De zin van mijn bestaan.

schrijven

genoeg gezever, aan het werk, jij dromer
ik sta op, zet de kachel wat hoger
zodat na de douche er warmte is
in de kilte zijn de druppels heter
en ik glim een beetje van de olie
mijn haren klitten wat

twee boterhammen
een kop koffie
één schepje suiker slechts
rechts een stapel boeken, links die kachel
ondertussen zingt iemand zacht
een kindergedicht van lang geleden

mijn pen is stug en het papier stroef
ik zoek mijn hersens af naar een ankerpunt
maar er is geen vaste grond daarboven
het glas van de ramen achter mij
spiegelen de kou naar binnen
maar die kan mij niet bereiken

er valt iets, ergens anders in huis
voetstappen, stilte, voetstappen
niet naar mijn deur, niet naar een deur
het voelt bijna of ik ook aan het vallen ben
maar dan, net voor ik wil opgeven
zelfs wanhopig dreig te worden

ik heb beet en vang een woord
een begrip, een idee, er volgt een zin
een stukje droom en laat het komen
mijn hand beweegt gejaagd
want mijn hersenen zijn sneller
dan ineens is het klaar

ik leun achterover en kijk, lees
lees nog eens
neem een slok
sta op, wandel heen en weer
lees opnieuw en begrijp niet
waar die zin vandaan kwam

maar hij staat er
om nooit meer weg te gaan
ieder woord goed gekozen
het is maar goed dat jij me niet ziet
je zou moeten lachen
om mijn juichkreet

© 2013 Alice Anna Verheij

Advertenties

Ik zou wel met een dichter willen vrijen.

Een vriendin van me wil niet met een dichter leven, dichtte ze.
Dat vraagt om een antwoord.
Want dichters zijn me lief.

carriage

Ik zou met een dichter willen vrijen
en na het hoogtepunt
met hem, of is het haar,
in een koets door de straten rijen

Gewoon met passioneel gemoed
tegen de klippen op
en over de randen van vulkanen
verzuipen in wat hij, of is het zij, met mij doet

Verdwalen in gedroomde ogen
met zigeunermuziek als begeleiding
en een kaars naast ’t bed
dat kraakt zonder mededogen

En in de morgen een ontbijtje
met een sonnet op bed
of een triest lied als brunch
en nog een orgasme voor een tijdje

Die koets die er even later is
getrokken door twee witte paarden
heeft banken met rood fluweel
en een gordijntje voor wat duisternis

Al rijdend door de straten dan
verleid ik hem, of is het haar, opnieuw
bedrijf hobbelend de liefde
totdat hij, of is het zij, niet meer dichten kan

© 2013 Alice Anna

Rood op oranje.

Vandaag is een rare dag. Wakker worden lukte niet zo goed. O ja, de koningin viert haar laatste verjaardag als koningin. Toch wel bijzonder bedenk ik me. Direct gevolgd met de gedachte dat het dus een oranje dag is. Op oranjedagen kleed ik me rood. Ik ben nu eenmaal ietwat tegendraads. Niet per sé een anti-monarchist of zo maar toch houdt me die rare job rotation tussen prinsen, koninginnen, prinsessen en koningen wel bezig. Na koffie, douche en weer koffie reorganiseerde mijn agenda zich als vanzelf. Leuke mensen op de rol vandaag en na het shuffelen van tijden en dagen, morgen dus ook.

In het rood, met hoed op want ik blijf het wat koud vinden, dan toch maar er op uit. Niet volledig helder volgt de routine van het opladen van het kaartje dat me naar de stad moet brengen en de rode tram die ik pas registreer als rode tram wanneer ik er in zit.
En dan op de Lijnbaan zie ik vanuit mijn ooghoek een hagelwitte koets aankomen. Zo’n lage met een baar er op. Pront op die baar een doodskist van het roodste rood dat je kunt bedenken. Als een uitroepteken geplaatst. In plaats van de schok van de aanblik van een lijkkoets veer ik op. Langzaam verschuift het beeld van rechts naar links achter langs de raamstijlen van de tram die op dat moment gelukkig bij de halte wacht. Een enkeling om me heen ziet het ook en verbazing is zichtbaar op hun gezichten.

