In gesprek met Lena.

Tijdens het onderzoeken en schrijven van mijn romans heb ik gesprekken met de hoofdpersonen. Virtuele gesprekken soms, in dit geval met Isabell Helena die onder de artiestennaam Lena Dene aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw in Londen op de planken stond. Lena is (was) een bijzondere vrouw die bijzondere keuzes in haar leven maakte. Over haar leven en die keuzes ging het volgende gesprek dat ergens in 1902 plaats vond. Jaren later zou ik haar weer spreken.

Anna: Dag Lena. We kennen elkaar nu een tijdje en naarmate ik je beter heb leren kennen ben ik nieuwsgieriger naar je geworden. Voor mij ben je niet iemand van wie er dertien in een dozijn gaan en dat heeft te maken met wat je in je leven hebt meegemaakt en de keuzes die je maakte. Daarom vind ik het fijn dat je daar over wat verder wilt praten met me.

Lena: Dag Anna, maar natuurlijk wil ik met jou praten. Zo vaak komt het niet voor dat iemand bijna honderd jaar terug reist om met me te spreken. Ik vind het wel een beetje eng trouwens want ik heb zo het idee dat we het soms over zaken hebben die wij niet gewend zijn te bespreken.

Anna: ik zal prudent zijn. Zou je wat over jezelf willen vertellen? Waar je vandaan komt, wat voor werk je doet, wie je familie is, dat soort dingen?

306 New Cross Road, London
306 New Cross Road, London – geboortehuis van Isabell Helena Pullan (Lena Dene)

Lena: Natuurlijk. Ik ben geboren in 1870 op New Cross Road in London. Ons huis staat er nog geloof ik. Mijn vader was een ‘engineer’, een mechanicien en mijn moeder vooral moeder. We waren met tien kinderen bij ons thuis. Dat wil zeggen, eigenlijk met acht, want Dorothy die twee jaar mij geboren werd overleed toen ze acht was net als een kind dat al veel eerder stierf. Een jaar voordat de kleine Dorothy stierf liet mijn vader Abraham Pullan ons in de steek. Sarah, ons moeder overleed toen ik zes was. Vanaf dat moment was Ada eigenlijk onze moeder. We waren met vier zusjes en twee broertjes over gebleven. Mijn oudste twee broers waren al vroeg het huis uit en getrouwd, maar Ada mijn oudste zus wilde niet trouwen en zorgde voor ons. Het is een heel verhaal weet je. Edith is ook getrouwd.

Anna: Ada was bijzonder belangrikj voor jou, dat had ik al begrepen. Maar vertel eens wat voor werk je doet als je wilt?

Lena: Ik ben actrice. Net als Ada. Op het podium heten we trouwens Dene. Zij heet Dorothy, ik Lena en dan zijn er nog Hetty en Edith. Ik ben de jongste en Edith is gestopt met acteren toen ze met die schilder getrouwd. Ze heet nu Edith Schmalz. Hetty, Samuel en ik wonen nu nog bij elkaar in een huis. Dorothy is zoals je weet niet zolang geleden overleden. Ik weet niet zo goed hoe ik daar mee om moet gaan, ze was zo ziek en we hielden allemaal zoveel van haar. Iedereen hield van Dorothy. Sinds die oude meneer Leighton een paar jaar terug overleed ging het slecht met mijn lieve zus. Er is zoveel gebeurt in een paar jaar en die lieve meneer Leighton had ons zoveel geld nagelaten dat we in een mooi apartement konden gaan wonen. Hij hield van Dorothy en ook van ons maar toch vooral van haar. Daarom woon ik hier nu nog steeds op 10 Avonmore Mansions. Dorothy heeft alijd zo genoten van ons mooie huis. In 1890 zijn we hier komen wonen. Het is lekker dicht bij Kensington en dat is belangrijk want daar werk ik als ‘sitter’ voor mijn zwager Herbert Schmalz en een aantal vrienden van hem. Het is ook dichtbij de theaters van Hammersmith. Als je de straat uitloopt dan zie je meteen al het grote Olympia. Als actrice in deze stad is het belangrijk om in een wijk te wonen waar veel andere acteurs ook wonen. Daarom koos Dorothy, want zo noem ik Ada nog altijd, voor Hammersmith om te gaan wonen. Maar dan wel in één van de beste straten van de wijk. Pas nog heb ik op de planken gestaan in ‘For the honour of the family’ van J.H. Leslie in het Comedy Theatre. Ik speelde er Lady Hilda. Voor de tweede keer in tien jaar trouwens want we stonden met dat stuk al eerder daar, in ’97 geloof ik.

Lena and Dorothy DeneLena Dene (rechts) en haar oudere zus Dorothy Dene (links)

Anna: Je bent nooit getrouwd Lena, hoe dat zo? De mannen moeten toch aan je voeten liggen lijkt me zo?

Lena: Gosh. Eh, wat zal ik daar nu op zeggen? Getrouwd. Nee, ik ben niet getrouwd en zal dat ook nooit zijn. Net zo min als Dorothy en Hetty. Dorothy wilde niet trouwen omdat ze de meeste mannen niet vertrouwde op meneer Leighton na. Ik ben ook niet zoals Hetty die niets van mannen moet hebben en het liefste met Kathleen zou trouwen als ze dat konden. Maar vrouwen kunnen niet trouwen. Kathleen is trouwens wel een hele leuke meid hoor. Hetty zegt dat ze verliefd is op Kathleen en ze zijn ook altijd samen. Maar voor mij is het allemaal anders.

Anna: Hoe bedoel je, anders?

Lena: Al zou ik met een man willen trouwen dan is dat onmogelijk. Het zal nooit gebeuren.

Anna: Waarom niet?

Lena: Ik praat er niet graag over maar ik heb een probleem waardoor ik nooit met een man samen kan zijn. Ik zal nooit kinderen kunnen krijgen en ik zal een man nooit tevreden kunnen stellen.

Anna: Ik begrijp je niet geloof ik.

Lena: Mijn lijf is niet helemaal zoals het zou moeten zijn Anna. Ik mis iets wat andere vrouwen hebben. Een man zal nooit met mij wat kunnen aanvangen in bed. Vandaar. Geen dokter kan me helpen. Alleen mijn zussen weten er van, verder niemand.

Anna: O, jeetje. Als je er niet over wilt …

Lena: Dat wil ik nu juist wel. Ik wil er juist wel over praten. Misschien dat er dan iemand is die me begrijpt. Dorothy begreep me, maar die is er niet meer. Hetty begrijpt me misschien nog wel het beste. Het punt is dat omdat ik niet met een man kan slapen ik me ook niet op mannen richt. Ook al geven ze me aandacht of flirten ze met me. Ik heb ook aanzoeken gehad hoor. Maar ik wil het niet. Als een man te dichtbij me komt in een vriendschap dan bevries ik. Ik wordt bang.

Anna: Bang?

Lena: Ja, bang. Weet je, het zit niet goed bij mij daar beneden. Ik kan niet vrijen met een man, het doet pijn. Het zit dicht. Wat je verwacht is er niet. De dokters begrijpen het ook niet. De laatste dokter die me bekeek vertelde me dat ik helemaal niks heb daar. Na een paar centimeter is het over. Dicht. Dus ik zal nooit met een man samen kunnen zijn en als ik dat wel zou doen en zo’n man zou echt willen dan kan het gewoon niet.

(Er valt een stilte. Even weet ik niet zo goed wat te zeggen maar Lena gaat even later verder.)

Ik wil ook niks met mannen, vrouwen vind ik veel mooier. Al een tijdje ben ik verliefd op een vrouw die ik heb leren kennen aan het toneel. Ze weet het niet want ik durf het niet te vertellen aan haar.

Anna: Je bent verliefd?

Lena: Ja, echt. Weet je toen het me duidelijk was dat mijn lijf niet goed is om iets met een man te beginnen ben ik meer op vrouwen gaan letten. Na een tijdje kwam ik er achter dat ik vrouwen mooier vind en opwinderder. Tenminste, sommige vrouwen. En sinds Hetty dus een vriendin heeft heb ik gezien hoe goed twee vrouwen samen kunnen leven. Hetty mag dan nog wel bij ons wonen maar ze is eerlijk gezegd vaker bij Kathleen in Kensington te vinden dan bij ons. Ze blijft steeds vaker een nacht weg en nu ik en Samuel wat ouder zijn kan dat ook wel. Sam heeft trouwens ook een vriendin nu en het zou dus goed kunnen dat als hij trouwt ik hier alleen blijf wonen. Zolang ik het kan betalen natuurlijk.

Anna: Je had het over een vrouw die je ontmoet hebt.

Lena: O ja. Juliette. Ze is schrijfster, geen actrice. Maar ze komt vaak naar het toneel en daar hebben we elkaar leren kennen. We zijn ‘gewoon’ vriendinnen. Zij schrijft en ik acteer en daarbuiten gaan we vaak naar tentoonstellingen, muziekuitvoeringen of het theater. Ze is ouder dan ik, we schelen denk ik ongeveer tien jaar. Niet dat zoiets wat uitmaakt. Julie helpt me met veel dingen en ze is ongetrouwd. Maar ze is niet zoals Hetty want ze is wel in mannen geïnteresseerd. Er heeft zich gewoon niet de ware aangediend bij haar geloof ik. Ze is wel mijn liefste vriendin hoor, we trekken veel samen op.

Anna: Maar ze weet niet dat je verliefd op haar bent?

Lena: Ik denk het niet. Gezegd heb ik het niet en ik ben bang dat als ik dat wel doe dat het dan afgelopen is met de vriendschap. Maar ik ben wel echt verliefd geworden op haar. Eerst wilde ik dat niet maar ik kan het niet tegen houden. Als zij anders zou zijn dan zou ik voor altijd bij haar willen zijn.

Anna: Hoe bedoel je?

