Het schiet niet op vandaag.

Maandag.

Voor veel mensen niet een dag om naar uit te zien, voor mij een dag als zovele andere dagen. In deze tijd van het jaar vooral grijs en kil en bepaald niet inspirerend. Er moeten een paar dingen gemaakt worden en er is een overmaat aan koffie noodzakelijk om dat ook te laten gebeuren. Maar de bonen zijn bijna op, het is rotweer buiten en de portemonnaie is ernstig leeg. Eigenlijk is maandag een dag om brieven te schrijven maar echt in de stemming ben ik daar niet voor. Vaak immers zijn die brieven gekoppeld aan gedoe waar ik niet op zit te wachten en wat me mateloos irriteert. Een liefdesbrief dan maar? Ach.

Veel te laat stuiter ik mijn bed uit, het vooral ’s morgens te stijle trapje af. Met een bons land ik op de houten vloer die een beetje kraakt. Dat doet die overigens altijd. Het is koud in mijn woon/werk/slaap/les en schrijfkamer dus ik tik met mijn teen tegen de draaiknop van de gashaard om wat warmte te brengen. Achter het gordijn blijkt licht verstopt te zitten, ik schuif de zware nepfluwelen gordijnen opzij om het toch wat schaarse licht mijn kamer in te laten. In het langs gaan groet ik Nataraja die nog steeds danst, een wierook stokje licht op om even later de vlam te verliezen en de geur af te staan aan mijn domein. De dag is weer begroet. Nog voor ik me aangekleed heb draait mijn hand de koffiemolen al om de inmiddels niet meer echt verse bonen te vermalen tot het bruine grove poeder dat mijn gemoed wat moet temperen en de zin in weer een te grijze dat doen toenemen. Er moet nog steeds veel teveel gedaan worden dat me afhoudt van wat ik eigenlijk wil. Hoewel op de maandag morgen het niet meevalt de hersens te plooien naar de weerbarstige werkelijkheid van mijn dames die mij hun meest intieme leven laten vastleggen op het zware papier van de nog grotendeels lege dummies. De laatste weken hebben ze niet zo’n geweldige bui en krijg ik vooral gezeur over me heen. De jongste van het drietal doet nogal verwend hoewel ze dat toch eigenlijk niet is. Of was.

vfw

De koffie smaakt me wonderwel goed. Een beetje kardemom maakt zoiets simpels toch altijd een beetje aangenamer. Ondertussen probeer ik me niet teveel zorgen te maken over de banaliteit van eten wat later deze week problematisch kan worden. Het heeft geen zin om die paar centen te tellen die er over zijn. Tegenstrijdig is het wel om te weten dat de onmogelijkheid van een stuiver omdraaien snel bereikt gaat worden terwijl ik me daar niet druk over kan maken. Zoals altijd zal het zich wel oplossen en eigenlijk wil ik alleen maar haar in mijn armen sluiten en mijn hoofd op een schouder laten rusten.

Rare gedachten voor een maandag. Muziek dan maar.

If the butterfly courted the bee,
And the owl the porcupine;
If churches were built in the sea,
And three times one was nine;

If the pony rode his master,
If the buttercups ate the cows,
If the cat had the dire disaster
To be worried by the mouse;

If mama sold the baby
To a gypsy for half a crown;
If a gentleman was a lady,-
The world would be Upside-Down!

If any or all of these wonders
Should ever come about,
I should not consider them blunders,
For I should be Inside-Out!

Zingt ze.

Ik wordt er vrolijk van. Het is raar maar mijn sociaal leven is stilgevallen, vooral omdat ik zelf stil val. Gezelschap is een behoefte maar zodra die vervuld wordt een belasting. Soms prettig zoals afgelopen weekend maar meestal vooral afleidend van wat ik moet doen. Ik voel me asociaal en ben het ook. Kluizenaar ik niet ergens buiten in de polder dan doe ik dat wel thuis. Deur dicht, gedempte muziek, gedempt licht, gedempt gevoel. Het is maandag maar de tijd is verdwenen en de rest van dit jaar van geen betekenis meer. Niets staat er op het programma, geen bezoek (nou ja ééntje nog), geen dwingende zaken anders dan het al genoemde gezeur met brieven en formulieren, geen feesten. Niets. Mijn rechter hersenhelft laat me weten dat ik misschien te ver weg kruip, mijn linker is al ondergedoken. Zo’n maandag als vandaag verdwijnt vanzelf.

De koffie is op.

Eindelijk ben ik zover dat ik kan beginnen. Er moet gewerkt worden. Mezelf binnenstebuiten keren, een verse week wacht op mij en de dames zijn ongeduldig. Ze willen dat ik luister en schrijf en ik voeg me bij die vrouwen die me voor gingen.

Nu goed dan, ik kom al.

© 2012 Alice Anna Verheij

Advertenties

Na de opheffing.

Volgens velen houdt ons bestaan hier op de 21e december op. Gelukkig maar, denk ik dan want wat een zooi heeft de mensheid er van gemaakt. Het aantal landen in oorlog is niet substantieel minder dan enige tijd geleden, het lijden van de mensheid ook niet. De verschillen tussen arm en rijk zijn weer groter geworden en daarmee ook de arrogantie van de eerste groep. De ‘have’s’ zijn dominanter dan ooit.

maya-doomsday

Gelukkig is er na 21 december 22 december en daarna nog heel veel andere dagen. De Maya’s hebben volgens sommigen voorspelt dat de wereld ten onder gaat over een week maar zijn dat zelf al vele eeuwen voordien gegaan. Dat hadden ze toch moeten voorzien denk ik dan. Atlantis bestaat vooralsnog alleen in sommige boeken, mooie fantasieën en uiteraard in Hollywood. Stargate Atlantis is inderdaad best aardig om te bekijken hoewel Star Trek toch altijd nog onverslaanbaar blijft.

Maar ik dwaal af.

Het gaat er dus om wat te doen na die ondergang van onze wereld. Aangezien ik tot de circa 7 miljard overlevenden behoor (net als u overigens) heb ik de vrijheid genomen voor volgend jaar toch maar wat plannen te maken. Mocht u twijfelen over die zeven miljard da is het nuttig om hier even te gaan kijken. (Maar let op voor depressiviteit en doemdenken als gevolg van wat u daar leest.) Voor wie mij kent zal duidelijk zijn dat dit uitzonderlijk is. Voor volgend jaar staan de volgende zaken op de rol:

  • de zooi in mijn eigen leven opgeruimd krijgen tot een acceptabel niveau
  • weer achter een eigen voordeur komen te wonen, liefst niet alleen
  • eindelijk mijn dichtbundel ‘Passiezeren’ uitgeven (met 52 gedichten)
  • toch maar een heruitgave doen van de verhalenbundel ‘Genderdans’
  • mijn nieuwe roman ‘Lachrymae’ afschrijven en uitgeven of uit doen geven
  • een geweldig project doen met die andere geweldige schrijfster
  • de documentaire Headwind afmaken in de vorm van vier korte films
  • een nieuwe fototentoonstelling samenstellen met mijn mooiste werk
  • reizen
  • leven
  • liefhebben

Kortom, na het vergaan van de wereld volgende week wordt het nog een druk jaartje voor me als u maar niet denkt dat ik alle rotzooi op ruim die er na volgende week achter blijft.

Alice Anna Verheij

De leugen schrijft.

Pseudoniem.

Vandaag heb ik na het nodige wikken en wegen gekozen om mijn romans onder een pseudoniem te gaan schrijven. Letterlijk een ‘valse naam’ en afgeleid van ‘leugen’. Maar hoewel etymologisch dat wellicht de juiste Griekse vertaling is, raakt dat toch niet de reeële emotionele keuze om dit te doen.

Rationaliteit speelt maar een betrekkelijke rol daarbij. Immers, mijn schrijfplek hier is toch stevig verbonden met de naam die ik in het dagelijks leven draag. Aangezien hier een redelijk tot goed verkeer is en ik dus mag aannemen dat er nogal wat mensen mijn teksten hier lezen zou het wijzigen van mijn schrijversnaam een risico inhouden. Goddank ben ik niet echt bekend denk ik dan maar.

386482_4562244807933_1223114614_n

De werkelijkheid van mijn schrijfwerk is echter dat er een duidelijke scheiding is tussen de stukjes die ik hier schrijf (van opiniërend tot poëtisch) en mijn werk als romanschrijfster. Die scheiding maakt het in toenemende mate lastig om me senang te voelen met mijn schrijversnaam. Ik heb behoefte aan een waterscheiding tussen mijn romankunst en ander werk dat veel diverser maar ook veel vluchtiger is.

Ik zocht iets krachtigers en daar was ik al maanden mee bezig totdat ik voor mezelf enige tijd geleden vaststelde dat ik vooral mezelf associeer met Anna. Anna is Grieks voor Hannah, betekend lieflijk of gratieus en is een naam met een bijbelse kwaliteit want Anna was de moeder van Maria. Het is een naam voor een moeder. Daarbij is in het Catalaans de spelling Anaïs en om geheel andere redenen ben ik altijd verliefd geweest op die naam. Allemaal aspecten die me bevallen. Het is een veel gebruikte naam met historisch gezien bijzondere vrouwen die haar droegen. Anna Boleyn bijvoorbeeld is zo’n vrouw die mij altijd interesseerde. De naam is ook om te keren, het is een palindroom en ik houd van symmetriën. Ik zoek ze op in mijn vormgevingswerk, mijn fotografie en zelfs mijn filmwerk en voor de goede lezer is die ook nog te vinden in veel van mijn poëzie en sommige verhalen. Kortom, het zit wel goed met die voornaam.

