De Universiteit van Antwerpen, ik en Willem Elsschot.

Dan kom je na een moeilijke dag onverwacht een tekstanalyse programma (Stylene) van de Universiteit van Antwerpen tegen op facebook. Je doet die analyse op de laatst geschreven zeer persoonlijke en pure tekst die je schreef. En dan is de conclusie dat je noch man noch vrouw bent in je tekst, deze in hoge mate poëtisch / literair is en de dichtsbijzijnde auteur qua stijl Willem Elsschot is.

In de ogen van de algoritmes van de UvA (Niet die Amsterdamse maar die Antwerpse).
Ondanks de relativiteit van iets dergelijks ontkom ik niet aan een enorme glimlach. En dat had ik hard nodig.

Voor wie het zelf wil proberen, dit is de link naar de website.

tekststijlanalyse

Woorddevaluatie

Er is al een tijd iets aan de hand met sommige woorden in onze taal. Vooral met woorden die te maken hebben met normen en waarden. Woorden die onder invloed staan van ‘straattaal’, een eufemisme voor gebrek aan taalkundig inzicht. Let wel, straattaal is geen dialect maar bargoens. Een taalvariant waarbij er verbastering aan de orde is, er woorden bedacht worden en er een overmaat aan leenwoorden  gebruikt wordt. Naast het toekennen van andere betekenissen aan sommige woorden. Ik ga er geen verhandeling over schrijven hier, dat mogen taalwetenschappers doen. Dit stukje gaat over ergernis over het omdraaien van de betekenis van een woordje dat ik belangrijk vind.

respect

Er was een tijd, nog niet zo lang geleden dat respect verbonden was met de deugd van degene die het verleend en degene die het verdiend. Zo niet tegenwoordig. Het is juist tegengesteld geworden. Zoals in het voorbeeld van het schuimbekkende ettertje dat nadat hij een politieagent op het facie getimmerd heeft waarop hij gearresteerd wordt steeds harder gaat roepen dat de mensen die hem knijp zetten ‘respect’ moeten hebben. Of het geval van een ander ettertje dat te hard gereden heeft en staande gehouden is om bij het verschijnen van een camera door het lint te gaan en te eisen dat hij respect krijgt. Of die keren dat iemand iets heel normaals doet, zoals het helpen van een ander, een enthousiast ‘respect’ naar het hoofd geslingerd krijgt (dit is de positieve variant).

respect

Respect is allang niet meer wat het geweest is, het is een uitgehold woord dat meer te onpas dan te pas wordt gebruikt. Dat is jammer want de betekenis is eigenlijk een hele mooie, het betekent eerbied of ontzag volgens van D te U. Beiden zijn niet op te leggen of af te dwingen maar kunnen alleen spontaan ontstaan. Want wie heeft er nu wat aan als respect onder druk tot stand komt? Trouwens, mij valt op dat met name in het voetbal, de veruit meest onsportieve sport op de aarrdkloot, het woord respect te pas en te onpas gebruikt wordt, in logo’s opgenomen, in campagnes gevat en op shirtjes genaaid. Zinloos respect want het is in de praktijk van geen betekenis zoals iedereen wel weet. Maar ja een poster aan het raam laat zien dat jij niet zo bent. Tot de volgende vechtpartij in het stadion.

In dat verband is het houden van weer een stille tocht voor weer een slachtoffer van zinloos geweld (ook zo’n rare woordcombinatie), helaas allang niet meer een teken van gemeend respect maar een uiting van een onderbuikgevoel van de massa. Een soort boertje na een slecht gevallen maaltijd. Onontkoombaar, even hinderlijk maar rap vervlogen oprisping van overtollig gas met als enige nuttige functie het geven van verlichting bij degene die hem laat.

© 2013 Alice Anna Verheij

Debat(t)eren

rug

De rijksuniversiteit Groningen doet het. Bert Brussen ook. Het Micha Wertheim Genootschap doet er aan mee en zo ook scholieren.com. Net als, jawel, het Langendijker Nieuwsblad en zelfs mijnwoordenboek.nl. Debateren. Het lijkt een soort volkssport in Nederland te zijn want zo rondsnuffelend zijn er heel veel organisaties en mensen het aan het doen. Debateren.

Het is ook een sport. Er is zelfs een instituut voor: Het Nederlands Debat Instituut. Alleen doen die een variant die wèl door van Dale erkend wordt: zij debatteren. Met maar liefst twee t’s. Zoals het hoort.

Ik weet dat ik zelf ook de nodige spelfouten en taalfouten maak. Onmogelijk om dat niet te doen in het Nederlands getuige het Nationaal Dictee. Zo erg is het dus niet dat er bepaalde woorden en het dt-gebruik regelmatig ten prooi vallen aan taalkundig vandalisme. Onbedoeld vandalisme. Wat mij betreft vallen typo’s niet onder de spelfouten maar onder wat ze werkelijk zijn: typefouten. Gewoon een paar letters verkeerd of niet of teveel aangeslagen zonder dat de schrijver het door heeft. Maar dat is toch wel wat anders dan die stelselmatig gemaakte fouten die zich werkelijk overal manifesteren. Zoals bij ‘debateren’. Een fout die best begrijpelijk is gegeven de Engelstalige vorm van ‘debating’ met één t. Het Engels is immers overal in ons taalgebruik binnen geslopen.

Toch vind ik het jammer. Want ik debatteer liever dan dat ik debateer. Zoals ik liever bakker dan baker ben of gewoon wakker in plaats van een waker.

© 2012 Alice Anna Verheij