Ineens weet ik het. Als ik ooit ga wil ik dat. In een knalrode kist door de straten gereden worden. Wel met een zwarte koets want met wit heb ik nooit zoveel gehad. De lange neus die de rode kist trekt naar de levende omstanders verraad een karakter dat me bevalt. Wie er in ligt heb ik geen idee van maar bij mij overheerst de glimlach en ik weet wel zeker dat precies dat de bedoeling geweest zal zijn van het mens dat langs mijn tram wordt gereden. Het kan niet anders dat er een passioneel romanticus ons nog even wat wou laten weten.

En dan rijden we de hoek om. Mijn dag is weer goed.

© 2013 Alice Anna Verheij

rode kist

Vandaag is een oranjedag.
Op dit soort dagen ben ik rood
en draag ik een hoed.
Zelfs de tram is zo rood als ik.
Hoe passend.

Halverwege rijdt er onverwacht
– want zo komt de dood meestal –
een hagelwitte lijkkoets.
In de tegengestelde richting.
Hoe passend.

Er op staat de knalrode doodskist,
als een lange neus naar het leven.
Dat een doodskist me blij kan maken.
Mijn hoed zet ik af.
Hoe passend.

Ik ben zo moe van jou, o Nederland.

Noot: driekwart jaar geleden herschreef / hertaalde ik ‘Going to a town‘ van Rufus Wainwright. Een lied dat hij, eerlijk is eerlijk, uit verveling en baldadigheid schreef in de lobby van een hotel tussen concerten in. Zonder diepere bedoeling, zonder er een protestleid van te willen maken. Maar dat werd het wel. Het werd een lied dat bij deze tijd past.

Het is nu driekwart jaar later. Veel is veranderd. De pier op de foto is failliet en zal misschien afgebroken worden. Zoals er veel afgebroken wordt. Vandaag las ik dat het College Van Zorgverzekeraaars (CVZ) voorstelt om de psychische ondersteuning van mensen met psychische problemen alleen nog maar te vergoeden bij een medische noodzaak. Daarmee onderstrepend dat je voor hulp psychisch ziek moet zijn (volgens het daarvoor geldende normenboek DSM IV) en dat psychische problemen buiten die veroorzaakt door ziekte maar gewoon door jezelf en je huisarts (die daar niet voor geschoold is) opgevangen moeten worden. Wil je hulp, heb je hulp nodig, dan moet je dat maar zelf betalen. Kan je dat niet, zoals een toenemend aantal mensen, dan kun je voor wat betreft die verzekeraars doodvallen. Letterlijk.

Gaan die plannen door dan zuller er ook doden vallen want het aantal suïcides zal toenemen bij het wegvallen van de zorg voor mensen met post traumatisch stress syndroom, slachtoffers van misbruik, mishandeling, verkrachting, burn outs, onverwerkte traumas uit jeugd of anderszins. Zij zijn geen medische gevallen dus moeten het maar zelf zien te rooien. Daarmee is de verzekering van de Nederlandse gezondheidszorg indirect verantwoordelijk voor de doden die zullen vallen en het instandhouden of het versterken van het lijden van duizenden zoniet tienduizenden mensen. Hun aantal groeit als gevolg van de verharding van de maatschappij.

Nederland maakt hiermee zichzelf ziek, doodziek. En, als het aan deze mensen ligt die dit bedenken, uiteindelijk dood. Weg beschaving. Van Zorgverzekering naar een verzekerd zijn van verwaarlozing. Verwaarlozingsverzekering.

Ik ben nog steeds moe van Nederland en verlang naar de dag dat ik dit land definitief de rug kan toekeren. Of mij dat lukt weet ik niet, of ik dan in Europa of elders zal leven weet ik ook niet. Hoe dan ook, deze hertaling draag ik op aan de mannen en vrouwen van het CVZ die de plannen smeden om de geestelijke gezondheidszorg in Nederland te decimeren en daar willens en wetens slachtoffers mee gaan maken. Ik gun ze een jarenlange persoonlijke ernstige depressie. Ik mag dat als overlevende van diverse suïcide pogingen. Het hierna volgende schreef ik in april 2012, mijn mening is helaas niet veranderd sindsdien. Mijn leven overigens wel. Ten goede, dankzij de onbezoldigde zorg van een paar vrienden en een project van hte Rode Kruis. Een organisatie die goddank losstaat van de Nederlandse staat en haar beperkte blik op de rechten van haar burgers.

