De Universiteit van Antwerpen, ik en Willem Elsschot.

Dan kom je na een moeilijke dag onverwacht een tekstanalyse programma (Stylene) van de Universiteit van Antwerpen tegen op facebook. Je doet die analyse op de laatst geschreven zeer persoonlijke en pure tekst die je schreef. En dan is de conclusie dat je noch man noch vrouw bent in je tekst, deze in hoge mate poëtisch / literair is en de dichtsbijzijnde auteur qua stijl Willem Elsschot is.

In de ogen van de algoritmes van de UvA (Niet die Amsterdamse maar die Antwerpse).
Ondanks de relativiteit van iets dergelijks ontkom ik niet aan een enorme glimlach. En dat had ik hard nodig.

Voor wie het zelf wil proberen, dit is de link naar de website.

tekststijlanalyse

Machines

Ik heb een technische opleiding gehad. Sommigen zal dat verbazen, anderen niet. Nog altijd heb ik iets met techniek. Maar dan wel zichtbare techniek. Fijnmechanica. Ik hou van de inventiviteit, het geklik en geratel en geschuif dat die mechanica in zich heeft en die voldoende zichtbaar is om er de werking van te doorgronden.

En ik schrijf.

Mix die twee gegevens, liefde voor het mechaniek en liefde voor het woord en je krijgt een typmachine. Of, in beter Nederlands, een schrijfmachine. In deze tijden van computers, laptops, iPad’s en wat dies meer zei, zijn dat apparaten met een geruststellende duidelijkheid.

Eenmaal jezelf verdiepend in wat er ooit gemaakt is op het gebied van schrijfmachines dringen zich modellen, ontwerpen en mechanieken op met iconische kwaliteiten. De techniek is maar al te vaak van een bijzondere esthetische kwaliteit. Puurheid en functionaliteit gevat is vormen en werking die bewondering afdwingen voor de inventiviteit van de ontwerpers en bouwers. Dus slaat de neiging tot verzamelen toe. Voor iemand die niet bepaald materialistisch is een geweldige ondeugd.

Mijn vader had ooit een in Nederland gemaakte Remington. Het slappe plastic omhulsel had een strakke vorm die goed in de zeventiger jaren paste. Het ding was een genot om op te typen maar er ontbrak een tabulator. Wat nogal onhandig is. Ik speelde er mee toen ik klein was, het geluid zit nog altijd in mijn oren. De machine is jammer genoeg verloren gegaan. Maar die herinnering he? Sinds een tijd staat er een loeizwaar apparaat in mijn kamer, een Underwood 5. Hèt stijlicoon van de oude typemachine. Herkenbaar voor iedereen en zelfs zo bekend dat menig schrijfmachine pictogram gebaseerd is op de vorm van die Underwood.

underwood 5

Underwood Model 5 uit 1910

Maar daar houdt het dus niet mee op. Na een goed jaar tegen die geweldenaar aangekeken te hebben, en ondervonden te hebben dat typen niet bepaald een genot is op het bakbeest (die toetsen moet je echt heel ver indrukken), wordt het tijd voor iets portabelers. Enter the Remingway Portable #1. Dè machine voor de oerverzamelaar met het gaafste mechaniek ooit. Om hem draagbaar te houden gedraagt hij zich als een convertable, een machine als een cabrio met automatische kap. Hendel aan de rechterkant omzetten en omhoog komen de armpjes met lettertjes en een plaat die het mechaniek afdekt. Je moet het zien om het te geloven.

Remington Portable 1   (NE42659) 004

Remington Portable 1 uit 1926

Dat wordt gedichten tikken en misschien neem ik hem weleens mee onderweg in plaats van mijn Macbook, gewoon voor je lol. Ook deze machine is er eentje waar menig beroemde schrijver de toetsen van beroerd heeft. Een overzichtje van schrijvers en hun machines volgt even verder op in dit stukje. Tsja, en als er dan twee schapen over de brug zijn, dan is het hek van de dam. De dame wordt verzamelar. (Dat er in de kamer naast mij nog een kast met een tiental machines van anderen staat is echt niet van invloed hoor, echt niet. Heus niet.) Het mooiste schaap dat over die dam aan komt stormen staat nu nog in Limburg te wachten om opgehaald en naar mijn stal gebracht te worden. De Hermes 3000, de Porsche onder de schrijfmachines en op de fifties Underwood die nauwelijks nog te vinden is na misschien wel de mooiste machine die ooit gemaakt is. Het ontwerp ziet er uit als een Porsche 911 met rondingen op de juiste plekken, een kap als een motorkap en toetsen die gillen om mijn handen. Dit is ie:

hermes 3000

Hermes 3000 uit 1961

Op zo een machine wil je uren tikken. Verhalen, gedichten, liedjes en dan af en toe ‘vroemmmm’ roepen. Ja, ik ben knettergek natuurlijk en volslagen hulpeloos maar ik vind dit zo mooi. Bijna net zo mooi als die machine die nergens meer te vinden is: de Underwood DeLuxe Quiet Tab. De ’54 Chevrolet onder de schrijfmachines. Ik heb hem niet maar ik wil hem wel!

underwood

Underwood DeLuxe Quiet Tab uit 1954

Hoe dan ook, al dit typgeweld is onvergelijkbaar veel mooier dan de elektrische draak die op mijn bureau staat maar die zo lelijk als ie is hartstikke lekker typt, de afgrijselijke Smith Corona XL1850 uit de nadagen van het pré PC tijdperk. Het ding doet het maar het doet mij niks. Het mechaniek hoor je maar klinkt zo plastic als de fantasieloze kast. Het wonder van het mechanisme verstopt in een monterlijke uitdossing.

scxl1850

Smith Corona XL 1850 uit Joost-mag-weten welk jaar.

Mocht nu iemand die Underwood hebben staan in haar fifties jurkje, doe me dan een plezier, aai haar over het bolletje en geef haar weg. Aan mij!

O ja, die schrijvers. De Hermes 3000 was de machine waarop onder andere Stephen Fry, Rosamunde Pilcher en Jack Kerouac schreven (Kerouac alleen zijn laatste drie romans en niet ‘On the road’). De Underwood 5 werd beroerd door onder andere Douglas Fairbanks, MFK Fisher, George Perec, Erle Stanley Gadrner en (jawel) Tom Waits. De Remington Portable 1 door Ernest Hemingway en Blaise Cendrars (Franse modernist) en nog een heleboel andere bekende, minder bekende en volslagen onbekende auteurs.

Het zal duidelijk zijn dat ik natuurlijk graag een brug sla naar het heden (of de toekomst) en dus erg geïnteresseerd ben in dit geweldige 21e eeuse model:
ipad-typewriter

© 2013 Alice Anna Verheij

Trippin’

Today someone gave me something I desired for quite some time. An old little automatic photo camera which I intend to use for lomography (LOMO photography). However, not with a LOMO but with something special. Alice Anna is trippin analogue!

The Olympus Trip 35 is a legendary camera. One of the first compact cameras made in Japan and produced from 1967 to 1984. One of the longest camera production runs ever and a total production figure of more than ten million! Once they were all around. Mine is an early 1978 model in absolutely perfect condition. It’s works like a charm and the old selenium cell obviously is still ok.

iPhone photo by me.

The good thing about this camera is… well actually the good things are a list of good things like these:

  • 100% mechanic
  • no battery needed, no electronics
  • extremely durable and keeps working under very difficult conditions
  • full metal body, hardly any plastic used
  • proper handling weight, not too light and not too heavy
  • uses ordinary 35mm film
  • automatic exposure based on film ASA and selected focal range, so just click away!
  • hot shoe for flash and normal tripod connection
  • it even has an image counter 🙂
  • release knob with mount for self timer and wire release
  • great Zuiko f2.8 40mm 4 elements and 3 groups front focussing Tessar lens
  • mechanical shutter release lock and indicator when light conditions are too low

Needless to say, I love this camera, it’s simplicity and its built quality. As mine is a rather new 1978 type there are no production issues or faults at all with it and it can still live for another couple of decennia. The images coming from this camera are amazing. The lens is of very high quality and it was used by many well known photographers to make amazing work. One of the best known was David Bailey who also made some commercials for this camera.

Anyway, I hope this little one is going to be with me for a long time and some of the results will be of your liking. As of today you might find me Trippin’ along.

© 2012 Alice Anna Verheij

Afvalpil

Afvalpil goedgekeurd in de VS

Toegevoegd: woensdag 27 juni 2012

Voor het eerst in meer dan tien jaar is er in de VS een op recept verkrijgbare pil goedgekeurd die bestaat uit afval. De pil is alleen bedoeld voor mensen die ernstig gebrek aan inkomsten hebben met minstens één psychische complicatie zoals schizofrenie of manische depressiviteit.

De pil heeft maar een bescheiden effect, maar het is volgens artsen een uitkomst voor ziekelijk schizofrene Amerikanen, die nu al bijna 35% van de bevolking uitmaken. Onder grote druk van artsen is de Food and Drug Administration dan ook akkoord gegaan met de introductie ervan. In het veleden bleken afvalpillen gevaarlijke bijwerkingen te hebben, vooral voor het hart. Daarom is de FDA zeer terughoudend bij het goedkeuren van zulke medicijnen

Tumoren
Volgens de FDA leek er bij deze pil in dierproeven een risico op tumoren te zijn, maar is dat gevaar na allerlei onderzoeken en aanpassingen voldoende weggenomen.

– – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – –

Begrijpt Gerrit Komrij de wereld niet meer?

Op 19 mei schreef Gerrit Komrij, U weet wel die gelauwerde schrijvende oude man, een frutseltje in de NRC over WikiPedia. Nu ja, eigenlijk over de teloorgang van de encyclopedieverkoper. Het is een Keeniaans* stukje waarin nieuwe media en het gebruik ervan neergezet worden als de kwade genius achter de algehele vervlakking in de maatschappij en het denken.

Hier is het nog eens na te lezen.

Het stukje is een oude mannen zuurpruimen stukje wat mij betreft. Typisch een schrijfseltje van iemand die niet begrepen heeft hoe diezelfde media ook een verrijking is en nieuwe mogelijkheden schept voor heel veel mensen. Natuurlijk is er veel af te dingen op diepgang en kwaliteit van informatie bij Wikipedia en de ‘diepgang’ van facebook. Maar daar gaat het niet om. Want het is heel erg gemakkelijk en ook heel erg traditioneel om je af te zetten tegen technologische mogelijkheden die plotsklaps beschikbaar komen voor de massa. Met de boekdrukkunst, de trein, de auto en de telefoon was dat niet anders.

Komrij’s fulmineren tegen Wikipedia klinkt een beetje als de commentaren van salonjonkers op het gebruik van de telefoon om een gesprek te voeren. Immers, toen Bell en consorten de telefonie naar de massa brachten stonden er de toenmalige kranten ook stukjes van stukjesschrijvers dat die apparaten slecht oppervlakkigheid zouden brengen.

Wat de Komrij’s van deze wereld vergeten (zie ook mijn eerdere teksten over Andrew Keen) is dat het niet gaat om het banale scharrelgebruik van Wikipedia, facebook en verwante toepassingen maar dat het gaat om het intelligente gebruik er van. Gebruik waarbij de geboden mogelijkeheden voor informatievergaring en communicatie worden toegepast en aangevuld voor een specifiek doel. Een paar voorbeelden.

Op dit moment schrijf ik aan een roman over een schildersmodel aan het eind van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste in het post Victoriaanse Londen. Ik doe natuurlijk onderzoek om me in te leven in die tijd, de personen, de kunst en de maatschappelijke verhoudingen. Mijn bronnen zijn daarbij natuurlijk de zoekmachines (altijd meer dan één natuurlijk), specifieke websites, Wikipedia, Youtube en uiteindelijk na verloop van tijd mensen die ik op die wijze weet te traceren die me verder kunnen helpen.

Ander voorbeeld. Ik ben mijn film aan het afmonteren. Het is een documentaire over vluchtelingen uit Bhutan die decennialang in kampen in Nepal gewoond hebben en nu over de hele wereld in diaspora gebracht worden door de internationale gemeenschap. Mijn belangrijkste communicatiemiddelen met hun is – wanneer ik niet ter plaatse ben – facebook, yahoo en email. Dat zo ‘oppevlakkige’ facebook is in dit geval zonder meer een stevige navelstreng waardoor ik heel snel informatie krijg over de situatie in en rond de vluchtelingenkampen en contacten opbouw en vast houdt met de mensen waar mijn film over gaat die werkelijk van Alaska tot Nieuw Zeeland zijn verstrooid.

Gerrit Komrij is in zijn NRC stukje veels te kort door de bocht en laat eigenlijk vooral zijn eigen beperkingen zien in omgaan met nieuwe media. Het verbaasd me dat een dergelijk flinterdun en al te gemakkelijk stukje de NRC haalt. Maar ja, die krant is natuurlijk ook wat aan het vervlakken. Toch?

Alice © 2012

* Keeniaans – naar Andrew Keen, zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Andrew_Keen

The story of a longshot.

I am making my first documentary and am way into the post production stage of it. Editing the thing and grabbing footage from all over my library of over 50 hours of footage and glueing it into a story. I am not an experienced film maker and not a experienced camera operator so with the editing in Final Cut Pro X (thank you Apple for this amazing piece of software) on my Macbook Pro and a second 21″ screen I just have to find ways and tricks to cover up the imperfection that I see that is all around.
Of course the whole film is made with financial restrictions and therefore even the label ‘low budget’ would be insufficient. We’re working on a ‘no budget’ basis. Still, the film is going to be finished in a couple of weeks and it is going to be awesome. As things are now it seems that I can keep the viewer away from knowing with how litle means this film is made.

In my film are a couple of medium to long shots. Filmed with my Sony HVR-HD1000E (with some added support of a Canon 60D DLSR HD cam for some Dutch footage) mainly from my shoulder or in dogs view carrying the thing I’ve been trying to use a tripod as less as possible. Because for a documentary style film I simply prefer the images with the additional physical inbalance of the camgirl working with the camera. It kind of adds some quality to the work in stead of taking it away. Often I find tripod shots looking a bit ‘dead’.

As a camgirl I have my heroes. One of them is Peter Robertson, the steadycam operator that made the epic 5’30” longshot in the film ‘Atonement‘. A long shot that is so amazing in composition and choreography and made with such skill that it is incomprehensible for most people how it was made. Here’s that long shot. Please watch it closely and understand that no cutting was done and only he traditional digital editing has been done to make it like it is. To my opinion an Oscar winning performance of Peter. After you’ve watched it, please read his description of how he made it that I found on http://www.steadyshots.org, a website dedicated to the work of Steadycam operators. But first enjoy a drama in just over 5 minutes unfolding at the beach of Dunkirk. After that read what Peter Robertson says about how it was created.

In the meanwhile I’ll be back at my editing table.

Alice © 2012

Atonement
“Beach at Dunkirk”, By Peter Robertson

An incredible example of production coordination at its finest. Perhaps only bested by the 90 minute shot of Russian Ark – in terms of choreography and coordination anyway. There are elements of gunshots, animal cues, pyrotechnics, vehicles, special effects, and more that all had to both work perfectly and be timed perfectly. …not to mention the majority of the footing was sand.

Operator’s Commentary
(Taken from an email from Peter Robertson to Luis Puli.)

The one-take Steadicam Dunkirk shot in Atonement may well prove to be the emblematic scene that the film will be remembered for. However, this was only one of a series of carefully crafted sequences that we, as a camera department with myself as the main camera operator, were asked to create in response to Joe Wright’s powerful and uncompromising vision.

Nevertheless, this was certainly the toughest shot to achieve, physically and logistically, coming in the last week of a long shoot and at the end of a day when we rehearsed many times with and without camera. The concentration levels needed to remember every beat, twist and turn of the shot, where to follow the actors movements, when to remember a step or obstacle whilst holding the shot composition compounded the physical demands of carrying a heavy camera.

When Joe (Wright) and Seamus (McGarvey) first approached me with the idea of shooting the Dunkirk scene as a one-take Steadicam move I knew that it would take every ounce of my technical and physical Steadicam nouse from the past twenty years of operating to achieve. There would be no plan B to fall back on, with no wiping off and on the backs of background actors or objects to create edit points should a take prove imperfect.

Born partially out of financial necessity–I believe there was only enough money in the budget for 1,300 extras for one or two days–it was, nevertheless, a daring piece of filmmaking that challenged the gods. It was conceived to place the audience physically and emotionally inside the nightmarish vision of Dunkirk.

The scene tells the story of Robbie Turner played by James McAvoy attempting to return to his love Cecilia Tallis (Keira Knightley) from the doomed beaches of Dunkirk. He is dying and engulfed by the living hell of one of World War II’s most tragic episodes. It is essentially Robbie’s nightmare that the camera describes, restlessly moving around a scene, sometimes bizarre (soldiers skinny dipping), sometimes macabre (cavalry horses being shot) and sometimes painfully moving (a choir singing on a bandstand). The uninterrupted flow of images drift in front of our eyes like a hallucination from a Bosch painting or, in the case of the dying horses, like the contorted images from Picasso’s Guernica. The shot, unedited, has the power of a real nightmare with its bizarre associations. We sense that these events are all happening in the same physical space that we travel through as an engaged audience, not as a series of juxtaposed and montaged images that we view as outsiders. The camera not only shows the desperation and pain felt by the dying Robbie as he begins to realise that he may never see his love again but also the plight of a huge mass of stranded soldiers who desperately seek to return to their lives and loves. As such, the scene transcends the simple story of one individual’s tale of lost love and evokes the sentiments of a great anti-war statement.

Technicalities

We shot Atonement on the Panavision system in the 1.85:1 aspect ratio, using the Panaflex XL on the Steadicam with Primo lenses. However, the Dunkirk sequence itself posed many extra problems for us in the camera department. Whichever way the shot was timed on recces it always came to just under five minutes, ruling out the use of a conventional 400ft magazine. Our excellent 1st AC, Carlos de Carvahlo, pointed out that we could use a Panavision 500ft magazine, which had originally been produced for hand holding the earlier Panavision GII camera. Whilst heavier than a modern lightweight 400ft magazine, it was still preferable to a 1,000ft magazine, which was inconceivable on a shot like this. The extra 100ft gave us the time length we needed for the shot.

