk. De opvolgende maandag laat je jouw directeur op het ministerie weten dat er nog wat geschaafd moet worden en op de dinsdag is het voor de bakker. Je eigen beleidsbrief die je vervolgens naar het parlement stuurt.

Je heet Jet Bussemaker en bent minister in een kabinet van schraalhansen en liberaal grijze duiven. Je bent vrouw. Je brief gaat over emancipatie en dus over vrouwen. Je bedenkt niet dat de diversiteit aan vrouwen zo groot is in dit land (en elders ook trouwens) dat je brief bijna per definitie door een flink deel van die vrouwen niet gepruimd gaat worden. Je geeft een interview aan Trouw.

En dan gebeurt het. Trouw zou Trouw niet zijn of er wordt iets uit die brief gelicht, op een verbaal schaaltje gelegd met de spot er op gericht en je wordt om commentaar gevraagd. Je trekt je positivo houding aan en geeft antwoord in alle naïviteit. Je geeft in dat antwoord vrouwen een verbale draai om de oren maar je bent niet specifiek genoeg en je verzuimd om de andere aspecten uit je brief in te zetten voor een afgewogen antwoord. Trouw zou Trouw wederom niet zijn als ze daar geen gebruik van maken en het op het schaaltje liggende onderwerp wordt met jouw antwoord er bij niet alleen in de spotlights gehouden maar ook uitvergroot.

Opeens blijkt dat je een minister bent die ‘vrouwen aanvalt op hun gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef voor hun eigen onafhankelijkheid’, ‘vrouwen aan het werk stuurt in een baanarme arbeidsmarkt’ en ‘vrouwen in een post feministische klem zet’.

Dat was natuurlijk niet je bedoeling. Niemand in de media rept over die goeie passages over onderwijs en zorg en je wordt van alle kanten aangevallen. Verdikkie. Je dacht het nog zo goed gedaan te hebben en eigenlijk vind je ook echt dat vrouwen in het algemeen zich onttrekken aan het organiseren van hun eigen zelfstandigheid. Je bent immers liberaal.

O nee, je bent socialist. O nee, sociaal democraat. Ach jee.

Repareren heeft geen zin en dus kies je ervoor om vooral maar stil te zitten als je geschoren wordt, om maar eens een in dit geval genderscheve uitdrukking te gebruiken. In interviews spreek je je niet echt meer uit, over een paar weken immers is de wind vast gaan liggen en kun je terug naar de zondagmiddagmaaltijd. Je man is tegen die tijd wel klaar met het vlees snijden. Alleen opeens smaakt het niet zo lekker meer en je komt er achter dat hij niet zo goed is in het snijden en braden van het vlees. “Verdorie, ik moet ook alles zelf doen” zegt een stemmetje in je hoofd. Met weemoed denk je aan de tijd dat de media teksten echt lazen en niet iedereen als stuip het proberen af te branden van een bewindspersoon heeft maar probeerde een discussie aan te gaan. En aan hoe je moeder van die lekkere sucadelapjes braadde. Uit nijd gooi je je smartphone in de prullenbak. Dat stomme facebook en getwitter van al die mensen die van alles en nog wat vinden maar niet eens serieus het gesprek met je aangaan en wel direct in hun eigen veroordelende stuip schieten ben je hartstikke zat. Net als het vlees, veel te zout.

En dat op moederdag. Emancipatie, bah!

© 2013 Alice Anna Verheij

Voor wie de brief van Jet wil lezen: 110513_brief_bussemaker

Wat een week!

De afgelopen week was me er eentje.

Om te beginnen waren er de dagen in Parijs voor de OuiShare conferentie die ik samen met een paar wijkgenoten bezocht. Nou ja, eigenlijk alleen de eerste dag want daarna was ik ook wel klaar met die conferentie. Een paar dagen nadien en flink wat ander werk maken dat het beeld dat ik vooraf had en dat ernstig bevestigd werd op die eerste dag alleen maar sterker is geworden. Wat mij betreft was het allemaal ‘much to do about nothing’. Vernieuwingsgraad laag, babbelgehalte hoog, extase afwezig, kunst idem dito en dus eigenlijk niet interessant. Parijs zelf was dat echter des te meer en de twee dagen waarop ik vijentwintig jaar oude herinneringen overschreef met nieuwe, rondzwierf in de stad, Hemingway’s voetsporen poogde te drukken èn een berg foto’s gemaakt heb, zijn voor herhaling vatbaar. Niks fijner dan met een goede camera zwerven in een stad als Parijs op de eerste echte lentedagen. Of het nu ikzelf of Anna Ros was die er gezworven heeft en in La Belle Hortense, Café de Flore en Les Deux Magots zat weet ik nog niet precies.