In een uitwisseling op Facebook legde mijn goede vriendin Floortje me nog eens dit prachtnummer van Rufus Wainwright voor. Ik heb er al zo vaak naar geluisterd en het heeft me altijd geraakt omdat ik er iets voelde dat ik niet kon omschrijven. Tot Floortje een hint gaf dat iemand maar eens een Nederlandse versie moest maken.

Er zullen mensen zijn die – terecht – vinden dat ik negatief schrijf over mijn eigen land. Er zullen mensen zijn die het met me oneens zijn of het me zelfs kwalijk nemen. En anderen die het niet begrijpen of me een zeur vinden. Maar er zijn er vast ook die zich herkennen in de pijn die ik heb proberen te verwoorden over hoe mijn eigen land verworden is tot iets dat ik verafschuw. Verwoord aan de hand van Rufus Wainwright die, wonend in New York, in een opwelling zijn originele tekst liet stromen en waarin hij onverholen kritisch is op de verwording van het Amerika van George Bush.

Mijn tekst laat mijn walging proeven over de staat van dit land. Een land zonder kleur maar met angst voor de vreemdeling, voor de andersdenkende, voor de ander die niet is zoals de gemiddelde burgerlijke grijze muis. Een land van egoïsme waar hypotheekrenteaftrekm pensioen en immigratie voor gaan op barmhartigheid en liefde voor hen die het moeilijk hebben. Een land dat maatschappelijk en politiek geen enkel ankerpunt meer voor mij vormt en dat mij gevoelsmatig wegjaagt. En hoezeer men het met mij oneens zal kunnen zijn, zijn de woorden gewogen en spreken ze mijn diepste gevoel uit. Mijn ontembaar verlangen to vluchten naar desnoods een stad die niet meer bestaat. Weg van het grijs, weg van de verzuring en de beschimping. Weg van de krantenkoppen vol mensenhaat, weg van het gebrek aan compassie, weg van de tweets van Wilders en de lamlendigheid van een tandeloze oppostitie. En vooral weg van het land dat mij mijn gevoel ontneemt en me omlaag drukt tot er niets meer van me over is. Met een vage hoop dat er ooit een andere tijd zal komen. Ik kan momenteel niet anders dan hiermee mijn diepste gedachten laten vallen op deze plek. Want ik ben moe. Heel erg moe van dit land. Heel erg moe van jou, o Nederland.

Hier is mijn versie:

“Ik ben zo moe van jou, o Nederland”

Ik ben onderweg naar een stad die niet meer bestaat
En loop weg van de plaats die ik altijd heb gehaat
Ik zoek naar mensen die hun hart niet hebben verbrand
ik ben zo moe van Nederland

Ik maak het goed voor de leugens van de Telegraaf
Ik maak het goed voor die liedjes o zo braaf
Het lijkt wel of hun waarheid niet meer bestaat
Ik ben zo moe van jou, o Nederland

Ik zoek er mijn eigen pijn, zal er niet eenzaam zijn
Ik heb mijn leven lief, o Nederland
Ik heb mijn leven lief

Zeg me, denk je echt over de hel omdat je teveel liefde gaf?
Zeg me, denk je echt dat alles wat je deed zo goed was
Ik moet het weten, na het bloed van die jongen die daar ligt in een plas
Ik ben zo moe van Nederland

Ik moet het weten
Misschien zal ik je nooit meer zien, of misschien ook wel
Jij had je voordeel van een wereld en ook van je spel
Ik ben onderweg naar een stad die niet meer bestaat
Ik ben zo moe van jou, o Nederland

Ik zoek er mijn eigen pijn, zal er niet eenzaam zijn
Ik heb mijn leven lief, o Nederland
Ik heb mijn leven lief
Heb nu teveel verdriet
Maar tòch ’n droom in ‘t verschiet
En dat is al, meer niet

Ik zoek er mijn eigen pijn, zal er niet eenzaam zijn
Ik ben onderweg
naar een stad die niet meer bestaat

Muziek, tekst: © Rufus Wainwright
Hertaling: Alice Verheij © 2012

Offerande

bloem

Op een schaaltje ongewogen
liggen onder mijn vermoeide ogen
blaadjes, kristallen en zo meer
hun gewicht zo’n vier keer veer.

