Ophelia

Ik heb iets met gekte. Met de gekte in me en met mensen die afwijken van wat ‘men’ gebruikelijk vindt. Als iemand me gek noemt voel ik me gecomplimenteerd want voor mij houd dat in dat ik gezien wordt als niet conform wat die ander als gebruikelijk ervaart. Dat is vaak immers iets dat ik als grijs en onbetekenend ervaar. Ik loop niet in de groef want de groef is me vijandig en waar ik binnen hokjes, kaders en regels gedwongen wordt dan voel ik me beroofd van mijn vrijheid.

In de geschiedenis zijn er veel vrouwen geweest die voor gek versleten werden. Aangezien ik me al wat langer bezig hou met het einde van de negentiende vanuit het perspectief van vrouwen en kunst, kan het niet anders dan dat ik geraakt wordt door kunst uit die tijd die over die gekte gaan. Millais‘ Ophelia is één van de, zo niet hèt belangrijkste, schilderij uit die periode en juist dat schilderij gaat over een vrouw die slachtoffer wordt van haar eigen gekte. Het is als schilderij ook op een wijze tot stand gekomen die bijzonder is.

Toen Millais, één van de belangrijkste Pre Raphaelite schilders, het op zich nam om een bijzonder werk te maken koos hij voor Ophelia. De tragische vrouw uit Shakespeare’s Hamlet. Als model werd Elisabeth Siddal door hem gekozen. Siddel was een prachtvrouw en veelgevraagd model voor schilders als Gabriël Rosetti en dus ook Millais. Maar hoe schilder je een vrouw die sterft in een meer? Welnu, er werd een gevuld bad geplaatst waar Lizzie in ging liggen. Om te voorkomen dat de mooie dame het te koud kreeg in het bad werd het bad verwarmd door er brandende kaarsen onder te plaatsen. Dat ging lange tijd goed.

Echter, Millais was zo verdiept in zijn schilderwerk dat toen op zeker moment de kaarsen waren uitgebrand, hij dat niet door had. Siddal echter reageerde niet en uiteindelijk raakte ze zelfs buiten bewustzijn. De rest is geschiedenis en vooral voedsel voor anekdotes over de schilders en hun modellen. Natuurlijk ontstond er voor Millais (en zijn vrienden) het nodige gelazer door het voorval maar veel belangrijker, uiteindelijk kwam zijn schilderij er toch. En de Ophelia van Millais is nog steeds het topstuk uit die tijd. Wanneer de stroming in de schilderkunst waar hij toe behoorde genoemd wordt is zijn Ophelia de referentie.

Maar wat stelt zijn versie van Ophelia precies voor?

In Shakespeares Hamlet heeft Hamlet op zeker moment en oogje op de mooie maar wat vreemde Ophelia, de dochter van Polonius en zus van Laërtes. Hamlet wil Ophelia huwen maar het komt er niet van. Haar vader Polonius is eerst tegen een verbintenis tussen de twee maar Hamlet is machtig en na een reeks incidenten rond Hamlet en Ophelia waarbij hij haar uiteindelijk aangeeft maar beter het klooster in te gaan ontstaat er een ruzie tussen Hamlet en Polonius. Polonius sterft onder de handen van Hamlet en vrij snel daarna slaat de waanzin toe bij Ophelia. De bevolking van het naburige plaatsje ziet haar bloemen strooiend en onbegrijpelijke liedjes zingend in het land. Laërtes komt terug uit Frankrijk om verhaal te halen over de dood van zijn vader. Na enige tijd wordt het verhaal de wereld in geholpen dat Ophelia uit een boom in een kreek is gevallen en verdronken. Laërtes echter is ervan overyuigd dat ze zelfmoord heeft gepleegd. De waarheid wordt niet duidelijk en Hamlet besluit om onder het gewicht van de dood van Ophelia haar broer te laten weten dat hij van haar hield zoals nog geen veertig broers zouden kunnen. Maar Hamlet is zoals bekend een onoprecht en kwaad mens. Aangezien Ophelia veel bloemen en kruiden uitdeelde maar zichzelf alleen wijnkruid gaf dat bekend stond als giftig en daarnaast ook gebruikt werd als middel om abortus te plegen (en een bestanddeel van grappa is maar dat is een geheel ander verhaal), wordt de toeschouwer duidelijk gemaakt dat Ophelia daadwerkelijk tot waanzin verviel als gevolg van de dood van haar vader en uiteindelijk zelfmoord pleegde. Waardoor Hamlet dus meer bloed aan de handen heeft.