In het Engels is mijn achternaam Verheij een naam die voor zo goed als iedereen in die taal niet of nauwelijks uit te spreken is en in combinatie met de soms Engels en soms Frans uitgesproken naam Alice wordt het nu zelfs een soort blok aan mijn been. Gevoelsmatig vooral. Ook in combinatie met Anna is dat niet een passend pseudoniem. Waar zowel in mijn jeugd als in mijn huidige leven er een verbinding met Engeland is wordt het interessant om naar de andere lijn in mijn familie te kijken. Mijn moeder droeg de achternaam Ros, een naam die eeuwen terug via Engelse huursoldaten naar Zeeland en de Zuid Hollandse eilanden kwam. Vandaar verder trok naar Scheveningen en Scheveningers hebben van oudsher een verbinding met Engelse havenplaatsen. Aangezien ik een andere band had met mijn moeder dan met mijn vader en het zelfs zo is dat zij mij wel gekend heeft en mijn vader mij eigenlijk niet echt, is het niet vreemd om die band met mijn moeder te onderstrepen. Ros is dus in meerdere mate als naam met mij emotioneel verbonden dan Verheij. Hoewel ik mij mijn hele leven dus al Verheij noem. Hoe vreemd kan het gaan.

Ik hield van mijn beide ouders, alleen mijn moeder is langer bij me gebleven. Lang genoeg om nog de aanzet van mijn nieuwe leven mee te maken. Het was mijn moeder die mij toen ik jong was vergezelde naar de musea om naar kunst te kijken en geschiedenis tot me te nemen. Het was mijn moeder die me baarde, voedde, opvoedde en in mijn eerste leven vormde. Het was mijn moeder die mij later kon aannemen als de mens die ik ben. Het oneerlijke is dat mijn vader die kans niet kreeg. Nu ik ouder ben en ze er niet meer is wil ik haar juist bij me hebben, al is het maar in naam. Haar naam. Ze heette voluit Aagje Ros en daarmee is A. Ros op deze manier niet alleen mijn pseudoniem in aanschrijfnaam maar ook die van mijn moeder. Waarmee ik dit pseudoniem maak tot een postume omhelzing en in zekere zin tot een virtuele vredespijp want de band heeft ook lange tijd gekneld.

Het pseudoniem waaronder ik vanaf nu mijn romans schrijf is dus Anna Ros.

Een naam die ik mooi, kort en krachtig vind, die bij me pas als een oude jas die de geur van een verleden heeft waar ik van gehouden heb en de belofte draagt van een nieuw begin. Want deze keuze markeert een overgang naar een nieuwe fase in mijn schrijversschap en misschien zelfs wel een nieuwe en hoopvolle fase in mijn leven.

Zo enkele dagen voordat ik in afzondering ga werken aan mijn roman Lachrymae is het ook het goede moment voor deze keuze. Mijn nieuwe boek zal vooral ook een contrapunt in mijn werk moeten zijn. Het is de brug of het verband tussen mijn werk tot nu toe en het werk dat ik in de toekomst wil maken en nu al maak. Mijn eerdere werk lag voor wat betreft gevoel vooral buiten mij en bestond uit verhalen die uit observatie ontstonden en mijn nieuwe werk komt nadrukkelijk voort uit introspectie. Ik keer mijzelf binnenstebuiten waar ik dat niet eerder durfde of deed en ik denk dat dit de diepgang en kwaliteit van mijn werk ten goede komt. Dit boek is een waagstuk en dit boek laat zich niet snel schrijven, het vergt wegen, overwegen en heroverwegen en kan alleen tot stand komen als ik bereid ben de pijn aan te gaan met het geloof dat daaruit schoonheid ontstaat. De ingrediënten zijn er, het recept is geschreven, nu komt het er op aan om in de juiste verhoudingen de pigmenen van mijn verhaal te mengen om het dan te schilderen. Maar wel met de juiste ondertekening.

Misschien is dat laatste wel de belangrijkste reden waarom Anna Ros op moet staan en Alice Verheij gaan zitten. Vanaf vandaag leef ik als vele anderen in een gezochte en milde artistieke schizofrenie.

Alice Anna Verheij / Anna Ros

Aandacht

Niet zo heel lang geleden zei een bijzondere vriendin tegen me dat ze houdt van aandachtig schrijven. Zinnen schrijven die zorgvuldig samengesteld worden uit gewogen woorden. De preciese woorden die ze gebruikte waren ‘traag schrijven’.

Ze zette me aan het denken en om de één of andere reden zorgde die woorden voor een doorbraak. Aandacht en traagheid. Het zijn immers precies die dingen die in het dagelijkse leven veelal ontbreken. Onze wereld is snel. Steeds sneller en onvoorstelbaar oppervlakkig. Als niets er meer echt toe doet en ingeval iets er wel toe doet dat vooral niet lang mag duren. Waarnemen, tot je nemen, verteren en dan snel weer verder. Het is me te snel geworden en ik wil er niet meer aan meedoen. Wat mij betreft stel ik mij buiten dat vluchtige.

Ik kwam er in de dagen na die opmerking achter dat traagheid soms ook een ander woord is voor aandacht en zorgvuldigheid. Iets waar ik in sommige situaties niet goed in ben maar als het op schrijven aankomt me probeer eigen te maken. Wat verrassend eenvoudig blijkt te zijn. Niets is fijner dan een formulering van een zin te beschouwen, de woorden even te laten dansen met synoniemen, de contructie zo hier en daar te wijzigen om dan na wat technisch gesleutel tot een afgewogen, gebalanceerd en taalkundig mooi construct te komen. Als ware het een spel. Maar dat is het niet.

Er blijken truukjes te zijn en gewoonten die kunnen helpen bij het traag schrijven en aandachtig leven. Twee daarvan zijn maar al te bekend en tegenwoordig ernstig onderschat: pen en papier. Want met een pen op papier schrijven is heel wat anders dan de computer gebruiken voor het in het geheugen knallen van zinnen. De dynamiek is anders. Het resultaat ook. Want papier is weliswaar ongeduldig maar ook nadrukkelijk eenmalig. Als het er eenmaal staat, staat het er en kan het niet meer weg. Tenzij de seriemoordenaar in de schrijver wakker wordt en er weer de nodige geliefden om zeep worden gebracht en hele zinnen, alineas en misschien zelfs hoofdstukken sterven onder de onverbiddelijkheid van de rode pen.

Dus ga ik een rode pen kopen want die heb ik niet. Wel blauwe.

Omdat mijn nieuwe boek iets heel anders wordt dan mijn eerdere werk in heel veel opzichten en dat boek eisen aan mij stelt die niet eerder gesteld werden, heb ik mijn aanpak voor het schrijven van een roman aangepast. Een tipje van de sluier kan ik wel oplichten.

Natuurlijk doe ik nogal wat aan onderzoek. Voordat ik met schrijven begin besteed ik daar heel veel aandacht aan en het onderzoeken gaat ook gewoon door tijdens het schrijfproces. Wel is het zo dat pas wanneer ik nadrukkelijk het gevoel heb dat het verhaal in mijn hoofd zo ver uitgewerkt is dat eigenlijk alle grote lijnen het schetsmatige verruilt hebben voor een solide structuur, begin ik met het ambachtelijke schrijven. Want dat is het in dat stadium: een ambacht. Voordat ik ga schrijven zit de creatieve kracht in de samenstelling van de plot, de karakters, de plaatsen en het tijdspad. Tijdens het schrijven zit dat voornamenlijk in de details (hoe fijnmaziger, hoe leuker om te schrijven) èn in dat magische proces van het componeren van enkele zinnen en het smeden van de alineas. Een proces dat goed vergelijkbaar is met het componeren van een muziekstuk.

Lachrymae, mijn nieuwe roman, komt tot stand met de pen èn met de computer en de opbouw gaat in fasen, die over elkaar heen schuiven. Al maanden ontspint zich een plot rond de belangrijkste karakters in het boek en al schrijvend plaatsen ze zichzelf in scenes, in situaties en op locaties. Alles tuimelt over elkaar heen en door elkaar en aan het eind staan er zinnen, alineas en hoofd stukken. De basis is een serie notitieboekjes met allerlei aantekeningen en feitjes waarvan ik pas later besef wat de relevantie is. Vervolgens schrijf ik met pen in een flinke dummy, zo’n lekker groot gebonden doch maagdelijk boek de ‘master’. Het eigenlijke manuscript waarbij manus, de linker om precies te zijn, het te verduren krijgt. Dat manuscript springt heen en weer over de hoofdstukken al naar gelang er zich een scene aan me opdringt om geschreven te worden. Scenes waarvan ik in grote lijnen weet dat ze er zijn maar waarvan de exacte plaatsing in de tijdlijnen van het verhaal nog niet volledig vastgelegd hoeft te zijn. Het manuscript is dan een soort tijdreis door het verhaal en nog niet zo goed toegankelijk voor de lezer.

Naast dat papieren manuscript dat vol verwijzingen en verbindingen en correcties en doorhalingen staat, laat ik tegelijkertijd mijn computer zweten. De laptop vult zich binnen de definitieve verhaalstructuur met de blokken die in het manuscript staan en de roman onstaat dan echt. In een logisch verband.

