Zes jaar verandering: een overdosis

M.C. Escher

Ik ga hier iets onmogelijks doen. Mijn leven van de afgelopen zes jaar samenvatten. Als een soort zelftherapie en om de ellende maar eens van me af te schrijven. Dat gaat onmogelijk lukken omdat er veel teveel te vertellen is. Ik hou me dus maar bij de belangrijkste onderwerpen en momenten. Hoogtepunten zal ik het niet noemen.

Let wel: het is geen vorm van klagen maar simpelweg een chronologisch overzicht van de gebeurtenissen in een leven van iemand die een verandering van fysiek en maatschappelijk man naar fysiek en maatschappelijk vrouw doormaakt. Omdat het moest gebeuren. Het verhaal staat er omdat een vriendin me zei het maar weer eens op te schrijven en omdat ik vind dat anderen best weleens mogen lezen wat er kan gebeuren bij zo’n verandering. Niet dat het een representatief verhaal is. Ieder mens en ieder verhaal is verschillend. Van lotgenoten is mij duidelijk dat er veel zijn die en samenhang met hun verandering een multitude aan problemen is gaan ondervinden. Wellicht dient het vastleggen van mijn geschiedenis op dit moment een doel. Het is niet zo dat het altijd zo gaat, er zijn veel vrouwen die er goed doorheen komen. Maar soms loopt het allemaal heel anders dan je hoopte. Zoals bij mij. Een overdosis verandering.

– ~ –

Tweeënveertig jaar was ik toen mijn leven een wending nam die al lange tijd onontkoombaar was. Tweeënveertig jaren had ik het uitgehouden om te leven als de mens die ik niet was. Als man in plaats van vrouw. En toen was het genoeg. Niet van de ene op de andere dag want natuurlijk is er een leven van worstelen met mezelf aan vooraf gegaan. Maar daar gaat dit verhaal niet over. Dit verhaal gaat over de gevolgen van die wending en waar ik nu sta als mens, als vrouw, als kunstenaar.

Opmaat

Eind 2004 viel de klap. De aanleiding, niet de oorzaak, was bizar. Zonder op de details in te gaan komt het er op neer dat ik een belastingaanslag had gekregen van een kwart miljoen euro. Zakelijk, gebaseerd op een ‘schatting’ van vadertje Staat. Het was een fout die later teruggedraaid werd maar die ondertussen de opmaat zou blijken te zijn van de komende zes jaren. Voordat ik alles vertel wat er in die jaren is gebeurd zal ik een korte situatieschets geven.

Stel je voor, een redelijk succesvolle man met een huisje boompje beestje leven. Een gezin vormend met vrouw en drie kinderen. Zelfstandig ondernemer en directeur van een viertal bedrijven. Een houdster BV, een werk BV, een maatschap waar de werk BV in deelnam en een startup allemaal actief in de organisatieadvies, projectmanagement en automatiseringswereld. Het werk werd vooral in de maatschap gedaan die op dat moment bestond uit die man, een zakenpartner en vier personeelsleden. De man was weliswaar erg goed in zijn werk en werd alom gerespecteerd, was zelfs lid van de kerkenraad in het dorp waar hij met zijn gezin woonde en leed een betrekkelijk gelukkig leven in het grote half vrijstaande huis met marmer op de vloer, jaccuzi boven, grote tuin en fraaie lease auto voor de deur. Maar de man was ongelukkig, werd steeds ongelukkiger want één ding kon niet in zijn leven: zichzelf zijn. De man immers was geen man maar vrouw hoewel haar lichaam anders deed vermoeden. Die vrouw in mannenlijf gehuld ben ik.

Het papiertje van de belastingdienst inclusief de aangekondigde beslaglegging deden me de das om. In plaats van het bezoekje met mijn dochter aan de ‘roodborstjesmiddag’ van de Vogelbescherming dat voor die dag op het programma stond schrik ik me te pletter. Zo erg zelfs dat ik me terugtrok in mijn kantoorkamer, ik had zelfs een kantoor aan huis in die tijd. Daar sloegen de stoppen door. Na het beuken met de vuisten op de muren van steen en het kapotslaan van de fax verviel ik in diepe wanhoop. In de twee maanden voorafgaand aan die zwarte twintigste november 2004 waren er al twee suïcide pogingen geweest. Beide niet doorgezet omdat het besef dat er kinderen waren me tegenhield. Elke dag telde ik de bomen langs de wegen met de bijna onbedwingbare drang mijn auto in volle vaart tegen zo’n boom te ‘parkeren’. Het is niet gebeurt. Maar die twintigste november was het allemaal voorbij. De emmer liep over op een vreselijke manier en de wanhoop sloeg toe. Hoe de middag en de opvolgende avond verlopen zijn weet ik alleen van wat mij verteld is. Ik schijn uren in een hoekje ineengedoken gezeten te hebben. Die avond werd het belastingprobleem dat er niet had hoeven zijn als overheden geen ernstige fouten maken opgelost en werd de vriend gebeld die me de volgende dag zou ophalen voor een boswandeling. De boswandeling op de volgende dag ging wel door maar kreeg een andere lading.

De week na de uitbarsting, of de val zo je wilt, was het eerste contact met Humanitas die in dit soort situaties een beetje hulp biedt. Het resultaat daar weer van was een aanmelding bij het genderteam van de VU in Amsterdam. Een weg terug was er niet meer en wilde ik ook niet. Het monster was ontsnapt en zou niet meer terug gaan. Wat moest gebeuren, moest gebeuren en dus startte half december 2004 een langjarige reis die uiteindelijk zou gaan leiden tot volledige geslachtsaanpassing.

Het eerste jaar van de verandering

We maken een sprong in de tijd naar het voorjaar van 2005. De eerste maanden, een half jaar lang zelfs, moest ik achtereenvolgens vrouw, kinderen, moeder (vader was al overleden), zus en zwager, schoonmoeder en schoonzus, vrienden, kennissen, collega’s, bekenden in de kerk, buren en nog honderden anderen op de hoogte stellen van mijn situatie. Honderden keren met meer of minder woorden, met brieven, telefoontjes, bezoeken en emails een coming out. Geen enkele ondersteuning daarbij, want wie wist er nou van coming out voor transseksuele mensen wat af? De psychologen werden ondertussen dik betaald want vergoed werd het allemaal niet. In de zomer van 2005 begon de ‘behandeling’ bij het VU. Het waren niet meer dan een eindeloze reeks gesprekken van een flink uur met een psychologe. Het jonge ding was vooral zwanger en liet vaak merken door haar benadering eigenlijk geen lor te begrijpen van wat er met me aan de hand was. Ze was niet meer dan een ‘poortwachter’ om er achter te komen of ik niet co-morbide was zoals medici dat zo mooi omschrijven. Of ik niet ook schizofreen of zo was want dan zou de behandeling stoppen. Het zouden zes gesprekken worden, vragenlijsten met honderden vragen, onderzoekjes bij de endocrinoloog voor een ‘materiaalkeuring’ om te bezien wat er mogelijk zou zijn bij een operatie, voordat de jonge psychologe me vertelde dat ze goedkeuring zou geven voor de rest van de behandeling. Groen licht wordt het genoemd en het komt er op neer dat er een periode in gaat van anderhalf jaar waarin je verwacht wordt vanaf de eerste dag volledig in de voor jou andere geslachtsrol te gaan leven en waarbij je tegelijkertijd hormonen krijgt toegediend. Ik was eindelijk gediagnosticeerd transseksueel. Voor mij een farce want volgens mij én de wetenschapsfilosofie is het natuurlijk onmogelijk om door middel van vragenlijstjes en gesprekken een diagnose genderdysforie te stellen. Bottom line is natuurlijk dat mijn eigen oordeel bepaalde hoe het zat want iets als genderidentiteit en genderbeleving zijn in tegenstelling tot genderuiting niet vast te stellen door een ander dan jezelf. Maar goed.

Ook in de zomer van 2005 ging het mis met de maatschap die ik samen met een zakenpartner had. We bleken een personeelslid in dienst te hebben die schizofreen was en in de zomer grote schade had aangericht bij klanten. Het gevolg was een rekening van anderhalve ton en dat kon het bedrijf niet hebben. De maatschap moest ontbonden worden. Die ontbinding ging niet zonder slag of stoot want één van de personeelsleden stal de plannen voor ontmanteling naar de maatschap en gebruikte die om via de rechter te bevechten dat wij nog een half jaar salaris moeten doorbetalen. Geld ervoor was er niet en de rechtbank gaf aan dat wij dat dan maar uit privévermogen of een lening moesten betalen. Het laatste gebeurde ook met als gevolg een nog hogere last. Na de omvallen van de maatschap zette ik mijn werk voort in mijn eigen BV’s. Ik ging als zelfstandig adviseur werken. Tijdens mijn transitie, dat wel natuurlijk.

Het auto ongeluk

April 2006 begon de hormoonbehandeling én die ‘real life experience’ van het leven in de vrouwenrol. De zomer van 2005 was de laatste zomer geweest waarin het gezin in volledige samenstelling op vakantie was geweest en de situatie thuis was natuurlijk behoorlijk gespannen. Door het schoolverzuim van de oudste (die op dat moment de effecten van een chronische ziekte ondervond) kwam Jeugdzorg over de vloer. Daarnaast probeerde ik door het inschakelen van (deels) duurbetaalde kinderpsychologen te zorgen voor goede begeleiding van de kinderen gedurende mijn verandering. In plaats van hulp bood Jeugdzorg echter vooral last. De problemen die mijn kinderen ondervonden hadden natuurlijk vooral met mij te maken en dat resulteerde in een jarenlange Kafkaëske bemoeienis van de lokale Jeugdzorg maffia. Echte hulp bleef uit en om ons heen vielen mensen weg die voor die tijd ‘vrienden’ waren. Zakelijk was het niet een slecht jaar in die zin dat het me lukte om voldoende te verdienen om het gezin te laten blijven functioneren. Mijn vrouw was niet van plan zelf aan de slag te gaan en trol zich terug in haar verdriet en vooral haar verbittering.

De kring werd kleiner en de druk op mij almaar hoger. In die aprilmaand in 2006 gunde ik mezelf een vakantie in Toscane van een weekje om bij te komen en te schrijven. Het was een heerlijke week maar op de voorlaatste dag ging het mis. In plaats van het kopen van een paar leuke souvenirs voor de kinderen kreeg ik een auto ongeluk. In een kleine provincieplaatsje werd ik frontaal aangereden door een Italiaanse koeriersdienst. De grote bus was sterker dan het kleine huurauto en dus was de klap groot. Ik had geluk, mijn riem had ik om en ik ben slechts even buiten westen geweest. De gevolgen waren een paar zwaar gekneusde ribben en een beschadigde zenuw in de arm die voor mijn gezicht had gehouden en die tussen mij en het stuurwiel was gekomen. Het ongeval was traumatisch en de gang naar de eerste hulp doodeng. Vreemd genoeg was het nog het ergste om onderzocht te worden op letsel waarbij verpleging en dokters wel zouden ontdekken dat ik een man was in plaats van de vrouw die ze eerst zagen.

Weer in loondienst

Eenmaal weer thuis kwam na een paar weken de klap. Ik kon me niet meer concentreren en het lukte me niet meer om een volgende ‘klus’ binnen te halen. Geen inkomen, geen uitkering want als zelfstandig ondernemer is er geen uitkering. Bijstand ook niet want we woonden in een koophuis. Ik besloot na het eerste herstel te solliciteren bij adviesbureaus en tot mijn verbijstering werd ik snel aangenomen door een middelgroot bureau waar ik een behoorlijk inkomen kon verwerven. Vanaf het eerste contact wisten ze van mijn veranderingsproces af maar zagen daar geen probleem in omdat ik genoeg te bieden had met mijn ervaring en mogelijkheden. Ondertussen werd het leven door Jeugdzorg mij en mijn partner flink zuur gemaakt. Na een klachtenprocedure werd het een rechtsgang waarbij gelukkig de kinderrechter de kant van de kinderen en ons koos omdat Jeugdzorg heel onzorgvuldig en onterecht had gehandeld. Het werd 2007 en de zakelijke en financiële last bleef zwaar op de schouders liggen. De molensteen werd groter, hulp bleef uit. Overheid bestond uit een verzameling dichte deuren en loketten die niet van plan bleken om de hand uit te steken. Het kon niet uitblijven dat door alle omstandigheden bij elkaar mijn huwelijk geen stand kon houden en na een bijzonder moeizame periode waarin het gezin nog wel in een goede woning werd gezet en ik hard gewerkt had die op te knappen was het in de zomer van 2007 onhoudbaar geworden. Mijn partner werd verbaal gewelddadig, liefde was er al heel lang niet meer tussen ons. Juni 2007 werd de maand waarin ik mijn gezin verliet en tijdelijk bij een vriendin in trok die op dat moment naar het buitenland was waar haar ouders nog woonden. Vijf maanden zou ik vanuit de auto en de koffer blijven leven, logerend bij mijn moeder en verschillende vriendinnen. Ondertussen een woning zoekend. Omdat ik op papier een goed inkomen had kon ik geen beroep op sociale woningbouw doen maar vond ik een middenklasse etage in mijn geboortestad. Mijn leven kreeg weer een beetje glans.

