The End.

Beste lezers,

Vandaag is er een einde gekomen aan mijn publicatiestroom op deze website. Writer’s Block is niet meer. Na zeven jaar en zo’n 1550 teksten is het tijd voor iets anders. Het stopzetten van Writer’s Block valt samen met veranderingen in mijn leven en werk die ik al heel lang wens. Soms komen dromen uit.

Mijn werk zal voortaan, voor zover ik daar behoefte aan heb, ontsloten worden via reguliere media en mijn geheel nieuwe persoonlijke website www.aliceannaverheij.nl. Writer’s Block zal als archief van mijn werk tot op heden beschikbaar blijven. Dit echter is de laatste tekst hier, nummer 1548.

Ik dank jullie allemaal voor het bezoek hier, het lezen en reageren en de vele vriendschappen die Writer’s Block mij bracht. Ik zie jullie graag weer tijdens exposities, via mijn boeken, social media of www.aliceannaverheij.nl. Voor informatie over mijn werk en bedrijf verwijs ik graag naar www.woordenstorm.nl.

Den Haag 12 juli 2013,
Alice Anna Verheij

Dear readers,

Today, Writer’s Block has ceased to exist. After seven years of writing in this place and almost 1550 publications its time for something else. Stopping with my Writer’s Block coincides with major changes in my life and work that I’ve always dreamt of. Sometimes dreams do come true.

From now on my work will, when I desire so, be brought to you through regular media and my completely new personal website www.aliceannaverheij.nl. Writer’s Block will stay available as an online archive of my work until this date. This is the last contribution to Writer’s Block, number 1548.

I thank all of you for reading and responding, for the friendships that Writer’s Block has brought me. I would love to see you again at my exhibitions, through my books, social media and www.aliceannaverheij.nl. For information regarding my work and company I gladly refer to www.woordenstorm.nl.

The Hague, July 12, 2013

Advertenties

Nog even.

Sinds 2005 schrijf ik aan Writer’s Block, mijn continue te(kst)periment. Niet een blog, zoals zo vaak wordt gedacht, maar een scharrelplek, woorden laboratorium of tekstatelier. Kiest u maar. Acht jaar schrijven op een plek als deze is heel wat. Ik ben hier opgegroeid als schrijfster, heb er mijn diepste gevoelens, ellende, vreuge, liefde en verdriet gedeeld. Met als uitgangspunt dat ik mijzelf geen beperkingen op zal leggen in wat ik schrijf en op welke wijze.

Writers’ Block bracht mij een nieuw leven, een nieuw vak, nieuwe mogelijkheden bovenal nieuwe vriendschappen met heel bijzondere mensen. En een enkele ‘hater’. Zo gaan die dingen soms. De balans na al die jaren stukjes schrijven hier is in hele grote mate positief. Na 1.542 teksten en een dikke 416.000 bezoekjes is het echter welletjes. Writer’s Block houdt op te bestaan.

Tenminste, in deze vorm en onder deze naam. De website wordt een archief en er komt iets anders voor in de plaats.

Waarom stoppen met zoiets dat zo belangrijk in mijn leven is?

Omdat het nu nog gaat maar ik ook merk dat de inspiratie afneemt terwijl ik mijn creatieve bron nodig heb voor de boeken die ik maak, de foto’s, de exposities en de optredens. Omdat creatieve bronnen niet onuitputtelijk zijn en ik dat ook niet ben. Omdat ik van schrijven en documentaire kunst mijn beroep gemaakt heb en daar een ander soort benadering voor nodig is. Omdat het gewoon hoog tijd is om door te pakken en omdat ik een nieuwe fase in mijn leven in ga.

Binnenkort verlaat is, als alles goed gaat en daar ga ik wel vanuit, mijn geboortestad. Ik vertrek naar een plek in het land die mij beter past voor wat betreft rust, levensritme en inspiratie. Ik houdt van Den Haag maar de stad heeft voor mij ook een donkere kant in zich. De mogelijkheid om een verse start te maken op een plek waar ik geen persoonlijk verleden heb is er een die ik niet zal laten liggen maar die ik juist omarm.

Bij een nieuw begin hoort het afsluiten van zaken die daar aan toe zijn. Zoals mijn Writer’s Block.

Na Writer’s Block zal er onder deze domeinnaam een nieuwe persoonlijke website ontstaan waarin mijn andere uitingen worden ontsloten. WoordenStorm en Anna Ros zullen er deel vanuit gaan maken, net als het archief van Writer’s Block. Ik verdwijn dus niet van het toneel als het gaat mijn werk maar ik kom wel in andere gedaante terug. Hoe? Dat wordt de komende maanden wel duidelijk.

Alice Anna Verheij

Boekwinkel x.0

Vandaag was een literaire dag. Zo eentje die je deelt met een andere schrijfster omdat je samen iets heel moois aan het maken bent op boekengebied. De ontmoeting was deze keer in mijn eigen stad en omdat we veel te doen hebben en het om een heel bijzondere samenwerking gaat is het goed daar tijd, ruimte en de juiste locatie voor te kiezen. Het ging goed en wat er gaat komen zal menigeen verrassen. Mijzelf niet in het minst want iedere ontmoeting is een nieuw laagje op het canvas van ons werk.

Na afloop, en dat is altijd veel te vroeg, kon ik het niet laten even de stad in te dwalen. Een tochtje dat me langs het pand van De Slegte, u weet wel die winkel waar je zo lekker kan scharrelen in de stapels boeken tegen lieve prijsjes. En soms een diamantje vinden. Met dat pand is wat aan de hand. Het is immers een vraagteken. Een groot vraagteken.

Enige tijd geleden viel de zoveelste boekhandelketen om. Nu ja, bijna dan. Selexys, ik heb de naam nooit begrepen, trok het niet meer. Niet vreemd met zoveel peperdure panden op peperdure toplocaties in de grote steden. De vastgoedlasten van de doorgaans redelijk smaalvol ingerichte winkels wil ik niet eens weten, ze zullen astronomisch geweest zijn. Iedere grote stad had er wel een topboekhandel in op zien gaan. Donner in Rotterdam, Verwijs in Den Haag, ach de lijst met namen van ooit prachtige boekwinkels is eindeloos. Stuk voor stuk werden ze in de loop van de jaren door de opkomst van internet, modernistisch sneldenken, postmodernistische Amazon verzendhuizen en een immer afkalvende kwaliteit van het taalonderwijs (en dus de interesse in boeken) opgeslokt. Geketend in een winkelketen. De panden werden groter, luxer en megalomaner. Boeken lagen en stonden geordend en de kans op ontdekkingen van literaraire pareltjes en bijzondere boeken die niet in iedere redelijke boekwinkel te vinden waren nam even rap af als de vierkante meters in de panden met sfeerverlichting toenam. De geur van yuppenkoffie verdrong die van papier en inkt.

De nationale ramsjhandel De Slegte, ooit de nachtmerrie van iedere zichzelf respecterende auteur, verschoof van veredelde koophal van goedkope boeken en vreemdsoortige restpartijen van nog vreemdsoortiger uitgaven aangevuld met stokoude overschotten van privéverzamelingen naar het segment van het luxe design antiquariaat. De laatste incarnatie van De Slegte in Den Haag was de definitieve moedermoord op wat ooit die lekkere scharrelbak was. Het interieur was ineens afgestoft, opgeleukt met Apple-achtig design en de tweedehandsboeken stonden Godbetert geordend in het gelid in de lange rijen uniforme en doodsaaie kasten. Wèg was het gevoel. Ook De Slegte ging het niet redden.

Daarmee werden de designketen en de opgeleukte parelketting van nepparels tot elkaar veroordeeld. De combinatie van beiden is in alle opzichten natuurlijk een enorm verlies voor de boekenkoper maar tegelijk ook de enige weg om te voorkomen dat beiden zouden sterven.

verwijsdeslegte

Ergo, ik wandelde dus het vraagteken binnen. Boven de deur ook als zodanig zichtbaar gemaakt met een logo dat uitstraalt dat ze het ook niet meer weten. Een gevisualiseerde kwetsbaarheid van boekverkopers die aan het eind van hun Latijn lijken te zijn en het vervolgens maar aan het publiek dat zich van de goedkope schoenen van Invito naar de nog goedkopere van Bristol verplaatst vragen:

“Wat in Godesnaam wìllen jullie dan voor boekenwinkel?
Want wij weten het ook niet meer.
En, o ja, wij houden wel van boeken!”

Binnen verschoof mijn emotie van pijnlijke nieuwsgierigheid en drempelvrees via het Ikea interieur naar verbazing, verdwazing en uiteindelijk verweesdheid. Zelden heb ik me zo weinig thuis gevoeld in een boekwinkel. De koffiebar met tafeltjes neemt er een respectabele ruimte in en de kasten hebben als basis een passende rouwkleur. Het hele interieur ademt de sfeer van een boekencrematorium met ingebouwde klantenservice, informatiebalietjes en teveel ruimte tussen de kasten. De collectie boeken is daarbij dermate beperkt dat de lust om te zoeken je snel vergaat want hoewel dat zoeken uitstekend gaat is dat voor wat betreft het vinden bijkans onmogelijk. Een simpele test of er in het antiquariaat gedeelte – passend tweedehands genoemd – ergens een uitgave over koningin-regentes Emma (al is het een Fasseur boekje) te vinden is, stuitte al op leegheid van planken en afwezigheid in het computersysteem. “We kunnen zoeken op titel en woorden in titels” was de toelichting, sleutelwoorden schijnen niet te bestaan in dit boekengraf. Mijn hemel, wat hebben we gedaan in boekminnend Nederland om dit te verdienen?

Toen ik na een half uurtje ernstige verdwazing naar buiten strompelde zonder ook maar een papierbundeling aangeschaft te hebben, ik geef toe de verzameling Moleskine boekjes is groot (maar ook overal te koop) en verleidelijk, keek ik nog èèn keer naar die gevel. Pas toen was het me duidelijk: ze weten het echt niet meer. Mij wordt het koud om het hart om te beseffen dat ik verdorie nog afhankelijk aan het worden ben van dit soort verkoopkanalen. Natuurlijk respecteer ik de commercieel kwetsbare opstelling die de eigenaren van dit bedrijf kiezen. Het getuigt van lef om te laten weten dat je het niet meer weet en daar zelfs een logo op ontwerpt en gebruikt. Maar toch, ik mis de stapels van ‘De Echte De Slegte’ en de chique stilte van Verwijs toen Stam er nog bij was.

© 2013 Alice Anna Verheij

Naschrift: ik ben begonnen om een lijstje echte antiquariaten aan te leggen en een zwarte lijst van boekwinkels waar ik liever niet op de plank sta. Eentje staat er al op. En bij Amazon koop ik sowieso niks meer, ik respecteer de mensenrechten liever.

