The greatest show on earth.

I went inside. A small square table right in the center of the mirrored wall. Well, all walls were mirrored but I mean the one facing the Boulevard de Saint Germain-des-Prés.

Paris, Café de Flore. I’m chasing the footsteps and memory of Hemingway. Whenever I go to a place he went I feel some sort of personal connection. Unexplainable I guess. He’s not there anymore and I am too young to have been his lover. If I could have been I probably would have been. Anyway, Café de Flore in the Parisian center of literature and philosophy. Simone de Beauvoir sat here too. Maybe just like me but probably not alone but with Sartre sharing one of these small tables. And a café creme or more likely a glass of wine.

cafe de florePhoto: ‘Café de Flore’ © 2013 Alice Anna Verheij

Hemingway wrote that people who do not allow themselves the hugely overpriced coffee at Café de Flore are missing out on probably the greatest show on earth. I happen to agree. Because this café certainly is an ongoing show. More than it’s equally interesting neighbour Les Deux Magots, which I tried out the day before. One simply has to go in and sit at one of the tables and watch. Watch the waiters moving around. The place is lively even when only a handful of the 40 tables on the gournd floor are occupied and the rest of the guest are outside enjoying the terrace and the spring. The real show is inside. Through the open doors just before lunchtime you will find no less than 20 waiters running in and out with filled and emptied trays. Outside the peak hours their number deminishes to ‘just’ 12 and even they are sometimes pausing to chat with each other lively. But never for long. The waiter flirt with the women, the have a good eye for beauty looking at how the respond when challenged. The Amrican girls don’t notice it. The interior of the café is very art nouveau-ish. Light, lots of glass, squared shapes and ornaments and those little tables placed in an invisible grid in such a manner that it’s possible to travel full speed in between them with filled trays. The chairs are Thonet chairs in the variety with the 6 bars in a waiver shape at the back in between the elongated back legs. Little arcs in between the legs give them enough strength to withstand long term use by gravitational people.

A napkin is draped over the left arm and the tray rests on the right hand. The skirt is whiten and long ending just above the well polished shoes covering black trousers. The vest is as black as the trousers are and the shirt is toothpaste white. A black bow-tie is standard. Waiters really are waiters here. Their smile is tempting and inviting and has just about the same color as their shirts, independent of their age. Interesting. Although there’s the 20 of them running around they form a group of 50 on the café’s payroll. They accept tips with a slight nod and a smile, but tips are rarely given. I suppose the prices prevent people to give tips. In their wallet the waiters seem to have enough change to prevent them from unneeded walks to the cash register inside. Their walking route is twofold. The ones from the side terrace follow a high speed trail with a double wave making them zigzagging in the café, the ones from the Boulevard terrace have just one corner to handle. Both streams end at the right side of the mirrored fake wall behind which the kitchen is located. The connect with the line of waiting waiters who are emptying their trays, passing the orders and refilling their trays with earlier orders to deliver them to the guests after another high speed wave walk to the terrace or inside the café. The cutomers inside the café are left alone. There are just a few of us sitting at a few of the tables. The others are reading a newspaper or a book. I am writing, it’s quiet and I realize that there’s no music distracting us. A stranger stares outside with his mind wandering of to a place unknown.

The café creme is delivered on a silver platter. The cup and saucer, coffejug, milk jug and glass filled with water are all imprinted with ‘Café de Flore’. I guess they’re some sort of collectors item and I presume that because of that they are renewed very frequently. They look brandnew. The whole café is a time machine. From my table position I imagine that the view hasn’t changed much in the past eight or nine decades. There’s an unmatched level of perfection in displaying the past in a beautiful manner, even better then in that other time machine opposite the church. The mosaic of the tiled floor with the little waiver shaped in yellow and brown tints, the dark wooden chairs and tables, the tomato red seats, the mirrored walls divided by marble elements, the copper of theframes around the mirrors and off the illumination and the creamwhhite of the ceiling and the two lonely pillars in the middle of the café split the space in a darkish but interesting underworld and a light upper world. The murmur of talking people is everywhere all the time. Some people are silent.

Around lunchtime the number of inside customers quickly rises to the level that most of the little tables get occupied with cups, saucers, plates, glasses and cutlery. The noise level rises equivalently. The waiters still smile, no matter how hard they have to work. In retrospect I agree with Hemingway’s words. Visiting Paris without having coffee at the Café de Flore is worse than not seeing the Eiffeltower in Paris’ skyline when looking down from the Sacre Coeur. The patron at the door never smiles but shows a presidential expression overseeing his world of customers and waiters. His hands are almost permanently folded in front of him. When I finally leave we greet. A bientôt. I will come back soon I hope.

© 2013 Anna Ros

Advertenties

Wat een week!

De afgelopen week was me er eentje.

Om te beginnen waren er de dagen in Parijs voor de OuiShare conferentie die ik samen met een paar wijkgenoten bezocht. Nou ja, eigenlijk alleen de eerste dag want daarna was ik ook wel klaar met die conferentie. Een paar dagen nadien en flink wat ander werk maken dat het beeld dat ik vooraf had en dat ernstig bevestigd werd op die eerste dag alleen maar sterker is geworden. Wat mij betreft was het allemaal ‘much to do about nothing’. Vernieuwingsgraad laag, babbelgehalte hoog, extase afwezig, kunst idem dito en dus eigenlijk niet interessant. Parijs zelf was dat echter des te meer en de twee dagen waarop ik vijentwintig jaar oude herinneringen overschreef met nieuwe, rondzwierf in de stad, Hemingway’s voetsporen poogde te drukken èn een berg foto’s gemaakt heb, zijn voor herhaling vatbaar. Niks fijner dan met een goede camera zwerven in een stad als Parijs op de eerste echte lentedagen. Of het nu ikzelf of Anna Ros was die er gezworven heeft en in La Belle Hortense, Café de Flore en Les Deux Magots zat weet ik nog niet precies.

Alice AnnaCafé de Flore in St. Germain-des-Prés, Parijs

Eenmaal terug was het vol aan de bak met het monteren van Dooie Pier, mijn eerste documentaire die ik samen maak met Arna van der Sloot voor televisie en die aanstaande zaterdag op TV West wordt uitgezonden. Vijentwintig minuten over de pier bij Scheveningen bezien door de ogen van verschillende generaties Scheveningers. Moet hij blijven of moet hij weg? Of wordt het opknappen en wat zijn de herinneringen die ze hebben aan dat markante bouwwerk voor de kust van Scheveningen? Dit is de promotie poster met daaronder de teaser voor de film.

dooie pier poster horizontaal klein

Tussendoor is dan ook nog eens WoordenStorm opgericht. Na een paar jaar in de koelkast gelegen te hebben en niet als bedrijf te functioneren werd het tijd (en bleek het mogelijk) om mijn eenvrouwszaak dan toch maar van de grond te tillen. Het eerste werk is er ook al en dus is de start ‘vliegend’. Mooi en fijn.

De komende dagen zijn wat rustiger en dan kan er gewerkt worden aan de verschillende projecten, van tijdreisgids en toneelstuk tot vertaalwerk en het schrijven aan mijn eigen romans, het voorbereiden van foto exposities en nog zo het een en ander.

Het is en wordt een mooi en druk jaar. Nu maar hopen dat het goed blijft gaan.

© 2013 Alice Anna Verheij

Je suis une femme Européenne.

vlaggen
Je suis une femme
Européenne
sometimes for a while
on a Brittish isle
of wanneer het kan
even Hollands dan

Maar hoe dan ook
en waar dan ook
vooral Europees
en landen wees
grenzeloos ongebonden
zeg ik je, onomwonden

© 2013 Alice Anna Verheij

Date ex machina

Magica ex machina.

De wekker liet zich te vroeg horen. De avond ervoor had langer geduurd dan ze zich herinnerde en de hoeveelheid rode wijn was evenzo meer geweest. Althans, zo liet haar hoofd haar weten. De klok, nee de kalender, was mentaal zo’n slordige 120 jaren teruggezet in de nacht. Geen aprilgrap, wel 1 april.

Het kwam door zoiets eenentwintigste eeuws als Facebook. Tijdens het kleeden en thee zetten bedacht ze dat ze de man nooit eerder ‘in the flesh’ getroffen had. Hij was tot dan een profielfoto en een verzameling gevatte commentaren en conversaties geweest. Charmant in tekst. Het idee voor een ontmoeting bestond al eerder en, eerlijk is eerlijk, was ook al gepland voor een later, zonniger en warmer, moment.

Hugo. Een mooie stevige naam. Lekker kort, beetje vierkant maar met een vriendelijke klank.

Tot dan toe waren de uitwisselingen beperkt geweest tot het literair vliegen afvangen, het uitruilen van kwinkslagen op statusmeldingen en het bewonderen van foto’s met, zonder uitzondering, een nostalgische lading. De man hield van wat de modernisten ‘vintage’ noemen. Zij zelf ook. Het was een foto geweest van een raar autootje, een driewieler met enige verwantschap met een cicade, of een cockpit van een oude Spitfire. Het ding was gemaakt door Messerschmidt en natuurlijk was er de verrassing geweest dat een dame als zij zo’n ding bij naam en toenaam kon benoemen. Een tweetal telefoongesprekken waren het gevolg èn het zalige plan zo’n karretje te bekomen teneinde ergens langs de kust daar een pier mee te berijden. En toen kwam er dat olijke plan van Deus Ex Machina: ‘date ex machina’.

date ex machina

Als een waar tijdreizigster was het vanzelfsprekend gebleken af te reizen naar Vlaanderen. Antwerpen om precies te zijn. Een niet echt vanzelfsprekende plaats voor een Haagse maar gegeven de psychologische ligging halverwege Brussel en Den Haag, de enige plaats die in aanmerking zou kunnen komen voor een afspraakje. Post Victoriaans bezien was het geen afspraak en al helemaal geen date. Dat soort zaken zijn respectievelijk twintigste en eenentwintigste eeuws. Het was eerder een tête à tête. Zonder chaperonne. De gekozen locatie, hoe kan het ook anders met tijdreizigers, was natuurlijk de restauratie van de spoorwegkathedraal van Antwerpen. Een passender plek bestond niet. Een passender datum overigens niet. De zon scheen zelfs.

Na de thee kwam de koffie en een croissant. De bakjes van de kat vulden zich met zalm, niet bepaald een prettig luchtje zo in de ochtend, en water. Een spiegelmoment verzekerde haar van zichzelf en na wat twijfel over passende kleding en hakhoogte verdween ze in haar jas en onder een bolhoedje. Tijdreizigers dragen hoeden immers. De tram kraakte en piepte als een eeuw geleden en de trein vertrok van een station dat zich in zekere zin kon meten met dat van de bestemming van de trein. Ze reisde van Holland Spoor naar Vlaamse trots, het klonk als een boektitel. Geen Fyra te bekennen, dat was vooral geruststellend. Geen vertraging ook. Overstappen in Roosendaal, deze keer geen roepende negotiant met karretje met koffie en koeken op het perron. Die was immers in de tijd verdwenen. Enkele hoofdstukken later dook haar trein ondergronds om aan te komen in het Antwerpse ruimtestation. Captain Kirk was nergens te bekennen, net zo min als Mister Spock. Het verbaasde haar opnieuw welk een wandeling en klim er nodig bleek om in de kathedraal te komen. Eenmaal daar echter bleek de tijdreis er op te zitten. De brede marmeren, of waren het granieten, trappen brachten haar naar de restauratie. ‘Le Royal Cafe’ staat er boven de toegangsdeur. Iets deed haar bedenken dat er eigenlijke ‘Le Café Royal’ zou moeten zijn, ze twijfelde.