Ze wachten tot ze branden gaan
en dan hun lieve geur af staan
zodat mijn hart tot rust zal komen
en inspiratie vrijelijk kan stromen

Ze spreken niet maar zeggen veel
hinten naar wat ik stiekem wil
absinth en steranijs op het glas
verhit versmelten ze tot was

Met munt, kalmoeswortel en kaneel
vermengd tot prachtig okergeel
daarbij nog engelwortel en hysop
met korianderzaad er ook nog op

Tesamen ernstig motiverend
en lichtelijk mild euforiserend
denk ik aan wie dat aan mij gaf
en zie ’t is gebeurt: ik lach

© 2013 Alice Anna Verheij

 

5.14u

nacht 2
foto: ‘Marconistraat bij nacht’ © 2013 Alice Anna Verheij

Het vuurwerk is verknald
de mens tot rust gekomen
Zelfs de wind ging liggen
maakte ruimte voor dromen
Deze nacht lijkt extra stil
de tweede nacht van ’t jaar
Een vroege tram verstoord even
mijn gedachten aan haar
Geen kater laat zich horen
of krakend bed bij de buren
Slechts het ritmisch tikken
en het slaan van alle uren
Mijn vermoeide hoofd
laat mij voor even vrij
Maar een tram later is
ook dat alweer voorbij

© 2013 Alice Anna Verheij

Voor Faye.

victorian new years card

It just happened on New Years Eve.
A small Depeche Mode inspired poem.
Thanks to a facebook post by Faye.
A mutual friend of Oscar.
Happy New Year to you! 😉

The feeling is intense,
You grip me with your eyes
and then I realise….

we’ve only been friends,
no stories and no lies,
no strings and no ties….

Iets

Ze dacht het iedere morgen
gebeurde er maar eens iets,
wat maakte haar niet uit
als het maar iets moois was

Zo vergleed haar tijd
met wachten op dat iets
en het ondergaan van niets
dat haar kon bewegen

Maar op een doodgewone dag
plots en geheel onverwacht
brak de grauwe lucht in stukken
er ontvouwde zich ineens alles

Pas de volgende morgen
gebeurde er weer niets
maar dat maakte haar niet uit
ze wist immers wat alles was.

© 2012 Alice Anna Verheij

Vrij naar Slauerhoff.

Ik hou van sommige dichters en schrijvers, hoewel ik met die liefde kieskeurig was, ben en nog meer wordt. Slauerhoff echter zal altijd bij mij in de buurt blijven. Omdat hij in meerdere opzichten een reiziger was. Net als ik.

Slauerhoff

Na jaren droomwens in sluimerende staat komt het afscheid nog steeds niet nader. Zal ik ooit slagen om dit land te verlaten, elders een bestaan te bouwen? In stilte me mogen terugtrekken ver van onze ‘beschaving’ die dat woord niet meer verdiend als aanduiding. Al is het misschien maar voor een deeltje van mijn leven? Wordt ik ooit een part-time Nederlandse? Tussen culturen in leef ik al maar zal dat nog sterker worden en maak ik de sprong? Slauerhoff schreef het en Wim de Bie liet het ooit eens fraai horen. In Nederland wil ik niet leven…

Maar Slauerhoff is al lang vervallen tot stof. Net als mijn plannen. De taal is mooi maar evenzo versleten. Daarbij, mijn gevoel wordt niet geheel gedekt door de lading van Slauerhoff’s worden en de tijdgeest lijkt ernstig gewijzigd. Wat me er toe bracht om het prachtige gedicht in een eigentijds jasje te gieten voor zover dat mogelijk was. Ontheiliging van oude poëzie ten spijt stort ik mijn hart uit geïnspireerd door mijn gevoel en Slauerhoff’s verbale walging over dit kleinzielige landje. En ja, ik zie het te duister en te somber en ik ben te negatief maar bedenk dan dat alles zo zijn reden heeft en in werkelijkheid is vast wel lief ben.

In Nederland

In Nederland wil ik niet leven,
men moet er steeds zijn krachten geven,
ten bate van het grote gewin,
omwille van noodzaak’lijk gepin.
‘k Ga liever leven in de armoe,
waar men geen last heeft van die gekte
of ‘t knagen van mijn maag, waar over ik niet repte
als een dwaas die vreten moet.

