Nog één kamertje…

Nog één kamer.

Na Ministeries, de Raad van State, een waslijst kamercommissies en een stemming in de Tweede Kamer is er nog één kamer te gaan. De Eerste Kamer. En dan is het klaar. Hopelijk. Eindelijk.

RS232 GENDER CHANGER M-M

Al jaren wordt er gesproken, geschreven, gewerkt en gevochten om te komen tot een eenvoudiger procedure voor het wijzigen van het juridische geslacht. Niet meer op basis van mensenschendende wetten documenten moeten overleggen die denigrerend, inhumaan, stigmatiserend en schofferend zijn. Niet meer langs een rechter die mag beslissen of je wel mag zijn wie je bent. Niet meer een procedure waarin eenieder het recht heeft om bij de rechter kenbaar te maken dat ze ertegen zijn dat je bent wie je bent. Niet meer onnodig hoge kosten maken en onnodig veel mensen aan het werk zetten voor iets dat zo evident is.

Aangezien mijn paspoort eind mei verloopt en naar het zich laat aanzien dat ik dit jaar en komende jaren geregeld in het buitenland zal zijn, èn mijn identiteitskaart (die met dat gaatje op een zekere plek) ook verlopen is, zal ik helaas nog een keer geld moeten uitgeven aan een officieel bewijs van mijn identiteit wat niet mijn identiteit omschrijft maar die van een meneer. Het kost me onnodig weer legeskosten voor iets dat ik eigenlijk helemaal niet wil hebben. Het steekt me dat te moeten doen. Het steekt me geduld te moeten oefenen tot naar verwachting 1 januari 2014 wat zoals te verwachten is mijn persoonlijke bevrijdingsdag zal worden. Ik zal de onnodige kosten voor dat paspoort of die identiteitskaart die dan officieel niet meer klopt waar die nu in de praktijk al niet meer klopt terug gaan vragen aan de gemeente.

Ze zullen het afwijzen en me niet de kosten voor wèèr een nieuw paspoort vergoeden, hoewel daartoe dunkt me wel een morele verplichting is.

Gegeven dat gewijzigde en nieuwe wetten doorgaans op 1 januari van kracht worden èn gegeven de verwachting dat de Eerste Kamer deze wet niet zal tegenhouden of treineren resten mij dus nog een slordige 200 dagen voordat ik een aanvraag kan indienen voor een correct reispapier. En nog iets langer voordat ik dat zal hebben en ook niet meer verkeerd aangesproken zal worden door ambtenaren en lieden die informatie uit de Gemeentelijke Basis Administratie op hun scherm of papier hebben wanneer ze met mij te maken hebben. Het kan me niet snel genoeg gaan, natuurlijk niet. Mijn geduld is allang op. Mijn tolerantie naar deze wet, deze overheid en deze samenleving die die vreselijke wet veel te lang heeft laten bestaan, is verdwenen. Het leven is me moeilijk genoeg gemaakt door deze flauwekul en het wordt hoog tijd dat ik als volwaardig burger en niet als tweede- of derderangs burger behandeld wordt. Want zo voelt het. Al jaren. Alsof ik een straf heb gekregen omwille van mijn gender zelfidentificatie. Iets waar geen mens en organisatie enig recht toe heeft.

Op dit moment in mijn leven verlang ik naar een andere samenleving. Een ander land. Eenmaal voorzien van het juiste reispapier zou ik dolgraag dit land verlaten om me elders te vestigen, al moet ik er één of meer keer per jaar even voor dat andere land uit. Dat gevoel hier niet te willen zijn is het directe gevolg van hoe ik mij behandeld en ontkend voel. En wie dat gezeur vindt kan wat mij betreft de boom in, want het is wèl hoe ik me voel: ongelukkig in een land dat mij in mijn diepste identiteit te lang structureel ontkend heeft.

Hopelijk heb ik in 2014 reden om daar anders over te denken. Of dat zo zal zijn is afhankelijk van de Eerste Kamer.

© 2013 Alice Anna Verheij

Advertenties

Eindigt vanavond mijn strijd?

Vanavond om kwart over acht vergadert de Tweede Kamer plenair over wat de wijziging van de transgenderwet wordt genoemd. Hier kun je er meer over lezen. Het is voor mensen als ik een historische vergadering, in potentie. Voor mij kan het betekenen dat ik na die vergadering eindelijk de erkenning krijg voor wie ik ben, iets dat mij tot op heden door de Nederlandse Staat onthouden is.

Als het goed gaat vanavond zal ik over enige tijd een nieuw paspoort kunnen halen aan het loket van de gemeente waarin bij geslacht een ‘V’ staat in plaats van het injuiste ‘M’. Ik hecht daar waarde aan omdat ik nu eenmaal als vrouw door het leven worstel. Zelfs mijn lijf is aangepast en toch is de juridische wijziging er nooit gekomen.

tgflag

In het kort is (en hopelijk was) mijn strijdpunt dat ik weiger me te onderwerpen aan een wet waarbij van mij geeist wordt dat ik met een doktersattest aantoon onvruchtbaar te zijn. De huidige wet immers schrijft gedwongen sterilisatie voor transseksuelen voor. Dat is uiteraard een grove schending van de mensenrechten want die Universele Rechten van de Mens schrijven voor dat een staat de fysieke integriteit van een mens niet mag (laten) aantasten. De overheid heeft simpelweg het recht niet om een dergelijke voorwaarde te stellen. Waarbij nog komt dat voor die wijziging een gang naar de rechter nodig is die vaak niet betaald kan worden en onnodig duur is. Tot slot mag een ander dan zelfs nog bezwaar aantekenen wat er op neer komt dat zo ongeveer iedereen het recht heeft op dit moment om tot juridische aanranding over te gaan bij transseksuelen. Want wat heeft een ander ermee te maken of ik als mens onvruchtbaar ben.

Natuurlijk hoop ik dat het huidige wetsvoorstel geaccepteerd wordt en de wet aangepast wordt naar een meer humane wet. Waardoor mijn lijdensweg eindigt en ik in de toekomst verschoond zal blijven van de bijna dagelijkse post van overheid en overheid gerelateerde organisaties die me aanschrijven als ‘dhr’ in plaats van ‘mevr’. Ik zal niet langer door de telefoon en aan het loket moeten uitleggen bij de meest banale handelingen dat ik toch echt A.Verheij ben en ja dat ik een vrouw ben en niet een man zoals op het scherm van de ander staat vermeldt.

Maar ik wantrouw de politiek diep. Ik wantrouw de parlementariërs die jarenlang mijn groep mensen bedrogen heeft, veronachtzaamd heeft en onze rechten geschonden. Ik wantrouw de partijen die vaak riepen maar nooit waarmaakten en ik ben bang voor de woorden van kamerleden die om wat voor reden dan ook dit wetsvoorstel tegen willen houden. Die woorden immers, als ze vallen, zullen in mij snijden, mij kwetsen, mij weer opzij zetten.

Misschien valt het mee. Misschien komt het goed. Misschien eindigt mijn strijd. Vanavond zal ik er zijn, op de publieke tribune. En als ze die wet niet wijzigen zal ik me laten horen, ook als de kamerregels dat verbieden.

© 2013 Alice Anna Verheij

Het is maar een film…

Vannacht keek ik naar de film ‘Exit’. Een Telefilm uitgezonden door de NCRV. De film gaat over Amadou uit Guinee die als jongetje vluchtte voor het geweld in zijn land, zijn broer vermoord zag worden, de huizen afgebrand worden. Amadou heeft in de verhoren tegenstrijdige verklaringen afgelegd. De moord op zijn broer was op een zaterdag, of een zondag. Het kind Amadou wist het niet precies meer.

Later blijkt zijn verhoorambtenaar van Es dat gegeven van onduidelijkheid gebruikt te hebben om zijn asielverzoek af te wijzen. Jaren later. Amadou was bijna gediplomeerd verzorgende inmiddels. De jonge man Amadou is één van een groep van vijf mannen die ‘uitgeprocedeerd’ zijn. Ze worden uitgezet naar Guinee. Op basis van Europese laissez passez’s en zonder de noodzakelijke Guineese documenten. Hij weet, zij weten alle vijf, dat ze in Guinee direct in de gevangenis gegooid zullen worden en waarschijnlijk vermoord.

De film laat het verzet zien van de vijf mannen in een bus op het vliegveld van Rotterdam. Bijna lukt het ze om de uitzetting te voorkomen. Maar van Es, een soort NSB-er apres la lettre, liegt ze uiteindelijk de bus uit waar ze zich in verschanst hadden. De mannen worden met veel geweld overmeesterd en alsnog in het vliegtuig uitgezet. Later zal blijken dat ze in Guinee inderdaad direct de gevangenis in gegaan zijn waarna er niets meer van ze vernomen is.

Amadou en zijn vier kameraden zijn door de staat uitgezet en indirect mogelijk vermoord. Het hele proces rond de uitzetting is een schokkende aaneenschakeling van mensenrechtenschendingen uit naam van de Nederlandse staat. Het meest schokkende is nog wel dat de film gebaseerd is op waarheid. Op feiten. Op situaties die daadwerkelijk voorgekomen zijn en nog steeds voorkomen. Het is een felle aanklacht tegen de onmenselijkheid van het vreemdelingenbeleid en de mentale en fysieke gewelddadigheid van uitzettingen.

Een normaal mens kan niet zonder walging naar de film kijken.

En toch, ‘het is maar een film’ zullen sommigen zeggen. Daarmee het gegeven van deze film en de grauwe werkelijkheid van staatsterreur tegen individuen die vermalen worden door de IND regels en procedures, marechaussee en politiegeweld, leugens en bedrog en de handen van ambtelijke slachters als de IND-er van Es uit de film.

Een normaal Nederlander kan niet zonder diepe schaamte naar de film kijken.

Toch zullen er mensen zijn die blijven volhouden dat de regels gehandhaaft moeten worden, hoe oneerlijk ook en hoe mismaakt de uitvoering van die regels ook geworden is. Ze zullen zwijgend toekijken net als de politiemensen die in de film worden uitgebeeld en die de vuile handen zijn van een overheid die zich vershuild achter wetten en regels waarbij alle menselijkheid opzij is gezet.

Een normaal mens kan niet zonder tranen in de ogen naar de film kijken.

Maar er zullen er altijd zijn die beweren dat het land vol is, dat er geen plek is voor de vreemdeling, de asielzoeker, de uitgeprocedeerde. Mensen die het ongeluk hadden geboren te zijn en geleefd te hebben in een land vol geweld en gevaar en die dus hebben moeten vluchten. Die het overleefd hebben maar alles verloren, inclusief hun rechten. Want die mensenrechten lijken mooi op papier maar ze worden met te groot gemak geschonden  door de uitvoerders van wetten en regels.

Het is maar een film…

Inderdaad. Het is maar een film. Maar wel eentje die mensen zou moeten aanzetten tot nadenken, tot meer menselijkheid en meer begrip voor de situatie waarin zovelen verkeren. Een film die als een grote ‘J’accuse’ tegen de praktijk van uitzettingen mag worden, moet worden gezien. Een film die wat mij betreft door iedereen moet worden gezien. Al is het alleen maar omdat het duidelijk maakt hoe gewelddadig onze ‘rechtsstaat’ werkelijk is. En hoe ver recht verwijderd is van de werkelijkheid.

Maar het is een film.

Die me doet schamen Nederlander te zijn.

Die me boos maakt.

Die me doet walgen.

Die me alle respect voor de Nederlandse rechtsstaat doet verliezen.

Die me met bewondering voor de regie, productie en cast vervult.

En dat bij een ieder zal doen die met open ogen blijft kijken.

‘Exit’ is gemaakt door:

Cast: Emmanuel Ohene Boafo, Romijn Conen, Werner Kolf, Goua Robert Grovogui, Adam Kissequel, Tony Bola-Audu, Hubert Fermin, Juda Goslinga, Sara De Bosschere. Regie & scenario: Boris Paval Conen, producent: KeyFilm, omroep: NCRV

EXIT1

© 2013 Alice Anna Verheij

De lange gang naar erkenning.

In de afgelopen jaren heb ik meerdere malen op deze plaats geschreven over de wetgeving rond aanpassing van het juridische geslacht en de geslachtsaanduiding, bij de burgerlijke stand. Dat heb ik gedaan vanuit de stellingname dat ik mij niet ondergeschikt wens te maken aan een wet waarvan allang gekend is dat die indruist tegen de universele rechten van de mens, verdragen waar de Nederlandse staat zich aan heeft verbonden, humane en ethische criteria en simpelweg boerenverstand van fatsoenlijke mensen.

Ik heb zelf er nadrukkelijk voor gekozen om na mijn fysieke geslachtsaanpassing in 2007 niet een procedure tot juridische wijziging van mijn geslacht bij de burgerlijke stand af te dwingen. Dat was en is een activistisch standpunt.

Lijdensweg

Mensen die mij kennen weten hoezeer ik lijd onder de structurele foutieve aanduiding in de post die ik van allerlei instanties krijg, aan de telefoon zodra er weer iets officieels aan de orde is of aan het loket als de ambtenaar in kwestie meer op zijn of haar computerscherm dan op mij als mens is gericht. Jarenlang structureel aangeduid worden als ‘meneer’ na alles wat ik al doorgemaakt heb is bepaald geen pretje. Sterker nog, het doet iets met je. Je voelt je buiten de realiteit geplaatst en in zekere zin buiten de maatschappij en er ontstaat, hoe goed je je daar ook tegen wapend, een zekere mate van verbittering. Ik noem dat schade. Het is de collateral damage die een transseksueel mens ondervindt als gevolg van de transitie in combinatie met het overeind houden van eigen waardigheid en principes. Ik had de wijziging kunnen laten doorvoeren onder de huidige wet maar dan wel ten koste van mijn principes rond mensenrechten.

transgenderlogoZelfs mijn beste vrienden, vriendinnen en vriendandersen hebben er in de afgelopen jaren bij me op aangedrongen om toch maar die gang naar de rechtbank te maken. Er is me zelfs aangeboden dat voor me te betalen als ik geen rechtshulp zou krijgen. Toch heb ik de stap nog steeds niet genomen. Want het valt me zwaar om me te schikken naar een wet die iets van mij eist dat gewoon niet in de haak is.

Op dit moment ben ik blij dat ik die stap niet gemaakt heb want het begint er op te lijken dat het over een tijdje niet meer nodig is. Na jaren pleiten, ageren, vechten, discussiëren en bedonderd worden door politici van ALLE politieke denominaties, lijkt het er op dat binnen afzienbare tijd ten lange leste die discriminerende en mensenrechten schendende wet van tafel is.

Hoe zat het ook alwaar met mijn bezwaren?