Drie seconden waren er nodig om de brede lach en de opgestoken hand van haar amice te zien. Dertig seconden om gezamenlijk te landen aan een tafeltje ergens in het midden van het etablissement. De plaatsing was zodanig dat het haar lukte om de wijzer van de immense klok in de even immense spiegel op het halve uur een sprongetje te zien maken en al vibrerend tot stilstand te zien komen. Het was half twee. Een dame wenst overzicht te hebben.

Beleefdheden en grapjes werden uitgewisseld. Tot wederzijds genoegen. Goede koffie en een side-dish vergezelden hen. Niet lang duurde het voordat de boeken op tafel kwamen. Hij had een bijzonder boek meegenomen, een boek over een oude vrouw die schrijft, van een mannelijke auteur, een leeftijdsgenoot. ‘Godenslaap’ geschreven in 2008 door Erwin Mortier had het voor hem gewonnen van onder meer de Brontë’s. Omwille van het tijdreizen. Zij had, uiteraard, haar laatst geschreven roman meegenomen. Van ‘The old man and the sea’ van Hemingway kon ze immers onmogelijk scheiden en hoe kon trouwens een verhaal van een andere schrijver meer geliefd zijn dan het boek dat je zelf schreef?

Een middag, een goede maaltijd, vele gespreksonderwerpen, een stadswandeling, een bezoek aan (natuurlijk) Den Engel op de markt en een blik in de Scheldetunnel verder, eindigde de ontmoeting waar die begon. Zelfs een val kon niet voorkomen dat ze aan hetzelfde tafeltje in het station zaten. Want cirkels zijn rond en het is belangrijk om wat mooi is begonnen, mooi af te ronden. Een vervolg zal er zeker en vast (of is het ‘vast en zeker’?) komen. In Brussel. In ‘s-Gravenhage. Aan het begin van de avond wandelde ze wederom het ruimteschip in om terecht te komen in een trein. Naar een station in het Haagse. Naar een piepende tram. Naar een kamer waar een kat ongeduldig wachtte. De zalm was op. Het was gegaan zoals ze verwacht had. Een heerlijke dag, een pracht ontmoeting, twee geesten die verwant bleken te zijn, plezier en aandacht voor de schoonheid van het verleden en bedachtzaamheid over het heden. Een ontmoeting ook die welzeker niet alleen een vervolg verdient maar het grote genot van het lezen van een prachtboek dat in de tas mee terug reisde opleverde.

Alice Anna Verheij ontmoette Hugo Schellekens in het kader van ‘date ex machina’ en het werd bovenal een ‘magical date’.

© Alice Anna Verheij

Londen in januari.

Toen ik jong was… Wat een rare zin want als ik jong was zou ik nu oud zijn maar ik voel me niet oud. Ben het ook niet. Denk ik. Maar goed, toen ik jong was een leven geleden, speelde ik korfbal. Ik heb altijd van die sport gehouden maar blijkbaar niet genoeg om het te blijven spelen. Sport is iets dat zo lastig is in te passen, vooral teamsport. Ik speelde dus korfbal. Bij een keurige Haagse vereniging waar mensen als een zoon van de oude Willem Drees en Karel de Rooij speelden. En ik. Ik zal ergens rond de vijftien jaren jong geweest zijn toen die keurige ‘Gymnasiasten Korfbal Vereniging’ een uitwisseling had met een Londense korfbalclub. Nomads Korfball Club, een vereniging uit zuid Londen ergens tussen Morden (nog net Surrey) en Raynes Park (niet ver van Wimbledon.

Die sportuitwisseling was het begin van een levenlange liefde voor Engeland en Londen. Maar een leven kan lang zijn en dus is die liefde voor lange tijd naar de achtergrond verdwenen zoals dat gaat met oude geliefden. Kwam ik in die tijd tientallen keren in de Britse hoofdstad en toerde ik regelmatig door zuid en west Engeland, de decennia daarna heb ik me er nauwelijks laten zien. Een huwelijk zat in de weg en de complixiteit van een ongewild leven.

Nu ben ik weer decennia verder en door een vreemde samenloop van omstandigheden en een schilderij dat me betoverde, is de oude liefde terug gekomen. Afgelopen week was ik weer in die stad, deze keer samen met mijn dochter die niet eerder in Engeland was. Het was een leuke week waarin ik met een opdracht door de stad wandelde, de gangen volgend van vrouwen uit het einde van de negentiende eeuw die hoofdrollen spelen in de boeken die ik aan het schrijven ben. Een stad ziet er anders uit als je met een dergelijke missie op pad bent. Musea, oude kunst, begraafplaatsen en straten in een wijk waar ik eerder niet vaak kwam, waren de bestemmingen. Daarbij sprongen er voor mij een drietal nadrukkelijk uit: 10 Avonmore Mansions op Avonmore Road in Hammersmith, Leighton House op Holland Park Road in Kensington en een heuveltje in een kwadrant in de uiterste westhoek van Kensal Green Cemetery.

avonmore mansions

10 Avonmore Mansions. Ze woonde er met twee jongere zussen en een jongere broer. Ada Alice, die zich Dorothy noemde en in het publieke leven een redelijke actrice, een prachtig model en één van de mooiste vrouwen was maar die daarbuiten de plaatsvervangede moeder voor haar zussen en broers was. Een vrouw met een dubbelleven. Wellicht bevriend met een andere, welhaast onvindbare, vrouw die ze ongetwijfeld in de studio van de schilder zal zijn tegen gekomen. Het is een gebouw dat ergens halverwege de negentiger jaren van de negentiende eeuw gebouwd werd in Hammersmith, om de hoek bij de brug over de spoorlijn en het grote Olympia en Kensington High Street. Op ongeveer een kwartiertje wandelen van Holland Park Road waar ze werkte. Nou ja, twintig minuten met een Edwardiaanse jurk aan denk ik. Op haar grafsteen staat haar artiestennaam, in het boek van de begraafplaats haar familienaam. 10 Avonmore Mansions is nog steeds een bijzonder stijlvol apartementengebouw, gebouwd in een degelijke bouwstijl en met een kwaliteit dat het nog steeds erg prettig zal zijn om er te wonen. Ik zou er zelf graag een tijdje wonen. Naast Dorothy woonden ook haar jongste broer Samuel er en de zussen Hetty en Lena. Minder bekend maar ook actrices en modellen. Edith zal in die tijd schuin tegenover Leighton’s huis in Holland Park road gewoond hebben. Ze was getrouwd met Gustav Schwartz, ook een schilder.

Het is vreemd voor een huis te staan waar twee vrouwen gewoond hebben die nu, ruim elf decennia later, zo en belangrijke rol spelen in mijn leven. Twee vrouwen die ik amper ken maar waarvan ik steeds meer kom te weten en waarvan ik steeds minder lijk te weten, want ze verrassen me regelmatig. Toch is het alsof er een verbinding is met ze. We zijn van Avonmore Road de route gaan wandelen die Dorothy jarenlang bijna dagelijks gelopen zal hebben in de maanden dat haar schilder niet in het buitenland was. Frederick Leighton was immers niet alleen een begenadigd en voornaam schilder, president van de Royal Academy of Arts en Dorothy’s Mister Higgins maar vooral ook een bereisd man. Met grote regelmaat trok hij naar Italië en de Levant (het huidige midden Oosten) en noord Afrika. Zijn huis in Holland Park Road was woonhuis, atelier en showcase voor zijn voorliefde voor klassieke, arabische en oriëntaalse kunst. Het huis is gelukkig behouden gebleven en recent uitstekend gerestaureerd tot misschien wel het mooiste huis in Londen. De Arabische hal is een meesterwerk van Victoriaanse oriëntaalse binnenhuis architectuur. Koranspreuken in de mozaïeken op de muren, een Syrisch houten raam en het zachte getinkel van een fontijntje in de kamer.

leighton house

De curator, Daniel Robbins, heeft ons rondgeleid en honderduit verteld over de schilder, de dames Dene en de geheimen van het huis. De aparte entree voor de modellen is nu een binnendeur maar de kamers van de butler in de kelder is er nog. Het archief van Leighton House herbergt een schat aan informatie over de schilder en zijn leven en natuurlijk een paar echte schatten. Bij het spitten door het archief kwam de overlijdenskaart van Dorothy op tafel, samen met onbekende foto’s van de muze van Leighton. Dorothy in Siena in Italië, uitgenodigd door de familie Cartwright die in Italië woonde, Dorothy als actrice. Mooi, theatraal en mysterieus. Langzaam maar zeker wordt duidelijk welk een centrale rol zij gespeeld moet hebben in de levens van Leighton en haar zussen en broers. Langzaam maar zeker wordt duidelijk dat deze vrouw die de inspiratie is geweest voor George Bernard Shaw’s Eliza Doolittle in Pygmalion, een bijzondere vrouw was. Ik zal nog veel van haar zien en lezen in het komende jaar want net zoals in haar leven eind negentiende eeuw stelt ze ook in mijn onderzoek naar de levens van haar, haar jongste zus Lena en haar collega model Mary Lloyd, iedereen in de schaduw.

dorothy dene

Ik heb Dorothy’s graf uiteindelijk gevonden. Er staat een tekst op die door haar zussen en broers bepaald zal zijn. Liefdevol geplaatst op dat heuveltje op Kensal Green staat er nog een scheef gezakt kruis op een eenvoudige getrapte voet aan de korte kant van een met steen omrand perkje. Er groeit nu mos en wat onkruid. Mensen om het te onderhouden zijn er niet meer. Dorothy is in vergetelheid geraakt maar niet ver genoeg om te voorkomen dat ik de plek vond en er een roos kon neerleggen. Kensal Green is geen Highgate. Er liggen minder bekende mense begraven hoewel er wel degelijk de nodige adel, kunstenaars, schrijvers, dichters, theatermensen, musici, notabelen en militairen een eeuwige plek hebben. Thackaray ligt er, niet ver verwijderd van Dorothy, en WH Smith van de winkelketen, Blondin de koortdanser en de romanschrijver Wilkie Collins op wiens graf een bezoeker een Duitse vertaling van een roman van hem had gelegd en die door wind en regen zal vergaan. Voor mij ging het om iets anders, een soort eerbetoon aan iemand die zonder dat veel mensen het weten de echte Eliza Doolittle was, de enige echte My Fair Lady en voor mij een vrouw die liefdevol voor haar zussen en broers zorgde en een affaire had met de schilder wiens model zo zolang was.

dorothy dene (1)

Londen was anders dan decennia terug. De camera’s in de straten, de ondergrondse die nu vrij schoon is net als de straten. Het is een ander, mooier en interessanter Londen dan ik in mijn herinneringen had. Nu ik weer thuis ben is het goed in de wetenschap te leven dat ik altijd nog naar Londen kan om te genieten. De oude geliefde is weer in mijn leven en het is nu tijd om er over te schrijven en over de oude Dave, een romanticus die ons op de begraafplaats spontaan de bijzondere plekken liet zien.

© 2013 Anna Ros

A lady, some dead poets and a painter’s academy.

