Haagse ontmoeting met een ‘Berlin touch’.

Vanmiddag ontmoette ik op mijn vaste plek in het winkelcentrum tussen de boodschappen van de Appie en de Aldi Robert Kreis. Aan de Mondriaan-bar achter een omeletje terwijl ik genoot van een cortado met Coebergh.
Ik kan U zeggen, es war mir wirklich ein vergnügen. Er zijn van die momenten dat ik me eerder te jong dan te oud voel. De man heeft Marlene Dietrich nog gezien en gesproken. En Edith Piaf en al die groten die voor mij staan voor een tijd waarin cabaret nog cabaret was en geen scherprechtende beschadigende podiumkunst.

Meneer Kreis, hij is wat ouder dan ik, is zo innemend en zoveel artiest dat tijd en woorden tekort schieten. Met alle intensiteit die te bedenken is ontspon zich een gesprek over Dietrich en Willem Nijholt die ik zo bewonder. Over theater Pepijn en over hoe een grammofoonplatenwisselaar werkt. Over hoe hij schreef voor tante Lien en al die anderen. Over het Berlijn waar ik niet heen durf te gaan omdat ik het graf van Dietrich niet met droge ogen zou kunnen bekijken. Het plezier gonsde zo sterk rond ons dat alles voor even om me heen verdween in een uurtje van bevestiging van liefde voor een kunstvorm die nu zo schaars nog te beleven is. Over het art-deco theater in Berlijn waar hij optreedt. Of ik langs wil komen. Nou reken maar. We spraken over mooie mensen, vrouwen met mooie ogen, artiesten die de harten in gekropen zijn en soms zo tragisch hun eigen leven leden.

Ik kreeg een foto mee die me nu al dierbaar is. Rechtstreeks gekaapt uit dat bijna verdwenen verleden van het Berlijnse cabaret dat ook een tijdje in Nederland zich heeft laten zien. Een man met een hoed, tegenwoordig zouden we het uiterlijk als queer betitelen. Er zijn te weinig mannen die weten wat een Borsalino is en cabaretiers van het grote gebaar kennen we nog nauwelijks. De kans is groot dat ik over een tijdje met Robert Kreis een glas hef, ergens in zijn huis in mijn stad Den Haag. En ik kan U verzekeren, dat zal dan een groot genoegen zijn. En heel misschien komt er dat moment dat het me gegeven wordt om met deze cabaretier die in een uurtje in Mondriaan mijn hart stal een roos te leggen bij het graf van de grote Marlene Dietrich om daarna het glas te heffen. Er is weinig dat zo mooi kan zijn als dat kleine grote gebaar in het besef dat zelfs in deze tijd er altijd nog een paar mensen zijn die begrijpen wat het is om het leven te vieren.

Kijk hier eens: http://www.robert-kreis.com

Alice © 2010

Advertenties

Vogels in de sneeuw.

Achter mijn huis is een groot plat dak. Het zal zeker vijftig vierkante meter beslaan en het ligt op gelijke hoogte met mijn balkon. In de zomer zou het bruikbaar kunnen zijn als zonneterras of zo. Nu is het één van die weinige sneeuwvlakten in de stad die nog geheel onaangeroerd haar maagdelijkheid tentoonspreid. Geen verschil tussen verse sneeuw en die er al dagen ligt. Als je heel goed kijkt zijn er de afdrukken te zien van de pootjes van een paar katten. Niet die van mij want die houdt niet van de koude en blijft liever op de hoek van mijn bed tussen de gordijnen door naar dat dak kijken. Uren lang. Naar vogeltjes.
Op een paar plaatsen kan je, als je nog beter kijkt, ook de afdrukken van de pootjes van vogels zien en soms een wat onduidelijk sleepspoor dat meer ruimte vraagt.

Ik kijk net als mijn poes graag naar dat dak. Sinds twee dagen wordt het oppervlak gedeeld én bevochten door een rode kater die in permanente staat van staakt het vuren leeft met mijn poes, een duif die single is en twee eksters die met elkaar spelen. Het kleine grut van kleumende mussen tel ik niet mee. De meest intrigerende bewoners zijn toch wel die zwart-witte geestverwanten van kraaien. Ze zijn een brutaal duo en ze houden van plagen zo te zien. In dit jaargetijde immers houden vogels zich vooral bezig met een algehele winterdufheid en een doorlopende jacht op voedsel. Zo niet deze twee.

Kijk, daar komt hij (hij is de grootste van het stel) met een glijvlucht naar de rand van het dak. Amper twee seconden later is de ander er in een poging op precies dezelfde plek te landen, een sleepspoor in de sneeuw achterlatend wanneer de uitgespreide staart aan het eind van de glijvlucht wat losse sneeuw doen opstuiven zonder die te raken. Aangekomen op de bestemming vliegt de eerste op om op een tak te gaan zitten kijken. Nummer twee vliegt op naar de tak met als gevolg weer een glijvlucht van de eerste naar een ander deel van het dak. De rituele dans herhaalt zich nu al meer dan een uur voor mijn ogen. Het is het spel van elkaar aantrekkende en afstotende geliefden. Zo te zien zijn ze al lang een stelletje, eksters zijn dat levenslang en kunnen wel dertig jaar worden. De zwarte vogels met de helder witte tekening en brutale houding komen al een tijd op dit dak. Ik begin ze te kennen. Andere vogels (mits kleiner) worden getolereerd als vluchtelingen door mensen. Grotere, zoals de meeuwen die hier vlak bij zee zo vaak pogen neer te strijken, worden van het dak verjaagd. Het koppel verdedigd haar territorium. Komt de kat in de buurt dan laten ze die even schrikken om zich snel uit de voeten te maken. Ongrijpbaar voor de snelle maar toch altijd net te trage indringer.

Zo af en toe merkt één van de twee iets op en gaat op een metertje afstand er van zitten om met kleine sprongetjes en gespreide vleugels zijwaarts steeds dichterbij te komen. Totdat de lust gewekt is of niet. In het eerste geval wordt de schat gepakt en meegenomen, in het andere verdwijnt de interesse. Tenminste, zo vergaat het in de maanden voor het nestelen. In deze tijd is de interesse beperkt tot voedsel vinden en spelen. Eksters zijn van die vogels die je niet hoeft te voeren, ze vinden altijd genoeg. ‘Een vliegende kraai vangt altijd wat’ gaat immers in letterlijke zin ook voor de ekster op. Het duo op mijn dak is een krachtig stel dat het territorium beheert en bewaakt gedurende een groot deel van het jaar. Ik kan me natuurlijk vergissen maar het lijkt wel of ik ze elke maand wel een paar keer zie hier.

Nog steeds gaat het spel tussen de twee mooie vogels door. Elkaar achtervolgend en plagend. Heel af en toe zitten ze even bij elkaar, om te genieten van elkaars gezelschap wellicht. Door mijn hoofd speelt dat oude volksgeloof dat deze vogels allerlei kwade eigenschappen toedicht. Misschien omdat ze door hun soms agressieve gedrag wanneer ze kleintjes hebben zo op ons lijken? Maar ik denk, nu ik deze twee zie spelen, ook aan dat ene hoopvolle bijgeloof: één ekster brengt je onheil, twee brengen je geluk. Gisteren zag is ze voor het eerst deze maand en stilletjes hoop ik ze nog heel lang samen te zien.

Alice © 2010

Duizend teksten en misschien wel een miljoen woorden.


foto: Lucas – ik met de proefdruk van mijn debuutroman.

Duizend is een getal als alle andere. Het is een aanduiding voor het gebied dat zich ergens tussen de negenhonderdnegenennegentig en de duizendeen bevindt en als enige in dat gebied een geheel getal is. Ongebroken maar wel deelbaar. De aard van het getal is speciaal omdat zo goed als de gehele mensheid het leven georganiseerd heeft in machten van tien. Wetenschap, economie, tijd, de machten van tien beheersen ons leven als niets anders ter wereld. We denken ermee, praten volgens de lijnen van die getallen en leiden ons leven langs de macht van het getal. Kinderen gebruiken duizend en miljoen om iets aan te duiden dat groot is, of veel. Iets wat zo groot is dat je er niet echt bij kunt.

Vandaag schrijf ik mijn duizendste tekst op deze plek. Soms waren het korte teksten, soms niet meer dan een verwijzing naar iets wat ik de moeite van het vermelden waard vond. Iets wat ik niet verwacht had te bereiken hier. Ik begon dit schrijfproject, want dat is het, om verschillende redenen. Om mijn leven van me af te schrijven, als permanente therapie. Maar ook om me te uiten op een andere manier dan ik in mijn vorige leven gedaan heb.

Deze plek van duizend verhalen heeft me veel opgeleverd. Het heeft me vriendschappen gebracht en zelfs liefdes. Schrijven hier heeft me ook veel gekost in termen van tijd en inzet maar het heeft me ook veel opgeleverd. De balans is positief ondanks dat soms een vriendschap wellicht teloor ging als gevolg van het geschrevene, iets wat bijna elke schrijver wel eens heeft meegemaakt. Ik heb geleerd te schrijven als dagelijkse arbeid en in alle eerlijkheid weet ik niet hoeveel gedichten er hier door me gepubliceerd zijn, of liedjes, verhalen en columns. De vergaarbak is met duizend teksten te groot geworden om even snel iets in te kunnen vinden zonder zoeksysteem, sleutelwoorden of zonder zelf te weten wat ik ooit schreef. Zonder dit schrijfproject zou ik nooit romans geschreven hebben, nooit gedurfd hebben er een uit te geven, nooit literaire salons georganiseerd hebben, nooit op het podium hebben gestaan, nooit die mooie mensen hebben leren kennen die nu deel van mijn bestaan zijn en zelfs nooit de liefdes hebben gekend die mijn deel waren en soms nog zijn.

Mijn Writers Block is het tegendeel van wat de naam suggereert. Het is een neurotische dwarsdoorsnede van mijn oeuvre dat in de afgelopen vierenhalf jaar is ontstaan. Het is de bron van mijn huidige schrijfwerk en in zekere zin een bron van mijn bestaan. Die dwarsdoorsnede van mijn schrijfwerk is dus ook een dwarsdoorsnede van mijn leven of zelfs van mij. Lees je mijn teksten, dan ken je mij. Misschien niet helemaal maar dan zeker voor een flink deel. Want er is weinig – hoe persoonlijk ook – dat hier niet passeerde in woorden.

In de loop van de jaren ben ik gaan ondervinden dat anderen hier komen om te lezen. De meesten zullen nooit melden wat ze vinden van mijn teksten. Enkelen doen dat echter wel, ze reageren hier of mailen me en dat is altijd boeiend. Zelfs bij negatieve reacties is dat zo, hoewel ik me gelukkig prijs dat ze een kleine minderheid vormen. Mijn duizendste tekst hier schrijf ik vooral voor wie het leest en voor diegene(n) die ik lief heb en natuurlijk past eigenlijk alleen een gedicht.

Duizend teksten geef ik je
een miljoen woorden zelfs misschien.
Duizend verhalen, gedichten,
liedjes en denkbeelden om te zien.
Duizend tekens van mijn liefde
soms blij, soms boos of verdrietig.
Duizend emoties en gedachten
al die woorden maken me nietig.
Want ik ben het niet die hier schrijft,
het is mijn hart dat liefde bedrijft.

Voor wie dit leest en zich verbonden met me weet, ik hou van jou.
Voor mijn taal: ik hou van je en uitgeschreven ben ik nog lang niet.

Alice © 2010

De werkelijkheid en de film.

Ik kijk regelmatig naar wat oudere films. Afgelopen nacht was dat ‘Dog Day Afternoon’ uit 1975 met Al Pacino in de hoofdrol. Ik heb altijd al een zwak gehad voor deze acteur die, omdat hij volgens ‘de methode’ werkt, met hart en ziel in zijn rol duikt. Hij is zijn rol. In Dog Day Afternoon is er nog een extra laag omdat de film gebaseerd is op de werkelijkheid en die is weer gevoed doordat in die werkelijkheid de hoofdpersoon de dag voor wat er gebeurde naar ‘The Godfather’ had gekeken en daardoor het idee kreeg om de volgende dag een bank te beroven. Pacino die een bankovervaller inspireert wiens rol hij vervolgens drie jaar later speelt. De werkelijkheid is soms een film.

Een synopsis van de werkelijkheid:

John Wojtowicz, een in zijn buurt populaire biseksuele man en Vietnam veteraan, was (in tegenstelling tot in de film) al een tijdje gescheiden toen hij Elizabeth Eden ontmoette. Liz Eden was een transseksuele vrouw die geld nodig had om een operatie te ondergaan. Ze waren in 1971 getrouwd maar omdat Lix nog niet geopereerd was, was het huwelijk nog niet legaal (het same sex marriage bestond immers nog niet). Omdat ze beiden geen geld hadden en in Brooklyn levend ook geen kans hadden dat bij elkaar te schrapen zocht John een uitweg. Op 21 augustus 1972 keek hij naar ‘The Godfather’ met Al Pacino in de hoofdrol wat hem op het idee bracht om een bank te beroven de volgende dag.