Wat een week!

De afgelopen week was me er eentje.

Om te beginnen waren er de dagen in Parijs voor de OuiShare conferentie die ik samen met een paar wijkgenoten bezocht. Nou ja, eigenlijk alleen de eerste dag want daarna was ik ook wel klaar met die conferentie. Een paar dagen nadien en flink wat ander werk maken dat het beeld dat ik vooraf had en dat ernstig bevestigd werd op die eerste dag alleen maar sterker is geworden. Wat mij betreft was het allemaal ‘much to do about nothing’. Vernieuwingsgraad laag, babbelgehalte hoog, extase afwezig, kunst idem dito en dus eigenlijk niet interessant. Parijs zelf was dat echter des te meer en de twee dagen waarop ik vijentwintig jaar oude herinneringen overschreef met nieuwe, rondzwierf in de stad, Hemingway’s voetsporen poogde te drukken èn een berg foto’s gemaakt heb, zijn voor herhaling vatbaar. Niks fijner dan met een goede camera zwerven in een stad als Parijs op de eerste echte lentedagen. Of het nu ikzelf of Anna Ros was die er gezworven heeft en in La Belle Hortense, Café de Flore en Les Deux Magots zat weet ik nog niet precies.

Alice AnnaCafé de Flore in St. Germain-des-Prés, Parijs

Eenmaal terug was het vol aan de bak met het monteren van Dooie Pier, mijn eerste documentaire die ik samen maak met Arna van der Sloot voor televisie en die aanstaande zaterdag op TV West wordt uitgezonden. Vijentwintig minuten over de pier bij Scheveningen bezien door de ogen van verschillende generaties Scheveningers. Moet hij blijven of moet hij weg? Of wordt het opknappen en wat zijn de herinneringen die ze hebben aan dat markante bouwwerk voor de kust van Scheveningen? Dit is de promotie poster met daaronder de teaser voor de film.

dooie pier poster horizontaal klein

Tussendoor is dan ook nog eens WoordenStorm opgericht. Na een paar jaar in de koelkast gelegen te hebben en niet als bedrijf te functioneren werd het tijd (en bleek het mogelijk) om mijn eenvrouwszaak dan toch maar van de grond te tillen. Het eerste werk is er ook al en dus is de start ‘vliegend’. Mooi en fijn.

De komende dagen zijn wat rustiger en dan kan er gewerkt worden aan de verschillende projecten, van tijdreisgids en toneelstuk tot vertaalwerk en het schrijven aan mijn eigen romans, het voorbereiden van foto exposities en nog zo het een en ander.

Het is en wordt een mooi en druk jaar. Nu maar hopen dat het goed blijft gaan.

© 2013 Alice Anna Verheij

WoordenStorm (2.0)

Na lange jaren tegenwind, tegenslag op tegenslag, economische neergang met een inkomensverlies van rond de 80% (!), fysieke en mentale achteruitgang, depressie en ellende, keert het tij.

Nadat ik mede, maar beslist niet uitsluitend, als gevolg van mijn transitie en de medische problemen die daar uit voort kwamen tot een soort absoluut nulpunt ben gedaald heeft zich enige tijd geleden een kanteling plaats gevonden. Goeddeels op eigen kracht maar met de mentale steun (en soms praktische hulp) van vriendinnen is 2013 een voor mij bijzonder jaar aan het worden.

Waar 2012 mijn tweede gepubliceerde roman opleverde, mijn eerste fotoboek (samen met Eveline) maar verder vooral de weerslag van al het gedoe van de jaren ervoor, is er dit jaar sprake van een zelfs voor mij onverwachte opleving. De kansen stapelen zich in hoog tempo op en dat op een wijze die me weer grond onder de voeten geeft.

De volgende mijlpaal is de doorstart van wat ik ooit had opgezet als een bedrijf in wording maar niet kon doorzetten: WoordenStorm. WoordenStorm begint op 5 mei, bevrijdingsdag, juridisch ietsje later op de 7e mei. En WoordenStorm is veranderd ten opzichte van waar ik al eerder aan werkte. Vanaf 7 mei heeft WoordenStorm een toevoeging achter de bedrijfsnaam die de kern van het bedrijf en mijn werk omschrijft: ‘tekst kunst media’. Vanaf nu is het dus:

woordenstorm-logo-2013 wit centered

tekst | kunst | media

De toevoeging is veelzeggend en beschrijft de drie hoofdactiviteiten waar het bedrijf en dus ik zich mee bezig houdt. WoordenStorm | tekst kunst media is een tekstbureau, mediabureau (vormgeving, fotografie, film, websites) en basis voor het naar buiten brengen van mijn kunstuitingen (literatuur, poëzie, fotografie en film). De documentaire fotografie en filmactiviteiten worden uitgevoerd onder het handelsmerk White Stork Films.

Het goede nieuws is dat de eerste opdracht binnen is en bestaand werk er in onder gebracht kan gaan worden. Zoals het er nu uit ziet is de portefeuille bij start zeker 4 maanden full time werk en er staan nog een tweetal belangrijke klussen aan te komen die de komende jaren werk gaan opleveren. Het is allemaal een kwestie van zorgvuldig plannen.

Naast het commerciële tekst werk (vertalingen, ghostwriting) en wat website bouw worden er in 2013 en 2014 wederom fotoexposities gehouden in Nederland maar zoals het er naar uitziet ook Londen. Het filmwerk wordt niet vergeten en na de oplevering van de documentaire ‘Dooie Pier’ die samen met Arna’s Productie Huis wordt gemaakt voor Omroep West staat de afronding van bestaand werk aan de documentaire ‘Headwind’ op de rol.

Een bijzondere activiteit van WoordenStorm is de uitgeverij. Na eerdere uitgaven in 2010 en 2012 staan er nieuwe uitgaven in de planning voor 2014 en verder. Meer informatie daarover is te vinden op de website. Of de trilogie die ik aan het schrijven ben ook via WoordenStorm zal worden uitgegeven is nog onbeslist. Vooralsnog behoort dat tot de mogelijkheden tenzij zich een andere uitgever aandiend met meer bekendheid.

Al met al gaat het goed met WoordenStorm en zoals het ervoor staat wordt dat voorlopig alleen maar beter. De belangrijkste zorg is natuurlijk gezond blijven en voldoende creatieve inspiratie blijven behouden. Ik doe mijn best wat dat betreft. En ik ben trots op wat er al staat.

© 2013 Alice Anna Verheij
LIC WoordenStorm | tekst kunst media
www.woordenstorm.nl

‘s-Gravenhage

Vrij naar het lied van ‘New Amsterdam’ van Pink Martini
postcard

‘s-Gravenhage was haar naam
lang voordat ze Den Haag werd
‘s-Gravenhage was een dame
de hart en ziel van mijn stad

‘t maakt niet uit welke naam ze heeft
ik hou van haar zoals ze leeft
want zij is goed voor mij geweest
en ik ben beter sinds ik van haar ben

‘s-Gravenhage wij zijn saam
ik kan niet scheiden van Den Haag
‘s-Gravenhage kan ‘k niet verlaten
’t lukt me niet om haar te haten

‘t maakt niet uit waar ik soms leef
ik hou van haar zoals ze bleef
want zij is altijd van mij geweest
ik voel me beter wanneer ik bij haar ben

© 2013 Alice Anna Verheij

Eline

DEM

Hugo schreef deze prachtige tekst over onze evenzo prachtige ontmoeting in Antwerpen in het kader van het project ‘Date Ex Machina’ van het Belgisch literaire tijdschrijft ‘Deus Ex Machina’. De tekst vind ik zo mooi geschreven dat ik deze met veel genoegen hier herplaats. Eline is Hugo dankbaar voor dit literaire cadeau.

~

Tempus Ex Machina

Haar rode hoed verraadt waar ze vandaan komt. Ze heeft 131 jaar gereisd om mij te ontmoeten. De plaats van afspraak is goed gekozen. Het majes-tueuze uurwerk boven het buffet van de Antwerpse Middenstatie trekt haar aandacht. Haar mondhoeken vibreren mee met de schok waarmee de grote wijzer zichzelf verzet. Deze Spoorwegkathedraal bewaart op zijn gelaat de trekken van zijn geboortetijd. Ik ontmoet een Facebookvriendin in levende lijve. Ik schenk haar mijn uitgestoken hand en voltooi mijn verwelkoming met een dunne wangkus, zoals een man zijn zuster begroet. Een bang parfum bespeur ik niet.

Mijn gestrekte vingers nodigen uit. In haar ogen lees ik welke zitplaats haar voorkeur geniet. Ze verkiest geen damesplek tegen de lambrisering van waaruit zij de ruimte kan overzien en de aandacht in haar richting in zich opnemen. Gracieus neemt zij haar hoed af en legt die samen met haar fluwelen mantel op een lege stoel. Haar koffertje zet ze naast de tafel. We schikken ons in het midden van Le Royal Café, de stationsrestauratie van Antwerpen-Centraal. Ik gun haar het uitzicht op de wandklok waarop de geschiedenis niet verstrijkt maar verspringt van minuut tot minuut.

Het appelgebak met slagroom klieft ze met rechterhand; de caffè latte nuttigt zij zonder gestrekte pink. Nonchalant betreedt ze mijn tijdsgewricht; zelfs haar sieraden zijn gepast voor het moment. We spreken over Facebook en het vervagen van grenzen. Afstand in denken is een grotere bezoeking dan eender welk verschil in levensmijlen.

‘Mag ik je Eline noemen?’

Ze neigt haar hoofd welwillend. Ik bloos. Ik ben vaker jarig geweest dan zij, weet ze. Maar toch: in haar eeuw was ik nog bijlange niet geboren. Ze verdient mijn egards, bovendien is haar oeuvre groter dan het mijne.

Ik overhandig het boek dat ik voor haar heb meegebracht. Voor mij gaat ‘Godenslaap’ over een oude vrouw die vertelt over haar liefde en ontrouw tijdens de ‘Groote Oorlog’; voor Eline is het een roman over haar toekomst.

‘‘Ach… gunst… ’14–’18…? Wat bijzonder… en dit verhaal is geschreven door een man?!’

‘Het gaat over schrijverschap.’

‘Dankjewel.’

Eline opent het deksel van haar koffertje en beantwoordt mijn aandenken met een roman van haar eigen hand: een literaire getuigenis over een volksverstrooiing in een verafgelegen tijd en ruimte.

‘Schrijf jij in het Engels?’

‘Ook.’

Ik stel voor om te lunchen in de stad. Ze neemt haar hoed en mantel. Dat rood staat haar goed en het fluweel van haar lange jas oogt avant-garde. Terwijl ze naar haar koffertje buigt, vraag ik mij af wie haar korset heeft aangesnoerd. Opeens denk ik aan baleinen, oceanen en abiotische milieu-factoren zoals weer en wind.