Lena: Nou ja, weet je als je zoals ik zo in elkaar zit dat het met een man niet kan dan zou het toch mooi zijn als je, wanneer je een leuke vrouw tegenkomt, gewoon ervoor kan kiezen om met haar te leven?

Anna: Kan dat niet dan?

Lena: Nee, natuurlijk niet. Bij jou wel dan? Ik ken wel vrouwen die samen leven hoor, maar die doen soms of ze zussen zijn of nichtjes of zo. Er is zoveel tegen om als vrouw samen te leven hier. Zelfs in Hammersmith. Hoewel ik begrepen heb dat er in Chelsea een groep vrouwen is die dat wel doen. Maar die hebben het niet gemakkelijk. Ze worden soms uitgescholden op straat of getreiterd. Het is best moeilijk hier. Toch zou ik best met een vrouw samen willen leven, als dat kon.

Anna: met Julie?

Lena: Als zij dat ook zou willen. Als zij ook van mij zou houden zoals ik van haar. Maar ze weet het niet eens.

Anna: Denk je dat het ooit zover komt?

Lena: Ik denk het niet. Ik durf het niet te zeggen. We maken plezier samen maar eigenlijk zou ik zo graag voor altijd bij haar zijn. Ik denk dat ze op een keer wel een leuke man tegen komt en dan is het weer anders voor ons. Ik denk niet dat ik ooit samen met iemand zal leven. In ieder geval niet met een man. Met een vrouw wil ik wel maar er is zoveel tegen en de kans dat ik iemand tref is niet zo groot. Misschien met een andere sitter. Soms gebeurt er weleens wat tussen ons sitters natuurlijk. Als je samen naakt poseert voor een schilder komt het weleens voor dat, nou ja dat er wat gebeurt onderling.

Anna: Nu maak je me nieuwsgierig.

Lena: Ik heb het één keer meegemaakt dat ik samen met een andere sitter voor een bekende schilder poseerde. Natuurlijk waren we netjes via de sitters deur de studio binnen gekomen. Toen we ons uitkleedden bij de haard viel me op dat het andere model me bekeek. Ze was mooi en ik zag er toen jonger uit dan ik nu ben. We stonden model voor een schilderij waarin we Griekse maagden moesten voorstellen en na een paar uur in een lastige houding te hebben gestaan waren we moe en dus voor die dag klaar. Lizzie, zo heette ze, had me vaak aangekeken en ik begreep niet zozeer wat er gebeurde. Maar goed, we waren klaar en konden ons weer aankleden. Zodra we achter het kamerscherm buiten zicht waren trok Lizzie zich naar me toe en probeerde me te kussen met haar armen om me heen.

Anna: Wat gebeurde er met je?

Lena: Even stribbelde ik tegen maar eigenlijk vond ik het fijn. Dus al snel liet ik het toe. Het aankleden duurde langer dan normaal. Er kon natuurlijk niks daar want we zouden zeker nooit terug gevraagd worden bij die schilder als we betrapt werden. Uiteindelijk zijn we braaf weg gegaan, Lizzie wilde met me afspreken en we hebben toen een dag afgesproken om elkaar weer te zien. Maar ik was zo nerveus dat ik niet durfde. Ik ben niet komen opdagen op die afspraak, ik durfde echt niet. Was er niet aan toe. Als het nu zou gebeuren met Julie zou ik wel gaan. Lizzie heb ik niet meer gezien daarna. Soms denk ik er nog weleens aan en dan kan ik mezelf wel voor mijn kop slaan want ze was leuk en mooi.

Anna: En nu?

Lena: Nu? Niks. Ik ben denk ik verliefd maar de vrouw op wie ik verliefd ben weet dat niet. Ze denk dat ik gewoon een goede vriendin ben. Ik laat het daarbij want ik ben bang haar kwijt te raken. Zoals ik het meestal bij laat. Zo graag als ik het wil om samen te zijn met iemand, zo onmogelijk voelt het. Ik ben er verdrietig om. Met een man kan ik niet zijn dus heb ik ervoor gekozen om lesbisch te worden en nu durf ik het niet aan om de vrouw op wie ik verliefd ben geworden dat te zeggen. Begrijp je dat?

Anna: Ik denk van wel. Toch zal het vast wel goed komen hoor. Zullen we maar even thee gaan drinken? We praten dan later wel verder.

Lena knikte en stond op. Na de thee ben ik terug gegaan naar mijn eigen tijd. Misschien spreek ik haar weer over een tijdje want ik weet dat ze de ware gaat tegenkomen, wie dat is en wat er dan gebeurt. 

© 2013 Anna Ros

Advertenties

Londen in januari.

Toen ik jong was… Wat een rare zin want als ik jong was zou ik nu oud zijn maar ik voel me niet oud. Ben het ook niet. Denk ik. Maar goed, toen ik jong was een leven geleden, speelde ik korfbal. Ik heb altijd van die sport gehouden maar blijkbaar niet genoeg om het te blijven spelen. Sport is iets dat zo lastig is in te passen, vooral teamsport. Ik speelde dus korfbal. Bij een keurige Haagse vereniging waar mensen als een zoon van de oude Willem Drees en Karel de Rooij speelden. En ik. Ik zal ergens rond de vijftien jaren jong geweest zijn toen die keurige ‘Gymnasiasten Korfbal Vereniging’ een uitwisseling had met een Londense korfbalclub. Nomads Korfball Club, een vereniging uit zuid Londen ergens tussen Morden (nog net Surrey) en Raynes Park (niet ver van Wimbledon.

Die sportuitwisseling was het begin van een levenlange liefde voor Engeland en Londen. Maar een leven kan lang zijn en dus is die liefde voor lange tijd naar de achtergrond verdwenen zoals dat gaat met oude geliefden. Kwam ik in die tijd tientallen keren in de Britse hoofdstad en toerde ik regelmatig door zuid en west Engeland, de decennia daarna heb ik me er nauwelijks laten zien. Een huwelijk zat in de weg en de complixiteit van een ongewild leven.

Nu ben ik weer decennia verder en door een vreemde samenloop van omstandigheden en een schilderij dat me betoverde, is de oude liefde terug gekomen. Afgelopen week was ik weer in die stad, deze keer samen met mijn dochter die niet eerder in Engeland was. Het was een leuke week waarin ik met een opdracht door de stad wandelde, de gangen volgend van vrouwen uit het einde van de negentiende eeuw die hoofdrollen spelen in de boeken die ik aan het schrijven ben. Een stad ziet er anders uit als je met een dergelijke missie op pad bent. Musea, oude kunst, begraafplaatsen en straten in een wijk waar ik eerder niet vaak kwam, waren de bestemmingen. Daarbij sprongen er voor mij een drietal nadrukkelijk uit: 10 Avonmore Mansions op Avonmore Road in Hammersmith, Leighton House op Holland Park Road in Kensington en een heuveltje in een kwadrant in de uiterste westhoek van Kensal Green Cemetery.

avonmore mansions

10 Avonmore Mansions. Ze woonde er met twee jongere zussen en een jongere broer. Ada Alice, die zich Dorothy noemde en in het publieke leven een redelijke actrice, een prachtig model en één van de mooiste vrouwen was maar die daarbuiten de plaatsvervangede moeder voor haar zussen en broers was. Een vrouw met een dubbelleven. Wellicht bevriend met een andere, welhaast onvindbare, vrouw die ze ongetwijfeld in de studio van de schilder zal zijn tegen gekomen. Het is een gebouw dat ergens halverwege de negentiger jaren van de negentiende eeuw gebouwd werd in Hammersmith, om de hoek bij de brug over de spoorlijn en het grote Olympia en Kensington High Street. Op ongeveer een kwartiertje wandelen van Holland Park Road waar ze werkte. Nou ja, twintig minuten met een Edwardiaanse jurk aan denk ik. Op haar grafsteen staat haar artiestennaam, in het boek van de begraafplaats haar familienaam. 10 Avonmore Mansions is nog steeds een bijzonder stijlvol apartementengebouw, gebouwd in een degelijke bouwstijl en met een kwaliteit dat het nog steeds erg prettig zal zijn om er te wonen. Ik zou er zelf graag een tijdje wonen. Naast Dorothy woonden ook haar jongste broer Samuel er en de zussen Hetty en Lena. Minder bekend maar ook actrices en modellen. Edith zal in die tijd schuin tegenover Leighton’s huis in Holland Park road gewoond hebben. Ze was getrouwd met Gustav Schwartz, ook een schilder.