Framing and composition posed a few problems too. The shot demanded a wider framing for the architecture of the set at certain times and a closer framing on faces that would loom into the lens at others. Again, we ignored convention and opted for the Panavision 17.5-34mm short zoom, which by remoting its function gave Seamus the option to zoom in shot. This lens gave us the optical range to see the set in all its glory without distorting the faces too much at close quarters. Seamus and I choreographed these zooms at moments in the shot when the natural movement of the Steadicam disguised them to the viewer’s eye.

These decisions all had a bearing on the final configuration and weight of the Steadicam. By remoting all of the lens and camera functions it meant that I was carrying three motors (focus, iris and zoom) as well as the extra weight of the magazine. Add to this two video transmitters, one to the director’s monitor and one to Seamus who needed a picture to gauge his zoom and iris pulls and you have an overall payload that weighed more than a standard airline baggage allowance.

The next problem was how to fly this around the beach with weightless elegance, covering close to quarter of a mile in the process and achieving the precision framing that the director demanded. It was not possible without a swift course of steroids and a metal spine implant to attempt the whole shot on foot. It was obvious that at certain times I would have to ride on a vehicle to cover the ground at speed and keep up with the action. I chose to ride a “mule” provided by Bickers Action Vehicles. This is a small open-backed vehicle with a rear-facing platform, much like a golf cart. A low step was rigged so that I could slide off the back when I needed to continue the shot on foot. I used this for the first part of the shot when the three main characters are striding along the beach past the horses being shot. The step off the “mule’ comes at the rear of the beached Thames barge, where a pause was built into the action to help disguise the step-off.

The shot continued, on foot, up the beach, onto the promenade and around the bandstand. After the bandstand I stepped down via a ramp, cunningly disguised by the art department as a pile of bomb debris and sat back onto a rickshaw rig, expertly gripped by Gary Hutchings and Dean Morris. This was then steered backwards through the chaotic scenes of soldiers riding a merry-go-round and disabling heavy artillery to the beginning of the pier. Here, with the help of a line of carefully placed soldiers filing past camera to once again disguise my step-off, I travelled, on foot, for the final part of the shot up some steps and past a line of soldiers to look back on the mayhem of Dunkirk.

I hope this demonstrates how the whole shot was planned and executed like a military operation in itself and stands, as often these endeavours do, as a testament to the great teamwork it took to achieve. Forget Dunkirk, if I hadn’t had the support of such a brilliant crew the sequence would have been the movie’s Waterloo.

Myth and Legend

The final take used in the movie was Take 3. We attempted a fourth but my timing was off and I missed my footing on the steps leading up to the bandstand. In a shot such as this, once the camera stops dead the shot is pretty much unusable. I realised, having given my all in the rehearsals (two of which were completed fully loaded with the camera) and three previous takes that I didn’t have enough juice in the tank to complete a fifth. It felt like I had just performed a ten-hour gym session and, in hindsight, I consider myself lucky to have even completed three takes. Much has been publicised in print about how the Steadicam operator “collapsed” or even “fell over” which was claimed in some reports. All slightly melodramatic representations of what actually happened but I suppose that every movie needs its myth and legend.

The beach Steadicam team were:
Joe Wright Director
Josh Robertson 1st AD
Seamus McGarvey, BSC Director of Photography
Peter Robertson, GBCT Steadicam / A Camera Operator
Carlos de Carvalho, GBCT A Camera 1st Assistant Camera
Jennie Paddon A Camera 2nd Assistant Camera
Rawdon Hayne B Camera 1st Assistant Camera
Iain Mackay B Camera 2nd Assistant Camera
Gary Hutchings, GBCT Key Grip
Dean Morris Grip
Chris Macaleese Camera Trainee
Simon Thorpe Grip Trainee
Nick Kenealy Video Assist
Clive Bickers “Mule”

One more thing…

Het zinnetje zal niet meer uitgesproken worden. De kans op nog een ‘one more thing’ krijgt hij niet meer. Steve Jobs heeft veel gewonnen maar van zijn lijf verloren. Veel te vroeg, na 56 jaar al, overleed hij. Wat hij nalaat is een aardverschuiving in de manier waarop mensen met computers werken maar vooral een omslag in de aard van het gebruik van de apparaten die decennia lang bestonden uit beige of grijze dozen die lelijk, ingewikkeld en bedoeld voor zakelijk gebruik waren. De computers en gadgets die Apple maakt en maakte hadden altijd iets te maken met plezier. Vormgevers, kunstenaar, ontwerpers, muzikanten, filmmakers, kortom de gehele creatieve beroepsgroep heeft die producten wereldwijd al decennialang omarmt. Omdat ze gemaakt zijn vanuit een filosofie die de hunne is waardoor ze beter bruikbaar zijn dan de spullen van andere bedrijven.

Jobs was rock ’n roll. Een artiest maar ook een business en showman die op briljante wijze zijn publiek wist te bespelen zodat de producten van zijn bedrijf gekocht werden. Apple was zijn bedrijf. Dat bedrijf is nu het grootste bedrijf ter wereld en hij heeft dat nog net kunnen meemaken. Zoals ieder groot bedrijf is ook Apple zijn charme aan het verliezen en zal het zich door ontwikkelen als de grote onderneming die het is op een manier zoals grote ondernemingen zich ontwikkelen. Maar het bedrijf mist nu wel zijn grote inspirator.

Iedere dag sterven er mensen, vaak ook jong en vaak jonger dan Jobs. Maar sommigen die wegvallen laten een leegte achter die vele malen groter is dan de persoon zelf was. Jobs was zo iemand. Larger than life, legendarisch en inspirerend. Hij wordt gemist, door velen. En door mij.

Here’s to the crazy ones, the misfits, the rebels, the troublemakers,
the round pegs in the square holes.
The ones who see things differently — they’re not fond of rules.
You can quote them, disagree with them, glorify or vilify them.
But the only thing you can’t do is ignore them because they change things.
They push the human race forward.
And while some may see them as the crazy ones, we see genius.
Because the ones who are crazy enough to think that they can
change the world are the ones who do.

Steve Jobs, computer engineer and CEO of Apple Inc., 1955 – 2011

Alice © 2011

The God Particle.

A view of the OPERA detector in Gran Sasso, Italy.
Neutrino beams from CERN in Switzerland are sent over 700km
through the Earth’s crust to the laboratory in Italy.

In the sidelines of the international news there was a small item concerning a discovery made by scientists of CERN (the European Organization for Nuclear Research based in Switzerland. The discovery was made in the OPERA project. This is what CERN states on their website:

The OPERA experiment, which observes a neutrino beam from CERN 730 km away at Italy’s INFN Gran Sasso Laboratory, will present new results in a seminar at CERN today.

The OPERA result is based on the observation of over 15000 neutrino events measured at Gran Sasso, and appears to indicate that the neutrinos travel at a velocity 20 parts per million above the speed of light, nature’s cosmic speed limit. Given the potential far-reaching consequences of such a result, independent measurements are needed before the effect can either be refuted or firmly established. This is why the OPERA collaboration has decided to open the result to broader scrutiny.

Now what does this mean in layman’s terms? (I am not a nuclear scientist and was educated with Einstein’s relativity theory as the biggest scientific discovery ever.)

CERN states that they’ve been able to measure the speed of particles which seem to be traveling at a higher speed than the speed of light. A cornerstone of Albert Einstein’s relativity theory is that nothing can travel faster than the speed of light, so this CERN observation means that Einstein was wrong in the very foundation of his theory. The consequence of it all is that it means that, according to Einstein’s reasoning, matter can – in theory – be transported to the past. A bit like Dr. Who and ‘Back to the Future‘ I guess. Not that something like that is possible soon because building a time machine is still scientifically incomprehensible, but the theory would allow that.

Of course all scientific results needs to be verified, so CERN requested US and Japanese research partners to verify the results CERN has found and published. In due time this verification will be made and if positive the effect of that is Einstein’s relativity theory can be trashed for a part.

Although the scientific results are there and we are all waiting for proof of that by verification, I wouldn’t be surprised if in fact CERN observations are right. But my mind doesn’t allow me to understand the consequences. After all, Einstein’s relativity theory has been a solid basis for my understanding of the fourth dimension: time. If I let my brain free on a world in which particles can travel through time it will simply mean that I can no longer trust history. And if I can not trust history, because it might have been manipulated by matter (people and things) that travel in time. Dr. Who and ‘Back to the Future’ are instantly closer to reality. My mind also gets into trouble thinking about an entity like God as a result of all this and so, in a sense, it seems that CERN has discovered the ‘God Particle‘. The scientific evidence that even time is not linear and a solid reference. Meaning that scriptures and the existence of people like Jesus and Mohammed, Vishnu, Rama, Sita and Buddha are all really mythological and not real. And creation would not be an act of the divine but, as Darwin wrote, the start of a natural process of development. It would be like I have always thought ever since I was able to understand Einstein (and Darwin). But there was no proof of Einstein’s flaw in theory and there was no solid proof of Darwin’s views of the moment of creation. And now, that proof of at least Einstein’s flaw seems to be there. CERN’s God Particle seems to have presented that proof.

Dan Brown’s novel Angels and Demons touched upon this topic in a novelistic manner, and honestly I rather go with literature and storytelling than with science for I can understand art much better than science. Although Dan Brown’s stories are just that: stories, I can easily travel in my mind with a future that is in reality the present or a past. I for one would love to be able to travel through time. Just because I would love to live in an age where the are no automobiles, mobile phones, computers and any modern technology. Or an age where the women can dress in Dior’s New Look on a daily basis. Or maybe an age where life was much simpler than it is nowadays. The only problem would be that my knowledge and ideas would travel with me. The upside would be that I would be able to see my parents again. And their parents for the first time in my life. Maybe I could even go there and take my grandfather to this day and ages and show him what has become of it all before swiftly bringing him back to his own age.