Links de werkelijkheid, rechts de film.

Op 22 augustus stapten John, Salvatore Naturile (een boefje van amper achttien jaar) de Chase Manhattan bank op de hoek van East Third Street en Avenue P in Gravesend, Brooklyn binnen. Hun maat Robert Westenberg (niet de Broadway acteur) was door een politieauto geschrokken en had zich al uit de voeten gemaakt voordat de overval begon. Veertien uur hielden ze het personeel gegijzeld, John was baliemedewerker bij een bank geweest en wist hoe het er aan toe ging maar werd toch verrast door de aanwezigheid van politie even later. Heel veel politie. Omstanders hadden niet al teveel op met al die politie en kozen de kant van de bankrovers. Het geheel werd een media event.

De afloop was in werkelijkheid precies zoals in de film te zien is. Na veertien uur krijgen ze de auto met vrijgeleide om naar JFK (het vliegveld) te rijden. Op het tarmac van JFK eindigt het verhaal. De FBI agent die de auto bestuurde weet een pistool dat in zijn autostoel verborgen zat te pakken en dat door John over het hoofd was gezien toen hij de auto vluchtig inspecteerde. Sal(vatore) werd zittend tussen de gegijzelden in door het hoofd geschoten en John gaf zich over. Hij kon niet anders.


Brooklyn, 22 augustus 1972.

De film zelf is in veel details een getrouwe weergave van die werkelijkheid van de 22e augustus 1972 en dat is eigenlijk verrassend. Verrassend omdat de film gebaseerd is op een script dat gebaseerd is op een verhaal in ‘Life’ dat weer vooral aan de hand van getuigenverklaringen is geschreven. John, in de film Sonny Wortzik, was in de film nog getrouwd in plaats van gescheiden. Salvatore, Sal in de film, was slechts achttien en niet in de dertig zoals acteur John Cazale toen was. Wat wel klopte was dat Sal ook in werkelijkheid een onzekere labiele jongen was die na jaren van ‘heropvoeding’ rondzwierf en van tevoren tegen zijn maten had gezegd liever dood te gaan dan in de gevangenis te belanden. Of, zoals de film suggereert, John/Sonny dat ook aan de politie verteld had waardoor die er voor kozen om deze jonge knul neer te schieten, zal een raadsel blijven. Het geld dat de jonge Sal uit de overval hoopte te krijgen kwam er niet en zijn jongere zusjes zouden niet bij de pleegouders weggaan.


John en Elizabeth tijdens hun huwelijk een paar maanden voor de overval.

De Liz uit het verhaal kreeg haar geslachtsverandering, betaald met het geld ($7500) dat John voor de filmrechten kreeg. Ze stierf aan de gevolgen van AIDS een jaar nadat John vrij kwam. John kreeg twintig jaar waarvan hij er veertien uitzat. Hij overleed in 2006 aan kanker, levend van de bijstand. De gegijzelden hebben later allerlei getuigenissen van die veertien uur in de bank afgelegd waarbij opvalt dat ze zich regelmatig rot gelachen moeten  hebben tussen alle spanning door. Al Pacino heeft geen oscar voor de rol gekregen, die hij speelde vlak na de slopende opnames van ‘Godfather 2’. Onterecht, want de manier waarop hij de jonge bankovervaller neerzette is magistraal. Achtentwintig jaar later is alles geschiedenis, zelfs de film.

Alice © 2010

Roman af: eerste exemplaar voor Sinterklaas.

Mijn roman is af.

Goh, wat zou het? Er verschijnen wel meer romans.
Dit jaar is het me weer gelukt een roman te schrijven in minder dan een maand. Net iets meer dan drie weken waren er nodig. Het boek is ook grotendeels al gecorrigeerd en zal dat de komende week ook voor het laatste stuk worden.
En dan kan het gedrukt worden.

Deze keer ga ik dat op een ongebruikelijke manier doen. Het eerste exemplaar zal uit een boekdrukmachine van het American Book Center in Den Haag rollen. De machine is gisteren in gebruik genomen en produceert een boek in korte tijd op basis van een aangeleverd manuscript voor €12,50. Duurder dan bij een drukker maar wel met ‘instant gratification’. Het geeft mij de mogelijkheid om een exemplaar van mijn manuscript in paperback in zeer korte tijd beschikbaar te krijgen. Een geweldige manier om het boek in voltooide staat te laten lezen aan geïnteresseerde uitgevers. En dat is dus precies wat ik ga doen.

Het apparaat wat mijn eerste exemplaar gaat drukken heet ‘The Espresso Book Machine.’ Voor een boek met de titel ‘Eén latte, een cappu en een espresso’ een geweldige naam voor een dergelijke tovermachine. Volgende week is het zover. Van de productie van mijn boek zal ik een fotoserie of video maken die hier dan weer te zien is. Het is de bedoeling op 1 december, de dag na het verscheiden van de schrijfmaand november het manuscript tot een boek fysiek te maken. Een synopsis publiceer ik én mocht U het willen lezen: het kan besteld worden. Meer daar over later.

De opbrengst van het boek komt ten goede aan het Atma Project, waarover ook later (en ook elders) meer.

Alice © 2010

NaNoWriMo 2010 hoofdstuk 13.

Goed dan. Nog maar een voorproefje van de roman. Hoofdstuk dertien, ongecorrigeerd. Omdat ik dertien een mooi getal vind. Na dit hoofdstuk verschijnen er geen hoofdstukken meer op deze website. Wel een bericht over hoe jij het boek kunt bestellen binnenkort. Veel plezier! Let wel, dit is de ruwe versie dus in het boek zal er zo hier en daar nog wel het nodige aan geschaafd zijn.

Hoofdstuk 13. Bommenmakers.

We besloten om de volgende dag een tapijt dat ik nog in huis had naar Beth’ huis te brengen zodat we dat over de schroeiplek in haar achterkamer konden leggen en om de rommel van de brand weg te werken en de werkkamer netjes op te ruimen. Het moest lukken dat ’s avonds te doen zodat het niet in de gaten zou lopen. Ik zou niet meegaan maar Beth zou het alleen doen terwijl ik gewoon braaf thuis bleef.

De maandag verliep zonder incidenten en nadat we Jolanda gebeld hadden en ook verteld hadden dat er politie aan de deur was geweest waren we boodschappen gaan doen om vooral maar zo normaal mogelijk te doen. We zeiden Jolanda niet wat er tussen Beth en mij voorgevallen was, dat hoefde ze nog niet te weten op dit moment en we vertelden ook niet dat de agenten begonnen waren over Chaim. Eerst de dinsdag maar even afwachten. De meeste ‘ingrediënten’ van de bom konden we gewoon in de supermarkt en bij de drogist kopen. We kozen er voor om dat die ochtend bij verschillende winkels te doen zodat het later ondoenlijk zou zijn om ook maar iets te traceren. Eenmaal weer thuis haalden we het niet al te grote tapijt dat ik in de berging had liggen omdat ik het toch niet meer mooi vond achter het schot vandaan en maakten er een rol van vastgehouden door wat tape. Beth’ auto stond recht voor de deur en in no time was het geheel in de kofferbak verdwenen.

Ik zette koffie en even later zaten we broodjes te eten met latte en espresso er bij en bespraken het maken van de bom. Echt ingewikkeld was het allemaal niet maar we wilden geen fouten maken dus overhoorden we elkaar over de constructie zoals die ons was uitgelegd in het kantoortje bij de fabriek van Sunil. Het enige dat we toegespeeld hadden gekregen en wat we niet zelf kochten of maakten waren de ontsteking en vijfenveertig gram Semtex-A, een plastic explosief dat genoeg was om een auto op te blazen en bij montage onder de bodemplaat ter hoogte van het differentieel zouden de passagiers grote kans lopen om zich voortaan in een rolstoel te moeten verplaatsen. Het goedje dat voor de helft uit pentriet en de andere helft uit cycloniet bestond kwam uit een partijtje dat Sunil had weten te bemachtigen via ‘connecties’ die hij voor ons verborgen hield. We wilden het ook niet weten want dat het niet allemaal zuivere koffie was in de strijd tegen de vrouwenhandel was ons in dat kantoortje wel duidelijk geworden.

De ontsteking bestond uit een aangepaste gsm telefoon met een alternatieve batterij die als detonater moest werken en zou ontploffen zodra het gsm nummer gebeld werd. Het apparaat zou op de plak Semtex-A worden vastgezet met tape en omhuld worden met schuimrubber zodat al te harde schokken van de auto de boel niet zouden doen ontploffen. Het leek allemaal eenvoudig om te maken en zonder al teveel risico totdat Beth ineens terloops een opmerking plaatste.

‘Wat nu als er iemand per ongeluk het verkeerde nummer kiest en dit nummer intoetst?’
‘Eh. Shit. Volgens mij knalt ie dan.’
‘Nee hoor dat doet ie niet.’
‘Wat? Hoezo dan? Hij gaat toch af als er gebeld wordt?’
‘Niet helemaal.’
‘O?’
‘Hij gaat af als er twee keer gebeld wordt met tussenpozen van vijf seconden. Dus drie keer over laten gaan en dan ophangen, vijf seconden wachten, weer bellen en weer en meteen ophangen na 1 keer overgaan. Dàn pas is er vuurwerk. Tenminste dat staat hier.’
‘Omslachtig.’
‘ja, maar ook veilig Kat.’
‘Wel stoer eigenlijk, onze eerste bom.’
‘Pardon? Onze eerste? Was je van plan een bedrijfje te beginnen of zo?’
‘Ja tuurlijk: ‘KJB voor al uw bommen en granaten.’
‘O ja tuurlijk en dan alle boeven opblazen.’
‘En de tweede kamer. Zijn we tenminste ook van de kunstbezuinigingen af.’
‘Zo kan die wel weer Beth.’

De Semtex-A ende ontsteking zouden volgens Sunil al op gescheiden plaatsen in het huis van Beth aanwezig zijn. Weer andere ‘vrienden’ waren ingehuurd om het af te leveren bij Beth twee dagen na onze terugkeer in Nederland, op diezelfde dag dus waarop wij rustig over het bommen maken spraken met een kop koffie in de hand.

‘Beth, ik neem aan dat je dat kleed alleen wegbrengt? Lijkt me niet handig als ik me in de buurt van jouw huis vertoon, toch?’
‘Hoe dat zo? De politie weet dat we vriendinnen zijn. Alleen Jolanda en de anderen weten het nog niet.’
‘Eigenlijk wil ik dat zo laten tot na de aanslag. Het zou mij niet verbazen als de anderen het afblazen als ze dit horen.’
‘Nou dat zal wel meevallen denk ik. Ik maak er meer zorgen over hoe we in hemelsnaam die week na de aanslag doorkomen zonder elkaar te zien.’
‘Hoe bedoel je schat?’
‘Nou ja, het lijkt mij verstandig om elkaar een paar dagen niet te zien want die aanslag zal wel voor de nodige heisa zorgen.’
‘Maar niemand kan ons er toch aan koppelen?’
‘Nu nog niet nee. Maar of dat zo blijft. Misschien maken we wel een stomme fout, of doet één van die Nepalezen dat. En dan kunnen we maar beter los van elkaar zijn.’
‘Misschien wel maar ik heb eigenlijk een ander idee om dat op te lossen.’
‘O, vertel?’
‘Nou kijk we zitten toch in Brussel die dag? Tenminste dat is de bedoeling dat iedereen om ons heen weet dat we daar zijn in plaats van in 020.’
‘Ja, en?’
‘Als we nu zorgen dat we na de aanslag als de donder écht naar Brussel gaan. Wij samen. Jolanda blijft in de stad want die moet aan een kunstproject werken voor één of andere expositie in Delftshaven. Dus wij hebben vrij spel. We gaan dan met de gewone trein zodat we niks hoeven reserveren en we zorgen dat er in plaats van alleen voor de zestiende we ook op de zeventiende daar kunnen verblijven, tenminste volgens de gegevens van het hotel daar.’
‘Maar hoe had jij dan de timing precies in gedachten want het wordt nu wel wat anders dan we eigenlijk gepland hadden.’
‘Ja Kat, maar ik denk dat wij tweeën ons eigen plan moeten trekken willen we veilig samen verder kunnen gaan. Wat dacht je ervan als we het zo zouden doen. De zestiende ’s morgens met de auto naar Brussel, inchecken in het hotel en de auto daar laten. Het is een hotel waar we ongezien naar binnen kunnen en weer weg kunnen. Dan met de trein naar Amsterdam en dan overnachten bij Jolanda nadat we ’s avonds de bom onder de auto geplaatst hebben. De zeventiende pik ik alleen de auto op en ga dan op de juiste tijd naar de parkeergarage waar de auto van die klootzakken staat met de bom er onder om te wachten tot ze wegrijden. Ik volg die lui alleen en laat de poging op de Torontobrug voor wat die is. Op het Prins Bernhardplein trigger jij de bom vanuit Dauphine zodra de mannen op de rotonde rijden. Vanaf de eerste etage heb je vrij zicht op de rotonde. Ik rij de rotonde af naar Dauphine en zet de auto volgens plan op de parkeerplaats achter het restaurant en ga koffie drinken beneden. Dan wachten we totdat we zeker weten dat de auto ontploft is en die gasten niet weg zijn gekomen, pakken de auto en rijden zoals afgesproken naar de Ysbreeker. ‘
‘Klinkt doordacht maar waarom rij jij dan eigenlijk nog achter die kerels aan dan?’
‘Voor het geval dat er vertraging is omdat ze van mijn part sigaretten moeten halen of voor als ze een andere route nemen. Mocht dat gebeuren dan doe ik het alleen op een punt waar het ’t veiligst is.’
‘Weet Sunil dit? En Jolanda?’
‘Nee, ik bedacht het me vannacht toen ik je neukte.’
‘Bitch dat je bent! Idiote gestoorde mafketel. Dus als we seks hebben bedenkt jij moordplannen. Nee, die is lekker hoor.’