‘De opwarming van het klimaat laat op zich wachten.’

‘Waar gaan we heen?’

‘Brussel is mij vertrouwd,’ hoest ik terwijl ik al bij voorbaat naar mijn sigaretten tast, ‘maar in deze stad ben ik net zo vreemd als jij.’

‘Ik ben hier ooit eerder geweest, lang geleden.’

Haar mondhoeken vibreren opnieuw zoals de grote wijzer op de klok. We verlaten de Middenstatie door de zijuitgang. Via Keizerlei en Meir schrijden wij richting centrum. Eline vergelijkt het statige stedelijk erfgoed met het Londen van Victoria. Ze wil een kunstenaarsgroep oprichten in Bloomsbury, een wijk nabij Camden. Ze heeft er al over gesproken met Leslie Stephen, maar voorlopig had haar redacteur zijn handen vol met zijn pas geboren dochter Adeline Virginia.

‘Virginia Woolf?’

‘Nee, Stephen.’

Ik haal mijn schouders op. Hoe kan het bestaan dat iemand uit haar tijd een Facebook account heeft? Ik onderdruk de vraag. Het wordt hoogtijd om iets te eten. Een Italiaan wil ik haar niet aandoen. Aan de overkant lonkt een beter etablissement. De keuken blijkt nog open en het aanbod aan absint baart een blije kriebel in Eline’s onderbuik. In afwachting van een vrije tafel  bestellen we beiden een bolleke. Nog voor het nippen krijgen we een plaats toegewezen bij de lambrisering onder de wandspiegel. Ik houd mijn pas in. Ik wil weten of zij verlangt naar omringende aandacht. Ze aarzelt. Ik laat haar geen keuze. Ze neemt plaats onder de spiegel. De Antwerpse stoverij smaakt er niet minder om. Eline ontpopt.

‘Het valt niet altijd mee.’

‘Die spiegel boven je…’

‘De mensen zeggen…’

‘Als we daarin nu eens een foto maakten van onze ontmoeting…’

‘De idee is goed. Of zeg jij “het” idee?’

‘Beide is juist, maar ik voel een nuance…’

‘Welke?’

‘De mensen zeggen wat?’

‘Ze zeggen dat ik mijn kinderen te kort doe.’

‘Kinderen?’

‘Ik ben vader van drie.’

‘Vader?’

‘Ja.’

‘…’

‘Ik was man. Onderweg ben ik vrouw geworden.’

‘Vandaag?’

‘Zo snel gaat dat niet.’

Ik doop een frietje in het mayonaisepotje. Op Facebook is de scheiding tussen waarheid en fictie als caffè latte; je weet nooit waar de melk ophoudt en de koffie begint. Oog in oog spreken we verder over leven, liefde en dood. Haar tijdgeest stemt tot bezinning over de mijne. Mijn voorgeschiedenis is haar werkelijkheid. Als dessert wensen wij nog een bolleke. Daarna opent zij andermaal haar koffertje. Ze neemt haar camera obscura ter hand en maakt een fotografie van onze ontmoeting via de spiegel aan de wand.

‘Komaan, Eline, ik ken nog een bruin café op de Grote Markt.’

Ze gaat maar wat graag mee. We drinken nog een glas of twee en dat geeft me een idee. We kuieren uitgelaten naar een hallucinante plek. Daar dalen  we af. Twee ellenlange oude roltrappen brengen ons knarsend naar benêe. Daar begint de tunnel, de lange, magische tunnel naar de moderne tijd op linkeroever. Je kan er te voet naar toe. Eline legt het wormgat vast op de gevoelige plaat. Verder gaat ze niet. Ik bied haar bijna mijn arm om haar terug te leiden naar het spoor. Haar rode hoed vertelt me haar bestemming. Ik vraag me af wat voor weer het zou zijn in Den Haag. Mijn ‘date ex machina’ keert terug naar het Valkenbosplein in haar eigen tijd. Morgen tref ik haar weer op Facebook.

 

© Hugo Schellekens, 3 april 2013

Date ex machina

Magica ex machina.

De wekker liet zich te vroeg horen. De avond ervoor had langer geduurd dan ze zich herinnerde en de hoeveelheid rode wijn was evenzo meer geweest. Althans, zo liet haar hoofd haar weten. De klok, nee de kalender, was mentaal zo’n slordige 120 jaren teruggezet in de nacht. Geen aprilgrap, wel 1 april.

Het kwam door zoiets eenentwintigste eeuws als Facebook. Tijdens het kleeden en thee zetten bedacht ze dat ze de man nooit eerder ‘in the flesh’ getroffen had. Hij was tot dan een profielfoto en een verzameling gevatte commentaren en conversaties geweest. Charmant in tekst. Het idee voor een ontmoeting bestond al eerder en, eerlijk is eerlijk, was ook al gepland voor een later, zonniger en warmer, moment.

Hugo. Een mooie stevige naam. Lekker kort, beetje vierkant maar met een vriendelijke klank.

Tot dan toe waren de uitwisselingen beperkt geweest tot het literair vliegen afvangen, het uitruilen van kwinkslagen op statusmeldingen en het bewonderen van foto’s met, zonder uitzondering, een nostalgische lading. De man hield van wat de modernisten ‘vintage’ noemen. Zij zelf ook. Het was een foto geweest van een raar autootje, een driewieler met enige verwantschap met een cicade, of een cockpit van een oude Spitfire. Het ding was gemaakt door Messerschmidt en natuurlijk was er de verrassing geweest dat een dame als zij zo’n ding bij naam en toenaam kon benoemen. Een tweetal telefoongesprekken waren het gevolg èn het zalige plan zo’n karretje te bekomen teneinde ergens langs de kust daar een pier mee te berijden. En toen kwam er dat olijke plan van Deus Ex Machina: ‘date ex machina’.

date ex machina

Als een waar tijdreizigster was het vanzelfsprekend gebleken af te reizen naar Vlaanderen. Antwerpen om precies te zijn. Een niet echt vanzelfsprekende plaats voor een Haagse maar gegeven de psychologische ligging halverwege Brussel en Den Haag, de enige plaats die in aanmerking zou kunnen komen voor een afspraakje. Post Victoriaans bezien was het geen afspraak en al helemaal geen date. Dat soort zaken zijn respectievelijk twintigste en eenentwintigste eeuws. Het was eerder een tête à tête. Zonder chaperonne. De gekozen locatie, hoe kan het ook anders met tijdreizigers, was natuurlijk de restauratie van de spoorwegkathedraal van Antwerpen. Een passender plek bestond niet. Een passender datum overigens niet. De zon scheen zelfs.

Na de thee kwam de koffie en een croissant. De bakjes van de kat vulden zich met zalm, niet bepaald een prettig luchtje zo in de ochtend, en water. Een spiegelmoment verzekerde haar van zichzelf en na wat twijfel over passende kleding en hakhoogte verdween ze in haar jas en onder een bolhoedje. Tijdreizigers dragen hoeden immers. De tram kraakte en piepte als een eeuw geleden en de trein vertrok van een station dat zich in zekere zin kon meten met dat van de bestemming van de trein. Ze reisde van Holland Spoor naar Vlaamse trots, het klonk als een boektitel. Geen Fyra te bekennen, dat was vooral geruststellend. Geen vertraging ook. Overstappen in Roosendaal, deze keer geen roepende negotiant met karretje met koffie en koeken op het perron. Die was immers in de tijd verdwenen. Enkele hoofdstukken later dook haar trein ondergronds om aan te komen in het Antwerpse ruimtestation. Captain Kirk was nergens te bekennen, net zo min als Mister Spock. Het verbaasde haar opnieuw welk een wandeling en klim er nodig bleek om in de kathedraal te komen. Eenmaal daar echter bleek de tijdreis er op te zitten. De brede marmeren, of waren het granieten, trappen brachten haar naar de restauratie. ‘Le Royal Cafe’ staat er boven de toegangsdeur. Iets deed haar bedenken dat er eigenlijke ‘Le Café Royal’ zou moeten zijn, ze twijfelde.

Drie seconden waren er nodig om de brede lach en de opgestoken hand van haar amice te zien. Dertig seconden om gezamenlijk te landen aan een tafeltje ergens in het midden van het etablissement. De plaatsing was zodanig dat het haar lukte om de wijzer van de immense klok in de even immense spiegel op het halve uur een sprongetje te zien maken en al vibrerend tot stilstand te zien komen. Het was half twee. Een dame wenst overzicht te hebben.

Beleefdheden en grapjes werden uitgewisseld. Tot wederzijds genoegen. Goede koffie en een side-dish vergezelden hen. Niet lang duurde het voordat de boeken op tafel kwamen. Hij had een bijzonder boek meegenomen, een boek over een oude vrouw die schrijft, van een mannelijke auteur, een leeftijdsgenoot. ‘Godenslaap’ geschreven in 2008 door Erwin Mortier had het voor hem gewonnen van onder meer de Brontë’s. Omwille van het tijdreizen. Zij had, uiteraard, haar laatst geschreven roman meegenomen. Van ‘The old man and the sea’ van Hemingway kon ze immers onmogelijk scheiden en hoe kon trouwens een verhaal van een andere schrijver meer geliefd zijn dan het boek dat je zelf schreef?

Een middag, een goede maaltijd, vele gespreksonderwerpen, een stadswandeling, een bezoek aan (natuurlijk) Den Engel op de markt en een blik in de Scheldetunnel verder, eindigde de ontmoeting waar die begon. Zelfs een val kon niet voorkomen dat ze aan hetzelfde tafeltje in het station zaten. Want cirkels zijn rond en het is belangrijk om wat mooi is begonnen, mooi af te ronden. Een vervolg zal er zeker en vast (of is het ‘vast en zeker’?) komen. In Brussel. In ‘s-Gravenhage. Aan het begin van de avond wandelde ze wederom het ruimteschip in om terecht te komen in een trein. Naar een station in het Haagse. Naar een piepende tram. Naar een kamer waar een kat ongeduldig wachtte. De zalm was op. Het was gegaan zoals ze verwacht had. Een heerlijke dag, een pracht ontmoeting, twee geesten die verwant bleken te zijn, plezier en aandacht voor de schoonheid van het verleden en bedachtzaamheid over het heden. Een ontmoeting ook die welzeker niet alleen een vervolg verdient maar het grote genot van het lezen van een prachtboek dat in de tas mee terug reisde opleverde.

Alice Anna Verheij ontmoette Hugo Schellekens in het kader van ‘date ex machina’ en het werd bovenal een ‘magical date’.

© Alice Anna Verheij

Opportunity knocks.

Life is a strange happening.