Allereerst eist de wetgever een artsenverklaring dat ik onvruchtbaar ben. Dat is een archaïsch en inhumaan criterium want het impliceert overheidsdwang tot sterilisatie voor mensen die in het maatschappelijk verkeer slechts aangeduid willen worden als zijnde van het geslacht dat in overeenstemming is met hun psyche. Los van de lichamelijkheid. Dit criterium heeft simpelweg mensenlevens gekost doordat sommigen niet overeind zijn kunnen blijven onder de druk van het moeten ondergaan van een geslachtsaanpassende operatie in combinatie met de transitie effecten in het dagelijks leven. Het suïcide percentage on transgenders is – gedocumenteerd – erg hoog en ik kan er helaas over meepraten. Dat wil zeggen, ik kan er nog over praten omdat ik geluk heb gehad. De overheid mag vanuit menselijk perspectief een dergelijke eis nooit stellen en zelf heb ik me door die eis altijd behandeld gevoeld als een freak die erger is dan de ergste zedencrimineel. Een overheid die mij oplegt om me gedwongen te laten steriliseren / castreren terwijl bij de grootste monsters dat nog niet wordt opgelegd als straf is een overheid die mijn vijand is. Voor de goede orde, het feit dat ik zelf er voor gekozen heb om me te laten opereren met als gevolg dat ik onvruchtbaar ben doet niet ter zake als het gaat om de vraag of de overheid rechtmatig handelt als ze een sterilisatie eis stelt. Vandaar mijn principiële standpunt waarin ik de overheid dat recht ontzeg gebaseerd op het universele en onvervreembare recht van een mens op integriteit van lichaam en geest. Vandaar dat in de jaren na mijn operatie ik die overheid ben gaan zien en ervaren als mijn vijand. Voor vijanden buig ik niet.

Daarnaast vind ik het problematisch dat er een rechtsgang nodig is voor juridische geslachtswijziging. Onnodig complex, onnodig duur en erger nog, er zit een beroepsmogelijk voor derden in die bezwaar tegen die verandering kunnen indienen. Daarmee wordt je in pricipe blootgesteld aan maatschappelijke chantage.

Wetsvoorstel

Op dit moment ligt na lange jaren wachten en discussiëren met onkundige politici en ambtenaren er eindelijk een wetsvoorstel bij de kamer. Staatssecretaris Teeven heeft in tegenstelling tot al zijn voorgangers woord gehouden. Later dan toegezegd door hem, maar het ligt er nu wel. Dat is op zich al een mijlpaal. Het voorstel houdt grof genomen in dat je simpelweg naar de Burgerlijke Stand in je gemeente gaat, een verklaring van een deskundige op de balie legt, de verschuldigde leges betaald en dan klaar bent. Je geslachtsaanduiding wordt dan in de Gemeentelijke Basis Administratie (en in het geboorteregister) aangepast. Geen rechtbank en geen sterilisatie eis. Alle honderden andere gekoppelde databases volgen automatisch. Het is afgelopen met de structureel foutieve benadering in de post en aan het loket en de telefoon.

En zo hoort het ook te zijn. Als dit door de kamer bekrachtigd wordt (het is een aanpassing op een bestaande wet en hoeft dan geen ellenlange politieke loop meer te hebben) dan is mijn maatschappelijk lijdensweg op dit gebied ten einde. Ik zal dan heel snel bij het loket staan om ervoor te zorgen dat ik dan eindelijk ook administratief en juridisch mezelf ben. Zonder inmenging van wie dan ook, behoudens die deskundige die de verklaring opstelde.

Is het nu dan goed?

Ja en nee. Ja omdat de wetgever zich eindelijk humaan naar mensen als mij gaat opstellen en uit mijn slipje blijft.

Nee omdat er nog steeds een deskundige nodig is en er additionele eisen aan die deskundigheid worden gesteld die de normale vakkennis van een huisarts of psycholoog overstijgen. Er wordt verlangt dat men specifieke ervaring heeft met ‘genderdysforie’. Dit wordt gepresenteerd als de invulling van wat we ‘informed consent‘ noemen. Een moderne wijze van omgang met mensen die een ingrijpende gebeurtenis moeten ondergaan zoals een zware operatie of in dit geval een grote maatschappelijk relevante aanpassing in juridische positie. Informed consent, het geïnformeerd zijn omtrent de mogelijke gevolgen van een ingreep is op zich een goede zaak. Het probleem echter dat ik ermee heb is dat men die specifieke deskundigheid op het gebied van genderdysforie onderstreept in wetgeving. Dat is de verkeerde weg.

Wat eigenlijk zou moeten gebeuren is het inbedden van basiskennis op het gebied van gendervariatie in de opleiding van (huis)artsen, psychologen en maatschappelijk werkers. Kennis over het simpele feit dat de wereld diverser is dan de traditionele man – vrouw verdeling zou gemeengoed moeten worden. Iedere huisarts en psycholoog moet in staat zijn om vast te stellen of er sprake is van een duurzame en gefundeerde noodzaak tot aanpassing van het geslacht. Als het om de juridische component gaat. Ontpathologiseren zou het devies moeten zijn van de wetgever. Waarbij voor diegenen die net als ik zijn en ook hun lichaam willen laten aanpassen, voor het medische traject dat daaraan verbonden is natuurlijk wel een gedegen behandeling en begeleiding moeten krijgen. Dat laatste is echter een zorgwet zaak en niet een zaak voor het familie- en burgerschapsrecht.

Tot slot

Het huidige voorstel is nog niet perfect. Het kan altijd beter, maar het is een majeure doorbraak als dit wordt aangenomen. Majeur omdat in één klap een hele groep mensen in de bevolking erkend worden als de mens die ze zijn. Zonder absurde eisen, zonder śtraf in de vorm van gedwongen sterilisatie, zonder dat derden zich daar tegenaan kunnen bemoeien en zonder dat zij en de maatschappij onnodig op kosten worden gejaagd door een dure en onnodige rechtsgang.

Ik hoop dat de kamer zich opstelt als een modern parlement dat streeft naar moderne wetgeving en Nederland uit de achterstandspositie op dit gebied haalt en de Nederlandse wet aanpast naar wat inmiddels in steeds meer landen de norm is voor humane wetgeving op het gebied van genderregistratie.

Ik hoop dat het niet lang meer duurt voordat ik mijn leven terug krijg. Ik ben tenslotte een vrouw en wens ook als zodanig erkend te worden door de overheid die op zijn beurt van mij van alles en nog wat eist. Ik wil mijn burgerrechten. Voor mijn lieve vrienden die me altijd gesteund hebben, heb nog even geduld met mij op dit punt, want het lijkt er op dat het nu uiteindelijk dus toch goed komt en ik ben, ondanks alles, niet gebroken.

(c) 2013 Alice Anna Verheij

Ik ben zo moe van jou, o Nederland.

Noot: driekwart jaar geleden herschreef / hertaalde ik ‘Going to a town‘ van Rufus Wainwright. Een lied dat hij, eerlijk is eerlijk, uit verveling en baldadigheid schreef in de lobby van een hotel tussen concerten in. Zonder diepere bedoeling, zonder er een protestleid van te willen maken. Maar dat werd het wel. Het werd een lied dat bij deze tijd past.

Het is nu driekwart jaar later. Veel is veranderd. De pier op de foto is failliet en zal misschien afgebroken worden. Zoals er veel afgebroken wordt. Vandaag las ik dat het College Van Zorgverzekeraaars (CVZ) voorstelt om de psychische ondersteuning van mensen met psychische problemen alleen nog maar te vergoeden bij een medische noodzaak. Daarmee onderstrepend dat je voor hulp psychisch ziek moet zijn (volgens het daarvoor geldende normenboek DSM IV) en dat psychische problemen buiten die veroorzaakt door ziekte maar gewoon door jezelf en je huisarts (die daar niet voor geschoold is) opgevangen moeten worden. Wil je hulp, heb je hulp nodig, dan moet je dat maar zelf betalen. Kan je dat niet, zoals een toenemend aantal mensen, dan kun je voor wat betreft die verzekeraars doodvallen. Letterlijk.

Gaan die plannen door dan zuller er ook doden vallen want het aantal suïcides zal toenemen bij het wegvallen van de zorg voor mensen met post traumatisch stress syndroom, slachtoffers van misbruik, mishandeling, verkrachting, burn outs, onverwerkte traumas uit jeugd of anderszins. Zij zijn geen medische gevallen dus moeten het maar zelf zien te rooien. Daarmee is de verzekering van de Nederlandse gezondheidszorg indirect verantwoordelijk voor de doden die zullen vallen en het instandhouden of het versterken van het lijden van duizenden zoniet tienduizenden mensen. Hun aantal groeit als gevolg van de verharding van de maatschappij.

Nederland maakt hiermee zichzelf ziek, doodziek. En, als het aan deze mensen ligt die dit bedenken, uiteindelijk dood. Weg beschaving. Van Zorgverzekering naar een verzekerd zijn van verwaarlozing. Verwaarlozingsverzekering.

Ik ben nog steeds moe van Nederland en verlang naar de dag dat ik dit land definitief de rug kan toekeren. Of mij dat lukt weet ik niet, of ik dan in Europa of elders zal leven weet ik ook niet. Hoe dan ook, deze hertaling draag ik op aan de mannen en vrouwen van het CVZ die de plannen smeden om de geestelijke gezondheidszorg in Nederland te decimeren en daar willens en wetens slachtoffers mee gaan maken. Ik gun ze een jarenlange persoonlijke ernstige depressie. Ik mag dat als overlevende van diverse suïcide pogingen. Het hierna volgende schreef ik in april 2012, mijn mening is helaas niet veranderd sindsdien. Mijn leven overigens wel. Ten goede, dankzij de onbezoldigde zorg van een paar vrienden en een project van hte Rode Kruis. Een organisatie die goddank losstaat van de Nederlandse staat en haar beperkte blik op de rechten van haar burgers.

In een uitwisseling op Facebook legde mijn goede vriendin Floortje me nog eens dit prachtnummer van Rufus Wainwright voor. Ik heb er al zo vaak naar geluisterd en het heeft me altijd geraakt omdat ik er iets voelde dat ik niet kon omschrijven. Tot Floortje een hint gaf dat iemand maar eens een Nederlandse versie moest maken.

Er zullen mensen zijn die – terecht – vinden dat ik negatief schrijf over mijn eigen land. Er zullen mensen zijn die het met me oneens zijn of het me zelfs kwalijk nemen. En anderen die het niet begrijpen of me een zeur vinden. Maar er zijn er vast ook die zich herkennen in de pijn die ik heb proberen te verwoorden over hoe mijn eigen land verworden is tot iets dat ik verafschuw. Verwoord aan de hand van Rufus Wainwright die, wonend in New York, in een opwelling zijn originele tekst liet stromen en waarin hij onverholen kritisch is op de verwording van het Amerika van George Bush.

Mijn tekst laat mijn walging proeven over de staat van dit land. Een land zonder kleur maar met angst voor de vreemdeling, voor de andersdenkende, voor de ander die niet is zoals de gemiddelde burgerlijke grijze muis. Een land van egoïsme waar hypotheekrenteaftrekm pensioen en immigratie voor gaan op barmhartigheid en liefde voor hen die het moeilijk hebben. Een land dat maatschappelijk en politiek geen enkel ankerpunt meer voor mij vormt en dat mij gevoelsmatig wegjaagt. En hoezeer men het met mij oneens zal kunnen zijn, zijn de woorden gewogen en spreken ze mijn diepste gevoel uit. Mijn ontembaar verlangen to vluchten naar desnoods een stad die niet meer bestaat. Weg van het grijs, weg van de verzuring en de beschimping. Weg van de krantenkoppen vol mensenhaat, weg van het gebrek aan compassie, weg van de tweets van Wilders en de lamlendigheid van een tandeloze oppostitie. En vooral weg van het land dat mij mijn gevoel ontneemt en me omlaag drukt tot er niets meer van me over is. Met een vage hoop dat er ooit een andere tijd zal komen. Ik kan momenteel niet anders dan hiermee mijn diepste gedachten laten vallen op deze plek. Want ik ben moe. Heel erg moe van dit land. Heel erg moe van jou, o Nederland.

Hier is mijn versie:

“Ik ben zo moe van jou, o Nederland”

Ik ben onderweg naar een stad die niet meer bestaat
En loop weg van de plaats die ik altijd heb gehaat
Ik zoek naar mensen die hun hart niet hebben verbrand
ik ben zo moe van Nederland

Ik maak het goed voor de leugens van de Telegraaf
Ik maak het goed voor die liedjes o zo braaf
Het lijkt wel of hun waarheid niet meer bestaat
Ik ben zo moe van jou, o Nederland

Ik zoek er mijn eigen pijn, zal er niet eenzaam zijn
Ik heb mijn leven lief, o Nederland
Ik heb mijn leven lief

Zeg me, denk je echt over de hel omdat je teveel liefde gaf?
Zeg me, denk je echt dat alles wat je deed zo goed was
Ik moet het weten, na het bloed van die jongen die daar ligt in een plas
Ik ben zo moe van Nederland

Ik moet het weten
Misschien zal ik je nooit meer zien, of misschien ook wel
Jij had je voordeel van een wereld en ook van je spel
Ik ben onderweg naar een stad die niet meer bestaat
Ik ben zo moe van jou, o Nederland

Ik zoek er mijn eigen pijn, zal er niet eenzaam zijn
Ik heb mijn leven lief, o Nederland
Ik heb mijn leven lief
Heb nu teveel verdriet
Maar tòch ’n droom in ‘t verschiet
En dat is al, meer niet

Ik zoek er mijn eigen pijn, zal er niet eenzaam zijn
Ik ben onderweg
naar een stad die niet meer bestaat

Muziek, tekst: © Rufus Wainwright
Hertaling: Alice Verheij © 2012

SP duikt voor verantwoordelijkheid van breken belofte aan transgenders.

rotte tomaat

Enige tijd geleden schreef ik dit (de gehele transgendergemeenschap was op dat moment in Kerstslaap verzonken inclusief TNN):

Transgender zorg en -rechten in Nederland en het bedrog door de politiek.

Het was 23 december en even daarvoor had de tweede kamer het wetsvoorstel voor aanpassing van het zorgsysteem en heropname van NOODZAKELIJKE medische zorg voor transgenders afgestemd. Niet dat het ook maar iemand leek te interesseren.
Na mijn artikel kwamen er wat reacties uit het veld en vandaag, na afloop van het Kerstreces kwam er zowaar een reactie uit het politieke veld. Van de SP, één van de fracties die transgenders zo lelijk in de kou heeft laten staan.

De SP vind dat het zorgvuldig is geweest. Ze gaan in hun reactie echter aan nogal wat zaken voorbij. Maar hier is eerst de mail die ik ontving van de salonsocialisten:

Beste Alice,

de SP heeft tegen dit amendement gestemd omdat we de wijze van financieren niet goed vinden en waar het geld gehaald wordt ook niet. Wij zijn voor het financieren van deze zorg via de basisverzekering, zo organiseer je dat iedereen er recht op heeft (bijvoorbeeld ook mensen met een genetische afwijking en daardoor afwezige borstgroei is).

Ik hoop met dit bericht jouw interpretatie over ‘in de steek laten’ recht te zetten, dat is geenszins het geval. De voorstelde oplossing via een fonds en de wijze waarop het gefinancieerd wordt, is volgens ons niet de juiste wijze.