De aanpak is nogal afwijkend van hoe ik eerder schreef. Tot dit boek was ik wat ik noem een flits of flow schrijfster. Het verhaal vormde zich in mijn hoofd, fermenteerde een tijd en als de tijd rijp was zonderde ik me af en stortte het verhaal zich in één continu stromende vloed naar buiten. Grof genomen na een maand lag er de eerste consistente versie van het manuscript. Dan volgden de correctieslagen die zomaar een half jaar of meer konden duren om daarna tot een publicatierijp geheel te komen.

Zoniet dus deze keer. Deze keer kies ik voor aandacht. Voor traagheid. Dat doe ik omdat ik schrijf over een tijd die anders is en minder gehaast dan de onze maar ook omdat ik zelf de snelheid zat ben. Ik merk dat mijn teksten mooier zijn op deze manier. De kwaliteit van mijn werk stijgt. Daarbij vraag dit verhaal om grote zorgvuldigheid omdat ik de historie gebruik uit een tijd die ik niet meegemaakt heb maar die ik wel wil treffen èn omdat een flink deel van het boek bol staat van de autobiografische elementen met daaraan gekoppeld een paar behoorlijk controversiële zaken. Deze roman is moeilijk en mooi om te schrijven, verlichtend en gevaarlijk. Dit boek is een zeer emotioneel schrijfproduct en dat vergt geduld, overweging en heroverweging, formulering en herformulering en dus een schrijfproces dat mij dwingt om vooral niet te vervallen in haast of roes.

Over een paar dagen ga ik in schrijfretraite en ik ben er aan toe. Alles in mij schreeuwt om afzondering, kluizenaarschap. De noodzaak om in opperste concentratie zonder verstoringen te kunnen werken is enorm groot. Zelfs na die vier á vijf weken afzondering zal blijken dat dit boek nog een jaar schrijven vergt en misschien wel langer. Er is geen tijdpad voor het schrijven en geen deadline. Dit boek zal klaar zijn als ik de laatste punt gezet heb en er niets meer aan kan veranderen. Niet eerder. Daarmee is het schrijven van dit boek ook een spiegel van mijn leven op dit moment. Waar vriendschappen zijn die zich in evenwicht ten opzichte van mij zetten dan wil ik daar energie en aandacht voor hebben en rust. Veel rust. Dat houdt in dat waar de snelle communicatie een vaste plek in mijn leven heeft (facebook, linkedin en deze schrijfplek zijn een basis voor me), kies ik ervoor om volgend jaar (en nu ook al eigenlijk) de pen en het papier te gebruiken waar ik kan. 2013 wordt een jaar waarin ik weer een papieren agenda ga gebruiken en brieven zal schrijven. Brieven die in enveloppen kunnen met postzegels er op en die met gepaste traagheid naar hun bestemming gaan. Die daardoor ook met meer aandacht gelezen worden en met meer liefde ontvangen.

Misschien ontvang jij wel zo’n brief. Omdat ik het waard vind om hem te schrijven. Omdat ik weet dat een brief een andere kwaliteit in zich heeft dan een emailtje. Omdat brieven, als ze mooi genoeg zijn ook lang bewaard kunnen worden. Uiteindelijk heb ik de brieven van mijn eerste vriendinnetje ook nog steeds na al die jaren. Die lieve vriendin heeft iets in mij wakker geschud. Wat dat op de langere termijn precies betekend weet ik niet maar het voelt goed en ik omarm het als een vergeten deugd. Ik wordt na al die jaren gehaast met liefde weer traag en aandachtig. Hopelijk met veel meer zaken in mijn leven dan het schrijven alleen.

Lieve lezers, ik wens jullie mooie feestdagen en een goed nieuw jaar. Met gezondheid, geluk en heel veel liefde. In december zal het op deze plek vrij stil zijn, ik ben er niet want ik ben weggekropen en schrijf. Met de pen. Op papier. Gewoon omdat het zo moet zijn.

© 2012 Alice Anna Verheij

Eén stap terug, twee stappen vooruit.

Gek.

Ik doe een stap terug en alles lijkt beter te gaan.

Vorige week, vlak voor het weekend werd ik getroffen door verschrikkelijke pijnen in mijn rug en doorstralend naar mijn borst. Het begon in mijn onderrug, trok naar boven, bleef zitten tussen mijn schouderbladen en drukte langzaam naar voren. Alsof er een band strak om mijn borst werd getrokken. De pijn was na een uur zo intens dat ik het ervan uitgilde. Ik kan best pijn hebben, heb het ook vaak genoeg gehad. Maar dit was echt vreselijk. Het hield aan en in mijn ellende belde ik mijn beste vriendin met de vraag me naar het ziekenhuis te brengen. Er werd niets gevonden maar een vermoeden van een mogelijke oorzaak was er wel.

Om kort te gaan, eerder deze week bleek ik flinke galstenen te hebben. Te groot om weg te krijgen en dus zal een operatie nodig zijn. Hoe of wat zal later wel duidelijk worden. Dit stukje gaat echter niet over galstenen of pijn maar over wat het gevolg is voor me en waarom ik daar blij mee ben.

Het punt is dat als je in het bezit bent van dit soort steentjes het verstandig is een paar regeltjes ter harte te nemen. Niet teveel vet eten (deed ik al niet), niet meer roken (deed ik wel maar weinig en probleemloos te stoppen) en rustig aan doen. Rustig aan doen? Ja, rustig aan doen, iets wat ik niet zo goed kan maar waar ik geestelijk eigenlijk al langere tijd grote behoefte aan heb en nu dus lichamelijk ook. Want ondanks alles wat er in mijn leven gebeurt is in de afgelopen tien dwaze jaren is rustig aan doen niet iets wat in mijn vocabulaire zit.

Altijd ben ik met verschillende projecten bezig. Eigenlijk zo lang als ik me herinner. Waar ik vroeger regelmatig die projecten niet afmaakte om uiteenlopende redenen is het zo dat als het echt belangrijke projecten zijn er tegenwoordig wel de resultaten uit komen. Het leverde me in de afgelopen paar jaar een serie exposities van fotowerk op, de publicatie van een paar romans en een fotoboek, een toneelstuk op de planken, liedjes, gedichten en bijna 400.000 keer iemand die op deze plek iets van me las. Vooral dankzij keihard werken wat overigens niet in de pas loopt met verdiensten in economische zin. Maar dat is een ander verhaal dat ik wellicht nog eens schrijf. Al dat werk leidt gelukkig dus wel tot iets en zeker het laatste jaar ook tot de tastbare resultaten waar ik hoe dan ook trots op ben.

Maar die resultaten komen niet zonder een rekening. Een rekening die niet alleen economisch van aard is maar ook mentaal en fysiek. Die laatste twee wegen natuurlijk het zwaarst. In alle eerlijkheid: ik ben moe. Doodmoe. Moe van alle werk, moe van het eeuwige gevecht om het hoofd boven het water te houden en moe van teveel projecten tegelijk. Moe van mensen die van me geprofiteerd hebben, moe van de desinteresse die ik soms proef en moe van idioten die roepen dat een boek ze te duur is zonder te beseffen wat het mij kost in tijd en energie om het te maken of schrijven. Moe van gezeur en gezever. Moe van het jagen en haasten en de druk die er op me ligt of gelegd wordt zonder dat het me echt vooruit helpt. Moe dus.

En dus, alles overziend, heb ik de afgelopen week een paar stapjes terug genomen. Niet meer alles tegelijk willen doen. Niet meer keihard aan een project werken als de mensen waarvoor dat project er is zelf onrealistisch weinig moeite doen om er iets van te maken. Ik heb wat zaken geparkeerd en een paar andere op de (middel)lange baan geschoven. Gewoon om rust in mijn hoofd, mijn lijf en vooral ook mijn hart te creëren. Want zonder die rust gaat het allemaal niet lukken.

Mijn nieuwe boek schrijf ik met een balpen in een passend grote dummy. Dat levert dubbel werk op want ik moet dat ook weer overtikken. Het gaat dus allemaal veel langzamer dan mijn eerdere boeken en dat is behoorlijk wennen want ik schrijf doorgaans vlot. Nu dus even niet. Nu worden woorden, zinnen en alinea’s gewogen. Nu schrap ik als de zin er staat, niet tijdens het inkloppen van de woorden. Ik herlees ze, schrap wat, pas wat aan en gooi veel opzij. De berg teksten die niet in het manuscript zullen landen is sneller aan het groeien dan de tekst die er wel in komt. Ik worstel en vecht met de woorden, ruzie met mijn karakter en de karakters in mijn verhaal en studeer. Elke dag weer ontdek ik iets over een plaats of persoon en soms stapelen die ontdekkingen zich op. Het gevolg is wel dat wat er op papier komt (en deze keer is dat dus echt papier) heel veel mooier is dan wat ik voorheen schreef.

Ander werk naast dit heerlijk boek heb ik voor een tijd naar achter geschoven. Natuurlijk, het Headwind project met de exposities en de film loopt gewoon door en kost me tijd. Ook natuurlijk zijn er nog andere dingen die tijd vergen. Soms wat vormgeving, en zeker ook de stappen die ik in de reconstructie van mijn leven doe. Dat is een soort eindeloos durend project van formele dingen, brieven, gesprekken en acties die me er uiteindelijk bovenop helpen. Maar buiten die noodzakelijkheden is mijn wereld aan het krimpen naar waar het echt om draait: schrijven.