Operaties

Eind september van dat jaar waren de anderhalf jaar voorbij met als resultaat dat ik op de wachtlijst geplaatst werd voor een geslachts aanpassende operatie. Omdat ik de chirurgen in het VU niet aan mij wilde laten sleutelen koos ik voor een Duitse chirurg in Krefeld, vlak over de grens. Daar kreeg ik te horen dat ik me al een jaar eerder op haar wachtlijst had mogen zetten en ik in feite door desinformatie een jaar langer zou doen over mijn verandering dan strikt nodig was. Het VU waste de handen in onschuld over de desinformatie toen ik ze daar op aansprak. Een behandeling buiten het VU moet je zelf maar regelen en hoe dat dan gaat moet je zelf maar achter zien te komen. Wat wel bekend is over procedures wordt bewust niet verteld aan de patiënten. Meewerken om het proces te verlichten was er niet bij.

Inmiddels werd de echtscheiding uitgesproken. Geld voor een advocaat was er niet en met ex kreeg een pro bono advocaat. Het gevolg was een uitspraak van de echtscheidingsrechter waarbij ik een alimentatie zou moeten betalen die ruim zeventig procent van mijn inkomen bedroeg. Aangezien ik dan van negatief geld moest gaan leven besloot ik om niet te betalen, zeker niet omdat mijn ex op dat moment me vooral wilde laten boeten voor het leed dat ik haar aangedaan had.

In januari 2008 heb ik een gesprek aangeknoopt met een chirurg in het OLVG in Amsterdam en we werden het eens dat hij me zou gaan opereren. Liever Amsterdam waar mijn vrienden langs konden komen dan in Duitsland, ver van iedereen weg. Eind februari 2008 werd ik opgebeld. Er was een plaats vrijgekomen in de agenda en ik kon op 17 april 2008 geopereerd worden. De schok en de blijdschap waren groot. De operatie in april was zwaar maar volgens verwachting verlopen. Het herstel ging vlot en na een vakantie in Amerika samen met een goede vriendin dacht ik er over om weer te gaan werken.

Het ging ondertussen niet goed tussen mijn ex en mijn dochter. Het kind heeft een chronische aandoening met heel vervelende gevolgen en is daarbij een pubermeid. De bom barstte in de zomer 2008. Totaal onverwacht moest ik er voor kiezen mijn dochter bij me in te laten trekken. Zo gebeurde het ook maar wel in een periode dat ik nog niet hersteld was van die zware operatie. Toen volgde er weer een klap.

Tijdens het herstel traden complicaties op. Na een kijkoperatie in december werd duidelijk dat er een inwendige verkleving was opgetreden wat inhield dat er een hersteloperatie zou moeten volgen waarbij het inwendige verwijderd zou worden en door een constructie met een huidtransplantatie vervangen worden. In maart 2009 volgde de inmiddels derde operatie. Ik had besloten tegelijkertijd met geleend geld een beperkte borstvergroting te laten uitvoeren. De operatie bleek velen malen zwaarder dan de eerste en ik kwam als een wrak uit het ziekenhuis. Het herstel verliep na twee weken opnieuw slecht en uiteindelijk bleek begin april dat de getransplanteerde huid afgestoten was. De vierde operatie betekende opnieuw een verwijdering. De borstoperatie was prachtig geslaagd maar ‘daar beneden’ was het inwendig definitief kapot. Tijd om de klap te verwerken kreeg ik amper.

Werkeloos

Na de operatie in april kwam mijn toenmalige baas op bezoek. Samen met een collega, zonder bloemen en met een ontslagaanzegging. Wegens ‘economische problemen’ werd me de wacht aangezegd. Om kort te gaan, ik werd er uit gewerkt onder valse voorwendselen maar deze keer bleek de kantonrechter niet de bescherming van de werknemer te laten prevaleren maar de onderbouwing van de economische motieven van de werkgever te aanvaarden. De afkoopsom was laag en ik was mijn baan kwijt. Voor het eerst in mijn leven was ik werkeloos.

In juni van dat jaar ontstond er een bacterie infectie op mijn buik bij het operatiegebied en belandde ik weer in het ziekenhuis. Spoedopname. Blijvende gevolgen waren er niet maar de rust keerde pas weer aan het einde van de zomer terug. Het herstel van de herhaalde operaties en de invloed van het verlies van mijn werk, de sociale en gezondheidsproblemen van mijn dochter én de aanhoudende financiële druk zorgden ervoor dat het herstel vanaf dat moment zwaar werd.

Min dochter moest in dagbehandeling en wisselde van school naar een speciale school voor kinderen die niet meer in het normale onderwijs terecht kunnen en extra begeleiding nodig hebben. Langzamerhand gleed de controle over mijn leven en mijn mogelijkheden uit mijn handen.

De dagbehandeling van mijn dochter houdt binnenkort op, ze onttrekt zich er aan. Ze spijbelt van school en ze is medisch zeker niet in orde. Haar worsteling zien doet me pijn vooral omdat ik zo weinig kan doen. Veel van mijn kracht en vermogens van vroeger ben ik kwijt. Energie is schaars geworden, ik moet er voorzichtig mee zijn.

En nu?

Drie relaties (ik heb ze maar niet besproken), een bijna huisuitzetting in januari, vier operaties, een ontslag en het vooral niet opgelost krijgen van een zware negatieve financiële erfenis van de maatschap, zit ik hier nu op mijn vast plek ergens in Den Haag dit verhaal te schrijven.

Vanmorgen is mijn dochter het huis gegaan omdat de druk voor haar te groot is, ze pubert en dus afzet tegen alles, iedereen en nu ook mij. Of ze terug kan komen weet ik niet. Het is niet eenvoudig en vanzelfsprekend meer om haar alleen op te voeden. Ik schiet tekort.

Tegen de wind in probeer ik toch wat werk te vinden, maar als achtenveertig jarige vrouw met een recent zwaar medisch verleden zijn afwijzingen op zelfs banale baantjes regel. Dus probeer ik met wat ik wel kan mijn arbeidsongeschiktheidsuitkering terug te verdienen en mijn hoofd boven water te houden. Ik verkoop die paar spullen van waarde die ik heb en kan missen. De auto waar in in reed wordt nu verkocht zodat ik huurschuld kan vermijden en ik zoek ondertussen een andere woning.

Is mijn leven dan een ramp nu?

Ik heb vrienden en vriendinnen en ontvang warmte. Ik schrijf, dicht, maak liedjes en muziek, treedt op, organiseer kunst evenementen en ga af en toe uit om te zorgen dat er een beetje plezier in mijn leven blijft. Geld heb ik niet, mogelijkheden amper maar ik leef.

Op een goede dag geniet ik van zon, mensen, kunst en natuur. Op een slechte dag trek ik me terug. Wensen heb ik gelukkig wel, net als plannen. Natuurlijk zou ik zo graag die ene bij me hebben die er voor mij is. Ik wil ergens op een eenvoudige plek wonen in een soort woning / atelier, misschien een woongroep. Ik wil bezit wat er nog is kwijt. Het is ballast. Dat hoef ik overigens niet zoveel voor te doen want de oude bedrijfsschulden, het onverkochte huis waar mijn ex nog in woont, het beslag op uitkering dat er is gelegd om alimentatie te innen die ik niet kan opbrengen hebben me financieel de afgrond in gegooid. Geld om van te leven is er nauwelijks maar ik heb zelf ook niet veel nodig. Wel is mijn leefgeld zo laag geworden dat schulden alleen maar toenemen dus is er sprake van een financiële tijdbom die ongetwijfeld een keer af gaat. Wat er dan gebeurt kan ik alleen maar naar raden. Ik moet én wil de rest van mijn leven proberen te leven als iemand die weinig nodig heeft en veel kan geven. Die lief heeft en die liefde ook kwijt kan, die kunst maakt die gewaardeerd wordt. Die teksten schrijft die goed zijn en mensen raken. En ik zal reizen, misschien af en toe in het buitenland wonen en werken voor een tijdje. Gewoon tegen kost en inwoning omdat de maatschappij waarin ik moet leven me vijandig is geworden. Ik zal nieuwe mensen ontmoeten, mensen inspireren, verhalen horen en verhalen opschrijven. Misschien is dat uiteindelijk wat er moest gebeuren.

Voorlopig zit ik nog even hier, werk een beetje aan een website van een klant, schrijf dit verhaal, denk na over hoe het verder moet, laat af en toe een traan maar geniet van de muziek. Ik besef dat ik er nu uiteindelijk toch alleen voor sta en zie dat het goed is.

Alice © 2o1o

PS Overigens ben ik van mening dat de sterilisatieeis vernietigd moet worden.

Advertenties

Transgender Chronicles (slot)

De Transgender Chronicle aflevering 46 was de laatste. Honderd pagina’s leven, liefdes, pijn, vreugde, verdriet, verwarring, berusting, ergernis, geluk, twijfel, zwakte en kracht. Het is genoeg geweest. De Transgender Chronicles zullen de komende tijd een bewerking ondergaan zodat ze in boekvorm kunnen verschijnen. Voor wie er interesse in heeft. Ik ga me wijden aan een volgend boek waarin ik anderen aan het woord laat over hun levensverandering. De – nu nog conceptversie van het boek – ‘Transgender Chronicles’ kan hier gevonden worden. De daadwerkelijke uitgave volgt later dit jaar onder de definitieve titel en dus deels herschreven, het boek kan dan via mijn website aangeschaft worden.

Deze bundel van verhalen, belevenissen en gevoelens is ontstaan in iets meer dan één jaar. Een jaar dat in het teken stond van nieuw begin en einde van het een ongewenst verleden.
Nu de laatste fysieke fase min of meer is afgesloten, nu de pijn voorbij is maar vooral nu het ‘gewone leven’ de macht heeft over genomen is er geen reden meer om ‘Transgender Chronicles’ te schrijven.

Vooral het woord transgender, dat ik weliswaar met trots met me mee draag, speelt geen dominante rol meer in mijn leven. Hoewel de laatste Chronicle misschien iets anders suggereert. Toch denk ik oprecht dat er inmiddels iets heel anders een dominante rol speelt in mijn leven. Dat andere is het begrip ‘gewoon’. Gewoon leven, gewoon zijn net als ieder ander en vooral gewoon vrouw zijn. Bij een gesprek op de nieuwe school van mijn dochter was de verwarring compleet want ik was toch haar moeder? Op het werk bij mijn huidige klant heeft niemand in de gaten hoe mijn verleden in elkaar zit. Terwijl ik er toch behoorlijk open over ben en Internet al snel alles onthuld.

Na zesenveertig Chronicles is het mooi geweest. Mijn leven gaat verder. Het is net opnieuw begonnen, de wereld is hetzelfde gebleven, de meeste mensen om mij heen ook. Maar ik niet. Ik heb de verandering doorstaan. En ik ben er niet slechter uitgekomen dan dat ik er in gegaan ben. Door deze verhalen hoop ik natuurlijk anderen die deze moeilijke weg van persoonlijke extreme verandering nog moeten ondergaan een hart onder de riem te steken. Als je een beetje je best doet en wat geluk er bij hebt, als je lef hebt en lieve vrienden en vriendinnen om je heen. Als dat er is, dan komt het goed. Ik kan het weten.

Voor mijn lezers en lezeressen, deze schrijfplek van mij zal door het einde van de TG’s aanmerkelijk minder vaak over het leven en de moeilijkheden van transgenders gaan. Ik wil dat ook graag, toch zal bij tijd en wijle het onderwerp genderdiversiteit hier aan de orde komen. Het is een deel van mijn leven geworden.

Alice © 2008

Transgender Chronicles 46 (Kiezen voor mezelf)

 

Het gaat me niet gemakkelijk af. Kiezen bedoel ik. Kiezen is moeilijk, kleren bijvoorbeeld. Het vergt spiegelmomenten. En dat is dan nog de simpele variant. Maar er zijn veel moeilijker keuzes te maken soms. Zoals eerder deze week.

Want was een paar blogjes terug er nog sprake van een mooie nieuwe liefde, nu is die al weer voorbij. Het antwoord op één van de vragen uit de vorige Chronicle is er eerder dan me lief is. Omdat ik heb gekozen. Voor mezelf deze keer en dat is een overwinning. Het is een vreemde gewaarwording om een verlies van een liefde als een overwinning te ervaren. Toch is het precies die tegenstrijdigheid die me verteld dat ik na alles meer veerkracht heb gekregen dan ik ooit dacht.