Alice AnnaCafé de Flore in St. Germain-des-Prés, Parijs

Eenmaal terug was het vol aan de bak met het monteren van Dooie Pier, mijn eerste documentaire die ik samen maak met Arna van der Sloot voor televisie en die aanstaande zaterdag op TV West wordt uitgezonden. Vijentwintig minuten over de pier bij Scheveningen bezien door de ogen van verschillende generaties Scheveningers. Moet hij blijven of moet hij weg? Of wordt het opknappen en wat zijn de herinneringen die ze hebben aan dat markante bouwwerk voor de kust van Scheveningen? Dit is de promotie poster met daaronder de teaser voor de film.

dooie pier poster horizontaal klein

Tussendoor is dan ook nog eens WoordenStorm opgericht. Na een paar jaar in de koelkast gelegen te hebben en niet als bedrijf te functioneren werd het tijd (en bleek het mogelijk) om mijn eenvrouwszaak dan toch maar van de grond te tillen. Het eerste werk is er ook al en dus is de start ‘vliegend’. Mooi en fijn.

De komende dagen zijn wat rustiger en dan kan er gewerkt worden aan de verschillende projecten, van tijdreisgids en toneelstuk tot vertaalwerk en het schrijven aan mijn eigen romans, het voorbereiden van foto exposities en nog zo het een en ander.

Het is en wordt een mooi en druk jaar. Nu maar hopen dat het goed blijft gaan.

© 2013 Alice Anna Verheij

WoordenStorm (2.0)

Na lange jaren tegenwind, tegenslag op tegenslag, economische neergang met een inkomensverlies van rond de 80% (!), fysieke en mentale achteruitgang, depressie en ellende, keert het tij.

Nadat ik mede, maar beslist niet uitsluitend, als gevolg van mijn transitie en de medische problemen die daar uit voort kwamen tot een soort absoluut nulpunt ben gedaald heeft zich enige tijd geleden een kanteling plaats gevonden. Goeddeels op eigen kracht maar met de mentale steun (en soms praktische hulp) van vriendinnen is 2013 een voor mij bijzonder jaar aan het worden.

Waar 2012 mijn tweede gepubliceerde roman opleverde, mijn eerste fotoboek (samen met Eveline) maar verder vooral de weerslag van al het gedoe van de jaren ervoor, is er dit jaar sprake van een zelfs voor mij onverwachte opleving. De kansen stapelen zich in hoog tempo op en dat op een wijze die me weer grond onder de voeten geeft.

De volgende mijlpaal is de doorstart van wat ik ooit had opgezet als een bedrijf in wording maar niet kon doorzetten: WoordenStorm. WoordenStorm begint op 5 mei, bevrijdingsdag, juridisch ietsje later op de 7e mei. En WoordenStorm is veranderd ten opzichte van waar ik al eerder aan werkte. Vanaf 7 mei heeft WoordenStorm een toevoeging achter de bedrijfsnaam die de kern van het bedrijf en mijn werk omschrijft: ‘tekst kunst media’. Vanaf nu is het dus:

woordenstorm-logo-2013 wit centered

tekst | kunst | media

De toevoeging is veelzeggend en beschrijft de drie hoofdactiviteiten waar het bedrijf en dus ik zich mee bezig houdt. WoordenStorm | tekst kunst media is een tekstbureau, mediabureau (vormgeving, fotografie, film, websites) en basis voor het naar buiten brengen van mijn kunstuitingen (literatuur, poëzie, fotografie en film). De documentaire fotografie en filmactiviteiten worden uitgevoerd onder het handelsmerk White Stork Films.

Het goede nieuws is dat de eerste opdracht binnen is en bestaand werk er in onder gebracht kan gaan worden. Zoals het er nu uit ziet is de portefeuille bij start zeker 4 maanden full time werk en er staan nog een tweetal belangrijke klussen aan te komen die de komende jaren werk gaan opleveren. Het is allemaal een kwestie van zorgvuldig plannen.

Naast het commerciële tekst werk (vertalingen, ghostwriting) en wat website bouw worden er in 2013 en 2014 wederom fotoexposities gehouden in Nederland maar zoals het er naar uitziet ook Londen. Het filmwerk wordt niet vergeten en na de oplevering van de documentaire ‘Dooie Pier’ die samen met Arna’s Productie Huis wordt gemaakt voor Omroep West staat de afronding van bestaand werk aan de documentaire ‘Headwind’ op de rol.