It is, really. You never know how things will evolve. No one can be sure about his or hers future, no one can be sure about winds in favour or winds against them. Life truly is full of surprises and changes, chances, threats, mishaps and fortune. Thing is to never loose faith, to never loose hope for better times when things are bad or become worse. To rejoice when life is good to you, to embrace happiness, no matter how small. Because one simply can’t know if life will continue its course with ones lide.

opportunity_knocks_quote

Quite often I use the phrase ‘it is like is is’. It’s a Buddhist phrase, and Asian attitude. It’s Zen. Life is like it is. Always. One only has to accept for what it is, no matter how terrible it presents itself or how glorious and wonderful.

My life hasn’t been easy in the past decades. Actually, ever since I was twelve life has turned itself against me for most of the time. Surely I did have good times, happiness and triumphs. But the winds have been against me more often than in favour of me. I should have been bittered by now. I should be cynical. And sad. And honesty forces me to write that I was like that sometimes. But never for a long time. I was born in the Aries sign. Aries are fighters, they are built to overcome difficulties, find their own path in life and follow it. They are, I am, survivors. Believe me, I have nearly lost it a few times. But I’m still here.

In the past few days, a new friendship turned into something special. From that friendship has come an opportunity in my life that I didn’t expect anymore.

Since 2006 I’ve been writing. Developing myself as a writer, a novelist, playwrite and literal artist. I worked hard against the odds like lack of name and fame. I made beautiful stories and books, a wonderful play and much more. But the audiense never really got to the level that I had hoped for. I never got my lucky break, my breakthrough to the level of fame that would enable me to live the life of a writer and artist on the level that my ambitions tell me.

But now that opportunity has risen. I wasn’t seeking or expecting anything to happem, I didn’t aim for it, I simply did what I learned myself to do: open up to people that challenge me in one way or another. And than, all of a sudden, it’s there. This year I’ll write a book that I didin’t expect to write and of which I can be dead sure that it will get media attention and visibility. It will vest my name as a writer and as such bring me what I desired: the recognition as a professional writer.

Life still is a challenge, the difficulties I have to overcome are enormous and often too much to oversee and overcome. But since a couple of months I’ve been able to turn life around again. Now I find myself making books, films and exhibitions on a professional level. My art is sloly but gradually finding its way to an interested audience and I am thankful for it. And I do know it is a lot of hard work, but at least now I get the opportunities I hoped for (and believed in).

Next year around this tims, God or whoever else prevails, that book will be there. By that time there will be media attention and a lot of visibility, simply because of the topic and the way it comes together and with who it is made. All I have to do is survive and dedicate life and time to this. I simply just have to do it. Believe me, I will. I certainly will. Because alongside with this work my other work will find its way. I have the confidence, I have the strength and now I finally have the opportunity. Opporunity knocks and I will answer!

© 2013 Alice Anna Verheij

Haagse Kunstkring

16366_505683712803918_601327334_n

Sinds vandaag mag ik me werkend lid noemen van de Haagse Kunstkring, afdeling letteren, theater & film. De Haagse Kunstkring is een vereniging van kunstenaars en kunstliefhebbers / kunstkenners met als doel ontmoetingsplek te zijn. De afdeling letteren, theater & film richt zich vooral op schrijvers, dichters, acteurs, regisseurs, mimespelers, choreografen, dansers, cineasten en scenaristen. Met mijn werk val ik in een aantal van deze groepen maar vooral ben ik actief als schrijver, cineast en scenarist.

De Haagse Kunstkring is een vereniging die op eigen middelen drijft en daarmee onder andere een pand op de Denneweg in stand houdt. Ik ben blij dat ik me bij het illustere gezelschap van de leden van de kunstkring kan voegen en hoop dat deze vereniging voor mij een podium kan zijn om mijn kunst te delen met een groter publiek en hoop over niet al te lange tijd te kunnen exposeren of een boekpresentatie te houden met recent werk.

Meer informatie over de Haagse Kunstkring is te vinden op www.haagsekunstkring.nl.

Alice Anna Verheij

1500

1500

Op 28 november 2005 schreef ik de tekst ‘1 jaar’ hier. Dit is hem:

1 jaar.

Tsja, en dan is het op 28 november ineens 1 jaar geleden.
1 jaar terug was er de wanhoop.
1 jaar terug was er de worsteling.
1 jaar terug was er geen toekomst.
1 jaar terug was er een goede vriend.
1 jaar terug was er een goed gesprek.
1 jaar terug was er een arm om mijn schouder.
1 jaar terug kwam er weer hoop.
1 jaar terug kwam er weer rust.
1 jaar terug begon mijn nieuwe leven.
En ja, dan is het ineens 1 jaar verder.
Ineens ben ik 1 jaar.
Al had het misschien 20 jaar eerder gemoeten,
het is goed zoals het is. Het is goed zoals het gaat.
Het is nu 1 jaar dat ik op weg ben.
Het is nu 1 jaar dat bijna iedereen met me meereist.
Het is nu al 1 jaar een mooie reis.
Het was een wonderlijk, spannend, soms moeilijk maar vaak mooi jaar.
Het was een jaar waarin ik veel mooie mensen heb leren kennen.
Nu na 1 jaar voel ik me zoveel sterker.
Nu 1 jaar kan ik eindelijk mezelf zijn.
Vanavond brand ik een kaars voor al die lieve mensen om me heen.
Ik ben ze dankbaar.

Alice.

Nu schrijf ik het 1500e bericht hier. Op zo’n moment leest een mens zijn eerste tekst terug. Zo nalezend kan ik me de euforie van dat moment, een jaar na mijn coming out nog goed herinneren. Het was nog voordat de stormen mij zouden treffen. Voordat het leven definitief op zijn kop ging en mijn wereld voorgoed zou veranderen. Ik was nog in veel opzichten die persoon uit mijn vorig leven. Pas op weg. Groen. Kakelvers. Pril. Juvenile.

We zijn nu een krappe 7,5 jaar verder. Ik ben 7,5 jaar verder. Mijn oude leven lijkt een eeuwigheid geleden. Ik heb op verschillende plekken gewoond, in Azië zelfs op een paalwoning tussen rijstvelden in. Liefdes kwamen en gingen, Pijn kwam en ging. Ik leerde onderweg dat een mens niet ongestraft een transitie mag doormaken zoals ik dat gedaan heb. De straf is het verlies van mensen en bezit, status en in zekere zin veiligheid. Maar de uitkomst na als die tijd is interessant genoeg nu juist een positieve.

Mijn weg sinds dat bericht van die 28e november heeft me geleerd wat vriendschappen zijn, en wat liefde is. Het heeft me geleerd dat een andere manier van leven misschien wel veel beter is dan wat ik voor die tijd dacht. Ik heb geleerd erg gelukkig te kunnen zijn met erg veel minder, ik heb geleerd dat zelfs armoede niet per sé vervelend hoeft te zijn zolang er een dak boven het hoofd is en de gezondheid goed is. Ik heb geleerd dat zonder concessies me wijden aan de kunst die ik maak me uiteindelijk zo goed als alles in mijn leven heeft gebracht. Al mijn vriendschappen en activiteiten van tegenwoordig komen voort uit het schrijfvak dat op die 28e november hier startte.

Deze schrijfplek heeft me over de wereld laten reizen, van Amerika en Egypte naar verschillende landen in Europa en uiteindelijk naar Nepal en India dat altijd in mijn hart zal zijn. Recent naar mijn eigen verleden en jeugd, naar Engeland. Dat alles in het besef dat mijn reis nog lang niet ten einde is als mij de tijd gegund wordt.

Deze schrijfplek heeft me aangezet tot het schrijven van romans. Ik ben hier opgegroeid van de lichtvoetigheid en mallotigheid van ‘Droomreis Afrika’ via de maatschappelijke thriller ‘Eén latte, een cappu en een espresso’ tot het gevoelige ‘Headwind, Laxmi’s Story’ en uiteindelijk naar de trilogie ‘Lachrymae’ waar ik nu bijna een jaar mee bezig ben en die mij de komende jaren zal blijven vasthouden.

Maar het allerbelangrijkste dat deze schrijfplek me heeft gebracht is de meer dan 400.000 bezoeken waarbij mijn teksten gelezen zijn, becommentarieerd en soms vermenigvuldigd.

De komende week vertrek ik naar Londen voor ontspanning èn research ten behoeve van mijn nieuwe roman. Daarna ga ik in een onverwachte en ongewenste retraite waarover later dit jaar een boekje zal verschijnen. Er zal een radiostilte ontstaan hier die ik af en toe onderbreek met een tekst, een verhaal, een overweging of een gedicht.

Voor nu, bedankt voor het lezen van mijn teksten en de commentaren die jullie schreven. Blijf bij me, dan zal ik gewoon verder gaan.

Alice Anna Verheij

Machines

Ik heb een technische opleiding gehad. Sommigen zal dat verbazen, anderen niet. Nog altijd heb ik iets met techniek. Maar dan wel zichtbare techniek. Fijnmechanica. Ik hou van de inventiviteit, het geklik en geratel en geschuif dat die mechanica in zich heeft en die voldoende zichtbaar is om er de werking van te doorgronden.

En ik schrijf.

Mix die twee gegevens, liefde voor het mechaniek en liefde voor het woord en je krijgt een typmachine. Of, in beter Nederlands, een schrijfmachine. In deze tijden van computers, laptops, iPad’s en wat dies meer zei, zijn dat apparaten met een geruststellende duidelijkheid.

Eenmaal jezelf verdiepend in wat er ooit gemaakt is op het gebied van schrijfmachines dringen zich modellen, ontwerpen en mechanieken op met iconische kwaliteiten. De techniek is maar al te vaak van een bijzondere esthetische kwaliteit. Puurheid en functionaliteit gevat is vormen en werking die bewondering afdwingen voor de inventiviteit van de ontwerpers en bouwers. Dus slaat de neiging tot verzamelen toe. Voor iemand die niet bepaald materialistisch is een geweldige ondeugd.

Mijn vader had ooit een in Nederland gemaakte Remington. Het slappe plastic omhulsel had een strakke vorm die goed in de zeventiger jaren paste. Het ding was een genot om op te typen maar er ontbrak een tabulator. Wat nogal onhandig is. Ik speelde er mee toen ik klein was, het geluid zit nog altijd in mijn oren. De machine is jammer genoeg verloren gegaan. Maar die herinnering he? Sinds een tijd staat er een loeizwaar apparaat in mijn kamer, een Underwood 5. Hèt stijlicoon van de oude typemachine. Herkenbaar voor iedereen en zelfs zo bekend dat menig schrijfmachine pictogram gebaseerd is op de vorm van die Underwood.

underwood 5

Underwood Model 5 uit 1910

Maar daar houdt het dus niet mee op. Na een goed jaar tegen die geweldenaar aangekeken te hebben, en ondervonden te hebben dat typen niet bepaald een genot is op het bakbeest (die toetsen moet je echt heel ver indrukken), wordt het tijd voor iets portabelers. Enter the Remingway Portable #1. Dè machine voor de oerverzamelaar met het gaafste mechaniek ooit. Om hem draagbaar te houden gedraagt hij zich als een convertable, een machine als een cabrio met automatische kap. Hendel aan de rechterkant omzetten en omhoog komen de armpjes met lettertjes en een plaat die het mechaniek afdekt. Je moet het zien om het te geloven.