Didn’t expect to find the one we did and not to find the one we wanted to. I mean, we were looking for that dead actress but found the lady instead. Lady Wilde to be exact. Oscar’s mom. According to her tombstone she wasn’t just his mother but also a nationalist (which is no surprise) and a women’s rights activist (which is a surprise to me). But also a pretty snobbish character according to Dave. Dave? Yes, Dave. The old guy we met at the graveyard and who visits the place twice a week every week. He likes the quiet atmosphere he said. And he loves to chat about the people who’s remains are lying there under the most fantastic stones, monuments and tombs. Surrounded by stone carved angels frozen in time. It’s a poets place shared with writers, theater people and painters, doctors and officers, gentlemen and their ladies.

lady wilde

So what’s snobbish about lady Wilde? Well, Dave told me that she had some desires concerning the place where her remains were to rest till eternity. A tree for instance. She demanded to be buried under a tree, which I can understand as she would be secured by crows and other creatures inhabiting the trees. Like the squirrels one can see running around the place. The snobbish thing however was her wish not to be born next to ‘commoners’. After all, lady Wilde was a lady and commoners where of the lower species in her opinion, I presume. I guess it’s forgiven by now.

Dave was quite a character and we met him by accident. The old man was about seventy years old I suppose and walking in the muddy paths in between the stones and monuments. He obviously knew his way around because for an hour or so he guided us through the maze of thousands of stones to the likes of William Thackeray, princess Sophia, some poets and writers and peculiar ladies. With stories as a company he clearly enjoyed showing some of the special monuments. From the Egyptian like tomb with the sphinxes around it, to the lady with the veil over het head and the tomb from which a tree grows without any roots in the ground. It made the place magical and the visit most enjoyable.

After the long walk it was nice to rest a bit at the pub just around the corner. A typical Victorian style building with high ceilings, dark wooden panelling, an endlessly long bar and just the right tables and chairs to be comfortable. The Mason’s Arms is an old one, named after the stone masons who would have been working next door carving stones and monuments.

The tube station is near and within minutes the underground brought us right into the heart of London for a non buying shopping spree in Oxford and Carnaby Street, Piccadilly, Soho and with some detours to Burlington House, the wonderful building where the Royal Academy of Arts was and still is seated. It is magnificent with beautifully painted ceilings, impressive stairways and an atmosphere which is inviting. Great exhibitions too but that wasn’t what we came for. It was the building with the seven arches at the entrance looking like enormous teeth in a monsters mouth waiting for people to step inside.

Time warp.

We’re in the Windsor Castle. The pub, not the castle. In Holland Park close to the Kensington area for which this whole visit is intended. The great thing about the place is that’s its still for the most part in its original state. Three areas separated by wooden walls to divide the customers. At the back is the Sherry Bar. In old times for men only. The 1835 pub was first a meeting place for farmers bringing cattle to the market in Hyde Park, then a meeting place for painters and poets and now for trendy and moderately wealthy locals. Most important me is that it is the very location where some of my novels characters used to meet long, long time ago. And it felt good to be there because it was everything I hoped for to find. An ideal spot for some key scenes in the lives of the ladies who have become a part of my life in such an unexpected manner.

A few hours later we’re back at the Mason’s Arms, drawing a bit and writing a bit in anticipation of what’s to waiting for us in the coming days.

© 2013 Alice Anna Verheij

Terug naar een oude jeugdliefde.

Ik ben een romanschrijfster en onverbeterlijk romantisch. Dat laatste was ik altijd al en dat eerste sinds een aantal jaren. Het is buiten de gebruikelijke uitdagingen heel erg leuk om romans te schrijven. Zeker voor mij omdat ik zonder concessies mij kan wijden aan het schrijversvak en mijn leven zo ingericht heb dat de belemmeringen om dat te doen minimaal zijn. Iets wat ik anderen ernstig ontraad overigens want het betekend wel leven in minimale omstandigheden. Mijn thuis is een kleine kamer op twee hoog voor.

De charme van mijn manier van het schrijven van romans is dat er veel onderzoek nodig is. Heel veel onderzoek. Mijn eerste gepubliceerde roman bracht mij op de wallen tussen de prostituees en in een vage club en mijn tweede in vluchtelingenkampen in Nepal. Ervaringen die mijn denkwereld ernstig hebben veranderd en mij voor een flink deel ook vrijgemaakt hebben van conventies, de moraal van (een deel van) mijn opvoeding en angsten die zinloos en onzinnig zijn.

De roman waar ik nu aan werk is in veel opzichten een omslag in mijn werk aan het worden. Ten eerste is het een roman die niet in het heden maar in het verleden speelt en toch geen historische roman is. Daarnaast is dit het boek waarin veel autobiografische elementen verwerkt worden door ze te projecteren op een van de personages. Daar komt nog bij dat het niet één boek is maar drie, een trilogie. Dat laatste was niet de bedoeling maar gegeven dat boeken in zekere zin zichzelf schrijven een logische uitkomst van een goed half jaar onderzoek op thematiek, locaties en personages. Maar er is nog iets.

Londen Januari 2013

Lachrymae (‘Tranen’) is in zekere zin ook een terugkeer naar een periode in mijn jeugd die zeer complex was maar waar ik gelukkig ook goede herinneringen naast de hele slechte heb. Die goede herinneringen hebben in sterke mate te maken met de jaren dat ik meerdere keren per jaar in Londen was. Ik had er een sport- en penvriend en we hebben veel tijd samen doorgebracht. Hij te gast bij mijn familie en ik bij zijn familie. Goed, hij woonde eigenlijk in Surrey en strikt genomen dus niet in Londen maar Morden is wel zo ongeveer het uiterste puntje van Surrey en voor de onbekende simpelweg zuid Londen. Een gezin in een kleine arbeiderswoning in een arbeiderswijk waarvan de vader postbode was en de moeder de twee zoons opvoedde. Een zeer Engels gezin ook.

Ik dwaal af. Mijn nieuwe werk brengt me terug naar Londen. Naar Kensington en Holland Park om precies te zijn en naar Burlington House (en natuurlijk de Burlington Arcade). Plekken in die stad waar ik vaker ben geweest maar in die tijd nog geheel onwetend van de reden waarom ik er nu terugkeer. Ik heb altijd erg van Londen gehouden. Toegegeven, Parijs is romantischer en tintelt meer. Maar Londen was en is een heerlijke stad met een geheel eigen sfeer. Of sferen eigenlijk. Deze keer heb ik een opdracht voor mijn bezoek. Ik ga er zoeken naar wat er nog over is van de geschiedenis van een paar vrouwen, schilders, beeldhouwers en dichters uit een vervlogen tijd. Een tijd waarin er nog de koetsen reden die langzaam vervangen werden door auto’s, een tijd met een zo op het oog strakke moraal maar een evenzo duidelijke hypocrisie die mensen er toe bracht om in het min of meer verborgene zich te onttrekken aan die moraal. Ondeugd zoals dat in Engeland kan zijn. Mijn vrouwen (het zijn er drie) leefden aan dat randje van de maatschappij waar de kunstenaars te vinden waren. De schrijvers en dichters, schilders, beeldhouwers, de eerste beroepsfotografen, acteurs en actrices, de zangers en zangeressen. Niet te vergeten ook de modellen voor de schilders, beeldhouwers en fotografen die niet zelden ook actrices en zangeressen waren of veaudeville of burlesque sterren. Of gewoon prostituee, want er waren in die tijd enorm veel dames die alleen op die manier een eigen bestaan konden opbouwen en onderhouden. Courtisanes, maitresses en hoertjes bevolkten de stad in grote getale want er was nu eenmaal heel wat emplooi voor ze. Zo niet mijn vrouwen, zij waren model en actrice of model en naaister. Een aantal van hen waren min of meer beroemd en een enkeling nadrukkelijk geroemd om haar exceptionele schoonheid.

Het is ruim honderd jaar later. Mijn vrouwen leven niet meer maar toch ook nog een beetje wel. Het is moeilijk om ze te vinden maar ze zijn er nog wel. Op muren van paleizen en musea, van Buckingham Palace tot de Tate Gallery zijn ze nog te zien. Alle drie. Dat maakt het zo heerlijk om naar ze te speuren. Ik ga ze zien straks, geschilderd in de tijd waarin ze op hun mooist waren, ik ga van enkelen de huizen zien (want die zijn er nog steeds) en een atelier waarvan ik zeker weet dat ze er alledrie model gezeten hebben voor één van die schilders. Samen met curatoren en anderen ga ik hun gangen na en ik weet zeker dat ik met aanzienlijk meer beelden en informatie over hun terugkom als wat ik nu heb voordat ik afreis.

De plaatsen die van belang zijn ga ik bezoeken, in mijn hoofd als één van die vrouwen. Ik ga er door haar ogen naar proberen te kijken en weet dat ik dan heel andere dingen zie dan iedereen om mij heen. De Tate Gallery, de Royal Academy, Leighton House en de straten in Kensington zullen er dit keer anders uitzien voor me dan toen ik er lang geleden was. Niet omdat de moderne tijd toegeslagen heeft, want op de overal aanwezige camera’s na valt dat wel mee maar vooral omdat ik anders kijk.

Als het allemaal lukt dat is dit bezoek het begin van een periode waarin ik vaker in die heerlijke stad zal zijn, speurend naar wat er nog wel is van een vervlogen verleden en ondertussen mijn jeugd een beetje terug halend. Voor mijn gevoel doe ik dat terwijl ik de meisjesnaam van mijn moeder draag. Ze zou het mooi hebben gevonden.

© 2012 Anna Ros

Verrassing

Life is full of surprises.

Inderdaad. Waar begin dit jaar het er nadrukkelijk naar uit zag dat ik voor jaren in Nepal zou gaan wonen blijkt de werkelijkheid enkele maanden later volledig anders uit te pakken. Tegenslagen in de liefde en in mijn mogelijkheden op een normaal leven maken dat – zoals wel vaker in mijn rare leven – de vlag er na een paar maanden bepaald anders voor staat.

Financieel dusdanig aan de grond gezet dat er zonder een mirakel geen kans is om terug naar Nepal te gaan leek het er de laatste maanden op dat dit jaar een jaar om over te slaan zou worden. Tenminste als het om het reizen gaat. Natuurlijk, er wordt naarstig gewerkt aan de film die toch echt deze zomer uit komt, de publicatie van maar liefst drie boeken in de komende maanden en een grote tentoonstelling in de Domkerk in Utrecht in september en oktober. En dan ben ik ook nog begonnen aan een nieuwe roman. 2012 blijkt dus vooral een creatief explosief jaar en om dat mogelijk te maken moet ik nu eenmaal in Nederland zijn.

Daar komt bij dat ik van mezelf weet dat als ik in de gemoedstoestand waarin ik verkeer binnen enkele maanden naar Nepal zou gaan ik er zeker van ben niet meer terug te komen. Zo sterk is mijn afkeer van dit land geworden. En niet zonder redenen.

Maar, het lot beschikt weer eens anders en karma plaatst me zoals zo vaak voor verrassingen.

Om te beginnen ben ik even een paar weken flink ziek geweest en dat is een prima manier om weer met beide benen op de grond te belanden. En keuzes voor de korte termijn te maken. En dan zijn er vrienden en vriendinnen die het eigenlijk niet leuk vinden als ik lang weg ben. Wat natuurlijk geweldig lief is en me doet beseffen dat zij ook voor mij te belangrijk zijn om afscheid te nemen van het westen.