We schoten in de lach maar werden even snel ook weer serieus.

‘Ok, nou het klinkt allemaal goed maar wat gaan we nu dan precies doen na de aanslag?’
‘Nou kijk. We melden ons af in de Ysbreeker, grote kans dat er dan aardig wat politie op de been is en er een helikopter cirkelt. De telefoon hebben we gesloopt en in de Amstel gegooid dus ze kunnen ons niet meer aan de hand van dat ding traceren. Verder zijn we niet eens in de directe nabijheid van de ontploffing geweest en ook niet samen. Dus we kunnen kalmpjes aan doen dan. Vervolgens pakken we de trein naar Brussel naar ons hotel daar en neuken de veren uit het bed. Dan op de achttiende vertrekken we met mijn auto naar de Ardennen, naar klein hotel dat ik weet te liggen aan een meertje met een watermolen dat zo fucking romantisch is dat je daar nooit meer weg wilt om daar de rest van de week te blijven. Daarna gaan we gewoon op ons dooie akkertje naar huis. Wat denk je? Is dat wat?’

Beth keek me glunderend aan. Té glunderend, ze had het verdomme allemaal perfect uitgedacht. Té perfect en te aanlokkelijk om er niet in mee te gaan.

‘En jij dacht dat ik daar zomaar in mee ga?’
‘Ja natuurlijk. Je wilt immers niks liever dan mij dagelijks je bed in sleuren?’
‘Nou jongedame, dat gaan we dus echt niet zomaar even doen.’

Beth keek me stomverbaasd aan.

‘O?’

Ze klonk teleurgesteld.

‘Nee natuurlijk niet. Wat denk je nou zeg. Het is allemaal super link en ik heb geen zin gesnapt te worden. Dus dit is niet goed.’
‘Wat is er mis dan? Alles is helemaal uitgedacht hoor en ik zou echt niet weten wat er niet goed aan is.’
‘Nou heel simpel, als jij denkt dat een love nest van een weekje in de Ardennen genoeg is dan heb je het helemaal mis. Ik heb minimaal twee weken nodig om er achter te komen welke standjes en perverse seks jij allemaal lekker vindt. Dus moeten er twee weken vakantie zijn en moeten we de jaarwisseling maar met ander soort vuurwerk vieren. In bed wat mij betreft en met champagne.’

De volgende dag verliep zoals gepland. Beth bracht het tapijt naar haar huis om de schroeivlek af te dekken nadat ze die had geschuurd en met bijenwas geprobeerd onzichtbaar te maken wat volgens haar maar matig gelukt was. Ze had ook gekeken of er bij Chaim’s huis iets bijzonders te zien was maar dat was niet zo gelukkig. Haar eigen huis was precies zoals we het achter gelaten hadden.
Onderwijl kon ik mijn eigen etage eens goed onderhanden nemen en flink schoonmaken. Doing the domestics is zo’n beetje mijn persoonlijke therapie tegen paniekaanvallen dus ik stortte me met zeepsop dweilen en op mijn vloeren en kasten. De slaapkamer pakt ik aan en ontruimde een kast zodat Beth haar spulletjes er in kon doen. De grote kus van Klimt tegenover mijn bed werd voorzien van een spotlight en de daarnaast hangende poster ‘Kiss’ van twee lesbische meiden in een lijst gehangen. Op het plafond plakte ik glow in the dark sterren in een spiraal en om mijn bed hing ik toch maar weer mijn vlasgordijn op. Na Barb moest mijn slaapkamer weer een boudoir worden. Op tactische plaatsen zette ik kaarsen neer en ondertussen ruimde ik alle rommel en rondslingerende kleren op. Na de slaapkamer was de huiskamer aan de beurt. Ik stak een stokje sandelhout wierook aan want daar voelde ik me altijd prettig door en brandde een waxinelichtje voor mijn altaartje met Shiva, rozen, water, rijst en een foto van mijn ouders.

Sinds een paar jaar had ik een eigen symbolentaal ontwikkeld om mezelf op te peppen. Daarin kwam elementen uit Hindoeïsme en Boeddhisme samen met allerlei andere zaken.
De dansende Shiva Nataraja inspireerde me want ik hield die voor een universele verbeelding van de contante verandering die de basis vormde voor mijn leven en mijn werk. De gedroogde rozen in verschillende tinten stonden voor de liefde in al haar vormen, het water voor de kracht om te leven en de rijst voor de voeding die ik daar bij nodig had. Het branden van kaarsen voor mensen die belangrijk voor me zijn is een gewoonte geworden en twee keer per week werd er een kaarsje geofferd aan mijn overleden ouders. Aangezien mijn moeder aan het begin van de zomer het tijdelijke voor het eeuwige had verwisseld was de gedachte aan haar nog erg intens. In zekere zin rouwde ik nog steeds, zij het dat het een milde rouw was. De handelingen die bij mijn ritueel hoorden verrichte ik instrumenteel in alle rust. Ze hielpen me om rustig te worden want ik voelde de spanning in heel mijn lijf.
Op de gang scheurde ik november van het jaar af om december te onthullen. Morgen zou het 1 december zijn. Nog zestien dagen te gaan voordat ik mensen zou gaan verminken voor de rest van hun leven. En misschien, als de bom te groot was, ze vermoorden. Want ik vertrouwde er niet helemaal op dat ons bommetje klein genoeg was om niet een moordwapen te zijn. Wat wist ik nu eenmaal van bommen af? In plaats van een soort wreker voelde ik me een terrorist.
De wierook was al uren gedoofd en tot fijne grijze as vervallen toen Beth weer voor de deur stond. Na een glas wijn verdwenen we de slaapkamer in. Moe, te moe om te vrijen.

Alice © 2010

Dag zomer.

De kerkklokken verschillend in toon en afstand, ritme en timing, wekken me mild uit mijn droom. Ik droomde dat mijn fiets gestolen was. En mijn tent en slaapzak. In de nacht had mijn hoofd me namelijk op een camping gebracht tussen allemaal onbekende mensen op een plaats die er niet toe doet om iets te doen waarover datzelfde hoofd me inmiddels niet meer kan informeren. Het gevolg was dat ik wakker schrok me afvragend hoe ik de naaidoos van mijn moeder dan naar huis moest krijgen want dat is het soort probleem waar een vreemde droom je zo al voor kan stellen.

De zware oogleden weigerden om zich te laten optillen en mijn lijf vroeg om het rekken van mijn spieren. Zoals je dat doet wanneer je kampeert en de ritssluiting van de tent open doet om te zien dat er buiten dauw op het koude gras ligt. Half zittend in een tot de nek dichtgeritste slaapzak. Ik kantel mijn schuifpui een weinig open en voel de koude novemberlucht naar binnen stromen, mijn slaapkamer in. Over de kant van mijn bed waar een tijdje terug een geliefde sliep en ik ga half rechtop zitten zoals in die tent. Het dekbed dicht om me heen gewikkeld. Zo’n tweepersoons dekbed is gelukkig lekker groot. Minuten later begint na het uitsterven van de eerste klokkenserenade een tweede. Verder weg deze keer, hoger van toon maar dat zal door de afstand komen. In mijn hoofd plant ik de klokken die ik hoor op de stadskaart van mijn herinnering en ga de kerken langs die nu zelfs niet halfvol meer stromen. Al die klokken die zich laten horen om de mensen op te roepen naar het woord te luisteren dat eigenlijk bijna niemand meer wil horen. Ik realiseer me dat ik leef in de nadagen van een tijd waarin waarden van vroeger nauwelijks meer gelden. Het maakt me ondanks mijn eigen afwijzing van die waarden een beetje droevig.

Terwijl de bleek gele zon haar licht door mijn huiskamer strooit met een gulheid die twee schuifdeuren later tot aan mijn schrijvende handen toont denk ik aan gisteren. De avond, het zingen met die lieve man naast me die zoveel getalenteerder is dan ik. Aan een mars met gelijkdenkenden dwars door mijn stad, door de straten die ik allemaal in mijn hoofd stoep voor stoep kan doorlopen. Zelfs met de ogen dicht. Ik denk aan de kracht die we voelden en de zwakheid van het stil protest. Het verdriet van de honderd opgelezen namen, de zachte snikken van enkelen.

De kat trekt een sprintje en ik tel haar nadering. Trip, trip, tripperdetrip, kaboem.

Met een soepelheid die ze schaars vertoont land ze op mijn bed om me kopjes te geven en zich uiteindelijk te nestelen op het voeteneind, net naast het gordijn dat half open haar een blik naar buiten geeft. Een blik op de vogels die langs vliegend een aanlokkelijke prooi lijken maar vandaag mogen blijven vliegen. Slechts het geknars van haar kaken laat me weten dat er nog een roofdiertje in het bolletje wol verstopt zit.

Het is weer zondagochtend. Ingeklemd tussen weken waarin het in toenemende mate druk wordt in mijn agenda en mijn hoofd. Maar niet vandaag, het is de rustdag. Misschien ga ik nog naar Amsterdam maar ik twijfel want misschien is het beter om het verstand voor te laten gaan en deze dag te laten passeren zonder stempel ‘nuttig’ of ‘sociaal’. Misschien kan ik maar beter de afwas gaan doen, stofzuigen en een wasje  draaien. Misschien wandel ik liever over het strand met de jongen die zo snel groeit, de grens naar jonge man over gegaan is en die me zo trots maakt wanneer ik zie hoe hij zijn werk doet. Het strand, niet veel meer dan hemelsbreed een kilometer west van mijn bed. Goed aangekleed de novemberkou voelend om aan het eind onszelf te belonen met hete chocola. Want het mag dan november zijn en de herfst mag dan haar plek in dit jaar opgeëist hebben, in mijn hart zit nog steeds de zomer. De zomer die dit jaar me in het ootje nam door er niet te zijn. Maanden gevuld met ziekenhuis, verdriet en uitvaart. De hersens vullend met donkere gedachten en herinneringen. Ja mam, ik heb ook gisteren weer aan je gedacht. Net als eergisteren en de dag daarvoor. Ik heb je weer gevraagd of je het goed vindt wat ik doe. Of je een keertje wilt glimlachen naar me, van daarboven. Ik denk niet dat je me hoort want toen je nog bij me was moest ik alles al twee keer vragen.

Ik kijk nog even naar buiten, zeg de zomer die er niet was vaarwel en verwelkom de herfst die vandaag me haar zon geeft én verre kerkklokken, zelfs die van die kerk in Duindorp waar ze toen ze jong was knikkerde op de kerkbanken achterin tussen de andere kinderen die zo af en toe op de zondagen dezelfde kleur zonlicht zagen als ik nu. Want koude lucht laat het geluid verder dragen en kleur van de zon veranderd niet over tijd. Dag zomer, het ga je goed. Ik zal je nog wel een keertje tegenkomen.

Alice © 2010

De vier vriendinnen.

Zij was er het eerste. Een eenzame paradijsvogel is ze. Zonder doel bewoog ze zich en probeerde liefde te vinden bij wie dan ook. Maar ze moest het doen met de restjes van de verloren liefdes van anderen. Ze wist zelf namelijk niet hoe ze van een ander moest houden.En hou ouder ze werd, hoe meer de wereld om haar heen zich van haar terugtrok. De restjes liefde werden kariger tot ze bijna verhongerde door gebrek.

Toen kwam de jonge vrouw. Voor even tilde de liefde haar op en ondanks dat de jeugd een beperking was proefde ze van geluk. Gemakkelijk werd het om te genieten van simpele genegenheid die ze kreeg van anderen. Maar toen de liefde voorbij was hielp ook die genegenheid niet meer om zich gelukkig te voelen.

Op het moment dat zij het niet verwachte kwam de derde vriendin, die haar leerde in te zien dat wat ze wel kreeg aan vriendschap van de mensen om haar heen belangrijker was dan de liefde die ze niet kreeg van die ene. Maar ondanks dat inzicht lukte het niet om het hoogste geluk te vinden waarvan ze niet eens wist hoe dat er uit zag.