Remington Portable 1   (NE42659) 004

Remington Portable 1 uit 1926

Dat wordt gedichten tikken en misschien neem ik hem weleens mee onderweg in plaats van mijn Macbook, gewoon voor je lol. Ook deze machine is er eentje waar menig beroemde schrijver de toetsen van beroerd heeft. Een overzichtje van schrijvers en hun machines volgt even verder op in dit stukje. Tsja, en als er dan twee schapen over de brug zijn, dan is het hek van de dam. De dame wordt verzamelar. (Dat er in de kamer naast mij nog een kast met een tiental machines van anderen staat is echt niet van invloed hoor, echt niet. Heus niet.) Het mooiste schaap dat over die dam aan komt stormen staat nu nog in Limburg te wachten om opgehaald en naar mijn stal gebracht te worden. De Hermes 3000, de Porsche onder de schrijfmachines en op de fifties Underwood die nauwelijks nog te vinden is na misschien wel de mooiste machine die ooit gemaakt is. Het ontwerp ziet er uit als een Porsche 911 met rondingen op de juiste plekken, een kap als een motorkap en toetsen die gillen om mijn handen. Dit is ie:

hermes 3000

Hermes 3000 uit 1961

Op zo een machine wil je uren tikken. Verhalen, gedichten, liedjes en dan af en toe ‘vroemmmm’ roepen. Ja, ik ben knettergek natuurlijk en volslagen hulpeloos maar ik vind dit zo mooi. Bijna net zo mooi als die machine die nergens meer te vinden is: de Underwood DeLuxe Quiet Tab. De ’54 Chevrolet onder de schrijfmachines. Ik heb hem niet maar ik wil hem wel!

underwood

Underwood DeLuxe Quiet Tab uit 1954

Hoe dan ook, al dit typgeweld is onvergelijkbaar veel mooier dan de elektrische draak die op mijn bureau staat maar die zo lelijk als ie is hartstikke lekker typt, de afgrijselijke Smith Corona XL1850 uit de nadagen van het pré PC tijdperk. Het ding doet het maar het doet mij niks. Het mechaniek hoor je maar klinkt zo plastic als de fantasieloze kast. Het wonder van het mechanisme verstopt in een monterlijke uitdossing.

scxl1850

Smith Corona XL 1850 uit Joost-mag-weten welk jaar.

Mocht nu iemand die Underwood hebben staan in haar fifties jurkje, doe me dan een plezier, aai haar over het bolletje en geef haar weg. Aan mij!

O ja, die schrijvers. De Hermes 3000 was de machine waarop onder andere Stephen Fry, Rosamunde Pilcher en Jack Kerouac schreven (Kerouac alleen zijn laatste drie romans en niet ‘On the road’). De Underwood 5 werd beroerd door onder andere Douglas Fairbanks, MFK Fisher, George Perec, Erle Stanley Gadrner en (jawel) Tom Waits. De Remington Portable 1 door Ernest Hemingway en Blaise Cendrars (Franse modernist) en nog een heleboel andere bekende, minder bekende en volslagen onbekende auteurs.

Het zal duidelijk zijn dat ik natuurlijk graag een brug sla naar het heden (of de toekomst) en dus erg geïnteresseerd ben in dit geweldige 21e eeuse model:
ipad-typewriter

© 2013 Alice Anna Verheij

De zin van mijn bestaan.

schrijven

genoeg gezever, aan het werk, jij dromer
ik sta op, zet de kachel wat hoger
zodat na de douche er warmte is
in de kilte zijn de druppels heter
en ik glim een beetje van de olie
mijn haren klitten wat

twee boterhammen
een kop koffie
één schepje suiker slechts
rechts een stapel boeken, links die kachel
ondertussen zingt iemand zacht
een kindergedicht van lang geleden

mijn pen is stug en het papier stroef
ik zoek mijn hersens af naar een ankerpunt
maar er is geen vaste grond daarboven
het glas van de ramen achter mij
spiegelen de kou naar binnen
maar die kan mij niet bereiken

er valt iets, ergens anders in huis
voetstappen, stilte, voetstappen
niet naar mijn deur, niet naar een deur
het voelt bijna of ik ook aan het vallen ben
maar dan, net voor ik wil opgeven
zelfs wanhopig dreig te worden

ik heb beet en vang een woord
een begrip, een idee, er volgt een zin
een stukje droom en laat het komen
mijn hand beweegt gejaagd
want mijn hersenen zijn sneller
dan ineens is het klaar

ik leun achterover en kijk, lees
lees nog eens
neem een slok
sta op, wandel heen en weer
lees opnieuw en begrijp niet
waar die zin vandaan kwam

maar hij staat er
om nooit meer weg te gaan
ieder woord goed gekozen
het is maar goed dat jij me niet ziet
je zou moeten lachen
om mijn juichkreet

© 2013 Alice Anna Verheij

In gesprek met Lena.

Tijdens het onderzoeken en schrijven van mijn romans heb ik gesprekken met de hoofdpersonen. Virtuele gesprekken soms, in dit geval met Isabell Helena die onder de artiestennaam Lena Dene aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw in Londen op de planken stond. Lena is (was) een bijzondere vrouw die bijzondere keuzes in haar leven maakte. Over haar leven en die keuzes ging het volgende gesprek dat ergens in 1902 plaats vond. Jaren later zou ik haar weer spreken.

Anna: Dag Lena. We kennen elkaar nu een tijdje en naarmate ik je beter heb leren kennen ben ik nieuwsgieriger naar je geworden. Voor mij ben je niet iemand van wie er dertien in een dozijn gaan en dat heeft te maken met wat je in je leven hebt meegemaakt en de keuzes die je maakte. Daarom vind ik het fijn dat je daar over wat verder wilt praten met me.

Lena: Dag Anna, maar natuurlijk wil ik met jou praten. Zo vaak komt het niet voor dat iemand bijna honderd jaar terug reist om met me te spreken. Ik vind het wel een beetje eng trouwens want ik heb zo het idee dat we het soms over zaken hebben die wij niet gewend zijn te bespreken.

Anna: ik zal prudent zijn. Zou je wat over jezelf willen vertellen? Waar je vandaan komt, wat voor werk je doet, wie je familie is, dat soort dingen?

306 New Cross Road, London
306 New Cross Road, London – geboortehuis van Isabell Helena Pullan (Lena Dene)

Lena: Natuurlijk. Ik ben geboren in 1870 op New Cross Road in London. Ons huis staat er nog geloof ik. Mijn vader was een ‘engineer’, een mechanicien en mijn moeder vooral moeder. We waren met tien kinderen bij ons thuis. Dat wil zeggen, eigenlijk met acht, want Dorothy die twee jaar mij geboren werd overleed toen ze acht was net als een kind dat al veel eerder stierf. Een jaar voordat de kleine Dorothy stierf liet mijn vader Abraham Pullan ons in de steek. Sarah, ons moeder overleed toen ik zes was. Vanaf dat moment was Ada eigenlijk onze moeder. We waren met vier zusjes en twee broertjes over gebleven. Mijn oudste twee broers waren al vroeg het huis uit en getrouwd, maar Ada mijn oudste zus wilde niet trouwen en zorgde voor ons. Het is een heel verhaal weet je. Edith is ook getrouwd.

Anna: Ada was bijzonder belangrikj voor jou, dat had ik al begrepen. Maar vertel eens wat voor werk je doet als je wilt?

Lena: Ik ben actrice. Net als Ada. Op het podium heten we trouwens Dene. Zij heet Dorothy, ik Lena en dan zijn er nog Hetty en Edith. Ik ben de jongste en Edith is gestopt met acteren toen ze met die schilder getrouwd. Ze heet nu Edith Schmalz. Hetty, Samuel en ik wonen nu nog bij elkaar in een huis. Dorothy is zoals je weet niet zolang geleden overleden. Ik weet niet zo goed hoe ik daar mee om moet gaan, ze was zo ziek en we hielden allemaal zoveel van haar. Iedereen hield van Dorothy. Sinds die oude meneer Leighton een paar jaar terug overleed ging het slecht met mijn lieve zus. Er is zoveel gebeurt in een paar jaar en die lieve meneer Leighton had ons zoveel geld nagelaten dat we in een mooi apartement konden gaan wonen. Hij hield van Dorothy en ook van ons maar toch vooral van haar. Daarom woon ik hier nu nog steeds op 10 Avonmore Mansions. Dorothy heeft alijd zo genoten van ons mooie huis. In 1890 zijn we hier komen wonen. Het is lekker dicht bij Kensington en dat is belangrijk want daar werk ik als ‘sitter’ voor mijn zwager Herbert Schmalz en een aantal vrienden van hem. Het is ook dichtbij de theaters van Hammersmith. Als je de straat uitloopt dan zie je meteen al het grote Olympia. Als actrice in deze stad is het belangrijk om in een wijk te wonen waar veel andere acteurs ook wonen. Daarom koos Dorothy, want zo noem ik Ada nog altijd, voor Hammersmith om te gaan wonen. Maar dan wel in één van de beste straten van de wijk. Pas nog heb ik op de planken gestaan in ‘For the honour of the family’ van J.H. Leslie in het Comedy Theatre. Ik speelde er Lady Hilda. Voor de tweede keer in tien jaar trouwens want we stonden met dat stuk al eerder daar, in ’97 geloof ik.

Lena and Dorothy DeneLena Dene (rechts) en haar oudere zus Dorothy Dene (links)

Anna: Je bent nooit getrouwd Lena, hoe dat zo? De mannen moeten toch aan je voeten liggen lijkt me zo?

Lena: Gosh. Eh, wat zal ik daar nu op zeggen? Getrouwd. Nee, ik ben niet getrouwd en zal dat ook nooit zijn. Net zo min als Dorothy en Hetty. Dorothy wilde niet trouwen omdat ze de meeste mannen niet vertrouwde op meneer Leighton na. Ik ben ook niet zoals Hetty die niets van mannen moet hebben en het liefste met Kathleen zou trouwen als ze dat konden. Maar vrouwen kunnen niet trouwen. Kathleen is trouwens wel een hele leuke meid hoor. Hetty zegt dat ze verliefd is op Kathleen en ze zijn ook altijd samen. Maar voor mij is het allemaal anders.