But before all that, CERN’s God Particle needs to be verified for existence and I am not sure if it ever will. Until that happens I prefer to follow Einstein’s thinking which means that I have to live in this age and enjoy what life brings me now. So when the sun rises today I will look at it and be thankful that it did rise. And make the best of it.

Alice © 2012

Solar (bottle) lights.

When I was in Nepal I saw many slumps in Kathmandu and many small towns and villages in the country. I also visited the refugee-camps in the Jhapa and Morang districts in the south. When I was there the energy situation was terrible. Load shedding made that in many places electricity was only available for a few hours per day. And just after I left news got to me that the largest refugee-camp of Bhutanese in the vicinity of Damak was blacked out by the local population and the energy company leaving the 30.000 refugees in that camp without electricity at all.

Due to the construction of the houses in the slumps of the cities and towns and camps (actually sheds and huts) electricity is needed to bring some light inside them. Without light during the day inside these homes living is more difficult because of the darkness that these constructions have.

And then I saw a YouTube video in one of my FaceBook friends timeline about solar bottle light. Here it is. Watch it an realize that with this simple engineering many people in Nepal could have just a little less trouble in their daily life.

Alice © 2011

Here’s to the crazy one.

Here’s to the crazy ones, the misfits, the rebels,
the troublemakers,
the round pegs in the square holes.
The ones who see things differently
they’re not fond of rules.
You can quote them, disagree with them,
glorify or vilify them.
But the only thing you can’t do is ignore them
because they change things.
They push the human race forward.
And while some may see them as the crazy ones,
we see genius.
Because the ones who are crazy enough to think that they can change the world are the ones who do.

Bij de lancering van de MacIntosh computer in 1984, het jaar waar in Orwell’s voorspellingen nog niet waren uitgekomen en in 2004 met het twintigste jaar van de MacIntosh, toen de voorspellingen van Orwell grotendeels wel waren uitgekomen, was de bovenstaande tekst gewrocht door Steve Jobs. De tekst is voor mij persoonlijk een leidraad geworden in mijn leven en zolang als deze schrijfplek al bestaat (inmiddels zes jaar) staat hij dan ook op mijn bio pagina.

Het punt is, ik mag die Jobs wel. Voor zover ik de man dan voor de geest kan halen. Het niveau van eigengereidheid van ome Steve is legendarisch. Net als dat van zijn uitbarstingen als iemand tegen de corporate stroom in gaat. Daarmee is de tekst een representant van de mooie en creative kant van deze meneer terwijl die toch zelf een soort Januskop is. De tekst voor zijn donkere kant is niet geschreven maar ik zou die zoeken in een alinea van ‘Il Principe‘ van Niccólo Macchiavelli. Die ik overigens om geheel andere redenen ook bewonder. Jaren terug hield hij een speech voor jonge graduates van een universiteit in de VS (Stanford). De speech is zo mooi dat ik hem hier nog even naar voren haal. Niet in het minst omdat ik zelf er zoveel in herken.

Steve Jobs stapt terug als CEO van Apple. Het bedrijf dat verantwoordelijk is voor mijn opvoeding in de ICT wereld en dat me altijd  heeft weten te pakken met zijn producten. Op zich een bijzonderheid want ik ben (voor iemand van mijn leeftijd) toch behoorlijk tech savvy en dus echt niet zo merktrouw als veel andere Appelaars. (Ja, ik heb een Android phone van het model dat Apple in Nederland van de schappen probeert te procederen en het dingt is gewoon beter dan de iPhone die ik hiervoor had).
Het is jammer dat ‘the man’ terugtreedt. Niet eens zozeer omdat zijn vertrek zal lijden tot een (uiteraard) tijdelijke daling van de aandelenwaarde van het bedrijf dat rijker is dan menig Europees land. Nee, ik vind het jammer omdat hij terugtreedt omdat hij ziek is. Ernstig ziek hoewel het persbericht uit Cupertino daar niets over zegt. Gegeven de medische geschiedenis van Jobs is het zeker aan te nemen dat de reden voor zijn vertrek als CEO (hij wordt wel chairman of the board). Het zal, zo schat ik in, een stap zijn in een geregisseerd proces van terugtreden dat eerder dit jaar begon met een ziekteverlof van onbepaalde duur. Het is de man ook aan te zien dat zijn lijf hem in de steek aan het laten is.

Ik ben het heel vaak niet eens met de manier waarop Apple (en dus Jobs) de wereld naar zich toe trekt. Het bedrijf is een money machine geworden van ongelooflijke proporties. Laatstelijk op de beurs meer waard dan Exxon en al langer de eeuwige rivaal Microsoft met grote stappen voorbijgestreefd. Maar ik kan er niet omheen, Steve Jobs is toch een soort tech-held voor me. Ik heb ontzag voor de man. Vooral om wat hij bereikt heeft en om hoe hij regelmatig dwars tegen de stroom in maar met een heilige overtuiging een eigen koers heeft gezet en gehouden.

Geld maakt niet gelukkig en is al helemaal geen garantie op een gezond leven. Jobs weet dat natuurlijk allang. Zijn levensstijl heeft hij al lange tijd aangepast als het om voeding gaat. Desondanks is hij al lang ziek en nu dus inmiddels te ziek om CEO te kunnen blijven van misschien wel het boeiendste en uitdagendste bedrijf dat bestaat. Een bedrijf dat, en dat vind ik zelf ontzettend belangrijk, esthetiek in industriële vormgeving tot maatstaf heeft gemaakt. Zonder concessies wat een bewonderenswaardige keuze is voor een technologie bedrijf dat zich in een wereld bevindt waar esthetiek doorgaans ver te zoeken is.

Ik hoop voor Jobs dat hij nog een tijdje mee zal kunnen gaan in redelijke gezondheid, of dat zo is ligt in de toekomst besloten. Voor wat het waard is: Steve, het ga je goed. Ik heb genoten van wat je hebt weten te creëren met zoveel getalenteerde mensen om je heen.

Alice Verheij © 2011
Dit stuk is geschreven op een MacBook Pro 13″.

Germany likes nobody.

Germany has a problem. A reputation problem. Thing is, Germans are not likable. In fact in Germany it nowadays is prohibited to like someone or a group. Really, ‘es its verboten’. On FaceBook that is. According to their ‘Datenschutz’ organization in Schleswig-Holstein.’ The suckers.

Being Dutch means that it is socially almost unacceptable to like Germans and for once I’m afraid I fit in the general, albeit strongly biased, opinion about these humorless, shouting, hole in the beach digging, bratwurst eating and beer drinking Bavarians. I don’t like Germany. If there was an ‘unlike’ button on FaceBook I would probably try to perform a mass unlike on al Germans, their companies and their BMW’s, Mercedesses and Opels.

But FaceBook doesn’t have an ‘unlike’ button. Honestly I think it would be the most wanted new feature of FaceBook for as far as I am concerned. FaceBook does however have a ‘like’ button. But it’s not allowed to have that. Or at least German organizations and companies are not allowed to be present on FaceBook with the possibility of being liked. As if that would be possible at all.

Anyhow, In Germany some crazy people in an independent organization working on privacy issues decided that the ‘like’ button on FaceBook is against privacy laws. Because when you press ‘like’ Zuckie (Zuckerberg) and his friends profile you. They store info about the fact that it was you, yes you! that has pressed ‘like’ on that page about the latest trent in pornography and they will notify everyone that you did so. Actually they will call Beate Uhse (if you don’t know who that is, tough luck) and tell her that there is this deviant person that pressed ‘like’ on that porno fan page. So that Beate will be on your very doorstop within days, all hot and willing. With a camera team to make some homemade porn of you. And they will write articles in Bild and the Frankfurter Allgemeine that you, yes you, are working in the porno industry.

To prevent that from happening, the silly Bavarians wants Zuckie to dismantle the like button. Because Germans are not supposed to be able to like anything. Except Dutch beaches in the summer, bratwurst and beer that is. So Germans will, if these silly paranoid people get what they want, never be able to like anything. And to me that is the greatest form of justice. Because why should people who nobody likes be allowed to be able to like others? No let Germany stay this boring country filled with humorless people. They deserve that.

Dr. Thilo Weichert,
Datenschutzbeauftragter des Landes Schleswig-Holstein

This what these people write about it:

Das Unabhängige Landeszentrum für Datenschutz (ULD) fordert alle Stellen in Schleswig-Holstein auf, ihre Fanpages bei Facebook und Social-Plugins wie den „Gefällt mir“-Button auf ihren Webseiten zu entfernen. Nach eingehender technischer und rechtlicher Analyse kommt das ULD zu dem Ergebnis, dass derartige Angebote gegen das Telemediengesetz (TMG) und gegen das Bundesdatenschutzgesetz (BDSG) bzw. das Landesdatenschutzgesetz Schleswig-Holstein (LDSG SH) verstoßen. Bei Nutzung der Facebook-Dienste erfolgt eine Datenweitergabe von Verkehrs- und Inhaltsdaten in die USA und eine qualifizierte Rückmeldung an den Betreiber hinsichtlich der Nutzung des Angebots, die sog. Reichweitenanalyse. Wer einmal bei Facebook war oder ein Plugin genutzt hat, der muss davon ausgehen, dass er von dem Unternehmen zwei Jahre lang getrackt wird. Bei Facebook wird eine umfassende persönliche, bei Mitgliedern sogar eine personifizierte Profilbildung vorgenommen. Diese Abläufe verstoßen gegen deutsches und europäisches Datenschutzrecht. Es erfolgt keine hinreichende Information der betroffenen Nutzerinnen und Nutzer; diesen wird kein Wahlrecht zugestanden; die Formulierungen in den Nutzungsbedingungen und Datenschutzrichtlinien von Facebook genügen nicht annähernd den rechtlichen Anforderungen an gesetzeskonforme Hinweise, an wirksame Datenschutzeinwilligungen und an allgemeine Geschäftsbedingungen.