Met groet,

Eelco Eikenaar
Beleidsmedewerker SP Tweede Kamerfractie

Leuk zo’n reactie want in ieder geval is mijn tekst gelezen door die fractie. Echter.
Echter, de reactie raakt kant nog wal. Want toen in 2005 die zorg UIT de verzekering werd gehaald was het argument van gelijke behandeling naar mensen met een genetische stoornis helemaal niet aan de orde. Het toenmalige kabinet zat gewoon in een bezuinigingsstuip en transgenders zijn een prima sluitstuk van de zorgbegroting.
Verder is het inhoudelijk ook een onzin argument dat in andere situaties niet gehanteerd wordt. Want, waarom wordt bijvoorbeeld borstreconstructie na borstkanker dan wel vergoed? Zijn die vrouwen ineens ernstiger getroffen door afwezigheid van borsten dan transvrouwen die te weinig borstgroei hebben na hormoonbehandeling? Nee, natuurlijk. Er is dus al ongelijkheid en in plaats van die ongelijkheid fors te verminderen kiest de SP ervoor om die ongelijkheid te gebruiken als argument tegen verbetering van de zorg. Belachelijk argument dus en zeer beslist niet goed doordacht.

De financiering dan? Hoezo financiering? Eer is nu niks. Liever een fonds dan niks, stelletje dwazen! Het gaat trouwens om een belachelijk laag percentage van de totale zorgbegroting, ergens in de promilles.

En dan heb ik het er nog niet eens over dat… o wacht, daar heb ik het nu eens wel over. De SP heeft immers meerdere malen toegezegd voor dit wetsvoorstel ter verbetering te gaan stemmen en laat het gewoon afweten. Dat heeft bedrog meneer Eelco Eikenaar! Bedrog van mensen die in een niet te benijden positie verkeren en juist geholpen zouden moeten worden. Maar daar doen jullie dus niet aan, mensen van de SP fractie. Welnee, de SP laat veel liever vrouwen na geslachtsaanpassing rondlopen met overmatige baardgroei, zonder borsten en transmannen helpen jullie dus liever ook niet. In plaats daarvan laten jullie, (niet zo) beste SP fractie, ons in de kou staan. De huidige trieste situatie blijft bestaan en zicht op verbetering is er niet. Want dat zicht hebben jullie ons ontnomen.

Punt is, beste SP, jullie moeten gewoon niet jokken. Dat is niet netjes. Ik weet, jullie zijn politici en jokken is een genetische afwijking van politici. Maar toch.

Nee, de SP gebruikt lamme argumenten om een groep mensen nog langer in de kou te laten staan. Dat heet wat mij betreft a-sociaal en dat maakt voor mij (en vast nog een aantal anderen) de SP een a-sociale partij.

© 2013 Alice Anna Verheij

De pier loopt dood.

Het nieuwe jaar is begonnen met een klein berichtje in de media dat het van der Valk concern (die met die vogel met die grote bek die de kers uit de appelmoes pikt) het faillisement heeft aangevraagd van ‘de pier‘ van Scheveningen. Deze pier om precies te zijn:

pier (4)
foto: © 2012 Alice Anna Verheij

Het is een zakelijk gezien begrijpelijke stap. Het ding was al jaren in verval, bezoekers gingen de plek mijden en lieten hem afhankelijk van de wandelrichting over de steeds fraaiere boulevard links danwel rechts liggen. De uitbaters van het bouwwerk waren gereduceerd tot een lingeriewinkeltje van bedenkelijk allooi en ander vaag vermaak. Het maakt de pier niet aantrekkelijk voor bezoekers, niet aantrekkelijk voor investeerders gezien de deplorabele staat (en dus de hoge herstelkosten), niet aantrekkelijk voor projectontwikkelaars want die vinden in deze tijd eigenlijk niets aantrekkelijk. Koromt, niet meer levensvatbaar in deze toestand.

De pier blijkt al een tijdje zo dood als een pier.

Hoe anders was dat ooit. Want Scheveningen zonder pier, dat kan toch eigenlijk niet? Voor Zwolsman en voor de tweede wereldoorlog had men er al eentje. Zo’n fraaie zoals je die in Bristol, Blackpool en Brighton zag en in hun vergane glorie nog kunt zien. Een pier op houten palen in plaats van betonnen poten, voorzien van witgelakt hout dat ieder seizoen bijgeverfd moest worden omwille van het zeezout dat er aan vrat. Met gietijzer in sierlijke bogen en fraaie hekken. Dè plek om in Scheveningen te flaneren, gekleed in je mooiste kleren, met een lief aan de arm om dan aan het eind van de wandeling en met de hoed het zicht benemend voor het andere publiek elkaar te kussen. Er zijn heel wat meisjes ten huwelijk gevraagd op die plek.

pier 1098

Op een ansichtkaart uit 1908 valt op te maken dat de pier in die tijd geen pier was maar een ‘wandelhoofd’. Genoemd naar Koningin Wilhelmina, die andere Hollandse ijzeren dame. Een wandelhoofd is ook een mooier woord want het beschrijft veel beter waar die pier voor bedoeld was: om er te wandelen, te flaneren of ten huwelijk gevraagd te worden. Het was geen plek om te bungyjumpen, of bakjes appelmoes met een kers te eten in een verlopen restaurant op een schiereiland op betongerotte pijlers. Pieren uit de tijd waarin ze bedacht werden als attractie voor een badplaats gaven grandeur aan zo’n vissersdorpje en trok daarmee ander publiek (en dus geld). Prins Hendrik opende de eerste pier van Scheveningen in 1901, een door Liefland ontworpen wandelpromenade zeeinwaarts. De inspiratie kwam onder meer van de Engelse zuidkust maar Liefland koos niet voor een gietijzeren constructie maar houten palen. Het zou die pier noodlottig worden. Vanuit het Kurhaus konden de bezoekers de boulevard op gepaste hoogte kruisen om af te dalen op wat een geweldig zeeterras voor het hotel was. Een topper, een trekpleister van formaat. De pier in Scheveningen in combinatie met het chique Kurhaus zetten een ander Scheveningen op de kaart dan dat van mijn grootouders. Het vissersdorp was een badplaats geworden waar je gezien wilde worden.

Die eerste pier brandde in 1943 voor een deel af. De Duitse bezetter besloot vervolgens om de houten palen waar de restanten op rustten ook af te zagen. Zoals ze ook het gietijzeren hek op de rand van de boulevard afzaagden om er tanks van te maken. Tot de reconstructie van de boulevard in de afgelopen jaren kon men nog altijd de afgezaagde stompjes gietijzer zien in de granieten rand van de boulevard. Een stille maar door de meesten vergeten of ongeweten getuige.

Na de oorlog moest er natuurlijk een nieuwe pier komen. Groter, mooier, modern, een herkenningspunt voor Scheveningen en Den Haag want na de oorlog was het dorp immers slechts een deel van de naastliggende stad geworden. Dus werd er in het Haags gemeentebestuur besloten tot de bouw van een nieuwe en hypermoderne pier. Apon, Dijk en Maaskant waren in 1955 begonnen aan hun ontwerp en in 1959 werd besloten tot bouw over te gaan. Twee jaar later, 19 mei ’61, opende prins Bernhard de nieuwe pier. Gefinancierd door onder meer Adama Zijlstra, de baron van Scheveningen en de man achter het succes van het Kurhaus, het Holland Festival en nog veel meer zaken die Den Haag op de kaart zetten. De man die Vladimir Horowitz liet debuteren in zijn Kurzaal. Het was inderdaad een moderne pier geworden en ik herinner me nog goed dat in mijn vroege jeugd mijn ouders me regelmatig naar deze attractie mee namen. Het zou mij niet verbazen als mijn vader daar mijn moeder ten huwelijk heeft gevraagd want er zat wel een verstopte romanticus in die man. Hij hield ook van die pier.

De laatste decennia moderniseerde de wereld. Zijlstra ging, Zwolsman (de aannemer van de tweede pier) kwam. Een rare megalomane man met teveel geld. Zijn bedrijven waren vooral betonstorters en vele plaatsen in het land inclusief Scheveningen vielen ten prooi aan betonnen hoogbouw in een afzichtelijke zestiger jaren stijl. Maar beton rot. Zwolsman werd zo arrogant en maakte zoveel misstappen (een illegaal gebouwd vierde eilandje aan de pier bijvoorbeeld) dat hij welhaast de absolute tegenhanger van de geliefde Adama Zijlstra werd. Velen zien nog steeds Zwolsman als de architect van de vernietiging van Scheveningen als mooie badplaats, ik kan ze geen ongelijk geven daarin. Nadat Zwolsman van het toneel verdween werd het lastig om van het verbetonde Scheveningen nog iets moois te maken. Want beton rot. De onderhoudskosten aan veel van de bouwwerken waren hoog en het verval kwam snel. In nog geen dertig jaar is de eens zo fraaie moderen betonnen pier verworden tot een roestplek op het Schevenings (en Haags) blazoen. Het ding is inmiddels lelijk – en dus bijzonder pictoresque. Het onderwater wonderland op eiland vier waar je naar nepvissen kon kijken, en de Jules Verne attractie die bepaald minder dan 20.000 mijlen onder zee ging mochten niet baten. Het ding werd een blok aan het been van de diverse eigenaren. Nationale Nederlanden was er een van na Zwolsman. Ze verkochten de Scheveningse tentakel voor 1 gulden aan van der Valk in ’91.

pier (3) pier (2)

Van der Valk investeerde in eerste instantie flink. De pier werd een dubbeldekspier met een overdekte en onoverdekte laag. Ach. Er kwam een casino want gokken op water is blijkbaar anders gokken dan op land. Dat Holland Casino op nog geen 300 meter afstand een veel zichtbaarder en moderner casino had maakt blijkbaar niet uit. Van der Valk deed wat het zo vaak deed, een restaurant bouwen en verder vooral rommelen. De investeringen droogden op. Bungy jumpen trok onvoldoende bezoekers om de exploitatie beter te krijgen en de pijlers waren te zwak voor flinke nieuwbouw. Een hotel op de pier is natuurlijk ook nogal ambitieus. Kortom, de laatste tien jaar is het verval snel gekomen. Het onderhoud werd zo slecht dat de gemeente moest ingrijpen voor de veiligheid van de bezoekers. Delen werden afgesloten. Een brand in van der Valks feestzaal eind 2011 tekenden het doodvonnis, in maart 2012 kondige van der Valk aan te willen verkopen. Verschillende kandidaten kwamen en gingen, zelfs vanuit China. Maar het lukte niet. De gemeente ging de kosten nemen voor de noodreparaties die van der Valk naliet en nu is het dan zo ver. Op het ultimatum van de gemeente Den Haag aan van der Valk om  nu echt wat te gaan doen aan de pier door middel van herinvestering, verbouwing en achterstallig onderhoud besloot van der Valk het restaurant en casino op 1 december van het vorige jaar te sluiten. Het doek voor de pier in zijn huidige vorm was daarmee gevallen. Een laatste potentiële koper liet het afweten en dus is vandaag op 2 januari 2013 het faillisement aangevraagd van De Pier Vastgoed BV.

Op korte termijn zal de pier moeten sluiten. De resterende exploitanten zullen iets anders moeten zoeken en de gemeente zal gaan opdraaien voor de kosten van het onderhoud dat het failliete vastgoed bedrijf uit het van der Valk concern had moeten doen.

Ik vraag me af hoe lang het gaat duren voordat Scheveningen weer een mooie aantrekkelijk pier krijgt. Het wordt waarschijnlijk tijd dat iemand begint aan het schrijven van het ‘Requiem voor de pier’. Hoewel, misschien doet de Haagse politiek haar werk en hersteld ze de gemaakte fouten uit de afgelopen decennia.

© 2013 Alice Anna Verheij

Transgender zorg en -rechten in Nederland en het bedrog door de politiek.

De discussie loopt al jaren en de stapel toezeggingen van politiek leiders van CDA, VVD, PvdA, SP, Groen Links en D66, zou wanneer opgeschreven en uitgeprint een respectabel aantal pagina’s beslaan. Nog geen jaar terug (voor de val van Rutte 1) waren alle grote partijen het er over eens: aan de slechte situatie van transgenders in Nederland moest een eind komen. Geld werd uitgetrokken voor bevordering van kennis bij de overheid over de problemen die mensen als ik ondervonden en ondervinden. Onderzoeksinstituten kregen opdracht om dat inzicht te verschaffen. Dat inzicht kwam er en de rapporten van het Centraal Bureau voor de Statistiek (in opdracht van het UWV), heel recent van het Sociaal Cultueel Planbureau en anderen schetsten een triest beeld. Voor meer informatie kunt u op deze site wat rondsnuffelen in de categorie ‘transgender’ of naar het TNN gaan: http://transgendernetwerk.nl

help

Op zo ongeveer alle gebied worden transgenders ernstig achtergesteld. De werkloosheid is verhoudingsgewijs extreem groot, er zijn grote problemen in de zorg door wachtlijsten en een slecht vergoedingensysteem, sociale uitsluiting is aan de orde, net zoals armoedeval en maatschappelijke discriminatie. In het kort: een leven van transgender betekend maar al te vaak een leven in de marges van de samenleving waarbij basisrechten je onthouden worden. Dat is dan nog los van de al bekende feiten als de gedwongen onvruchtbaarheid ten behoeve van juridische geslachtswijziging wat een grove mensenrechten schending is waarvoor de Nederlandse staat al zeer regelmatig voor op de vingers is getikt.

Internationaal slaat Nederland een modderfiguur als voormalig tolerant land en voorloperland dat inmiddels alles behalve tolerant en nadrukkelijk een achterhoede land is geworden. Landen als Ierland, Groot Brittannië en zelfs Spanje brengen het er wat betreft wetgeving stukken beter vanaf. De Europese Unie heeft net als bijvoorbeeld Human Rights Watch Nederland aangesproken op de bestaande situatie.

We zijn weer een jaar later. De verkiezingen zijn voorbij en er is crisispraat in de hele politiek. Er moet bezuinigd worden. Van die eenvoudiger juridische geslachtswijziging is het nog steeds niet gekomen. Het wetsvoorstel is er nog altijd niet door. Het recente SCP rapport is erg negatief over de maatschappelijke positie van transgenders waarbij vooral de ontoegankelijkheid van goede zorg en de bedroevende inkomenspositie en maatschappelijke positie opvallen. Onderkend wordt dat er problemen zijn met acceptatie in de samenleving doordat veel transgenders vereenzamen. Dat heeft rechtstreeks te maken met de onmogelijkheid of voor sommigen onbetaalbaarheid van correctie van secundaire geslachtskenmerken. Die groep zal door de crisis alleen maar groeien in de komende jaren. Het percentage zelfdodingen en het aantal transgenders dat daar over nadenken of nagedacht hebben is groot. Daarmee wordt eigenlijk onderstreept dat de huidige organisatie van die zorg en de financiering ervan slachtoffers maakt. Ik kan dat helaas uit eigen ervaring bevestigen want het is echt geen sprookje.