Anna: Hoe bedoel je, anders?

Lena: Al zou ik met een man willen trouwen dan is dat onmogelijk. Het zal nooit gebeuren.

Anna: Waarom niet?

Lena: Ik praat er niet graag over maar ik heb een probleem waardoor ik nooit met een man samen kan zijn. Ik zal nooit kinderen kunnen krijgen en ik zal een man nooit tevreden kunnen stellen.

Anna: Ik begrijp je niet geloof ik.

Lena: Mijn lijf is niet helemaal zoals het zou moeten zijn Anna. Ik mis iets wat andere vrouwen hebben. Een man zal nooit met mij wat kunnen aanvangen in bed. Vandaar. Geen dokter kan me helpen. Alleen mijn zussen weten er van, verder niemand.

Anna: O, jeetje. Als je er niet over wilt …

Lena: Dat wil ik nu juist wel. Ik wil er juist wel over praten. Misschien dat er dan iemand is die me begrijpt. Dorothy begreep me, maar die is er niet meer. Hetty begrijpt me misschien nog wel het beste. Het punt is dat omdat ik niet met een man kan slapen ik me ook niet op mannen richt. Ook al geven ze me aandacht of flirten ze met me. Ik heb ook aanzoeken gehad hoor. Maar ik wil het niet. Als een man te dichtbij me komt in een vriendschap dan bevries ik. Ik wordt bang.

Anna: Bang?

Lena: Ja, bang. Weet je, het zit niet goed bij mij daar beneden. Ik kan niet vrijen met een man, het doet pijn. Het zit dicht. Wat je verwacht is er niet. De dokters begrijpen het ook niet. De laatste dokter die me bekeek vertelde me dat ik helemaal niks heb daar. Na een paar centimeter is het over. Dicht. Dus ik zal nooit met een man samen kunnen zijn en als ik dat wel zou doen en zo’n man zou echt willen dan kan het gewoon niet.

(Er valt een stilte. Even weet ik niet zo goed wat te zeggen maar Lena gaat even later verder.)

Ik wil ook niks met mannen, vrouwen vind ik veel mooier. Al een tijdje ben ik verliefd op een vrouw die ik heb leren kennen aan het toneel. Ze weet het niet want ik durf het niet te vertellen aan haar.

Anna: Je bent verliefd?

Lena: Ja, echt. Weet je toen het me duidelijk was dat mijn lijf niet goed is om iets met een man te beginnen ben ik meer op vrouwen gaan letten. Na een tijdje kwam ik er achter dat ik vrouwen mooier vind en opwinderder. Tenminste, sommige vrouwen. En sinds Hetty dus een vriendin heeft heb ik gezien hoe goed twee vrouwen samen kunnen leven. Hetty mag dan nog wel bij ons wonen maar ze is eerlijk gezegd vaker bij Kathleen in Kensington te vinden dan bij ons. Ze blijft steeds vaker een nacht weg en nu ik en Samuel wat ouder zijn kan dat ook wel. Sam heeft trouwens ook een vriendin nu en het zou dus goed kunnen dat als hij trouwt ik hier alleen blijf wonen. Zolang ik het kan betalen natuurlijk.

Anna: Je had het over een vrouw die je ontmoet hebt.

Lena: O ja. Juliette. Ze is schrijfster, geen actrice. Maar ze komt vaak naar het toneel en daar hebben we elkaar leren kennen. We zijn ‘gewoon’ vriendinnen. Zij schrijft en ik acteer en daarbuiten gaan we vaak naar tentoonstellingen, muziekuitvoeringen of het theater. Ze is ouder dan ik, we schelen denk ik ongeveer tien jaar. Niet dat zoiets wat uitmaakt. Julie helpt me met veel dingen en ze is ongetrouwd. Maar ze is niet zoals Hetty want ze is wel in mannen geïnteresseerd. Er heeft zich gewoon niet de ware aangediend bij haar geloof ik. Ze is wel mijn liefste vriendin hoor, we trekken veel samen op.

Anna: Maar ze weet niet dat je verliefd op haar bent?

Lena: Ik denk het niet. Gezegd heb ik het niet en ik ben bang dat als ik dat wel doe dat het dan afgelopen is met de vriendschap. Maar ik ben wel echt verliefd geworden op haar. Eerst wilde ik dat niet maar ik kan het niet tegen houden. Als zij anders zou zijn dan zou ik voor altijd bij haar willen zijn.

Anna: Hoe bedoel je?

Lena: Nou ja, weet je als je zoals ik zo in elkaar zit dat het met een man niet kan dan zou het toch mooi zijn als je, wanneer je een leuke vrouw tegenkomt, gewoon ervoor kan kiezen om met haar te leven?

Anna: Kan dat niet dan?

Lena: Nee, natuurlijk niet. Bij jou wel dan? Ik ken wel vrouwen die samen leven hoor, maar die doen soms of ze zussen zijn of nichtjes of zo. Er is zoveel tegen om als vrouw samen te leven hier. Zelfs in Hammersmith. Hoewel ik begrepen heb dat er in Chelsea een groep vrouwen is die dat wel doen. Maar die hebben het niet gemakkelijk. Ze worden soms uitgescholden op straat of getreiterd. Het is best moeilijk hier. Toch zou ik best met een vrouw samen willen leven, als dat kon.

Anna: met Julie?

Lena: Als zij dat ook zou willen. Als zij ook van mij zou houden zoals ik van haar. Maar ze weet het niet eens.

Anna: Denk je dat het ooit zover komt?

Lena: Ik denk het niet. Ik durf het niet te zeggen. We maken plezier samen maar eigenlijk zou ik zo graag voor altijd bij haar zijn. Ik denk dat ze op een keer wel een leuke man tegen komt en dan is het weer anders voor ons. Ik denk niet dat ik ooit samen met iemand zal leven. In ieder geval niet met een man. Met een vrouw wil ik wel maar er is zoveel tegen en de kans dat ik iemand tref is niet zo groot. Misschien met een andere sitter. Soms gebeurt er weleens wat tussen ons sitters natuurlijk. Als je samen naakt poseert voor een schilder komt het weleens voor dat, nou ja dat er wat gebeurt onderling.

Anna: Nu maak je me nieuwsgierig.

Lena: Ik heb het één keer meegemaakt dat ik samen met een andere sitter voor een bekende schilder poseerde. Natuurlijk waren we netjes via de sitters deur de studio binnen gekomen. Toen we ons uitkleedden bij de haard viel me op dat het andere model me bekeek. Ze was mooi en ik zag er toen jonger uit dan ik nu ben. We stonden model voor een schilderij waarin we Griekse maagden moesten voorstellen en na een paar uur in een lastige houding te hebben gestaan waren we moe en dus voor die dag klaar. Lizzie, zo heette ze, had me vaak aangekeken en ik begreep niet zozeer wat er gebeurde. Maar goed, we waren klaar en konden ons weer aankleden. Zodra we achter het kamerscherm buiten zicht waren trok Lizzie zich naar me toe en probeerde me te kussen met haar armen om me heen.

Anna: Wat gebeurde er met je?

Lena: Even stribbelde ik tegen maar eigenlijk vond ik het fijn. Dus al snel liet ik het toe. Het aankleden duurde langer dan normaal. Er kon natuurlijk niks daar want we zouden zeker nooit terug gevraagd worden bij die schilder als we betrapt werden. Uiteindelijk zijn we braaf weg gegaan, Lizzie wilde met me afspreken en we hebben toen een dag afgesproken om elkaar weer te zien. Maar ik was zo nerveus dat ik niet durfde. Ik ben niet komen opdagen op die afspraak, ik durfde echt niet. Was er niet aan toe. Als het nu zou gebeuren met Julie zou ik wel gaan. Lizzie heb ik niet meer gezien daarna. Soms denk ik er nog weleens aan en dan kan ik mezelf wel voor mijn kop slaan want ze was leuk en mooi.

Anna: En nu?

Lena: Nu? Niks. Ik ben denk ik verliefd maar de vrouw op wie ik verliefd ben weet dat niet. Ze denk dat ik gewoon een goede vriendin ben. Ik laat het daarbij want ik ben bang haar kwijt te raken. Zoals ik het meestal bij laat. Zo graag als ik het wil om samen te zijn met iemand, zo onmogelijk voelt het. Ik ben er verdrietig om. Met een man kan ik niet zijn dus heb ik ervoor gekozen om lesbisch te worden en nu durf ik het niet aan om de vrouw op wie ik verliefd ben geworden dat te zeggen. Begrijp je dat?

Anna: Ik denk van wel. Toch zal het vast wel goed komen hoor. Zullen we maar even thee gaan drinken? We praten dan later wel verder.

Lena knikte en stond op. Na de thee ben ik terug gegaan naar mijn eigen tijd. Misschien spreek ik haar weer over een tijdje want ik weet dat ze de ware gaat tegenkomen, wie dat is en wat er dan gebeurt. 

© 2013 Anna Ros

Londen in januari.

Toen ik jong was… Wat een rare zin want als ik jong was zou ik nu oud zijn maar ik voel me niet oud. Ben het ook niet. Denk ik. Maar goed, toen ik jong was een leven geleden, speelde ik korfbal. Ik heb altijd van die sport gehouden maar blijkbaar niet genoeg om het te blijven spelen. Sport is iets dat zo lastig is in te passen, vooral teamsport. Ik speelde dus korfbal. Bij een keurige Haagse vereniging waar mensen als een zoon van de oude Willem Drees en Karel de Rooij speelden. En ik. Ik zal ergens rond de vijftien jaren jong geweest zijn toen die keurige ‘Gymnasiasten Korfbal Vereniging’ een uitwisseling had met een Londense korfbalclub. Nomads Korfball Club, een vereniging uit zuid Londen ergens tussen Morden (nog net Surrey) en Raynes Park (niet ver van Wimbledon.

Die sportuitwisseling was het begin van een levenlange liefde voor Engeland en Londen. Maar een leven kan lang zijn en dus is die liefde voor lange tijd naar de achtergrond verdwenen zoals dat gaat met oude geliefden. Kwam ik in die tijd tientallen keren in de Britse hoofdstad en toerde ik regelmatig door zuid en west Engeland, de decennia daarna heb ik me er nauwelijks laten zien. Een huwelijk zat in de weg en de complixiteit van een ongewild leven.