In Nederland wil ik niet dood,
en op de kille grond verstrooien
waarop men teveel heeft gelopen.
Daar blijf ik liever verre vandaan
en kom terecht bij stadsnomaden.
Mijn medelanders roepen mij: ,,Jij bent mislukt!”,
fijn dat ik hen zo kon verlaten,
want ja mijn vrijheid is mij toch ontrukt.

In Nederland wil ik niet leven,
men moet er altijd naar meer streven.
Niet om ‘t welzijn van zijn medemensen denken,
en overal mag men de ander krenken,
maar niet belasting ontduiken, dat donker kwaad,
alleen omdat men deze niet aanstaat.
Zomaar de boel laten verrekken
getuigt van asociale trekken.

Ik wil niet in een Vinex moeten wonen,
in lelijke nieuwe steden en ook dorpen.
Bij duizentallen die verworpen
daar zitten, allen voor een pratend scherm
uit verveling, niet om te tonen,
dat men wel weet, maar niet spoort
En zondag met elkaar gaat rellen
in stadions waar ze elkaar kwellen.

In Nederland wil ik niet blijven,
ik zou van angsten gaan verstijven.
Het is me daar te hard, te heftig,
men spreekt er zo luid, wordt nimmer deftig,
en danst nooit op de hete vulkaan
maar kan wel de zwakken slaan.
Nooit zal men nog om onrecht staken gaan,
en nooit, nee nooit durft men nog op rechten te gaan staan.

© 2012 Alice Anna Verheij

Now

featherphoto: ‘Birds of a feather’ (Reims Cathedral, France) © 2012 Alice Anna Verheij

Now
Listen
I woke up
Had to weep
Don’t know why
So I wrote a poem
And went back to sleep
For another couple of hours
Killing my wretched nightly doubts
About this unanswered love
My hopes that leave me
Without the words
I wish to say
Or shout
To you
Now

© 2012 Alice Anna Verheij

In the nightly hour

dawnphoto: ‘Waiting’ (Picardie, France) © 2012 Alice Anna Verheij

In the nightly hour

The night may be dark
but that doesn’t mean
words aren’t sentences
or dreams have no place
in my distorted ways

Past hours may be few
yet in this natural day
but that will not mean
words will go astray
or feelings go away

Daylight may not be there
and sounds still hushed
still my flesh is not silent
my desire not speaking
or my heart not beating

You may not be here
my yearning still untold
but distance is artificial
for our hearts to meet
in long postponed deed

I may not say the words
or gaze at you today
even write another letter
cause I’m sure you know
my words will simply flow

Dawn may come soon
after these nightly hours
light washing thoughts
I wish mine could stay
and you think of me today

© 2012 Alice Anna Verheij

Mijn rusteloos hart.

heart

Wat ik ook probeer
het weet niet meer
maar klopt alweer
mijn rusteloos hart.

Het klopt en hamert
stampt en stamelt
bonst en hapert
lief rusteloos hart.

Loopt telkens over
van traan en tover
wordt niet dover
dit rusteloos hart.

Roepend, zoekend
schreeuwend, vloekend
de liefde snoepend
warm rusteloos hart.

Eventjes lachend
dan smeltend, smachtend
en op jou wachtend
m’n rusteloos hart.

© 2012 Alice Anna Verheij

Jas van gedachten

Ik hul me in mijn gedachten
trek ze aan alsware ze een jas
die me warmte laat verwachten
herschik haar even alsof ik pas

Denkend sluit ik de knopen
berg op mijn verleden verdriet
maar laat de kraag wat open
voor een toekomst in ’t verschiet

Zakken zitten er niet in want
die zijn echt niet meer nodig
voor handen in gebalde stand
hun veiligheid werd overbodig

Op mijn rug wapperen panden
als oud zeer achter me aan
dat ik niet kan of wil veranderen
want liefde doet mij verder gaan

© 2012 Alice Anna Verheij

Mijn oma is een porseleinen paardje

Noot: ik schreef dit in 2009. Vandaag vond ik het paardje nadat ik het een lange tijd kwijt was weer terug. Het voorpootje gebroken. Gelukkig is er lijm. Dat lijmt voorpootjes en soms ook een herinnering. Mijn dag is weer goed.