Of course I really do like Germany and I do value privacy. Of course there is something to say for the ideas of these silly Germans about the privacy aspects of FaceBook’s features. But honestly, isn’t government interference with the possibilities and technology behind social media not getting a little bit out of hand? Is it not safe to say that even some profiling (something every organization or company has been doing for decades to get hold of an audience or group of customers) a perfectly normal thing in this capitalistic and commercialized world? Are there not stronger privacy issues to be taken care of. Shouldn’t German’s not be worried much more about the privacy problems the German government is creating itself?  Like storing phone call and email details and storing location information because that same government just like the Dutch and other European governments doesn’t trust its own citizens anymore? Shouldn’t they worry much more about the fact that Germany is just like other European countries hopping on the bandwagon of big brother style control of its own citizens because someone might be terrorist or criminal?

Of course they should do that but instead of taking on the real privacy issues of a government profiling its own citizens they want to limit technological development in social media. What a joke.

And about that ‘like’ button. I will continue to use it as I personally don’t give a damn that Zuckie’s computers know that I am a transgender lesbian who loves female porn, writes, films, drinks beer sometimes, loves her kids and friends, hate stupid Germans, makes art and writes silly little articles on a website. And yes, if people research on me they will find out all kind of nice (and dirty) little details about me. So what?
By the way, that website of those people… my God, 1984!

Oh, and before I forget: don’t press the like button on this post because I will profile you, really, I will!

Alice © 2011

Over FaceBook, nieuwe contacten en Nepal.

Ik zit al tijden op FaceBook. Voor zover je op zoiets kunt zitten dan. Ik bedoel te zeggen, FaceBook is één van de social media sites waar ik regelmatig mijn ontboezemingen loslaat en waar ik contact houdt met vriendinnen, vrienden en vriendandersen. Naast Twitter en, ssssst, Hyves.

In de loop van de jaren hebben die sociale media voor mij een belangrijke functie gekregen als contactpunt met anderen en als uitlaatklep voor mijn schrijfwerk. Als beginnend schijfster, ik blijf volhouden dat ik beginnend ben, zijn sociale media erg handig. De echte slimmerikken weten er zelfs zo goed gebruik van te maken dat het de verkoopcijfers van hun boeken helpt op te krikken. Met als uitschieter natuurlijk het in inmiddels befaamde ‘Of hoe waarom’ over Flora Vos geschreven door Hanna Bervoets. Binnenkort is ze te horen in mijn Literaire Salon in Den Haag en dan zal het zeker ook over FaceBook gaan.

Voor mij is natuurlijk deze website, mijn doorlopende schrijfproject, mijn primaire publicatieplaats geworden. Met een koppeling naar Twitter bij elke nieuwe bijdrage en via Twitter dus ook naar FaceBook. Dat soort mogelijkheden heeft mijn lezerskring vergroot en inmiddels is het getal van tussen de acht en negen duizend bezoekjes per maand hier een voor mij gewoon getal geworden. Niet al te lang terug kon ik slechts dromen van dit soort mogelijkheden.

Vandaag stelde FaceBook me voor een verrassing toen Marion Bloem zich meldde in mijn kringetje. Ik was eerst verbaasd, toen verrast en vervolgens een beetje gepuzzled. Punt is, ik bewonder deze schrijfster, documentaire maakster, cineast en kunstenaar al jaren. Zij is voor mij de verpersoonlijking van de all round schrijver die in verschillende categorieën uitstekend werk levert. Een boek als ‘Vervlochten grenzen’ vind ik prachtig en ook de documentaire ‘Ver van familie’ heeft me geraakt. Meer over Marion Bloem is te vinden op haar website www.marionbloem.nl. Erg informatief (hoewel het allemaal wel visueel aantrekkelijker kan maar dat fluister ik slechts).

Het is prettig om te ervaren dat mijn kring op FaceBook steeds mooier wordt en ik hoop natuurlijk dat iedereen zich daar in thuis voelt. Ik verwacht dat er de komende tijd wel wat Nepal contacten zullen ontstaan, zoiets gebeurt nu eenmaal welhaast vanzelf als gevolg van de vele gesprekken die ik ter voorbereiding van het Atma Project voer. Het zal een verrijking zijn in de kring en wie weet ontstaan er nog mooie dwarsverbanden via FaceBook.

Vandaag is er weer een gesprek over Nepal, deze keer bij de Nepal Development Agency. Ik hoop er met de nodige kennis en informatie vandaan te komen. Uiteraard zal daar weer het nodige via deze plek naar Twitter en FaceBook stromen en wie wat daar dan weer uit voorkomt. Voor wie de Nepal zaken echt goed in gaten wil houden is het misschien aardig om geregeld even over mijn project website te wandelen.

Alice © 2010

WordPress

Lieve lezers,

jullie kijken naar het scherm en lezen mijn teksten. Sommigen nu al een paar jaar en dat is hartverwarmend. Een constante stimulans om te blijven schrijven. In de afgelopen jaren heb ik een eigen publiek hier bij elkaar geschreven en dat is een prachtige ervaring voor een schrijfster die nog maar pas begint. Wees gerust, ondanks andere plannen in het buitenland, zal ik hier blijven schrijven.

Misschien is het weleens goed om mijn gedachten op te schrijven over de technologie die ik hier gebruik en daar gaat deze bijdrage dus ook over.

Van het begin af aan schrijf ik op een wordpress.com site. Door WordPress zelf gehost. Voor mijn schrijfplek genoeg. Na drie jaar intensief schrijven staan er nu 877 878 berichten met 1808 reacties en een paar duizend media bestanden. Het platform van WordPress heeft me nooit in de steek gelaten en mijn schrijfplek is heel vaak van uiterlijk veranderd. Het is voor een schrijver een super platform. Heel gemakkelijk in gebruik hoewel het wel even duurt voor je de weg vindt maar inmiddels is het voor mij gesneden koek geworden.

Ik maak en verkoop tegenwoordig websites op WordPress gebaseerd. De vormgeving doe ik met Artisteer (heb je een Mac en maak je zelf sites in WordPress of Blogger, Google dan maar eens op Artisteer) wat me de mogelijkheid geeft om een geheel eigen vormgeving te ontwerpen en daarmee elke site een uniek uiterlijk te geven. WordPress is in de versie die ik dan zelf host (bij GoDaddy natuurlijk) eindeloos uit te breiden maar ik gebruik toch maar zo’n tiental geselecteerde plugins waarmee ik zo ongeveer alles kan maken wat mijn klanten willen. WordPress is allang geen blog platform meer want je kunt er ook prachtige sites mee bouwen die geen blog zijn en zelfs geen blogpagina hebben.

Ik kan veilig zeggen dat naast Twitter en FaceBook het vooral WordPress is dat me dagelijks online houdt. Ik werk er dagelijks mee en met zo’n 9000 bezoekjes per maand is het blijkbaar voor de lezer ook een platform dat visueel prettig is om te zien. Ik zie me niet snel meer veranderen van platform, ook omdat er geen advertenties op WordPress staan die ongevraagd zich opdringen. Iets waarvan is weet dat veel bezoekers dat heel erg irritant vinden aan sommige blog platformen.

Tot slot, WordPress is geen onderdeeltje van Google, Microsoft of Apple. Het is selfsupporting, operating system onafhankelijk en open source wat gezien het succes van WordPress maar ook van bijvoorbeeld Open.Office dus gewoon tegenwoordig kan als je een goed product maakt. Daarbij mag dan ook weleens gezegd worden dat het natuurlijk ook erg knap is dat WordPress in staat is gebleken om het gebruik van hun platform constant aantrekkelijker te maken. Een constante stroom van verbeteringen (vandaag is de menuregel in editmode bijvoorbeeld weer iets gemakkelijker gemaakt) en innovatie maken dat ook de ervaren en inmiddels veeleisende gebruiker geen behoefte heeft om iets anders te zoeken. Ik vind het knap van de mensen van WordPress dat zo ongemerkt ik al langer WordPress gebruik dan dat Twitter bestaat zonder ooit de behoefte te hebben mijn werk in een andere omgeving te plaatsen.

Alice © 2010

In ‘the cloud’ werken.

De laatste tijd wordt er veel over geschreven. Het werken in ‘The Cloud’. Het gebruiken van software die ergens op een server op internet draait ter vervanging van software op je computer. Na veel jaren in de automatisering (ik begon ooit met een computertje met 2kbyte RAM en het werken op een mainframe die een klein theater gemakkelijk zou vullen) heb ik het gevoel dat ik na omzwervingen over verschillende soorten computers weer een beetje terugkom bij waar het voor mij begon.