Nu ben ik weer decennia verder en door een vreemde samenloop van omstandigheden en een schilderij dat me betoverde, is de oude liefde terug gekomen. Afgelopen week was ik weer in die stad, deze keer samen met mijn dochter die niet eerder in Engeland was. Het was een leuke week waarin ik met een opdracht door de stad wandelde, de gangen volgend van vrouwen uit het einde van de negentiende eeuw die hoofdrollen spelen in de boeken die ik aan het schrijven ben. Een stad ziet er anders uit als je met een dergelijke missie op pad bent. Musea, oude kunst, begraafplaatsen en straten in een wijk waar ik eerder niet vaak kwam, waren de bestemmingen. Daarbij sprongen er voor mij een drietal nadrukkelijk uit: 10 Avonmore Mansions op Avonmore Road in Hammersmith, Leighton House op Holland Park Road in Kensington en een heuveltje in een kwadrant in de uiterste westhoek van Kensal Green Cemetery.

avonmore mansions

10 Avonmore Mansions. Ze woonde er met twee jongere zussen en een jongere broer. Ada Alice, die zich Dorothy noemde en in het publieke leven een redelijke actrice, een prachtig model en één van de mooiste vrouwen was maar die daarbuiten de plaatsvervangede moeder voor haar zussen en broers was. Een vrouw met een dubbelleven. Wellicht bevriend met een andere, welhaast onvindbare, vrouw die ze ongetwijfeld in de studio van de schilder zal zijn tegen gekomen. Het is een gebouw dat ergens halverwege de negentiger jaren van de negentiende eeuw gebouwd werd in Hammersmith, om de hoek bij de brug over de spoorlijn en het grote Olympia en Kensington High Street. Op ongeveer een kwartiertje wandelen van Holland Park Road waar ze werkte. Nou ja, twintig minuten met een Edwardiaanse jurk aan denk ik. Op haar grafsteen staat haar artiestennaam, in het boek van de begraafplaats haar familienaam. 10 Avonmore Mansions is nog steeds een bijzonder stijlvol apartementengebouw, gebouwd in een degelijke bouwstijl en met een kwaliteit dat het nog steeds erg prettig zal zijn om er te wonen. Ik zou er zelf graag een tijdje wonen. Naast Dorothy woonden ook haar jongste broer Samuel er en de zussen Hetty en Lena. Minder bekend maar ook actrices en modellen. Edith zal in die tijd schuin tegenover Leighton’s huis in Holland Park road gewoond hebben. Ze was getrouwd met Gustav Schwartz, ook een schilder.

Het is vreemd voor een huis te staan waar twee vrouwen gewoond hebben die nu, ruim elf decennia later, zo en belangrijke rol spelen in mijn leven. Twee vrouwen die ik amper ken maar waarvan ik steeds meer kom te weten en waarvan ik steeds minder lijk te weten, want ze verrassen me regelmatig. Toch is het alsof er een verbinding is met ze. We zijn van Avonmore Road de route gaan wandelen die Dorothy jarenlang bijna dagelijks gelopen zal hebben in de maanden dat haar schilder niet in het buitenland was. Frederick Leighton was immers niet alleen een begenadigd en voornaam schilder, president van de Royal Academy of Arts en Dorothy’s Mister Higgins maar vooral ook een bereisd man. Met grote regelmaat trok hij naar Italië en de Levant (het huidige midden Oosten) en noord Afrika. Zijn huis in Holland Park Road was woonhuis, atelier en showcase voor zijn voorliefde voor klassieke, arabische en oriëntaalse kunst. Het huis is gelukkig behouden gebleven en recent uitstekend gerestaureerd tot misschien wel het mooiste huis in Londen. De Arabische hal is een meesterwerk van Victoriaanse oriëntaalse binnenhuis architectuur. Koranspreuken in de mozaïeken op de muren, een Syrisch houten raam en het zachte getinkel van een fontijntje in de kamer.

leighton house

De curator, Daniel Robbins, heeft ons rondgeleid en honderduit verteld over de schilder, de dames Dene en de geheimen van het huis. De aparte entree voor de modellen is nu een binnendeur maar de kamers van de butler in de kelder is er nog. Het archief van Leighton House herbergt een schat aan informatie over de schilder en zijn leven en natuurlijk een paar echte schatten. Bij het spitten door het archief kwam de overlijdenskaart van Dorothy op tafel, samen met onbekende foto’s van de muze van Leighton. Dorothy in Siena in Italië, uitgenodigd door de familie Cartwright die in Italië woonde, Dorothy als actrice. Mooi, theatraal en mysterieus. Langzaam maar zeker wordt duidelijk welk een centrale rol zij gespeeld moet hebben in de levens van Leighton en haar zussen en broers. Langzaam maar zeker wordt duidelijk dat deze vrouw die de inspiratie is geweest voor George Bernard Shaw’s Eliza Doolittle in Pygmalion, een bijzondere vrouw was. Ik zal nog veel van haar zien en lezen in het komende jaar want net zoals in haar leven eind negentiende eeuw stelt ze ook in mijn onderzoek naar de levens van haar, haar jongste zus Lena en haar collega model Mary Lloyd, iedereen in de schaduw.

dorothy dene

Ik heb Dorothy’s graf uiteindelijk gevonden. Er staat een tekst op die door haar zussen en broers bepaald zal zijn. Liefdevol geplaatst op dat heuveltje op Kensal Green staat er nog een scheef gezakt kruis op een eenvoudige getrapte voet aan de korte kant van een met steen omrand perkje. Er groeit nu mos en wat onkruid. Mensen om het te onderhouden zijn er niet meer. Dorothy is in vergetelheid geraakt maar niet ver genoeg om te voorkomen dat ik de plek vond en er een roos kon neerleggen. Kensal Green is geen Highgate. Er liggen minder bekende mense begraven hoewel er wel degelijk de nodige adel, kunstenaars, schrijvers, dichters, theatermensen, musici, notabelen en militairen een eeuwige plek hebben. Thackaray ligt er, niet ver verwijderd van Dorothy, en WH Smith van de winkelketen, Blondin de koortdanser en de romanschrijver Wilkie Collins op wiens graf een bezoeker een Duitse vertaling van een roman van hem had gelegd en die door wind en regen zal vergaan. Voor mij ging het om iets anders, een soort eerbetoon aan iemand die zonder dat veel mensen het weten de echte Eliza Doolittle was, de enige echte My Fair Lady en voor mij een vrouw die liefdevol voor haar zussen en broers zorgde en een affaire had met de schilder wiens model zo zolang was.

dorothy dene (1)

Londen was anders dan decennia terug. De camera’s in de straten, de ondergrondse die nu vrij schoon is net als de straten. Het is een ander, mooier en interessanter Londen dan ik in mijn herinneringen had. Nu ik weer thuis ben is het goed in de wetenschap te leven dat ik altijd nog naar Londen kan om te genieten. De oude geliefde is weer in mijn leven en het is nu tijd om er over te schrijven en over de oude Dave, een romanticus die ons op de begraafplaats spontaan de bijzondere plekken liet zien.

© 2013 Anna Ros

Terug naar een oude jeugdliefde.

Ik ben een romanschrijfster en onverbeterlijk romantisch. Dat laatste was ik altijd al en dat eerste sinds een aantal jaren. Het is buiten de gebruikelijke uitdagingen heel erg leuk om romans te schrijven. Zeker voor mij omdat ik zonder concessies mij kan wijden aan het schrijversvak en mijn leven zo ingericht heb dat de belemmeringen om dat te doen minimaal zijn. Iets wat ik anderen ernstig ontraad overigens want het betekend wel leven in minimale omstandigheden. Mijn thuis is een kleine kamer op twee hoog voor.

De charme van mijn manier van het schrijven van romans is dat er veel onderzoek nodig is. Heel veel onderzoek. Mijn eerste gepubliceerde roman bracht mij op de wallen tussen de prostituees en in een vage club en mijn tweede in vluchtelingenkampen in Nepal. Ervaringen die mijn denkwereld ernstig hebben veranderd en mij voor een flink deel ook vrijgemaakt hebben van conventies, de moraal van (een deel van) mijn opvoeding en angsten die zinloos en onzinnig zijn.

De roman waar ik nu aan werk is in veel opzichten een omslag in mijn werk aan het worden. Ten eerste is het een roman die niet in het heden maar in het verleden speelt en toch geen historische roman is. Daarnaast is dit het boek waarin veel autobiografische elementen verwerkt worden door ze te projecteren op een van de personages. Daar komt nog bij dat het niet één boek is maar drie, een trilogie. Dat laatste was niet de bedoeling maar gegeven dat boeken in zekere zin zichzelf schrijven een logische uitkomst van een goed half jaar onderzoek op thematiek, locaties en personages. Maar er is nog iets.

Londen Januari 2013

Lachrymae (‘Tranen’) is in zekere zin ook een terugkeer naar een periode in mijn jeugd die zeer complex was maar waar ik gelukkig ook goede herinneringen naast de hele slechte heb. Die goede herinneringen hebben in sterke mate te maken met de jaren dat ik meerdere keren per jaar in Londen was. Ik had er een sport- en penvriend en we hebben veel tijd samen doorgebracht. Hij te gast bij mijn familie en ik bij zijn familie. Goed, hij woonde eigenlijk in Surrey en strikt genomen dus niet in Londen maar Morden is wel zo ongeveer het uiterste puntje van Surrey en voor de onbekende simpelweg zuid Londen. Een gezin in een kleine arbeiderswoning in een arbeiderswijk waarvan de vader postbode was en de moeder de twee zoons opvoedde. Een zeer Engels gezin ook.

Ik dwaal af. Mijn nieuwe werk brengt me terug naar Londen. Naar Kensington en Holland Park om precies te zijn en naar Burlington House (en natuurlijk de Burlington Arcade). Plekken in die stad waar ik vaker ben geweest maar in die tijd nog geheel onwetend van de reden waarom ik er nu terugkeer. Ik heb altijd erg van Londen gehouden. Toegegeven, Parijs is romantischer en tintelt meer. Maar Londen was en is een heerlijke stad met een geheel eigen sfeer. Of sferen eigenlijk. Deze keer heb ik een opdracht voor mijn bezoek. Ik ga er zoeken naar wat er nog over is van de geschiedenis van een paar vrouwen, schilders, beeldhouwers en dichters uit een vervlogen tijd. Een tijd waarin er nog de koetsen reden die langzaam vervangen werden door auto’s, een tijd met een zo op het oog strakke moraal maar een evenzo duidelijke hypocrisie die mensen er toe bracht om in het min of meer verborgene zich te onttrekken aan die moraal. Ondeugd zoals dat in Engeland kan zijn. Mijn vrouwen (het zijn er drie) leefden aan dat randje van de maatschappij waar de kunstenaars te vinden waren. De schrijvers en dichters, schilders, beeldhouwers, de eerste beroepsfotografen, acteurs en actrices, de zangers en zangeressen. Niet te vergeten ook de modellen voor de schilders, beeldhouwers en fotografen die niet zelden ook actrices en zangeressen waren of veaudeville of burlesque sterren. Of gewoon prostituee, want er waren in die tijd enorm veel dames die alleen op die manier een eigen bestaan konden opbouwen en onderhouden. Courtisanes, maitresses en hoertjes bevolkten de stad in grote getale want er was nu eenmaal heel wat emplooi voor ze. Zo niet mijn vrouwen, zij waren model en actrice of model en naaister. Een aantal van hen waren min of meer beroemd en een enkeling nadrukkelijk geroemd om haar exceptionele schoonheid.