Het is vreemd voor een huis te staan waar twee vrouwen gewoond hebben die nu, ruim elf decennia later, zo en belangrijke rol spelen in mijn leven. Twee vrouwen die ik amper ken maar waarvan ik steeds meer kom te weten en waarvan ik steeds minder lijk te weten, want ze verrassen me regelmatig. Toch is het alsof er een verbinding is met ze. We zijn van Avonmore Road de route gaan wandelen die Dorothy jarenlang bijna dagelijks gelopen zal hebben in de maanden dat haar schilder niet in het buitenland was. Frederick Leighton was immers niet alleen een begenadigd en voornaam schilder, president van de Royal Academy of Arts en Dorothy’s Mister Higgins maar vooral ook een bereisd man. Met grote regelmaat trok hij naar Italië en de Levant (het huidige midden Oosten) en noord Afrika. Zijn huis in Holland Park Road was woonhuis, atelier en showcase voor zijn voorliefde voor klassieke, arabische en oriëntaalse kunst. Het huis is gelukkig behouden gebleven en recent uitstekend gerestaureerd tot misschien wel het mooiste huis in Londen. De Arabische hal is een meesterwerk van Victoriaanse oriëntaalse binnenhuis architectuur. Koranspreuken in de mozaïeken op de muren, een Syrisch houten raam en het zachte getinkel van een fontijntje in de kamer.

leighton house

De curator, Daniel Robbins, heeft ons rondgeleid en honderduit verteld over de schilder, de dames Dene en de geheimen van het huis. De aparte entree voor de modellen is nu een binnendeur maar de kamers van de butler in de kelder is er nog. Het archief van Leighton House herbergt een schat aan informatie over de schilder en zijn leven en natuurlijk een paar echte schatten. Bij het spitten door het archief kwam de overlijdenskaart van Dorothy op tafel, samen met onbekende foto’s van de muze van Leighton. Dorothy in Siena in Italië, uitgenodigd door de familie Cartwright die in Italië woonde, Dorothy als actrice. Mooi, theatraal en mysterieus. Langzaam maar zeker wordt duidelijk welk een centrale rol zij gespeeld moet hebben in de levens van Leighton en haar zussen en broers. Langzaam maar zeker wordt duidelijk dat deze vrouw die de inspiratie is geweest voor George Bernard Shaw’s Eliza Doolittle in Pygmalion, een bijzondere vrouw was. Ik zal nog veel van haar zien en lezen in het komende jaar want net zoals in haar leven eind negentiende eeuw stelt ze ook in mijn onderzoek naar de levens van haar, haar jongste zus Lena en haar collega model Mary Lloyd, iedereen in de schaduw.

dorothy dene

Ik heb Dorothy’s graf uiteindelijk gevonden. Er staat een tekst op die door haar zussen en broers bepaald zal zijn. Liefdevol geplaatst op dat heuveltje op Kensal Green staat er nog een scheef gezakt kruis op een eenvoudige getrapte voet aan de korte kant van een met steen omrand perkje. Er groeit nu mos en wat onkruid. Mensen om het te onderhouden zijn er niet meer. Dorothy is in vergetelheid geraakt maar niet ver genoeg om te voorkomen dat ik de plek vond en er een roos kon neerleggen. Kensal Green is geen Highgate. Er liggen minder bekende mense begraven hoewel er wel degelijk de nodige adel, kunstenaars, schrijvers, dichters, theatermensen, musici, notabelen en militairen een eeuwige plek hebben. Thackaray ligt er, niet ver verwijderd van Dorothy, en WH Smith van de winkelketen, Blondin de koortdanser en de romanschrijver Wilkie Collins op wiens graf een bezoeker een Duitse vertaling van een roman van hem had gelegd en die door wind en regen zal vergaan. Voor mij ging het om iets anders, een soort eerbetoon aan iemand die zonder dat veel mensen het weten de echte Eliza Doolittle was, de enige echte My Fair Lady en voor mij een vrouw die liefdevol voor haar zussen en broers zorgde en een affaire had met de schilder wiens model zo zolang was.

dorothy dene (1)

Londen was anders dan decennia terug. De camera’s in de straten, de ondergrondse die nu vrij schoon is net als de straten. Het is een ander, mooier en interessanter Londen dan ik in mijn herinneringen had. Nu ik weer thuis ben is het goed in de wetenschap te leven dat ik altijd nog naar Londen kan om te genieten. De oude geliefde is weer in mijn leven en het is nu tijd om er over te schrijven en over de oude Dave, een romanticus die ons op de begraafplaats spontaan de bijzondere plekken liet zien.

© 2013 Anna Ros

A lady, some dead poets and a painter’s academy.

Didn’t expect to find the one we did and not to find the one we wanted to. I mean, we were looking for that dead actress but found the lady instead. Lady Wilde to be exact. Oscar’s mom. According to her tombstone she wasn’t just his mother but also a nationalist (which is no surprise) and a women’s rights activist (which is a surprise to me). But also a pretty snobbish character according to Dave. Dave? Yes, Dave. The old guy we met at the graveyard and who visits the place twice a week every week. He likes the quiet atmosphere he said. And he loves to chat about the people who’s remains are lying there under the most fantastic stones, monuments and tombs. Surrounded by stone carved angels frozen in time. It’s a poets place shared with writers, theater people and painters, doctors and officers, gentlemen and their ladies.

lady wilde

So what’s snobbish about lady Wilde? Well, Dave told me that she had some desires concerning the place where her remains were to rest till eternity. A tree for instance. She demanded to be buried under a tree, which I can understand as she would be secured by crows and other creatures inhabiting the trees. Like the squirrels one can see running around the place. The snobbish thing however was her wish not to be born next to ‘commoners’. After all, lady Wilde was a lady and commoners where of the lower species in her opinion, I presume. I guess it’s forgiven by now.

Dave was quite a character and we met him by accident. The old man was about seventy years old I suppose and walking in the muddy paths in between the stones and monuments. He obviously knew his way around because for an hour or so he guided us through the maze of thousands of stones to the likes of William Thackeray, princess Sophia, some poets and writers and peculiar ladies. With stories as a company he clearly enjoyed showing some of the special monuments. From the Egyptian like tomb with the sphinxes around it, to the lady with the veil over het head and the tomb from which a tree grows without any roots in the ground. It made the place magical and the visit most enjoyable.

After the long walk it was nice to rest a bit at the pub just around the corner. A typical Victorian style building with high ceilings, dark wooden panelling, an endlessly long bar and just the right tables and chairs to be comfortable. The Mason’s Arms is an old one, named after the stone masons who would have been working next door carving stones and monuments.

The tube station is near and within minutes the underground brought us right into the heart of London for a non buying shopping spree in Oxford and Carnaby Street, Piccadilly, Soho and with some detours to Burlington House, the wonderful building where the Royal Academy of Arts was and still is seated. It is magnificent with beautifully painted ceilings, impressive stairways and an atmosphere which is inviting. Great exhibitions too but that wasn’t what we came for. It was the building with the seven arches at the entrance looking like enormous teeth in a monsters mouth waiting for people to step inside.

Time warp.

We’re in the Windsor Castle. The pub, not the castle. In Holland Park close to the Kensington area for which this whole visit is intended. The great thing about the place is that’s its still for the most part in its original state. Three areas separated by wooden walls to divide the customers. At the back is the Sherry Bar. In old times for men only. The 1835 pub was first a meeting place for farmers bringing cattle to the market in Hyde Park, then a meeting place for painters and poets and now for trendy and moderately wealthy locals. Most important me is that it is the very location where some of my novels characters used to meet long, long time ago. And it felt good to be there because it was everything I hoped for to find. An ideal spot for some key scenes in the lives of the ladies who have become a part of my life in such an unexpected manner.

A few hours later we’re back at the Mason’s Arms, drawing a bit and writing a bit in anticipation of what’s to waiting for us in the coming days.

© 2013 Alice Anna Verheij

Terug naar een oude jeugdliefde.

Ik ben een romanschrijfster en onverbeterlijk romantisch. Dat laatste was ik altijd al en dat eerste sinds een aantal jaren. Het is buiten de gebruikelijke uitdagingen heel erg leuk om romans te schrijven. Zeker voor mij omdat ik zonder concessies mij kan wijden aan het schrijversvak en mijn leven zo ingericht heb dat de belemmeringen om dat te doen minimaal zijn. Iets wat ik anderen ernstig ontraad overigens want het betekend wel leven in minimale omstandigheden. Mijn thuis is een kleine kamer op twee hoog voor.

De charme van mijn manier van het schrijven van romans is dat er veel onderzoek nodig is. Heel veel onderzoek. Mijn eerste gepubliceerde roman bracht mij op de wallen tussen de prostituees en in een vage club en mijn tweede in vluchtelingenkampen in Nepal. Ervaringen die mijn denkwereld ernstig hebben veranderd en mij voor een flink deel ook vrijgemaakt hebben van conventies, de moraal van (een deel van) mijn opvoeding en angsten die zinloos en onzinnig zijn.

De roman waar ik nu aan werk is in veel opzichten een omslag in mijn werk aan het worden. Ten eerste is het een roman die niet in het heden maar in het verleden speelt en toch geen historische roman is. Daarnaast is dit het boek waarin veel autobiografische elementen verwerkt worden door ze te projecteren op een van de personages. Daar komt nog bij dat het niet één boek is maar drie, een trilogie. Dat laatste was niet de bedoeling maar gegeven dat boeken in zekere zin zichzelf schrijven een logische uitkomst van een goed half jaar onderzoek op thematiek, locaties en personages. Maar er is nog iets.

Londen Januari 2013

Lachrymae (‘Tranen’) is in zekere zin ook een terugkeer naar een periode in mijn jeugd die zeer complex was maar waar ik gelukkig ook goede herinneringen naast de hele slechte heb. Die goede herinneringen hebben in sterke mate te maken met de jaren dat ik meerdere keren per jaar in Londen was. Ik had er een sport- en penvriend en we hebben veel tijd samen doorgebracht. Hij te gast bij mijn familie en ik bij zijn familie. Goed, hij woonde eigenlijk in Surrey en strikt genomen dus niet in Londen maar Morden is wel zo ongeveer het uiterste puntje van Surrey en voor de onbekende simpelweg zuid Londen. Een gezin in een kleine arbeiderswoning in een arbeiderswijk waarvan de vader postbode was en de moeder de twee zoons opvoedde. Een zeer Engels gezin ook.