Het is die Ophelia die door Millais op magistrale wijze geschilderd werd. In rust gestorven in het water van een ondiepe kreek. Gekleed in een prachtige jurk en bestrooid met bloemen en kruiden en met een serene uitdrukking op het gezicht alsof ze vrede heeft met haar dood. In haar dood is ze wellicht mooier dan in haar leven. Ondanks dat in Shakespeare’s stuk Ophelia als gek geworden wordt afgeschilderd kan de vraag gesteld worden of ze eigenlijk niet heel normaal was. De rouw om haar vermoorde vader, de dreiging van de enge Hamlet die eerst om haar hand dingt maar vervolgens haar in een klooster wil opbergen, kunnen immers gewoon teveel geworden zijn om nog verder te willen leven. En is het dan gek om er uit te stappen? Is ze daarmee eigenlijk niet metaforisch voor eenieder wiens leven om uiteenlopende redenen te zwaar is geworden en daar de ultieme conclusie uit trekt? Ik zal de mens die het opgeeft nooit verwijten gek te zijn geworden. In sommige gevallen is het alles behalve gekte wat er op zo’n moment aan de orde is.

Millais echter was, zo gaat het verhaal, gevangen door Elisabeth Siddal’s schoonheid en maakte Siddal onsterfelijk door haar te schilderen als een overleden vrouw. En dat is vooral eigenlijk een mooi gegeven.

© 2012 Alice Anna Verheij

Advertenties

‘Een familiezaak’ op herhaling.

Vandaag kwam er een bericht langs dat het door mij in 2007 voor het Midzomergracht festival geschreven en door Ellen Boekelaar bewerkte toneelstuk ‘Een familiezaak’ in 2012 tijdens ‘Haarlem Roze Stad’ weer opgevoerd gaat worden. Daarmee krijgt de Familiezaak een welverdiend vervolg. Het is fijn om te zien dat er geloofd wordt in de kwaliteit van het stuk en ik hoop dan ook dat het een succes gaat worden.

‘Een Familiezaak’ was het begin van mijn schrijvers loopbaan die inmiddels serieus vorm heeft gekregen. Het script is op deze website als PDF bestand terug te vinden: Een Familiezaak. Voor meer informatie over het stuk klik hier.

De cast van 2007: Petra BeelenAlfred Heppener,Arna van der SlootClaudia van RooijWouter van der Valk, Annette van Soest, Peter Boekelaar. Regie: Ida van de Lagemaat. Script: Alice Verheij en Ellen Boekelaar. Dramaturgie: Ellen Boekelaar.

Alice © 2011

Wat een week!

De afgelopen week was een rollercoaster van opeenvolgende gebeurtenissen en ervaringen die me aan het einde ervan het hoofd doen tollen. En zoals met alles in dit waanzinnige leven had het lot weer een onnavolgbaar web gesponnen van lach en traan, kracht en zwakte, moeite en gemak. Maar vooral een web doordesemd met liefde, geluk en inspiratie.

Het was de week waarin mijn moeder opnieuw opgenomen moest worden in het ziekenhuis en ik weer moest ervaren hoe kwetsbaar het leven kan worden als je oud bent. Een hartverscheurende ervaring, een ander woord heb ik niet beschikbaar.

Het was de week waarin we moesten gaan ontdekken hoe we in de nabije toekomst voor een betere zorg voor mijn lieve Eva tot stand kunnen brengen. Zonder er over uit te wijden: het doet pijn je eigen kind met zo’n worsteling en zoveel verdriet te zien en jezelf machteloos te voelen.

Het was de week waarin mijn laptop de geest gaf waarmee ik voor de welhaast onmogelijke opgaaf sta om zonder geld te zorgen dat ik nieuwe draagbaar schrijfgereedschap vindt zodat ik mijn nieuwe eenvrouwszaak een gezonde start kan geven. Maar wees gerust: alles is oplosbaar.