Goed, die lieve vrouw die ik dacht ontmoet te hebben bleek niet bij mij te passen. Een soort ruwe diamant waar je je aan snijdt. Met de schoonheid van de liefde die ze mij gaf, het zelfvertrouwen dat ik daarmee kreeg en de mooie ervaringen die we deelden kwam er iets anders mee dat uiteindelijk de basis weg sloeg. En terwijl ik mezelf altijd voor houdt dat relaties herstelbaar zouden moeten zijn kan ik dat deze keer niet opbrengen. Na wat nadenken meen ik mezelf te begrijpen en kan ik dat ook verklaren.

Natuurlijk, ik ben overgevoelig voor sommige signalen die mensen uitzenden. Maar soms zijn signalen gewoonweg niet te negeren en heel soms zijn signalen, hoe zwak ook, een onthulling van de werkelijke gedachten van iemand. En daar wordt het lelijk. Wegvallen van gevoel van liefde bij mij kan blijkbaar split second plaatsvinden op het moment dat de ander in een vlaag van onnadenkendheid me raakt op mijn kwetsbaarste plek. Mijn verleden als ‘man’ werd me voor mijn voeten gegooid als een manier om maar niet naar de eigen problemen te hoeven kijken. Een afleidingsmanoeuvre tijdens een twist die mij onthulde dat als het spannend wordt de ander me toch niet kan zien zoals ik werkelijk ben. En dat snijdt. ‘The first cut is the deepest’ zongen verschillende artiesten en dat klopt. Want zo’n opmerking en het effect van de onthulling van de diepere gedachten achter die opmerking zijn zo heftig en hebben zo een enorme slagkracht dat in plaats van een gesprek ik niets anders meer kan dan me terugtrekken in mezelf. ‘Shields up’ in Star Trek termen. Want de aanval waar ik in een relatie altijd bang voor ben is daar. Einde relatie is het onontkoombare gevolg. Zo plotseling als liefde zich kan vertonen zo snel kan het kapot gaan. 

Natuurlijk maakt me het verdrietig om weer te moeten ervaren, de derde keer op rij, dat omwille van wat ik ben een liefdesrelatie onmogelijk blijkt te zijn. Dat is keihard en de gevolgen voor mij zijn groot. Op dit moment is er geen geloof in de mogelijkheid van een relatie met een andere vrouw zonder dat mijn biologische verleden me ooit parten zal spelen. Fact of life is dat de ander er blijkbaar nooit mee overweg zou kunnen. De gemaakte stap om mezelf te willen zijn heeft als gevolg dat ik dan wel mezelf kan en mag zijn maar dat ik er vervolgens wel alleen voor zal blijven staan. 

Een nieuwe relatie? Ik moet er even niet aan denken. Het risico om op enig moment geconfronteerd te worden met de diepere gedachten van de ander over mijn oude biologie wil ik niet lopen. Het is gewoon te oneerlijk. Ik wil mezelf niet aandoen dat weer te moeten ervaren. Dan maar mijn energie en liefde richten op andere zaken als dochter, zoons, werk, schrijven en vriendschappen. Maar misschien zie ik het te somber. Misschien ga ik de fysieke bevestiging van mijn vrouwelijkheid weer keihard missen. Misschien wordt ik gewoon weer een keer verliefd. 

Transen en relaties. God wat ingewikkeld kan dat toch zijn. Waarom is het toch zo vaak een keuze tussen de mooie momenten en de ruimte voor jezelf? Waarom kan ik niet anders dan kiezen voor mezelf?

Alice © 2008

Transgender Chronicles 44 (life sucks)

Wat zou het fijn zijn als ‘leven’ wat minder een werkwoord was. Minder moeite, minder gedoe, minder worsteling. Want ‘het leven’ is behoorlijk ingewikkeld tegenwoordig. Vraag je een parkeervergunning aan dan moet je een leaseverklaring opsturen (wie wist 25 jaar terug eigenlijk wat zoiets was?). Als je telefoon wilt moet je kiezen uit mobiel GSM, mobiel UMTS, analoog, ISDN, VOIP, Skype en ga zo maar door. Ben je je baan kwijt en heb je een uitkering nodig dan moet je 14 maanden aan aanstellingen, loonstroken en werkgeversverklaringen insturen anders kan je je geld vergeten.

En als je je kind wilt opvoeden moet de halve wereld daar over mee praten c.q. lullen.

Als je trans bent moet je de rest van je leven te pas en te onpas uitleggen wat dat is, wat het voor je betekent, hoe je je verhoudt tot anderen (ben je dan hetero of lesbisch?) en zo meer.  Of je wilt of niet, alles in het kader van ‘de acceptatie’. Want, ook of je wilt of niet, er zijn altijd wel weer mensen die zo nodig moeten weten hoe het met je zit. Wat je in je slipje hebt, met wie je naar bed gaat en hoe de ‘verbouwing’ plaats vond. Je bent immers op dat vlak bijzonder en bij een trans mag je je veroorloven de meest intieme vragen te stellen, toch?

Nou, niet dus. Ik ben dat zat en daar ben ik niet de enige in. Als er weer eens een hetero man me vraagt of ‘ut’ er nog zit dan antwoord ik dat ik hem dat vertel onder de voorwaarde dat hij me verteld hoe vaak en in welke standjes hij ‘ut’ met zijn vrouw doet. Voor vrouwen geldt iets anders en de lesbo’s vraag ik dan of ze voor butch of lipstick vallen en waarom.

Het punt is een beetje dat de impertinentie van veel mensen het leven niet bepaald eenvoudiger maakt. Het zorgt er voor dat ik me jammer genoeg maar al teveel bewust blijf van mijn gender verleden. De fascinatie van anderen met dat verleden is hinderlijk. Het is niet van belang voor mijn bestaan als mens, professional of schrijfster wat er nu in verhouding tot vroeger in mijn string huist. Het is voor de opvoeding van mijn kinderen niet belangrijk wat mijn verleden op dat punt is. Tenzij ‘de wereld’ hun daar ook lastig mee valt. En dat gebeurt dus geregeld.

De komende tijd komen ingewikkelde zaken als echtscheiding en opvoeding weer aan de orde. En weer zijn er ‘instanties’ die zich met ons bemoeien. Ze moeten wel in dit kapot georganiseerde land. Maar ik ben niet ingewikkeld. Ik ben ontwikkeld. Ontwikkeld tot mens, tot vrouw, tot ouder, tot professional. En daar zal ‘men’ het mee moeten doen. Dat betekent dan wel dat ik niet zonder weerwoord over me heen en weer laat lopen. Dat op zich brengt dan weer mee dat mensen me lastig zullen vinden. Vroeger vond ik dat vervelend, tegenwoordig maakt het me niks meer uit. Als ik niet uitkijk ga ik me zorgen maken als ik niet lastig wordt gevonden door instanties en dergelijke.

Ondertussen zie ik levens van mensen om me heen instorten. Ziekte, verlies van werk, tegenwerking, bedrog. Ik zie het, voel het soms en irriteer me er natuurlijk enorm aan. De oneerlijkheid van ‘het lot’ dat om de één of andere reden altijd de verkeerden en ook nog in meervoud treft. Vaak is er niks tegen te doen. Het maakt me wel verdrietig en opstandig.

Het nadeel van dit al is dat het zo vermoeiend is. Soms breekt het me op en ontbreekt het me aan de fut om weer op te staan, verder te leven. Gelukkig duurt dat niet heel erg lang en gelukkig heb ik tegenwoordig mensen om me heen die me zo af en toe een duwtje in de rug geven en ik hun for that matter. En natuurlijk zijn er de special effects als liefde, genegenheid en succes. Want ook die zijn er regelmatig. Zo waar lukken er ook dingen die ik belangrijk vindt. Zo waar blijkt dat er zo hier en daar ineens iemand op duikt die gewoon helpt in plaats van de wereld moeilijker maakt. En zo waar is er dus liefde in verschillende vormen: kinderen, ‘vriendin’, vriendinnen, de poes. Als die zich weer eens laten zien merk ik dat ik ook in een wereld leef waarin mensen (en dieren) van elkaar houden, zonder voorwaarden en zonder gedoe.

Dus ja, ‘life sucks, but the special effects are awesome.’ en daar hou ik me net als veel anderen maar aan vast.

Alice © 2008

Transgender Chronicles 43 (onzichtbare man)

Ik weet het wel, het hoort er gewoon allemaal bij. Gaat het tijden lang goed en zal niemand je verleden ongevraagd op je bordje schuiven en dan is er ineens weer ‘zo’n situatie’. Of twee.
‘Zo’n, situatie’?
Ja, zo een moment dat ongevraagd iemand je met het gepoederde neusje op de genetische feiten drukt. Je straight-faced vraagt of je nu man of vrouw bent. ‘Want als ik uw stem hoor dan weet ik het niet meer.’ Zoiets zal de dame gezegd hebben. Ik was er zo door geraakt dat ik niet eens meer weet wat precies het zinnetje was want ‘zo’n impertinentie’ verwacht je gewoon niet. Tenminste, ik niet.

Goed het was lekker weer, heet zelfs. Ik zag er niet al te vrouwelijk uit want een spijkerbroek en een t-shirt laten dan misschien wel boobs zien maar geen hips. De make-up lag er ook niet al te dik op en mijn hersenen waren toch echt met vriendin en kinderen bezig. En dan verraad je jezelf. De vraag doet je ineens realiseren dat voor anderen het misschien wel lijkt alsof je een rol speelt terwijl nu juist het tegendeel waar is. Dat van die rol spelen was immers vroeger toen ik een meneer schijn te zijn geweest. Nu niet meer, nu ben ik mezelf. Ben ik dan ook echt mezelf? Mijn hoofd vertelt van wel maar mijn lijf verraadt me dus soms. En laten we eerlijk zijn, het is voor mij ook stukken slimmer om gewoon een leuke rok aan te doen dan een spijkerbroek. Grappig genoeg worden er dan geen vragen gesteld is mijn ervaring.

De dame in kwestie kan ik het niet kwalijk nemen. Oud, eenzaam, om een praatje verlegen en misschien niet meer helemaal op deze wereld. Wat doe je dan als je iemand tegenkomt die je niet kunt plaatsen? Dan vraag je het dus gewoon aan zo’n persoon hoe het zit. Laffe ik geeft natuurlijk een fabuleus ontwijkend antwoord en dat helpt de situatie niet bepaald. De wereld wordt voor iedereen ineens ongemakkelijk. Maar goed dat er dan kinderen zijn.

Terwijl ik een drankje haal gaat het gesprek verder tussen de dame en mijn kleine oogappel. Eenmaal terug bij de tafel lijkt het allemaal wat opgeklaard. Nog later hoor ik het ‘million dollar answer’ van mijn lieverd. ‘Alice is mijn vader. Maar dat is zo een lang verhaal, daar heb ik geen tijd voor om dat te vertellen hoor.’ De waarheid is soms zo simpel dat wij volwassenen er de woorden niet voor kunnen vinden terwijl een kind er totaal geen moeite mee heeft. Want gelijk had ie natuurlijk.

Het is maar een incident, van geen betekenis. Wel tekenend voor mijn werkelijkheid. Hoe langer ik er over nadenk en hoe meer ik met mijn ‘zusjes’ praat over dit soort gebeurtenissen, hoe duidelijker het wordt dat die onzichtbare man soms niet onzichtbaar is. Dat die man, ook al wil ik dat niet, gewoon in me huist. Als de omstandigheden er zijn, mijn bewustzijn er juist niet mee bezig is dan kan die onzichtbare man zich zomaar laten zien. Niet voor mezelf maar wel voor anderen. Dat zal veel vaker zijn dan ik zelf in de gaten heb of wil toegeven. Sociale codering is iets wat ook bij mij heeft plaatsgevonden. Gewenst sociaal mannelijk leven noem ik dat maar. Het is bijna heel mijn leven bij me geweest. Met moeite, maar toch. Al die gewoonten, bewegingen, die kleine dingetjes die zo typisch mannelijk zijn zitten er nog een beetje. Sommige wil ik ook niet kwijt, andere maar al te graag. Te lage schoenen? Dan loop je minder vrouwelijk. Geen make up gebruikt? Dan spreken mijn ogen minder en zijn ze op zijn minst ‘sekse neutraal’. Spijkerbroek aan betekent geen heupen en dus man. En ga zo maar door. Honderden kleine details, even zovele aanpassingen in mijn dagelijkse bestaan die meestal lukken en onbewust gaan maar die soms heel veel moeite vergen. De voice mail stem, de telefoonstem. Ze zijn anders dan de gewone gespreksstem. Geen direct zichtbaar contact met de gesprekspartner betekend verzakelijking. Verzakelijking maakt onbewust mijn stem lager. Door de telefoon is de score 50% goed, 50% door de mand vallen.