En dus wordt de zomer besteed aan het werk rond film en publicaties. Om het nog een beetje leuk te maken buiten het werk heb ik besloten de Literaire Salon terug te laten komen maar dan wel in de buurt waar ik nu woon en die ik met de dag leuker ga vinden. Daarover volgt later ongetwijfeld meer. Verder werk ik dus inmiddels op de momenten dat daar wat ruimte voor is aan mijn nieuwe boek, ‘De engel van Kensington’ waarbij ik weer het plezier van het roman schrijven terug heb gekregen na bijna een jaar afwezigheid.

Maar het land uit anders dan voor een kort onderzoeksreisje naar Londen ergens in de komende maanden was van de planning verdwenen. En dat is lastig voor iemand die eigenlijk vooral een reizigster is met de lusteloosheid van een bohémienne.

En dan belt een vriendin die me naar Lesbos meeneemt in september. Twee weken vakantie (met een beetje werken) op een mooi eiland in een mooie zee met leuk gezelschap. En dus wordt er toch nog gereist dit jaar. Onverwacht, zoals het hoort met verrassingen. De camera’s gaan mee wat daarvoor is er werk aan de winkel en dat is eigenlijk ook wel weer leuk want gefilmd en gefotografeerd moet er natuurlijk wel worden dit jaar.

Sommige pareltjes zijn het mooist in het roze. Voor degenen die ook zin hebben in een september avontuur (en het vrouwenfestival op Lesbos), er is nog plek… en voor goed gezelschap schenk ik met alle plezier een lekker glas wijn bij zonsondergang.
http://pinkpearlsamsterdam.com/nl/reizen/Fantasy-Island-holiday

Ik kijk er nu al naar uit.

Alice © 2012

Public Transport in the Netherlands or how something good turns evil…

I live in the Netherlands and in the city of The Hague. That’s where the government seats. A beautiful centuries old city with wonderful sights and a generally peaceful atmosphere. The City of International Justice too as the United Nations has vested their International Court in it. The Hague is a proud if not sometimes pedant city. A typical western European government city. Not the capitol of my country as that is reserved for Amsterdam but still quite important.

And like any of these type of cities, The Hague has public transport. Buses and trams. Actually it has a fairly modern public transport system albeit somewhat expensive for the travelers. But it does operate quite well and most people seem satisfied with the performance of the HTM, the Haguean Tram Company or whatever name it would have in English. An old company too. Since a couple of years The Hague is like other cities in the Netherlands, actually like most of the country, blessed with the ‘OV chipcard‘ system, the Public Transport Chip Card that facilitates travelers in fast and easy payment of their journeys. Like a pre paid phone card it works on a balance that can be placed on the card’s account, which basically is some sort of dedicated credit card. And the system works. Most of the time that is.

Now, introducing the ‘OV’ system has taken years and years and many political discussions on government and city levels. But it’s there now and there is no escape from it. Or is there?

Some years ago the HTM, the local public transport company, acquired new railcars for the newly made metropolitan lines 3 and 4 that run in The Hague and between The Hague and Zoetermeer, a phorensic town just outside of The Hague. Nice modern railcars with much more comfort thant the old ones that are running in the streets for some decades. Although the first few years of this new model railcar were not exactly easy it now is a quite reliabel tramway. But not for the chipcard system that has been implemented in the railcars in the past few years.

First of all it took a couple of years fo dual ticketing systems on the line 3 and 4 because on government level the chipcard system was not agreed resulting in tramcars running with chipcard readers installed that were switched off. Only after some three years and numorous political discussions and technical drawbacks like hackable chipcards the system finally was switched on sometime ago.

The Dutch Way.

Meaning that the old system was abandoned after some months and the travelers are since then expected to use the chipcards exclusively. No card sales in the railcars except from a ticketing machine. A ticketing machine that – although German built – continuously malfunctioned. Until this day. Actually in the first year the chances of a working ticketing machine against a non working were about 50:50 according to emperical research by the author. It saved me quite a lot of money because when the machines don’t work and tickets can not be bought otherwise, whow would be so stupid to have a chipcard on him er her. Well, not me, that’s for sure.

So I had a lot of free travels thanks to the crappy system.

Until I went to Nepal for sometime and after the first journey noticed a major change. The coint slots of the ticketing machines were barred by an aluminium strip rendering them inoperable. Only paying by Chipknip (a digital wallet in the form of yet another chipcard) was allowed since then. The good news ofcourse being that most of the machines didn’t work anyway so I continued to happily travel for free. And when checked and the conductors noticed a broken ticketing machine everybody simply had a lucky day.

Then I went to Nepal again.

When I returned for the second time another thing was changed. Now there was another aluminium plate glued to the front of the machine. With words on it. In English translation it read the following:

‘When this machine is not working or you don’t have a Chipknip with you, a valid transport ticket remains obligatory.’

Wow. I almost immediately realized that this message means that when you don’t have public transport chipcard with enough balance with but do have cash and a chipknip for digital payment while one of these damned machines broke down you are liable for a heavy fine. The logic in that completely went beyond me.

A public transport company that doesn’t facilitate buying transport tickets because they blocked cash payment and there’s no conductor on a tram and that has inoperative icketing machines actually thinks that they can fine travelers who in such a case continue traveling?
First of all one can only discover this situation after entering the railcar which by the time you find out that it’s imposible to obtain a ticket has already start moving will automatically make your journey illegal and there is no way you can get out of a moving railcar.
Second it also means that if you succeed in escaping your illegal journey at the next stop it means that you have to wait until the next railcar hoping that it has a working ticketing machine on board, which it in about 50% of the cases won’t and therefore bring you in thesame situation as before.
Thirdly it means that some travelers can by no means pay for a ticket even if they wanted too.

Obviously this situation is hilarious to say the least but the real problem started when the transport company actually ordered their staff to fine the purpetrators who they might catch in such a situation. The transport and chipcard system obviously had some trouble with mental derailment. It took a while and some quarrels in the trams between travelers with good intentions but without valid tickets and conductors with weird instructions, before local politics stepped in. So just recently the mayor of the city together with the responsbible city council members asked the transport company what the fuck they were doing? Not in those words I expect, but the answer did come in the end.

In the letter of which a relevant part is shown here the public transport company first of all downplays the problem by stating that the machine are most of the times working albeit that they have no figures on the number of malfunctions. Then they come with this great alternative. When a situation as described occurs the traveler is supposed to attack – in a friendly manner – any conductor entering the tramcar and force these to accept cash payment for their journay against th eminimum rate of €2.50.

Brilliant. So in essence nothing changed because that was how it always has been before exceot that these conductors no longer need to fine anyone willing to pay a normal minimum fare.

And so, the transport system and it’s latest innovation once again showed a typical Dutch approach: don’t fic the problem but just organize yourself around it…

Alice © 2012

‘The Storm’ (2) or ‘Back Home?’

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Namaste my dear readers and friends. I wish you all a great New Year.

I Know, I know, I’m a bit late in doing that but as you know I’ve been away for a month to a region where modern technology is something that is not available constantly. And (I only dare to whisper that) I actually haven’t written much in that month. except for some love letters and the occasional FaceBook status update. But I’m back home. That is to say, my Dutch home for I have during my travel found a new home to live. A Nepalese heart where I feel loved and safe. I won’t reveal nor bother you with the details so let’s just say I’m hooked up with a wonderful nice woman who I love dearly. So I now have another ‘home away from home’ in the south of Nepal, the eastern Terai region to be exact.

The storm I wrote about last month has eased. The questions I had while leaving the Netherlands have been answered and many decision has been taken. The most important one being that I desire to lead a splint life. Half of it (or more) in Nepal, half (or less) of in in the Netherlands. The rest is just the execution of that desire. On the flight back the most vivid sign that such it a good decision is that we faced heave storms over de middle east making the flight slow and the flight time long. We faced ‘headwind’ while returning from the last shooting trip for my film ‘Headwind’. Actually, OUR film ‘Headwind’ as the positions in the production team have changed. Making ‘Headwind’ is no longer my personal task and responsibility, it has become a group thing now with a co0directing producer and a co-pruducing director.

Our trip to Sikkim to shoot mountain footage and travel through the earthquake struck area of the south central Himalayan state of Sikkim has been successful. We’ve also seen the teagardens of Darjeeling and the mists over Pokhara. We visited the now familiar places in Kathmandu, Patan, Pashupatinath and Boudha and travelled by bus, mini taxi, tourist taxi, airplanes, four wheel drives, local busses and riksha’s. We revisited the refugee camps near Damak, the now abaondoned and somewhat spooky Goldhap camp and we talked to and interviewed many. We visited the ex hunger strikers in Beldangi who have risked their lives for the unregistered people in the camps. We stayed at the farm of my love just outside Damak village in between the now still empty rice fields in between fields of amber colored mustard.

And we never had any disagreement or quarrel. Everything happened just like it should. We delivered financial aid to vulnerable non registered, brought media equipment to motivated and eager journalists in the exiled community and brought the photo’s from our exhibition (the one in the Netherlands) back to where they originated. And it all went well.

So here I am in my European home. Feeling happy with what we did living in anticipation of the next few months in which the film will finally become reality. Feeling sad about the love that I had to leave behind (but will see again soon). Making plans for the next journey, the publication of a number of books within three months and feeling dislocated as my heart is still out there.

In the coming months the following results will finally come from the project I started almost one and a half year ago:

  1. the English language novel ‘Headwind, Laxmi’s Story’
  2. a photobook about elderly people in the Himalaya‘s
  3. a photobook about the Bhutanese exiles living in diaspora
  4. the documentary ‘Headwind’
  5. a photo exhibition about resettling in the Dutch community
  6. a cd with music from the film
    and many, other things…

It’s going to be a busy time. After that time I will travel back to Nepal and God willing stay there for five months to live with my love and to promote and sell the results of our work. To show the film to the people who have become my inspiration and are part of it.

For now I’ll just focus on the work. Writing here will be less intense as it has been last month simply because of all the things I have to do for the project that not only produces these wonderful things and art but that has also changed my life and the life of some others working on it.

For the record: we’ve produced almost twelve thousand photos this journey, seven hours of footage and millions bits of memories. So much happens when filming and so memory memories build upon each other. In the end it feels like an epic journey and maybe that’s what it was.

So, namaste my dear western friends, I’m back. For a while. And for my eastern friends I can only say ‘pheri bethaula’.

Alice © 2012

Dancing girls.

Janakpur, although in Nepal a provincial town that is in all aspects Indian by nature. A holy city in Hinduïsm. Holy because Sita, the wife of Rama came from Janakpur and she married Rama in her hometown. Nowadays Janakpur is the center of the region in northern India and south Nepal that once was the Mithila kingdom. An ancient kingdom with its own language (Maithili) that is still spoken in the region, its own art like painting, fresco’s, sculptures and theater.

It was a at the time not so hot day, meaning something like a comfortable 25 Celsius and we got the opportunity to meet a theater group. The made traditional theater, a mixture of almost Bollywood style dancing, singing and music of a harmonium and madal drums. The rehearsal took all afternoon and we thoroughly enjoyed watching them acting and dancing. And how these girls danced. Fast rhythm , fast feet. The moves familiar for Hindu dances and an enthusiasm that was electrifying. And although the men were no less than the girls in their dance it’s the girls what took my breath away. Because of their natural grace, the way they were dancing as if they were one and certainly because of their energetic fun.

It’s this photo that I love especially as the composition of the two first girls behind each other almost form a Shiva, my favorite Hindu God. Taken with my Olympus E420 on manual control to get the right movement effect.