Ooit had ik thuis een Hazeltine terminal en een DEC VT100. Zie hier de plaatjes van die bakbeesten met beeldbuis en zwartwit scherm.

Aan deze terminals (het woord klopte wel mooi want het was het laatste stuk aan de computer voordat er een mens aan te pas kwam en er werd iets overgedragen via het ding te weten tekst) hing een simpel computersysteempje dat bestond uit een 19″ rek met daarin ‘eurokaartjes’ met onderdelen die gezamenlijk een computertje maakten. Ik programmeerde zelf de software voor het ding en na een tijdje kon ik er steeds meer mee. Het was de tijd van WordStar en dBase en zo. Op mijn werk was het een DEC10 mainframe waar ik mijn eerste professionele programma’s op schreef. Op een VT100 in een terminalruimte in een laboratorium dat nu grotendeels afgebroken is.

Of de terminal thuis stond of elders maakte niet veel uit. Het ding was zo ‘dom’ dat alle intelligente zaken op de computer moest plaatsvinden aan de andere kant van een draadje. Eventueel met modems er tussen om grote afstanden te overbruggen wat ernstig knabbelde aan de snelheid van invoer en uitvoer. Het verwerken gebeurde buiten het directe zicht van die computer. En daar komt nu, zo’n dertig jaar later ‘The Cloud’. De intelligentie in het netwerk. De computer die je ervoor gebruikt moet niet veel meer kunnen doen dan een goede browser draaien. Verder hoeft er eigenlijk op die computer niets te staan.

© http://infreemation.net/cloud-computing-linear-utility-or-complex-ecosystem

We zijn dertig jaar verder en de cirkel lijkt rond. Het is mooier, er kan (heel veel) meer, maar in de kern is het analoog aan waar ik begon. Simpele invoermiddelen en intelligentie buiten bereik elders. Het herintroduceert ook de afhankelijkheid van dat ‘elders’. Gaat de server down dan is het over met de pret en wordt het koffie drinken, pizza eten of uithuilen en overnieuw beginnen. Dat probleem wordt opgelost door een grappige tegenbeweging. Software op de desktop die als voornaamste taak heeft de browserbediening over te nemen en nog belangrijker de bestanden die in die wolk staan synchroniseren met de terminal zelf, in dit geval doorgaans een desktop, laptop of netbook. Dus toch weer een beetje intelligentie in die terminal.

Het doet me denken aan de communicatie die via collaboration software en IRC chats verliep en nu eigenlijk vervangen is door FaceBook en Twitter. Zoveel veranderd er niet eigenlijk. Die ‘nieuwe’ cloud computing zoals het stoer wordt genoemd is niet veel anders dan een verder en mooier uitgewerkt collaboration aanpak. Een soort poepsjieke Lotus Notes. Maar dan gepopulariseerd en voor de gewone man / vrouw / whatever te gebruiken.

En dus gebruik ik tegenwoordig steeds meer webmail in plaats van Apple Mail. Waarom? Omdat de Apple client niet beter is dan de webmail client van mijn provider (natuurlijk XS4ALL). Ik gebruik Dropbox om de belangrijkste bestanden waar ik aan werk overal beschikbaar te hebben. Ongeacht de computer waar ik mee werk want ik wissel wat af tussen MacBook, iMac en netbook. Ik gebruik een pakket als Celtx voor het scriptschrijven, een prachtig pakket dat precies doet wat ik wil en nauwelijks wat van mijn computers vergt én overal op draait.

Ik merk dat ik van een desktop gebruiker ben veranderd in een laptop gebruiker en inmiddels aan het transformeren ben naar een cloudgebruiker. Als experiment heb ik een speciale account op mijn MacBook aangemaakt waar alleen de minimale software in is aangezet om die taken te kunnen verrichten die ik via internet doe. De komende tijd ga ik er eens serieus mee spelen om te zien wat het me oplevert. Of het mijn behoefte aan die krachtige computer wegneemt. Het lijstje van zaken die ik dan gebruik? Goed dan:

  • Firefox/Safari/Chrome want ik kan niet kiezen.
  • Dropbox voor bestandsuitwisseling en backup.
  • Celtx voor scriptschrijven.
  • Google Docs voor het recht toe recht aan kantoorgedoe.
  • Spotify voor de muziek.
  • LastFM ook voor de muziek.
  • XS4ALL webmail voor email.
  • WordPress voor het bloggen en mijn permanente schrijfproject.
  • ACE project voor projectmanagement.
  • Twitter en communicatie.
  • FaceBook voor social life.
  • Routerplanner voor het plannen van routes.
  • OV9292 voor het plannen van OV.
  • en de belangrijkste: eyeOS een heel operating system binnen de browser.

En de rest dan? Muziek productie, geluidbewerking, componeren, websites bouwen, grafisch werk, foto’s bewerken en ga zo nog maar even door. Het gaat nog niet in deze online wereld. De taken zijn te intensief, de bandbreedte te gering. Dus gebeurt dat nog steeds off line gewoon op mijn laptop.

Cloud computing, voor mij is het goed voor de relatief eenvoudige en communicatie-intensieve taken. De wat specialistischer en computer-intensieve taken vergen nog steeds een krachtige computer. De eerlijkheid gebied wel te zeggen dat het leeuwendeel van mijn tijd toch in die eenvoudiger taken gaat zitten. Hoe het me vergaat met het werken in mijn ‘Cloud-account’ zal ik zo af en toe hier de revue laten passeren.

Eerst maar eens uitzoeken hoe ik mijn spoelbak op die wolk aansluit.

Alice Verheij © 2010

Nu wil ik ook een iPad!

Het heeft even geduurd en ik heb er de centjes niet voor dus heb ik het op afstand gehouden. Maar in mijn hart ben ik natuurlijk gewoon een ordinaire geek. Een gadgetfreak. Wat me niet beviel aan de iPad is dat ik niet een gewoon usb poortje beschikbaar heb om van alles – en vooral een full size keyboard – op aan te sluiten.

Maar het wachten is over want nu kan ik een integratie tot stand brengen tussen mijn trouwe Underwood Model 5 (gemaakt omstreeks 1910 en dus nu bijna honderd (!) jaar oud) en de iPad, getuige dit YouTube filmpje. Eindelijk kan ik dan straks misschien op die kekke iPad werken met een echt toetsenbord onder mijn handen dat het geluid maakt zoals het hoort bij een toetsenbord. Goed de ‘key-travel’ is dan weliswaar 2 cm in plaats van een fractie van een mm op de iPad en het gewicht een kleine 12 kilo vergeleken met de lichte iPad. Maar toch gaat er maar niets boven een toetsenbord waar je op kunt rammen zonder dat er iets kapot gaat én dat zoveel lawaai maakt dat bijna je politie aan de deur krijgt voor burengerucht.

Voor de cynici onder de lezers: de usb interface voor typemachines is echt en het werkt. Meer informatie is te vinden op www.usbtypewriter.com.

Twee dingen houden me tegen.

  1. Geld. De hoge prijs van de iPad en de prijs van de interface die me inclusief verzending toch op zo’n 95 dollar zou komen te staan.
  2. Draagbaarheid. Die schrijfmachine he. Zo’n Underwood doet een behoorlijke aanslag op mijn spierkracht en in de trein is ie ook wat zwaar.

Maar buiten dat gaat het hele hussie op mijn verlanglijstje.

Alice © 2010

In antwoord op Spaink over FaceBook.

Noot: deze  column is een reactie op de column van Karin Spaink in het Parool van dinsdag 22 juni 2010 met de titel ‘Maatschappelijk middenveld’ en daarop ontstane discussie op haar weblog.

Hoi Karin,

Je zorg over het gedrag van FaceBook omtrent het zonder toelichting uitsluiten van gebruikers deel ik. De reactie die sommigen daarop hebben door zich terug te trekken van FaceBook en andere sociale netwerken verbaasd me echter wel. Je als gebruiker terugtrekken, uit een soort angstspasme, van de verschillende of zelfs alle sociale netwerken is natuurlijk een flauwekul maatregel. Ten eerste zal er onvoldoende navolging zijn en ten tweede ben je zelf degene die dan vooral de contacten zult gaan missen. Overigens, mis je die dan niet dan was dat gebruik van sociale netwerken sowieso al niet zinnig.

FaceBook en zijn web 2.0 soortgenoten zijn simpelweg een nieuw geavanceerder communicatiemedium  dan email. Niet een volledige vervanger maar wel een beter alternatief voor wanneer je meer interactie zoekt dan email en maillijsten bieden. Netwerken, ook sociale netwerken, hebben een functie. On line sociale netwerken dus ook. Het grote aantal gebruikers is daarvoor voldoende bewijs.

Maar een beheerder van een netwerkplatform is geen eigenaar het netwerk. Hij is slechts de leverancier van de infrastructuur om te netwerken. Wanneer die beheerder zich als eigenaar gaat gedragen van de netwerken die op zijn infrastructuur draaien gaat hij een stap te ver. Er is bij die beheerder onterechte aanname dat hij de norm kan stellen en op basis daarvan netwerken kan ontmantelen of beperken. Dat is een enorme misvatting want  veel on line sociale netwerken hebben of maken een off line spiegel van de kern van die netwerken. Even simpel: Twitter als on line vriendennetwerk heeft als off line spiegel de vele tweetups die georganiseerd worden. De bijeenkomsten van deelnemers van het on line netwerk die inmiddels een band hebben gebouwd die zo sterk is dat de overstap naar real life moeiteloos gemaakt wordt. Zou Twitter bijvoorbeeld die vriendengroepen de nek omdraaien dan is de kans groot dat deze een ander of eigen platform kiezen.