En wat doet de tweede kamer dus wanneer een herstel van het vergoedingenstelsel ten behoeve van vergoeding van correctie van secundaire geslachtskenmerken aan bod komt?

Precies: ze stemde het weg.

Met uitzondering van Groen Links, D66 en de Partij voor de Dieren hebben de partijen gestemd tegen het voorstel om op de zorgbegroting van 60 miljard 200.000 euro beschikbaar te stellen voor het verlenen van vergoeding voor de noodzakelijke aanpassing van secundaire geslachtskenmerken. Partijen als CD, PvdA, VVD en SP stemden tegen het voorstel terwijl voor de verkiezingen zij allemaal meerdere malen aangaven dat die vergoeding terug zouden moeten komen. (In 2005 schafte het toenmalige kabinet ze af.)

Algemeen wordt erkend dat het voor transgenders bijzonder moeilijk is om werk te behouden of een baan te vinden na baanverlies. Omdat ze transgender zijn en op de werkvloer men daar niet mee uit de voeten kan. Of omdat werkgevers liever geen ‘probleemgeval’ in dienst nemen. Dat komt door onder andere door het stigma van de ‘man in de jurk’ dat veel transvrouwen opgedrukt krijgen (over transmannen wordt amper gesproken of gedacht in de maatschappij). Dat problemen met gezichtsbeharing en het niet hebben van een vrouwelijk figuur (in verband met te geringe of afwezigheid van borsten) voor transvrouwen dat stigma bevestigd is duidelijk zodra men zich in de materie verdiept en de politieke partijen zijn zich daar heel goed van bewust. Alle fracties hebben uitgebreide informatie van organisaties als COC en Transgender Netwerk Nederland hierover ontvangen. Naast dus die rapporten die niets aan duidelijkheid te wensen over laten.

En toch werd donderdagnacht dit wetsvoorstel afgestemd.

Hiermee zijn transgenders in Nederland were jaren achteruit gezet. Hoop op verbetering van de zorg op afzienbare termijn is er niet. De wachtlijsten voor geslachtsaanpassende operaties zijn langer geworden in de afgelopen jaren, de vergoedingen zijn veel te beperkt en de kosten voor volwaardige behandeling zijn te hoog voor veel van ons die naast alle problemen van een maatschappelijk transitie die gehinderd wordt door de eisen van het medisch behandelprotocol in combinatie met de afwezigheid van goede ondersteunende zorg en correctie van secundaire geslachtskenmerken. Het leven van transgenders wordt er in tegenstelling tot de nadrukkelijke politieke toezeggingen niet beter op in Nederland maar juist slechter.

Dat partijen als de VVD, PvdA en de SP, die altijd achter verbetering van rechten en zorg van transgenders stonden, dit voorstel afgestemd hebben is ronduit schandelijk. Kiezersbedrog van de bovenste plank naar een kwetsbare groep mensen. Bedrog van partnerorganisaties van de overheid, bedrog van tienduizenden mensen. De enige conclusie die overblijft is dat de transgenders in Nederland van de politieke partijen die in dit land de dienst uitmaken niets te verwachten hebben. Afgelopen donderdagnacht is er in het gebouw van de Tweede Kamer een dieptepunt bereikt in het recht doen aan een normaal leven voor transgenders. De regeringspartijen ondersteund door CDA en VDD zijn daar verantwoordelijk voor. Rechtstreeks.

Mijn walging over zoveel bedrog over de ruggen van een groep mensen voor een bedrag dat verdampt in de marges van de totale zorgbegroting kan ik met geen pen beschrijven. Ze is groter dan wat u hier leest. Voor mij, en vele anderen met mij, kan de politiek gestolen worden. De politieke partijen CDA, SP, VVD en PvdA zijn mijn vijanden. Ze maken mij en mijn lotgenoten het leven zuur en we hebben niets goeds van ze te verwachten.

Ik wens de fractieleden van SP, CDA, VVD en PvdA een uiterst onprettige Kerst toe en een bijzonder ongelukkig 2013. Vanuit het diepst van mijn hart. Beste kamerleden: sterf van mijn part! U bent het niet waard om op de zetels in de tweede kamer te zitten.
Laat ik milder zijn, ik wens alle vrouwelijke tweede kamerleden van die partijen overmatige baardgroei en het verlies van hun borsten en de mannelijke tweede kamerleden castratie in combinatie met een lang publiekelijk leven toe.

Voor de criticasters: ik heb die noodzakelijke aanpassingen om mijzelf maatschappelijk aanvaardbaar als vrouw te kunnen presenteren laten doen, van mijn eigen laatste geld. De keuze was een leven als een schaduw van wie ik eigenlijk ben of armoede. Ik koos het tweede want er is wat dat betreft nooit een stuiver vergoed. Ik ben blij dat ik die keuze maakte want ik leef en het gaat steeds beter, maar de keuze betekende een verscherping van de armoedeval die toch al mijn deel was. Wat verklaard waarom ik hier zo boos over ben. Anderen na mij zullen het niet beter krijgen en dat gun ik geen mens, sterker nog: het is mensonterend.

© Alice Anna Verheij

Hoe machtswellust het CDA om zeep hielp.

Gisteren stond er een interview met Maxime Verhagen in de Volkskrant. De gevallen voorman van het gevallen CDA spreekt er over het gevallen kabinet Rutte 1 en dan met name de totstandkoming daarvan. Het interview maakt een paar dingen glashelder. Het toont hoe Verhagen als een soort zonnekoning van het CDA de formatie van Rutte 1 bestierde voor zijn partij, en wat daar van kwam.

Vooraf: ik ben geen CDAer, nooit geweest en zal het nooit worden.

wilders gedragenCartoon over de rol van Verhagen (en Rutte) ten tijde van de vorming van Rutte 1 (Haarlems Dagblad)

In het interview geeft Verhagen aan dat hij had verwacht na gesprekken met de CDA kamerleden Koppejan en Ferrier dat die niet akkoord zouden gaan met een VVD-CDA-gedoog PVV kabinet. Het is een dwaas argument want hiermee verschuilt hij zich achter de ruggengraatloosheid van twee fractieleden en gebruikt dat om zijn eigen ruggengraat te spalken. Het is het argument van iemand die te strak ingesnoerd zit in een beklemmend korset. Hij zegt in dat interview ook dat hij niet had verwacht dat een gedoogkabinet zou worden uitgelegd als een PVV-kabinet. Die ontboezemingen zijn bijzonder. Bijzonder omdat hieruit blijkt dat één van de belangrijkste voormannen van een op dat moment relevante politieke partij iemand is met een flink probleem. Is Verhagen nu een machtswellusteling geweest, of een naïeveling, een manipulator of gewoon een kluns met een totaal gebrek aan politiek-electoraal inzicht?

Natuurlijk neig ik naar het eerste hoewel hij het laatste doet voorkomen. Want hoe zuiver ben je als politicus wanneer je een abjecte regeringsconstructie tegen de mening van een zeer groot deel van de eigen achterban en een nog groter deel van de samenleving er doorheen probeert te drukken en de enkelingen die zich daar publiekelijk tegen verzetten onder druk zet? Om jaren later, wanneer het allemaal in het gezicht ontploft is met de roet nog op de facie aan te geven dat juist die twee niet voldoende standvastigheid hadden om de consequenties van hun standpunt te nemen op dat zo belangrijke moment. Dat kan alleen maar een door en door slecht politicus zijn die alleen maar wil dat zijn partij in de regering komt. Ten koste van de principes van zijn eigen partij, tegen de eigen ideologie in en tegen de mening in van zowat (en in retrospectief ruim) de helft van de eigen partijleden. Als we de beelden van ‘de deur’ in de herinnering nemen dan zagen we toen toch echt een Verhagen die doelgericht aanstuurde op regeringspluche.

Natuurlijk viel dat kabinet want een gedoogkabinet zou gekund hebben als de gedogende partij een fatsoenlijke was, maar dat was de PVV niet. Integendeel zelfs. Natuurlijk kreeg Verhagen’s partij de trekken thuis en werd eerst gekortwiekt en toen gedecimeerd tot een marge partijtje. Het Groen Links van de Christelijke politiek met een zeteltal dat wellicht voor de SGP een mooi streefgetal is maar voor dat CDA een niet eerder vertoont historisch dieptepunt. De partij zal er ook niet meer bovenop komen want de afrekening door de kiezers lijkt bestendig te zijn. Het CDA heeft afgedaan. Good riddens natuurlijk want een partij die zo met de eigen achterban en ideologie omgaat heeft geen moreel bestaansrecht.

De politiek is veranderd en Verhagen c.s. beginnen nu pas te beseffen hoezeer. Op dit moment wordt het land geregeerd door ongebreideld kapitalistisch egoïsme in de vorm van een VVD kabinet dat in het zadel wordt gehouden door een PvdA die in enkele decennia getransformeerd lijkt te zijn van een socialistische partij in een kapitalistische partij. Het gestuntel van Verhagen heeft niet alleen het CDA onderuit gehaald maar ook het land opgezadeld met de resultaten van electorale walging die omgezet is in waar het land nu mee te maken heeft: een regering die alles sloopt waar dit land goed in was.

Daarmee, en met het dwaze interview in de Volkskrant, heeft Verhagen de twijfelachtige eer aan de wieg te hebben gestaan van het meest rampzalige decennium in de Nederlandse politiek sinds de tweede wereldoorlog. De man zal ongetwijfeld in het bedrijfsleven een prima plek vinden, want zo gaat dat met slechte politici met machtswellust. De kiezer mag dan iemands partij afstraffen (en indirect de man), het grote geld in het bedrijfsleven ziet niets liever dat dit soort mensen aan hun roer komt staan. Verhagen past vrij goed in het rijtje met Kok, Bos en al die anderen die de politiek gebruikt hebben als een route naar zelfverrijking.

Verhagen, fijn dat hij de politiek uit is. De man was alles behalve een verrijking, zijn laatste interview onderstreept dat nog eens.

© 2012 Alice Anna Verheij

Is UNHCR creating malnutrition in the Bhutanese refugee camps in Nepal?

A few days ago a letter was written by important members of the Bhutanese refugee community in Nepal to the UNHCR in that country. The letter is a request to discuss maltreatment by the UNHCR regarding the refugees they are supposed to take care of.

What is happening?

Since the early 1990’s the UNHCR has managed and maintained a number of refugee camps in the southeast of Nepal (more exact, in the Jhapa and Morang districts). At its height there were over 107.000 refugees listed in those camps. Since 2008 the UNHCR has started the by far largest third country resettlement program ever aiming at completely solving the decades long refugee crisis of the Bhutanese who exiled from their Shangri-La like country in the Himalayas.

unhcr

The UNHCR has done a tremendous job in guarding peace in those camps while at the same time bringing essential humanitarian aid the the inhabitants. Nepal (just like India and Bhutan) never signed the UN refugee treaty so the UNHCR has been working there on a UN mandate. They have been partnering with AMDA (Asian Medical Doctors Association) for health care, Caritas for education, Lutheran World Federation for camp management and monitoring and the WFP World Food Program for food distribution to the camp communities that have no other means of existence.

But things have changed. The aim of the UNHCR in Nepal seems to have shifted in the past few years from caring for the refugees who livin in limbo in the camps to bringing a durable solution to their situation by third country resettlement. According to the international morale of refugees the people should repatriate but that has obviously proven to be an impossible dream as Bhutan, the country of Gross National Happiness, has been frustrating talks and efforts for that ever since the crisis started in 1991. Assimilation in the Nepalese and Indian society is also a no go as Nepal and India do not accept that (the lack the resources to do that on a humanitarian responsible manner), hence the durable solution of the UNHCR: resettling to the west.

This resettlement project is well underway with almost two thirds of the refugees already resettled to mainly the US and countries like Canada, Australia, New Zealand, Norway Denmark, Netherlands and the UK. But there are fears that not all refugees will resettle. After all it is an opt-in project and not all refugees desire a life in a completely alien western society ultimately losing their history, religion and way of life in due time. Some 10,000 refugees have not opterd for resettlement. Let alone the other more than 4,000* refugees that have not been registered as refugees for a variety of reasons. They do however live in those camps without food, healthcare and proper housing. (* The number is based on a headcount by camp management in 2011 and has decreased to a yet unknown figure.)

So something needs to happen. Recently the UNHCR has announced that they can no longer provide vegetables to the refugees, taking out an important element in their diet which is by no means extensive. The effects of not supplying vegetables as of January 2013 will no doubt be deteriorating health of the camps population in the coming years. The reason the UNHCR has given is that they lack a proper budget for this essential food. Which is very strange as the European Union has provided for a over 3 Million Euro budget for the UNHCR for the years 2012, 2013 and 2014, continuing the financing of the UNHCR’s operation in regard to those camps. So what is happening?

According to the Beldangi camp secretary, Dhan Bir Subba, (Beldangi is the largest of the two remaining camps) the UN has informed them that the budget is redistributed by the UNHCR to other refugee crisis areas in the world. Basically stating that they simply do no longer see a priority in maintaining proper support to the Bhutanese refugees still living in the camps in Nepal. Which of course is an extra push to get the refugees to the point that they will opt for resettlement. So is this argument used by the UNHCR just a trick to reach a ‘durable solution’ by increasing pressure on the refugee community to resettle completely? And if so, is that ethical?

According to Subba the UNHCR has declared that they have no other option than to decrease the available budget for the Bhutanese exiles in the camps, a ‘Hopson’s choice’ so to speak. The UNHCR has also declared that they will distribute vegetable seeds as an alternative, but as the remaining camps are heavily populated, the availability of enough land to grow crops is a question that remains. The UNHCR seems to have suggested to use the empty huts of resettlers for that purpose.

The chairman of the Bhutanese Refugee Representative Repatriation Committee, Dr Bhampa Rai, who I have het the privilige to interview a number of times concerning the situation of the refugees, has condemned the UNHCR decision. And by all means, the timeline between announcing and stopping vegetable distribution is just over a month, making it impossible for the refugees to grow enough crops for a healthy nutrition, seems irresponsible.

“The decision has created doubts on UNHCR’s intention towards refugees. How can those who themselves survive on delicious vegetables on daily basis decide to stop the supply of the same items for us,” Dr Rai said according to the Bhutan News Service.

The question that this raises is wether the UNHCR is now going to a stage in promoting resettlement to the refugees by disregarding basic human rights like proper nutrition. And that is not all. The Bhutanese refugees feel that they are pressurized by the UNHCR to resettle, which means that they doubt wether they really have a free choince NOT to resettle but continue hoping for repatriation to their motherland.

Apart from the other issues mentioned in the request written by major community leaders to the UNHCR (see the attached letter), the nutrition issue is a very serious decline in the basic care for the refugees and frustrates the mandate of the UNHCR itself. The monthly supply of (only) 500 grams of season vegetables is ending this month. The diet of refugees in the camps will lack one of its important components and is for health reasons undesireable.