Alice © 2011

Return

It’s certain now. Even before years end I shall return to Nepal. To my friends, my loved ones. To that special young woman who I am so fond of and without who it is difficult to live. To that amazing young man who has helped me so much while filming in difficult circumstances earlier this year. To all those people living in the refugee camps which I have become so familiar with. To the elderly whom I have had the honor to visit their simple homes and share a meal, or tea or just a conversation.

To the colors of the clothes the woman wear wether they live in poverty or not. To the smells in the streets that one can only value properly when experienced in person. To the rivers, the streams, the mountains and the wildlife. To the crowded Kathmandu city and the so silent and tranquil rice fields. I wish there were fireflies in winter. To the temples to do Puja, to the Buddhas, the Hindu Gods and Goddesses and to my personal lama in the amazing Boudha quarter of Kathmandu, who I started to like.

But most of all, really, to that one person who has touched my heart with her smile, her joy, her wit and her love.

It’s only weeks from now and I can’t believe it to be true. I can’t comprehend the wonders and amazement I shall – again – experience. Hopefully not only in Nepal but also in the Indian state of Sikkim. That former smallest of three Himalayan kingdoms which is now part of that enormous India. To visit the temples and stupas and to feel like home again. Of course I’ll carry my cameras with me and return with hours of footage for the Headwind Documentary and possibly other work as well. And again with hundreds if not thousands of photos of which I am sure already that there will be many great pictures. This time the balance is tipping more towards holiday and less to work but even now there is work to be done.

I cannot wait to embrace Nepal, my friends there and my Bhutanese family. And you my dear. Because if you read this you know it’s you that I long to see. And this time maybe we can together see a glimpse of the future.

Alice © 2011

Havoc on Lesbos.

ANOTHER UPDATE (November 7):
Today I receive d a threatening email from a Dutch lawyer summoning me to take back the article you can read underneath these lines. Of course I shall not do that. My public reaction to this can be read here: http://wp.me/p29zz-1KP.

UPDATE:
As the latest reactions on this article do not add anything to what’s already been written the possibility to file any further comments is closed as of now. If you want to react further, please email me directly on alice.schrijft@xs4all.nl.

As the writer of this article I do understand that some people who have additional information are afraid to react publicly but still want to share that information. That is possible! Any reactions containing new information and additional facts are most welcome. Sources will be protected by me as I never reveal them according to normal journalistic standards. New information is welcome and will possibly be used for a follow up article that is currently being composed by me.

Alice Verheij 

English translation of a previously published Dutch language article on this website.

Sometimes I would like that lesbians, or maybe the whole gay community, would behave themselves a little bit more like the heterosexual mainstream. Mind you, sometimes, only sometimes. A lesbian businesswoman operating in the lesbian market told me a while ago that she didn’t understand why some lesbian businesswomen in ‘the community’ behaved themselves the way they do without scruples. My curiosity was awakened and I wondered what had happened. After a few months of research in the dark dungeons of the lesbian business community I got my answer. Which was not a very nice answer because it seemed that there were very dubious, if not Mafioso, practices going on out there. Healthy competition seems to be banned, just like a free market. Intimidation and manipulation rule.

Since many years a festival is being organized on the Greek island of Lesbos aimed at lesbian women. For the outsiders: on Lesbos once lived Sappho, a famous Greek female poet who wrote about lesbian love. The lesbian pilgrimage is visited yearly by a large number of lesbian women from all over the globe around the solstice during summer. Women who collectively enjoy sun, sea, food, hospitality and each other, celebrating the lesbian lifestyle. The ‘International Eressos Women’s Festival’ in Skala Eressos is an attraction for many lesbians and many have been there or will go there because one should go there at someday. If you like great music you wait every year for the Dutch Pinkpop Festival and if you as a woman love women   Lesbos lures you in the summer. It’s a great festival. Or rather: it was a great festival.

Where many people travel rises business interest. It’s like that in the hetero world and the lesbian community obviously is just like that. And although the Netherlands is a small country, it certainly is not without importance in the international lesbian community. That business interest, thus money, translates itself normally into a healthy competition between businesspeople and companies. The hundreds of women who travel to the Skala Eressos festival every year represent (travel, accommodation and expenses added up) the equivalent of a couple of hundred thousand Euro’s potentially rising to about a quarter million Euro’s. A bag full of money who for some is so attractive that they choose to fight newcomers in that market. That fight, according to the lamentation of the business woman, knows no scruples. Literally.

What’s the issue? Since April 2010 the Dutch based travel agency TravelWomen, which aimes specifically at the lesbian market, is trying to monopolize the market. That is done by at least supporting a (now after nine months of creating havoc) slander campaign against their newcomer competitor Pink Pearls. Which, when the issue escalated to Dutch soil, ended up in threats and intimidation and even blackmail of artists who were booked to perform on women parties organized by that same newcomer competitor. A slander campaign orchestrated by an anonymous group of lesbian women. This group a.k.a. ‘De Moraalprincessen’ (the Morale princesses), succeeded in their endeavor with a social media (Facebook and Hyves) centered slander campaign. They were able to do that because on the one hand the victimized business woman was not able to respond timely and adequately because of very sad personal circumstances and on the other hand because many women in the lesbian community hopped on the slandering bandwagon. Tempted by the sensationalist gossiping of populistic lesbians mainly from the Amsterdam lesbian community. No means were shunned to push the competition out of the market and as a smart distraction maneuver the organization of parties was spearheaded to ‘get their point across’ within the community, sidelining the concerned businesswoman. The parties organized by ‘Garbo for Women’, previously organized by two (now former) businesspartners (the women behind ‘Garbo for Women’ and ‘Garbo Amsterdam’) were monopolized by the first. Although both business partners had previously agreed that they would both follow their own track to organize their own parties ad lib, ‘Garbo Amsterdam’ was falsely accused of name stealing the Garbo name. Social media were extensively used to blacken and destroy ‘Garbo Amsterdam’. Even an (expensive) name change to ‘Pink Pearls’ was to no avail. Women were pressed through social media to boycott the Pink Pearls parties. The organization behind Garbo for Women stayed silent, they were not attacked end pushing out Garbo Amsterdam was beneficial for the business. They enjoyed that the uncritically community morally allotted the Garbo name to them. But it didn’t end there.

Garbo Amsterdam (now Pink Pearls), who organized the Garbo Amsterdam parties (later the Pink Pearls parties), owns some other businesses. A datingsite, a webzine and the organization of travels to the Eressos festival on Lesbos. Which was the original target. So, coincidentally , in April another group of again anonymous lesbian women started, in close cooperation with a German company (Skytravel24 from Wiesbaden) a slander campaign by publishing a Europe wide press statement. From early 2009 it was reported in the media that the festival in september on Lesbos was organized by TravelWomen. This, of course was not true because the real organizers of the festival, Sappho Women, is a Greek organization based on the island. Even a respectable newspaper like the ‘Volkskrant’ was misguided in a published interview with the editor in chief of the ‘Zij Aan Zij’, a Dutch lesbian monthly, in which again this false image of reality was painted. In June the campaign intensified en as said, a press statement was issued and distributed on June 28 on Lesbos. Again social and traditional media were used. That misguiding press statement kept on circulating until the September festival amongst women visiting Lesbos. Those campaigns were led by the anonymous groups ‘The Lesbian Veterans of Eressos’ on Lesbos and ‘De Moraalprincessen’ on Facebook and Hyves in the Netherlands. But with some digging it was not that difficult to unveil the people behind these anonymous groups until last week the Facebook and Hyves groups disappeared from the net.

TravelWomen, the travel agency in Utrecht, the Netherlands, succeeded as an effect of this campaign in pushing Pink Pearls out of the market (temporarily). Business benefits: an estimated €150.000 2011 turnover from travels and accommodations that would not have to be shared with a competitor. The prognosed turnover for 2012 is considerably higher. Pink Pearls was forced to annul the September journeys to Lesbos to prevent further damage to the festival. The Greeks (Sappho Women) were not amused with this pause in their working relationship but also didn’t want to become victims of the business issues of Dutch companies. The Zij aan Zij magazine, the as mentioned earlier leading (young, hip, tolerant and sexy) monthly for lesbian women let themselves once again to be the promotional channel and publicized in January 2011 an insinuation against Pink Pearls regarding the Garbo womens parties. Of course not mentioned by name, but that obviously is not necessary in the lesbian community where most readers know very well who is intended. That this magazine is disregarding normal journalistic practice is obvious but that it by doing that became part of a criminal conspiracy is naive, to say the least. That magazine is not the only organization that was led by the nose. Even known organizations and individuals in the gay scene have compromised themselves by supporting comments to the ‘Moraalprincessen’ on their Facebook and Hyves pages. Demonstrating that populistic and publicity horny gays are uncritically following slander campaigns easily. Especialle when personal or business  profits are out there. Of course a magazine needs content and workshops need to be sold.

In the meanwhile in Greece in the Lesbos capitol Myitilini a court case is filed concerning Mafioso practices against the German company. The Dutch court case around these slander campaigns concerning the Garbo name and travel business is upcoming. In the past nine months proof has been gathered on both slander campaigns against the originators. It now is a solid legal case. When the summons will be send it is to be expected that a small shockwave will go through the lesbian community. Because who would have thought that Dutch lesbian business women would use Mafioso practices or let themselves be dragged into that? Who would have thought the lesbian business community in the Netherlands is so sock that even abroad court cases are being held? And  who would have thought that lesbian business women have so few scruples in shitting their own nests.

Soon I will publish more information about this case. The waiting now is on the summons to go out and the moves made by the involved businesses in Greece and the Netherlands. The sad thing is of course that the business woman at the start of this article, Annelies Hintjes, as the driving force behind Pink Pearls, is being forced to follow the legal path out of self protection. That while the only thing she really wanted to do was organize compelling parties and beautiful travels for lesbian women together with Sappho Women, the Greek organizers of the festivals in Skala Eressos. That lesbian women choose to fight commercial interests with illegal practices is as far as I am concerned shocking.

Alice Verheij © 2011

Alice Verheij is a Dutch novelist, film maker and journalist writing about social topics including refugees, womens and gay rights and the lgbt community. Many of her publications can be read at www.aliceverheij.net

Lawaai op Lesbos: ‘er zijn er bij die over lijken gaan.’

Naschrift 2 (7 november):
Vandaag ontving ik tot mijn verrassing een email van een Nederlandse advocaat die me sommeerde onderstaand artikel en verwante artikelen terug te trekken. Daar kan natuurlijk geen sprake van zijn. Mijn publieke reactie op die rare email kunt U hier lezen: http://wp.me/p29zz-1KP. 

Naschrift:

Lieve mensen, deze plek is een schrijfplek van me. Geen forum en ook niet bedoeld voor beschuldigingen aan wie dan ook anders dan in door mijzelf geschreven artikelen (waar ik uitgebreid onderzocht heb, bewijzen heb en hoor-wederhoor heb toegepast).
Met klachten over TravelWoman kan het beste gereageerd worden naar hun zelf of op de openbare lesbische fora. Natuurlijk ook naar de ZijAanZij die dat bedrijf schaamteloos geplugd heeft. Ook de ZijAanZij heeft een forum.