Door mijn schrijfwerk lees ik weer. De afgelopen jaren gunde ik me er de tijd niet voor. Ik ‘las’ doorgaans vier of vijf boeken tegelijk. Ik ben daarmee gestopt en lees nu één boek. Rushdie’s ‘De verleidster van Florence’ in een prachtige Nederlandse vertaling en ik merk dat ik weer kan genieten van zoveel moois.

De stappen terug die ik gemaakt heb maken dat ik zelf rustiger aan het worden ben en dat maakt dat de mensen om mij heen die er wel toe doen mooier worden naar mijn gevoel. Er stroomt vriendschap en liefde en ik kan het zowaar ook zien en ervaren. Om dit te ervaren moest ik wel afscheid nemen van allerlei zaken en van sommige mensen. Zaken die er niet toe deden en mensen die wel tijd van me vergden maar wiens zogenaamde vriendschap ik niet serieus kan nemen door de achteloosheid van hun gedrag. De afgelopen zomer en deze herfst en zeker de laatste weken hebben me duidelijk gemaakt dat het juist die achteloosheid is die ik soms bespeur bij overigens best aardige mensen die er voor zorgt dat ik ze buiten mijn wereld wil houden. Gewoon omdat ik aandacht voor de dingen een belangrijke deugd vind en die niet ondergeschikt wens te maken aan de haast van sommigen en de drukte van zovelen. Heeft iemand het altijd te druk dan is dat voor mij hetzelfde als dat die persoon het gewoon niet belangrijk of interessant vind. Zo iemand zal mijn deur gesloten vinden, ook wanneer zij mij nodig zeggen te hebben. Doet een organisatie er te lang over om een besluit te nemen om me iets te laten doen waardoor ik kan gaan rennen naar deadlines dan pak ik het klusje niet aan want waarom zou ik moeten stressen als gevolg van hun traagheid en zo zijn er nog wel meer van dat soort zaken waar ik me dus niet meer voor leen.

Tot mijn in de eerste zin uitgesproken verrassing is het gevolg van dit alles dat ik me met de dag beter en sterker voel. Meer gericht op waar het om draait in dit gestoorde leven, meer gericht op mijn kunst en op die paar anderen die er wèl toe doen. En ineens blijken er  dan zomaar hele lieve dingen gedaan worden die me heel erg blij maken. Omwille van de aandacht die er aan besteed is en de onbaatzuchtigheid die er uit spreekt.

© 2012 Alice Anna Verheij

Starting January 2013: Creative Writing Course.

 

Booktitles

Booktitles. Finding the proper title for the book one writes is kind of killing. Sometimes it just works. My last book made its own title. This time however I’ve been manipulating titles for quite sometime. Currently third incarnation of my new novels title is there. This one will stay for as I’m concerned. The previous two titles are incorporated in the book, I’ll explain.

My newest novel is titled ‘Lachrymae‘, the Latin word for ‘tears’. The books is actually two books in one. The first part about Mary Lloyd is subtitled ‘The Angel of Kensington‘, because that’s what she was in her time. The second part, subtitled ‘The Improbability of Love‘ is about Lena Dene and her love for Mary. At least, this is what the books seems to be about if one would stay at the surface. But when digging deeper the book is actually about women who were surprisingly emancipated in a non emacipated age. It’s about love and death. The great themes. And it is about relationships between women (and sometimes men) and the consequences of relationships and the state people are in at different points in their life. The book deals with sickness and how to live (and love) with e genital defect. At the turn of the twentieth century in a post Victorian society with the same hangups that our society seems to have fallen back to.

Lachrymae, I am slowly starting to love the inert quality of the word. For the dutch language version it is perfectly ok, in the English language version this a undecided. It’s how languages work, one never knows for sure what to choose.

© 2012 Alice Anna

Het veld verleggen.

“Het veld verleggen”. Het blijft een raar zinnetje. Alsof je een veld kunt verleggen. In letterlijke zin is dat een knap lastige zaak die alleen weggelegd is voor de gras-o-logen van de voetbalstadiums, het Gelredome voorop. Want daar wordt inderdaad regelmatig het veld verlegd.

 

Ik verleg ook het veld maar dan in overdrachtelijke zin. De komende maanden concentreert mijn schrijven zich op het werken een mijn nieuwe roman en de processen die daarbij horen worden in een dagboek beschreven. Dat dagboek staat online en dat is niet op deze plaats. Het zou hier niet zo goed passen tussen al het andere werk dat hier staat.

Het betekend wel dat ik mijn trouwe schrijfplek hier voor een tijdje verruil voor een andere. In plaats van de frequente schrijfsels op Writer’s Block zullen er dagboek notities verschijnen op de voorpublicatie website van De Onwaarschijnlijkheid van Liefde, de subsite van WoordenStorm. Volg de link hierboven en maak een bladwijzertje of zo aan. RSS kan natuurlijk ook want er is een feed en mocht ook dat niet bevallen dan is er altijd nog facebook: www.facebook.com/alice.verheij.

Er zal niet of nauwelijks tijd zijn om hier nog veel te schrijven gedurende die periode. Een enkele keel kan ik mij daar niet van weerhouden maar de frequentie van nieuwe teksten zal aanmerkelijk dalen. Tot ergens in januari wanneer ik hoop het grootste deel van het werk klaar te hebben en een manuscript op mijn schrijftafel te hebben liggen.

Voor een ieder, mocht ik niet meer publiceren hier vóór de feestdagen: ik wens jullie een goede maand december en hoop jullie in januari weer te vergasten om verse teksten.

© 2012 Alice Anna Verheij

A postcard from Jane.

Today, to my surprise, I received a postcard from Jane. Jane Morris. She lived in England between 1839 and 1914. She was a model. In those Victorian times she was one of the three grand ladies of painting next to Elisabeth Siddal who was portrayed as Ophelia by the great painter John Everett Millais and Dorothy Dene, one of the three muses I am writing about in my new novel. Dorothy was no doubt the most beautiful of the three but she was a kind of Marilyn Monroe and died at a too early age of 39 presumably of laudanum overdose but probably due to an abortion that went wrong.

Anyway, Jane Morris was as a model rather surprisingly probably the most successful of the three women. She was married to a known and respected painter and by that was wealthy compared to others. And she was the lover of Dante Gabriel Rosetti, the prince charming of the pre Raphaelites. Jane is the most portrayed and Jane was no doubt the least talented of the three models in those days. Dorothy was an actress and Elisabeth Siddal a very talented paintress. Jane however was a model of vry humble working class descent, her talent being a mystifying beauty and an enduring inspiration to both Rosetti as her husband William Morris.

So, Jane wrote me a few days ago from London. Having lunch on a boat not far from the Tate where her portraits hang, in between writing her lifestory. A couple of months ago we’ve met in a café just around the corner where I live. She told me about her life and I told her about mine. You see, I identify as much with Lena Dene as my table partner identifies with Jane. Lena is, as you might already know from my other writings, the younger and unknown sister of the fore mentioned Dorothy and in real life was named Isabell Helena Pullen, a cockney girl by birth. Anyway I talked to Jane, or her reincarnation, that day and was struck by the amazing resemblence of her with the Jane from way back then. During the following months I researched for my book and in the process thought of this Jane many times. I saw her portraits hundreds of times. And now I received this wonderful postcard. Seems she’d been thinking of me too in the past time and as she wrote followed my advice, went back to London and started writing. I wonder what will come of that.

Hopefully we’ll meet again soon.

© 2012 Alice (Lena) Anna Verheij

Het huis aan de overkant.

Aan de andere kant van mijn raam, voorbij de berkenboom, de stoep en de auto’s aan mijn kant, de straat en de auto’s aan de andere kant, de stoep en een ondiep tuintje staat een huis dat gelijkt op het huis waar ik woon. Hoog, oud, voorzien van kamers en ramen zo hoog als de kamers en ramen in dit huis. Het grootste deel van het jaar zijn die ramen onttrokken aan mijn blikveld door het prettig ruisende groen van de blaadjes van de berk.

Maar blaadjes vallen.

Wie er achter de ramen wonen weet ik niet, ik spreek die mensen nooit. Wel bestudeer ik ze geregeld en dat doe ik soms zelfs wanneer de duisternis buiten de wereld versluierd heeft. Want in de nacht leeft een huis ook. Of de mensen in dat huis. Want er wonen dus wel degelijk mensen, ook ’s nachts. Dat weet ik want ik zie soms lichtjes bewegen door het huis. En in de kamer naast de kamer met de balkondeuren staat een buro waar achter soms in de nacht een man zit te werken. Soms leest hij, soms schrijft hij. Soms staart hij naar zijn laptop.

Geen idee wat hij voor werk doet. Of dat hij wellicht in de donkerte van de nacht bij gedimd licht op zijn laptopje naar porno zit te kijken. Het zou kunnen natuurlijk maar enig ander uiterlijk waarneembaar gedrag om dat te staven is er niet. Ik ga er dan maar vanuit dat hij dan iets anders doet op die momenten.