Totdat haar oudste vriendin kwam en de anderen vertelde dat ze samen konden zorgen dat ze allemaal gelukkig zouden worden. Zolang ze hun vriendschap maar durfden omarmen, er voor elkaar zouden zijn wanneer het moeilijk was om dan bij vreugde die samen te beleven.

Alice © 2010

Geïnspireerd op het verhaal van de vogel, het konijn, de aap en de olifant. De Boeddhistische parabel die ons leert dat helpen gelijk aan geluk ervaren is.

Hulpvraagje

Naschrift:

Inmiddels zijn er wat helpende handen. ‘Droomvlucht Afrika’ gaat gecorrigeerd worden door een goede vriendin en er heeft zich een vormgeefster gemeld. Dit gaat inhouden dat publicatie ‘in print’ van ‘Passiezeren’, ‘Droomvlucht Afrika’ én ‘Eén latte, een cappu en een espresso’ nog dit jaar een feit kan zijn. Belangrijkste is wat fondsen te vinden om een eerste beperkte oplage mogelijk te maken. Dit is natuurlijk heel erg fijn en ik hoop van harte dat de komende maanden de boekenplank een beetje meer gaat vullen met mijn schrijfwerk.

Alice

Ik ben een veelschrijver, zoveel is wel duidelijk denk ik. Al dat schrijfwerk heeft tot gevolg dat er veel materiaal op de plank ligt. Sommige manuscripten en andere proza en poëzie is gereed, ander werk is dat nog niet. En dat is best een lastige zaak.
Ik schrijf nu aan mijn vijfde roman en mijn tweede toneelstuk, er liggen een kleine honderd gedichten waaruit een selectie van dertig stuks is gemaakt voor een bundel. Er ligt ook nog een inmiddels al wat oude verhalenbundel die bewerking behoeft.

Er moet veel gebeuren, heel veel. Werk afschrijven, dat zal alles bij elkaar zeker tot in 2012 gaan duren. Maar er moet nog meer gedaan worden. Voor sommige werken is er correctie nodig of een duwtje in de rug om het af te maken. Alle werken op de scripts na vergen ontwerpen voor covers en illustraties en dat ga ik zeker niet zelf doen. Misschien kan ik het wel maar het ontbreekt me aan de creatieve impuls om dat kwalitatief goed te doen. Dus is mijn conclusie: er is hulp nodig. Een aantal manuscripten worden inmiddels onderhanden genomen maar een aantal dus nog niet. Het grafische  / fotowerk dat nodig is voor alle werken staat nog niet eens in de kinderschoenen. Mocht iemand ideeën hebben dan hoor ik die graag. Mail ze me op alice.schrijf@xs4all.nl. Voor alle duidelijkheid, ik ben een fervent aanhanger van de ‘alternatieve economie’.

Dit is het overzicht en de staat waar het in verkeert:

Proza (romans):

  • Sorpresa (2006), een roman die in Amsterdam en Toscane speelt, autobiografisch. (30% af)
  • De Genderdans (2006-2007). Mijn eerste schrijfwerk, autobiografische verhalenbundel. Serieus, anekdotisch, poëtisch en rampzalig.
  • Cairo Scent (NaNoWriMo 2008), Engelstalige roman over een parfum maker uit Cairo die het maakt in Parijs maar dan door een vrouw bedrogen wordt, alles verliest en zijn nadagen slijt in de stad waar hij geboren is: Cairo. (70% af)
  • Droomvlucht Afrika (NaNoWriMo 2009), roman over vier jonge mensen die een waanzinnige reis ondernemen van Luxor in Egypte naar Casablanca in Marokko. In een luchtballon. (af en ter correctie aangeboden)
  • Eén latte, een cappu en een espresso (NaNoWriMo 2010). Roman, zie de andere bijdragen op deze website. Wordt tijdens het schrijven al gecorrigeerd.
  • Terug naar Budapest (2008-2011), roman over het leven van een Amerikaanse vrouw die als jonge klarinet studente naar Europa gaat, een geweldige loopbaan krijgt in de klassieke muziek maar valt voor een foute man, trouwt en in Budapest gaat wonen. Ze gaan naar Moskou, hij bedriegt haar en zij raakt aan lager wal. Ze kan alleen nog naar Budapest terug en haar leven lijkt voorbij. Maar is dat ook zo? (50% af)

Poëzie:

  • Passiezeren (2008-2010), gedichtenbundel. Is een corrector voor gevonden. Verschijnt in december.

Toneelscripts:

  • Een familiezaak (2007), opgevoerd tijdens het Midzomergracht Festival 2007 in Utrecht.
  • Handtassen Maffia (2010-2011), over het verband tussen gender en een hate crime in de hedendaagse mode industrie. Gebaseerd op ‘De Androgyne mens’ van Plato en ‘Amor en Psyche’ van Apuleius en de moord op Gianni Versace. (werk ik op dit moment aan om in 2012/2013 op de planken te brengen)

Documentaires:
Dan werk ik in 2010 tot en met 2012 dus vooral aan het Atma Project waar in eerste instantie de documentaire ‘The Story of Ram’ zal worden gemaakt. Er komt ook een boek met het verhaal van de vlucht van Ram van Bhutan via Nepal, India en New York naar Nederland. Het ziet er naar uit dat het één van mijn belangrijkste werken gaat worden.
Daarnaast maak in dezelfde periode ‘Atma – de documentaire’ over het hele project. (Zie http://www.theatmaproject.org).

Ter voorbereiding op het werk voor het Atma Project ben ik op het moment bezig om met de bezem door mijn materiaal te gaan. Gelukkig is het een digitale bezem. Het resultaat wordt, voor het eerst sinds jaren, een serieuze activiteitenplanning die meerdere jaren moet beslaan. Met deadlines, werkverdeling, overzicht van betrokkenen ga zo maar verder. Een grove inschatting van het totaal aantal pagina’s tekst die er ligt om te ordenen, af te schrijven, corrigeren en uiteindelijk uit te geven komt op inmiddels een slordige 1300 pagina’s uit. Tsja.

Alice.

Contrasten

Bovenstaande tweet stuurde ik de wereld toen de kist van Mulisch de hoek om kwam. Ik kan het niet nalaten te vergelijken hoe mensen met de dood omgaan op een begrafenis. Ik kan het niet nalaten mensen te vergelijken. Kijk dat zit zo, deze zomer overleed mijn moeder. Ik hield van haar. Deze week overleed Harry Mulisch, een goede maar in mijn mening overschatte schrijver die vooral aan een pathetische vorm van zelfoverschatting leed. Over de doden niets dan goed wordt dan gezegd maar ik doe daar niet aan mee. Op de televisie zie ik een begrafenis, het is vooral een ‘media event’ waar de nodige bekende Nederlanders uit het cultuurwereldje hun opwachting maken. Je kunt het immers niet maken niet gezien te worden op de begrafenis.

Mijn moeder was niet beroemd, geen bekende Nederlander. Ze was vooral een schat van een moeder die als belangrijkste karaktereigenschap had dat ze zich wegcijferde ten opzichte van andere mensen. Nooit op de voorgrond, altijd daar voor een goed woord of een helpende hand. Bescheiden is niet het goede woord, ik zou het liever willen omschrijven als ‘niet voorlijk’.

Mulisch daarentegen was een man die zijn eigen mythe creëerde zoals een ‘groot schrijver’ betaamt. De keizer van de Nederlandse literatuur, in eerste instantie zelfbenoemd maar later in zijn grootheid of grootheidswaan bevestigd door een groot deel van literatuur minnend Nederland. Ik heb het nooit een fijne schrijver gevonden en een aantal boeken zijn wat mij betreft wangedrochten. Als ik aan ‘Twee vrouwen’ denk krijg ik kramp in mijn maag in de wetenschap dat het vooral een karikatuur van de lesbische liefde is zoals gezien door een man die het wezen van een dergelijke liefde nooit zal kunnen doorgronden. De zo veel geprezen ‘Ontdekking van de hemel’ is vooral toch een egodocument dat zijn weerga niet kent. Ondanks dat het diezelfde hemel in geprezen werd is het in mijn ogen vooral een bundel papier zonder ziel. Maar dat is mijn mening en die is irrelevant zoals elke mening dat over een werk van een schrijver is.

Mijn moeder heeft de soberste begrafenis gekregen die ik ooit heb meegemaakt. Het was zelfs geen begrafenis maar een crematie. In een kil crematorium met kille kraaien rond de kist waarvan de opperkraai haar achternaam verkeerd uitsprak. Niemand mocht van haar spreken tijdens die ‘ceremonie’. Ze wilde niet herinnerd worden in woorden van anderen dan zichzelf. Kil, koud, afstandelijk en ontoegankelijk voor wie van haar hielden. Een crematie als een afscheid voor de eeuwigheid en ondanks de pijn die dat bij mij teweegbracht passend bij mijn eigen gedachten over wat er na dit leven over blijft. Een overgang van een leven naar het grote niets.

De kist van Mulisch, gedragen door kraaien en vooraf gegaan door trompet blazende zwanen die in dodenmars de zwanenzang van de schrijver begeleiden. Het hoofd van Mulisch kijkt me aan vanaf de gevel van de Stadsschouwburg. De kist is ‘traditioneel Joods’ zegt de commentaar van het spektakel. Nog een tijd daarna wordt de lofzang der dwazen uitgestort over de restanten van de oude man in diezelfde kist. Groot, virtuoos en ga zo maar door. Het zijn de woorden over Mulisch. Maar citaten die worden uitgesproken gaan over het schrijversvak dat Mulisch uitoefende, geschreven door Mulisch zelf. De man schreef vooral over zichzelf. Helaas. Misschien is dat de reden dat hij in mijn gedachten zo devalueerde na ‘De Aanslag’, het enige boek dat ik wel kon waarderen van die pijp rokende literaire pauw.

Mijn moeder mis ik. Niet als moeder want we leefden bij tijd en wijle op gespannen voet. Wel als mens want toen ik zelf ouder was en de gesprekken meer verworden waren tot gesprekken tussen twee vrouwen met een complex leven achter zich, toen leerde ik de mens kennen in plaats van de moeder. Ze was een mooi mens en gelukkig heb ik haar leren kennen al was dat op een laat moment. Mulisch echter is iemand die ik niet ken en de wijze waarop hij in de media zichtbaar werd gaf me geen aanleiding om die man te leren kennen. Mijn moeder heeft net als Mulisch de oorlog meegemaakt. Mulisch op een vreemde dubbele manier gegeven de zo verschillende rollen van zijn ouders in die donkere jaren. Het kind Mulisch is daar gewond geraakt om nooit meer te herstellen. Mijn moeder heeft een andere ervaring met die oorlog, een ander verhaal en niet minder traumatisch. Oorlog en leed zijn nu eenmaal onverbrekelijk met elkaar verbonden. Jammer genoeg is Mulisch in zijn werk, en wellicht in zijn leven, nooit uit die oorlog terug gekomen. Mulisch spotte met het leven en de dood en de wereld om zich heen. Hij zei ooit in een interview met Adriaan van Dis, een pauw die ik wel enorm bewonder, dat het land stilgelegd moest worden als hij begraven zouo gaan worden. In zekere zin heeft hij gekregen wat hij wou. Een deel van het land ligt stil, ik schrijf dit stuk en in Amsterdam wordt na Sam Klepper, André Hazes, Manfred Langer, Jos Brink en Jasper Grootveld nu Harry Mulisch begraven in welhaast decadent exorbitante grandeur. De muziek is prachtig en niet van een cd. De kist staat te pronk op een podium waar een artiest nu eenmaal op thuis hoort.

Op een wolk in de lucht die donker en zwaar is met een heldere aftekening van de horizon zit een oude man met een pijp. Hij glimlacht. Hij heeft het hem toch maar geflikt. Hij ziet niet die breekbare vrouw achter hem die meewarig toekijkt en er zo haar gedachten over heeft, zich omdraait en een kopje hemelthee gaat drinken. De hemel heeft die Mulisch denk ik uiteindelijk toch niet ontdekt.

Alice © 2010

NaNoWriMo 2010 – ‘Eén latte, een cappu en een espresso.’

Het zat er dit jaar eigenlijk niet in. Gewoon te druk met alles en vooral met de liefde en het in elkaar schuiven van levens, toekomstplannen, idealen en activiteiten. Maar zoals zo vaak loopt het allemaal weer heel anders dan de bedoeling was en dan ik hoopte.

De liefde is over. Gedumpt en dus komt er niets terecht van die in elkaar schuivende levens en gezamenlijke toekomstplannen. Zoals met de meeste tegenslagen in mijn leven probeer ik ze om te buigen naar iets moois en nieuws. Dat gaat me niet gemakkelijk af maar het is de enige weg om niet zover te komen dat ik van Gogh neigingen krijg.