Ik dwaal af. Mijn nieuwe werk brengt me terug naar Londen. Naar Kensington en Holland Park om precies te zijn en naar Burlington House (en natuurlijk de Burlington Arcade). Plekken in die stad waar ik vaker ben geweest maar in die tijd nog geheel onwetend van de reden waarom ik er nu terugkeer. Ik heb altijd erg van Londen gehouden. Toegegeven, Parijs is romantischer en tintelt meer. Maar Londen was en is een heerlijke stad met een geheel eigen sfeer. Of sferen eigenlijk. Deze keer heb ik een opdracht voor mijn bezoek. Ik ga er zoeken naar wat er nog over is van de geschiedenis van een paar vrouwen, schilders, beeldhouwers en dichters uit een vervlogen tijd. Een tijd waarin er nog de koetsen reden die langzaam vervangen werden door auto’s, een tijd met een zo op het oog strakke moraal maar een evenzo duidelijke hypocrisie die mensen er toe bracht om in het min of meer verborgene zich te onttrekken aan die moraal. Ondeugd zoals dat in Engeland kan zijn. Mijn vrouwen (het zijn er drie) leefden aan dat randje van de maatschappij waar de kunstenaars te vinden waren. De schrijvers en dichters, schilders, beeldhouwers, de eerste beroepsfotografen, acteurs en actrices, de zangers en zangeressen. Niet te vergeten ook de modellen voor de schilders, beeldhouwers en fotografen die niet zelden ook actrices en zangeressen waren of veaudeville of burlesque sterren. Of gewoon prostituee, want er waren in die tijd enorm veel dames die alleen op die manier een eigen bestaan konden opbouwen en onderhouden. Courtisanes, maitresses en hoertjes bevolkten de stad in grote getale want er was nu eenmaal heel wat emplooi voor ze. Zo niet mijn vrouwen, zij waren model en actrice of model en naaister. Een aantal van hen waren min of meer beroemd en een enkeling nadrukkelijk geroemd om haar exceptionele schoonheid.

Het is ruim honderd jaar later. Mijn vrouwen leven niet meer maar toch ook nog een beetje wel. Het is moeilijk om ze te vinden maar ze zijn er nog wel. Op muren van paleizen en musea, van Buckingham Palace tot de Tate Gallery zijn ze nog te zien. Alle drie. Dat maakt het zo heerlijk om naar ze te speuren. Ik ga ze zien straks, geschilderd in de tijd waarin ze op hun mooist waren, ik ga van enkelen de huizen zien (want die zijn er nog steeds) en een atelier waarvan ik zeker weet dat ze er alledrie model gezeten hebben voor één van die schilders. Samen met curatoren en anderen ga ik hun gangen na en ik weet zeker dat ik met aanzienlijk meer beelden en informatie over hun terugkom als wat ik nu heb voordat ik afreis.

De plaatsen die van belang zijn ga ik bezoeken, in mijn hoofd als één van die vrouwen. Ik ga er door haar ogen naar proberen te kijken en weet dat ik dan heel andere dingen zie dan iedereen om mij heen. De Tate Gallery, de Royal Academy, Leighton House en de straten in Kensington zullen er dit keer anders uitzien voor me dan toen ik er lang geleden was. Niet omdat de moderne tijd toegeslagen heeft, want op de overal aanwezige camera’s na valt dat wel mee maar vooral omdat ik anders kijk.

Als het allemaal lukt dat is dit bezoek het begin van een periode waarin ik vaker in die heerlijke stad zal zijn, speurend naar wat er nog wel is van een vervlogen verleden en ondertussen mijn jeugd een beetje terug halend. Voor mijn gevoel doe ik dat terwijl ik de meisjesnaam van mijn moeder draag. Ze zou het mooi hebben gevonden.

© 2012 Anna Ros

Year’s end and new beginnings.

When I face the desolate impossibility of writing 500 pages, a sick sense of failure falls on me, and I know I can never do it. Then gradually, I write one page and then another. One day’s work is all that I can permit myself to contemplate. John Steinbeck

I was born on a New Year’s Eve. Nepali New Year’s Eve on April 13 to be exact. Not the one we celebrate here. I wasn’t aware of that until last year. Working and living in Nepal made me realize it. Of course it is of no importance besides the fact that I nowadays celebrate the New Year twice a year. Once is my own new year, the other one is everyone else’s new year. And every year I reflect on the past year, look back a year, or two or three, and compare. Compare how my life is compared to the previous New Year’s Eves. I’ve always done that because I solemnly believe that when times are hard it is good to look back and based on the comparison understand where the progress has been. I thrive on progress and change, that’s why I do that. Because I also believe that the year I can no longer define progress in any aspect I will have lost my soul.

Past nine years have brought joy, challenge, pain and sorrow. So, on the one scale is all that defines me now as the person I am and what I think is good. The other scale is loaded with the negative, the disasters, illnesses and headwind. And I do not even try to objectivate the outcome. Because if I do I I can not be sure that the overall balance is positive. I simply don’t know if I’m better off now than a year ago. This year has learned more than any year before that the negative might just as well bring a lot op positive things and the seemingly positive can be a dark thing.

A year ago I was in love, and love was answered. In another place in the world, far away from home I had unexpectedly found a woman who I fell in love with and in spite of a massive ravine between our cultures. I felt my life had changed and I planned to move away from Europe and start another life in Asia. It wasn’t even a dream but it was a reality and steps were made, choise were made and I felt so good. In February the axe fell. Totally unexpected. Cultural differences prooved unbreacheable. I had to let go and to be honest, I had already done so the day I stepped on that damned airplane that flew me back to my European life in January. Sometimes I still feel I shouldn’t have boarded that plane but just stayed. For that new life. For love.

I didn’t stay. I flew back. I lost my love.

It tumbled me over and then it was the April New Year’s Eve and I turned fifty, thinking it didn’t matter to me at all. But it did. A lot, an awful lot. I fell sick and the summer went unnoticed. I did not live.

By fall I started breathing again. I published a novel and a photobook. Photo exhibitions followed and there is still one ongoing until February next year. Four days after my birthday on April 18 I was in bed with a bad flu and I found a painting on the internet. I swept me off my feet. I had to know what that painting was and I started researching. I found out it was made by a nineteenth century painter who lived in Kensington, London. ‘Flaming June‘ made me restart my life. Research learned me that there was a dispute about the model who sat for Frederick Leighton for thet specific painting. That dispute led me to a forgotten woman who died in the 1930’s but who was three decades earlier one of the most beautiful women in England. And gradually a story unfolded which was already there waiting to be revealed. More on that can be read here: www.woordenstorm.nl/lachrymae.

Flaming_June,_by_Fredrick_Lord_Leighton_(1830-1896)

It’s end of December now, tomorrow is the last day of this year. I am working hard on my new novel which has evolved in a trilogy about three women, about emancipation, about relationships, war, poverty, wealth, beauty and decay. And about me. It’s the work I will have to write in the coming year, maybe even years. I already know most of the story but I also know that as always it will grow and evolve in a much more detailed and compelling story. My biggest work ever. And tonight I look back. Back to this crazy year.

My life is in many aspects destroyed in the past decade. My body is defect in a very private aspect and I feel deep sadness about that. It actually is the reason why relationships scare me. I don’t think anyone can help me with that, it is very much my own struggle to get some peace over that. My economics are, well they are virtually non-existent. To Dutch standards I am poor and in debt to a level that I will never overcome, no matter what I do and no matter how hard I work. This was the year that I had to learn the harsh reality of not having the money to lead a normal life. I don’t have my own front door anymore, most of my belongings have gone (which for the most of it I don’t mind at all), I can hardly afford transport to anywhere and my social life is becoming smaller and smaller. There are days I do not have food. But this year also learned me that I have the ability to go on and after a year living way below poverty standards I am still here. The most important thing that happend to me this year is that I relearned to make decisions about my own life again. Because I did.

Which brings me to next year.

January will be very difficult. They’re coming to take some of my things away. I won’t be there myself. Complicated story. Pressure is building on me rapidly and life will certainly not improve in January. But important moves are being made. Finance stuff for instance. In the coming months it will all become more transparant and that will inevitable lead me into some sort of debt reduction scheme or bankruptcy. Life won’t end over that. What will happen is that I’m entering a couple of years of very poor living standards but I have the assurance that they won’t be worse than they are now. And yes, that old divorce thing will be corrected in the coming months and that might very well bring a lot of relief. If only because the negative economic part of that will be lifted and redevided in a manner that is fair and making my life easier. It’s all the direct result of the I choice made this year to start rebuilding my life after a downwards spiral that had caught me in the past nine years.

And then there is art. The other major decision I made is that my life will be about writing my books, making my photos and filmwork and focus on the arts as my line of business and the major driving force in my life. It even tops relationships. I know now I can not make any concessions anymore in regard to the art I make and the reason why I do that. Because writing is for me like breathing. There is no way that I can stop that or want to do so. Which made me to choose a pseudonym for writing my future work. Enter Anna Ros. 2012 has brought me a lot on the artistic plane because I’ve grown and made major steps forward but 2013 is even more promising in that. My work improved and so did my writing. I have become confident in that work. I know my abilities and I know where improvement is needed. And there is a lot out there waiting for me to take on. The trilogy being the most important work but there’s also that other loosely related work which I make with a befriended writer. It will surprise a lot of people and is really exciting to make. And of course the film will get finished in 2013, at last. Not as one major work but as a series of three or four short documentaries, portraits of specific people telling the story of forgotten refugees.

And love? Well, that is something else entirely. I am not chasing it to the intensity that I did in the past years. If it happens, it happens. Which doesn’t mean I am not in love because I think I am. To a certain extend. Maybe 2013 will be a good year for love. I would like that but of course that’s uncertain. What is certain is that it will be a great year for friendships. With the few people out there who really know me.

So, this New Years Eve is a very unclear one. Unclear on how my live will continue in 2013, uncertain about where I’ll live and with who. Uncertain about love. But very certain about what defines me: my writings.

I wish all of you a good 2013. With health and love. Skip the economics and other non important things of life, just go for happiness and health. That should suffice.

Love,
Alice Anna

© 2012 Alice Anna Verheij

De leugen schrijft.

Pseudoniem.

Vandaag heb ik na het nodige wikken en wegen gekozen om mijn romans onder een pseudoniem te gaan schrijven. Letterlijk een ‘valse naam’ en afgeleid van ‘leugen’. Maar hoewel etymologisch dat wellicht de juiste Griekse vertaling is, raakt dat toch niet de reeële emotionele keuze om dit te doen.