It is worrying that the UNHCR is also forbidding the refugee leaders to bring their complaints to the VIP’s who visit the camps. From personal experience working as a journalist in the camps I do know that some issues (like the large numner of unregistered refugees, the deteriorating education in the camps and the mounting crime like identity fraud and even institutionalized fraud) are being kept under the radar. Freedom of press and freedom of speech are just as much at stake as the basic human rights of the camp population. ‘Thou shalt not report negative’ is an adagium in this unmonitored situation.

LETTER-TO-UNHCR

It seems that the UNHCR is building pressure to end the Bhutanese refugee crisis and is not stepping away from methods that should be doubted and discussed on an international level and especially at the European Union, being the main financier of the UNHCR in Nepal.

In the meanwhile malnutrition is something that the Bhutanese refugees in Nepal should fear. The reality of life in the UNHCR managed refugee camps in Nepal is that things are not at all nice and dandy and in fact seem to become worse. But will the international community respond to that?

© 2012 Alice Anna Verheij

Open brief aan de KRO en NCRV.

Noot: hiermee sluit ik de reacties op deze open brief. Dank iedereen voor de hartverwarmende steunbetuigingen. Een antwoord van KRO / NCRV laat vooralsnog op zicht wachten maar ik ziee geen toegevoegde waarde in verdere reacties op dit moment. Mocht er uit Hilversum alsnog een reactie komen dan meldt ik die hier integraal.

OPROEP: als je als transgender of iemand die betrokken is met transgenders het eens bent met deze open brief en mij wilt steunen in dit publiekelijke protest tegen de uitzending van Debat op 2, laat mij dat dan weten in een reactie hier. Ik neem deze dan in ondertekening mee in de brief die ik maandag verstuur.

Alice Anna

Den Haag, 18 november 2012

Beste omroepbazen van de KRO en NCRV,
beste programmamakers van Debat op 2,

Gisterenavond heb ik naar het door Arie Boomsma gepresenteerde Debat op 2 programma gekeken. Ik heb het uitgekeken ondanks mijn sterke aandrang weg te zappen.

Het doel van een debat is om op grond van een stelling of situatie voor- en tegenstanders aan het woord te laten. Deze keer was de subtitel van Debat op 2 ‘Man of vrouw’ en ging het over de maatschappelijke positie van transgenders in Nederland. De timing van het programma was goed omdat er een publicatie van het Sociaal Cultureel Planburo was verschenen waarin duidelijk wordt dat de sociaal maatschappelijke positie van en de gezondheidszorg voor transgenders in Nederland ernstig te wensen over laat. Uw programmamakers waren zich daarvan bewust en het programma zou een uitgelezen kans zijn geweest om mee te helpen aan een betere beeldvorming over transgenders en verbetering van hun positie.

Maar het programma ontspoorde ernstig.

Zo ernstig dat nu achteraf alleen maar geconcludeerd kan worden dat het schadelijk is geweest voor transgenders in Nederland. De oorzaken hiervan zal ik in kort bestek opsommen.

  1. De (inval)presentator was onzorgvuldig in het gendergewijs goed aanspreken van zijn gasten.
  2. Er was een bijzonder sterke onbalans in het programma voor negatieve mening en beeldvorming over transgenders door het opvoeren van mensen met een zeer kortzichtige blik en schaamteloze vooroordelen. Deze mensen deden uitlatingen die te gek voor woorden zijn en het waard zijn om te melden bij anti discriminatie buro’s. Maar een adequaat weerwoord werd niet gezocht of zeer kort gehouden.
  3. Jullie hebben de psychiater A Campo opgevoerd. De man is jaren geleden al naar aanleiding van teksten van hem in onder andere Dagblad Trouw onderuit gehaald op de wetenschappelijk rammelende opzet en onderbouwing van zijn zogenaamde onderzoek naar psychiatrische stoornissen bij transgenders. Deze man is uiterst omstreden en wordt in de wereld van begeleiding en behandeling van transgenders gezien als een charlatan. Zijn mening dat 60% van de transgenders psychisch gestoord is werd door Arie Boomsma nog eens een drietal malen onderstreept. Het weerwoord van Peggy Cohen van het VU genderteam werd dermate kort gehouden dat zij de kans niet kreeg aan te geven waarom A Campo’s beweringen flauwekul zijn. Het is onbegrijpelijk dat jullie deze man een platform voor zijn transfobie hebben gegeven, zeker gegeven zijn wel zeer twijfelachtige staat van dienst.
  4. Er werd een ‘werkgever’ opgevoerd die niet als werkgever serieus te nemen is. Waarom niet de baas van een stevig bedrijf dat beleid heeft rond de omgang met transgenders op de werkvloer? Philips, KPN en vele grotere bedrijven hebben een dergelijk beleid.
  5. Ouders die hun kinderen niet accepteren zoals ze zijn vinden we overal. In het geval van de ouders die aan het woord kwamen droop de stupiditeit en het empatisch onvermogen van het scherm. Een fatsoenlijke bespiegeling over hun overduidelijke empatische stoornis kwam niet aan de orde, wel kregen ze buitensporig veel ruimte hun eigen kind te schofferen.
  6. De jonge transvrouw die aan bod kwam werd in haar toelichting onderbroken door de man van datzelfde ouderpaar. Zij kon daardoor haar reactie niet afmaken en haar verhaal werd daarmee ook onderuit gehaald. De woorden ‘als vrouw’ kwamen regelmatig over de bühne. Dat suggereert dat ze niet als een vrouw maar als een man die vrouw probeert te zijn werd gezien. Een impliciete houding die in het programma bleef hangen.
  7. Er is niet of nauwelijks ingegaan op het SCP onderzoek. Een aantal hoofdlijnen kwam aan bod maar vervolgens werden die ondergesneeuwd in negatieve meningen over het bestaansrecht van transgenders, niet over hun problemen.
  8. Het debat ging dus uiteindelijk over de vraag of transgenders wel mogen bestaan in deze maatschappij. De meningen waren overwegend negatief en een goed antwoord op de vraag waarom de sociaal maatschappelijke positie van transgenders in Nederland zo slecht is kwam niet tot stand. Op die vraag was geen verdieping maar werd het verschijnsel slechts benoemd. Dat is zoals een ieder weet geen debat maar maakt van een goed debat juist een farce.

Als ik dit alles zo bekijk kan ik niet anders dan vaststellen dat de programmamakers en de inval presentator jammerlijk gefaald hebben in het ogenschijnlijke doel van het programma. Sterker nog, het programma schaadt transgenders, hun maatschappelijk positie en de mogelijke verbetering van die positie. Immers het beeld dat het programma geeft is er een van gelegitimeerde afwijzing van transgenders in Nederland.

Ik vraag mij af of het programma zou zijn uitgezonden als er op deze wijze over homoseksuelen, gehandicapten, Marokkanen of Joden was gesproken. De meningen van transgenders die naar dit programma gekeken hebben lopen uiteen van: ‘dit nooit meer’ via ‘schandalig’ en ‘tenenkrommend’ tot ‘waarom doen ze ons dit aan?’. Wat jullie als programmamakers niet schijnen te realiseren is dat juist dezer dagen een voor transgenders belangrijk wetsvoorstel in de tweede kamer ter bespreking ligt, dat moet leiden tot een eenvoudiger juridische geslachtswijziging. Een voorstel waar al heel lang op gewacht wordt en dat ondanks de manco’s die er nog in zitten voor velen een strohalm is waar aan wordt vastgehouden. Een programma met een dergelijk bedroevende stigmatisering van transgenders als Debat op 2 kan ook een dergelijk proces schaden omdat het de meningen van de Nederlanders ten opzichte van transgenders negatief beïnvloedt. Ik ben bang voor ‘collatoral damage’ als gevolg van dit programma.

Verantwoordelijken voor Debat op 2, jullie hebben een wanprestatie geleverd en een zeer kwetsbare groep mensen gekwetst en geschonden. Er past schaamrood en een excuus aan de transgenders in Nederland. Er past reparatie door een programma te maken dat de bevindingen van het SCP in hun rapportage op een afgewogen wijze aan de orde stelt en een maatschappelijk debat over uitsluiting, slechte zorg en maatschappelijke achterstelling voert voor, over en met deze groep.

Maar bovenal past schaamte voor een kwalitatief triest televisie product. Ik begrijp van de Twitter account van Arie Boomsma dat hij Ghislaine verving bij de presentatie van het programma en dat hij Paul de Leeuw’s programma als ‘research’ gebruikte. Gaan jullie altijd zo slordig om met het briefen van jullie presentatoren? Laten jullie altijd onkundige presentatoren invallen? Want duidelijk was dat Arie Boomsma het programma zowel inhoudelijk als presentatietechnisch niet kon leiden!

Ik verzoek jullie het programma terug te trekken en niet op Uitzending Gemist aan te bieden zodat er niet nog meer schade wordt berokkend dan er al is. Ik daag jullie uit een reparatie programma te maken met Arie Boomsma en mij aangevuld met een aantal echte deskundigen inclusief de onderzoeker van het SCP, mevrouw Cohen of dhr. van Trotsenburg van het VUMC en een vertegenwoordiger van het Transgender Netwerk Nederland waarin zij en ik de ruimte krijgen om duidelijk te maken wat er werkelijk mis is met de positie van en de zorg voor transgenders in Nederland.

Met vriendelijke groet,

Alice Anna Verheij
schrijfster

PS Het staat wat mij betreft een ieder vrij om deze tekst zonder aanpassingen te verspreiden via de media.

Transgender zijn in Nederland kan. Maar wel in eenzaamheid en armoede.

Vandaag kwam het Sociaal Cultureel Planburo met hun rapport over de positie van transgenders in de Nederlandse samenleving. Het is een belangrijk rapport voor mensen als ik. Belangrijk omdat het de vinger op de vele zere plekken legt en nu eindelijk eens niet volledig op het (eventuele) medische aspect maar nu juist op het sociaalmaatschappelijke aspect van het leven als transgender in dit land gericht is. De conclusies zijn ronduit schokkend.

Voor mij zijn de conclusies schokkend omdat ik niet kan ontkennen dat een groot aantal de negatieve effecten van de transitie die ik heb ondergaan te ervaren op de wijze zoals die in het rapport is omschreven. Ik ben niet anders dan andere transgenders en in wezen slachtoffer van mijn eigen transitie. Slachtoffer van mijzelf.

Een paar ‘hoogtepunten’, die dus eigenlijk dieptepunten zijn:

  • De werkloosheid onder transgenders is fors hoger dan onder andere groepen en 1/3 leeft onder armoedegrens. Velen zijn afhankelijk van een uitkering en 12% is arbeidsongeschikt.
  • Er zijn twee keer zoveel transgenders eenzaam als mensen in andere groepen in de samenleving (2/3 van de transgenders is eenzaam en 1/4 is ernstig eenzaam).
  • 40% heeft te maken met negativiteit waaronder afwijzing, ridiculisering en geweld.
  • De gezondheidszorg is niet gericht op behandeling en begeleiding van transgenders. Te weinig capaciteit, extreme wachtlijsten en geen of uiterst gebrekkige psychische begeleiding.
  • Meer dan 2/3 van de transgenders heeft over zelfmoord gedacht (8x zoveel dan de rest van de Nederlanders) en ruim 20% heeft minimaal 1 zelfmoordpoging achter de rug.

Ik wordt verdrietig van deze gegevens en de conclusies die daaraan verbonden moeten worden. De belangrijkste voor mij persoonlijk zijn dat alles dat hierboven staat onverkort op mij van toepassing is.

Daarnaast moet ik vaststellen op grond van dit rapport, eerdere rapporten (bijvoorbeeld het UWV rapport mbt de werkgelegenheid onder transgenders van vorig jaar) en eigen ervaring dat het allemaal zo erg is als het in deze rapporten lijkt te zijn. Het is in de Nederlandse samenleving volstrekt onmogelijk om als transgender te leven zonder:

  • Daling van inkomen tot zelfs een mogelijke armoedeval.
  • Ridiculisering in de maatschappij en blootstelling aan transfoob geweld.
  • Eenzaamheid en de bijna onmogelijkheid om nog relaties aan te knopen.
  • Zekerheid te hebben over werk, inkomen en maatschappelijke positie.
  • Voldoende en adequate zorg te ontvangen voor, tijdens en na de transitie.

De conclusie zijn zoals gezegd ernstig omdat ze aantonen dat transgenders in veel hogere mate dan andere groepen in de samenleving ongewild aan de rand van het bestaan kunnen komen en daar dan vervolgens alleen hun leven moeten slijten.

Voor mijn lezers die mijn teksten lezen over mijn leven en zich afvragen waarom dat leven mij soms zo extreem zwaar valt, is dit rapport het antwoord op die vragen. Het is geen fijn antwoord.

Naar mezelf kijkend moet ik ook vaststellen dat ik het er als transgender niet zo geweldig vanaf gebracht heb, maatschappelijk gezien. Inderdaad is mijn inkomen ingestort en is armoedeval mijn deel. Ik leef ver onder de armoedegrens en soms is zelfs eten een probleem. Overleven is een kwestie van met kunst en vliegwerk leven en mezelf soms iets gunnen zodat mijn leven de moeite waard blijft waarbij het duidelijk is dat dat altijd ten koste van iets anders gaat. Maak ik een kort reisje (vakantie is onbetaalbaar) dan kan het zijn dat ik een maand later geen geld voor voeding heb. Om maar eens wat te noemen.

In dit rapport komt voor het eerst in Nederland ook het begrip eenzaamheid naar voren en ook daar onderstreept het mijn eigen wrange ervaringen. Als transvrouw die ook nog eens lesbisch is moet ik vaststellen dat de kans op een leven met een partner minimaal is. Vriendschappen zijn mogelijk, en ook sterke vriendschappen. Maar een liefdesrelatie inclusief de seksuele component blijkt een doorgaans onbegaanbare weg om de eenvoudige reden dan niet transgenders zich zelden tot nooit aangetrokken voelen tot de fysiek van een transmens. Het rapport is niet expliciet in de oorzaken van de eenzaamheid van velen van mijn lotgenoten maar daar komt mijn eigen ervaring en die van anderen me in negatieve zin te hulp. Helaas. Het gevolg: een ongewild relatieloos leven dat in sommige gevallen kan leiden tot extreme eenzaamheid en depressie. Helaas weet ik daar alles van.

Ik kan nog een tijd doorgaan maar dat is niet zo zinnig. Het belangrijkste dat ik wil meegeven naar aanleiding van het verschijnen van dit rapport is dat hoewel het in Nederland gode zij dank mogelijk is als transgender te leven en zelfs een geslachtsaanpassende operatie te ondergaan, het leven alles behalve rozengeur en maneschijn is. Vooral ook dat de sociaal maatschappelijke positie dermate slechts is dat gesteld kan worden dat de stap om in het gevoelsmatige geslacht te gaan leven een bijna garantie is voor de vernietiging van een groot deel van het maatschappelijk levensgeluk.

Redt je het wel als transgender dan ben je een uitzondering want de meesten gaan flink onderuit en velen staan nooit meer op tot het sociaal maatschappelijk niveau van voor de transitie. Daarmee zijn de moeilijkheden na transitie als een straf voor een niet begane misdaad. De samenleving is niet in staat je daartegen te beschermen. De overheid is onvoldoende deskundig en de wetten en regels rond identiteit en zorg zijn tegen je.