Maar buiten de buroman is er in het huis weinig anders te ondekken. Op de dwaalichtjes na. Vorige week zag ik ze voor het eerst. Alsof er iemand met een kaars in de hand door het huis loopt van de ene kamer naar de andere kamer, daar een tijdje blijft en vervolgens van de andere weer naar de ene kamer terug. De andere kamer is in dit geval die kamer met de balkondeuren, de ene is een kamer ergens in het achterhuis. En zo gaat dat regelmatig in de nachten. Eerst dacht ik dat er dan vast een klein kind in het huis zou moeten zijn dat regelmatig even de moeder nodig heeft maar dat is het niet. Er gaat voor zover ik heb kunnen waarnemen immers nooit een jonge moeder met kroost het huis in.

Het voordeurgedrag doet me inzien dat er een familie woont. De samenstelling is me nog niet geheel duidelijk maar op grond van wat ik wel gezien heb betreft het een familie met oudere kinderen. Wat het dwaallichtje des te onbegrepener maakt. Maar goed, het huis is het interessants in de nacht zoals zoveel zaken in de nacht interessanter zijn dan overdag. In de derde nacht van het bestuderen van het dwaallichtje dacht ik kortstondig te kunnen ontwaren dat het een lampje betrof dat vastgehouden werd door een vrouw. Vermoedelijk op middelbare leeftijd. Maar de te beperkte observatietijd maakt dat ik er nog niet zeker over ben. Hoewel het lichtje nu zeker een half uur doodstil op één plek bleef. Wellicht neergezet op een tafeltje of kastje maar ook dat was niet vast te stellen. Het is er binnen vrij donker. Na een halfuurtje bewoog het lichtje in een soort plat liggende zes door de kamer alsof er een rondje gelopen werd om vervolgens te verdwijnen.

De verrekijker de volgende morgen bracht enige duidelijkheid want het blijkt dat de kamer aan de overkant op die eerste etage schuin onder mij een kamer en suite is. Het verklaard in zekere zin de zesvormige beweging van het lichtje in de nacht. Maar verder blijft het huis uitblinken in een beperkt zichtbaar inpandig verkeer van bewoners. Ik moet daarbij zeggen dat op dit moment het dunner wordende bladerdek van de berk bij mijn raam nog teveel een obstakel is voor enige gedetailleerde waarneming. De constante beweging van de takken met bladeren (het waait hier altijd een beetje) doet me tijdens het observeren geregeld wat duizelen.

De blaadjes vallen me op dit moment niet snel genoeg.

De slome onthulling van het huis uitgespreid over de weken in dit jaargetijde is tergend en iets doet mij vermoeden dat die traagheid van het bladverlies zo is uitgedacht in verband met de nacht van 31 oktober op 1 november, Allerzielen, wanneer die onthulling wellicht pas voltooid zal zijn. Het zou mij niets verbazen dat berkenbomen in straten met oude huizen daar speciaal op geprogrammeerd zijn. En dus ook dat op die komende 31e oktober er in de nacht een feest van dwaalichtjes in dat mysterieuze huis zal zijn, de bewoners hebben ogenschijnlijk meer Halloween dan met Allerzielen bedenk ik me. Wellicht vergis ik me. Misschien een soort nachtelijke orgie van nachtcreaturen, mensen met de mij zo bekende morbide voorkeur voor nachtbraken en die in een geheime samenkomst de geesten komen plagen of eren. En dat ze allemaal een kaars in hun hand hebben tijdens het lopen of zweven. Wellicht zweven ze namenlijk. Naarmate die nacht nadert wordt het ook eerder donker waardoor de ongeziene voorbereidingen meer tijd krijgen en dat komt de kwaliteit van het schouwspel waar ik nu welhaast zeker van ben dat het zich aan mij zal gaan ontvouwen alleen maar ten goede.

29 oktober is het volle maan. Ik merk in de dagen voorafgaande de volle maan, de tijd van de wassende maan, dat ik van onbehagen naar opwinding verschuif om na volle maan weer terug te zakken naar een op depressie gelijkende toestand van versuffing. Iedere nieuwe maan is daarbij een kenterpunt, zoals eergisteren. Dat lichtje bewoon nu, terwijl in de kamer er naast om drie uur in de nacht de man in het zwakke licht van een bescheiden burolampje zich over zijn werk boog. Hij schreef. In een schrift. Het beeld van een schrijvend mens is zeldzaam tegenwoordig en het hanteren van een pen heeft daardoor iets archaïsch over zich en iets rustgevends maar ook iets bedreigends. Het gaat trager dan het inkloppen van woorden op een toetsenbord. De man zat in opperste concentratie te schrijven. Naast hem een glas dat ik herkende als een whiskeyglas. De beperkte vulling van het glas en de kleur van de vloeistof maken dat ik geloof dat er inderdaad whiskey in zat. Een uur lang observeerde ik de man, zelf slapering wordend. Het dwaallichtje in de kamer naast hem stond soms lage tijd stil en dan weer bewoog het met een constante snelheid in een soort cirkel in de kamer. De beweging soms even onderbroken alsof er stilgestaan werd. Om dan weer te landen op dezelfde plek in de kamer als vanwaar het vertrokken was. Er staat dus inderdaad een tafeltje. Nadere beschouwing overdag bevestigde me in die conclusie want er staken wat bloemen boven het onderste paneel van de balkondeur uit wat inhield dat er een vaas stond. En daar staan doorgaans tafeltjes onder.

Na een uur was er in de pose van de man nog niets gewijzigd. Net voordat ik mijn nachtelijk voyeurisme wilde beeindigen echter knipte het burolampje uit. Vrijwel tegelijkertijd begon het dwaallichtje te bewegen en verdween buiten beeld. Een zwak schijnsel ter hoogte van waar ik de suitedeuren wist, echter bleef zichtbaar. Even later was er een schimmenspel in dat nauwelijks bestaande licht. Alsof twee mensen met elkaar stonden te praten. Of te zoenen. En toen viel ook dat schijnsel weg. Toen ik mijn zware gordijnen dichttrok om mijn kamer in het maximaal haalbare duister te hullen bedacht ik me dat het prettig is dat niet alle huizen gordijnen hebben of niet een ieder ze gebruikt.

Er is een gerede kans dat ik vannacht toch weer eventjes kijk hoe het in het donkere huis ter overzijde is. En of ze als een beetje opschieten. En dat gefladder daar, was dat een vleermuis? In deze tijd van het jaar?

© 2012 Alice Anna Verheij

The Improbability of Love.

‘The Improbability of Love’. This is the title of my upcoming novel. In Dutch ‘De Onwaarschijnlijkheid van liefde’. The writing of this novel has just started after over 6 months of research on a few characters who will the protagonists and antagonists in the story. It will be written in Dutch but if possible an Englisch translation will become available soon after the book is finished. How that will be done is yet uncertain but there some possibilities showing their lovely faces at the horizon.

The ‘Improbabilty of Love’ will as it is now no doubt be a step beyond what I have done so far as a writer. The reason why I am certain about that is that this book will have a large autobiographical angle to it. In previous novels I wrote about topics like youngsters being adventurous in a hot air balloon traveling over Africa, women fighting trafficking in Nepal and the Netherlands and in my last work a young refugee woman telling about her past life in a refugee camp and the challenges of integrating in western society and being seperated from her lover who lives in America. All of these topics were about others than myself.

In ‘The Improbability of Love’ I will walk a different path. The story is a tremondous tale about beauty and decay, love and sexuality, art and growing old. It’s told by to women who choose to live together and who developped a deep love for each other, against the morale of the time and against the fate that coloured both of their lives.

Mary, the protagonist of te first part of the book, is one of the most beautiful women in British art at the end of the nineteenth century. She sits as a model for the most famous painters and sculptures but due to her past she remains unknown. Just a face and a body being painted. But she lives and breathes and loves. She falls in love with another female model. And disaster strikes.

Lena, the protagonist of the second part of the book, is also a model. But she has a humble and poor background in contrast with Mary. She is younger and she was born with a defect that defined her life and femininity. Many years after Mary has lost the love of her life, they meet and fall in love.

But can they live together? How do you live as two women, as lovers, together in the first part of the twentieth century in London? And most of all how do you overcome the challenge of sexuality when one is hindered by physical limitations? Lastly, how does life treat you when beauty decays and you grow old.

‘The Improbability of Love’ raises questions about growing old and about female sexuality in a situation where someone cannot love in a traditional manner because of the limitations of a birth defect. It touches upon topics like crossing physical boundaries and accepting that there is more than physical love possible. It discusses the morale of the time between the 1890’s and 1930’s in London. And it takes you on a journey through time to an age where beauty was defined different than nowaways and sexuality was a topic that was only discussed behind closed doors. It takes you to the time of the post Victorian pre Raphaelites, the painters, sculpters, poets and models. To people who lived an avant garde life and a loose sexual morale in contrast to a tied up society. But who were responsible for a new definition of art and aesthetics. But most of all ‘The Improbability of Love’ will let you get acquanted with two beautiful women and their undying love for each other. It will let you become friends with Mary and Lena.

Mary and Lena are not fictituous. They have lived in reality. Many aspects of their characters, their friendships and loves, the social network they lived in, did exist in reality. They can still be seen, portrayed by many famous painters. They are still there, in the Tate Gallery, Buckingham Palace, Leighton House and many musea all over the world. They are still the most beautiful English roses, even almost a hundred years after they died. This story will reintroduce the time of post Victorian and Edwardian art as it was made in Londen, in Holland Park and Kensington.