En dus ga ik des te harde achter mijn idealen aan, waar nu bizar genoeg met betrekking tot leven, werken, schrijven en filmen in Nepal ineens ook schot in komt én intensiveer ik mijn schrijfwerk. Productie draaien. De agenda voor november en december is zich met hoog tempo aan het vullen met het werken aan zeker twee en mogelijk drie website opdrachten, onverwacht free lance schrijfwerk, het verder voorbereiden van Nepal, lessen documentaire maken en Nepalees, naaicursus bij een vriendin, de afronding van het werk aan mijn dichtbundel en de roman van vorig jaar, het organiseren van nog één literaire salon in 2010 en wat kleine sidetracks als de maandelijkse Noodles radio en zo.

Mezelf kennende leidt liefdesverdriet onherroepelijk weer tot lange slapeloze nachten en ik weet dat ik daar maar één effectieve manier heb om mee om te gaan en dat is schrijven. En dus zal in november deze dame toch, ondanks dat ik dat niet van plan was tot deze week, weer deelnemen aan NaNoWriMo. Aan wàt? Precies, aan de National Novel Writing Month die alles behalve ‘national’ is maar juist heel erg internationaal. In november schrijf ik net als vorig jaar in dertig dagen een roman. Kijk maar eens op www.nanowrimo.org.

Waar in 2008 het me niet lukte om de 50.000 woorden te halen met mijn Engelstalige roman ‘Cairo Scent’ over een parfummaker die leeft tussen Parijs en Cairo (het verhaal is nog steeds op 50%), lukte het me vorig jaar om ‘Droomvlucht Afrika’ wel af te ronden. Niet gepubliceerd nog maar wel in manuscript klaar voor laatste correctie. Dus als iemand een corrector voor me weet?

Dit jaar wordt dus mijn derde NaNoWriMo deelname. Het boek is er al. Niet op papier maar in mijn hoofd. Althans, de verhaallijn. De personages vormen zich al een tijdje en deze keer doe ik dat op een wat gemene manier want ik gebruik bekenden uit mijn omgeving als de karakters. Wie dat zijn zeg ik natuurlijk niet. Enkele personages hebben zelfs ook al en naam. Ook een sleutellokatie in het verhaal is al bepaald. ‘Den Engel’ aan de Willem de Zwijgerlaan in Den Haag. Ook de titel is al bekend: ‘Eén latte, een cappu en een espresso’. Het wordt een boek over drie vrouwen, vriendinnen (tenminste dat denken ze zelf) die elkaar al tien jaar iedere woensdag treffen in ‘Den Engel’. Hun wekelijkse koffiemiddag die regelmatig doorloopt in een avond. Meer verklap ik nog niet, over enkele dagen (op 31 oktober om precies te zijn) verschijnt de synopsis hier.

Voor de andere deelnemers die zin hebben om af en toe eens samen te schrijven, ik organiseer dit jaar in ‘Den Engel’ in Den Haag regelmatig NaNoWriMo meetings. Meer informatie daar over volgt binnenkort.

Wil je de vorderingen volgen? Kom dan regelmatig hier en check af en toe mijn pagina op www.nanowrimo.org.

Alice © 2010

Zaterdagavond

Links achter mij speelt mijn kleine knul op de computer een spelletje met allerlei geluidjes. Ik zit aan de eettafel in mijn huiskamer met de schemerlamp aan achter mijn laptop. Scherm aan scherm met de laptop van mijn liefste. Zij werkt een de cursus Nepali die we volgen, ik schrijf. Er loert inspiratie. De glazen met koffie naast ons zijn voorzien van een zorgvuldig samengestelde mix van Ethiopische koffie, kardamom, gemalen gemberwortel, suiker en melk met melkschuim. Bovenop de witte laag zijn nog sporen te zien van cacao. En ik voel me een rijk mens. Vandaag is het 18 september 2010, een dag in een periode in mijn leven dat de toekomst me lokt. Samenleven en samenwerken met mijn vriendin, plezier maken maar ook moeilijkheden samen het hoofd bieden. Smaken, eten, gevoel, interesses en doelen delen. Liefde voor de kinderen delen ook.

Maar vooral ook het plezier delen over wat misschien wel het grootste avontuur in ons leven zal blijken te zijn. Hoewel je zoiets natuurlijk nooit echt met zekerheid kunt zeggen. Het project krijgt net als onze verbintenis vorm. Steeds duidelijker wordt wat we willen doen, wat we willen maken en steeds sterker wordt de drang om het leven hier achter ons te laten. Niet dat we dezelfde motieven hebben, hoe zeker kun je zijn van de gedachten van een ander dan jezelf? Hoe zeker kun je zelfs zijn van je eigen gedachten? Maar het gevoel van noodzaak om ons leven te verleggen naar een ander werelddeel, al is het maar voor een beperkte tijd wellicht, is een gedeeld gevoel. Het maakt dat we ons samen sterk voelen. Ieder met ons eigen aandachtsgebied, ieder met onze eigen behoeften.

De situatie van nu doet me beseffen dat het leven aanlokkelijk kan zijn zonder de ingewikkeldheid van het bestaan in ons zo rijke en overdadige maar ook verwende en nodeloos gecompliceerde westen. Eigenlijk is er niet veel meer nodig om gelukkig te zijn dan dit. Het is me ook duidelijk geworden dat hoewel het er niet zo lang terug nog zo grim uitzag en het me onmogelijk leek een toekomst te formuleren zo’n toestand van geestelijke verstarring niet zo permanent hoeft te zijn als ik toen wellicht dacht. Soms gebeurt er iets in het leven dat op zich niet tot vreugde stemt maar dat tegelijkertijd de aanleiding is, niet de oorzaak, van veranderingen die al lange tijd lagen te gisten in een verborgen ruimte. Plots gaat de deur open en blijkt er een kans op geluk te zijn die zich in al haar glorie laat zien. De kunst is wel er niet bang voor te zijn. Door alles wat er in de afgelopen laten we zeggen tien jaar gebeurt is zou immers angst een logische reactie zijn op die nieuwe toekomst. In de kern ben ik een onzeker mens geworden en alleen door stug volhouden lukte het me op de been te blijven. De onzekerheid van het bestaan is niet minder geworden de afgelopen jaren en het verlies aan vertrouwen in het goede van de mens en de samenleving bijna ondergegaan in het dagelijkse gevecht dat gevoerd moest worden. Wat mij verbaasd is dat ik in tegenstelling tot wat te verwachten viel dus geen angst meer ervaar. Onzekerheid wel.

Maar onzekerheid is misschien wel een deugd. Niet te vinden in de lijst van Christelijke deugden als geloof, hoop en liefde en niet te vinden in het rijtje Platonische deugden als prudentie, rechtvaardigheid, moed en gematigdheid. Maar wel een deugd. Een aspect van de levenshouding die er toe leid dat een mens geen dwaasheden begaat. Misschien wel de basis van de prudentie van Plato. In plaats van irritatie over mijn onzekerheid begin ik te begrijpen dat ik deze misschien moet koesteren hoewel die onzekerheid een moeilijk te temmen merrie is. Ze probeert me met enige regelmaat op de grond te gooien maar de laatste tijd vergaat haar dat steeds moeilijker. Zo af en toe is ze echter nog sterk. Vooral op momenten dat ik me verkeerd begrepen voel, als ik merk dat mijn intenties niet overkomen bij de ander of de twijfel in de ogen gelezen worden door me. Op die momenten schrik ik als vanouds. Maar het kost me steeds minder moeite om me in die situaties te herpakken. De kans dat ik dagen van slag ben na een voorval dat knabbelt aan mijn fundamenten wordt steeds kleiner. Sommige mensen zouden dat interpreteren als dat ik sterker wordt maar dat is onjuist. Het is niet meer dan een groeiende vaardigheid om om te gaan met die onzekerheid.

Sinds een goed jaar probeer ik elke dag een momentje te vinden om me te wijden aan een meditatie en een paar oefeningen. Ik doe dat op aangeven van mijn psychologe die me introduceerde in Mindfullness als manier om stabieler te worden. De eerste tijd vond ik het maar complex. Waardenvrij maken van gebeurtenissen is een ontzettend lastige benadering van lastige zaken waar je mee geconfronteerd wordt. Maar simpele fysieke oefeningen en het voor me zelf opzeggen van affirmaties en een enkele mantra hebben tot effect dat ik steeds minder slecht wordt in dat waardenvrij maken. Maar alleen als ik mezelf beloof dat ik na uitstel van de eerste reactie mezelf veroorloof wel degelijk een oordeel te vormen over wat er speelt. Het is een aanpak die ik iedereen kan aanraden die net als ik soms last heeft van een hoofd waar stormen in woeden.

Na veel moeite is nu zo ver dat ik dus in alle rust kan ervaren hoe mooi een zaterdagavond kan zijn. Hoeveel rust er kan heersen als ieder zich maar kan richten op wat die persoon graag doet en de druk van het dagelijkse leven naar de achtergrond is verdwenen. Zoals dus vanavond.

Noem het misschien maar gewoon ‘gelukkig voelen’. In ieder geval wordt het voor mijn knulletje tijd om naar bed te gaan en voor mij om de wierook maar eens te branden en de kaarsen aan te steken en mooie muziek uit te zoeken.

Alice © 2010

Smart move.

Het moest gewoon een keer gebeuren (en het is al eens eerder gebeurt). De deur dicht trekken terwijl de huissleutel binnen ligt. En mijn nichtje is ook nog eens op vakantie terwijl de buren schitteren door afwezigheid. Kortom, daar sta ik dan. Met tas, computer, papieren, fietssleutel maar zonder huissleutel. Te kijken naar mijn voordeur met een ietwat beteuterd gezicht. De handeling kon nauwelijks stompzinniger zijn en ik voel me acuut hoogblond. Aangezien ik de buren rond een uur of vier weer verwacht zal ik dus de middag noodgedwongen uithuizig moeten doorbrengen. Niet dat dat een straf is want het noopt me alleen maar tot een prettige improvisatie. Dus, heb ik de fiets maar eens gepakt en ben wat gaan rijden naar de dichtstbijzijnde leuke winkelstraat op zoek naar en kroeg met WiFi. En verdomd, ‘De Freule’ is mijn redding voor de middag. Lekkere koffie, WiFi en een onverwachte zee van tijd. Mijn afspraak voor de middag heb ik maar afgebeld want dat gaat niets meer worden en ik moet om vier uur bij mijn huis zijn. Hopend op een buurman met ladder om in te sluipen in mijn eigen kot.

Dus maak ik postertjes voor de Literaire Salons en ga ik me maar wijden aan het vertalen van de c.v.’s van mijn vriendin en mij want dat moet toch gebeuren voor het project. Onderwijl bedenk ik me hoe ik in Nepal uit zo’n situatie zou moeten redden. Mijn Nepalees is nu niet bepaald van zodanig niveau dat ik ook maar de geringste kans maak dat iemand me begrijpt als ik weer eens mijn sleutel ben vergeten. Ik realiseer me dat ik mezelf op een paar flinke zwakke plekken heb betrapt. De chaos in mijn leven is in mijn handelingen gaan zitten. Onnadenkend mijn huis uit lopen in de verwachting dat mijn sleutel in mijn handtas zit. En dat doet ie ook natuurlijk. Alleen niet in deze want ik heb ze net gewisseld. Zucht.

Het zal de verliefdheid zijn en misschien moet ik dus maar een zakdoek kopen om er een knoopje in te leggen zodat ik me herinner dat ik me iets moet herinneren wanneer ik mijn zakdoek pak. Als ik die niet vergeet natuurlijk. Ondertussen is het in de kroeg waar ik zit lekker rustig. De Earring laat zich horen. ‘When the lady smiles…’ klinkt er getemperd uit de speakers. Ik denk aan mijn lady en wordt spontaan vrolijk. Een Spaans sprekende vrouw wandelt al telefonerend binnen en vervolgens nog steeds telefonerend weer naar buiten. Ik versta er geen lor van maar het klinkt wel lekker. Ondertussen keert mijn gehoor terug naar de gitaarsolo van Rinus en kan ik niet voorkomen mee te trommelen. De koffie smaakt me en naar meer.

De sleutel is ergens naar mijn achterhoofd verdwenen als ik me bezig ga houden met de postertjes. U2 uit de speakers zingen over wanneer de straten geen naam hebben. Nostalgie en vertrouwd. Ik brul in gedachten mee. En ben gelukkig.

Alice © 2010

Vanaf 1 november op deze website.

Vanaf 1 november zal er via deze website een mogelijkheid komen om gedrukte exemplaren te bestellen van de volgende uitgaven:

  • De Genderdans (geheel vernieuwde 2010 revisie), mijn verhalenbundel over 1 jaar transitie van een transvrouw (verschijnt in december 2010).
  • Passiezeren, mijn eerste gedichtenbundel met een selectie van 30 gedichten over passie en pijn.
  • Droomvlucht Afrika, mijn derde roman over een waanzinnige ballonvlucht boven Afrika.

Alle drie de publicaties zullen worden verkocht via een ‘publishing on demand’ constructie waarbij de verkoopprijs €16,95 incl. 6% BTW en inclusief verzendkosten in Nederland bedraagt. De uitgaven worden in paperback uitvoering geleverd op zwaar papier en met full color cover. Betaling kan plaatsvinden via overmaking van het bedrag over Paypal. Verdere gegevens volgen op de verkooppagina die per 1 september op de website beschikbaar komt.