De wereld is open. De samenleving in grote delen van het westen is open. Het internet is open. Iedere poging van een netwerkbedrijf als FaceBook om een slot te gooien op de interactie in die open wereld is tot mislukken gedoemd. Wat niet wil zeggen dat als een individu van een netwerk wordt gegooid die persoon zelf onterecht beroofd wordt van de persoonlijke contacten in het netwerk waar die persoon deel vanuit maakte én dus mede eigenaar van was. Dat soort verbanning is iets wat bestreden moet worden (en vaak doodsimpel te omzeilen is door een andere account of gebruik van een proxy).

FaceBook gedraagt zich als Apple die zich als Microsoft gedraagt die zich als IBM gedraagt die zich als de automobielindustrie gedraagt en daarmee voldoet aan de ‘All American Repression’ van de eigen Amerikaanse ‘vrijheid’. Niks nieuws onder de zon en heel erg Amerikaans. Het is jammer dat door de grote invloed van de V.S. op de technologie van Web 2.0 en verder ook het Amerikaanse normen en waardensysteem in de functionaliteit en het beheer van die technologie terecht zijn gekomen. In die zin is Hyves wel leuk om te zien maar tegelijk ook jammer om dan te constateren dat ook daar dat normen en waardensysteem welhaast het kader lijkt te zijn voor het gebodene. Wat wij, de gebruikers en eigenaren van de netwerken, moeten doen is de discussie aangaan met de politiek en de bedrijven achter de on line sociale netwerken om ze te laten begrijpen dat een openbare infrastructuur met zich meebrengt dat er weliswaar regels zijn maar dat overtreding van die regels niet de ontzegging van het gebruik van die infrastructuur met zich mee kan brengen. Immers iemand met een rijontzegging mag nog steeds de weg op. In een ander vervoermiddel wellicht of met een andere chauffeur. Misschien ligt de oplossing in het door de sociale netwerk bedrijven leveren van quarantaine mogelijkheden of verschillende dimensies binnen hun netwerkplatform.

En verder, op wegen en pleinen en overal hangen camera’s. Het is een slecht maar (helaas) geaccepteerd alternatief voor een zich fysiek uitende politiestaat. De overheid is reactief en moet dat ook blijven. Anticiperen is prima maar ingrijpen doen we wanneer er zekerheid is van grensoverschrijding of als een incident daar is. Een beter alternatief hebben we nog even niet. Waarom zou internet en de sociale netwerken dat strenger beheerd moeten worden dat de straat?

Wat zou het mooi zijn als er een wat anarchistisch sociaal netwerk ontstond. Een on line cyber kraakbeweging of zo. Ik zou er direct lid van worden. Leve de vrijheid van netwerken!

Alice Verheij © 2010

NOS onderzoekt Twittergedrag en gaat op het gezicht.

Het is verkiezingstijd en als het dat niet was zou het komkommertijd zijn. Nu is het gebruikelijk dat in verkiezingstijd de media de stand van zaken, hoofdrolspelers, partijen en programma’s die aan bod komen bij die verkiezingen helemaal plat analyseren. Een analyse die ik wel grappig vind in dit verband is de ‘NOS twitteranalyse‘ van vandaag waarbij de NOS heeft onderzocht hoe ‘sociaal’ de verschillende tweetende lijsttrekkers en partijen zijn.

Heel wetenschappelijk onderbouwd allemaal hoor met een heuse verantwoording op de site er bij. Dit zegt de NOS over het onderzoekje:

Waarmee weer eens pijnlijk duidelijk wordt dat omroepen moeten omroepen en niet onderzoeken. Het is natuurlijk bulkende nonsens om op deze basis (de verhouding vragen / @replies) een uitspraak te doen over de sociale Twitter capaciteiten van een persoon of organisatie. Het niet in ogenschouw nemen van het aantal accounts dat de onderzochte account zelf volgt is idioot. Hoe sociaal ben je als je wel veel antwoorden geeft op vragen, heel veel mensen je volgen maar je zelf niet of nauwelijks iemand volgt. Dus ook amper Direct Messages zal versturen. Sociale interactie in zo’n geval? Ammehoela NOS! Wat een rare maatstaven hebben jullie.

Ik heb voor de grap maar eens snel gekeken naar juist dat aantal accounts dat gevolgd wordt door de onderzochte tweeps. Er rolt al snel een ander beeld uit. Marianne Thieme ,die door de NOS als ‘sociaalste’ twitteraar wordt gezien omdat ze veel antwoordt, volgt zelf welgeteld een asociaal schamele negen (!) accounts.
Femke Halsema doet het wat dat betreft vele malen beter met 482 accounts die ze volgt. Wie socialer Twittert is dan al wel snel duidelijk. Zeker als diezelfde Femke ook nog een behoorlijk hoge score heeft als het om die kort-door-de-bocht NOS meting gaat.

En dan heb ik het nog niet eens over het absolute aantal eigen tweets. Dat getal zou toch een maat kunnen zijn voor actiefste twitteraar nietwaar? Tenminste zo denkt zo ongeveer de hele twitterwereld over het begrip actief. Zo niet de NOS stagair die het onderzoek heeft uitgevoerd. (Ik kan me niet voorstellen dat een journalist dergelijk prutswerk levert. O help! Jeroen Wollaars is wel degelijk een ‘echte’ journalist. Sorry Jeroen maar je had dan zeker een reteslechte dag.)
De NOS telt slechts het aantal tweets in de onderzoeksperiode, alsof een dergelijk beperkt onderzoeksraam een maat kan en mag zijn voor het vaststellen wie het actiefst is. Alsof het er niet toe doet wat de track record is van iemand die al langer tweet (en dat nog steeds met de nodige intensiteit) volhoudt. Ook hier spreken de cijfers voor zich en laten een ander winnaar zien:

Maxime Verhagen, @maximeverhagen, is dan de grote winnaar. Goed, geen lijsttrekker (helaas) maar toch.
By far want hij laat zelfs @femkehalsema nog een flink eind achter zich.

NOS, schaam je. Jullie artikel met de tekst in de kop zoals die op jullie website staat is onzinning, onjuist en bedrieglijk. Nu ben ik iemand die inmiddels zelf tot de die hards onder de twitteraars  hoewel ik slechts een middenmoter ben maar ik weet heel goed op grond van eigen ervaringen in de afgelopen jaren dat zowel Maxime als Femke Twitter in hun dagelijkse leven ingebed hebben. Zeker niet alleen voor politieke doelen maar juist als een vorm van vluchtig sociaal contact in een druk bestaan waar er niet zoveel ruimte meer is voor een normaal sociaal leven. Ze zijn beiden buitengewoon actief én reageren behoorlijk op (zinnige) vragen of persoonlijke ontboezemingen. Maxime  legt het af tegen Femke als het gaat om het geïnteresseerd zijn in het wel en wee van andere Tweeps. Femke heeft in absolute zin minder getweet dan Maxime.

En Marianne Thieme dan? Die is eigenlijk niet veel anders dan een beginnende tweep (sinds februari dit jaar nadat het kabinet viel) die toevallig BNer is daardoor veel volgers heeft en in deze verkiezingstijd Twitter gebuikt als politiek propaganda medium. Dat is niet sociaal, dat is opportunistisch. Bewijs? Kijk maar eens naar de grafiek (met dank aan http://www.TweetStats.com):

Dat mag, maar om haar dan actiefste en sociaalste tweep te noemen is een gotspe. Ter vergelijking nog even die van Femke Halsema (actief sinds oktober 2009 en dus net niet meer een groentje) en Maxime Verhagen (actief sinds september 2008 en dus een Twitter veteraan).


De echte winnaar? De genoemde Femke en Maxima mogen van mij de prijs delen maar gegeven dat Femke Halsema lijsttrekker is blijft er maar één mogelijke echte winnaar over en het is wederom een meisje. Femke, gefeliciteerd! Jij wint het grote ‘Alice onderzoekt sociaal lijsttweeps gedrag echt‘ onderzoek.

@aliceverheij © 2010

Naschrift 1: Oeps. Zie ik ineens dat Marianne Thieme nog maar 8 mensen volgt. Hoe asociaal toch, zomaar iemand ‘defrienden’!

Naschrift 2: Jeroen is sportief en gaat mijn commentaar goed lezen. Zou die gaan rectificeren?

De ‘Haagsche Brom’

Artikel over de mysterieuze Goudse Bromtoon in 2006

Vanmorgen las ik in de tram op weg naar mijn moeder de ‘Posthoorn’. Het inmiddels decennia oude suffertje van Den Haag dat in verschillende wijken eigen edities kent en uitblinkt door de advertenties van de slager om de hoek en artikelen en weetjes over zaken die eigenlijk de moeite van het weten niet waard zijn. Een echt suffertje.