The challenge for me in writing this novel is that the character of Lena Dene, who is the protagonist in the second part of the book will be transformed and become a mirror of myself. This will make the second part of the book highly autobiographic but in a literary way. Lene experiences what I experience in life. She will ask the questions I ask myself but do not have an answer to. She lives a tragedy similar to the most dark part in my own life. I am not Lena, she is not me. But we share a challenge that has never before be covered in a novel. This alone makes this book a groundbreaking novel that touches on a topic unknown to most people. By this nature it will be the most complicated work I have ever made, but at the same time it is already becoming the summit of literary work until now. And believe me, that a pretty scary thought. Hence the title I’ve chosen.

In the coming months this book will be written and the story of these two women will unfold itself. Next year, you will be able to read it.

© 2012 Alice Anna Verheij

Dos cortados mas!

Ik kwam deze aanzet tot een kort verhaal tegen in de krochten van deze schrijfplek. Toch maar even publiek maken dan maar. Misschien de moeite waar om uit te werken tot een volwaardig verhaal? 

De volgende songtekst deed me denken aan een kort verhaal dat ik een paar jaar terug schreef, geïnspireerd door Barcelona. Mijn gedachten vlogen terug naar die stad en naar die vrouw in Budapest waarna alles samen smolt in het volgende korte verhaal waar ik aan werk. Maar eerst even de songtekst. Ken je Barcelona, hou je van een goede cortado? Dan begrijp je deze tekst.

 

Waking up
in Barcelona
asking for coffee
on a terrace
a beautiful waitress
her name was Desdemona
shouts to Juan:
” un cortado mas!”

un cortado mas, un cortado mas
no alcohol in the morning
un cortado mas, un cortado mas
sin leche please, serve it super strong

what a great feeling
on that little plaza
in the first sunshine
forget the second class
I asked again for
beautiful Desdemona
just to hear her say
“un cortado mas!”

un cortado mas, un cortado mas
no alcohol in the morning
un cortado mas, un cortado mas
sin leche please, serve it super strong

Come on girls,
Membo y un cortado

un cortado mas, un cortado mas
no alcohol in the morning
no cortado mas, no cortado mas
I’m fed up with coffee
I’ll take a fizzy
or a tinto de verano con fanta lemon

(© El tattoo del tigre – song: un cortado mas)

Un cortado… revisited.

Twee jaar geleden was het. In Barcelona. Een vreemde ontmoeting die me in een vreemde betovering had achtergelaten in ‘Tapelia’ op de Paseo de Gràcia. De vreemde handeling van het versnipperen van en achterlaten van oude foto’s in Casa Batlló. Twee jaar was ze uit mijn gedachten geweest in het besef dat de ontmoeting met haar eenmalig zou zijn. Na een tijdje herinnerde ik me haar gezicht niet meer en haar handelingen nauwelijks nog. Wat achterbleef was die langzaam sluimerende betovering die de ontmoeting inhield. Maar die betovering was ook afgezwakt. Zoals tijd alles afzwakt. Ik kon me amper nog herinneren hoe haar tengere gestalte, ravenzwarte lange haar en groene ogen me hypnotiseerden. Hoe ik niet kon voorkomen haar te volgen, de metro uit naar Casa Batlló en vervolgens naar dat kleine restaurantje op die bijzondere boulevard in die stad die me met haar gekte in een constante greep had gehouden. Zelfs het beeld van haar tegenover me aan het kleine tafeltje met tussen ons in twee cortado’s was gaan verwateren in de Hollandse regen.

Tot deze morgen.

Het was in September op de Grote Markt in de stad waar ik woon maar niet leef. De tijd vergleed met het schrijven van enveloppen waar mijn boeken in verdwenen als een geliefden tussen witte lakens. Ik was geconcentreerd. Dit is één van de weinige zaken in deze stad die een fatsoenlijke cortado serveert. Het Spaanse kopje koffie dat in tegenstelling tot de Italiaanse espresso je niet doet verteren door een te bittere caffeïneshot maar die je de individuele bonen doet proeven. Maar alleen als je haar begrijpt. Ik was zo druk dat ik weliswaar merkte dat er iemand tegenover me ging zitten maar niet door had dat zij het was. Mijn hoofd stond niet naar het kijken naar een andere vrouw, er was teveel gebeurt immers. Mijn rust lag in het schrijven, mijn onrust had ik achtergelaten in mijn bed.

Ze had gezwegen en wat met haar telefoon gerommeld, mijn niet verstorend tot het moment dat het laatste boek in het smetteloze wit verdwenen was, gereed om naar het postkantoor te worden gebracht. Ik legde mijn pen opzij en klapte mijn laptop dicht. Het was tijd om even te ontspannen. Binnen enkele seconden kruisten onze blikken en in plaats van deze weg laten dwalen, werd ik gevangen. Er trok een wenkbrauw licht op boven een groen oog onder zwart haar. Het andere oog verstopt achter een lok alsof ze een sluier droeg. Op de achtergrond klonk een lied: ‘Waking up in Barcelona, asking for coffee on a terrace. A beautiful waitress, her name was Desdemona, shouts to Juan: ” un cortado mas!”…’
Haar blik hield mij vast en ik de hare. Zonder op te kijken riep ze naar de serveerster achter de lange bar: ‘Dos cortados mas!’. Om haar mond een glimlach. Ze hield mijn blik vast en langzaam maar zeker kwam ze terug in mijn herinnering. Alsof er een mist in flarden werd weg geblazen en ik voelde weer die kus op mijn voorhoofd van twee jaar terug.

But…
I took me a while.
How did you? Why?
Not important, I know I never left you.
I don’t understand.
I never left your mind. I never will.

© 2012 Alice Anna Verheij

Weerstandig met onbehoorzame instandigheden.

Een combinatie van een uiterst depressieve dag (er zijn zoals altijd redenen voor en ik ben nu eenmaal iemand met chronisch depressieve buien) en een two-liner conversatie op het vemaledijde facebook brachten me op het woord ‘resistent’.

En bij het intikken van dat woord op facebook voelde ik weerstand. Weerstand tegen het anglicisme van dat woord. Er zal toch warempel een goed Nederlands alternatief zijn voor dat onder engelse invloed verkerende woordgedrocht? Als een flits doemde ‘weerstandig’ op.  Een woord dat nauwelijks meer gebruikt wordt maar in alle opzichten voldoet aan wat het lelijker alternatief ‘resistent’ geacht wordt te betekenen. En dus rolde ‘weerstandig’ onder mijn vingertoppen vandaan en facebook in. Nu is mijn brein in hoge mate associatief van karakter en kan ik het proces van de zich voortslingerende gedachten, die als Tarzan aan de lianen van hersengebiedje naar hersengebiedje bewegen, niet stoppen en dus peinsde ik voort. Weerstandig, ik vind het een mooi woord. Het past bij me en als ik alles op de keper beschouw beschrijft het in zijn kern goed wat voor mens ik ben. Een weerstandig mens, een mens dat weerstand biedt tegen, ja tegen wat eigenlijk?

Ik heb weerstand tegen een GroenLinks dat in het bestuur eenzijdig de bal voor het eigen falen legt bij een tandeloze politieke leider. En tegen mensen die oordelen over zaken waar ze geen weet van hebben. Of lieden die zeuren over een taalfoutje of een zetfoutje in een boek waar met bloed, zweet, tranen, glimlach en volharding aan geschreven is en die zelf nog nimmer in hun onweerstandig bestaan een fatsoenlijk boek of artikel uit hun pen of toetsenbord gewrongen hebben. Ik heb weerstand tegen een maatschappij als ‘de onze’ die zich niet gedraagt als de mijne, die egoïstisch is in geld, tijd, aandacht en compassie. Weerstandig ben ik ook tegen schenders. Schenders van kinderen, vrouwen (en soms ook mannen), andersen, vreemdelingen, mensenrechten en burgerrechten. Ik walg van de vergenoegzaamheid van de hebbers ten opzichte van de niet hebbers en van de gelukkigen ten opzichte van de ongelukkigen. In wat voor opzicht dat ongeluk zich ook manifesteert.

Weerstandigheid is niet frustratie of verbittering. Het is een veel vroeger optredende emotie en ligt ergens tussen de bijna onmiddelijke walging en de doorgaans laat optredende frustratie. Het is een onwillekeurig ontstane persoonlijke emotie die te maken heeft met het gevoel aangetast te worden op enigerlei wijze. Aangetast in de eigen rechten, het eigen lichaam of de eigen geest of aangetast in het rechtvaardigheidsgevoel. Weerstandigheid is zelfs meer dan een emotie, het is soms zelfs een toestand. Ik ben weerstandig tegen een koudje of een beperkte dosis bacteriën in mijn eten. En gelukkig ben ik weerstandig tegen allerlei viri en infecties. Tenminste, zo lijkt het te zijn want buikpijn heb ik zelden.