Ook zal er op de verkooppagina een intekenmogelijkheid komen voor de volgende twee producten:

  • Atma, het boek over een jaar werken en leven in Nepal. (€15 bij voorintekening, incl. 6% BTW en verzendkosten in Nederland)
  • Atma, de documentaire over hetzelfde onderwerp. (€15 bij voorintekening, incl. 6% BTW en verzendkosten in Nederland)

Zowel boek als documentaire komen pas in 2012 beschikbaar. Gedurende 2011 en 2012 zullen voorintekenaars nieuwsbrieven ontvangen met delen uit het manuscript voor het boek en video footage dat bronmateriaal vormt voor de documentaire. Met hun voorintekening steunen zij het Atma Project (www.theatmaproject.org) dat in 2011 en de eerste helft van 2012 wordt uitgevoerd.
Het wordt ook mogelijk om boek én documentaire tezamen te bestellen voor €25 incl. 6% BTW en verzendkosten in Nederland.

Alice Verheij
WoordenStorm✒

Onderschrift.

foto: Alice Verheij, © 2010

Ze liep het strand op. Vanaf de hoogte van de duinen de trap af. De twee platformen passerend voor ze beneden was. Links Rotterdam, rechts Scheveningen. Voor haar de woestijn van het aangewassen zand en de eindeloze vlekkeloze en o zo gladde zee. De wind deed niet mee vandaag. Haar hondje trok aan de lijn. Terwijl de meeste van haar vriendinnen ongetwijfeld een spurt naar de zee getrokken zouden hebben had zij daar geen behoefte aan. Rustig liep ze met de jonge springerige hond naar de vloedlijn. Loslaten mocht niet en in dit jaargetijde werd er extra op gelet door de strandwachten.

Na eerst tussen de badgasten doorgelopen te zijn weifelde ze even. Misschien had ze beter zwemkleren mee kunnen nemen bedacht ze zich. Jonas trok aan zijn riem. Jonge honden hebben geen geduld. Jonas wilde zwemmen of in ieder geval kijken wat die grote rommelende plas water voor leuks in petto had. Nog een paar weken maar, dan zou de vakantie er weer op zitten en een volgend jaar beginnen. Ze liet zich door de hond mee de branding in trekken zoals hij dat iedere dag had gedaan in de afgelopen weken. Ze was nu wel gewend aan de eerste huivering als ze het water in liep. Zo aan het eind van het seizoen was het water wel fris maar niet koud meer.

In een ooghoek zag een vrouw staan van middelbare leeftijd die met plezier het schouwspel bekeek, de camera losjes over de schouder. Ze moesten allebei lachen om de hond die zo graag het water in wou om er dan ook zo snel mogelijk weer uit te willen.
‘Het zijn net mensen he?’ zei de vrouw.
‘Hoezo mevrouw?’
‘Ach ze springen maar een eind weg en ze weten niet wat ze willen.’
Ze lachte instemmend.
‘Mag ik een foto van jullie nemen? Ik maak graag foto’s van mensen. Gewoon omdat ik dat leuk vindt.’
Even keek ze de vrouw aan, weifelde een kwart seconde en zei toen dat ze dat wel goed vond.
De vrouw zocht even een geschikte hoek voor de foto, drukte af en lachte haar toe.
‘Bedankt he. Het is een schatje hoor.’
De hond kreeg even wat aandacht en een aai over de kop.
‘Nou een fijne dag nog hoor, veel plezier.’
‘Dag mevrouw.’
Ze draaide zich om en liep met de huppelende hond verder langs de kust naar het noorden, de vrouw glimlachend achter latend.

Alice Verheij © 2010

Dozen met tranen en een Eifeltoren.

Er komt een moment in je leven dat je beseft dat er een dag komt zoals vandaag. De dag dat de laatste dozen uit het huis van je ouders gehaald moeten worden. Het is een besef dat je dan zo snel mogelijk laat voor wat het is, een droef toekomstbeeld. En dan ineens is het zover. Dozen wachten in een kamer van een flat op een etage van een gebouw in een straat in wijk van de stad waar ik geboren ben.

In het kleine kamertje staat de stapel met daarin de restanten van haar leven en dat van mijn vader. Dozen vol gedachten, herinneringen, dingen en zoete tranen. Ik loop er heen, schuif de stofzuiger opzij en kijk naar het logeerbed waar ik zo vaak op geslapen heb de laatste jaren. Vaak op dagen dat het in mijn leven moeilijk was. Een bed gestalt in voormalige veilige haven. De klok in de doos, ooit door mij gegeven, slaat niet meer en tikken doet hij evenmin. De veer ontspannen want een luisteraar is er niet meer. Foto’s in lijsten in papier in dozen. Een schilderij. Twee mensen kijken mij aan en buiten mij zijn er niet veel die weten dat zij het zijn. Moeder en vader, zo lang geleden gevangen in olieverf op doek.

Achter mij snikt mijn zoontje, mijn tranen willen niet opwellen maar hij heeft ze nog. Ach zo’n jongen van bijna twaalf mist een oma meer dan ik zelf ooit gedaan heb. Een leven in dozen geladen op een karretje. Spullen waar ik eigenlijk geen weg mee weet maar die ik ook niet zomaar weg kan doen. Een koperen Eifeltoren, ik speelde er mee en zie de autotjes nog onder de poten doorrijden. Een pop in klederdracht gemaakt me aandacht door de handen die me nu verlaten hebben. Ineens valt me op dat het huis geen geluiden meer heeft en ook geen geur die ik herken. De sleutels zijn niet meer nodig en liggen in een hoek op een stapeltje naast een envelop die nooit meer geopend wordt.

Het is de laatste keer dat ik in dit gebouw ben. De reden hier te zijn bestaat niet meer. De winkels aan de overkant van de straat zullen mij niet meer als klant zien. De wegen zal ik nog zelden over rijden en dan met een andere bestemming dan deze. De trams die hier rijden zullen mij niet meer vervoeren. De zilveren armband om mijn linkerpols knelt een beetje maar toch voelt de warmte er van weldadig, ze was niet voor mijn pols gemaakt maar zal er nu vaak te vinden zijn. Daar in die ene doos zit de naaimachine, de naald er nog in en in het bakje spoeltjes met door haar gewikkeld garen. Het beeld van die vrouw vol concentratie gebogen over weer een lap stof bij het licht van het kleine lampje met het vriendelijke geratel van het mechaniek dringt zich in mijn hoofd op. Ik kan er een denkbeeldige kop thee met een beschuitje met suiker naast zetten. Alleen in mijn gedachten.

De laatste keer in het huis van mijn moeder, het valt niet mee zo’n zielloos karkas te moeten legen. Gelukkig gaat ook dit voorbij om nooit meer terug te komen. Eigenlijk wens ik dat ik zelf nooit zo’n huis zal hebben vol met spullen. Dat mijn twee zoons en mijn dochter dit niet hoeven doen. Niet door dozen met tranen hoeven waden maar ik weet dat in deze wereld bijna geen mens bezitloos is dus het zal hun waarschijnlijk niet vergund zijn. Hopelijk treffen zij dat mocht het zover zijn gekomen een doosje vol liefde. Net zoals ik in die laatste doos tot mijn geluk aangetroffen heb.

Het is over. De klank van de deur die dichtvalt echoot nog in mijn oren als ik uren later een kopje koffie drink.

Alice Verheij © 2010

For future reference.

Ik probeer de geluiden in me op te nemen. Omdat ik weet dat dezelfde geluiden straks anders zijn. Treinen in Nederland hebben een eigen klank. Ieder type zijn eigen distinctieve geluid. De gladde gestroomlijnde intercity’s met hun gezoem, de vierkante blokkerige dubbeldekkers met hun gerammel en hun compartimentdeuren die altijd uit zichzelf open en dicht gaan. Of die nieuwe bijna metroachtige treintjes die vanzelf een treintje in plaats van een trein lijken te zijn. Vandaag is een reis met een zoemgeluid dat schakelt als de versnelling van een auto wanneer de trein versnelt. De toenemende snelheid draagt het geluid tot op een volgend punt waarbij er een halve octaaf teruggeschakeld wordt om vervolgens in toonhoogte weer toe te nemen tot het volgende versnellingspunt. Na een tijdje houdt het op en nemen de geluiden van de toeristen en de kinderen die met hun gekwetter als vanzelf de wagon in bezit nemen de macht over. Zakenmannen in anonieme strakke pakken praten Duits en gaan in een hoek rustig en zakelijk zitten zijn. Alsof uitbundigheid niet in hun wereld voorkomt. Misschien is dat ook zo.

Schiphol Airport. De zakenmannen staan op en rijden hun gelijkvormige laptopkoffertjes door het gangpad. Om de drie rijen stoelen komt er eentje even bijna klem te zitten. Koffertjes met wieltjes zijn moeilijk te besturen. Het rammelen houdt even op om binnen een paar seconden overgenomen te worden door de luchthavenlingen die mijn wagon infiltreren. Volledig op elkaar gericht, druk pratend met de camera over de schouder en een overschot aan tassen. Hotsend en botsend het gangpad doorkruisend om luidruchtig neer te ploffen in de zitkuil naast me. Lawaaiig zijn tegenover elkaar in plaats van achter elkaar is nu eenmaal leuker. De trein van Amsterdam naar Den Haag heeft zijn eigen karakteristiek.

Achter in de wagon zit ze stil voor zich uit te kijken, ogenschijnlijk gedachteloos en ogenschijnlijk somber. Heel even kruisen onze blikken zich om zich te vermengen. Ik knipoog en haar ogen fleuren op. Lachende ogen met een blik vol herkenning die even later neerslaan en verder gaan om woorden te scannen in het boek dat ze bij zich heeft. Ze zal ergens in de dertig zijn, niet meer de jachtige jagende twintiger maar een jonge vrouw in zichzelf geland met een patina van zekerheid over zich. Ik glimlach en verleg mijn blik naar buiten. De zoem is overgegaan in een gelijkmatige gons die met een eenduidige frequentie verstoord wordt door het karakteristieke geluid van betonnen bielzen die gekruist worden. Ik moet scherp luisteren om het te horen. Leiden. Een station dat zo modern als het oogt een kille efficiëntie suggereert die het niet werkelijk heeft. Contrasterend met de stad waarin het staat. Zonder zicht op die oude gestudeerde stad begint het zoemlied weer dat me begeleid naar wat mijn huis maar niet mijn thuis is.

Ik besef dat over een tijd ik misschien wel in andere trein zit. Met mensen en kippen gestapeld en luidruchtig en voorzien van een dienstregeling die wel bestaat maar niet gehouden wordt. Een soort mobiele tijdmachine die me van het moderne leven brengt naar een wereld die voor een deel nog gevormd is volgens eeuwenoude regels en structuren. Anders dan ik gewend ben. Andere geluiden en geuren. Ineens vraag ik me af er wel een trein is in het land waar ik straks zal zijn. Of ik wel een vergelijking kan maken van geluiden van treinen. Ik zal straks thuis uitzoeken hoe dat zit. Zou het zo zijn dat er zelfs geen trein bestaat daar? Dat ook dat westerse beeld daar niet bestaat.

Ik luister extra scherp naar de geluiden als een auditieve spons. Ik verwerk ze en sla ze op. For future reference.
Eenmaal thuis kom ik er achter dat in ieder geval in Nepal er geen trein is. Wel in India. Treinen klinken vast anders vanaf het dak.

Alice © 2010

Comfortably numb

Ik had het niet in de gaten vanmorgen toen ik wakker werd. De nacht was lang geweest en in tegenstelling tot vele nachten hiervoor niet onderbroken door rusteloosheid. En toch was er geen kracht in me. Vermoeidheid als een loden jas die me omlaag drukte, mijn kussens in, in plaats van de veerkracht van een uitgerust lijf en wakkere ziel. Niets van dat al. In plaats daarvan lukte het me amper de ogen te openen en de vormen van de meubels om me heen tot me door te laten dringen. Net zo min als dat het ochtendlicht bij me naar binnendrong. Mijn armen en benen waren zwaar en opstaan kostte me zoveel moeite dat ik niet snel na het gebruikelijke toiletbezoek weer moest gaan liggen. Uren later werd ik weer wakker. Minder vermoeid. Echt veel reden om op te staan kon ik me niet bedenken dus werd het schrijfwerk in bed. De hersens laten werken door het spinnen van zinnen tot een verhaal.

Schrijven gaat me moeilijk af in deze tijd. Het hoofd is te vol voor grote werken. Korte teksten, een klein lied misschien of een gedicht. Een paar bladzijden van de roman wellicht, de Herculesjob die nog ver van voltooiing is. Uren later sta ik dan toch naast mijn te lage bed. Pijn in de onderrug van de slechte houding tijdens het schrijven. Ondanks de grote hoeveelheid activiteiten en to do’s kan ik me niet zetten aan het dagelijkse dagwerk. Uren later volgt een ontbijt, ruimschoots na lunchtijd. Een paar telefoontjes en wat huishouden. Koken zelfs maar zonder inspiratie. De dag van vandaag trok me al niet aan, die van morgen des te minder.