Een bijzondere activiteit van WoordenStorm is de uitgeverij. Na eerdere uitgaven in 2010 en 2012 staan er nieuwe uitgaven in de planning voor 2014 en verder. Meer informatie daarover is te vinden op de website. Of de trilogie die ik aan het schrijven ben ook via WoordenStorm zal worden uitgegeven is nog onbeslist. Vooralsnog behoort dat tot de mogelijkheden tenzij zich een andere uitgever aandiend met meer bekendheid.

Al met al gaat het goed met WoordenStorm en zoals het ervoor staat wordt dat voorlopig alleen maar beter. De belangrijkste zorg is natuurlijk gezond blijven en voldoende creatieve inspiratie blijven behouden. Ik doe mijn best wat dat betreft. En ik ben trots op wat er al staat.

© 2013 Alice Anna Verheij
LIC WoordenStorm | tekst kunst media
www.woordenstorm.nl

Momenten van geluk

OLYMPUS DIGITAL CAMERA‘Girls dancing in Janakpur’ foto: © 2011 Alice Anna Verheij

Momenten van Geluk

Er zijn van die momenten
dat het leven je verwent en
dat geluk eventjes tastbaar is,
tegenwind afwezig is.

Er zijn van die dagen
dat je niet hoeft te vragen
om een arm of schouder sterk,
die onverwacht meewerkt.

Er zijn soms ogenblikken
waarin je niet hoeft in te schikken
en ruggesteun zomaar bestaat,
liefde wint in plaats van haat.

Ze zijn niet talrijk en
soms moet je lang zoeken
het geloof niet verliezen,
vechten om niet te gaan kniezen.

En als zo’n moment,
zo’n dag,
zo’n ogenblik je treft
dan hoop ik dat je beseft
dat je even dansen mag
met op je gezicht een lach.

© 2013 Alice Anna Verheij

De cirkel is rond op 5 mei.

Vijfentwintig jaar geleden op 5 mei verloofde ik. De reis ging naar Parijs, waar anders heen?

Ik ben een leven verder nu. De verloving werd een huwelijk dat strandde. Ik verloor niet alleen dat maar ook alles wat een mens te verliezen heeft op mijn kinderen na die dat huwelijk mij bracht. Ik verloor mezelf voor lange tijd. Ik verloor een carriëre, vaste grond onder mijn bestaan, mijn beroep, mijn liefde, mijn opgebouwde rijkdom, mijzelf. Daarvoor in de plaats kwam een schier eindeloze spiraal naar beneden die maar niet leek te eindigen. De extremen als huisuitzetting, bankroet, verlies van ondernemerschap en verlies van de lust tot leven kwamen in de plaats voor wat er was.

Maar daarmee kwam ook iets anders. Ik kwam er zelf. De vrouw die ik nu ben, de schrijfster, de kunstenaar, de fotografe, de film maakster en journaliste. Met heel hard werken en heel hard vechten kwam die steeds meer naar buiten.

Onderweg groeide angst. Angst voor de maatschappij, de veronachtzaming, het aan de zijlijn geplaatst worden en de schoffering die een mens ten beurt valt die in armoede terecht komt. En angst verlamd. Tot in 2012 waar er een moment was waarop ik toch tegen al mijn gevoel in de strijd opnieuw aanging. Een strijd om een plekje te veroveren in deze samenleving, op mijn voorwaarden en op basis van mijn eigen passies. Zonder concessies te doen. Het werd een keuze om mijn leven te wijden aan mijn kunst, het schrijverschap en de documentaire kunst waarin ik me probeer te bekwamen. Exposities, boeken en zelfs documentaire films zijn de resultaten naast een volledig nieuw perspectief.

Ik ben er nog lang niet, ik ben niet klaar, niet af en hoop dat ook nooit te zijn. Maar er zijn van die momenten die een mijlpaal vormen en die een mens moet omarmen. Binnenkort is zo’n moment.

woordenstorm-logo-2013 wit centered

Opnieuw op 5 mei, bevrijdingsdag, sla ik een paaltje. Ik richt op die dag administratief mijn bedrijfje WoordenStorm op. Tegen de wind in wellicht maar ach, dat ben ik wel gewend. Het zal mijn zakelijke buitenkant zijn die naast een stichting voor kunstprojecten op basis van de solidaire economie mij zal moeten gaan voorzien van een minimale basis onder mijn bestaan. En deze keer is het helemaal van mij alleen. Geen zakenpartners die me de das om kunnen doen zoals te vaak gebeurde. Geen huwelijk dat wel zakelijke lusten maar geen zakelijke lasten verdraagt, geen inmenging van anderen die mijn focus verstoren. Maar met hulp. Hulp van mensen wiens taak het is om mensen een nieuwe kans te geven in het leven. En in mijn geval een nieuw leven.