Hoewel, buikpijn krijg ik wel van de druk van de maatschappij op mijn schouders. Uitleggen wat die druk is doe ik niet, dat mag u, lezer, raden. Maar reken maar dat ik soms buikpijn heb van de omstandigheid om en de instandigheid in mijn leven. Want niet alles wat hindert is omstandig maar soms juist instandig en dan bedoel ik niet instandig als ‘in directe zin’ maar als inwendige omstandigheid. Trouwens, als omstandigheden ergens bij zijn lijkt mij dat instandigheden ergens met zijn. In dit geval met mij. Ik hinder soms ook mijzelf immers. Net als mijn brein, dat hindert mij ook. Heel regelmatig zelfs als het weer eens weigert te stoppen met associëren, denken, piekeren en weerstandig zijn tegen emoties en gevoel. Mijn instandigheden zijn wat dat betreft behoorlijk weerstandig. En soms ook onbehoorlijk. Of eigenlijk onbehoorzaam want waarom zou onbehoren beperkt moeten blijven tot lijken terwijl het ook zamen zouden kunnen zijn.

Dit alles brengt mij aldus tot de onontkoombare conclusie:

ik ben een weerstandig mens met onbehoorzame instandigheden.

Het zei zo. Ik kan mijzelf niet helpen. Oeps, dat is dan weer een anglicistische zin.

© 2012 Alice Anna Verheij

Na 10.000 gratis downloads is het klaar.

Nu meer dan 9.000x gedownload:
de gratis eBook versie van mijn debuutroman
‘Eén latte, een cappu en een espresso’.

DOWNLOAD HEM HIER! *

Na 10.000 downloads zal het niet meer mogelijk zijn dit eBook gratis te downloaden!

Naar verwachting zal rond 1 oktober de 10.000e download plaatsvinden.
Vanaf dat moment gaat dit eBook €1,99 kosten.
De opbrengst van de betaalde downloads komt volledig
ten goede aan de projecten van de Empowerment Foundation.

Ik ben mezelf (gastblog op Cinephilia).

Verschenen op het Cinephilia blog:

Drie woorden gaf ze me. Gemene woorden in hun onderlinge samenhang. Ik – ben – mezelf – in deze volgorde. Ze zijn namelijk wel waar en tegelijk niet waar. Natuurlijk, het is een gegeven dat ik ben wie ik ben maar waarom brengen die woorden me dan meteen aan het twijfelen? Waarom maken ze dat ik me onbehaaglijk voel? Is het de impliciete zelfdefiniëring die ze inhouden? Is het dat als ik ze lees dat ik dan als vanzelf gedwongen wordt om na te denken wat ‘mezelf’ dan is? Is het dat ze een kader zetten om mijn persoon? Het voelt wel zo in ieder geval. Want aan mezelf kan ik niet ontsnappen. Ik ben mijn eigen gevangenis. Het rare is dat ik soms weleens verlang naar een meervoudige persoonlijkheid. Naar het vermogen een schakelaartje om te kunnen halen en dan ineens een heel ander mens te zijn. Met een ander verleden, een ander heden en een andere toekomst. Mits ik het schakelaartje ook weer in de beginstand terug kan zetten natuurlijk.

Mezelf. Dat is een soort uitgewerkte ik. Een ingevulde en omschreven vorm die bepaald wat ik ben, en hoe ik dat ben en wat ik kan en wat me onmogelijk is. Waar een talentje zit en waar de waanzin heerst. Is mezelf die vrouw die me in de spiegel aankijkt met regelmatig een rimpeltje meer? Of die vrouw met een roos in haar haar die theater wil maken? Of is ze die kwetsbare wat eenzame persoon die een diep verlangen koestert als een oester, gesloten in een krampachtige beklemming? Waarom roept dat woord vragen op en geeft het me geen antwoorden? Het is moeilijk om mezelf te omschrijven laat staan daar oprecht in te blijven. Het is me misschien wel onmogelijk om zonder verbloeming vast te stellen wie die ‘ik’ is die in mij huist. Ik kan er strikt visueel naar kijken en dan zie ik blauwe ogen en benen die er bepaald mogen zijn, maar ook een beetje overgewicht en de constante dreiging van een eerste grijze haar. Rimpeltjes om mijn ogen waar ik soms van hou en dat moedervlekje. O ja, die vlekjes en plekjes die ik zo goed ken omdat ze zo van mij zijn. Iedereen heeft dat en iedereen kent ze van zichzelf. De gelukkigen onder ons weten ze ook van een ander te vinden. Tenminste dat bedenk ik me nu.

Voorbij het uiterlijk ben ik misschien wat ik doe. Maar wat doe ik eigenlijk? Ben ik niet alleen maar aan het overleven op de mij best mogelijke manier? Natuurlijk, ik schrijf en film en fotografeer. Soms maak ik een lied en heel soms zing ik het ook. Ik hou er van om in het centrum te staan en als ik dit opschrijf haat ik dat als een narcistische eigenschap. Maar ik ben het wel. Praat ik teveel en luister ik te weinig? Ben ik te onrustig voor anderen? Is dat het waarom ik naast die buitenkant die altijd bezig lijkt dat eenzame binnenkantje heb? Maar iedereen is toch eigenlijk eenzaam. Iedereen moet het toch uiteindelijk zelf doen in dat gekke leven. Ik – ben – mezelf: die rotzin doet me graven en puzzelen, ze maakt me onrustig. Ik besef dat ik niet jong meer ben maar oud ben ik ook niet. Ik weet dat ik vrouw ben maar niet altijd of niet helemaal. Ik denk dat ik een kunstenares ben maar wordt bang van de consequentie. Wat weet ik nu helemaal van mezelf? Mijn imperfecties, ja die ken ik maar al te goed. Ik som ze maar liever niet op. Ik heb kinderen maar ben ik dan een moeder of een vader?

Ach, ik ben mijn boeken en mijn foto’s en ik ben mijn films. Dat is immers wat er van me te zien is. Wat ik wil dat er van me te zien is. Ik ben een denker en misschien piekeraar bij tijd en wijle. Ik ben dan misschien wel mezelf maar ik ben niet vanzelfsprekend. Wil dat ook niet zijn. Ik haat het gemiddelde, het grijze en grauwe, het simplisme in de taal, het kader van het beeld en het virtuele hok waarin de mens zichzelf plaatst of geplaatst wordt. Ik verafschuw de domheid en het gebrek aan moeite die veel geesten teisteren en laat verworden tot ‘de man in de straat’, die universele gemiddelde onnadenkende almaar consumerende en vegeterende beeldbuisslaven. Verdomme, ik ben mijn boze zelf. Nog steeds die boze, die gekwetste, kwade, verdrietige zelf. Maar dan kijk ik voor alle zekerheid nog even naar die foto van een zondag geleden.

Ik zie een vrouw van middelbare leeftijd. Het haar naar achteren in een soort wrong met rozen er in gestoken. Zorgvuldig gekleed en een klein beetje, niet opvallend, opgemaakt. Met een klein metalen brilletje. Het hoofd licht achterover gekanteld terwijl in haar hand een microfoon wacht op het aankomend gebruik. Ze geniet en dat is te zien. De ogen stralen rust uit en een lichte glimlach geeft de indruk van gelukzaligheid. Ze zit in een tuin, er klinkt muziek en poëzie. Er zijn vrienden en vriendinnen om haar heen. Ze is op haar plek. Ze is haarzelf. Ik ben mezelf.

© 2012 Alice Anna Verheij

Kroegschrijver

Ik ben een nachtschrijver en een kroegschrijver. Als vat vol tegenstrijdigheden houdt ik van de eenzaamheid ’s nachts om verhalen of gedichten te schrijven. Of een ‘stukje’ of kort verhaal. Mijn romans echter schrijf ik op een andere plek en op een andere manier. Ze zijn immers onderzoek intensief èn emotie intensief. Dat vergt een andere werkplek en eigenlijk zelfs twee. Één werkplek waar ik zonder problemen zes of zeven uur of langer kan doorschrijven, zonder hinderlijke onderbrekingen als eten, slaap of sociale contacten. Dat zijn de productiedagen, de dagen waarop ik vooral het ambacht beoefen want het boek is eigenlijk al geschreven en in mijn hersenpan opgeslagen in kasten met heel veel laden, gerubriceerd en geordend zodat alle onderdelen eenvoudig te vinden zijn voor wanneer ik ambachtelijk de hersenknipsels samenbreng in zinnen, alinea’s en hoofdstukken conform de al bepaalde verhaallijn. Er ligt natuurlijk een notitieboekje naast met met de feitjes, jaartallen, namen en plaatsen.

 

Maar het echte schrijven, het componeren, vindt plaats in kroegen. Ik zou liefst zeggen kroegen en kathedralen maar die laatste zijn niet te vinden in de stad waar ik woon en als ze dat zouden zijn dan zouden ze gesloten zijn op de momenten dat ik er wil schrijven. En dus plaats ik mezelf in die meest cruciale momenten van mijn schrijverschap in kroegen. Liefst van de soort waar de muziek deugd en niet te hard is, er een goede tafel staat en het geroezemoes nooit boven een geruis uitkomt zodat er een auditieve cocon ontstaat. Met mij er in. Stil, teruggetrokken in de wereld van het verhaal dat ik schrijf, regelmatig voorzien van koffie zoals ik die wil en vooral alleen tussen de mensen.