Ik heb me weer donker gekleed. Met een frivool polkadotje weliswaar, maar toch overwegend zwart. Zwart zal nog tweeëneenhalve week mijn lijf deels bedekken. De reden is er nog om te rouwen. In de avond, na het wegwerken van een paar restjes als warme maaltijd, bedenk ik me dat ik op dagen als deze bij haar langs ging. De eenzaamheid delen net als de doelloosheid van alledag. Of gewoon om samen te zijn en wat bij te kletsen. Soms om gewoon bij elkaar te zitten zonder een ander doel dan precies dat. Vandaag voor het eerst bedacht ik me dat er geen reden meer is om de tramrit te maken naar mijn geboortewijk. Geen reden omdat er niemand meer is die daar op me wacht. Hoogstens nog een verlaten kil huis met dode spullen en een geleidelijke aftakeling nu er zo af en toe spullen verdwijnen. Tot uiteindelijk straks ook dat er niet meer zal zijn. Het verleden in de wijk waar ik opgroeide is gestorven, ze heeft het meegenomen en ik mis het nu al.

‘Where does it all lead to?’ © 2010 Alice Verheij

Als ik mezelf in de spiegel bekijk, iets wat ik sinds lange tijd weer deed vanavond, zie ik een vrouw met een nieuwe rimpel in het gezicht die ik niet eerder zag. De ogen staan anders, kouder vooral. Ik mag dan geen zichtbare sluier dragen maar hij is er wel degelijk. Een sluier voor mijn ogen. Noodzakelijk om de emoties onder controle te houden. Vandaag ben ik niet buiten geweest. De schrijfproductie beperkte zich tot twee pagina’s voor het boek waarvan ik niet weet, niet kan overzien, of die er ook daadwerkelijk in komen. Het liefste zou ik mijn koffers pakken en afreizen naar een plek waar niemand mij kent en ik niemand. Waar ik in zekere zin opnieuw kan beginnen. Proberen van nut te zijn. Werken met mijn spieren om mijn lijf weer te gaan voelen. Ergens waar mijn zintuigen geprikkeld worden en mijn ziel gevoed. Maar ik kan niet beslissen om te gaan, ik weet ook niet waarheen. Vooralsnog dan. Misschien over een paar weken of een paar maanden wel.

Ik begin steeds minder van mezelf te begrijpen, steeds onduidelijker wordt het beeld hoe ik verder moet. Zo onduidelijk dat ik inmiddels niet meer weet wat te doen, waarheen te gaan of wat te beginnen. Wat rest is een dagelijkse, wekelijkse, maandelijkse routine om in te vervallen. Voor een ander wellicht prettig om in een sleur te leven, voor mij is het een angstbeeld. Langzaam maar zeker voel ik me ‘comfortably numb’ worden en ik heb er niet eens middelen voor nodig om dat te bereiken. Voordat iemand nu denkt dat dit erg is moet ik er wel bij schrijven dat het natuurlijk niet erg is. Er zal geen haan kraaien naar wat ik verder met mijn leven doe. De kinderen vinden hun weg en mijn vrienden redden het ook wel. Ik kan welbeschouwd doen wat ik wil. Er is maar één probleem: ik weet niet wat ik wil. Wat ik wel weet is dat ik iets anders wil. Dat ik het bloed door mijn aderen wil voelen vloeien en mijn zintuigen wil voelen werken. Dat ik mijn leven terug wil. Maar ik weet ook dat het de tijd er nog niet voor is. Ik ben nog niet klaar om te leven, er moet eerst nog het nodige gebeuren om oud leven af te sluiten. Huizen leeghalen, spullen loslaten, zaken regelen. Pas daarna valt er te denken over een toekomst. Niet eerder en tot die tijd leef ik als verdoofd. En straks kies ik dan wel. Wordt het verder gaan op het pad, zo duidelijk afgebakend? Of wordt het het groene gras van de nieuwe ervaringen of het koude water van het overleven?

‘Hello, is there anybody in there? Just nod if you can hear me?’

Alice © 2010

Zes jaar verandering: een overdosis

M.C. Escher

Ik ga hier iets onmogelijks doen. Mijn leven van de afgelopen zes jaar samenvatten. Als een soort zelftherapie en om de ellende maar eens van me af te schrijven. Dat gaat onmogelijk lukken omdat er veel teveel te vertellen is. Ik hou me dus maar bij de belangrijkste onderwerpen en momenten. Hoogtepunten zal ik het niet noemen.

Let wel: het is geen vorm van klagen maar simpelweg een chronologisch overzicht van de gebeurtenissen in een leven van iemand die een verandering van fysiek en maatschappelijk man naar fysiek en maatschappelijk vrouw doormaakt. Omdat het moest gebeuren. Het verhaal staat er omdat een vriendin me zei het maar weer eens op te schrijven en omdat ik vind dat anderen best weleens mogen lezen wat er kan gebeuren bij zo’n verandering. Niet dat het een representatief verhaal is. Ieder mens en ieder verhaal is verschillend. Van lotgenoten is mij duidelijk dat er veel zijn die en samenhang met hun verandering een multitude aan problemen is gaan ondervinden. Wellicht dient het vastleggen van mijn geschiedenis op dit moment een doel. Het is niet zo dat het altijd zo gaat, er zijn veel vrouwen die er goed doorheen komen. Maar soms loopt het allemaal heel anders dan je hoopte. Zoals bij mij. Een overdosis verandering.

– ~ –

Tweeënveertig jaar was ik toen mijn leven een wending nam die al lange tijd onontkoombaar was. Tweeënveertig jaren had ik het uitgehouden om te leven als de mens die ik niet was. Als man in plaats van vrouw. En toen was het genoeg. Niet van de ene op de andere dag want natuurlijk is er een leven van worstelen met mezelf aan vooraf gegaan. Maar daar gaat dit verhaal niet over. Dit verhaal gaat over de gevolgen van die wending en waar ik nu sta als mens, als vrouw, als kunstenaar.

Opmaat

Eind 2004 viel de klap. De aanleiding, niet de oorzaak, was bizar. Zonder op de details in te gaan komt het er op neer dat ik een belastingaanslag had gekregen van een kwart miljoen euro. Zakelijk, gebaseerd op een ‘schatting’ van vadertje Staat. Het was een fout die later teruggedraaid werd maar die ondertussen de opmaat zou blijken te zijn van de komende zes jaren. Voordat ik alles vertel wat er in die jaren is gebeurd zal ik een korte situatieschets geven.

Stel je voor, een redelijk succesvolle man met een huisje boompje beestje leven. Een gezin vormend met vrouw en drie kinderen. Zelfstandig ondernemer en directeur van een viertal bedrijven. Een houdster BV, een werk BV, een maatschap waar de werk BV in deelnam en een startup allemaal actief in de organisatieadvies, projectmanagement en automatiseringswereld. Het werk werd vooral in de maatschap gedaan die op dat moment bestond uit die man, een zakenpartner en vier personeelsleden. De man was weliswaar erg goed in zijn werk en werd alom gerespecteerd, was zelfs lid van de kerkenraad in het dorp waar hij met zijn gezin woonde en leed een betrekkelijk gelukkig leven in het grote half vrijstaande huis met marmer op de vloer, jaccuzi boven, grote tuin en fraaie lease auto voor de deur. Maar de man was ongelukkig, werd steeds ongelukkiger want één ding kon niet in zijn leven: zichzelf zijn. De man immers was geen man maar vrouw hoewel haar lichaam anders deed vermoeden. Die vrouw in mannenlijf gehuld ben ik.

Het papiertje van de belastingdienst inclusief de aangekondigde beslaglegging deden me de das om. In plaats van het bezoekje met mijn dochter aan de ‘roodborstjesmiddag’ van de Vogelbescherming dat voor die dag op het programma stond schrik ik me te pletter. Zo erg zelfs dat ik me terugtrok in mijn kantoorkamer, ik had zelfs een kantoor aan huis in die tijd. Daar sloegen de stoppen door. Na het beuken met de vuisten op de muren van steen en het kapotslaan van de fax verviel ik in diepe wanhoop. In de twee maanden voorafgaand aan die zwarte twintigste november 2004 waren er al twee suïcide pogingen geweest. Beide niet doorgezet omdat het besef dat er kinderen waren me tegenhield. Elke dag telde ik de bomen langs de wegen met de bijna onbedwingbare drang mijn auto in volle vaart tegen zo’n boom te ‘parkeren’. Het is niet gebeurt. Maar die twintigste november was het allemaal voorbij. De emmer liep over op een vreselijke manier en de wanhoop sloeg toe. Hoe de middag en de opvolgende avond verlopen zijn weet ik alleen van wat mij verteld is. Ik schijn uren in een hoekje ineengedoken gezeten te hebben. Die avond werd het belastingprobleem dat er niet had hoeven zijn als overheden geen ernstige fouten maken opgelost en werd de vriend gebeld die me de volgende dag zou ophalen voor een boswandeling. De boswandeling op de volgende dag ging wel door maar kreeg een andere lading.

De week na de uitbarsting, of de val zo je wilt, was het eerste contact met Humanitas die in dit soort situaties een beetje hulp biedt. Het resultaat daar weer van was een aanmelding bij het genderteam van de VU in Amsterdam. Een weg terug was er niet meer en wilde ik ook niet. Het monster was ontsnapt en zou niet meer terug gaan. Wat moest gebeuren, moest gebeuren en dus startte half december 2004 een langjarige reis die uiteindelijk zou gaan leiden tot volledige geslachtsaanpassing.

Het eerste jaar van de verandering

We maken een sprong in de tijd naar het voorjaar van 2005. De eerste maanden, een half jaar lang zelfs, moest ik achtereenvolgens vrouw, kinderen, moeder (vader was al overleden), zus en zwager, schoonmoeder en schoonzus, vrienden, kennissen, collega’s, bekenden in de kerk, buren en nog honderden anderen op de hoogte stellen van mijn situatie. Honderden keren met meer of minder woorden, met brieven, telefoontjes, bezoeken en emails een coming out. Geen enkele ondersteuning daarbij, want wie wist er nou van coming out voor transseksuele mensen wat af? De psychologen werden ondertussen dik betaald want vergoed werd het allemaal niet. In de zomer van 2005 begon de ‘behandeling’ bij het VU. Het waren niet meer dan een eindeloze reeks gesprekken van een flink uur met een psychologe. Het jonge ding was vooral zwanger en liet vaak merken door haar benadering eigenlijk geen lor te begrijpen van wat er met me aan de hand was. Ze was niet meer dan een ‘poortwachter’ om er achter te komen of ik niet co-morbide was zoals medici dat zo mooi omschrijven. Of ik niet ook schizofreen of zo was want dan zou de behandeling stoppen. Het zouden zes gesprekken worden, vragenlijsten met honderden vragen, onderzoekjes bij de endocrinoloog voor een ‘materiaalkeuring’ om te bezien wat er mogelijk zou zijn bij een operatie, voordat de jonge psychologe me vertelde dat ze goedkeuring zou geven voor de rest van de behandeling. Groen licht wordt het genoemd en het komt er op neer dat er een periode in gaat van anderhalf jaar waarin je verwacht wordt vanaf de eerste dag volledig in de voor jou andere geslachtsrol te gaan leven en waarbij je tegelijkertijd hormonen krijgt toegediend. Ik was eindelijk gediagnosticeerd transseksueel. Voor mij een farce want volgens mij én de wetenschapsfilosofie is het natuurlijk onmogelijk om door middel van vragenlijstjes en gesprekken een diagnose genderdysforie te stellen. Bottom line is natuurlijk dat mijn eigen oordeel bepaalde hoe het zat want iets als genderidentiteit en genderbeleving zijn in tegenstelling tot genderuiting niet vast te stellen door een ander dan jezelf. Maar goed.

Ook in de zomer van 2005 ging het mis met de maatschap die ik samen met een zakenpartner had. We bleken een personeelslid in dienst te hebben die schizofreen was en in de zomer grote schade had aangericht bij klanten. Het gevolg was een rekening van anderhalve ton en dat kon het bedrijf niet hebben. De maatschap moest ontbonden worden. Die ontbinding ging niet zonder slag of stoot want één van de personeelsleden stal de plannen voor ontmanteling naar de maatschap en gebruikte die om via de rechter te bevechten dat wij nog een half jaar salaris moeten doorbetalen. Geld ervoor was er niet en de rechtbank gaf aan dat wij dat dan maar uit privévermogen of een lening moesten betalen. Het laatste gebeurde ook met als gevolg een nog hogere last. Na de omvallen van de maatschap zette ik mijn werk voort in mijn eigen BV’s. Ik ging als zelfstandig adviseur werken. Tijdens mijn transitie, dat wel natuurlijk.