En dan heb ik het nog gemakkelijk in verhouding tot zoveel zusjes. Mijn uiterlijk is aangekleed wel in orde. Gezicht, ogen, handen, benen en zelfs een beetje figuur in combinatie met goed gekozen kleding zorgt er voor dat het eigenlijk gewoon een probleemloos bestaan is geworden. Alleen verslappen kan ik me dus niet goed veroorloven. Dat geeft gelukkig geen spanning maar leidt dus wel tot ‘zo’n situatie’ af en toe. Ik zal er mee moeten omgaan en met vallen en opstaan lukt het me wel om me te wapenen. Moeilijker vind ik het voor die ander die er soms bij is. Vooral als ik mijn leven met die ander deel. Want ook die zal er aan moeten wennen dat dit af en toe gebeurt en ook die wordt met de neus op mijn onzichtbare man gedrukt. Moeder, geliefde, vrienden en vriendinnen, collega’s, ze maken het allemaal wel een keer mee. Ik kan ze denk ik alleen maar helpen door er voor mezelf niet zo’n punt van te maken of in ieder geval niet te laten merken dat ik geraakt ben. En dat moet ik nog leren.

Alice ©  2008

Transgender Chronicles 42 (second life)

Deze Chronicle is misschien wat heftig voor jullie lieve lezers. Toch kan ik het niet laten het er maar eens uit te gooien zoals het is. Niet uit boosheid of frustratie maar omdat er aan sommige dingen een eind moet komen. Want ik ben een flink stuk van mezelf kwijt, onvrijwillig, onomkoombaar en wat mij betreft ‘good riddens’! Dat stuk is een verleden dat pijn doet gecombineerd met een overschot aan onterecht begrip voor de tere zieltjes van mensen die het maar moeilijk hebben met mijn geluk.

Ik kan natuurlijk een obligaat verhaal schrijven over hoe geweldig het is om eindelijk ‘mezelf’ te kunnen zijn. Wat dat ‘mezelf’ dan ook wezen moge. Ik kan ook schrijven hoe fijn het is me vrouw te voelen, wat dat ‘vrouw voelen’ dan ook moge betekenen. Ik kan schrijven over het geluk dat ik heb gevonden na mijn operatie en dat het herstel zo goed gaat. Of over mijn nieuwe liefde en het geluk dat ik met mijn dochter nu heb gevonden. Ik zou dat kunnen doen en dat doe ik ook wel. Maar niet nu. Nu is het wat mij betreft tijd om maar eens duidelijk te maken hoe het echt zit. En dat is niet altijd een pretje om te lezen denk ik.

Goed dan. Reality sucks, dus daar gaan we dan maar.

Zo aan de buitenkant bezien wordt ik door de maatschappij in het algemeen als vrouw gezien. Dat wil ik ook want ik heb de overtuiging dat ik dat ook ben. Wat nader bekeken blijkt dat ik ook zo ongeveer alles bezit wat een vrouw met haar geboorte heeft meegekregen. Op de eierstokken, baarmoeder en passende chromosoomcombinatie na dan. Emotioneel ben ik vrouwelijk ofwel ‘vrouw gelijk’ of nog beter ‘op vrouw gelijkend’. Het is maar hoe je naar woorden kijkt nietwaar? Ik functioneer als vrouw, gedraag me als vrouw en meestal reageer ik als vrouw. En dat voelt goed want het klopt, voor mij in ieder geval.

Niet voor iedereen trouwens. Een oude vriend blijft moeite hebben met mijn transitie, mijn eigen zus wil me niet zien, mannen nemen me minder snel serieus dan vroeger, inparkeren gaat lastiger en ik huil om de geringste dingen. Vooral als het om kinderen en fluffy animals gaat. Die vriend en die zus, acht hun moeite of gebrek aan acceptatie (wat een rotwoord is dat overigens) is wat mij betreft hun moeite. Het raakt me niet. Ja ik loop over van begrip. So what! Jullie probleem, niet het mijne en gelukkig van geen betekenis meer in mijn leven.

In mijn werk merk ik dat IT managers soms maar al te gemakkelijk de indruk wekken dat het natuurlijk niet zo mijn terrein is om een mening over IT te hebben. Wat weten (blonde) vrouwen daar van af immers? Nou, eh… deze dame meer dan jullie mannen! Instanties laten met het grootste gemak weten zich geen lor van mijn transitie aan te trekken en blijven me gewoon adresseren als meneer. Ze moesten eens weten hoe gvd veel pijn zo’n operatie is… Kerken en ‘gelovigen’ laten bij tijd en wijle weten dat het toch wel erg goddeloos is om je ding er af te laten halen ten gunste van iets veel leukers en ga zo maar even door. Get a life!

Het is wel over met mijn moeite om altijd en eeuwig te ‘moeten inzien dat het voor anderen moeilijk is om te accepteren.’… Dat terwijl een lieve prachtige vriendin die ‘net als ik’ is regelmatig volslagen idiote reacties krijgt omdat ze is zoals ze is. Het is mooi geweest. Ik ben transgender (oke, transseksueel dan) en ik ben er trots op! Ik heb er pijn voor moeten lijden en niet zo’n beetje ook. En regelmatig heb ik nog pijn. Ik heb het er graag voor over maar zeur er dan niet over tegen mij! Ga iets nuttigs doen, arme mensen rijk maken, ouderen helpen, vluchtelingen opvangen of wat dan ook maar laat mij en mijn lieve lotgenotes met rust. Wat maakt het nou uit dat ik heb moeten laten sleutelen aan mijn lijf ten koste van gigantische pijn, een hoop moeite en veel geld. Het is voor mij een weg naar geluk, naar een second life. En wat wie dan ook daarvan mag vinden, het is mijn lijf en mijn weg en die volg ik. Wees liever blij dat je zelf die ellendige transitie niet hebt hoeven meemaken (hoe mooi sommige aspecten daarvan ook zijn trouwens maar dat begrijpt zowat niemand).

Natuurlijk zijn er lieve mensen die goed met het vraagstuk, dat ik ze soms ongevraagd door de strot duw, om gaan. Da’s allemaal mooi en prachtig maar vraag mij niet dankbaar te zijn voor jullie tolerantie of acceptatie. Ik wil niet getolereerd en al helemaal niet geaccepteerd worden. Alsof wie dan ook mij te tolereren of accepteren heeft! Ik ben er gewoon, live with it! Weg gaan ben ik toch niet van plan, ik heb net nog gehoord dat ik 111 jaar oud wordt en die hele transitie heeft me sowieso al jonger gemaakt. Dus wen er maar aan en als je uitleg wilt hebben vraag dan uitleg zonder schroom want die is nergens voor nodig.

Want zeg nu zelf, waarom zou ondergetekende zich eigenlijk moeten laten tolereren of accepteren? Moet ik zonodig een ‘goedgekeurd door de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen’ stempel krijgen? Een accreditatie? (mooi woord vindt ik dat trouwens). Of een kwaliteitskeurmerk ‘echte trans van passabele kwaliteit’. Nee, tolereer me niet. Accepteer me niet. Ga gewoon met me om, ik heb het verdiend en de lieve mensen die er voor me zijn zonder gedoe verdienen dat ook. Leef je eigen leven, wees vooral gelukkig en laat mij mijn tweede leven leven. Mijn ‘second life’ inderdaad want dat is het. Reïncarnatie nog tijdens mijn leven. Door bad karma gedreven transformatie van lijf en ziel. Het positieve is dat ik er niet voor dood hoef te gaan maar gewoon door blijf leven. Gewoon een nieuw level bereikt, een tweede ronde, een second life.

Het eerste leven van mij had goeie dingen in zich zoals een onbezorgde jeugd tot mijn pubertijd. Tot de verkrachting door drie rotmeiden. Ja, goed gelezen. Dat kan ook blonde jongetjes overkomen. Goed was een periode op school, een andere goede periode was in mijn nu voorbije huwelijk. Slecht waren dus die verkrachting, het gepest op de diverse scholen. Slecht waren de keren dat ik op school in elkaar geramd ben, de jaloezie die ik voelde na de geboorte van mijn kinderen, de frustratie van het jarenlang leven in een fout lichaam, de schaamte voor een gedeeltelijk dubbelleven, het verdriet over de pijn die ik mijn liefsten heb moeten doen door mijn verandering. Allemaal rottigheden uit een eerste leven. Een vooral voorbij eerste leven want nu ben ik aan het tweede begonnen.

Dat ‘second life’ bevalt me prima. Goed ik heb weinig bezit en zo goed als geen geld. Ik woon eenvoudig en kan me geen financiële uitspattingen veroorloven. Status interesseert me niet meer, gelukkig maar. Het maakt het er allemaal stukken eenvoudiger op. De wereld ziet me zoals ik aan het begin van deze tekst schreef zoals ik gezien wil worden: een gewone vrouw. In dit leven heb ik tenminste een aantal schatten van vriendinnen en een enkele vriend, een geliefde die zo mooi is (van binnen en van buiten) dat ik me tien keer daags in mijn armen knijp van geluk, geweldige kinderen, een prima baan, allerlei interesses en een leven voor me. In dit second life kan alles weer. Als ik wil zingen zing ik, als ik wil spelen speel ik, als ik wil liefhebben heb ik lief. Dit second life is alles wat het eerste niet was of op zijn minst maar voor een klein deel was.

Goed, ik heb ‘een verleden’ zoals dat soms wat eufemistisch omschreven wordt. Maar het is niet belangrijk want dat verleden is precies dat, een verleden. Ik leef nu, niet gisteren en nog niet morgen. Nu is het goed, nu leef ik, nu geniet ik. Eindelijk ben ik er en hoef ik me niet meer voor te doen als een mens die ik niet echt ben. Eindelijk is het harnas weg en de behoefte aan een nieuw heb ik niet. Mensen om me heen weten dat als ze mij zien ze de echte Alice zien. Zonder een schaduw of een filter. Er is geen enkele reden om mezelf anders voor te doen dan wie ik werkelijk ben dus dan doe ik dat ook maar niet meer.

Het verleden heeft me niet sterk gemaakt, wel verwond. Wat me sterk gemaakt heeft is de transitie van first life naar second life. De moeite, de pijn, de worsteling gevolgd door de aankomst, de overwinning op mijn eigen angsten. En daar sta ik dan plots. Midden in mijn second life. Niet alleen, maar samen met de liefste mensen die er te vinden zijn om me heen, naast me, achter me. Mensen waar ik van kan houden. Ik heb geen medelijden nodig, geen begrip en dus ook geen tolerantie of acceptatie. Ik redt het nu wel verder.

Waarom deze tekst nu ineens? Tsja, misschien alleen maar omdat pas nu al het gedoe achter de rug is ik merk dat ik open sta voor die ander. Dat ik de liefste vrouw gevonden heb die er te vinden is en dat haar liefde me sterk maakt maar de impact van mij als mens op haar me ook aan het denken heeft gezet. Zo aan het denken dat ik eindelijk in staat ben om achter me te laten wat achter me gelaten moet worden. Al is het alleen maar omdat het enige wat echt telt de toekomst is. Mijn toekomst, onze toekomst en misschien een gezamenlijk second life. Gewoon omdat we het verdienen, zij en ik. Samen.

Alice © 2008

Transgender Chronicles 41 (de laatste trein)


Het is zover. Nadat vorig jaar de verzameling computers die ik in mijn vorige leven had opgebouwd er aan moest geloven en eindigde in het depot van het Museon in Den Haag zijn nu de treintjes aan de beurt. Jaren terug toen ik niet meer een klein jongetje was maar een groot jongetje heb ik revanche genomen op mijn ouders. Ik kocht treintjes en alles wat daarmee te maken had dat het een lieve lust was. Maar waarom revanche dan vraag je je misschien af?

Welnu, toen ik dus nog echt een kleine jongen was mocht ik nog bij sinterklaas op schoot kruipen voor een verhaaltje, vermaninkje en vooral kadootje. En daar zat hem de bron van mijn revanche. Punt is dat ik zo graag treintjes wilde hebben want dat hadden mijn vriendjes ook. Ja, ik was in die tijd ‘gewoon’ een jongetje dat met vriendjes ‘cojbojtje’ speelde in de grasvelden tussen de flatgebouwen en verder vooral Dinky Toys, treintjes en zo meer leuk vond. Geen Barbies, geen verkleedspullen (anders dan natuurlijk een cowboy en indianenpak), nee autootjes en treintjes. En eerlijk is eerlijk, dat heb ik heel lang volgehouden. Wist ik veel dat poppen ook leuk konden zijn en niet ‘stom’, dat jaren later verkleden en make up me ook bekoorden. Nee, een kleine blonde gezonde Hollandse knul was ik met een vurige wens om een treinbaan te hebben.