Vandaag was reden voor tevredenheid over het feit dat dit nu eindelijk eens gesteld wordt in een rapport dat bedoeld is om de overheid zich te laten verbeteren. Maar vandaag was ook reden voor droefheid over de staat van acceptatie en bescherming van transgenders in Nederland. Criminelen worden beter behandeld en krijgen meer kansen in de maatschappij na het uitzitten van hun straf dan transgenders na hun transitie. Daarmee is een gendertransitie maatschappelijk gezien erg goed te vergelijken met een stevige gevangenisstraf. Want net als een bajesklant zul je als trangender het na de straf erg moeilijk krijgen je in de samenleving overeind te houden. Op alle gebied.

En daar moet maar eens goed over worden nagedacht.

© 2012 Alice Anna Verheij

Dit is overigens het persbericht van het SCP (het rapport is bij hun op te vragen):

Worden wie je bent.
Het leven van transgenders in Nederland

Den Haag, 17 november 2012

  1. Er zijn in Nederland naar schatting ruim 48.000 personen van 15-70 jaar ‘transgender’. Driekwart van hen is als man geboren.
  2. De meerderheid van de transgenders heeft werk, maar bijna de helft van de transgenders is daar niet open over het trans-zijn.
  3. Er zijn opvallend veel transgenders afhankelijk van een uitkering. Een derde van de alleenstaande transgenders heeft een inkomen onder de armoedegrens.
  4. Vergeleken met de rest van de bevolking zijn meer dan twee keer zoveel transgenders die aan het onderzoek meededen eenzaam, hebben zeven keer zo veel van hen ernstige psychische problemen en hebben tien keer zo veel ooit een zelfmoordpoging ondernomen.
  5. Ruim 40% van de transgenders heeft te maken met negatieve reacties.

Dit blijkt uit de SCP-publicatie Worden wie je bent, die op 17 november 2012 verschijnt. De onderzoeker, prof. dr. Saskia Keuzenkamp, schreef dit rapport op verzoek van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, die de coördinatie van het transgenderbeleid in portefeuille heeft. Het is gebaseerd op een enquête die eind 2011 / begin 2012 werd gehouden. Ruim 450 transgenders deden mee, waarvan twee derde als man is geboren en een derde als vrouw. De meeste respondenten (96%) waren tussen de 16 en 65 jaar, 4% was 65plusser.

Het verkeerde lichaam 

“De oudste bewuste gedachte die ik me kan herinneren was: ik zit in het verkeerde lichaam.“ Zo schreef een van de respondenten van het onderzoek. Degenen die als jongen zijn geboren, waren gemiddeld 14,1 jaar en de meisjes 12,4 toen ze zich dat realiseerden. Ze wisten vaak al langer dat er iets aan de hand was, maar niet wat dat was. De helft van de respondenten wist al voor het 10e levensjaar dat hun genderidentiteit niet overeenkwam met het geboortegeslacht.

Hoeveel transgenders zijn er? 

De term ‘transgenders’ wordt gebruikt voor mensen bij wie het geboortegeslacht niet of niet helemaal overeenkomt met hun genderidentiteit (het gevoel man of vrouw te zijn). Naar schatting zijn er in Nederland ruim 48 duizend personen van 15 tot 70 jaar die niet tevreden zijn met hun eigen mannen- of vrouwenlichaam en het geboortegeslacht (gedeeltelijk) willen aanpassen via hormonen en/of operaties. Er zijn meer als man dan als vrouw geboren transgenders. Op de bevolking van 15-70 jaar gaat het naar schatting om 0,6% van de mannen en 0,2% van de vrouwen.

De transitie

Transgenders verschillen naar de mate waarin zij stappen hebben gezet om te leven volgens hun genderidentiteit. De meest ingrijpende maatregel is het ondergaan van een geslachtstransitie. Nadat een psycholoog of psychiater heeft vastgesteld dat er sprake is van genderdysforie (de medische term voor transseksualiteit), moeten degenen die als man geboren zijn anderhalf jaar leven als vrouw. Bij vrouwen is dat een jaar. In die tijd krijgen zij hormonen toegediend, waardoor hun geslachtskenmerken gedeeltelijk veranderen. Om de geslachtstransitie te voltooien zijn nog operaties nodig, maar niet iedereen gaat zover.

Leefsituatie

Ruim een derde van de respondenten woont alleen, een kwart woont samen met de partner, een op de tien met partner en kinderen. Ruim de helft van de respondenten (54%) leeft altijd volgens hun genderidentiteit, 29% doet dat zelden of nooit. Ruim 20% houdt het trans-zijn verborgen voor de ouders. Op het werk zijn de respondenten veel vaker niet uit de kast (45%).

Maatschappelijke positie

Transgenders zijn relatief vaak hoogopgeleid. 44% van de respondenten heeft een hbo- of universitair diploma. De meerderheid (61%) verricht betaald werk. Opvallend is het hoge aandeel dat arbeidsongeschikt is (12%) of werkloos (9%). Ruim 40% van de respondenten kan moeilijk rondkomen. Van de alleenstaande transgenders heeft een derde een inkomen onder de armoedegrens. Onder de Nederlandse bevolking van 18-64 jaar is dat 14%.

Welbevinden en gezondheid

Twee derde van de transgenders die meededen aan het onderzoek voelt zich eenzaam, een kwart zelfs in (zeer) sterke mate. Onder de Nederlandse bevolking voelt 30% zich eenzaam en 10% (zeer) sterk. De helft van de respondenten heeft psychische problemen en 14% is ernstig psychisch ongezond te noemen. Onder de rest van de bevolking gaat het om resp. 14% en 2%.

Meer dan twee derde van de respondenten heeft er ooit aan gedacht om uit het leven te stappen; 21% deed ooit een zelfmoordpoging en 3% deed dat in het afgelopen jaar. Onder de Nederlandse bevolking heeft 8% er ooit aan gedacht, 2% ooit een poging ondernomen en deed 0,1% dat in het afgelopen jaar.

Veiligheid en negatieve reacties

Ruim een derde (37%) van de respondenten voelde zich in het afgelopen jaar niet altijd veilig in de buurt. Dat gold vooral voor degenen die in transitie waren.
42% kreeg in het afgelopen jaar een of meer negatieve reacties vanwege het trans-zijn. Dat kwam het meest voor in de openbare ruimte: 38% die conform de genderidentiteit leeft is daar in het afgelopen jaar negatief bejegend. Het meest genoemd zijn: afkeurende blikken (27%), belachelijk gemaakt zijn of het mikpunt van flauwe grappen (19%) en scheldpartijen (12%). 5% werd bedreigd en 5% seksueel geïntimideerd.

Transgenderbeleid

Transgenders hebben het niet gemakkelijk. In het rapport zijn vier thema’s genoemd waar beleid zou kunnen bijdragen aan het verminderen van de knelpunten die transgenders ervaren:

  • vermindering van de wachttijden bij de genderteams, betere vergoedingen voor bepaalde medische ingrepen en uitbreiding van de psychische zorg;
  • het vergroten van de maatschappelijke acceptatie van en kennis over transgenders;
  • het vergemakkelijken van de procedure om de geslachtsaanduiding te wijzigen in de Gemeentelijke Basisadministratie;
  • het verbeteren van de arbeidsmarktpositie van transgenders.

SCP-publicatie 2012-30, Worden wie je bent. Het leven van transgenders in Nederland, Saskia Keuzenkamp. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau, ISBN- nummer 978 90 377 0625 3, prijs € 18,50.
De publicatie is verkrijgbaar bij de (internet)boekhandel of te bestellen/downloaden via de website: http://www.scp.nl.

Voor meer informatie: Saskia Keuzenkamp, tel: 070 – 340 7813, e-mail: s.keuzenkamp@scp.nl
Voor algemene informatie: I.H. Schenk, tel: 070 – 340 5605, e-mail:
i.schenk@scp.nl

Boeddhisme in Nederland: zweefteven, roddel en achterklap.

Even vooraf: ik ben geen Boeddhist. Het Nepalese grapje ‘Do you know the Buddha? He was a great businessman’ is aan mij niet zo besteed en enig belang ontbreekt mij om te doen waar ik al een hele tijd zin in heb:

Een aantal zogenaamd journalistieke boeddhisten met de koppen tegen elkaar rammen.

Dat is inderdaad weinig Boeddhistisch maar o zo Hollands nuchter. Want wat is er aan de hand in Holland-Boeddhistenland?

Enige tijd geleden benaderde een nieuw online medium me naar aanleiding van mijn kritiek op het mensenrechtenbeleid, of eigenlijk de onderstreping van het wanbeleid op dat gebied, van het petieterig kleine koninkrijkje Bhutan in de Himalayas. Een landje dat het presteerde om zowat 20% van de eigen bevolking in ballingschap te sturen en daarin persisteert.

En zodoende sprak ik met twee ambitieuze heren die een journalistiek platform wilden maken om in Nederland het Boeddhisme, wat ze zelf aangaven te belijden, kritisch doch met journalistiek verantwoorde blik te beschouwen. De noodzaak daartoe vonden ze in de weigering van organisaties als de Boeddhistische Omroep die betaald wordt met geld van de publieke omroep, uw en mijn geld dus, om ook maar één kritisch bericht over het Boeddhisme te laten zien of horen. ‘Open Boeddhisme‘ was geboren. Een beetje rare naam overigens want de tegenstrijdigheid is nogal groot in die naam gegeven het toch vrij extreem gesloten karakter van het Boeddhisme. Het is overigens een dappere poging.

De mannen hadden wel een beetje gelijk natuurlijk want inderdaad, ook ik was daar tegenaan gelopen in het kader van de kritische documentaire die ik maak. Overigens neem ik daarin geen stelling tegen het Boeddhisme op zich want dat doe ik nergens simpelweg omdat ik een aantal aspecten van het Boeddhisme begrijp èn omarm (zonder me Boeddhist te noemen) en het onderwerp van mijn film er in directe zin niet zo bar veel mee te maken heeft. Wel stel ik vast dat het Boeddhisme zeker niet gespeend is van gewelddadigheid, genderongelijkheid, homo- en transfobie en rascisme. En daar sta ik niet alleen in maar weet ik me in die vaststelling gesteund door de nodige kenners, de geschiedenis en het besef dat het Boeddhisme zich gewoon in het gezelschap bevindt van alle andere religies waar dogmatiek nu eenmaal impliciet is.

Edoch, de website van Open Boeddhisme een tijdje volgend vallen een paar zaken direct op. Zo is er een onjournalistieke fixatie op slechts drie onderwerpen en is daardoor alle andere informatie rond het Boeddhisme in Nederland gemarginaliseerd, letterlijk verstopt in submenutjes terwijl de redactioneeltjes te frequent eendimensionaal zijn. De website lijkt een soort kruistocht te voeren tegen de BOS (Boeddhistische Omroep Stichting), BUN (Boeddhistische Unie Nederland) en BZI (Boeddhistische Zendende Instantie). Er is een overmaat van artikelen over belangenverstrengeling (die er vast en zeker is in een dergelijke kleine gemeenschap), het falen in het Nederlandse gevangeniswezen door de BZI als het om geestelijke ondersteuning gaat en de bizarre verbindingen tussen de genoemde drieletter woordige clubjes. Er deugd in ieder geval heel erg weinig van de elkaar financieel overind houdende organisaties, het extreme gebrek aan transparantie en de vage bestuursstructuren die eerder aan politbureaus doen denken dan aan netjes georganiseerde organisaties.

Weinig verlicht in dat wereldje allemaal, zal ik maar zeggen.

De reacties van die drieletter clubjes op de website van Open Boeddhisme liegen er niet om. Roddel en achterklap is hun deel en het Boeddhistisch Dagblad (een in ieder geval inhoudelijk diverser medium waarin overigens ook enige zelfkritiek op het Boeddhisme zorgvuldig wordt vermeden) is volgens de heren overgegaan tot censuur ten opzichte van mensen die reageren en Open Boeddhisme als bron vermelden.

De BOS, ach de BOS, de BOS dus, weigert de Open Boeddhisten de mogelijkheid in beeld of op de radio te komen en de BUN en BZI voeren zo lijkt het een loopgravenoorlog met de mannen. Natuurlijk blijft het Boeddhistische wereldje in Nederland zich vooral uiten in zweefteverigheid als het gaat over het geluk van de mens in hun bruto nationaal gelukkige wereld. Maar van een afstandje is vast te stellen dat het eigenlijk een vrij donker wereldje geworden is binnen het formele segment van het polder-, tulpen- of klei Boeddhisme. Een wereldje van roddel, achterklap, beschimping, verdachtmakingen, ruzie, en vampirisme (want het lijkt er ernstig op dat een aantal mensen elkaars bloed wel kunnen drinken inmiddels).

In die donkerte is enige verlichting bepaald nuttig maar lijkt ook uitgesloten te zijn binnen deze impliciet gesloten gemeenschap. Het beeld dat ontstaat als de spade een stukje dieper in de Boeddhistische klei wordt gestoken is dat van mensen die in de praktijk niet kunnen belijden wat ze pretenderen. In Nederland geen door giften overeind gehouden kloosters en maatschappelijk geaccepteerde bedelmonniken maar nu juist commercieel opererende Sanghas (in dit landje zijn dat gemeenschappen van vooral leken Boeddhisten die heel mindfull zijn, in Azië gemeenschappen van Boeddhistische monniken of nonnen). In Nederland wordt wel weinig verlicht elkaar het leven zuur gemaakt en in Nederland is zelfkritiek geen usance. Wat dat is negatief en derhalve niet verlicht. Het tapijt waaronder de rommel geschoven is blijkt zwaar.

Dat polder Boeddhisme heeft overigens voor de oppervlakkige maar zeker voor de diepgravender blik geen lor uit te staan met het Boeddhisme zoals dat in Azië gepraktiseerd wordt. Nederland is daarin niet anders dan andere westerse landen waar er door een oranje brilletje gekeken wordt naar dat ‘vreedzame en mystieke’ geloof, maar datzelfde brilletje donker en ondoorzichtig wordt als het gaat om het geweld dat er in Azië van datzelfde boeddhisme uit gaat. In het Boeddhistisch Dagblad geen artikelen over het openlijk rascisme in Birma onder Aung San Sui Kyi’s partij en bij de Boeddhistische monniken die Islamitische hulporganisaties de toegang tot het gebied weigeren waar minstens een half miljoen Islamieten verrekken in vluchtelingenkampen onder mensonterende omstandigheden. Weggejaagd uit hun huizen door Boeddhisten. Geen openbare discussies over het geweld van de Birmese én de Bhutaanse regeringen tegen mensen met een andere religie. Geen woord over de zowat één miljoen vluchtelingen die vanuit Bhoeddistische landen op gang is gekomen in de laatste twintig jaar en waar de rest van de wereld voor opdraait. Geen objectief geluid over de waanzinnige corruptie onder de Tibetanen buiten Tibet en geen artikel over de diep trieste wijze waarop in Aziatisch landen diezelfde zo verlichte boeddhistische gemeenschappen omgaan met minder validen en ouderen.