Bijval voor een geschreven artikel is natuurlijk fijn en zeker ook voor Annelies die zoals ik in het artikel schrijf het slachtoffer is geworden van een criminele lastercampagne. Ik hoop van harte dat zodra de Nederlandse rechtszaak er is dan ook via andere wegen de waarheid boven water komt. Zelf zal ik tegen die tijd een wederom een artikel erover schijven waarbij ik van plan ben de zaak bij de rechtbank in de zitting te volgen.

Van belang is dat TravelWoman, Garbo for Women en de ZijAanZij zich in stilzwijgen blijven hullen, wellicht vanuit een aanpak om door doodzwijgen te hopen dat het stormpje overwaait. Van belang is ook dat Annelies met haar Pink Pearls gelukkig van plan is om de draad heel nadrukkelijk en met alle energie wederom op te pakken en ook weer reizen te organiseren in samenwerking met de werkelijke organisatoren van het festival in Skala Eressos.

Hierbij sluit ik de reactiemogelijkheid op deze post.

NB Mocht iemand additionele informatie en / of nieuwe feiten weten over deze zaak en die niet publiekelijk willen delen (ik weet dat sommigen bang zijn voor de gevolgen binnen de gemeenschap) dan kan dat altijd naar mij gestuurd worden via email. Alle informatie wordt vertrouwelijk door mij behandeld en ik onthul mijn bronnen niet (conform de normale journalistieke praktijk van bronbescherming). Verdere reacties met nieuwe informatie kunnen gestuurd worden naar alice.schrijft@xs4all.nl.

~

Soms wil ik dat lesbo’s, of eigenlijk misschien de hele gay community, zich eens wat meer zou gedragen als de hetero mainstream. Let wel: soms, heel soms. Een onderneemster die onderneemt in de markt voor lesbische vrouwen verzuchtte laatst dat ze niet begreep waarom sommige onderneemsters in ‘het circuit’ zich gedragen zoals zich gedragen en over lijken gaan. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en ik vroeg me af wat er aan de hand was. Na een paar maanden spitten in het donkere moeras van lesbisch ondernemersland heeft me dat het antwoord opgeleverd. En dat is geen fijn antwoord want er blijken op zijn minst heel twijfelachtige, zo niet maffiose, ondernemerspraktijken aan de orde te zijn. Gezonde concurrentie lijkt uitgesloten, een vrije markt evenzo. Intimidatie en manipulatie overheersen.

Sinds jaren wordt er een festival op het Griekse Lesbos gehouden voor lesbische vrouwen. Voor de niet kenners: op Lesbos woonde ooit Sappho, de bekende Griekse dichteres die over de lesbische liefde dichtte, heel lang geleden. Het lesbische bedevaartsoord wordt ieder jaar bezocht door een groot aantal vrouwen van over de hele wereld omstreeks de zonnewende. Vrouwen onder elkaar die collectief genieten van de zon, de zee, het eten, de gastvrijheid en elkaar. Het ‘International Eressos Women’s Festival’ in Skala Eressos is een trekpleister voor veel lesbische vrouwen en menigeen is daar geweest of gaat daar naar toe omdat je er toch zeker een keer geweest moet zijn. Hou je van goeie muziek dan wacht je ieder jaar op PinkPop en hou je als vrouw van vrouwen dan lokt Lesbos in de zomer. Het is een pracht festival. Of liever: dat was het want inmiddels is er een Nederlandse smet op het festival gekomen.

Waar veel mensen reizen bestaan zakelijke belangen. In de hetero wereld is dat zo en in de lesbische wereld natuurlijk ook. En ondanks dat Nederland een klein landje is, is het bepaald niet onbetekenend in de internationale lesbische gemeenschap. Dat zakelijke belang, geld dus, vertaald zich normaliter in een gezonde concurrentie tussen ondernemers en bedrijven. De honderden Nederlandse vrouwen die naar het festival in Skala Eressos reizen ieder jaar vertegenwoordigen, reis, accommodatie en verblijf bij elkaar geteld, een potentiële markt van enkele tonnen. Grof genomen op termijn oplopend tot een kwart miljoen euro. Een zak geld die voor sommigen dermate aanlokkelijk is dat ze er voor kiezen om nieuwe concurrenten in de markt te bestrijden. En die strijd gaat dus, blijkens de verzuchting van die onderneemster, over lijken. Bijna letterlijk.
Wat wil het geval? Sinds april 2010 poogt de in Nederland gevestigde reisorganisatie TravelWomen die zich specifiek op lesbische vrouwen richt de markt te monopoliseren. Dat gebeurt onder meer door het op zijn minst ondersteunen van een (inmiddels na 9 maanden schade aanrichten off line gehaalde) smaad- en lastercampagne tegen concurrent Pink Pearls. En toen de zaak naar het Nederlandse grondgebied escaleerde zelfs met bedreiging, intimidatie en chantage van artiesten die op de vrouwenfeesten van diezelfde concurrent optraden door een anonieme groep vrouwen. Deze groep, onder de schuilnaam ‘de Moraalprincessen’, slaagde in haar opzet met een op FaceBook en Hyves gestarte lastercampagne. Dit omdat aan de ene kant de getroffen onderneemster door een zeer trieste privé situatie niet in staat was snel genoeg en adequaat te reageren én omdat veel vrouwen in de lesbische gemeenschap als lemmingen naar de Griekse zee mee liepen, gek zoals veel mensen blijkbaar zijn op een roddel én op het aanhaken bij populitische lesbo’s uit het Amsterdamse circuit. Geen middel werd geschuwd om de concurrentie uit de markt te drukken en daarbij werd als slimme afleidingsmanoeuvre de organisatie van feesten in Nederland als speerpunt gebruikt om ‘het punt te maken’ binnen de gemeenschap en de betreffende onderneemster in een kwaad daglicht te stellen. De feesten die door Garbo for Women georganiseerd werden door twee (inmiddels ex) zakenpartners (de vrouwen achter Garbo for Women en Garbo Amsterdam), werden door de eerste gemonopoliseerd. Ondanks dat beiden overeengekomen waren dat zij ieders haars weegs zouden gaan en in vrijheid eigen feesten zouden organiseren, werd Garbo Amsterdam valselijk beschuldigd van naamsdiefstal en werd deze op de sociale media zwart en uiteindelijk kapot gemaakt. Zelfs de kostbare naamsverandering naar Pink Pearls mocht niet baten. De organisatie achter de Garbo for Women feesten hielt zich publiekelijk stil, zij werden immers niet aangevallen en vonden het wel prima dat de naam Garbo aan haar moreel werd toebedeeld door de kritiekloze gemeenschap. Maar daar bleef het niet bij.

Garbo Amsterdam (nu Pink Pearls), die de Garbo Amsterdam feesten organiseerde (later dus de Pink Pearls feesten), heeft nog een aantal andere zakelijke activiteiten. Een datingsite, een webzine én het organiseren van reizen naar Lesbos. Om dat laatste ging het natuurlijk en opvallend genoeg werd er in april door een groep anonieme lesbische vrouwen, in samenwerking met een Duitse organisatie (Skytravel24 uit Wiesbaden) ook een lastercampagne gestart middels een Europees persbericht. Vanaf begin 2009 werd in de media voorgespiegeld dat het festival in september op Lesbos door dat TravelWomen werd georganiseerd. Niets is minder waar want de werkelijke organisatie, Sappho Women, is Grieks. Een respectabele krant als de Volkskrant is zelfs zijdelings betrokken geraakt door de publicatie van een interview met de hoofdredacteur van de Zij Aan Zij, een maandblad voor lesbische vrouwen, waarin opnieuw dit valse beeld werd geschetst van de werkelijkheid. In juni intensiveerde de campagne van misleiding en manipulatie. Er werden zoals gezegd een persbericht uitgedeeld op Lesbos op 28 juni en wederom werden sociale én traditionele media ingezet. Het gewraakte persbericht is blijven circuleren onder de festivalgangers in september. De campagnes stonden onder aanvoering van anonieme groepen lesbische vrouwen in Nederland (de ‘Moraalprincessen’ op FaceBook en Hyves) en Lesbos (de ‘Lesbische Veteranen van Eressos’). De anonimiteit van de mensen achter deze groepen en publicaties was echter met wat spitten vrij eenvoudig te achterhalen totdat eerder deze week de FaceBook en Hyves groepen zonder toelichting verdwenen.

TravelWomen, het reisbureau in Utrecht, slaagde er dankzij deze campagne in Nederland én Griekenland in om Pink Pearls ook (tijdelijk) uit die markt te verdrijven. Opbrengst: naar schatting €150.000 aan omzet aan reizen en accomodatie in 2011 die niet meer verdeeld hoefde te worden over meerdere organisties. De omzetverwachting voor 2012 ligt aanmerkelijk hoger. Pink Pearls zag zich genoodzaakt om de geplande reis voor september dit jaar te annuleren om geen schade aan te richten aan het festival. De Grieken (Sappho Women) waren niet blij met deze onderbreking van de samenwerking maar wilden natuurlijk ook niet het slachtoffer worden van een zakelijke ruzie tussen organisaties in Nederland. De Zij Aan Zij, het eerder genoemde en toonaangevende blad voor lesbische vrouwen (hip, tolerant en modern) liet zich wederom eenvoudig voor het (zakelijke) karretje spannen en publiceerde in januari zelfs een insinuatie tegen Pink Pearls met betrekking tot de Garbo vrouwenfeesten. Niet met name genoemd natuurlijk, maar dat hoeft ook niet in de lesbische gemeenschap waar de meeste lezeressen natuurlijk heel goed weten wie er bedoeld wordt. Dat het blad daarmee de normale journalistieke praktijk aan de laars lapte is opvallend, dat het daarbij een middel werd in een criminele samenspanning is op zijn zachts gezegd naïef. Het blad is niet de enige organisatie die zich voor het karretje liet spannen. Zelfs bekende organisaties of hun kopstukken in de gay scene hebben zich gecompromitteerd door uitspraken en steunbetuigingen aan de Moraalprincessen groep op FaceBook en Hyves. Waaruit blijkt dat kritiekloos meegaan in een laster en roddelcircuit ook voor gretige en publiciteitsgerichte gays maar al te gewoon is. Zeker als er persoonlijk of bedrijfsmatig gewin aan de orde is. Immers, een blad moet gevuld en workshops moeten worden verkocht.

Inmiddels is er in Griekenland in de hoofdstad van Lesbos, Mytilini, een rechtszaak op de rol gezet rond deze maffia praktijken. De Nederlandse rechtszaak rond de lastercampagnes gericht op de organisatie van de feesten én de reizen naar Lesbos staat op stapel. De afgelopen negen maanden is de bewijslast voor de beide lastercampagnes bij elkaar gebracht. Het is een inmiddels juridisch sluitend verhaal. Wanneer de dagvaardingen de deur uit gaan is er grote kans dat er een schokgolfje door de lesbische gemeenschap zal gaan. Want wie had gedacht dat Nederlandse lesbische onderneemsters maffiose praktijken er op nahouden of zich daarin mee laten slepen? Wie had gedacht dat de lesbische ondernemers gemeenschap in Nederland dusdanig verziekt is dat er zelfs in het buitenland rechtszaken ontstaan. En wie had gedacht dat lesbische onderneemsters met zo weinig scrupules het eigen nest zouden bevuilen?