Het is er nooit van gekomen in die tijd. Wellicht was het te duur voor mijn ouders en misschien vonden ze iets anders gewoon leuker voor me. Het werd een racebaan van Jouef met een rode en groene raceauto. Van die zestiger jaren modellen die we nu vooral primitief vinden. Mijn ouders hebben er heel wat plezier van gehad en mijn zus en ik ook. Uren hebben we rondjes gereden en het werd een ware sport om in de vlakke bochten zo het ‘gas’ in te houden dat de autotjes slippend door de bocht gingen maar wel in de sleuf bleven. Je kon er knoepertjes hard mee rijden, zoveel weet ik nog wel. Maar geen treinbaan dus, geen seinen, geen straatverlichting, huizen, autootjes en alles wat er zoal bij een echte modeltrein hoort.

Dat kwam pas veel later toen ik een gezinnetje stichtte en ik en wijlen mijn vader het erg leuk vonden om voor mijn oudste een treinbaan te maken. We gingen voor het betere spul en een specifiek ‘tijdperk’ zoals dat in modeltreinenjargon heet. Roco met NS 50er en 60er jaren materieel. De huisjes werden aan de tijd aangepast en de autootjes ook. Het werd een bloemkool Hollands landschap in extreme kneuterigheid. Eerlijk gezegd allemaal best mooi. Het heeft jaren op zolder gestaan, stof verzamelend, tot het moment dat ik er aan toe zou komen om het van de hand te doen. Gek toch, dat zoiets niet gemakkelijk gaat. Het was het laatste ‘project’ van mijn vader met mij samen. Het was een soort revanche toen, een laatste opflakkering van het kleine jongetje in mij. Trouwens, diegenen die mij goed kennen weten inmiddels welk stukje van dat kleine jongetje er nog steeds zit. Misschien schrijf ik daar nog weleens apart over.

Mijn pa is al jaren terug overleden, mij heeft hij nooit echt gekend. En de treintjes zijn niet meer aangeraakt. Mijn beide jongens vinden het ook niet echt boeiend want er wordt nooit mee gespeeld. Het modelbouw virus slaat bij ons duidelijk een generatie over, misschien wel meerdere. In ieder geval is het tijd om op te ruimen. De treinen zijn in doosjes gedaan, de rails en scenery opgeruimd en alles staat nu te koop. Met een beetje mazzel vindt ik een koper om het in één keer aan over te doen. Het is nog heel erg mooi allemaal en volgens mijn oudste knul rijdt het geweldig. Maar de treintjes moeten gaan. Het eindstationnetje van mijn vorige leven is bereikt, ik rij niet meer mee.

Daarmee is er dus ook aan dit deel van mijn leven een einde gekomen. Geen modelbouw meer, geen gepieterpeuter met lijm, verf en al die knutseldingetjes die nodig zijn om een wereld in het klein te maken. Ik ben te groot geworden voor die wereld. De interesse is hormonaal verschoven naar schrijven, mode, make up en hobbies als wandelen, rennen en reizen. Het is over met de 1000, de 2200, de Sik, de wagons type D en al die andere zo Hollandse treinen. Nog een paar weken en dan rijdt de laatste trein mijn station uit naar een nieuwe exploitant. Misschien kan ik van de opbrengst een mooie jurk kopen en een camera voor mijn oudste zoon. Nu ik dit schrijf valt het me op dat ik er zelfs niet weemoedig onder ben.

Toch zal het wel altijd zo blijven dat als er een trein langs rijdt ik even kijk welk type het is en welke beschildering van welk jaar er op zit. Sommige zaken gaan nooit verloren terwijl het belang er van al lang niet meer bestaat.

Alice © 2008

Transgender Chronicles 40 (sharp dressed woman)

Afgelopen vrijdag ben ik voor het eerst na mijn geweldige Amerikaanse vakantie weer naar mijn stamkroeg gegaan. En omdat ik nog lekker bruin ben voor mijn doen en in een stoere bui was had ik besloten ‘op stoer en sexy’ te gaan. Zwarte jeans, spannend beetje bloot topje, zwart satijnen gilet, netkousen, zwarte pumps, haren in een staartje. Hot dus. Nou ja, voor mijn doen dan. Het mooie is dat als je zelf vindt dat je er wel oke uit ziet dat dit dus blijkbaar voor anderen te zien is. Uitstraling of zo?

Anyway, het was helaas, helaas, een super rustige vrijdagavond in de kroeg. Pas na tienen kwamen er een paar mensen en twee lieve vriend(inn)en. Daarmee werd het in ieder geval een stuk gezelliger want om tekst zitten we echt nooit verlegen. Zo kabbelde de avond verder zonder dat er al teveel leek te gebeuren. En toen kwam zij. Vreselijk mooie ogen, onvoorstelbaar figuurtje, little black dress die behoorlijk wat been liet zien. ‘Heee, wat leuk. Tijd niet gezien jullie…’. Op zo’n moment wordt de wereld een beetje mooier. Trouwens, misschien kennen jullie haar nog van ‘Blondjes’ van een half jaartje terug.

Het heen en weer gepraat over vakanties, elkaar en van alles wat ik me niet meer herinner werd vergezeld met een ogenspel tussen ons beiden. Of ik lesbisch was. Eh, ja? Echt? Nou ja, misschien niet helemaal maar eigenlijk toch wel. O leuk, is ook veel fijner hoewel een vriendje ook wel leuk is. Ja soms wel maar die zie ik niet en jou wel…Hou oud ben je eigenlijk. Nou raad maar. 38 misschien? Nee? Ouder, o dan moet ik natuurlijk uitkijken wat ik ga zeggen. 40? Nee sorry. Jeetje, echt? Tsja, verjongingskuurtje gehad. Wow, je ziet er anders geweldig uit. Lief van je… En ga zo maar door. Kortom een voorbode voor mooie tijden als je tenminste een stapje durft te maken. Telefoonnummers uitwisselen is dan helemaal geen slecht idee.

Rond middernacht was het wel een goed moment om richting de Sappho te gaan. De nacht wegdansen is zo af en toe echt heel erg lekker. Zo ook deze nacht. Eindelijk klopte de muziek, het weer was redelijk en dus stond de stoep vol en was er binnen tenminste nog ruimte om te bewegen (en ademen). Het sfeertje was erg leuk dus heb ik nog uren gedanst. En wat daarna die avond nog gebeurde vertel ik hier niet maar het leven is toch weer een stukje mooier geworden. Waar een beetje extra moeite voor het uitgaan al niet goed voor is.

Alice © 2008

Transgender Chronicles 39 (shit happens)

Ik hou van reizen. Niet van douane’s. Het is nu de tweede keer in een paar jaar dat ik een vervelende ervaring bij een douane heb meegemaakt. Niks schokkends hoor deze keer, maar wel irritant. Ik noem zoiets ‘transgender momenten’. Dat zijn van die momenten waarop je er door iemand weer eens fijntjes op gewezen wordt geen vrouw van geboorte te zijn maar een ‘trans’. Zo ook deze keer dus.

Hoe ging het in zijn of haar werk? Welnu, het vertrek van Schiphol ging zo soepeltjes dat ik me eigenlijk niet zoveel meer herinner van het gedoetje daar. Anders dan twee jaar terug werd ik nu niet apart genomen voor een body search en het enige dat ik me nog goed herinner van deze keer is dus de opluchting dat dat niet gebeurde. De vlucht er na was lang maar genoeglijk en omdat we overdag vlogen was er genoeg te beleven. De ijsbergen bij Groenland, de bergen en meren boven Canada en tot slotte de landing met zicht op de skyscrapers van Chicago. Eenmaal aan de grond op Chicago O Hare moesten we door de douane. Niet alleen wij zelf maar ook onze bagage. Ondanks dat het een transfervlucht was is het zo dat je de douane perikelen krijgt zodra je voet op American soil gezet hebt.

De rij bij de douane verliep redelijk vlot. Iets wat zeker niet gezegd kon worden van de bagageafhandeling na de douane. Maar goed zover zijn we nog niet, eerst de douane nog. Nu moet ik er even bij vertellen dat ik weliswaar een post-opje ben volgens het transenjargon maar dat mijn paspoort nog steeds een ‘M’ vermeldt en geen ‘V’. Ik en mijn paspoort zenden dus nog steeds een dubbele boodschap uit. (Mijn vliegticket stond op naam van een zekere Mevr. Alice Verheij en de boarding passes benoemden ene Verheij/Alice zonder geslachtsaanduiding.) Ondanks dat die dubbele boodschapen vaker voorkomen loop ik dus het risico dat er bij grensoverschrijdingen grenzen worden overschreden. Zo ook deze keer.

Bij het loketje van de douanebeambte kwamen de bekende vragen langs als ‘waar gaat u naar toe?’, ‘waarvoor?’ en ‘waar logeert u?’ en vooral ‘wanneer vertrekt u weer?’. Niet het meest gastvrije vraaggesprekje dat ik me kan herinneren, maar goed ze moeten het nu eenmaal vragen in deze gevaarlijke tijden nietwaar? Na de vragen werden mijn vingertopjes gescand en ondertussen keek de douaneman nadrukkelijk in mijn paspoort. Er werd nog wat van dat paspoort ingescand, UV lampje er over heen en ga zo maar door. Ik dacht dat het allemaal wel achter de rug was en normaal gesproken zou dat ook zo zijn.

Geheel tot mijn verrassing kwam er nog één vraag uit de mond van de douanier, niet om hem beantwoord te krijgen overigens. Zijn ogen zeiden genoeg wat dat betreft. ‘So, you’re a guy?’. Ik heb hem alleen maar aangekeken en antwoordde zoiets als ‘Well, not exactly.’. Toen gebaarde hij dat ik door kon lopen.

Kijk het is niet dat er weer eens iemand het nodig vindt om me op die manier te laten weten wat voor mens ik in zijn ogen ben. Het is de inbreuk op je privacy die er weer eens gepleegd wordt dat me hindert. Want het hinderde me wel. Niet zodanig dat ik er iets mee wou doen of zo, teveel gedoe immers. Maar wel genoeg om me te irriteren. Het is gewoon niet leuk om weer zo’n ervaring op te doen. Het is ook allemaal niet erg hoor en ik kan er inmiddels mee om gaan. Maar je vergeet het niet, het blijft hangen zogezegd.

Verder is het me in de hele vakantie geen enkele keer overkomen dat ik verkeerd gelabeld werd. Het was toch vooral ‘Yes, ma’am’ en ‘No, ma’am’ wat ik te horen kreeg en dat klonk wel goed. Mijn vakantieplezier is er niet door beïnvloed, mijn gevoel voor eigenwaarde al helemaal niet. Alleen is er wel even die irritatie omdat ik ook wel weet dat de beste man geacht wordt dit niet te doen. Way out of line dus. Het is overigens wel iets waar ik voor de reis al rekening mee gehouden had en in die zin is mijn gevoel dan ook eerder te omschrijven als ‘well, shit happens’ in plaats van gekwetstheid.

Alice © 2008

Transgender Chronicles 38 (zelfbeeld)

Eén van de zaken waar veel mensen als ik mee worstelen is het zelfbeeld en dat geldt natuurlijk ook voor mij. Immers, een groot deel van mijn leven heb ik als jongen en man geleefd. Inmiddels is dat al een tijd anders. Leven als man terwijl je het niet bent heeft iets surrealistisch. Net zoals het voor sommigen die mij langer kennen surrealistisch is me nu als vrouw te zien.

Mijn zelfbeeld wordt voor een belangrijk deel bepaald door hoe ik me op een bepaald moment voel. Als ik relaxed ben zit het wel goed. Zelfvertrouwen te over in die gevoelstoestand. Het kost me verbazingwekkend weinig moeite om gewoon mezelf te zijn. De kans dat iemand me meneer noemt of me twijfelachtig aan kijkt is erg klein tegenwoordig. Er is een soort basis identiteit waarop ik blijkbaar kan terugvallen en die identiteit is vrouwelijk. Voel ik me daarentegen niet prettig dan besteed ik al snel minder aandacht aan mijn uiterlijk. Meer casual / slordig gekleed, geen make up of hoogstens lipstick. Toch wordt ik ook dan niet meer verkeerd ‘gelabled’ door onbekenden. In die zin ben ik dus wel tevreden over mijn uiterlijk en dat steunt mijn zelfbeeld. Ik heb wat dat betreft geluk denk ik. Zo ben ik niet al te groot en zijn mijn trekken niet mannelijk (meer). De hormoontjes hebben overtuigend hun werk gedaan.