Rationaliteit speelt maar een betrekkelijke rol daarbij. Immers, mijn schrijfplek hier is toch stevig verbonden met de naam die ik in het dagelijks leven draag. Aangezien hier een redelijk tot goed verkeer is en ik dus mag aannemen dat er nogal wat mensen mijn teksten hier lezen zou het wijzigen van mijn schrijversnaam een risico inhouden. Goddank ben ik niet echt bekend denk ik dan maar.

386482_4562244807933_1223114614_n

De werkelijkheid van mijn schrijfwerk is echter dat er een duidelijke scheiding is tussen de stukjes die ik hier schrijf (van opiniërend tot poëtisch) en mijn werk als romanschrijfster. Die scheiding maakt het in toenemende mate lastig om me senang te voelen met mijn schrijversnaam. Ik heb behoefte aan een waterscheiding tussen mijn romankunst en ander werk dat veel diverser maar ook veel vluchtiger is.

Ik zocht iets krachtigers en daar was ik al maanden mee bezig totdat ik voor mezelf enige tijd geleden vaststelde dat ik vooral mezelf associeer met Anna. Anna is Grieks voor Hannah, betekend lieflijk of gratieus en is een naam met een bijbelse kwaliteit want Anna was de moeder van Maria. Het is een naam voor een moeder. Daarbij is in het Catalaans de spelling Anaïs en om geheel andere redenen ben ik altijd verliefd geweest op die naam. Allemaal aspecten die me bevallen. Het is een veel gebruikte naam met historisch gezien bijzondere vrouwen die haar droegen. Anna Boleyn bijvoorbeeld is zo’n vrouw die mij altijd interesseerde. De naam is ook om te keren, het is een palindroom en ik houd van symmetriën. Ik zoek ze op in mijn vormgevingswerk, mijn fotografie en zelfs mijn filmwerk en voor de goede lezer is die ook nog te vinden in veel van mijn poëzie en sommige verhalen. Kortom, het zit wel goed met die voornaam.

In het Engels is mijn achternaam Verheij een naam die voor zo goed als iedereen in die taal niet of nauwelijks uit te spreken is en in combinatie met de soms Engels en soms Frans uitgesproken naam Alice wordt het nu zelfs een soort blok aan mijn been. Gevoelsmatig vooral. Ook in combinatie met Anna is dat niet een passend pseudoniem. Waar zowel in mijn jeugd als in mijn huidige leven er een verbinding met Engeland is wordt het interessant om naar de andere lijn in mijn familie te kijken. Mijn moeder droeg de achternaam Ros, een naam die eeuwen terug via Engelse huursoldaten naar Zeeland en de Zuid Hollandse eilanden kwam. Vandaar verder trok naar Scheveningen en Scheveningers hebben van oudsher een verbinding met Engelse havenplaatsen. Aangezien ik een andere band had met mijn moeder dan met mijn vader en het zelfs zo is dat zij mij wel gekend heeft en mijn vader mij eigenlijk niet echt, is het niet vreemd om die band met mijn moeder te onderstrepen. Ros is dus in meerdere mate als naam met mij emotioneel verbonden dan Verheij. Hoewel ik mij mijn hele leven dus al Verheij noem. Hoe vreemd kan het gaan.

Ik hield van mijn beide ouders, alleen mijn moeder is langer bij me gebleven. Lang genoeg om nog de aanzet van mijn nieuwe leven mee te maken. Het was mijn moeder die mij toen ik jong was vergezelde naar de musea om naar kunst te kijken en geschiedenis tot me te nemen. Het was mijn moeder die me baarde, voedde, opvoedde en in mijn eerste leven vormde. Het was mijn moeder die mij later kon aannemen als de mens die ik ben. Het oneerlijke is dat mijn vader die kans niet kreeg. Nu ik ouder ben en ze er niet meer is wil ik haar juist bij me hebben, al is het maar in naam. Haar naam. Ze heette voluit Aagje Ros en daarmee is A. Ros op deze manier niet alleen mijn pseudoniem in aanschrijfnaam maar ook die van mijn moeder. Waarmee ik dit pseudoniem maak tot een postume omhelzing en in zekere zin tot een virtuele vredespijp want de band heeft ook lange tijd gekneld.

Het pseudoniem waaronder ik vanaf nu mijn romans schrijf is dus Anna Ros.

Een naam die ik mooi, kort en krachtig vind, die bij me pas als een oude jas die de geur van een verleden heeft waar ik van gehouden heb en de belofte draagt van een nieuw begin. Want deze keuze markeert een overgang naar een nieuwe fase in mijn schrijversschap en misschien zelfs wel een nieuwe en hoopvolle fase in mijn leven.

Zo enkele dagen voordat ik in afzondering ga werken aan mijn roman Lachrymae is het ook het goede moment voor deze keuze. Mijn nieuwe boek zal vooral ook een contrapunt in mijn werk moeten zijn. Het is de brug of het verband tussen mijn werk tot nu toe en het werk dat ik in de toekomst wil maken en nu al maak. Mijn eerdere werk lag voor wat betreft gevoel vooral buiten mij en bestond uit verhalen die uit observatie ontstonden en mijn nieuwe werk komt nadrukkelijk voort uit introspectie. Ik keer mijzelf binnenstebuiten waar ik dat niet eerder durfde of deed en ik denk dat dit de diepgang en kwaliteit van mijn werk ten goede komt. Dit boek is een waagstuk en dit boek laat zich niet snel schrijven, het vergt wegen, overwegen en heroverwegen en kan alleen tot stand komen als ik bereid ben de pijn aan te gaan met het geloof dat daaruit schoonheid ontstaat. De ingrediënten zijn er, het recept is geschreven, nu komt het er op aan om in de juiste verhoudingen de pigmenen van mijn verhaal te mengen om het dan te schilderen. Maar wel met de juiste ondertekening.

Misschien is dat laatste wel de belangrijkste reden waarom Anna Ros op moet staan en Alice Verheij gaan zitten. Vanaf vandaag leef ik als vele anderen in een gezochte en milde artistieke schizofrenie.

Alice Anna Verheij / Anna Ros

Aandacht

Niet zo heel lang geleden zei een bijzondere vriendin tegen me dat ze houdt van aandachtig schrijven. Zinnen schrijven die zorgvuldig samengesteld worden uit gewogen woorden. De preciese woorden die ze gebruikte waren ‘traag schrijven’.

Ze zette me aan het denken en om de één of andere reden zorgde die woorden voor een doorbraak. Aandacht en traagheid. Het zijn immers precies die dingen die in het dagelijkse leven veelal ontbreken. Onze wereld is snel. Steeds sneller en onvoorstelbaar oppervlakkig. Als niets er meer echt toe doet en ingeval iets er wel toe doet dat vooral niet lang mag duren. Waarnemen, tot je nemen, verteren en dan snel weer verder. Het is me te snel geworden en ik wil er niet meer aan meedoen. Wat mij betreft stel ik mij buiten dat vluchtige.

Ik kwam er in de dagen na die opmerking achter dat traagheid soms ook een ander woord is voor aandacht en zorgvuldigheid. Iets waar ik in sommige situaties niet goed in ben maar als het op schrijven aankomt me probeer eigen te maken. Wat verrassend eenvoudig blijkt te zijn. Niets is fijner dan een formulering van een zin te beschouwen, de woorden even te laten dansen met synoniemen, de contructie zo hier en daar te wijzigen om dan na wat technisch gesleutel tot een afgewogen, gebalanceerd en taalkundig mooi construct te komen. Als ware het een spel. Maar dat is het niet.

Er blijken truukjes te zijn en gewoonten die kunnen helpen bij het traag schrijven en aandachtig leven. Twee daarvan zijn maar al te bekend en tegenwoordig ernstig onderschat: pen en papier. Want met een pen op papier schrijven is heel wat anders dan de computer gebruiken voor het in het geheugen knallen van zinnen. De dynamiek is anders. Het resultaat ook. Want papier is weliswaar ongeduldig maar ook nadrukkelijk eenmalig. Als het er eenmaal staat, staat het er en kan het niet meer weg. Tenzij de seriemoordenaar in de schrijver wakker wordt en er weer de nodige geliefden om zeep worden gebracht en hele zinnen, alineas en misschien zelfs hoofdstukken sterven onder de onverbiddelijkheid van de rode pen.

Dus ga ik een rode pen kopen want die heb ik niet. Wel blauwe.

Omdat mijn nieuwe boek iets heel anders wordt dan mijn eerdere werk in heel veel opzichten en dat boek eisen aan mij stelt die niet eerder gesteld werden, heb ik mijn aanpak voor het schrijven van een roman aangepast. Een tipje van de sluier kan ik wel oplichten.

Natuurlijk doe ik nogal wat aan onderzoek. Voordat ik met schrijven begin besteed ik daar heel veel aandacht aan en het onderzoeken gaat ook gewoon door tijdens het schrijfproces. Wel is het zo dat pas wanneer ik nadrukkelijk het gevoel heb dat het verhaal in mijn hoofd zo ver uitgewerkt is dat eigenlijk alle grote lijnen het schetsmatige verruilt hebben voor een solide structuur, begin ik met het ambachtelijke schrijven. Want dat is het in dat stadium: een ambacht. Voordat ik ga schrijven zit de creatieve kracht in de samenstelling van de plot, de karakters, de plaatsen en het tijdspad. Tijdens het schrijven zit dat voornamenlijk in de details (hoe fijnmaziger, hoe leuker om te schrijven) èn in dat magische proces van het componeren van enkele zinnen en het smeden van de alineas. Een proces dat goed vergelijkbaar is met het componeren van een muziekstuk.