Om maar eens een paar zaken te noemen.

Ach, zoals gezegd ben ik geen Boeddhist maar sinds ik de zelfverklaarde Boeddhist Erica Terpstra de hand heb zien schudden van Dago Tshering, de Bhutaanse afgezant van de premier aldaar én een gedocumenteerd mensenrechtenschender, wil ik dat ook niet zijn. Bloed aan de handen blijft immers plakken aan de geest. Overigens is het interessant om te constateren dat ook bij Open Boeddhisme de kritiek op Bhutan verdwenen lijkt te zijn naar de marge want die ‘factcheck’ is er dus nooit gekomen. Toch niet zo open dus blijkbaar.

© 2012 Alice Anna Verheij

GroenLinks: na de sloop begint het bouwen.

Zoals wel vaker is voordat er gebouwd kan worden is er eerst sloop nodig. De grond moet ook bouwrijp gemaakt worden nadat het bouwval wat er stond verwijderd is.

GroenLinks was een bouwval geworden, in minder dan een jaar tijd gereduceerd van een nog redelijk in gebruik zijnd pand tot een krot waar het instortingsgevaar een te groot risico was geworden om zich in op te houden.

Door de sloopkogel van Tofik Dibi waren de barsten dusdanig groot geworden dat er structurele schade aan het gebouw was ontstaan en nadat er bij de verkiezingen bleek dat er ook nog eens een forse brand had huisgehouden bleek het pand dus rijp voor de sloop. De hoofdbewoner, het bestuur heeft uiteindelijk de sloop ingezet met het opzeggen in het vertrouwen van de eigen politiek leider en inmiddels is die sloop in volle gang.

Zowel Dibi als Sap zijn inmiddels neergehaald en vandaag maakte ook de partijvoorzitter Heleen Weening bekend zij en met haar het bestuur gevallen zijn onder de door hen zelf gehanteerde sloophamer. Wat rest is een puinhoop waar het stof nog ronddwarreld, met hier en daar de verkoolde resten van principes en uitgangspunten en fors wat waterschade.

GroenLinks haalt de boel ondersteboven.

De commissie van Es die vanuit het tuinhuisje toegekeken heeft zal over enige tijd ongetwijfeld laten weten wat er nu precies gebeurt is en vooral waarom. Maar ondertussen is het dus een flinke puinhoop. Er is ongetwijfeld een congres nodig om het terrein weer bouwrijp te maken en er zal naarstig gezocht moeten worden door onder meer de oud bewoners naar een nieuwe hoofdbewoner, een goed architect en een betrouwbare aannemer om een nieuw pand op te trekken. Wat dat betreft is het de vraag welke mensen bereid gevonden worden om op dit nu zo lelijke bouwterrein de bulldozer ter hande te nemen en de spades in de grond te steken. En hopelijk wordt er deze keer wel geheid. Want een paar vernieuwde uitgangspunten als heipalen zijn wel zo verstandig als men wil voorkomen dat een volgend pand niet al snel na de bouw of zelfs tijdens de bouw alweer instort.

GroenLinks heeft kundige mensen nodig met een visie over waar de partij voorstaat en hoe het bouwwerk er uit moet gaan zien. Die mensen zijn er wel maar zitten ongetwijfeld op plekken waar ze niet so snel vandaan te halen zijn. Want zo gaat dat met oud hoofdbewoners en goede onderhuurders. Die zijn natuurlijk allang in de luwte gaan zitten toen het gebouw op instorten bleek te staan. De vraag is wel in hoeverre er nog nieuwe menskracht te vinden is om van de te plannen nieuwbouw ook iets werkelijk nieuws te maken. En vooral of al die oud bewoners in staat zijn om die nieuwe bouwers voldoende ruimte te geven. Want die moeten natuurlijk wel zin in een toekomst hebben.

Maar de grootste vraag blijft voor mij of GroenLinks bereid is om te gaan heien op het terrein. Of ze bereid zijn in de partij om te zorgen dat met solide fundamenten mooie nieuwbouw ook duurzame nieuwbouw kan zijn. Want als er één ding duidelijk is, dan is het wel dat juist GroenLinks de verantwoordelijkheid heeft om duurzaam te bouwen.

Zouden er nog oud PPR en oud PSPers te vinden zijn die weten hoe goede heipalen gemaakt worden?

© 2012 Alice Anna Verheij

Open brief aan de commissie van Es.

GroenLinks heeft na de verkiezingsnederlaag door het bestuur de belofte gekregen voor een onderzoek naar de oorzaken van de ellende. De commissie van Es (voorzitter Andrée van Es) voert dat onderzoek uit met als doel het in januari uitbrengen van een rapport over die oorzaken. Vier maanden is natuurlijk onzinnig lang maar met Andrée van Es aan het hoofd ben ik overtuigd van de kwaliteit en eerlijkheid van het rapport dat er komt. De commissie heeft de leden de mogelijkheid geboden om hun grieven, ideeën en meningen te spuien via een aparte ingang op de website van de partij. Ik heb daarvan gebruik gemaakt maar vind dat ik die mening nog het beste als open brief aan de commissie kan sturen. Dit is die open brief.

Beste commissieleden, beste Andrée,

ik ben pas twee jaar lid van GroenLinks en heb daardoor niet veel recht van spreken denk ik. Toch wil ik wel wat kwijt over de verkiezingen, de nasleep en de huidige crisis in de partij. Gewoon omdat ik het vreselijk vind dat de partij waar ik lid van ben verworden is tot iets waar ik niet achter kan staan. Dit is mijn kwartje in de pot wat dat betreft.

Op mijn schrijfplek heb ik geregeld gepubliceerd over hoe GL is verworden tot iets wat nooit de bedoeling was. Mijn grootste bezwaren tegen de koers van de partij zijn het afzweren van het pacifisme dat mede basis was voor het ontstaan van GL. Het Kunduz akkoord is een schandalige keuze geweest die niet te verantwoorden is naar de nalatenschap van de PPR en PSP. Ik ben net als veel andere leden enorm geschrokken van het meeheulen van de politieke leiding en de fractie van GL in het lenteakkoord met andere partijen om daardoor wellicht regeringsverantwoordelijkheid te kunnen veroveren. Een doel dat daardoor juist verder weg is komen te liggen dan dichterbij.

Ik ben geschrokken van de wijze waarop de partijleiding met elkaar omgegaan is en nog om gaat. De affaire Dibi-Sap is daarbij wat mij betreft slechts een incident, wel een belangrijk incident. Maar desalniettemin een incident in een reeks. Het partijbestuur heeft natuurlijk gefaald, dat ziet iedereen en eigenlijk zeggen ze dat zelf ook in verschillende publicaties en persberichten. Toch zijn ze blijven zitten om nu met de NRC-affaire, want dat is het inmiddels, nog meer schade aan de partij aan te richten.

Ik begrijp werkelijk niet waarom de commissie van Es tot januari nodig heeft om met een rapport te komen over wat er mis was, mis ging en mis is in de partij. Het is echt geen rocket science en een dergelijk rapport moet in een tijdsbestek van twee maanden te maken zijn. Een beetje orgnisatieadviseur of veranderkundige die het vak verstaat zal dat bevestigen. Vanuit mijn oude professie in dat veld kan ik verzekeren dat vier maanden onverantwoord lang is om daadwerkelijke positieve verandering in de partij tot stand te brengen. Uw rapport is op voorhand mosterd na de maaltijd.

Ik heb een advies aan u en aan de partij. Keer terug naar de uitgangspunten van GL die bij oprichting aan de orde waren. Wordt weer een partij van de mensenrechten, milieu en rechtvaardigheid. Progressief en duidelijk. Zonder concessies en zonder de behoefte om mee te huilen met de wolven in het bos van de huidige maatschappij. Wordt weer die unieke geweldige partij met die unieke geweldige mensen. Ze zijn er nog volop in de partij. Nog wel. En als het allemaal echt niet meer lukt, hef de partij dan op en richt een nieuwe partij op. Een radicale partij, een politieke partij radicalen, een PPR. Maar dan niet radicaal in de zin zoals die bij de oude PPR was maar radicaal in de zin van het afwijzen van populisme en ongelijkheid.

Met vriendelijke groet,
Alice Anna Verheij
schrijfster, filmmaakster, journalist

Groen Links: terug naar de PPR en PSP dan maar?

Ik schreef er over op 11 februari dit jaar, eerder al eens op 6 juni 2010 en later nog eens op 14 september vlak na de verkiezingen. GroenLinks.

In 2010 was ik een half jaar lid, iets dat ik niet zomaar ben want ik heb eigenlijk de pest aan organisaties en al helemaal aan politieke partijen. Maar ik was overtuigd. Ik gaf zelfs een stemadvies. Begin 2012 had ik mijn conclusies getrokken dat de partij zich uitgeleverd had aan het populisme en de behoefte om ‘mee te doen’ met regeren. Het omarmen van de missie naar Kunduz en daarmee het afzweren van het pacifisme dat mede aan de wieg stond van de partij was wat mij betreft een onvergeeflijke daad die de tweede kamerfractie nooit had mogen begaan. Op 14 september schreef ik dat ze zwaar gestraft waren. Rechtvaardig ook, want een partij die zo de eigen principes verkwanseld is welhaast gelijk aan die andere partij die dat ook maar al te gemakkelijk deed, het CDA.

 

Misschien is de keuze voor een groene uitstraling een ongelukkige. Misschien heeft GroenLinks vergeten waar het voor stond in de oorsprong: mensenrechten en een goed milieu. Het eerste deel is zo goed als verdwenen uit de politieke taal en uitingen van de partij  wanneer ze zich manifesteerd in het politieke speelveld. Het tweede is in het geweld van een maatschappij die een economische (en morele) crisis doormaakt dermate niet sexy dat het geen stemmen opleverd. En waar staat GroenLinks dan nog eigenlijk wel voor?

Wat mij betreft is er een schisma tussen leden en leiding. En die partijleiding is niet alleen de onzichtbaren van het partijbestuur maar dat zijn (sorry, waren) ook de (ex)politiek leider Jolande Sap en de oud partijleiders Femke en Paul. De mensen in het veld hebben hart en handeling op de goede plaats en werken hard voor mensenrechten, een ecologisch verantwoorde samenlevingen en een menswaardig bestaan voor iedereen. Maar de leiding houdt zich bezig met elkaar vliegen afvangen, carriëres najagen en mooi weer spelen over de vele fouten die er gemaakt worden. Een partijleiding die na een afstraffing door de kiezers zegt blij te zijn dat Sap als politiek leider aanblijft om enkele weken later het vertrouwen in diezelfde politiek leider op te zeggen, is geen knip voor de neus waard. Want als het tweede aan de hand is, was het eerste een kwestie van mooi weer spelen en de kiezer èn de eigen achterban minachten.

Minachting. Dat is het woord dat nu bij mijn partij GroenLinks hoort.

Minachting van de leiding voor de gevoelens van de eigen leden. Minachting van de tweede kamer fractie voor de principes en uitgangspunten van de eigen partij. En minachting van de politiek leiders onderling ten opzichte van elkaar. Dat komt niet alleen op het conto van splijtzwam Tofik Dibi die met een Bam! de eigen partij ten gronde richtte maar zeker ook op die politici binnen GroenLinks die van het rechtpraten wat krom is een kunst hebben gemaakt.

Tofik Dibi is uitgeschakeld. En vandaag is Jolande Sap opgestapt. De laatste omdat de partijleiding geen uitsluitsel kan geven over het nut van aanblijven. Good riddens wat mij betreft. Nu het bestuur nog want die hebben wel meesterlijk gefaald in het bij elkaar houden van de partij en het onderstrepen van het belang van een partij als GroenLinks in het politieke spectrum. Het opstappen van het partijbestuur van GroenLinks zou niet alleen een zegen zijn voor de partij omdat er ruimte gemaakt wordt voor een nieuwe geloofwaardiger koers maar is in mijn ogen gewoon een noodzakelijkheid om de partij te redden van de ondergang.

Dit is wat het partijbestuur in een verklaring over het opzeggen van het vertrouwen in Sap naar aanleiding van een NRC artikel waarin het bestuur dat heeft laten weten, schreef:

Het partijbestuur is na intensieve gesprekken met relevante gremia en betrokkenen in de afgelopen weken tot de conclusie gekomen dat Jolande Sap niet langer het benodigde draagvlak heeft en niet meer in staat is om effectief en gezaghebbend leiding te geven aan de fractie en de partij. Daardoor is een krachtige herstart van de partij na de teleurstellende verkiezingsuitslag van 12 september 2012 onmogelijk geworden.

Helaas hebben we Jolande Sap hiervan niet kunnen overtuigen en zagen ons dus uiteindelijk genoodzaakt aan te dringen op haar vertrek. Het partijbestuur betreurt dat door de publicatie van NRC Handelsblad de zaak niet binnenskamers tot een oplossing heeft kunnen komen die voor iedereen minder schadelijk zou zijn geweest.

Partijvoorzitter Heleen Weening: “Alles overziend was het vertrek van Jolande Sap onvermijdelijk geworden. We betreuren het zeer dat het zo gelopen is. Dat doet niets af aan onze waardering voor de enorme inzet en energie waarmee Jolande zich ingezet heeft voor de idealen van GroenLinks”.

Uiteraard zal het partijbestuur zich aan de leden verantwoorden voor de gang van zaken die geleid heeft tot de huidige situatie.

Hiermee laat het bestuur duidelijk de eigen incompetentie zien. Naar de leden mooi weer spelen maar er bij Sap op aandringen om op te stappen. Alsof niemand dat door heeft. Het bestuur heeft daarmee de poten onder de eigen zetels wat mij betreft doorgezaagd. Nu maar hopen dat het congres van de partij Heleen Weening en haar mede bestuursleden zo snel mogelijk naar huis stuurt. O ja, misschien wil Ineke van Gent partijleider worden? Die is immers al die tijd duidelijk en recht door zee gebleken en gebleven. Het zou de partij goed doen.

En als dat allemaal niet meer lukt, zullen we dan maar toch die Politiek Partij Radicalen weer nieuw leven inblazen?

© 2012 Alice Anna Verheij

Floriade omhelst mensenrechten schender.

Opmerking: vandaag ontvingen we een uitnodiging van de organisatoren van de Bhutan dag op de Floriade om met hun te spreken over onze constateringen. Uiteraard nemen we die uitnodiging aan. 

Op 22 september dit jaar werd op de Floriade wereld tentoonstelling in Venlo een Bhutandag gehouden. De dag stond in het teken van een betere wereld en het begrip ‘Bruto Nationaal Geluk’. Aanwezig was onder andere ex politica Erica Terpstra, die eerder een tv programma wijdde aan het o zo mooie Bhutan. Naast mw. Terpstra was ook dhr. Dago Tshering aanwezig. De man is minister in het kleine Himalaya koninkrijk.