Maar zelfbeeld is meer. Er is een mentaal zelfbeeld dat niet zozeer met uiterlijk te maken heeft maar veel eerder met innerlijk en gedrag. Met hoe mensen me ervaren in plaats van wat hun ogen hun vertellen. Bijzonder genoeg merk ik daar de laatste maanden een verschuiving op. Vrouwen zien me als een vrij zachtaardige maar zelfverzekerde vrouw van middelbare leeftijd waarmee je een gesprek kunt hebben. Soms kom ik een vrouw tegen die me zelfs leuk lijkt te vinden. Mannen voelen zich niet meer bedreigd door wie ik ben. Dat is weleens anders geweest. In het begin van mijn transitie kwam ik nog weleens mannen tegen die geschokt waren door mijn verschijning als ‘voormalige man’ die toch wel vrij vrouwelijk is. Wat er in de psyche van die mannen gebeurde weet ik natuurlijk niet maar ik vermoedt dat het op zijn minst bevreemdend is dat iemand lichamelijk veranderd op een punt dat voor mannen toch nogal gevoelig ligt. Dat levert een confrontatie op die weleens lastig kan zijn. Gelukkig zijn de meeste geschokte reacties van mannen inmiddels ook verleden tijd. Dat zal vooral liggen aan mijn gedrag denk ik dan maar. De mannelijke kantjes zijn er zo langzamerhand wel afgesleten en dus spreken zij en ik niet langer dezelfde taal.

De beste bevestigingen van mijn zelfbeeld zijn de reacties van anderen op mij als ze me niet of net kennen. Een gesprek met een boeiende vrouw die me na een tijdje zegt dat ik mooi ben en dat letterlijk bedoeld. De jongen in de supermarkt die me na rent ‘mevrouw, mevrouw u hebt uw sleutels laten vallen’ roepend. De mannen vanmorgen, toen ik bij een vriendin weg ging en in de ochtendvroegte naar buiten stapte, die  me vrolijk goedemorgen wensten en waarvan er eentje een knipoogje naar me gooide. Het is eigenlijk het alledaagse dat me bevestigd in mijn zelfbeeld van vrouw op middelbare leeftijd die er best wel aardig uit schijnt te zien. Het is een mooie maar ook rare ervaring omdat het precies die ervaringen zijn die in mijn leven er niet waren. Goed ik ben niet de jongste meer en zeker niet een schoonheid of zo. Maar blijkbaar wordt ik gezien en blijkbaar is dat niet al te vervelend, zowel voor mannen als vrouwen.

En als dan één van mijn kinderen bij me is en we plezier maken dan wil het zomaar voorkomen dat mensen me toch echt als een moeder met zoon of dochter zien. Ondanks de kwetsbaarheid van die observatie is dat een signaal dat me, meestal heimelijk, veel plezier doet. Goed ik ben dan biologisch wel een vader maar mentaal zeker niet. Ik weet dat ook die gevoelens veranderd zijn en blijkbaar is dat zichtbaar voor buitenstaanders.

Ben ik nu tevreden met mijn zelfbeeld? Is het een mooi zelfbeeld? Als ik heel eerlijk ben zal ik zeker niet klagen. Goed, er kan uiterlijk altijd iets beter en mooier. Tsja welke vrouw heeft dat nu niet? Maar naarmate ik me vaker goed voel en soms zelfs gelukkig wordt me duidelijker dat ik best blij mág zijn met de mens die ik nu ben. Ondanks een groot deel van mijn leven dat als verloren voelt. De komende dagen ben ik in Parijs te vinden. Vooral flanerend en plezier makend. Een dame die misschien niet meer zo jong is maar die eindelijk begint te leven. Kijk ik naar de foto boven dit stukje, gisteren genomen in de prachtige Harense Hortus, dan zie ik mezelf en ben ik blij.

Alice © 2008

Transgender Chronicles 37 (anijsmelkdag)

Het is weer zover. De wiebeldagen zijn aangebroken (zie eerder in deze reeks). Dagen waarop ik me niet lekker voel, beetje verdrietig ben zonder duidelijke reden, melancholische muziek draai en het buiten regent. Het een zal wel met het ander samenhangen. Het is een anijsmelkdag. Komt bij dat ik een beetje brommerig ben, mijn eufemisme voor een licht schorre keel die doet vermoeden dat ik teveel testo’s in mijn bloed heb of flink gerookt en gedronken heb. Niet de sexy lage vrouwenstem die ik mooi vindt maar gewoon een beetje schraperig.

Maar goed, het is dus een anijsmelkdag. Zo’n dag waarop mijn lieve Mimi de pootjes en haar kop op mijn arm komt leggen omdat ze ook wel door heeft dat het even niet gaat zoals ik wil. Op een anijsmelkdag maak en drink ik dus anijsmelk. Het doet me aan vroeger herinneren wanneer ik weer eens buikpijn had. Dat had ik als kind vaak en mijn moeder had een prima oplossing die me altijd is bijgebleven en die de laatste tijd weer erg nuttig blijkt te zijn. Een beker warme melk met een paar anijsblokjes er in opgelost. Het zoetpittige goedje doet mijn gevoel teruggaan naar voor mijn twaalfde jaar naar voor 1975. Er is weinig lekkerder dan zo’n beker. Het werkt het beste vlak voor het slapen gaan maar ook overdag geeft het rust. De anijs heeft een vreemde kalmerende werking. Het zal niet voor niets zijn dat het in allerleid dranken wordt gebruikt als ingrediënt. Anijs wordt onder meer gebruikt in de pastis, het Griekse ouzo en het Turkse raki. Het is een belangrijk ingrediënt van absint, sambuca, arak, Bénédictine, Brokmöpke, Elixir d’Anvers, tsikoudia, tsipouro, rakia, rakija en patxaran. Zo leert WikiPedia me. Een aantal van die drankjes ken ik wel maar er is er eigenlijk geeneen die het kan opnemen tegen warme anijsmelk.

In gedachten komt mijn moeder me een bekertje brengen. Vergezeld van een beschuitje met suiker. Zo ging het bij ons thuis toen het leven nog mooi was. Toen het soms gewoon lekker was om een beetje ziek te zijn met een beetje koorts en veel slaap. Met een warm bed en zacht licht. De harde wereld bestond nog niet voor me, die kwam later in mijn leven. Als ik nu dus anijsmelk drink waan ik me weer even terug zonder de problemen die volwassenen op hun weg vinden, zonder discriminatie, geweld, liefdeloosheid en manipulaties. Anijsmelk, het laat me weer even jong zijn. Een beker vol kleine slokjes geluk die me laat weten dat je geluk kunt drinken, in je lijf kan voelen stromen, weldadig, vriendelijk.

Het is misschien raar maar de laatste maanden drink ik meer anijsmelk dan in de jaren daarvoor. Misschien omdat het me helpt alleen te zijn en mezelf niet onder te dompelen in donkere gedachten. Misschien omdat het een pijnlijke keel verzacht. Misschien omdat ik wil vergeten wat er allemaal gebeurt is in een jaar. Omdat ik wil vergeten hoe zwaar dat jaar was, hoeveel er kapot is gegaan, hoe vaak ik kapot ben gegaan. Misschien omdat ik me sterk wil voelen maar het niet ben. Misschien omdat ik die moeder met haar anijsmelk nog een keer terug wil hebben. Die moeder de me verteld alles maar even te vergeten, mijn ogen dicht te doen, te slapen maar eerst mijn anijsmelk laat opdrinken. Misschien staat die anijsmelk wel voor het doorleven van een nieuwe jeugd in een tweede leven. Misschien is het een metafoor voor onbezorgd leven. Misschien is dat de reden waarom ik zo graag die anijsmelk weer drink en me dan telkens weer even gelukkig voel.

Alice © 2008

Transgender Chronicles 36 (liefde, lijf en lust)

Liefde

Nauwelijks zichtbaar staat ze langs de rand van de heide met de hand boven de ogen tegen de zon in te kijken. Van binnen onrustig, van buiten de kalmte zelve. Tot kort terug de vrouw waar ik van hield als geliefde, tot iets langer terug werkelijk mijn geliefde. En nu? Nu zo langzamerhand mijn zus. Gevoelsgenote, met een gedeeld, verdeeld, geknipt leven. Net als ik. Sterk en onzeker. Met een enkele blik in staat mijn ziel in te dringen. Zoveel van mij wetend en zo goed aanvoelend waar het soms moeilijk bij me is, alsof we altijd samen waren. En het is nog maar een goed jaar dat we elkaar kennen. Sterker dan ik met haar zelfstandigheid, zwakker met armpje worstelen. Altijd de woorden vindend die ik zelf niet vindt. Aanwezig op de momenten dat het echt nodig is. Niet meer elke dag in mijn gedachten maar wel vaak. Mijn zus. Mijn zus ook die me eigenlijk dwingt om mijn eigen leven in te vullen, zich over me zorgen maakt en me beschermt. Die me laat weten dat ik haar nooit kwijt raak. Ach kon het maar zo zijn dat die werkelijkheid bestond. Ooit zal die dag komen maar dat is misschien pas een leven verder.

We hebben al zo vaak samen gewandeld, samen genoten van wat de natuur geeft, van het terras, van elkaars gezelschap. Van elkaars verdriet soms maar zoveel meer van elkaars lach. We hebben elkaar in elkaars leven toegelaten, zo ver dat er geen weg meer terug is. Met een zusterliefde die tegen alles bestand is. Allebei hebben we gevochten met gevoelens, met draken in ons hoofd, met pijn over wat er niet kan zijn. Maar we zijn er nog, we hebben nog steeds plezier. En ik? Ik ben vrij, vrij van de drukkende verliefdheid, vrij om mijn leven in te richten op een manier die bij mij past. Hoe dat er uit ziet begint zich langzaam af te tekenen.

Lijf

De afgelopen verwarrende tijd stond in het teken van het herstel van mijn lichaam en daarmee het herstel van mijn gewone functioneren. Maar dat niet alleen. De afgelopen maanden stonden ook in het teken van liefde, vriendschap en gevoelens. Hoe ik daarmee om ging en om wil gaan. Wat belangrijk is, wat dat niet is en hoe ik als mens verder wil en kan gaan. Misschien moet gaan. En intiemer, de afgelopen tijd stond in het teken wat het verschil tussen lust en liefde voor mij is. Allemaal onderwerpen die zich aan me opdringen door de verandering van mijn lijf als gevolg van de operatie zelf en van de daardoor veranderde hormoonhuishouding. En dat laatste is een gebied dat al snel over het hoofd wordt gezien. Naast het fysieke gevecht ben ik geconfronteerd met mijn eigen verlangen, zelfs met mijn eigen lust en uiteindelijk met de vraag wat liefde voor mij betekend als die in de vorm van beantwoorde lust achterwege blijft maar er mentaal wel is. Deze confrontatie is moeilijk, soms verwarrend en gaat diep. Ze valt me zwaar en dat moet ook want het gaat om mijn eigen waarden. Hoe denk ik over deze onderwerpen en kan ik werkelijkheden accepteren of wordt ik ongelukkig?

Mijn lijf verteld me zoveel de laatste weken. Het verteld me wat ik prettig vindt, wanneer ik teveel gevergd heb, wanneer ik iemand bij me wil voelen, wat ik al aan kan en wat niet. Mijn lijf is een wispelturiger vriendin dan mijn zus. Maar het is wel mijn vriendin aan het worden. Nog nieuw in sommige opzichten, ongelooflijk sterk maar ook kwetsbaar. Soms gesloten, soms toegankelijk. In staat om zich te spannen, in te spannen, te reageren op nieuwe manieren met een intensiteit die me verrast. Om zelfs nu al flinke wandelingen te maken. Langzaam maar zeker leer ik lief te zijn er voor. Langzaam aan begin ik mijn eigen lijf te verstaan. En langzaam aan begin ik echt te luisteren er naar. De waarschuwingen die het me geeft serieus te nemen om dan mijn rust te nemen. Maar ook om het uit te dagen, stappen te laten maken. De ene dag hard werken, inspannen, de andere dag rusten, herstellen, sterk worden.

Lust

Naast liefde en lijf is er lust. Waar ik dat vroeger moeilijk vond en vijandig, me er verlegen bij voelde, is dat tegenwoordig een geschenk. Het betekent niet alleen dat lijf en liefde er voor me zijn maar ook dat ik mezelf mooi kan vinden. En dat krijg je ook terug van anderen. Mooie vriendschappen en geen ongemak meer in gewoon menselijk contact. De twijfel is er wel soms om me uit te spreken als iemand me aan trekt. Dat is ook wel begrijpelijk als lijf nog niet helemaal in orde is en fysieke liefde me net in de steek heeft gelaten. Ik kan er nu mee om gaan en dat is al heel wat meer dan ik ooit tevoren kon. Maar juist lust dwingt me om te leren waar nooit ruimte voor was. Om te ervaren, te voelen hoe het is om als vrouw te leven. Me te verhouden tot mannen en vrouwen. Lust brengt me regelmatig in prettige verwarring. De behoefte is er, de wens ook wel maar de vorm is niet duidelijk. Als een jonge vrouw ontdek ik mezelf, leer ik mezelf in balans te houden. Leer ik van mezelf te houden zonder die spanning van vroeger. Maar ik ben niet jong.