Lachrymae, mijn nieuwe roman, komt tot stand met de pen èn met de computer en de opbouw gaat in fasen, die over elkaar heen schuiven. Al maanden ontspint zich een plot rond de belangrijkste karakters in het boek en al schrijvend plaatsen ze zichzelf in scenes, in situaties en op locaties. Alles tuimelt over elkaar heen en door elkaar en aan het eind staan er zinnen, alineas en hoofd stukken. De basis is een serie notitieboekjes met allerlei aantekeningen en feitjes waarvan ik pas later besef wat de relevantie is. Vervolgens schrijf ik met pen in een flinke dummy, zo’n lekker groot gebonden doch maagdelijk boek de ‘master’. Het eigenlijke manuscript waarbij manus, de linker om precies te zijn, het te verduren krijgt. Dat manuscript springt heen en weer over de hoofdstukken al naar gelang er zich een scene aan me opdringt om geschreven te worden. Scenes waarvan ik in grote lijnen weet dat ze er zijn maar waarvan de exacte plaatsing in de tijdlijnen van het verhaal nog niet volledig vastgelegd hoeft te zijn. Het manuscript is dan een soort tijdreis door het verhaal en nog niet zo goed toegankelijk voor de lezer.

Naast dat papieren manuscript dat vol verwijzingen en verbindingen en correcties en doorhalingen staat, laat ik tegelijkertijd mijn computer zweten. De laptop vult zich binnen de definitieve verhaalstructuur met de blokken die in het manuscript staan en de roman onstaat dan echt. In een logisch verband.

De aanpak is nogal afwijkend van hoe ik eerder schreef. Tot dit boek was ik wat ik noem een flits of flow schrijfster. Het verhaal vormde zich in mijn hoofd, fermenteerde een tijd en als de tijd rijp was zonderde ik me af en stortte het verhaal zich in één continu stromende vloed naar buiten. Grof genomen na een maand lag er de eerste consistente versie van het manuscript. Dan volgden de correctieslagen die zomaar een half jaar of meer konden duren om daarna tot een publicatierijp geheel te komen.

Zoniet dus deze keer. Deze keer kies ik voor aandacht. Voor traagheid. Dat doe ik omdat ik schrijf over een tijd die anders is en minder gehaast dan de onze maar ook omdat ik zelf de snelheid zat ben. Ik merk dat mijn teksten mooier zijn op deze manier. De kwaliteit van mijn werk stijgt. Daarbij vraag dit verhaal om grote zorgvuldigheid omdat ik de historie gebruik uit een tijd die ik niet meegemaakt heb maar die ik wel wil treffen èn omdat een flink deel van het boek bol staat van de autobiografische elementen met daaraan gekoppeld een paar behoorlijk controversiële zaken. Deze roman is moeilijk en mooi om te schrijven, verlichtend en gevaarlijk. Dit boek is een zeer emotioneel schrijfproduct en dat vergt geduld, overweging en heroverweging, formulering en herformulering en dus een schrijfproces dat mij dwingt om vooral niet te vervallen in haast of roes.

Over een paar dagen ga ik in schrijfretraite en ik ben er aan toe. Alles in mij schreeuwt om afzondering, kluizenaarschap. De noodzaak om in opperste concentratie zonder verstoringen te kunnen werken is enorm groot. Zelfs na die vier á vijf weken afzondering zal blijken dat dit boek nog een jaar schrijven vergt en misschien wel langer. Er is geen tijdpad voor het schrijven en geen deadline. Dit boek zal klaar zijn als ik de laatste punt gezet heb en er niets meer aan kan veranderen. Niet eerder. Daarmee is het schrijven van dit boek ook een spiegel van mijn leven op dit moment. Waar vriendschappen zijn die zich in evenwicht ten opzichte van mij zetten dan wil ik daar energie en aandacht voor hebben en rust. Veel rust. Dat houdt in dat waar de snelle communicatie een vaste plek in mijn leven heeft (facebook, linkedin en deze schrijfplek zijn een basis voor me), kies ik ervoor om volgend jaar (en nu ook al eigenlijk) de pen en het papier te gebruiken waar ik kan. 2013 wordt een jaar waarin ik weer een papieren agenda ga gebruiken en brieven zal schrijven. Brieven die in enveloppen kunnen met postzegels er op en die met gepaste traagheid naar hun bestemming gaan. Die daardoor ook met meer aandacht gelezen worden en met meer liefde ontvangen.

Misschien ontvang jij wel zo’n brief. Omdat ik het waard vind om hem te schrijven. Omdat ik weet dat een brief een andere kwaliteit in zich heeft dan een emailtje. Omdat brieven, als ze mooi genoeg zijn ook lang bewaard kunnen worden. Uiteindelijk heb ik de brieven van mijn eerste vriendinnetje ook nog steeds na al die jaren. Die lieve vriendin heeft iets in mij wakker geschud. Wat dat op de langere termijn precies betekend weet ik niet maar het voelt goed en ik omarm het als een vergeten deugd. Ik wordt na al die jaren gehaast met liefde weer traag en aandachtig. Hopelijk met veel meer zaken in mijn leven dan het schrijven alleen.

Lieve lezers, ik wens jullie mooie feestdagen en een goed nieuw jaar. Met gezondheid, geluk en heel veel liefde. In december zal het op deze plek vrij stil zijn, ik ben er niet want ik ben weggekropen en schrijf. Met de pen. Op papier. Gewoon omdat het zo moet zijn.

© 2012 Alice Anna Verheij

Booktitles

Booktitles. Finding the proper title for the book one writes is kind of killing. Sometimes it just works. My last book made its own title. This time however I’ve been manipulating titles for quite sometime. Currently third incarnation of my new novels title is there. This one will stay for as I’m concerned. The previous two titles are incorporated in the book, I’ll explain.

My newest novel is titled ‘Lachrymae‘, the Latin word for ‘tears’. The books is actually two books in one. The first part about Mary Lloyd is subtitled ‘The Angel of Kensington‘, because that’s what she was in her time. The second part, subtitled ‘The Improbability of Love‘ is about Lena Dene and her love for Mary. At least, this is what the books seems to be about if one would stay at the surface. But when digging deeper the book is actually about women who were surprisingly emancipated in a non emacipated age. It’s about love and death. The great themes. And it is about relationships between women (and sometimes men) and the consequences of relationships and the state people are in at different points in their life. The book deals with sickness and how to live (and love) with e genital defect. At the turn of the twentieth century in a post Victorian society with the same hangups that our society seems to have fallen back to.

Lachrymae, I am slowly starting to love the inert quality of the word. For the dutch language version it is perfectly ok, in the English language version this a undecided. It’s how languages work, one never knows for sure what to choose.

© 2012 Alice Anna

Het veld verleggen.

“Het veld verleggen”. Het blijft een raar zinnetje. Alsof je een veld kunt verleggen. In letterlijke zin is dat een knap lastige zaak die alleen weggelegd is voor de gras-o-logen van de voetbalstadiums, het Gelredome voorop. Want daar wordt inderdaad regelmatig het veld verlegd.

 

Ik verleg ook het veld maar dan in overdrachtelijke zin. De komende maanden concentreert mijn schrijven zich op het werken een mijn nieuwe roman en de processen die daarbij horen worden in een dagboek beschreven. Dat dagboek staat online en dat is niet op deze plaats. Het zou hier niet zo goed passen tussen al het andere werk dat hier staat.

Het betekend wel dat ik mijn trouwe schrijfplek hier voor een tijdje verruil voor een andere. In plaats van de frequente schrijfsels op Writer’s Block zullen er dagboek notities verschijnen op de voorpublicatie website van De Onwaarschijnlijkheid van Liefde, de subsite van WoordenStorm. Volg de link hierboven en maak een bladwijzertje of zo aan. RSS kan natuurlijk ook want er is een feed en mocht ook dat niet bevallen dan is er altijd nog facebook: www.facebook.com/alice.verheij.

Er zal niet of nauwelijks tijd zijn om hier nog veel te schrijven gedurende die periode. Een enkele keel kan ik mij daar niet van weerhouden maar de frequentie van nieuwe teksten zal aanmerkelijk dalen. Tot ergens in januari wanneer ik hoop het grootste deel van het werk klaar te hebben en een manuscript op mijn schrijftafel te hebben liggen.

Voor een ieder, mocht ik niet meer publiceren hier vóór de feestdagen: ik wens jullie een goede maand december en hoop jullie in januari weer te vergasten om verse teksten.

© 2012 Alice Anna Verheij

A postcard from Jane.

Today, to my surprise, I received a postcard from Jane. Jane Morris. She lived in England between 1839 and 1914. She was a model. In those Victorian times she was one of the three grand ladies of painting next to Elisabeth Siddal who was portrayed as Ophelia by the great painter John Everett Millais and Dorothy Dene, one of the three muses I am writing about in my new novel. Dorothy was no doubt the most beautiful of the three but she was a kind of Marilyn Monroe and died at a too early age of 39 presumably of laudanum overdose but probably due to an abortion that went wrong.

Anyway, Jane Morris was as a model rather surprisingly probably the most successful of the three women. She was married to a known and respected painter and by that was wealthy compared to others. And she was the lover of Dante Gabriel Rosetti, the prince charming of the pre Raphaelites. Jane is the most portrayed and Jane was no doubt the least talented of the three models in those days. Dorothy was an actress and Elisabeth Siddal a very talented paintress. Jane however was a model of vry humble working class descent, her talent being a mystifying beauty and an enduring inspiration to both Rosetti as her husband William Morris.

So, Jane wrote me a few days ago from London. Having lunch on a boat not far from the Tate where her portraits hang, in between writing her lifestory. A couple of months ago we’ve met in a café just around the corner where I live. She told me about her life and I told her about mine. You see, I identify as much with Lena Dene as my table partner identifies with Jane. Lena is, as you might already know from my other writings, the younger and unknown sister of the fore mentioned Dorothy and in real life was named Isabell Helena Pullen, a cockney girl by birth. Anyway I talked to Jane, or her reincarnation, that day and was struck by the amazing resemblence of her with the Jane from way back then. During the following months I researched for my book and in the process thought of this Jane many times. I saw her portraits hundreds of times. And now I received this wonderful postcard. Seems she’d been thinking of me too in the past time and as she wrote followed my advice, went back to London and started writing. I wonder what will come of that.