Binnenkort publiceer ik meer informatie over deze zaak. Het wachten is nu nog op de dagvaardingen en op de bewegingen van de betrokken organisaties in Griekenland en Nederland. Het trieste is natuurlijk dat de onderneemster uit het begin van dit verhaal, Annelies Hintjes, als de drijvende kracht achter Pink Pearls door de hele situatie gedwongen is om het juridische pad te kiezen uit zakelijk lijfsbehoud. Dat terwijl ze eigenlijk niets anders wou dan aansprekende feesten en mooie reizen voor lesbische vrouwen organiseren samen met Sappho Women, de Griekse organisatoren van de festivals in Skala Eressos. Dat lesbische vrouwen ervoor kiezen om commerciële belangen te bevechten door middel van ronduit illegale praktijken en anonieme lastercampagnes is wat mij betreft schokkend.

Alice Verheij © 2011

Verdere informatie:
www.sapphowomen.org
www.womensfestival.eu

www.pinkpearlsamsterdam.com

www.travelwomen.nl

www.facebook.com/travelpink.pearls
www.facebook.com/pinkpearlsamsterdam

www.facebook.com/pages/Travel-women/173279064268

www.facebook.com/event.php?eid=183667631649890

www.facebook.com/#!/sapphowomen

Alle bronnen en ondersteunende documenten inclusief derden verklaringen zijn bij de auteur voorhanden. Alice Verheij is onafhankelijke schrijfster, film maakster en journaliste en schrijft voor verschillende media onder andere binnen de LGBT gemeenschap inclusief Pink Pearls. 

TravelWomen heeft ondanks een verzoek daartoe zich onthouden van enige reactie.

The God Particle.

A view of the OPERA detector in Gran Sasso, Italy.
Neutrino beams from CERN in Switzerland are sent over 700km
through the Earth’s crust to the laboratory in Italy.

In the sidelines of the international news there was a small item concerning a discovery made by scientists of CERN (the European Organization for Nuclear Research based in Switzerland. The discovery was made in the OPERA project. This is what CERN states on their website:

The OPERA experiment, which observes a neutrino beam from CERN 730 km away at Italy’s INFN Gran Sasso Laboratory, will present new results in a seminar at CERN today.

The OPERA result is based on the observation of over 15000 neutrino events measured at Gran Sasso, and appears to indicate that the neutrinos travel at a velocity 20 parts per million above the speed of light, nature’s cosmic speed limit. Given the potential far-reaching consequences of such a result, independent measurements are needed before the effect can either be refuted or firmly established. This is why the OPERA collaboration has decided to open the result to broader scrutiny.

Now what does this mean in layman’s terms? (I am not a nuclear scientist and was educated with Einstein’s relativity theory as the biggest scientific discovery ever.)

CERN states that they’ve been able to measure the speed of particles which seem to be traveling at a higher speed than the speed of light. A cornerstone of Albert Einstein’s relativity theory is that nothing can travel faster than the speed of light, so this CERN observation means that Einstein was wrong in the very foundation of his theory. The consequence of it all is that it means that, according to Einstein’s reasoning, matter can – in theory – be transported to the past. A bit like Dr. Who and ‘Back to the Future‘ I guess. Not that something like that is possible soon because building a time machine is still scientifically incomprehensible, but the theory would allow that.

Of course all scientific results needs to be verified, so CERN requested US and Japanese research partners to verify the results CERN has found and published. In due time this verification will be made and if positive the effect of that is Einstein’s relativity theory can be trashed for a part.

Although the scientific results are there and we are all waiting for proof of that by verification, I wouldn’t be surprised if in fact CERN observations are right. But my mind doesn’t allow me to understand the consequences. After all, Einstein’s relativity theory has been a solid basis for my understanding of the fourth dimension: time. If I let my brain free on a world in which particles can travel through time it will simply mean that I can no longer trust history. And if I can not trust history, because it might have been manipulated by matter (people and things) that travel in time. Dr. Who and ‘Back to the Future’ are instantly closer to reality. My mind also gets into trouble thinking about an entity like God as a result of all this and so, in a sense, it seems that CERN has discovered the ‘God Particle‘. The scientific evidence that even time is not linear and a solid reference. Meaning that scriptures and the existence of people like Jesus and Mohammed, Vishnu, Rama, Sita and Buddha are all really mythological and not real. And creation would not be an act of the divine but, as Darwin wrote, the start of a natural process of development. It would be like I have always thought ever since I was able to understand Einstein (and Darwin). But there was no proof of Einstein’s flaw in theory and there was no solid proof of Darwin’s views of the moment of creation. And now, that proof of at least Einstein’s flaw seems to be there. CERN’s God Particle seems to have presented that proof.

Dan Brown’s novel Angels and Demons touched upon this topic in a novelistic manner, and honestly I rather go with literature and storytelling than with science for I can understand art much better than science. Although Dan Brown’s stories are just that: stories, I can easily travel in my mind with a future that is in reality the present or a past. I for one would love to be able to travel through time. Just because I would love to live in an age where the are no automobiles, mobile phones, computers and any modern technology. Or an age where the women can dress in Dior’s New Look on a daily basis. Or maybe an age where life was much simpler than it is nowadays. The only problem would be that my knowledge and ideas would travel with me. The upside would be that I would be able to see my parents again. And their parents for the first time in my life. Maybe I could even go there and take my grandfather to this day and ages and show him what has become of it all before swiftly bringing him back to his own age.

But before all that, CERN’s God Particle needs to be verified for existence and I am not sure if it ever will. Until that happens I prefer to follow Einstein’s thinking which means that I have to live in this age and enjoy what life brings me now. So when the sun rises today I will look at it and be thankful that it did rise. And make the best of it.

Alice © 2012

Erica Terpstra en de naïviteit van een liberale politica.

Vandaag kwam dit langs bij Uitzending Gemist. Gegeven wat ik gezien en meegemaakt heb in de vluchtelingenkampen in Nepal waar zoveel bannelingen uit Bhutan leven kan ik er niet met droge ogen naar kijken. Ik heb het programma uitgezet. Erica Terpstra bezocht Bhutan en laat een verschrikkelijk eenzijdig beeld zien. Te walgelijk voor woorden.

Het zou Terpstra sieren om nu aandacht te gaan geven aan de Bhutaanse vluchtelingen die niet meer in dat nepparadijs mogen wonen. Maar ja, is de liberale dame krachtig genoeg om dat ook te durven of valt ze voor de mooie plaatjes en toeristische praatjes?

Ik zou graag eens met haar spreken over de werkelijkheid van Bhutan. Niet om de schoonheid van het land weg te halen maar om te zien of zij wanneer de mythe die ze zelf in stand helpt te houden doorbroken wordt. En om te zien of zij compassie kan opbrengen voor de slachtoffers van het regime in het kleine land in de Himalaya’s. Erica, ik nodig je uit om hier over te praten met mij (en vertegenwoordigers van de Bhutaanse gemeenschap in Nederland die VOLLEDIG bestaat uit vluchtelingen).

Alice © 2011

update: Dit is de reactie die door – blijkbaar inderdaad liever naïeve dan realistische politica – Erica Terpstra(’s secretaresse) werd gestuurd inclusief mijn uitnodiging tot een gesprek.

Het wonder film.

Ik maak een film. Bewegende beelden, een verhaal, muziek, stemmen, stemmingen, emoties. Het is de eerste keer in mijn leven dat ik serieus werk maak van het filmen en ik heb er alles voor over om het te laten slagen. Mijn laatste geld, de erfenis van mijn moeder, mijn tijd, energie en passie. Dat het werken aan deze film me emotioneel flink aanpakt neem ik voor lief, het kan immers niet anders.

Ik ben nog niet toe aan de montage van de beelden die ik gefilmd heb. Daarvoor moet ik nog vertrouwd worden met die beelden want ondanks dat ik ze zelf gefilmd heb merk ik dat ik naarmate ik telkens opnieuw door mijn bestanden met video ga er nieuwe gedachten en emoties ontstaan. Nieuwe ideeën over hoe een en andere te combineren in een kloppend verhaal dat boeit, dat de kijker uitdaagt om een standpunt in te nemen, om een mening te vormen. Het maakt me duidelijk dat er verwerkingstijd nodig is om te begrijpen wat ik gevangen heb. Ongeveer dertig uur video materiaal is er uit Nepal gekomen. Schokkend soms als het over de slachtoffers van een massale brand in een vluchtelingenkamp gaat. Emotioneel als de wanhoop in de ogen gevangen is of de trilling in de stem of het beven van de oude handen van de man die stenen breekt in de rivierbank.

Het zijn de kleuren die ik nog moet leren begrijpen en die een geheel eigen verhaal vertellen vooral omdat ze in mijn herinnering gekoppeld worden aan geluiden en geuren en soms aan gebeurtenissen. Er moet nog gefilmd worden in Nederland, hoe en wat weet ik al, dus dat stuk werk is afhankelijk van afspraken en momenten. Het komt wel goed.

Vandaag luister ik naar de titelsong die geschreven is door Allard Gunnink met muziek van Jef de Roode. Het is een sterke emotioneel geladen metaforische song geworden die me diep raakt en waarvan ik overtuigd ben dat deze perfect bij mijn film past. Er ontstaat een beeld van de muziek die ik in de film wil horen, over hoe er ook muzikaal een brug geslagen kan worden tussen het oosten en het westen. Zoals ik die bruggen sla door middel van metaforische beelden. Langzaam maar zeker ontstaat in mijn hoofd een film, gevuld met de beelden die ik gemaakt heb en die ik constant voor mijn ogen zie.

De creatie van deze film is voor mijzelf niet alleen mijn debuut als film maakster maar tegelijkertijd mijn meesterstuk. Naarmate tijd verstrijkt en beelden herhaald voor mijn netvlies afgespeeld worden, muziek zich herhaald en aanvult, naarmate ik zelf mijn eigen film beter ga begrijpen voel ik me zekerder worden over het uiteindelijke resultaat. Er komt overtuiging in mijn denken en handelen, zekerheid over de mogelijkheden om een werk te maken dat mensen emotioneel raakt. En hopelijk zodanig dat er meer begrip ontstaat voor de vluchteling, of die nu afkomstig is uit Bhutan of van elders op deze zieke wereld.

Ik heb nooit een roeping gevoeld in mijn leven, daarvoor waren mijn eigen moeilijkheden te groot. Dat is nu veranderd in een bereidheid om mijn bestaan in dienst te stellen van wat ik maak. Eindelijk kan ik mezelf zoiets moeilijks als het maken van een film over het leven van vluchtelingen toevertrouwen in de zekerheid dat het me gaat lukken. In de zekerheid dat er een publiek is die mijn werk zal willen zien. En misschien zelfs met het vertrouwen dat ze het wellicht een mooie film zullen gaan vinden. Ineens besef ik dat ik niet alleen schrijfster ben maar mijn schrijven verlengd heb naar verbeelden.

Alice © 2011

Thuis

Thuis is een etage in Den Haag met buiten regen en grijze lucht. Thuis is een boerderij in het Jhapa district met een mangoboom, een waterput, een toilet buiten en zon en moesson.

Thuis is mijn kinderen vast kunnen houden in plaats van te zien via Skype vanuit een krakkemikkig cybercafé in de stoffige stad. Thuis is mijn vrienden bij me weten en samen dal bhat eten na een lange dag.

Thuis is een wc met een wc pot en warm stromend water en altijd stroom. Thuis is load shedding en een gat in de grond in het veld.

Thuis is een geveegde straat met nieuwe auto’s en af en toe een motorfiets. Thuis is stof op de weg maar geen plaveisel, kleine oude auto’s die rammelen en waaraan altijd iets mankeert en die omgeven worden door grote aantallen brommertjes en motorfietsen in een orgastische mobiele heksenketel.