Die vrouw die aan de rand van de heide met de hand boven de ogen de verte in kijkt heeft me onbedoeld vrijgemaakt, me gedwongen om mijn weg te zoeken. Ze is nu mijn zus en daarmee veilig gezelschap. De veranderingen die we hebben ondergaan in onze onderlinge band heeft in plaats van een verwijdering juist verdieping van gevoelens bij mij gegeven. Duidelijkheid dat ik met al mijn gevoel, met mijn liefde, mijn lijf en mijn lust mijn eigen weg ben op gegaan. Waar die weg naar toe gaat weet ik niet maar dat hoeft ook niet. Het is in ieder geval geen onprettige weg om te gaan zelfs ondanks dat onvervuld verlangen.

Alice © 2008

Transgender Chronicles 35 (is het ’t waard?)

Zo af en toe vraagt iemand me of het ’t allemaal waard is. Dat gebeurt dan meestal in een heel persoonlijk gesprek. De vraag is in het algemeen natuurlijk goed bedoeld maar voor mij als bevraagde de moeilijkste die me gesteld kan worden.

Het gaat er dan bij die ander om er achter te komen of alle offers en verliezen die ik als transseksuele vrouw heb moeten brengen en accepteren het waard zijn. Andersom, of die overgang van man naar vrouw al die ellende waard is. In alle eerlijkheid: ik heb er geen antwoord op, wel vragen aan mezelf.

Soms maak ik me met het antwoord er maar een beetje vanaf door te zeggen dat het ’t zeker waard is, want wat is er nu fijner om eindelijk jezelf te kunnen en mogen zijn. De leugen voorbij, ook fysiek. Maar bijna zonder uitzondering week ik dat ik me er dan te gemakkelijk van afmaak. Soms probeer ik uit te leggen welke vragen ik mezelf stel. Dat zijn vragen als: is het ’t waard dat mijn huwelijk voorbij is, de liefde die er eens was verdwenen? Is het ’t waard om alleen te leven zonder mijn kinderen bij me en met een dagelijkse leegte in mijn hart? Is het ’t waard dat ik mijn bedrijven verloren heb? Is het ’t waard dat ik (een deel van mijn) familie ben kwijt geraakt? Is het ’t waard dat ik huis en bezit heb verloren? Is het ’t waard dat ik alleen leef terwijl ik dat niet kan? Is het ’t waard om soms buitengesloten te worden in het dagelijks leven? Is het ’t waard om die periode van moeizaam herstel en pijn door te maken? Is het ’t waard mezelf jaren lang psychisch te belasten met wachten, onzekerheid, twijfel? Is het ’t waard om me telkens weer te onderwerpen aan een overheid die niet met mensen als ik kan omgaan? Is het ’t waard om zo vaak te moeten uitleggen hoe het met me zit aan mensen waarvan ik vindt dat het ze niet aan gaat maar waar ik wel afhankelijk van  ben? Is het ’t waard om zoveel mensen om me heen ongevraagd te moeten confronteren met iets wat ik zelf al nauwelijks begrijp? Is het ’t waard om een paar mensen die dicht bij me staan of stonden pijn te doen? Omdat ze niet voelen wat ik voel? Is het ’t waard om zoveel geld te moeten besteden aan het veranderen van mijn leven? Is het ’t waard?

Al die vragen brengen me in verwarring want ondanks alles kan ik niet anders dan zijn wie ik ben. Accepteren hoe ik ben, omgaan met de verandering die ik zo graag wil, leven met de fysieke ongemakken en zelfs pijn. De afgelopen maanden, jaren heb ik gemerkt dat bijna alles voorbij gaat. Wat een half jaar terug me bang maakte is voorbij. Wat me drie jaar terug als een zwart gat voorkwam waarbij ik twijfelde of ik het zou redden, is sneller voorbij gegaan dan ik verwacht had. Bij vriendinnen die het al jaren achter de rug hebben zie ik dat zelfs na al die jaren ze toch nooit helemaal die overgang achter de rug hebben. Er nog altijd mee geconfronteerd worden. Stuk voor stuk zijn ze getekend maar stuk voor stuk zijn het mooie en heel lieve mensen geworden. Dat is een mooi vooruitzicht.

Maar uiteindelijk, aan het eind van de marteling van al die vragen, blijft er toch ondanks alles maar één gevoel over: ik ben er en ik mag er zijn zoals ik nu ben. Dan is ook bij mij het antwoord een hard ‘ja, het is het waard. Natuurlijk!’

Alice © 2008

TG’s gebundeld (voorlopige versie)

Voor diegenen die interesse hebben in de complete ‘Transgender Chronicles’ tot en met aflevering 46, hier zijn de transgender-chronicles gratis te downloaden. Het is natuurlijk een voorlopige versie. De definitieve zal een algehele redactie ondergaan, aangevuld worden met nieuwe afleveringen en sommige afleveringen zullen vervallen. De definitieve bundel beschrijft dan het jaar van mijn transitie en verschijnt later dit jaar. Op welke wijze en waar is op dit moment nog niet definitief bekend.

Commentaren en suggesties zijn van harte welkom.

Alice

Transgender Chronicles 34 (Ying & Yang)

Ik heb me er nooit zo mee bezig gehouden. Met Ying en Yang bedoel ik. Tot vandaag.
Soms heb je dagen die nogal onbegrijpelijk verlopen. Waarop goed en minder goed elkaar afwisselen op een onbegrijpelijke manier.

Het begon allemaal wel oke. Na mijn ziekenhuisbezoekje van gisteren zag ik tegen de tocht terug naar huis op. Gelukkig kon ik bij een vriendin blijven slapen waardoor ik pas vandaag terug hoefde te rijden. Daardoor was in ieder geval de belasting minimaal voor me, uiteindelijk wil ik zo min mogelijk risico lopen in deze tijd van herstel. Het vergt allemaal toch al meer dan genoeg van mijn lichaam. Vanmorgen rustig wakker geworden na een hele diepe en dromerige slaap. Rustig ochtendje gehouden en lekker koffie met een sandwich als ontbijt in een leuke zaak genoten. Onderwijl wat rommelen met iTunes. Hartstikke gezellig dus. Daarna in de auto en via de reiswinkel op de Overtoom naar huis.

Een kaart van Californië was vlot gevonden en een redelijk boekje ook. Ze schenken er ook koffie dus ben ik lekker blijven zitten. Het was nogal rustig dus raakte ik aan de praat met de bazin van de zaak en op de een of andere manier was dat heel leuk en vloog het gesprek alle kanten op. Na een tijdje kwam het op schrijven, reisboeken en reisverhalen en nog weer later ontstond er een project voor later dit jaar. Een avond over verschillende reisbestemmingen met verhalen, foto’s, kunst en muziek. Het idee ontstond gemakkelijk en de invulling ook. En dus wordt er later dit jaar een avond georganiseerd met verschillende mensen die verhalen hebben over boeiende gebieden op onze aardbol. Na een paar heerlijke uren heb ik mijn weg naar huis vervolgd. Tot zover Ying (of Yang, dat weet ik eigenlijk niet).

Na een lange maar rustige rit was ik thuis. Eerst de kat eten gegeven en de post doorgenomen. Niet altijd een onverdeeld genoegen dat laatste. Er wil nog weleens ellende tussen zitten, maar goed. Na wat rust werd het tijd voor het ‘onderhoud’ zoals ik het maar noem. Toen kwam Yang (of Ying) om de hoek kijken. Hechtingendraadjes, pijn, rommel. Niet bepaald fijn. Na overleg met het ziekenhuis vond men verstandig dat ik toch morgen maar voor controle kom. Ontzettend balen, want opnieuw zo’n reis zit ik niet bepaald op te wachten. Maar goed, dat moet dus wel. Het was ook wel schrikken natuurlijk, fijn is anders. Aan de andere kant van de lijn probeerde ze me wel gerust te stellen, het is waarschijnlijk een gevolg van het onderzoek van gisteren. Op zich niet erg maar ondertussen moet ik dus wel weer van Den Haag naar Amsterdam morgen.

En nu staat er een pizza naast me te wachten om opgegeten te worden en dat gaat dan ook zo snel mogelijk gebeuren want trek heb ik wel. Ik ben wel benieuwd wat de dag van morgen me gaat brengen. Hopelijk zoveel mogelijk Ying zonder Yang (of Yang zonder Ying, dat weet ik nog steeds niet). En daarna een weekend om zoveel mogelijk uit te rusten. Hulp is er dan gelukkig wel.

Alice © 2008

Transgender Chronicles 33 (over gender ongemak)

Het is de rechter hersenhelft die je hierboven ziet. De linker is nog even buiten beeld. Emotioneel als ze is wil ze even niet zichtbaar zijn. Zo ongeveer is mijn brein met me bezig vandaag. De ratio kant is even in verwarring, bitjes door elkaar, oververhit want het fannetje blies niet zo sterk en de emotio kant heeft ratio de hele dag al op de hak genomen.

Wat is er aan de hand met die celletjes onder mijn schedeldak? Tsja als ik dat wist had ik dit niet geschreven vanavond. Even een reconstructie van de dag dan maar, misschien dat het me dan wat duidelijker wordt.

’s Morgens opgestaan, beetje loom en laat want gisteren was een heerlijke maar ook lange dag. En de slaap was pas laat gekomen. Wat ge-iChat, douche in, insmeren met de verschillende olietje en cremetjes, koffie gedronken, gebrunched en moeders gebeld. ‘Zal ik even langskomen voor een kop koffie, moet later de stad in want een vriendin staat daar op een soort marktje’. ‘Nou eh, doe maar niet want die anderen zijn er.’ (‘Die anderen’ is moeders eufemisme voor mijn homofobe zwager en mijn transfobe zus die me al jaren niet wil zien en zich niet interesseert voor me. Die zus die te bloody stubborn is om even de foon te pakken en te vragen of de operatie geslaagd is. ‘Die anderen’ dus.) Nou ja, niet welkom bij je eigen moeder omdat ze niet wil dat het tere zieltje van mijn zus geconfronteerd wordt met haar ex-broertje-nu-zusje. Hoezo voel ik me genderfucked?

Acute pestbui dus en maar even een tijd extra gewacht voordat ik de stad in ben gegaan in de hoop dat die bui wegzakt want het is het me niet waard om de frustraties van ‘die anderen’ mijn dag te laten verpesten. Naar de tram geslenterd en van de tram naar de Fluff market. Onmogelijke ingang door – en ik had toch al meer pijn dan de afgelopen dagen – en daar zie ik die lieve vriendin tussen allerlei leuke standjes met allerlei verleidelijk leuke hebbedingen. Tasjes, riemen, knuffels, stickers, boekjes en ga zo maar door. Allemaal eigen maaksels van behoorlijk knappe creatievelievelingen. Super sfeertje want de DJ draait de hele dag mijn muziek, wow.

Andere bekende genderbenders en -switchers gezien en dus goed gezelschap. Leuke vrouw ontmoet en tijd mee gekletst over politiek, schrijven, mensen, gevoelens, verdriet, blijheid, leven, gender, seks (eh…). Dus is het een steeds leukere middag geworden naarmate de tijd vorderde. Eind van de middag helemaal blij, vooral toen we besloten om gedrieën ergens te eten.

Eigenlijk speelde de dag door gender telkens een rol. Eerst negatief want afgewezen voelde ik me ’s morgens wel. Daarna comfortabel bekend omdat er een paar bekenden uit mijn wereldje waren. Dan een onverwachte ontmoeting en een mooi gesprek waarbij het onderwerp bepaald niet verstopt bleef. En tot slot in mijn hoofd, buiten beeld van anderen. Want tegelijk met alles wat er voor gebeurde groeide er een besef dat eigenlijk al weken sluimert. Dat stomme gender zit me teveel in de weg. Constant die vragen aan mezelf:
‘Wie ben je nu echt, Alice?’
‘Wat is je identiteit?’
‘Weet je nu wat het is om je vrouw te voelen?’
‘Wil je een man of juist niet of misschien als experiment alleen?’
‘Hoe zien die anderen je, Alice?’
‘Waarom is dat belangrijk voor je?’
‘Waarom durf je niet dat stapje te maken als je een leuk iemand tegenkomt?’
‘Ben je nu lesbisch of bi?’
‘Maakt dat dan wat uit voor je, Alice?’
‘Hoe zie je jezelf over tien jaar? Over twintig jaar?’
‘Weet je wel wat het is om van iemand te houden?’
‘Waarom maak je je zo kwaad over gender discriminatie?’
‘Waarom laat je je door die transfobe lui opfokken?’
‘Ben je wel sterk genoeg om dit aan te kunnen?’
‘Je zegt dat je gelukkig bent, maar is dat zo?’
‘Weet je wel wat geluk is of eigenlijk niet echt?’
‘Hoe bevalt je leven je? Is het goed zo?’
‘Waarom vindt je jezelf dan soms niet mooi?’
‘Waarom vindt je jezelf dan soms geen vrouw?’
‘Waarom ben je bang om alleen te blijven?’