Het was de week van mijn debuut op een echt theaterpodium in het liefste theater van Den Haag. Mijn eerste theateroptreden in Pepijn dat fantastisch was om te mogen doen en meemaken én waar ik op de vrijdagavond nog een keer de heilige grond van het podium op mocht met mijn hommage aan Toon Hermans.

Het was de week van leven in de nachten. De maandag schrijfnacht en de Friday Night After de open bak in Pepijn waar een kleine groep prachtige mensen met elkaar, zang, plezier en wijn, gesprek, lach en traan samen het weer licht zagen worden.

Het was de week van de ontmoeting van een gelijkgestemde ziel. Max, ik zie uit naar onze samenwerking!

Het was de week waarin er weer een literaire salon was en waarvan ik nu kan zeggen dat het de beste tot op heden was. Heb je het gemist? Tsja, dan heb je een uiterst genoeglijke en intieme literaire salon gemist. Volgende maand komt er weer een kans.

Het was de week van de onbegrensde creatieve explosie. De creatie van de hommage aan Toon in de nacht van maandag op dinsdag met een resultaat waar ik trots op ben. Van hertalingen van zes liedjes, een herschrijving van de plot van het toneelstuk waar ik aan werk. Van de zangles waar ik de drempel van een poging tot zang naar mooie zang over ging. Met dank aan Sheila en aan Bløf voor hun heerlijk ‘Liefs uit Londen’.

Het was de week van de verkiezingen waar ik het niet kon laten hier de nodige analyses neer te pennen. Het was de week van fietsen en trammen. De week van brommen en lachen, de week van regen en zon.

Wàt een week was dat!
En binnenkort in dit theater: de video opname van het optreden in de open bak van afgelopen vrijdag!

welterusten lieve lezers en op naar de volgende week,
Alice

Wahoe! Script Frenzy gehaald…

Ja, ik geef toe het is hier wat stilletjes geweest de afgelopen week. Daar waren goede redenen voor want ik had het gewoon hartstikke druk én ik heb me een aantal dagen bepaald niet senang gevoeld. Dat laatste door die stomme antidepressiva die ik dus nog aan het afbouwen ben en het eerste omdat ik nogal wat werk aan de Literaire salons, mijn theaterlessen en het schrijven van het script voor Handtassen Mafia heb. Vooral dat script schrijven heeft me de afgelopen weken in de schrijvershel gebracht. Door met Script Frenzy mee te doen heb ik mezelf aardig onder druk gezet en dat levert een flinke hoeveelheid tekst op maar niet van de kwaliteit die ik wil.

Het script van Handtassen Mafia is verre van klaar. Ongeveer tweederde van het aantal begrote scenes is nu geschreven en ik zit al dik over de honderd pagina’s script. Daarmee heb ik dus wel Script Frenzy volbracht maar dat is ondanks de tevredenheid daarover nog lang niet genoeg. De komende anderhalve en misschien wel twee maanden heb ik nog veel werk te verzetten om de laatste scènes te schrijven, het hele handeltje door te lopen en te corrigeren om het vervolgens in overleg met mijn regisseur te herschrijven. Dramaturgisch ben ik matig tevreden. De verhaallijn en de scène indeling is in orde. De dialogen zijn gaandeweg sprankelender geworden maar het geheel is dus nog niet af. Ik heb mezelf nog tot eind mei gegeven om het script zover af te hebben dat ik het aandurf om mijn regisseur lastig te vallen met het harde werk om te gaan schrappen, krassen, slijpen, schuren en verven.

Voor vandaag ga ik maar blij zijn dat ik op pagina 104 terecht ben gekomen in 29 dagen en daarmee na NaNoWriMo in 2009 nu ook Script Frenzy in 2010 volbracht heb. De komende tijd zal ik dus weer wat trouwen worden in het schrijven op deze plek.

Alice Verheij

Script Frenzy 2010

Na NaNoWriMo 2009 met als gevolg de nu – eindelijk – bijna geredigeerde versie van de roman ‘Droomvlucht Afrika’ is het in april tijd voor Script Frenzy 2010. Wat? Ja, precies. Eén maand van 30 dagen om een script te schrijven van 100 pagina’s. Toeval (?) wil dat ik deze dagen bezig ben met de opzet van een toneelstuk dus dat komt goed uit.