foto: het porseleinen paardje van mijn oma

Mijn oma is een porseleinen paardje
gebroken, gelijmd en niet zo groot
Op mijn schoorsteen staat ze,
wat mij rest van oma, want die is dood

Ik heb haar niet gekend helaas
vertrokken voor ik de kans daartoe kreeg
Soms vroeg ik haar hoe het toen was
maar ik hoorde helemaal niets, ze zweeg

Zo is het met eigenlijk al mijn grootouders
een mild gevoeld van aanwezig gemis
Ik heb nooit gezeten op opa’s schouders
en ik heb nooit gezeten aan oma’s dis

Toch zijn ze onverwacht soms om me heen
als schaduw, foto of dat paardje klein
Ze weten dan precies wanneer ik ween
geven ongezien doch gevoelde troost bij pijn

Alice Anna © 9 juli 2009

De zee is rood.

Dit is een transcriptie van de herinnering aan een improvisatie die ik voordroeg en die voor mij net zo onverwacht was als voor het publiek. Een improvisatie die een schets is.

foto: © 2012 Alice Anna Verheij

weet jij waar de zee is?
hij is daar, daar achter de duinen
en hij golft en breekt
golft en breekt
breekt en beukt
beukt en golft
ik ben daar
ik golf en breek en beuk
de zee is daar, daar acher de duinen
in mij
golvend, beukend
in mij, in mij
in mij is een gat
waarin ik golf en beuk en stroom
rood stroom
ik ben rood
de zee is rood, niet blauw
de zee is rood
golvend, brekend, beukend rood
in mij, de zee in mij
ik bèn de zee, de zee in mij
aan de rand van de stad ben ik
in rode golven
breekt de zee uit mij
beukt in golven
in mij
ik weet waar de zee is
ik ben daar, achter de duinen
ik golf en breek
breek en beuk
beuk en golf
en stroom rood
ik ben rood
niet dood
maar koud
helder
rood
water

© 2012 Alice Anna Verheij

Afscheid

photo: CC John Lucas (OLU)

Langzaam neem ik afscheid
van de onrust in mij
en het geweld in mijn hart
dat ik niet verdraag.

Traag verlaat ik de kruising
omdat ik de weg al eerder koos
en een kompas onnodig is
voor de juiste koers.

Ik weet dat ik weet en zie
zie, hoor, voel, beweeg en adem
oppak wat ik op de weg vind
en weet te omarmen.

Er is geen route, geen kaart
geen vastgelegd pad
geen doel gewenst
enkel de eenparige beweging.

Confrontatie was een abstractie
van onnodige gedachte
en ongestelde vragen die
geen antwoorden verdroegen.

Het thema was de spiegel
die liefde verborg totdat
ik begreep dat die er pas kan zijn
als ik me dat toe sta.

Ik ben mijn alternatief
mijn argument voor rust
want die weg van de kruising af
is in mij. Onzichtbaar zichtbaar.

© 2012 Alice Anna Verheij

Stormdansen

Het stormt op de dag, de wind weet van wanten
tot diep in het hoofd en in hun lijven en harten

Kijk ze dan dansen daar, twee zielen nog apart en
kwetsbaar in ongeloof vooralsnog steeds uiteen

Draaien doen de woorden rond onbenoemde doelen
als cirkelwind om hun heen die hen niet kan verkoelen

Wie spreekt er het eerst en beantwoord de ander
of blijven ze beheerst tot er iets is veranderd

De storm doet ze dansen en draaien en wentelen
als Derwish’s woorden in een oneindig ontkennen

Als de storm ten leste ligt en de muziek is gestopt
zijn hun harten gezwicht in één asynchrone klop

Zo is liefde maar al te vaak ongezegd doch wel gevoeld
als een warme stormdans die het tere hart omspoelt

© 2012 Alice Anna Verheij

Mijn hart.

Mijn hart is warm
het loopt vaak iets over
van enthousiasme
voor waar ik in kan geloven

Mijn hart is warm
’t klopt soms oorverdovend
van smoorverliefdheid
is het dan ondersteboven

Mijn hart is warm
jij mag het komen roven
als je het maar niet breekt
wil je me dat beloven?

Mijn hart is warm
geheel gevuld
met een overmaat aan liefde
van mijn liefde
gewoon
mijn liefde

© 2012 Alice Anna Verheij