Hopefully we’ll meet again soon.

© 2012 Alice (Lena) Anna Verheij

Na 10.000 gratis downloads is het klaar.

Nu meer dan 9.000x gedownload:
de gratis eBook versie van mijn debuutroman
‘Eén latte, een cappu en een espresso’.

DOWNLOAD HEM HIER! *

Na 10.000 downloads zal het niet meer mogelijk zijn dit eBook gratis te downloaden!

Naar verwachting zal rond 1 oktober de 10.000e download plaatsvinden.
Vanaf dat moment gaat dit eBook €1,99 kosten.
De opbrengst van de betaalde downloads komt volledig
ten goede aan de projecten van de Empowerment Foundation.

Een kadootje voor mijn lezers.

Beste lezers,

soms moet je iets geks doen. Soms is dat heel zo gek niet.
Aangezien de drukkosten tegenwoordig hoog zijn en er geen fondsen zijn voor heruitgave van mijn debuutroman, gegeven dat ik die al lang in een eBook PDF versie klaar heb én gegeven dat ik gezien wat er allemaal dit jaar nog uitkomt aan nieuwe uitgaven, geef ik jullie hierbij een kado.

Daar is een reden voor. Ik ben een tegenstander van het beleid van het inmiddels demissionaire kabinet dat over zijn graf heen regeert en nog steeds allerlei maatregelen er door drukt die de samenleving schaden en de zwakken in de samenleving hard in de portemonnaie treffen. Ik ben een tegenstander van het beleid van de gemeente Den Haag die in navolging van dit cultuurbarbaarse kabinet de kunsten in Den Haag afslachten door intrekking van de steun aan het Koorenhuis waar duizenden Hagenaars met veel plezier tegen redelijke kosten kunst leren beoefenen. En ik ben tegen het intrekken van de subsidies aan kleine theaters als Branoul en de Regentes die een functie hebben in deze stad. Dat soort beleid raakt mij aan alle kanten. Het creeërt een klimaat in de samenleving waarbij kunst als nutteloos, overbodig en zonder waarde wordt gepositioneerd. Als hobby, als tijdverdrijf.

Met het gratis beschikbaar stellen van mijn debuutroman maak ik een statement tegen dat beleid. Tegen de destructie van de kunst, of dat nu amateurkunst of ‘professionele’ kunst is. Het is een statement gemaakt met de wanhoop van de schrijfster en de bohémienne die deze samenleving onderuit ziet gaan en als enig antwoord daar op heeft haar kunst op straat te gooien. Niet omdat die kunst niks waard is, maar omdat het de enige manier is waarop iedereen met of zonder geld daar kennis van kunnen nemen. In de hoop dat de bestuurders ooit hun verstand terug krijgen.

Mijn debuutroman Eén latte, een cappu en een espresso is vanaf vandaag gratis te downloaden vanaf deze website én vanaf GoodReads. Het downloaden hier is natuurlijk het eenvoudigst want dat is als U dit leest precies één klik weg. Klik HIER voor de eBook versie.

Ben ik gek dat ik de eBook versie gratis weggeef? Absoluut!

Alice Anna Verheij

For my English speaking readers: what is written above this is an announcement of the availability of my debuting novel FOR FREE DOWNLOAD. It is in Dutch, so if you’re in for a challenge, please go ahead and download and enjoy the book. And spread the word! To get it, just click on THIS.

The Story of Mary Lloyd.

She was a beautiful and praised model at the end of the 19th century. Then she was forgotten.
Until 1933 when a newspaper article told her sad story to it’s readers. The she was forgotten again.
Until 1996 when Dr. Martin Postle, a British art historian discovered photographs of Lord Frederic Leighton’s atelier just after he died showing multiple paintings for which Mary posed. Just like she posed for Frederic Brock when he made the Victoria Memorial years later. Then she was forgotten again.
Until I saw the painting by Frederic Leighton titled ‘Flaming June’ and learned about the dispute regarding the model who sat for Leighton when he painted this painting. That triggered and puzzled me. And when I found out about Mary’s story there was no way back for me.

Mary Lloyd, the forgotten model is the main character in my upcoming Dutch language novel (hopefully to be translated into English later) De Engel van Kensington (The Angel from Kensington). Although large parts of Mary’s life are unknown and impossible to retrieve from the past the story of Mary Lloyd, the upper middle class girl who became a painters model and lived a rather quiet life, is a beautiful story full of 19th century fin de siècle atmosphere, 20th century interbellum excitement and love.

Mary Lloyd who at seventy was still a beautiful woman leading a poor life as a seamstress and housekeeper but looking back at a wonderful modelling career, deep friendships, beautiful art a two loves of her life. So, what really happened in Mary’s life?

The Angel from Kensington is planned for publication before Christmas 2012. The story of Mary Lloyd starts again today.

Alice Anna © 2012

Headwind, Laxmi’s Story. Pre-publication of the novel.

Dear readers,

today I give you a free sample as a pre publication of my latest novel ‘Headwind, Laxmi’s Story’ that is currently in its final stage before publishing. I hope you enjoy it and will get even more curious and interested in this book that I wrote straight from the heart in the summer of 2011 while staying in Nepal for the Headwind project.

This pre publication contains an explanation of the novel, the prologue and the first chapter. Right click on DOWNLOAD to get the PDF file.


As of today I accept pre-orders for the novel. The book price for non Bhutanese will be €17,95 / 1900 NPR / US$ 22, for Bhutanese this will be €9,00 / 990 NPR / US$11 excl. postage and packing.

For preordering please send an email to alice.writes@xs4all.nl and I wil answer with information regarding payment options.

Alice Anna Verheij
author of Headwind, Laxmi’s Story 

Verrassing

Life is full of surprises.

Inderdaad. Waar begin dit jaar het er nadrukkelijk naar uit zag dat ik voor jaren in Nepal zou gaan wonen blijkt de werkelijkheid enkele maanden later volledig anders uit te pakken. Tegenslagen in de liefde en in mijn mogelijkheden op een normaal leven maken dat – zoals wel vaker in mijn rare leven – de vlag er na een paar maanden bepaald anders voor staat.

Financieel dusdanig aan de grond gezet dat er zonder een mirakel geen kans is om terug naar Nepal te gaan leek het er de laatste maanden op dat dit jaar een jaar om over te slaan zou worden. Tenminste als het om het reizen gaat. Natuurlijk, er wordt naarstig gewerkt aan de film die toch echt deze zomer uit komt, de publicatie van maar liefst drie boeken in de komende maanden en een grote tentoonstelling in de Domkerk in Utrecht in september en oktober. En dan ben ik ook nog begonnen aan een nieuwe roman. 2012 blijkt dus vooral een creatief explosief jaar en om dat mogelijk te maken moet ik nu eenmaal in Nederland zijn.

Daar komt bij dat ik van mezelf weet dat als ik in de gemoedstoestand waarin ik verkeer binnen enkele maanden naar Nepal zou gaan ik er zeker van ben niet meer terug te komen. Zo sterk is mijn afkeer van dit land geworden. En niet zonder redenen.

Maar, het lot beschikt weer eens anders en karma plaatst me zoals zo vaak voor verrassingen.

Om te beginnen ben ik even een paar weken flink ziek geweest en dat is een prima manier om weer met beide benen op de grond te belanden. En keuzes voor de korte termijn te maken. En dan zijn er vrienden en vriendinnen die het eigenlijk niet leuk vinden als ik lang weg ben. Wat natuurlijk geweldig lief is en me doet beseffen dat zij ook voor mij te belangrijk zijn om afscheid te nemen van het westen.

En dus wordt de zomer besteed aan het werk rond film en publicaties. Om het nog een beetje leuk te maken buiten het werk heb ik besloten de Literaire Salon terug te laten komen maar dan wel in de buurt waar ik nu woon en die ik met de dag leuker ga vinden. Daarover volgt later ongetwijfeld meer. Verder werk ik dus inmiddels op de momenten dat daar wat ruimte voor is aan mijn nieuwe boek, ‘De engel van Kensington’ waarbij ik weer het plezier van het roman schrijven terug heb gekregen na bijna een jaar afwezigheid.

Maar het land uit anders dan voor een kort onderzoeksreisje naar Londen ergens in de komende maanden was van de planning verdwenen. En dat is lastig voor iemand die eigenlijk vooral een reizigster is met de lusteloosheid van een bohémienne.

En dan belt een vriendin die me naar Lesbos meeneemt in september. Twee weken vakantie (met een beetje werken) op een mooi eiland in een mooie zee met leuk gezelschap. En dus wordt er toch nog gereist dit jaar. Onverwacht, zoals het hoort met verrassingen. De camera’s gaan mee wat daarvoor is er werk aan de winkel en dat is eigenlijk ook wel weer leuk want gefilmd en gefotografeerd moet er natuurlijk wel worden dit jaar.

Sommige pareltjes zijn het mooist in het roze. Voor degenen die ook zin hebben in een september avontuur (en het vrouwenfestival op Lesbos), er is nog plek… en voor goed gezelschap schenk ik met alle plezier een lekker glas wijn bij zonsondergang.
http://pinkpearlsamsterdam.com/nl/reizen/Fantasy-Island-holiday

Ik kijk er nu al naar uit.

Alice © 2012

Een nieuwe roman: De engel van Kensington.

Meer informatie over De engel van Kensington is te vinden op de speciale pagina op deze site.

Enige tijd geleden ben ik begonnen aan het onderzoek voor mijn volgende roman. Inmiddels is er mij zoveel bekend over de hoofdpersoon en met name over welke perioden in haar leven niet meer geschiedkundig kunnen worden gerecontrueerd dat ik op basis van die informatie vandaag toch maar begonnen ben met schrijven. ‘De engel van Kensington’ zal deze zomer worden geschreven en mogelijk dit jaar gereed zijn.