Eerlijkheid gebied te zeggen dat ik een beetje vals speel door al een verhaallijn en personages te hebben en doordat ik al schrijfoefeningen doe in het schrijven van scènes maar ik beloof het echte script pas op 1 april te beginnen te schrijven. Hand op mijn hart, echt waar. Geen woord dat in het definitieve script gaat komen dat van voor 1 april aanstaande is. En het is geen 1 april grap. Vorderingen zijn te volgen op www.scriptfrenzy.org.

Even wat over het stuk.

De werktitel is Handtassen Mafia en het is een moderne samensmelting van twee Griekse mythen met een twist. Zowel de Amor en Psyche van de Berber Apuleius als de De Androgyne Mythe uit de bundel ‘De Gouden Ezel’ van de Griekse blijspelschrijver Aristophanes die in Plato’s ‘Symposium’ wordt naverteld, worden door mij gebruikt en in een modern jasje gestoken. Het verhaal wordt getransponeerd naar de modewereld van tegenwoordig. De Londense modescene om precies te zijn. Het wordt een verhaal van een bekend modeimperium met goddelijke status dat zich bedreigt voelt door een nieuw hot modehuis van een jonge ontwerpster. Op de achtergrond speelt de financiële crisis waardoor het voor iedereen moeilijker is geworden om in de markt te blijven. Er is liefde in het spel en gender verwarring. Het resultaat is een lovestory en een (Griekse) tragedie van enorme proporties. De uitdaging is om recht te doen aan de Griekse klassieken en toch de moderne plaatsing te realiseren inclusief een filosofisch gevecht met Plato over gender.

Het stuk zal in het seizoen 2011 – 2012 op de planken moeten komen als een drieakter, onder regie van Claudia van Rooij en productie via de stichting Strass Theater in Amsterdam.

Ben ik gek dat ik er weer voor ga? Ik denk het.

Alice

Script schrijven

Ik had nog ze tegen mezelf (en anderen) gezegd het nooit meer te doen. He-le-maal nooit meer. Gewoon omdat het klerewerk is. Maar als inconsequent mens had ik dat maar beter niet kunnen zeggen want nu doe ik het verdorie toch weer. Gewoon weer omdat er een reden is dat ik er niet omheen kom.

Script schrijven.

Ik ben gek op films hoor, en toneel. Maar een script schrijven is voor zoiets als een tocht naar de Hades. Script schrijven is moeilijk voor iemand die verhalen graag een beetje bloemrijk op schrijft. Er zijn ook weinig roman schrijvers die ook script schrijvers. Andersom zijn er meer in ieder geval.

Maar goed, ik ontkom er dus niet aan en het is helemaal mijn eigen schuld dat ik de komende maanden in monologen, dialogen en podiumbeelden moet denken. Me onthouden van bloemrijk en gloedvol omschreven beschrijvingen van de context van de handeling. Geen mooie beschrijvingen van personage, plaats en handeling. Monologen en dialogen, daar gaat het om. Ik weet het, in der beschränkung zeigt sie erst der meister. Dus voeg ik mij in mijn duister lot en verdiep met nog maar eens in Proper’s ‘Kill your darlings’ want er zullen de komende tijd heel wat geliefden de vroege dood vinden. Het kan niet anders dan dat ik veel zal gaan weggooien van wat ik maak, mijn regisseur nog meer weggooit en de dramaturg als die er komt nog eens een lading teksten van me sloopt, ombouwt en verminkt. Het trieste lot van de tekst van een scriptschrijver en het nog triestere lot van de scriptschrijver zelf. Het kan niet anders want zo gaat het altijd en zo hoort het ook te gaan.