Het is ruim honderd jaar later. Mijn vrouwen leven niet meer maar toch ook nog een beetje wel. Het is moeilijk om ze te vinden maar ze zijn er nog wel. Op muren van paleizen en musea, van Buckingham Palace tot de Tate Gallery zijn ze nog te zien. Alle drie. Dat maakt het zo heerlijk om naar ze te speuren. Ik ga ze zien straks, geschilderd in de tijd waarin ze op hun mooist waren, ik ga van enkelen de huizen zien (want die zijn er nog steeds) en een atelier waarvan ik zeker weet dat ze er alledrie model gezeten hebben voor één van die schilders. Samen met curatoren en anderen ga ik hun gangen na en ik weet zeker dat ik met aanzienlijk meer beelden en informatie over hun terugkom als wat ik nu heb voordat ik afreis.

De plaatsen die van belang zijn ga ik bezoeken, in mijn hoofd als één van die vrouwen. Ik ga er door haar ogen naar proberen te kijken en weet dat ik dan heel andere dingen zie dan iedereen om mij heen. De Tate Gallery, de Royal Academy, Leighton House en de straten in Kensington zullen er dit keer anders uitzien voor me dan toen ik er lang geleden was. Niet omdat de moderne tijd toegeslagen heeft, want op de overal aanwezige camera’s na valt dat wel mee maar vooral omdat ik anders kijk.

Als het allemaal lukt dat is dit bezoek het begin van een periode waarin ik vaker in die heerlijke stad zal zijn, speurend naar wat er nog wel is van een vervlogen verleden en ondertussen mijn jeugd een beetje terug halend. Voor mijn gevoel doe ik dat terwijl ik de meisjesnaam van mijn moeder draag. Ze zou het mooi hebben gevonden.

© 2012 Anna Ros

Writer’s Block in 2012.

The WordPress.com stats helper monkeys prepared a 2012 annual report for this blog.

Here’s an excerpt:

19,000 people fit into the new Barclays Center to see Jay-Z perform. This blog was viewed about 120.000 times in 2012. If it were a concert at the Barclays Center, it would take about 6 sold-out performances for that many people to see it.

Click here to see the complete report.

Year’s end and new beginnings.

When I face the desolate impossibility of writing 500 pages, a sick sense of failure falls on me, and I know I can never do it. Then gradually, I write one page and then another. One day’s work is all that I can permit myself to contemplate. John Steinbeck

I was born on a New Year’s Eve. Nepali New Year’s Eve on April 13 to be exact. Not the one we celebrate here. I wasn’t aware of that until last year. Working and living in Nepal made me realize it. Of course it is of no importance besides the fact that I nowadays celebrate the New Year twice a year. Once is my own new year, the other one is everyone else’s new year. And every year I reflect on the past year, look back a year, or two or three, and compare. Compare how my life is compared to the previous New Year’s Eves. I’ve always done that because I solemnly believe that when times are hard it is good to look back and based on the comparison understand where the progress has been. I thrive on progress and change, that’s why I do that. Because I also believe that the year I can no longer define progress in any aspect I will have lost my soul.

Past nine years have brought joy, challenge, pain and sorrow. So, on the one scale is all that defines me now as the person I am and what I think is good. The other scale is loaded with the negative, the disasters, illnesses and headwind. And I do not even try to objectivate the outcome. Because if I do I I can not be sure that the overall balance is positive. I simply don’t know if I’m better off now than a year ago. This year has learned more than any year before that the negative might just as well bring a lot op positive things and the seemingly positive can be a dark thing.

A year ago I was in love, and love was answered. In another place in the world, far away from home I had unexpectedly found a woman who I fell in love with and in spite of a massive ravine between our cultures. I felt my life had changed and I planned to move away from Europe and start another life in Asia. It wasn’t even a dream but it was a reality and steps were made, choise were made and I felt so good. In February the axe fell. Totally unexpected. Cultural differences prooved unbreacheable. I had to let go and to be honest, I had already done so the day I stepped on that damned airplane that flew me back to my European life in January. Sometimes I still feel I shouldn’t have boarded that plane but just stayed. For that new life. For love.

I didn’t stay. I flew back. I lost my love.

It tumbled me over and then it was the April New Year’s Eve and I turned fifty, thinking it didn’t matter to me at all. But it did. A lot, an awful lot. I fell sick and the summer went unnoticed. I did not live.

By fall I started breathing again. I published a novel and a photobook. Photo exhibitions followed and there is still one ongoing until February next year. Four days after my birthday on April 18 I was in bed with a bad flu and I found a painting on the internet. I swept me off my feet. I had to know what that painting was and I started researching. I found out it was made by a nineteenth century painter who lived in Kensington, London. ‘Flaming June‘ made me restart my life. Research learned me that there was a dispute about the model who sat for Frederick Leighton for thet specific painting. That dispute led me to a forgotten woman who died in the 1930’s but who was three decades earlier one of the most beautiful women in England. And gradually a story unfolded which was already there waiting to be revealed. More on that can be read here: www.woordenstorm.nl/lachrymae.

Flaming_June,_by_Fredrick_Lord_Leighton_(1830-1896)

It’s end of December now, tomorrow is the last day of this year. I am working hard on my new novel which has evolved in a trilogy about three women, about emancipation, about relationships, war, poverty, wealth, beauty and decay. And about me. It’s the work I will have to write in the coming year, maybe even years. I already know most of the story but I also know that as always it will grow and evolve in a much more detailed and compelling story. My biggest work ever. And tonight I look back. Back to this crazy year.

My life is in many aspects destroyed in the past decade. My body is defect in a very private aspect and I feel deep sadness about that. It actually is the reason why relationships scare me. I don’t think anyone can help me with that, it is very much my own struggle to get some peace over that. My economics are, well they are virtually non-existent. To Dutch standards I am poor and in debt to a level that I will never overcome, no matter what I do and no matter how hard I work. This was the year that I had to learn the harsh reality of not having the money to lead a normal life. I don’t have my own front door anymore, most of my belongings have gone (which for the most of it I don’t mind at all), I can hardly afford transport to anywhere and my social life is becoming smaller and smaller. There are days I do not have food. But this year also learned me that I have the ability to go on and after a year living way below poverty standards I am still here. The most important thing that happend to me this year is that I relearned to make decisions about my own life again. Because I did.

Which brings me to next year.

January will be very difficult. They’re coming to take some of my things away. I won’t be there myself. Complicated story. Pressure is building on me rapidly and life will certainly not improve in January. But important moves are being made. Finance stuff for instance. In the coming months it will all become more transparant and that will inevitable lead me into some sort of debt reduction scheme or bankruptcy. Life won’t end over that. What will happen is that I’m entering a couple of years of very poor living standards but I have the assurance that they won’t be worse than they are now. And yes, that old divorce thing will be corrected in the coming months and that might very well bring a lot of relief. If only because the negative economic part of that will be lifted and redevided in a manner that is fair and making my life easier. It’s all the direct result of the I choice made this year to start rebuilding my life after a downwards spiral that had caught me in the past nine years.

And then there is art. The other major decision I made is that my life will be about writing my books, making my photos and filmwork and focus on the arts as my line of business and the major driving force in my life. It even tops relationships. I know now I can not make any concessions anymore in regard to the art I make and the reason why I do that. Because writing is for me like breathing. There is no way that I can stop that or want to do so. Which made me to choose a pseudonym for writing my future work. Enter Anna Ros. 2012 has brought me a lot on the artistic plane because I’ve grown and made major steps forward but 2013 is even more promising in that. My work improved and so did my writing. I have become confident in that work. I know my abilities and I know where improvement is needed. And there is a lot out there waiting for me to take on. The trilogy being the most important work but there’s also that other loosely related work which I make with a befriended writer. It will surprise a lot of people and is really exciting to make. And of course the film will get finished in 2013, at last. Not as one major work but as a series of three or four short documentaries, portraits of specific people telling the story of forgotten refugees.

And love? Well, that is something else entirely. I am not chasing it to the intensity that I did in the past years. If it happens, it happens. Which doesn’t mean I am not in love because I think I am. To a certain extend. Maybe 2013 will be a good year for love. I would like that but of course that’s uncertain. What is certain is that it will be a great year for friendships. With the few people out there who really know me.

So, this New Years Eve is a very unclear one. Unclear on how my live will continue in 2013, uncertain about where I’ll live and with who. Uncertain about love. But very certain about what defines me: my writings.

I wish all of you a good 2013. With health and love. Skip the economics and other non important things of life, just go for happiness and health. That should suffice.

Love,
Alice Anna

© 2012 Alice Anna Verheij

Debat(t)eren

rug

De rijksuniversiteit Groningen doet het. Bert Brussen ook. Het Micha Wertheim Genootschap doet er aan mee en zo ook scholieren.com. Net als, jawel, het Langendijker Nieuwsblad en zelfs mijnwoordenboek.nl. Debateren. Het lijkt een soort volkssport in Nederland te zijn want zo rondsnuffelend zijn er heel veel organisaties en mensen het aan het doen. Debateren.

Het is ook een sport. Er is zelfs een instituut voor: Het Nederlands Debat Instituut. Alleen doen die een variant die wèl door van Dale erkend wordt: zij debatteren. Met maar liefst twee t’s. Zoals het hoort.

Ik weet dat ik zelf ook de nodige spelfouten en taalfouten maak. Onmogelijk om dat niet te doen in het Nederlands getuige het Nationaal Dictee. Zo erg is het dus niet dat er bepaalde woorden en het dt-gebruik regelmatig ten prooi vallen aan taalkundig vandalisme. Onbedoeld vandalisme. Wat mij betreft vallen typo’s niet onder de spelfouten maar onder wat ze werkelijk zijn: typefouten. Gewoon een paar letters verkeerd of niet of teveel aangeslagen zonder dat de schrijver het door heeft. Maar dat is toch wel wat anders dan die stelselmatig gemaakte fouten die zich werkelijk overal manifesteren. Zoals bij ‘debateren’. Een fout die best begrijpelijk is gegeven de Engelstalige vorm van ‘debating’ met één t. Het Engels is immers overal in ons taalgebruik binnen geslopen.

Toch vind ik het jammer. Want ik debatteer liever dan dat ik debateer. Zoals ik liever bakker dan baker ben of gewoon wakker in plaats van een waker.

© 2012 Alice Anna Verheij