En ga zo maar door. Eigenlijk zou ik ze uit mijn hoofd willen bannen, gewoon mijn leventje leiden. Zoals een vriendin vandaag zei: wij zijn bohemiens. Neem je leven, leef het. We hebben elkaar beloofd om ons niet het leven te laten benemen door de sombere en donkere momenten maar om juist dan er gewoon weer tegen aan te gaan. Dòòrleven of je leven er van afhangt. Genieten om het genieten, gek doen, gek zijn, mensen ontmoeten. Fuck dat gender, wat maakt het nou helemaal uit. Dus zeg ik dan tegen mezelf als niemand het kan horen: ‘Ben je geen man en vindt je dat je nooit helemaal vrouw zal zijn, je bent een Alice en dat is ook wel oké.’

En aan het eind van de dag is er volslagen onverwacht een prettige onrust omdat er weer een dag is geweest waarop ik iemand heb leren kennen die me geraakt heeft. In het gesprek en met haar blauwe ogen die soms dwars door me heen gingen. Wow! Zal ik haar vaker zien?

Aan het eind van de dag is gender niet meer belangrijk maar ben ik alleen met mezelf, in een prettige verwarring. Maar wel in verwarring.

Alice © 2008

Naschrift: (M)alice was er vandaag ook bij. Alice kocht een beauty van een portemonnee, (M)alice een te gek Poptasi t-shirt). Misschien was (M)alice er vandaag nog wel meer dan Alice.

Transgender Chronicles 32 (eerste keren…)

Ja hallo, dat ben ik niet op die foto hoor. Het gaat ook niet om de dame maar om de minimalistische bekleding die ze aan heeft.

Eén van de vreemdste ervaringen bij gender transitie is dat je, ook als je al wat ouder bent en niet meer zo strak in het velletje zit, op allerlei momenten geconfronteerd wordt met iets wat je voor het eerst overkomt of wat je voor het eerst doet. Dat terwijl anderen dat soms al tientallen jaren achter de rug hebben.

De eerste keer de straat op gekleed zoals je wilt, de eerste keer dat ze je mevrouw noemen, ik heb het allemaal al jaren achter me nu. Eigenlijk dacht ik dat het wel gedaan was met die periode van toch wel spannende momenten. Niet dus.

Gisteren ben ik naar het strand geweest. Nu kom ik daar wel vaker maar deze keer was het om er met mijn lief vooral te liggen bakken in plaats van wandelen. En bakken doe je het beste schaars gekleed. Topless vindt ik wat ver gaan op mijn leeftijd maar een bikini moet kunnen niet waar? Ook al zit er zo hier en daar iets meer dan ik zou willen, slecht staat het me niet. En plotsklaps was het er weer, die ‘eerste keer’.
De eerste keer in bikini op het strand in de betrekkelijke drukte. Mensen die me zien, mogelijk aan me zien dat de vormen niet al te vrouwelijk zijn. Nauwelijks heupen, je zou denken dat er gestaard wordt. Niet dus.

Deze eerste keer gaf me weer die spanning die ik zo goed ken inmiddels. En deze eerste keer was die spanning ook in no time weer weg. Want ik viel niet op, mijn lief ook niet. Geen gestaar maar wel een lekker warme zon, zonnebrand, zonnebril, zand en zee. Voor een middag en avond was de wereld weer heel mooi. De vrijheid om gewoon lekker op het strand te kunnen liggen kletsen was fantastisch. Vakantieplannen doorpraten en ondertussen het zand tussen mijn tenen voelen. Veel te lang niet gedaan, niet durven doen en gisteren kon het weer, eindelijk.

Ze zullen nog wel af en toe ineens om een hoekje liggen, die eerste keren. Het hoort er bij, ik weet het. Maar het blijft een vreemde en bevreemdende ervaring. Tegenwoordig altijd mooie ervaringen die me telkens weer een beetje completer maken. Voor een ander niets speciaals, voor mij op die momenten wel om daarna ook voor mij niet meer speciaal te zijn. Morgen ga ik in mijn eentje weer lekker het strand op, eventjes genieten.

Alice © 2008

Transgender Chronicles 31 (over identiteit en rolmodellen)

De foto hierboven is van Prof. Deirdre McCloskey, een Amerikaanse vrouw die ik respecteer.

Distinguished Professor of Economics, History, English, and Communication
University of Illinois at Chicago

Professor of Social Thought
Academia Vitae, Deventer

De reden waarom ik haar foto hier plaats is omdat ik haar als rolmodel zie voor een vrouw met transseksuele achtergrond die niets ingeleverd heeft op professioneel vlak. Sterker nog die alle respect verdiend en krijgt in de academische wereld. Dat ze als man geboren is doet niets af aan haar positie. Nu ben ik het lang niet met al haar denkbeelden eens en soms heb ik zelfs grote moeite hoe zij met belangen van transgenders om gaat (De Bailey affaire). Maar na haar ontmoet te hebben is voor mij een schakelaar omgegaan. In de zomer van 2006 heb ik lang met haar kunnen spreken dankzij de bemiddeling van een vriendin. Zij was in Deventer voor een lezing over haar boek ‘Bourgeois Virtues’. Het was voor mij en voor haar een emotioneel gesprek omdat wij zoveel herkenden, zoveel gemeenschappelijk hadden. Voor mijzelf was het heel bijzonder om iemand te ontmoeten die net als ik een transseksuele vrouw is en niets had verloren aan zeggingskracht en professionaliteit. Daarmee gaf ze mij de bevestiging dat het dus mogelijk is voor mensen als ik om sociale positie en professionaliteit niet negatief te laten beïnvloeden door de genderdysforie waar we onder lijden maar eerder te versterken omdat we iets meekrijgen in onze transitie dat andere mensen nooit zullen krijgen of ervaren.

Deirdre en ik mailen af en toe en we zullen elkaar vast nog eens ontmoeten. Mijn leven is verder gegaan en inmiddels ben ik aan het einde gekomen van de fysieke verandering. Ik ben nu eindelijk vrouw en heb dus een transseksuele voorgeschiedenis. Voor mij is dat een onderdeel van mijn identiteit en daar schaam ik me niet voor maar ben er juist trots op. Uiteindelijk heb ik er voor moeten vechten, moeten groeien als mens, afscheid moeten nemen van dierbare mensen en zaken, mezelf leren vormen als de vrouw die ik nu ben en nog veel meer. Een hele klus die me aardig gelukt is tot nu toe. Bij Deirdre proef ik eenzelfde trots, en terecht. Kijk maar eens op http://deirdremccloskey.org.

In de afgelopen jaren is mij steeds duidelijker geworden dat de Nederlandse samenleving een verwrongen beeld heeft van transgenders en transseksuelen (het laatste woord gebruik ik liever niet overigens). Dat komt door hoe de media omgegaan zijn met transseksualiteit. Ofwel het wordt neergezet als een enorm probleem ofwel het wordt neergezet als een freaky tic van sommige mensen. Kortom, je bent als transseksueel zielig of gestoord of allebei. Zelden worden transgenders in de media als normale mensen geportretteerd. Toegegeven, ons enige ‘rolmodel’ Kelly, heeft bij die beeldvorming niet bepaald in goede zin geholpen. Vindt ik. De reacties die ik zelf maar al te vaak heb ontvangen in de zin van ‘Goh, jij? Echt hoor, ik zou nooit geweten hebben dat jij vroeger man was…’ hebben mij wel duidelijk gemaakt dat het beeld van transgenders dus blijkbaar geheel anders is dan ik zou willen en dan de werkelijkheid is. Overigens zijn er veel transgenders waar men wel degelijk hun geboorte geslacht aan kan aflezen, meestal doordat hun fysiek het onmogelijk maakt om in hun echte gender ongezien te leven. Dat is een last die sommigen van ons hun leven moeten dragen en daarmee een triest gegeven. Het vergt onvoorstelbare levenskunst om met zoiets om te kunnen gaan in deze dichotome man-vrouw maatschappij. Velen redden dat niet en dat is verschrikkelijk. Maatschappelijke isolatie is dan te vaak letterlijk dodelijk.

Wat we in Nederland nodig hebben zijn transgender rolmodellen die in de openbaarheid staande blijven. Die trots zijn op hun identiteit en dat ook uitstralen. Die desnoods het debat aan willen gaan om te laten zien dat wij heel normale mensen zijn die alleen een hindernis in hun leven hebben moeten overwinnen die gigantisch is. Die mensen zijn er wel maar nog niet al te zichtbaar. Toch is dat een kwestie van tijd. Steeds vaker zullen transgenders in de samenleving zichtbaar worden en hun rechtmatige plaats opeisen. Laten zien dat we er net als ieder ander mogen zijn. Dat we sterke mensen zijn die weten wat het leven kan brengen en in de weg kan leggen maar vooral dat transgenders zijn als ieder ander. Mensen. Het zal misschien jaren duren maar op een bepaald moment zal ook ik om kunnen kijken en trots kunnen zijn op de transgender rolmodellen in de Nederlandse samenleving. Ik kan nauwelijks wachten om de Nederlandse Deirdre, Kate Bornstein, Lynn Conway, Ann Lawrence en al die andere krachtige transgendervrouwen te zien. Ik ken er al heel veel, nu jullie nog.

Alice © 2008

Transgender Chronicles 30 (Pijn…stillers)

Pijn is iets raars. Kiespijn ken ik en dat vindt ik vreselijk. Buikpijn ook wel en hoofdpijn. Ik heb ze vaak genoeg gehad om te weten hoe het is en hoe ik er weer vanaf kom. Vooral ook hoe lang die pijn duurt en hoe intens die is.

En dan is er zo’n operatie en dan heb ik daarna dus ook pijn, niet meer dan logisch natuurlijk. Die pijn is wisselend van intensiteit en plaats en zonder uitzicht op hoe lang ik er last van zal hebben. Dat maakt het een andere pijn, in ieder geval in beleving en ‘waardering’. Die stomme pijn is er ook in varianten, allemaal tegelijk. Zo is er die schrijnende pijn door de hechtingen en zo, best wel uit te houden en dus vooral hinderlijk. Er zijn steken variërend van de elektrische zenuwpulsjes tot de pijnscheuten waar ik toch echt even mijn tandjes voor op elkaar moet houden. Maar er is ook een soort zeurderige pijn die vervelender is als ‘het’ warm is en die de neiging heeft zo af en toe heel intens te worden. Blij wordt ik er niet van want het lijkt in de tijd nog niet echt minder te worden. Maar misschien is dat suggestie en neemt gewoon mijn uithoudingsvermogen af. Of ben ik gewoon veel te ongeduldig.

Nu kan je pijn bestrijden en dat doe ik natuurlijk ook fanatiek. Een steng regiem van paracetamol zou het draagbaar moeten houden. Dat is dus de ene dag gemakkelijker dan de andere dag. Zo kan je de ene dag lekker gek doen een nog een beetje lopen en is het de andere dag eerder een marteling dan een wandeling. Er is geen staat op te maken op het moment. De laatste dagen lijkt het wel of dat spulletje me iets minder van dienst wil zijn, of de pijn is gewoon intenser. Vooral vandaag ben ik behoorlijk de pineut geweest. Naarmate de dag vorderde deed ome paracetamol steeds minder zijn best. Ach, in het ziekenhuis lag ik een paar daagjes aan de morfine en zo’n opiaatje is bepaald zo slecht nog niet. Verslavend, dat wel. Dus na een paar dagen was de pret over. Maar nu thuis is het allemaal toch wat ingewikkelder geworden. Het herstel stokt een beetje, wat ik mocht verwachten gebeurt nog niet echt (zwellinkjes die serieus gaan slinken en zo) en de pijn steekt dus nadrukkelijker zijn duivelskopje op.

Gelukkig zijn er nog dokters die nog langs komen, moet je wel een beetje drama queen voor spelen trouwens. Het wordt dus voorlopig grover werk als het om de pijnstillers gaat. Trouwens wel vreemd eigenlijk dat het pijnstillers heten in plaats van pijndempers of zo. Alsof die pijn lawaai maakt. Natuurlijk is het wel fijn dat die middeltjes er zijn. Morgen mijn favoriete chirurg maar eens bellen. Tijd voor controle want met de tijd neemt ook de onzekerheid toe. Het is even doorbijten geworden, niet dat ik verwacht had dat een easy ride zou worden hoor.

Alice © 2008