Na vijfentwintig jaar is de cirkel rond. Opnieuw bevrijdingsdag maar dan wel eentje die alleen voor mij is. En opnieuw zal ik in Parijs zijn. Misschien is er iemand die mij dan even ziet dansen. Eventjes maar, want er is werk aan de winkel want vanaf 5 mei is WoordenStorm als bedrijfje, als eenvrouwszaak een feit. Enkele dagen later bekrachtigd met de administratieve rimram die daarbij hoort.

Cirkels moeten soms rond gemaakt worden. Wonden afgehecht en geheeld. Want pas dan is het mogelijk verder te geaan.

© 2013 Alice Anna Verheij
www.woordenstorm.nl

Nog één kamertje…

Nog één kamer.

Na Ministeries, de Raad van State, een waslijst kamercommissies en een stemming in de Tweede Kamer is er nog één kamer te gaan. De Eerste Kamer. En dan is het klaar. Hopelijk. Eindelijk.

RS232 GENDER CHANGER M-M

Al jaren wordt er gesproken, geschreven, gewerkt en gevochten om te komen tot een eenvoudiger procedure voor het wijzigen van het juridische geslacht. Niet meer op basis van mensenschendende wetten documenten moeten overleggen die denigrerend, inhumaan, stigmatiserend en schofferend zijn. Niet meer langs een rechter die mag beslissen of je wel mag zijn wie je bent. Niet meer een procedure waarin eenieder het recht heeft om bij de rechter kenbaar te maken dat ze ertegen zijn dat je bent wie je bent. Niet meer onnodig hoge kosten maken en onnodig veel mensen aan het werk zetten voor iets dat zo evident is.

Aangezien mijn paspoort eind mei verloopt en naar het zich laat aanzien dat ik dit jaar en komende jaren geregeld in het buitenland zal zijn, èn mijn identiteitskaart (die met dat gaatje op een zekere plek) ook verlopen is, zal ik helaas nog een keer geld moeten uitgeven aan een officieel bewijs van mijn identiteit wat niet mijn identiteit omschrijft maar die van een meneer. Het kost me onnodig weer legeskosten voor iets dat ik eigenlijk helemaal niet wil hebben. Het steekt me dat te moeten doen. Het steekt me geduld te moeten oefenen tot naar verwachting 1 januari 2014 wat zoals te verwachten is mijn persoonlijke bevrijdingsdag zal worden. Ik zal de onnodige kosten voor dat paspoort of die identiteitskaart die dan officieel niet meer klopt waar die nu in de praktijk al niet meer klopt terug gaan vragen aan de gemeente.

Ze zullen het afwijzen en me niet de kosten voor wèèr een nieuw paspoort vergoeden, hoewel daartoe dunkt me wel een morele verplichting is.

Gegeven dat gewijzigde en nieuwe wetten doorgaans op 1 januari van kracht worden èn gegeven de verwachting dat de Eerste Kamer deze wet niet zal tegenhouden of treineren resten mij dus nog een slordige 200 dagen voordat ik een aanvraag kan indienen voor een correct reispapier. En nog iets langer voordat ik dat zal hebben en ook niet meer verkeerd aangesproken zal worden door ambtenaren en lieden die informatie uit de Gemeentelijke Basis Administratie op hun scherm of papier hebben wanneer ze met mij te maken hebben. Het kan me niet snel genoeg gaan, natuurlijk niet. Mijn geduld is allang op. Mijn tolerantie naar deze wet, deze overheid en deze samenleving die die vreselijke wet veel te lang heeft laten bestaan, is verdwenen. Het leven is me moeilijk genoeg gemaakt door deze flauwekul en het wordt hoog tijd dat ik als volwaardig burger en niet als tweede- of derderangs burger behandeld wordt. Want zo voelt het. Al jaren. Alsof ik een straf heb gekregen omwille van mijn gender zelfidentificatie. Iets waar geen mens en organisatie enig recht toe heeft.

Op dit moment in mijn leven verlang ik naar een andere samenleving. Een ander land. Eenmaal voorzien van het juiste reispapier zou ik dolgraag dit land verlaten om me elders te vestigen, al moet ik er één of meer keer per jaar even voor dat andere land uit. Dat gevoel hier niet te willen zijn is het directe gevolg van hoe ik mij behandeld en ontkend voel. En wie dat gezeur vindt kan wat mij betreft de boom in, want het is wèl hoe ik me voel: ongelukkig in een land dat mij in mijn diepste identiteit te lang structureel ontkend heeft.

Hopelijk heb ik in 2014 reden om daar anders over te denken. Of dat zo zal zijn is afhankelijk van de Eerste Kamer.

© 2013 Alice Anna Verheij