Erica Terpstra ging naar huis met de eer een naar de koningin van Bhutan genoemde tulp te hebben onthuld, wellicht volledig onbekend met het feit dat ze uitgebreid de hand heeft geschut van een mensenrechten schender. Want wie is die Dago Tshering werkelijk?

Begin negentiger jaren startte in Bhutan, na demonstraties tegen de al jarenlang voortdurende inperking van de burgerrechten van een groot deel van de bevolking, een proces van etnisch/religieuze/culturele zuivering. In enkele jaren tijds werden de burgerrechten van meer dan 20% van de bevolking afgenomen. Er werd een verbod op het dragen van andere dan de etnische kleding van de machtige minderheid afgekondigd. Het Nepalees werd als officiële taal afgeschaft en uit het onderwijs verwijderd. En de huwelijks- en burgerschapswetten werden zodanig gewijzigd dat velen het staatsburgerschap afgenomen werd.

Via een politiek van staatsterreur waarbij politieke moord, willekeurige arrestaties, martelingen en jarenlange opsluiting van intellectueren en leiders uit het zuiden en oosten van het land, werd de bevolking onder druk gezet. Nadat er gewelddadige invallen van het leger bij dorpsoudsten en andere lokale leiders plaatsvonden vluchtten in totaal ruim 100.000 en mogelijk tegen de 150.000 inwoners in het land uit. Deze exodus kwam pas echt op gang begin 1991 na een edict van dezelfde Dago Tschering die in Venlo een lintje kwam doorknippen.

Want op 17 augustus 1990 schreef Dago Tshering, toen staatssecreatris van Binnenlandse Zaken in Bhutan een ‘NOTIFICATION’. Daarin staat letterlijk dat zij die het land verlieten om ‘anti-nationals’ te helpen hun staatsburgerschap verliezen. Ook hun inwonende familieleden zouden als gevolg van het vertrek van onwillekeurig welk gezinslid hun staatsburgerschap verliezen.

Met deze order aan de Dzongdag’s geeft Dago persoonlijk opdracht tot etnische zuivering.

Nederland financiert samen met de Verenigde Staten, Canada, Australië, Nieuw Zeeland, Noorwegen, Denemarken, het Vereningd Koninkrijk en het Europees Parlement het opvangen van de vluchtelingen die sinds 1990 in UNHCR vluchtelingenkampen in Nepal leven en waarvan een groot deel ten lange leste worden geresettled naar de genoemde landen. Daarmee draait het westen op voor de Bhutanese etnische zuivering zoals die door Dago Tshering èn ook de huidige premier Thinley in gang is gezet en is uitgevoerd sinds eind 1990. De wereldgemeenschap heeft inmiddels tientallen mijoenen dollars besteed aan dit probleem en zal dat in de komende jaren nog blijven doen. De Europese Unie heeft eind 2011 nog een budget van ruim 3 miljoen euro beschikbaar gesteld aan de UNHCR voor het managen van de gevolgen van het wegvallen van de vluchtelingenkampen nadat resettlement van de daar wonende vluchtelingen.

Bhutan heeft sinds 1991 systematisch geweigerd serieus moeite te doen de eigen bevolking terug te laten keren naar hun huizen. De slachtoffers leven in diaspora zonder uitzicht op terugkeer naar hun moederland.

In 2012 wordt Dago Tschering echter met alle egards door de Floriade ontvangen. Er waren in Venlo geen vluchtelingen uit Bhutan aanwezig. Ze waren niet uitgenodigd door de organisatie.

© 2012 Alice Anna Verheij

Zwaar gestraft.

Heel zwaar gestraft. De verkiezingen hebben voor een paar partijen stevige afstraffingen opgeleverd. De drie grote verliezers zijn het CDA, GroenLinks en de PVV. De politieke werkelijkheid is een welhaast angelsaksisch of Frans model. Labour versus de Conservatives, Parti Socialiste versus de Union pour un Mouvement Populaire. Polarisatie in extremo.

En hoe is dat zo gekomen?

Naar mijn overtuiging heeft het te maken met geloofwaardigheid, of vooral het gebrek daaraan. Ongeloofwaardigheid van de drie verliezers. Het CDA dat al meer dan een decennium de eigen uitgangspunten niet meer weet te vertalen in dagelijkse politiek en daar bovenop ook nog eens is gaan regeren met een partij die in de ogen en harten van de Christelijke achterban wel een gruwel moet zijn. De coalite met de VDD die alleen maar mogelijk was door een samenwerking met de fascistoïde PVV aan te gaan is een groot deel van de achterban dermate in het verkeerde keelgat geschoten dat die de partij de rug toegekeerd heeft. Inmiddels is in krap tien jaar tijd tweederde van de kiezers kwijtgeraakt. Het partijbureau aan het buitenom staat weer een stuk leger. Het CDA zit op alle gebied in een inmiddels dramatisch te grote jas. Er zitten nog veel teveel CDA bestuurders op zetels her en der in het land. Overigens is het slechts een kwestie van tijd voordat ook daar een einde aan komt. Dat deze partij nog uit dit dal kruipt mag inmiddels wel volslagen onmogelijk worden geacht. Het CDA is nu een partij van afhakers en ex pluchezitters. De samenleving is verder dan een paar decennia terug en het CDA heeft geen functie meer. Als het om Christelijke politiek gaat is de Christen Unie een helderder en geloofwaardiger alternatief.

GroenLinks is de tweede grote ongeloofwaardige. De partij is electoraal ten gronde gericht door de arrogantie van een dilettant politicus die een ongevraagde strijd voerde met een krachtenloze partijleidster die vooral uitblonk in uiterlijk vertoon en inhoudelijke lichtheid. Daarbij geteld dat ook GroenLinks de eigen principes verkwanseld heeft door een militaire operatie te ondersteunen in een land waar Nederland niets maar dan ook niets te zoeken heeft en de uitkomst kan onmogelijk nog een verrassing zijn. GroenLinks overigens is mijn partij, ik ben er lid van hoewel ik veel liever lid ben van een PPR. Alleen de PPR die aan de wieg stond van GroenLinks is opgelost in het geweld van de GroenLinkse carriëre politici die liever standpunten verlaten omwille van een kans op pluche onder de derrière dan de rug recht houden en principieel blijven staan waar de partij ooit voor was opgericht: een verantwoorde ecologische, pacifistische en sociale samenleving. Je zult maar net als ik pacifist zijn en politiek onderdak zoeken. Bij GroenLinks ben ik politiek dakloos gemaakt. En eerlijk is eerlijk, wat mij betreft mag de partij opgesplitst worden waarbij het oude gedachtengoed veilig gesteld wordt in een nieuwe partij. Gestoeld op het oprichtingsstatuut en het harde werk van met name de Politieke Partij Radicalen uit het verleden.

En dan de PVV. Geloofwaardigheid was er al niet in de ogen van de weldenkende Nederlanders maar inmiddels is ook bij de minder weldenkende nationalistische landgenoten lijkt het spel over te zijn. In de huidige politieke constellatie zal het duidelijk zijn dat die rare PVV de komende jaren wel zal oplossen in het historische duister van bruine partijen, racisme en cynisme. Het enige lid kan maar beter doen wat hij anderen aanzegt: het land uit. Heel ver weg, om nooit meer terug te komen.

En dus zitten we opgescheept met een Nieuw Paars. Want dat zoiets er gaat komen is politiek onontkomelijk. Want in alle eerlijkheid, de kiezers hebben de PvdA en de VVD de opdracht gegeven om samen ‘de hand aan de ploeg te slaan’. Het zal ertoe leiden dat de PvdA minder sociaal en meer regentesk wordt en de VDD minder kil en meer arrogant zal worden. En daar zitten we dan maar mooi mee de komende vier jaar. Want dat het nieuwe kabinet VVD-PvdA de rit zal gaan uitzitten is met de ruime meerderheid die ze hebben iets waartegen maar beter niet gewed kan worden. Die zo vaak genoemde stabiele periode zal er aan komen. Niet dat de samenleving daar beter van wordt want over kapitalistische socialisten in één regering met kapitalistische liberalen is een recept voor ongebreideld egoïsme voor de ‘haves’ in de samenleving. De ‘have not’s’ gaan het in ieder geval niet lichter krijgen. Rutte 2 zal de nieuwe rit in een coalitie met de PvdA als vanzelf gaan uitzitten want een dergelijk machtsblok van twee partijen in de kamer is lang niet vertoond.

Politiek Nederland zou weleens definitiever veranderd kunnen zijn dan menigeen denkt. En de gevoelens daarover mogen bepaald wel twijfelachtig zijn. Europa kan weer even een zucht slaken van verlichting over Nederland en de burger kan zich maar beter gaan voorbereiden op nog meer regels, structuren, eisen en beperkingen. Want dat is precies de sterke kant van beide beoogde coalitiepartners. Het is natuurlijk wel vervelend dat buiten de grote twee er geen enkele andere partij is die serieuze invloed op het regeringsbeleid zal kunnen hebben als Rutte en Samsom gewoon doen wat ze moeten doen: een regering samenstellen.

Alice Anna Verheij © 2012

It’s our choices that show who we really are.

Bovenstaand zinnetje is een verkorting van de zin

It’s not our abilities that show what we really are, it’s our choices.

Professor Albus Dumbledore, bedacht door die andere schrijfster, sprak het uit. Het is de eerste zin die in mijn roman ‘Headwind, Laxmi’s Story’ te lezen is. De zin is een opdracht aan de lezer. Een opdracht om keuzes te maken en nauwkeuriger een opdracht om niet langs de zijlijn te gaan of te blijven staan. Want van de zijlijn is het gemakkelijk oordelen.

De komende week wordt er gekozen in Nederland. En ondanks alle ontwikkelingen en veranderingen in de Nederlandse politiek van de laatste decennia lijkt het eens te meer een keuze tussen ‘links’ en ‘rechts’ te worden. Waarbij links niet meer staat voor progressief en pacifistisch en waarbij rechts niet meer staat voor liberaal. De zogenoemde linkse partijen draaien inmiddels hun hand niet om voor de inzet van militairen in risicogebieden als de Afghaanse zandbak en de rechtse partijen walsen met ongehoord gemak over de privacy en zelfbeschikking van de burger. Links en rechts zijn slechts metaforen die gemakshalve gebruikt worden om de politieke stromingen, die niet aan de uitersten maar juist tegen het politieke midden aanschurken, te duiden.

Maar het zijn onze eigen keuzen die bepalen wie we werkelijk zijn. Wordt het een keuze voor beveiliging van het eigen domein? Stem dan op de Partij Voor de Vrijheid, ondanks dat die partij zelf niet bepaald vrijheid voorstaat. Sterker nog, het is de partij die het meest en nadrukkelijkst spreekt en schrijft over beperkingen van de vrijheid. De vrijheid van anderen wel te verstaan. De tijd dat ze nog serieus genomen worden lijkt langzaam aan achter ons te geraken dus als u wilt stemmen voor het zuur van het recente verleden dan is daar de bestemming.

Socialistische Partij dan maar? Toegegeven, ze hebben een paar mooie mechnismen in hun partij. Wordt je daar bestuurder in het door verkiezingen bemenste publieke domein dan zul je een flink deel van je inkomen in de partijkas moeten afstorten. Egalitair socialisme. Echter, enig politbureau gedrag kan de top van die partij niet ontzegd worden. Het economisch denken van de SP is toch nog wel erg beïnvloed door de geleide plan economie waarbij de focus op het eigen land ligt en daarmee zijn ze economisch gezien wel erg gelijkend op die eerder genoemde PVV.

De PvdA dan? Sociaal Democraten met een partijprogramma dat zo uit het CDA verleden lijkt te zijn geplukt. Rode regenten ook, een partij die pluchegericht is. Dat daarbij het begrip kiezersbedrog onlosmakelijk verbonden lijkt te zijn met regeringen waar de PvdA deel van uitmaakt, én me de voormannen die in de wereld van het grootkapitaal zich klaarblijkelijk het meest senang voelen, nemen we dan maar voor lief. Salonsocialisten voor toch wel heel dure salons.

Christen Democraten zijn inmiddels dermate dun in getale aan het worden dat ze net zoveel in de koeiemelk te brokkelen hebben als de Democraten die nog steeds aan 1966 lijken te hangen en inmiddels steeds verder buiten de werkelijkheid van deze tijd zijn komen te staan. Aan christelijke zijde heeft zich het alternatief al tijden aangediend in de vorm van de Christen Unie en die blijkt steeds sterker te worden ten opzichte van hun grote broeders en zusters. Alleen zijn christelijke partijen in deze seculiere maatschappij steeds minder serieus te nemen, en de fundamentalistische anti emancipatoire broeders (geen zusters daar) van de SGP helpen niet bepaald mee om de christelijke politiek nog een menselijk beeld te laten hebben.

Wat blijft er over? Groen Links? Mijn eigen partij. Ooit samengesteld uit de Evangelische Volkspartij, de Politieke Partij Radicalen en de Pacifistisch Socialistische Partij. De ideologiën van die drie zijn inmiddels met een kaarsje in het donker te zoeken bij Groen Links. De partij heeft in korte tijd in het publieke debat de eigen uitgangspunten met een tempo verkwanseld dat bijkans ongelooflijk is. Een economisch beleid dat nog steeds niet uit te leggen is, een buitenlands beleid dat in strijd is met waar de partij voor zei te staan en publiek geruzie tussen de partijtoppers die geen toppers blijken te zijn maar collectieve verliezers. ‘Bam!’ is toch niet bepaald iets wat steviger scoort dan het publiekelijk stekkertjes uit stopcontactjes trekken. Geen partij lijkt nadrukkelijker de weg kwijt te zijn dan mijn eigen partij.

Dus wat zal ik kiezen? Zal ik eigenlijk wel gaan kiezen? Ik stem in ieder geval nooit op splinterpartijen die geen invloed op het beleid krijgen want dat vind ik zonde van de moeite van het wandelen naar het stemlokaal. Rechts, christelijk en het grauwe midden vallen ook af. Ik ben nu eenmaal ouderwets links en nadrukkelijk pacifistisch. Volg ik mijn eigen normen dan is er geen enkele partij die er toe doet waar ik op kan stemmen.

En zo zou het dus zomaar kunnen zijn dat ik in mijn leven voor het eerst niet ga stemmen. Want het is de keuze die bepaald wie ik werkelijk ben. Ik ben iemand die het niet zo op heeft met deze maatschappij zoals die zich ontwikkeld en al helemaal niet met de politiek zoals die zich in dit landje misvormt heeft. Mocht Groen Links nog een serieuze progressieve en pacifistische partij worden dan kan ik daar nog voor kiezen. Maar nu dus niet.

Dit jaar weet ik echt niet waar ik op moet stemmen. En aangezien de lijsttrekkers om het hardst roepen dat strategisch stemmen geen goed idee is, blijft er maar één enkel optie over:

De door het niet gaan stemmen vrijgekomen tijd besteden aan wat ik wel belangrijk vind. Ik schrijf wel een stukje.

© 2012 Alice Anna Verheij