Maar goed, vanmorgen las ik dus het blaadje en na een aantal pagina’s viel mijn oog op een journalistiek artikel over de ‘brom van Den Haag’. De Posthoorn verhaalt er in van het grote mysterie van de bromtoon die Den Haag nu al jaren bezig houdt. Eigen onderzoek maakte al snel duidelijk dat die Haagse bromtoon helemaal niet zo Haags is. In Capelle en Nesselande is de bromtoon ook bekend. En na nog wat mee zoekwerk werd me alras duidelijk dat in het hele land een bromtoon, of zoem, of fluittoon te horen is. Zelfs in Gouda. De mensen die lijden aan de effecten van die toon hebben er slapeloze nachten van en ervaren gezondheidsklachten in min of meerdere mate.

De Haagsche Brom.

De Haagse bromtoon is nog steeds niet verklaard. Die van Capelle aan de IJssel en Nesselande schijnt te wijten te zijn aan een gasturbine in de energiecentrale van energiebedrijf E-on die daar ergens in de omgeving staat. In dat geval is er zelfs vorig jaar onderzoek naar gedaan door het Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Laboratorium (NLR). Daarna heeft E-on zijn centrale aangepast en zou de Capeller brom verdwenen moeten zijn. Niets blijkt minder waar te zinden volgens recente berichten in de media. Die in Den Haag echter schijnt dus nog een mysterie te zijn. Nu hebben de meeste burgers er geen last van maar zijn het vooral ouderen die de hinder ondervinden. Het is een bevoorrechte groep burgers denk ik dan maar want het moet een genot zijn om je druk te moeten maken over een brom of zoemtoon.

Zelf heb ik al jaren fluittonen in mijn oren. Mijn moeder vertelde me, toen ik nog een klein kind was, dat als de fluittoon in mijn rechter oor zat er iemand lovend over me sprak en als die toon in mijn linker oor zich liet horen er iemand roddelde. Nog steeds is het zo dat wanneer ik een fluittoon in mijn oor heb ik aan die verklaring moet denken. Om dan vervolgens mijn vrienden- en kennissenkring in mijn hoofd te nemen en te bedenken wie er nu zo blij met me is (rechter oor) of boos op me is (linker oor). De Haagse brom heb ik nog nooit gehoord waardoor ik me dus jong voel. Immers, je moet een bepaalde leeftijd bereikt hebben wil de immer aanwezige Haagse brom je gaan hinderen.

Er zijn vele verklaringen voor de Haagse brom. De een spreekt van installaties die zijn geplaatst en die te maken hebben met stadsverwarming, bemaling, ondertunneling of air conditioning op gebouwen. Maar er zijn ook spannender verklaringen. De mooiste is wel die complottheorie.

Het complot.

Volgens sommigen is er een bromtoon die ergens in de hogere luchtlagen wordt opgewekt en ingezet wordt door de ‘geheime’ wereldregering om de gedachten van de wereldburgers te beïnvloeden. Anderen spreken over een geheim wapen dat door het leger wordt ingezet om de burgerij onder controle te houden. Weer anderen zijn er van overtuigd dat de bromtoon een vorm van resonantie is met de ‘eigen’ frequentie van de persoon. Want iedereen heeft zijn eigen frequentie nietwaar? De meest bizarre verklaring is natuurlijk die van die wereldvreemde mens die denk dat het horen van de bromtoon of fluittoon te maken heeft met de aandoening Tinnitus ofwel ‘oorsuizen’. Een aandoening die zijn oorsprong vindt in een beschadiging van het gehoor door het ondergaan van plotselinge harde geluiden, continu werken in geluidsrijke omgevingen, medicijnen of wat dan ook maar invloed heeft op het fysiek van het gehoor. Te gek voor woorden natuurlijk. Onbestaanbaar dat er mensen zijn die niet geloven dat er een complot is tegen de Haagse vijftigplusser, toch?

Nou ja, zelf weet ik het dus ook niet. Ik hoor de brom niet, of de zoem, of de fluittoon. Ik hoor wél Hank Williams senior zingen over een Lonesome Whistle. Misschien dat er ergens in de stad een Hank Williams verstopt zit.

Alice © 2010

Den Haag en de OV chipkaart

Naast fietsen ‘OV’ ik veel tegenwoordig. Sinds mijn oude auto aan de kant staat omdat ik het niet kan veroorloven er in te rijden gebruik ik de oude bekende alternatieven voor de auto. Eerlijk is eerlijk, het bevalt me eigenlijk wel. Hoewel, dat van die OV chipkaart is toch nog steeds wel een gedoe hoor.

Ik leef zoals bekend in Amsterdam terwijl ik in Den Haag woon. Dat betekend dat ik mezelf regelmatig van hot naar her en vice versa transporteer per OV. In Amsterdam is dat prima te doen. Er rijdt een metro langs een aantal voor mij strategische punten en dat schiet lekker op en er zijn gelukkig heel veel OV oplaadpunten in de stad. Eigenlijk is er altijd wel een oplaadpunt in de buurt als ik het GVB moet geloven. De Google OV map staat bomvol met die plekken. Komt bij dat de Amsterdamse trams keihard rijden met als gevolg dat ik als een soort milkshake uitstap maar wel lekker vlot op plaats van bestemming ben. Zelfs de aanleg van die idiote noord-zuid lijn gaat gepaard zonder al teveel omleidingen van trams en bussen.

Maar dan Den Haag. Alles gaat langzaam in Den Haag en in ieder geval de trams. Ondanks de overwegend vrije trambanen sukkelen de HTM trams in vergelijking met de Amsterdamse racemonsters. Een beetje tramrit duurt over gelijke afstand zeker anderhalf keer zo lang in Den Haag. Daarbij is de invoering van de OV chipkaart op typisch Haagse, lees: HTMse wijze gegaan. Het aantal oplaadpunten is schokkend laag zoals de Google OV kaarten kaart laat zien. In totaal zo’n 24 stuks ik me beperk tot Den Haag zelf. Vierentwintig voor een stad met een kleine half miljoen inwoners. Eén oplaadpunt per grof genomen 20.000 inwoners. Kom op zeg.

De grap in Den Haag is natuurlijk ook lijn 3 en 4 inclusief de verkorte 3k en 4k lijnen. Randstadrail dus. In naam metropolisch, in uitvoering hartstikke modern maar een voorbeeld van hoe het ook helemaal mis kan gaan. De trams hebben de eerste jaren uitgeblonken in ontsporingen omdat veel bochten te krap bleken voor het ding. Ze zijn zo ontworpen dat de gangpaden op veel plekken in de tram zo smal zijn dat er met een beetje drukte geen doorkomen aan is en je kunt er ook nog eens alleen maar met een OV kaart in want strippenkaartstempelautomaten (I love scrabble) zitten er niet in, die staan op de perrons. De OV kaart automaten zijn op die lijnen het laatst ingeschakeld en hebben zeker twee jaar de reizigers aangekeken met een grote sticker ‘buiten gebruik’ er op. Komt bij dat de automaten in Den Haag, in tegenstelling tot die in Amsterdam, het met grote regelmaat laten afweten. Grof genomen 1 op de 10 ritjes kom ik in een tram met niet werkende OV automaten. Je kunt er dan eer kaartje kopen in automaat in de tram maar ook die zijn vaker buiten bedrijf dan in bedrijf wat resulteert in een free ride. Mij hoor je daar niet over klagen overigens.

Maar goed, wat me dus wel bijzonder irriteert is dat belachelijk lage aantal oplaadpunten in Den Haag. Bij mij in de buurt is de dichtsbijzijnde zeker twee haltes met de bus verder. Maar dat is niet alles.

Ik dacht bijvoorbeeld slim te zijn en mijn OV kaart thuis via internet op te laden. Aangezien het ding eigenlijk een creditkaart is moet dat simpel zijn en dat is het ook. Tenminste zo lijkt dat. Dus ik ging naar de website van de OV chipkaart, logde in en voldeed aan alle stapjes en invulschermpjes om saldo op die kaart te krijgen. Klaar is Alice dacht ik. Maar niet dus. Het briljante systeem verteld me braaf dat ik de ‘bestelling’ kan ophalen bij – jawel – een ophaalpunt. Dat is op dezelfde plek als dat oplaadpunt (om het simpel te houden zijn opladen en ophalen verschillende zaken) en dus kan ik alsnog op de fiets klimmen en die paar haltes fietsen totdat ik bij het winkeltje ben waar ik mijn ‘bestelling’ kan ophalen. Hoe gemakkelijk… not!

Dan komt er nog bij dat ik deels een nachtvlinder ben en lang niet altijd reis als het dag is. Dat is in Nederland sowieso al lastig maar met een beetje gedoe en heel veel geduld valt er nog wel te reizen in de randstad steden, er zijn gelukkig nachtbussen. Maar je OV kaartje opladen is dan wel een flink stuk lastiger omdat die oplaadpuntjes gesloten zijn. Nog steeds snap ik niet waarom het niet mogelijk is gewoon in tram of bus je kaartje ter plekke op te laden, zo moeilijk kan dat toch niet zijn in deze internet-wereld?

On top of it all. Kom ik vandaag in het Centraal Station bij de NS om mijn ‘bestelling’ op te halen. Zeggen de NS automaten dat er helemaal geen bestelling klaarstaat (terwijl mijn OV kaart notabene van de NS komt). Kom ik even later bij de stations Appie en meldt het apparaat daar doodleuk dat de bestelling er wel staat en opgehaald wordt.

OV-kaart en internet: een lachertje!

Alice © 2010