Gelukkig is er wat houvast. Ik heb een verhaal, er zijn personages, er is een tijdperk en visualiseren is gemakkelijk. Er zijn ook prachtige metaforische verhalen die ik kan gebruiken. In dit geval de Mythe van de Androgyn geschreven door Aristophanes een oude Griekse toneelschrijver en opgetekend door Plato in zijn Symposium wat een verslag is van bijeenkomsten waar Plato Socrates en anderen placht te ontmoeten. Een ander verhaal dat ik gebruik is de Amor en Psyche van Apulejus. Het is een traditionele love story waarin het zoontje van de godin Aphrodite, Amor, verliefd wordt en uiteindelijk trouwt met de aardse schone dame Psyche. Couperus heeft er nog een typisch pathetisch verhaal over geschreven. Beide verhalen samen zijn de basis voor het stuk dat ik schrijf en dat in een moderne context is geplaatst. De poging is om in structuur en inhoud zo ver mogelijk bij het origineel te blijven en toch een en ander in de moderne tijd te laten plaatsvinden. Natuurlijk komt er een twist aan het verhaal die alles op scherp stelt. Het resultaat is een toneelstuk aan het worden dat enige maatschappij in zich heeft en eigenlijk over een hatecrime zal gaan. Een hatecrime die zelfs onontkoombaar lijkt als gevolg van hoe er in de maatschappij gedacht wordt over gender en de consequenties van genderconflicten binnen de familie en in de openbaarheid. Het zal leiden tot in ieder geval één gedode darling maar dat is dan wat je noemt een voor het stuk functionele moord.

Het script vordert inmiddels. Zoiets begint met het bedenken van een ruwe verhaallijn, het bedenken en uitwerken van personages die een heden en verleden krijgen en soms zelfs een gesuggereerde toekomst. Daarna komt de opdeling in akten en in dit geval is dat de traditionele drie akten. Dan komt er de scène lijst en kan het schrijven pas beginnen. Schrijven zonder een structuur werkt voor mij niet. Ik merk dat er een groot verschil is met het schrijven van een roman. De hoeveelheid research is gelijkwaardig en het langzaam verder uitwerken op basis van een verhaallijn en personages is vergelijkbaar. Maar de opdeling in akten en die weer in scènes en die weer in spel, monologen en dialogen is heel anders. De woorden die er aan het eind op papier staan verhouden zich anders tot het verhaal. Het geheel is zelfs tijdens het schrijfproces al aanmerkelijk meer staccato dan ik gewend ben en het kost me veel moeite om een vloeiende beleving te creëren. De eerste scènes liggen te wachten op evaluatie, revisie en uiteindelijk repetitie. Pas dan zal duidelijk worden wat werkt en wat niet. Waar ik geneigd ben in verhaalvorm de monologen en dialogen beperkt te houden en de rol van de God’s eye die de gebeurtenissen gadeslaat en verslaat wordt ik nu gedwongen om aanmerkelijk langere monologen en dialogen te schrijven. Simpelweg omdat het anders veel te snel gaat en het geheel als een lawine over de kijkers komt. Dat is niet de bedoeling natuurlijk.

Script schrijven is een nauwkeurig en geduldig werk waarbij ik mezelf moet dwingen om de teksten gewoon uit te spreken en te ervaren wat wel en wat niet werkt. Veel verschillende scripts lezen helpt ook, veel films kijken ook maar dat is wel bedreigend. Toneel stelt zo haar eigen eisen en deels is het nog voor mezelf verhuld wat die eisen zijn. Ik ga ze ervaren. Natuurlijk vrees ik de kritiek van regisseur, dramaturg en tegenlezers maar tegelijk is die hard nodig om de juiste kwaliteit te behalen. Het stuk weggeven op deze plek kan natuurlijk niet  al is het alleen al omdat het voor niemand leuk is om een script te lezen, tenzij je natuurlijk acteur of regisseur bent.

Voorlopig worstel ik en ben ik blij met elk deel van een scène, monoloog en dialoog die uit mijn pen vloeit. Zo af en toe zal ik in de komende maanden tijdens geschikte gelegenheden stukken voordragen of spelen om de tekst te testen voor publiek. Het zal geen ‘Who’s afraid for Virginia Woolf ?’ worden, maar na de ervaring met ‘Een familiezaak’ in 2007 ben ik misschien wel toe aan weer een toneelstuk. Deze keer wel op basis van mijn eigen visie en op mijn manier. Volwassener als toneelschrijfster.

Alice Verheij © 2010