Thuis is gesloten kerken en hier en daar een moskee die vooral niet teveel mag opvallen. Maar thuis is ook in elke straat tempeltjes en heiligdommen, allerlei goden, geluiden, bloemenkransen, tika’s en wierook. En altijd het geluid van iemand die ergens zijn religieuze plicht doet. Zonder dwang.

Thuis is een zacht maar leeg bed waar heel soms iemand anders me vergezeld en thuis is een hard bed met de zachte armen van een lieve vrouw die me warm houdt, en ik haar.

Thuis is mensen op straat die snel lopen en niet lachen, gekleed in sobere kleuren. De gezichten vertrokken in een grimas van economische moeite en de onbedwingbare behoefte aan meer van wat dan ook. En thuis is vrouwen in de kleurigste gewaden en overal de lach van armoede en de aanvaarding van het gebrek aan van alles.

Thuis is Nederland. Thuis is Nepal. Voortaan ben ik altijd thuis.

Alice © 2011

Twee vrouwen in Nepal.

In de straat beneden mij rijdt de ene na de andere riksja door het chaotische verkeer dat verder vooral bestaat uit motorfietsen, bussen, vrachtauto’s en minibusjes. Het leven daar beneden passeert me, ik ben er soms een onderdeel van en soms niet.

Toen ik in mijn eigen gedachten nog jong was liet ik het leven passeren zonder te begrijpen je pas leeft als je tot je kern komt. Met weinig jaren achter mijn naam was het niet vreemd om in de sleur mee te gaan. Opgroeien, schoolgaan, werken, trouwen, vader zijn. Een huisje, een boompje in de tuin en een beestje op schoot. Het echte leven beet me dan wel regelmatig maar nooit zo hard dat ik begreep dat ik van mezelf wegliep, al die jaren. Dat ik moest veranderen om mezelf te kunnen zijn. Nog geen tien jaar terug barstte het. Juist op een moment dat alles zo netjes op orde scheen met drie kinderen, een lieve vrouw, eigen bedrijf, de nodige maatschappelijke status en bijpassende rijkdom. Alsof het al die tijd slechts een door oude lijm vastgehouden gebarsten vaas was. De berg met scherven was enorm en het opruimen er van kostte een decennium. Mijn eigen scherven en sommige van hen die me lief zijn. De meeste zijn nu bijeengeveegd op slechts een enkele na. Ach, iedereen heeft wel ergens nog wat onopgeruimde rommel.

Het leven bleek uiteindelijk niet naar mij toe te komen, ik moest er naar op zoek gaan. Jaren deed ik daar over. Ik moest ervaren wat het is om zo goed als alles wat anderen in het leven belangrijk vinden te verliezen en dat dan nog fijn vinden ook. Leren wat èchte vriendschap betekend door anderen in mijn hart toe te laten. Dus ik ben eerst de strijd aangegaan en nadat ik die overleefd had ging ik op zoek. Naar wie ik ben, wat ik in dit leven wil en wat ìk belangrijk vind. Niet wat me aangeleerd was. De zoektocht is nu zelf het doel geworden, de oorspronkelijke vraag verdwenen in een mist van reizen, ontmoetingen en ervaringen. Mijn ouders, bedrijven en oude leven, ze zijn er inmiddels al lang niet meer. De knip in de tijdlijn van mijn bestaan is welhaast volledig geworden, met alleen mijn kinderen aan de goede kant er van. De rest, ‘oude vrienden’, ‘familie’, de meesten bestaan niet meer in mijn leven. Er is een nieuwe familie, er zijn nieuwe vrienden. Sommigen zijn als de zussen en broers die ik nooit had, ook als we elkaar soms maanden niet zien. Er is, ondanks dat ik dàt probeerde niet te vinden, een doel in mijn leven gekomen. Onverwacht is mijn bestaan voller geworden dan ooit. Een ingevulde leegte door een combinatie van toeval, vechten, een duwtje hier, een ideetje daar en hard werk. Ik kijk niet om met tranen maar vooruit met een open blik.

Jaren later zit ik dus, een vrouw van middelbare leeftijd, op het dak van dat huis ergens in Damak, een onaanzienlijk provinciestadje in het uiterste zuidoosten van Nepal en staar naar de mensen in de straat beneden me. Ongeveer vijf kilometer verwijderd van me is een vluchtelingenkamp waar duizenden in bamboehutten een bestaan hebben voorzien van alle gebrek aan luxe. Er wonen vrienden van me. Ik ben nu driekwart jaar aan het werk om mijn eerste film te maken. Ergens onderweg heb ik weer een roman geschreven, mijn vijfde in even zovele jaren en de derde die ik voltooid heb. Ik begin mezelf als schrijfster langzaam te begrijpen. Reizen in Azië is, als je dat alleen doet, niet eenvoudig. De beste manier blijkt vooral om westerse haast en die idiote westerse behoefte aan luxe af te schaffen. De aardigheid is dat, wanneer zo’n reis maar lang genoeg duurt, beide inderdaad verdwijnen in de mist van de trillende dampen in de verten boven rivierbeddingen en door de moesson doordrenkte rijstvelden. Achter me weet ik dat de eerste heuvels liggen van de bergen die uiteindelijk buiten mijn blikveld die Himalayas worden. Maar ik hoef ze nu niet te zien, dat komt later wel. Ze bloeden bij tijd en wijle dikke stromen water door die vooral onberekenbare moesson. De moesson die als een frisse douche regelmatig de dampende hitte doorbreekt om een dag later zich te verstoppen in diezelfde bergen en het land over te leveren aan een onbarmhartig brandende zon, als een slapende draak. De temperatuur loopt regelmatig op tot veertig graden wat het leeftempo vanzelf gedrukt. Het stenen huis bestaat uit drie verdiepingen en staat aan de uiterste rand van het stadje. Traditioneel gebouwd met een centrale trap en ventilatoren in elke kamer. Er is een koude douche en een toilet in het huis, wat hier een luxe is. Achter is ook nog een waterput. Alles dus wat een mens nodig heeft comfortabel te kunnen leven en zich veilig te voelen. Er hangt een groot slot op de deur en als ik alleen ben moet ik die deur op slot houden. Het schijnt dat er soms mensen proberen in dit soort huizen in te breken. De straat ervoor is een zandweg en er is een maar paar uur per dag elektriciteit. En het kost me absoluut geen moeite om me hier thuis te voelen.

Beneden woon ik met een jonge vrouw. Haar moeder is in Engeland op familiebezoek. Een vriend van me regelde dat ik bij haar kan logeren in ruil voor gezelschap. Babiti heet ze en ze is vaak eenzaam. Ze is bijna dertig en in haar huis wonen op de andere etages nog een paar jonge vrouwen en haar neef, ‘Cousin brother Tibi’. De eerste nacht slaap ik nog in een aparte kamer maar wanneer we een dag later lang gesproken hebben en ze me voorzichtig duidelijk maakte dat ze geen ‘boyfriend’ heeft omdat ze niet met een man wil leven, delen we haar bed. Ze was blij verrast toen ik zei dat ik ‘just like that’ ben en nu hoeven we niet alleen te slapen. We praten vaak lang in het duister van de nacht en ondanks de warmte is het prettig om elkaars nabijheid te voelen. Ze ruikt lekker. We doen samen de was, gaan samen naar de markt en we koken samen. Gebakken rijst met groenten en heerlijke curry’s. Ineens verteld ze dat ze vaak verdrietig is omdat ze graag zo samen zou leven maar dat dat niet kan in haar cultuur. Haar vader is overleden toen ze jong was en haar moeder verwacht dat ze met een goede man trouwt ondanks dat zij ook wel weet dat haar jongste dochter liever met een vrouw leeft. De vriendin die ze had is inmiddels getrouwd en heeft zich gevoegd naar de traditionele cultuur. Ze had geen keus want huwelijken worden hier gearrangeerd. Sinds die tijd is Babiti weer alleen. Aan de muren van Babiti’s kamer alleen foto’s hangen van mooie zangeressen en actrices.

We maken ochtend- en avondwandelingen door de omliggende straten en langs de rijstvelden die een favoriete plek van me zijn geworden. Er iets niets mooiers dan een zonsondergang boven die heldergroene velden die onder een laagje water staan. Na zonsondergang komen er duizenden vuurvliegjes boven de velden dansen in een eindeloze ongeordende groepsdans. Ondanks de klaarblijkelijke aanwezigheid van slangen en de noodzaak om de benen regelmatig te controleren op bloedzuigers, voelen we geen angst tijdens die lange wandelingen. We genieten er van in de wetenschap dat over een week het allemaal voorbij zal zijn. We praten niet over de dag dat ik terug naar Kathmandu moet. Wel vraagt ze me soms of ik me haar zal herinneren als ik in Nederland ben. Kijk ik opzij dan zie ik de kleine vrouw naast me lopen met haar lange in de wind opwaaiende haren die zich vanzelf halverwege haar rug draperen. Ze is mooi. Niet zo frêle als de meeste van haar vriendinnen, met prachtige donkere ogen waar het niet moeilijk is om in te verdrinken. Voor we weer bij het huis aankomen gaan we naar de tempel, puja doen. Het is een Hindoe tempel, klein met een rode puntige koepel er boven die als een muts op het gebouwtje staat. Hij wordt gedeeld met Boeddhisten als Babita. Binnen hangt de zoete geur van bloemen en kruiden. Ik krijg een bloemenkrans van haar, gemaakt van geel-oranje aaneen geregen bloemetjes. ‘We friends’, fluistert ze me toe en de plaatselijke tempelbewaarder, een oude pandit, kijkt ons een even indringend aan met zijn donkere ogen. Babiti’s betoverende lach ontlokt een glimlach aan de streng devote man die verder gaat met zijn religieuze werk terwijl wij om de kern van het gebouwtje lopen en de ‘lord Boeddha’ en de Hindoe goden groeten die ons aankijken. Ik weet dat we de komende dagen we twee keer per dag, in de vroege morgen en na zonsondergang de wandeling naar de tempel zullen herhalen.

De volgende morgen is ze al op wanneer ik ontwaak. ‘Chhia?’ vraagt ze terwijl ze me thee met melk, kruidnagelen en kardemom brengt en ik de slaap uit mijn ogen wrijf. Een uurtje later verlaten we het huis, zij op weg naar de school waar ze werkt en ik op zoek naar een plek om te schrijven. Ik probeer niet verliefd te worden en concentreer me op het lezen van de borden langs de weg in het lastige Devanagari schrift dat ik mezelf probeer eigen te maken. Even later zorgt de kleine ventilator boven me ervoor dat ik niet smelt want de hitte voelt als een loden jas. Weg van alle lawaai vertrouw ik het zoveelste puzzelstukje van mijn leven aan het geheugen van mijn computer toe. Ik denk aan de waarschuwing van een vriendin dat een lang verblijf in dit land Nepal kan betekenen dat er een tweede thuis ontstaat. Ze had gelijk. Even voel ik me verscheurd tussen het verlangen weer in Nederland te zijn, mijn kinderen en vrienden te zien en het gevoel dat dit land hier veel meer is dan een plek die ik bezocht om te filmen en schrijven. Om vier uur zie ik haar weer en zijn we een avond en nacht niet alleen, voor een paar uur weer twee vrouwen in Nepal.

Alice Verheij © 2011