Het auto ongeluk

April 2006 begon de hormoonbehandeling én die ‘real life experience’ van het leven in de vrouwenrol. De zomer van 2005 was de laatste zomer geweest waarin het gezin in volledige samenstelling op vakantie was geweest en de situatie thuis was natuurlijk behoorlijk gespannen. Door het schoolverzuim van de oudste (die op dat moment de effecten van een chronische ziekte ondervond) kwam Jeugdzorg over de vloer. Daarnaast probeerde ik door het inschakelen van (deels) duurbetaalde kinderpsychologen te zorgen voor goede begeleiding van de kinderen gedurende mijn verandering. In plaats van hulp bood Jeugdzorg echter vooral last. De problemen die mijn kinderen ondervonden hadden natuurlijk vooral met mij te maken en dat resulteerde in een jarenlange Kafkaëske bemoeienis van de lokale Jeugdzorg maffia. Echte hulp bleef uit en om ons heen vielen mensen weg die voor die tijd ‘vrienden’ waren. Zakelijk was het niet een slecht jaar in die zin dat het me lukte om voldoende te verdienen om het gezin te laten blijven functioneren. Mijn vrouw was niet van plan zelf aan de slag te gaan en trol zich terug in haar verdriet en vooral haar verbittering.

De kring werd kleiner en de druk op mij almaar hoger. In die aprilmaand in 2006 gunde ik mezelf een vakantie in Toscane van een weekje om bij te komen en te schrijven. Het was een heerlijke week maar op de voorlaatste dag ging het mis. In plaats van het kopen van een paar leuke souvenirs voor de kinderen kreeg ik een auto ongeluk. In een kleine provincieplaatsje werd ik frontaal aangereden door een Italiaanse koeriersdienst. De grote bus was sterker dan het kleine huurauto en dus was de klap groot. Ik had geluk, mijn riem had ik om en ik ben slechts even buiten westen geweest. De gevolgen waren een paar zwaar gekneusde ribben en een beschadigde zenuw in de arm die voor mijn gezicht had gehouden en die tussen mij en het stuurwiel was gekomen. Het ongeval was traumatisch en de gang naar de eerste hulp doodeng. Vreemd genoeg was het nog het ergste om onderzocht te worden op letsel waarbij verpleging en dokters wel zouden ontdekken dat ik een man was in plaats van de vrouw die ze eerst zagen.

Weer in loondienst

Eenmaal weer thuis kwam na een paar weken de klap. Ik kon me niet meer concentreren en het lukte me niet meer om een volgende ‘klus’ binnen te halen. Geen inkomen, geen uitkering want als zelfstandig ondernemer is er geen uitkering. Bijstand ook niet want we woonden in een koophuis. Ik besloot na het eerste herstel te solliciteren bij adviesbureaus en tot mijn verbijstering werd ik snel aangenomen door een middelgroot bureau waar ik een behoorlijk inkomen kon verwerven. Vanaf het eerste contact wisten ze van mijn veranderingsproces af maar zagen daar geen probleem in omdat ik genoeg te bieden had met mijn ervaring en mogelijkheden. Ondertussen werd het leven door Jeugdzorg mij en mijn partner flink zuur gemaakt. Na een klachtenprocedure werd het een rechtsgang waarbij gelukkig de kinderrechter de kant van de kinderen en ons koos omdat Jeugdzorg heel onzorgvuldig en onterecht had gehandeld. Het werd 2007 en de zakelijke en financiële last bleef zwaar op de schouders liggen. De molensteen werd groter, hulp bleef uit. Overheid bestond uit een verzameling dichte deuren en loketten die niet van plan bleken om de hand uit te steken. Het kon niet uitblijven dat door alle omstandigheden bij elkaar mijn huwelijk geen stand kon houden en na een bijzonder moeizame periode waarin het gezin nog wel in een goede woning werd gezet en ik hard gewerkt had die op te knappen was het in de zomer van 2007 onhoudbaar geworden. Mijn partner werd verbaal gewelddadig, liefde was er al heel lang niet meer tussen ons. Juni 2007 werd de maand waarin ik mijn gezin verliet en tijdelijk bij een vriendin in trok die op dat moment naar het buitenland was waar haar ouders nog woonden. Vijf maanden zou ik vanuit de auto en de koffer blijven leven, logerend bij mijn moeder en verschillende vriendinnen. Ondertussen een woning zoekend. Omdat ik op papier een goed inkomen had kon ik geen beroep op sociale woningbouw doen maar vond ik een middenklasse etage in mijn geboortestad. Mijn leven kreeg weer een beetje glans.

Operaties

Eind september van dat jaar waren de anderhalf jaar voorbij met als resultaat dat ik op de wachtlijst geplaatst werd voor een geslachts aanpassende operatie. Omdat ik de chirurgen in het VU niet aan mij wilde laten sleutelen koos ik voor een Duitse chirurg in Krefeld, vlak over de grens. Daar kreeg ik te horen dat ik me al een jaar eerder op haar wachtlijst had mogen zetten en ik in feite door desinformatie een jaar langer zou doen over mijn verandering dan strikt nodig was. Het VU waste de handen in onschuld over de desinformatie toen ik ze daar op aansprak. Een behandeling buiten het VU moet je zelf maar regelen en hoe dat dan gaat moet je zelf maar achter zien te komen. Wat wel bekend is over procedures wordt bewust niet verteld aan de patiënten. Meewerken om het proces te verlichten was er niet bij.

Inmiddels werd de echtscheiding uitgesproken. Geld voor een advocaat was er niet en met ex kreeg een pro bono advocaat. Het gevolg was een uitspraak van de echtscheidingsrechter waarbij ik een alimentatie zou moeten betalen die ruim zeventig procent van mijn inkomen bedroeg. Aangezien ik dan van negatief geld moest gaan leven besloot ik om niet te betalen, zeker niet omdat mijn ex op dat moment me vooral wilde laten boeten voor het leed dat ik haar aangedaan had.

In januari 2008 heb ik een gesprek aangeknoopt met een chirurg in het OLVG in Amsterdam en we werden het eens dat hij me zou gaan opereren. Liever Amsterdam waar mijn vrienden langs konden komen dan in Duitsland, ver van iedereen weg. Eind februari 2008 werd ik opgebeld. Er was een plaats vrijgekomen in de agenda en ik kon op 17 april 2008 geopereerd worden. De schok en de blijdschap waren groot. De operatie in april was zwaar maar volgens verwachting verlopen. Het herstel ging vlot en na een vakantie in Amerika samen met een goede vriendin dacht ik er over om weer te gaan werken.

Het ging ondertussen niet goed tussen mijn ex en mijn dochter. Het kind heeft een chronische aandoening met heel vervelende gevolgen en is daarbij een pubermeid. De bom barstte in de zomer 2008. Totaal onverwacht moest ik er voor kiezen mijn dochter bij me in te laten trekken. Zo gebeurde het ook maar wel in een periode dat ik nog niet hersteld was van die zware operatie. Toen volgde er weer een klap.

Tijdens het herstel traden complicaties op. Na een kijkoperatie in december werd duidelijk dat er een inwendige verkleving was opgetreden wat inhield dat er een hersteloperatie zou moeten volgen waarbij het inwendige verwijderd zou worden en door een constructie met een huidtransplantatie vervangen worden. In maart 2009 volgde de inmiddels derde operatie. Ik had besloten tegelijkertijd met geleend geld een beperkte borstvergroting te laten uitvoeren. De operatie bleek velen malen zwaarder dan de eerste en ik kwam als een wrak uit het ziekenhuis. Het herstel verliep na twee weken opnieuw slecht en uiteindelijk bleek begin april dat de getransplanteerde huid afgestoten was. De vierde operatie betekende opnieuw een verwijdering. De borstoperatie was prachtig geslaagd maar ‘daar beneden’ was het inwendig definitief kapot. Tijd om de klap te verwerken kreeg ik amper.

Werkeloos

Na de operatie in april kwam mijn toenmalige baas op bezoek. Samen met een collega, zonder bloemen en met een ontslagaanzegging. Wegens ‘economische problemen’ werd me de wacht aangezegd. Om kort te gaan, ik werd er uit gewerkt onder valse voorwendselen maar deze keer bleek de kantonrechter niet de bescherming van de werknemer te laten prevaleren maar de onderbouwing van de economische motieven van de werkgever te aanvaarden. De afkoopsom was laag en ik was mijn baan kwijt. Voor het eerst in mijn leven was ik werkeloos.

In juni van dat jaar ontstond er een bacterie infectie op mijn buik bij het operatiegebied en belandde ik weer in het ziekenhuis. Spoedopname. Blijvende gevolgen waren er niet maar de rust keerde pas weer aan het einde van de zomer terug. Het herstel van de herhaalde operaties en de invloed van het verlies van mijn werk, de sociale en gezondheidsproblemen van mijn dochter én de aanhoudende financiële druk zorgden ervoor dat het herstel vanaf dat moment zwaar werd.

Min dochter moest in dagbehandeling en wisselde van school naar een speciale school voor kinderen die niet meer in het normale onderwijs terecht kunnen en extra begeleiding nodig hebben. Langzamerhand gleed de controle over mijn leven en mijn mogelijkheden uit mijn handen.

De dagbehandeling van mijn dochter houdt binnenkort op, ze onttrekt zich er aan. Ze spijbelt van school en ze is medisch zeker niet in orde. Haar worsteling zien doet me pijn vooral omdat ik zo weinig kan doen. Veel van mijn kracht en vermogens van vroeger ben ik kwijt. Energie is schaars geworden, ik moet er voorzichtig mee zijn.

En nu?

Drie relaties (ik heb ze maar niet besproken), een bijna huisuitzetting in januari, vier operaties, een ontslag en het vooral niet opgelost krijgen van een zware negatieve financiële erfenis van de maatschap, zit ik hier nu op mijn vast plek ergens in Den Haag dit verhaal te schrijven.

Vanmorgen is mijn dochter het huis gegaan omdat de druk voor haar te groot is, ze pubert en dus afzet tegen alles, iedereen en nu ook mij. Of ze terug kan komen weet ik niet. Het is niet eenvoudig en vanzelfsprekend meer om haar alleen op te voeden. Ik schiet tekort.

Tegen de wind in probeer ik toch wat werk te vinden, maar als achtenveertig jarige vrouw met een recent zwaar medisch verleden zijn afwijzingen op zelfs banale baantjes regel. Dus probeer ik met wat ik wel kan mijn arbeidsongeschiktheidsuitkering terug te verdienen en mijn hoofd boven water te houden. Ik verkoop die paar spullen van waarde die ik heb en kan missen. De auto waar in in reed wordt nu verkocht zodat ik huurschuld kan vermijden en ik zoek ondertussen een andere woning.

Is mijn leven dan een ramp nu?

Ik heb vrienden en vriendinnen en ontvang warmte. Ik schrijf, dicht, maak liedjes en muziek, treedt op, organiseer kunst evenementen en ga af en toe uit om te zorgen dat er een beetje plezier in mijn leven blijft. Geld heb ik niet, mogelijkheden amper maar ik leef.

Op een goede dag geniet ik van zon, mensen, kunst en natuur. Op een slechte dag trek ik me terug. Wensen heb ik gelukkig wel, net als plannen. Natuurlijk zou ik zo graag die ene bij me hebben die er voor mij is. Ik wil ergens op een eenvoudige plek wonen in een soort woning / atelier, misschien een woongroep. Ik wil bezit wat er nog is kwijt. Het is ballast. Dat hoef ik overigens niet zoveel voor te doen want de oude bedrijfsschulden, het onverkochte huis waar mijn ex nog in woont, het beslag op uitkering dat er is gelegd om alimentatie te innen die ik niet kan opbrengen hebben me financieel de afgrond in gegooid. Geld om van te leven is er nauwelijks maar ik heb zelf ook niet veel nodig. Wel is mijn leefgeld zo laag geworden dat schulden alleen maar toenemen dus is er sprake van een financiële tijdbom die ongetwijfeld een keer af gaat. Wat er dan gebeurt kan ik alleen maar naar raden. Ik moet én wil de rest van mijn leven proberen te leven als iemand die weinig nodig heeft en veel kan geven. Die lief heeft en die liefde ook kwijt kan, die kunst maakt die gewaardeerd wordt. Die teksten schrijft die goed zijn en mensen raken. En ik zal reizen, misschien af en toe in het buitenland wonen en werken voor een tijdje. Gewoon tegen kost en inwoning omdat de maatschappij waarin ik moet leven me vijandig is geworden. Ik zal nieuwe mensen ontmoeten, mensen inspireren, verhalen horen en verhalen opschrijven. Misschien is dat uiteindelijk wat er moest gebeuren.

Voorlopig zit ik nog even hier, werk een beetje aan een website van een klant, schrijf dit verhaal, denk na over hoe het verder moet, laat af en toe een traan maar geniet van de muziek. Ik besef dat ik er nu uiteindelijk toch alleen voor sta en zie dat het goed is.

Alice © 2o1o

PS Overigens ben ik van mening dat de sterilisatieeis vernietigd moet worden.