Er zijn niet veel kroegen die voldoen aan mijn eisenpakket. Soms is de muziek niet goed, soms zijn de gesprekken te luid en soms zijn de mensen te interessant om niet te observeren of een gesprek mee te beginnen. Maar een paar plekken heb ik gevonden die wel voldoen, een enkele is afgevallen na enige tijd omdat de situatie er veranderde of omdat er te gemakkelijk verstoringen optreden door de bevolking van het etablissement. En zo ben ik meerdere middagen per week te vinden op het Regentesseplein in een kroeg waarvan ik de eigenaren niet echt leuk vind maar waar de koffie wel goed is en er soms een biertje of glas wijn te vinden is na gedane arbeid. Het is er overdag binnen vrij stil. De muziek overtijgt het Skyradio niveau van veel andere plekken zonder echt geweldig – en dus afleidend – te worden. De kroeg staat midden in de laat negentiende eeuwse buurt waarin ik ook woon. Perfect passend bij het boek dat ik schrijf want dat speelt in de tijd dat de huizen hier gebouwd werden. De sfeer klopt. Ik ben er nog nooit blijven eten en dat zal ook niet gebeuren, daarvoor vind ik de zaak niet geschikt. Een biertje met vrienden drinken doe ik er ook niet, er zijn leuker plekken daarvoor. Maar het is een prima schrijfkroeg voor me.

Het is een fase in de creatie van mijn boek die ik er doormaak. Als die voorbij is zal ik in ‘splendid isolation’ het ambachtelijke werk gaan verrichten. Mijn hoofd leeg laten lopen in een omgeving die ontdaan is van alle stimulansen en afleidingen. Waar dat deze keer zal zijn weet ik niet. De vorige keer ben ik er de bergen in Nepal voor in gegaan maar dat zal nu niet kunnen. Misschien is een eiland of een bos dit jaar de meest geschikte plek. Of een huisje in de polder. Gelukkige dienen dergelijke plekken zich altijd vanzelf aan dus ik hoef er alleen maar op te wachten. Tot die tijd ben ik weer de kroegschrijfster. Voor een tijdje.

(c) 2012 Alice Anna

Een kadootje voor mijn lezers.

Beste lezers,

soms moet je iets geks doen. Soms is dat heel zo gek niet.
Aangezien de drukkosten tegenwoordig hoog zijn en er geen fondsen zijn voor heruitgave van mijn debuutroman, gegeven dat ik die al lang in een eBook PDF versie klaar heb én gegeven dat ik gezien wat er allemaal dit jaar nog uitkomt aan nieuwe uitgaven, geef ik jullie hierbij een kado.

Daar is een reden voor. Ik ben een tegenstander van het beleid van het inmiddels demissionaire kabinet dat over zijn graf heen regeert en nog steeds allerlei maatregelen er door drukt die de samenleving schaden en de zwakken in de samenleving hard in de portemonnaie treffen. Ik ben een tegenstander van het beleid van de gemeente Den Haag die in navolging van dit cultuurbarbaarse kabinet de kunsten in Den Haag afslachten door intrekking van de steun aan het Koorenhuis waar duizenden Hagenaars met veel plezier tegen redelijke kosten kunst leren beoefenen. En ik ben tegen het intrekken van de subsidies aan kleine theaters als Branoul en de Regentes die een functie hebben in deze stad. Dat soort beleid raakt mij aan alle kanten. Het creeërt een klimaat in de samenleving waarbij kunst als nutteloos, overbodig en zonder waarde wordt gepositioneerd. Als hobby, als tijdverdrijf.

Met het gratis beschikbaar stellen van mijn debuutroman maak ik een statement tegen dat beleid. Tegen de destructie van de kunst, of dat nu amateurkunst of ‘professionele’ kunst is. Het is een statement gemaakt met de wanhoop van de schrijfster en de bohémienne die deze samenleving onderuit ziet gaan en als enig antwoord daar op heeft haar kunst op straat te gooien. Niet omdat die kunst niks waard is, maar omdat het de enige manier is waarop iedereen met of zonder geld daar kennis van kunnen nemen. In de hoop dat de bestuurders ooit hun verstand terug krijgen.

Mijn debuutroman Eén latte, een cappu en een espresso is vanaf vandaag gratis te downloaden vanaf deze website én vanaf GoodReads. Het downloaden hier is natuurlijk het eenvoudigst want dat is als U dit leest precies één klik weg. Klik HIER voor de eBook versie.

Ben ik gek dat ik de eBook versie gratis weggeef? Absoluut!

Alice Anna Verheij

For my English speaking readers: what is written above this is an announcement of the availability of my debuting novel FOR FREE DOWNLOAD. It is in Dutch, so if you’re in for a challenge, please go ahead and download and enjoy the book. And spread the word! To get it, just click on THIS.

The Story of Mary Lloyd.

She was a beautiful and praised model at the end of the 19th century. Then she was forgotten.
Until 1933 when a newspaper article told her sad story to it’s readers. The she was forgotten again.
Until 1996 when Dr. Martin Postle, a British art historian discovered photographs of Lord Frederic Leighton’s atelier just after he died showing multiple paintings for which Mary posed. Just like she posed for Frederic Brock when he made the Victoria Memorial years later. Then she was forgotten again.
Until I saw the painting by Frederic Leighton titled ‘Flaming June’ and learned about the dispute regarding the model who sat for Leighton when he painted this painting. That triggered and puzzled me. And when I found out about Mary’s story there was no way back for me.

Mary Lloyd, the forgotten model is the main character in my upcoming Dutch language novel (hopefully to be translated into English later) De Engel van Kensington (The Angel from Kensington). Although large parts of Mary’s life are unknown and impossible to retrieve from the past the story of Mary Lloyd, the upper middle class girl who became a painters model and lived a rather quiet life, is a beautiful story full of 19th century fin de siècle atmosphere, 20th century interbellum excitement and love.

Mary Lloyd who at seventy was still a beautiful woman leading a poor life as a seamstress and housekeeper but looking back at a wonderful modelling career, deep friendships, beautiful art a two loves of her life. So, what really happened in Mary’s life?

The Angel from Kensington is planned for publication before Christmas 2012. The story of Mary Lloyd starts again today.

Alice Anna © 2012

Verrassing

Life is full of surprises.

Inderdaad. Waar begin dit jaar het er nadrukkelijk naar uit zag dat ik voor jaren in Nepal zou gaan wonen blijkt de werkelijkheid enkele maanden later volledig anders uit te pakken. Tegenslagen in de liefde en in mijn mogelijkheden op een normaal leven maken dat – zoals wel vaker in mijn rare leven – de vlag er na een paar maanden bepaald anders voor staat.

Financieel dusdanig aan de grond gezet dat er zonder een mirakel geen kans is om terug naar Nepal te gaan leek het er de laatste maanden op dat dit jaar een jaar om over te slaan zou worden. Tenminste als het om het reizen gaat. Natuurlijk, er wordt naarstig gewerkt aan de film die toch echt deze zomer uit komt, de publicatie van maar liefst drie boeken in de komende maanden en een grote tentoonstelling in de Domkerk in Utrecht in september en oktober. En dan ben ik ook nog begonnen aan een nieuwe roman. 2012 blijkt dus vooral een creatief explosief jaar en om dat mogelijk te maken moet ik nu eenmaal in Nederland zijn.

Daar komt bij dat ik van mezelf weet dat als ik in de gemoedstoestand waarin ik verkeer binnen enkele maanden naar Nepal zou gaan ik er zeker van ben niet meer terug te komen. Zo sterk is mijn afkeer van dit land geworden. En niet zonder redenen.

Maar, het lot beschikt weer eens anders en karma plaatst me zoals zo vaak voor verrassingen.

Om te beginnen ben ik even een paar weken flink ziek geweest en dat is een prima manier om weer met beide benen op de grond te belanden. En keuzes voor de korte termijn te maken. En dan zijn er vrienden en vriendinnen die het eigenlijk niet leuk vinden als ik lang weg ben. Wat natuurlijk geweldig lief is en me doet beseffen dat zij ook voor mij te belangrijk zijn om afscheid te nemen van het westen.

En dus wordt de zomer besteed aan het werk rond film en publicaties. Om het nog een beetje leuk te maken buiten het werk heb ik besloten de Literaire Salon terug te laten komen maar dan wel in de buurt waar ik nu woon en die ik met de dag leuker ga vinden. Daarover volgt later ongetwijfeld meer. Verder werk ik dus inmiddels op de momenten dat daar wat ruimte voor is aan mijn nieuwe boek, ‘De engel van Kensington’ waarbij ik weer het plezier van het roman schrijven terug heb gekregen na bijna een jaar afwezigheid.

Maar het land uit anders dan voor een kort onderzoeksreisje naar Londen ergens in de komende maanden was van de planning verdwenen. En dat is lastig voor iemand die eigenlijk vooral een reizigster is met de lusteloosheid van een bohémienne.

En dan belt een vriendin die me naar Lesbos meeneemt in september. Twee weken vakantie (met een beetje werken) op een mooi eiland in een mooie zee met leuk gezelschap. En dus wordt er toch nog gereist dit jaar. Onverwacht, zoals het hoort met verrassingen. De camera’s gaan mee wat daarvoor is er werk aan de winkel en dat is eigenlijk ook wel weer leuk want gefilmd en gefotografeerd moet er natuurlijk wel worden dit jaar.

Sommige pareltjes zijn het mooist in het roze. Voor degenen die ook zin hebben in een september avontuur (en het vrouwenfestival op Lesbos), er is nog plek… en voor goed gezelschap schenk ik met alle plezier een lekker glas wijn bij zonsondergang.
http://pinkpearlsamsterdam.com/nl/reizen/Fantasy-Island-holiday

Ik kijk er nu al naar uit.

Alice © 2012