Synopsis (versie Mei 2012)

Mary Lloyd (door sommige van haar opdrachtgevers en vrienden Molly genoemd) was een jonge vrouw van gegoede afkomst. Haar vader was ‘squire’ op Benthall Hall, het landgoed van de aristocratische familie Benthall in Shropshire in het negentiende eeuwse Engeland. Mary’s vader John Lloyd ging echter nadat de Benthall’s hun landgoed van de hand moesten doen in verband met de hoge kosten failliet. Hij was zijn werk kwijtgeraakt en in het toen verarmde Shropshire was er geen mogelijkheid vervangend werk te vinden.

Omslag ontwerp ‘De engel van Kensington’. © 2012 Alice Verheij

Enkele jaren later vertrok Mary uit het ouderlijk huis, een kleine cottage op het landgoed dat het gezin uit dankbaarheid jegens haar vader beschikbaar was gesteld door Lord Benthall. Tegen de wil van haar familie koos de jonge Mary voor een onafhankelijk en avontuurlijk leven in Londen. Ze vond een baantje in een fourniturenwinkel en na enkele jaren werd ze ontdekt door een liaison van de schilders van de Pre Rafaëlistische Broederschap, een groep avant garde schilders die streefden naar vernieuwing in de schilderkunst door terug te grijpen naar mythologische thema’s.

Mary stond door haar verpletterende schoonheid al snel model bij alle bekende schilders en beeldhouwers uit die tijd en werd de protégé van een van die schilders en zijn favoriete model met wie hij een verhouding had. Binnen niet al te lange tijd werd Mary onderdeel van een menage a trois met de schilder en zijn model waarbij zij een gevecht moest voeren tegen de burgerlijke moraal waarmee ze was opgevoed en haar eigen gevoelens. De verhouding tussen de drie leverde niet alleen prachtige schilderkunst op maar tegelijkertijd ook spanning binnen de gemeenschap van de schilders en hun modellen in het Londense Kensington.

Maar de schilders zijn al op leeftijd en een voor een vallen ze weg totdat ook Mary’s beschermheer sterft waarna ze zonder voldoende inkomen samen met haar grootste rivale én geliefde achterblijft. De relatie tussen de twee vrouwen verdiept zich snel maar dan slaat het noodlot toe.

Decennia later leeft Mary nog altijd in Kensington als laatste van de modellen uit een vervlogen tijd en kijkt op haar leven en liefdes terug. Bij haar weinige overgebleven vrienden staat ze nog altijd bekend als de engel van Kensington.

Alice © 2012

The Headwind Poject: an overview.

In the past year the Headwind Project has broadened from making a documentary to much, much more. At this stage the project is in fact a more than full time job for the Headwind Production team. The following graph shows what is done and what is coming in the (near) future:

Alice © 2012

Uitgave nieuwe roman.

In de zomer van dit jaar schreef ik mijn eerste Engelstalige roman in de bergen vijfentwintig kilometer noordelijk van Kathmandu. Daar, in het kleine plaatsje Kakani van waaruit je over als slagroom soesjes op een zee van laveldel blauwe lucht drijvende witte toppen van de Himalaya uitkijkt. Na enkele weken was het boek dat zich in mijn hoofd gevormd had als manuscript klaar.

Het is maanden verder. De laatste loodjes van mijn laatste eigen redactie op het manuscript zijn zwaar. Zoals loodjes horen te zijn. Over enkele dagen vlieg ik weer naar Nepal en zal ik vanuit het vliegtuig Kakani kunnen zien liggen. Ik ga er vrienden zien en in de verloren momenten zal ik er de laatste hand leggen aan mijn eigen redactie van dit boek. Ik weet nu al dat er een paar passages ernstig veranderen. Zo moet het ook zijn. Je maakt iets tot op het punt dat je aanvankelijk denkt dat het klaar is maar dan laat je het rusten en rijpen. Na een tijdje buiten zicht gerezen te zijn blijkt het laagje deeg een luchtige volle cake geworden. En dan gaat die uit de vorm, wordt aangekleed en opgesierd. Klaar voor consumptie.

Dat aankleden en opsieren gebeurt in december. De laatste correctie door een Engelstalige redacteur ook. En wanneer dat allemaal is gebeurt wordt mijn nieuweling opgediend. In Nederland en in Nepal. Een synopsis:

Headwind, Laxmi’s Story, want zo heet ze, is een verhaal over een jonge vrouw die in haar vroege adolescentie vanuit een vluchtelingenkamp met haar familie migreert naar Nederland. In het kader van een third country resettlement programma van de Verenigde Naties. Eenmaal in Nederland begint de integratie in de Nederlandse samenleving. Een samenleving die wonderlijk is maar die met de openheid van een kind benaderd wordt. Maar ook een samenleving waarbinnen haar familie als een soort cocon in stand probeert te blijven. Laxmi verwijderd door haar jeugd en de contacten met leeftijdsgenoten zich van haar familie. Meer dan haar jongere broer met wie ze optrekt. Haar oudere broers werken vooral hard, haar ouders worstelen met hun identiteit in dit land dat niet biedt wat zij zo nodig hebben.
Voor Laxmi het Beldangi kamp in het Jhapa district in Nepal verliet had ze een vriendje: Jigme. Een mooie jongen van haar eigen leeftijd maar uit een lage kaste waar haar eigen familie in een hoge kaste leeft. Jigme werd getolereerd door haar ouders en broers en zusje. Eenmaal in Nederland echter blijkt dat Jigme naar Amerika gaat. Hij en Laxmi proberen contact te houden want de liefde is niet verdwenen. Laxmi’s ouders, vooral haar vader, willen dat er een einde komt aan de vriendschap tussen Laxmi en Jigme en vind een ander voor haar. Maar een gearrangeerd huwelijk is voor Laxmi vooral een gedwongen huwelijk en na een ruzie verlaat ze het huis en haar familie.
Enkele jaren later, Laxmi heeft dan een bloemenstalletje samen met een vriendin die ze van de inburgeringscursus kent, staat ineens Laxmi’s oom Suraj voor haar. Suraj leeft in Amerika en vraagt Laxmi haar vakantie bij zijn gezin door te brengen.
En al die tijd dat Laxmi in Nederland is denkt ze terug aan haar oude leven. Aan wat er in het kamp gebeurde, aan de mooie dingen maar ook aan de moeilijke en soms gruwelijke ervaringen uit de tijd dat ze een vluchteling was. Tot ze beseft dat de vlucht nog niet voorbij is.

Headwind, Laxmi’s Story komt in januari 2012 uit. De Nederlandse druk zal uitgegeven worden door WoordenStorm in samenwerking met de Empowerment Foundation in een beperkte oplage. De Nepalese druk wordt in Kathmandu uitgegeven later in 2012 en zal niet beschikbaar komen voor de Nederlandse markt. Het boek zal uitsluitend via internet te bestellen zijn. De opbrengsten van de verkoop van de roman komt geheel ten goede aan het werk van de Empowerment Foundation en meer speciaal aan het Headwind project dat bestaat uit de uitgifte van de roman, de productie van de documentaire film Headwind en de fototentoonstellingen. Headwind is een Empowerment Foundation project met als doel het vergroten van de bekendheid van het vluchtelingenvraagstuk van de Bhutaanse bevolking die in het begin van de negentiger jaren uit het zuiden van Bhutan is verdreven door hun koning en zijn leger.

~

Uitgave: 310 pagina’s middenformaat paperback met full color cover
Prijs: €18,95 inclusief BTW maar exclusief verzending
Distributie: via de auteur en de Empowerment Foundation (www.empowermentfoundation.nl)
Voorintekening: kan vanaf heden plaatsvinden door een email te sturen naar alice@empowermentfoundation.nl 

NaNoWriMo 2011 gaat vannacht van start.

Na in 2008 mee te hebben gedaan en het niet gehaald te hebben met het Engelstalige manuscript voor ‘Cairo Scent‘, in 2009 te hebben meegedaan met als resultaat het manuscript voor ‘Droomvlucht Afrika‘, in 2010 te hebben meegedaan met als onontkoombaar gevolg de uitgave van ‘Eén latte, een cappu en een espresso‘ als mijn debuutroman, kan ik het niet laten om dit jaar wéér mee te doen met NaNoWriMo. De National Novel Writing Month die alles behalve ‘national’ is. Een roman schrijven in dertig dagen. Gekkenwerk.

Ware het niet dat ik eerder dit jaar in de maand juni al een roman geschreven heb toen ik in de bergen in Nepal verkeerde. ‘Headwind, Laxmi’s Story‘ is inmiddels in manuscript gereed en ligt bij de uitgever in Kathmandu, Nepal ter lezing en correctie. Het boek zal rond de jaarwisseling uit moeten gaan komen en wordt mijn eerste Engelstalige werk dat gepubliceerd gaat worden.

Maar zomaar meedoen met NaNoWriMo is niet genoeg. Ik weet dat ik een roman in een maand kan schrijven (dat wil zeggen, mijn brein legen op het virtuele papier van mijn geduldige laptop nadat het eerste weken of maanden is gevuld met een verhaallijn, personages, locaties en situaties). En dus moet het dit jaar maar anders dan anders verlopen.

Vanaf de eerste keer dat ik mij op NaNoWriMo stortte deed ik dat in het gezelschap van mijn beste vriendin. En dit jaar is dat niet anders. Sterker nog, er is sprake van coproductie. En daarmee houdt het dan ook op als het gaat om de publieke beschrijving van wat er gaat gebeuren want het boek dat er uit rolt over enige tijd is niet alleen leuk maar ook spannend en schokkend en zal zeker de media weten te bereiken door de onthullingen die er in komen te staan. Onthullingen die de natie zullen schokken en de weerslag zijn van veel research, uren zoekwerk in archieven, kranten, boeken en verschillende locatie bezoeken.

Ik heb er zin in.

Alice © 2011