Dove

Op de website van Rop Gonggrijp, misschien wel de belangrijkste voorvechter van het goede gebruik van internet, waar ik terecht kwam door een facebook bericht, staat een postje over een reclame campagne van Dove (van de smeerseltjes, shampoos en doucheschuim). Het filmpje confronteert en net al bij eerdere campagnes doet het dat op het gebied van beeldvorming van vrouwen. In dit geval gaat het dan om het zelfbeeld van vrouwen. Dit is het filmpje.

Ik besef dat ook ik een issue heb met mijn zelfbeeld, een flink probleem.

Ik heb veel foto’s van mijzelf. Bijna allemaal gemaakt in de afgelopen acht jaar. Foto’s van voor 2005 zijn er amper meer, ze zijn gewist, verknipt, vermalen, verbrand, weggegooid, vernietigd. Omdat die foto’s mij wanneer ik ze zie herinneren aan een verleden waar bij zo goed als iedere foto ik mij herinner wat de pijn is die verbonden met me was op het moment van die foto. Zo af en toe op een onbewaakt moment wordt ik ongewild geconfronteerd met die oude foto’s. Er komen foto’s of negatieven boven of oude cd’s met foto’s. Soms een mapje of een brief met een bijgesloten foto. Die confrontaties zijn uiterst pijnlijk en nooit fijn.

Is dat normaal? Nee, dat is niet normaal.

De pijn van het moeten kijken naar een ongewenst verleden in die zin dat ik dan iemand zie die ik niet wens te zijn geweest is niet goed uit te leggen. Na 2005 veranderd alles in mijn leven en ook de foto’s veranderden. Waar op foto’s uit het verleden mijn lach in de loop van de jaren verdween en vervangen werd door een masker is op de foto’s na 2005 te zien dat er een nieuwe lach voor in de plaats is gekomen. Eigenlijk worden er zelden meer foto’s van me gemaakt waar ik niet op lach, zelfs al is die lach soms een minimale glimlach. Maar ben ik dan blij met die foto’s van tegenwoordig? Ja en nee.

Als fotografe is het beeld een essentieel deel van mijn bestaan, van mijn werk. En in de komende jaren zal het dat ook zeker blijven waarbij ikzelf dan ook nota bene onderwerp of lijdend voorwerp zal zijn in die beelden. Wat betekent dat ik mij comfortabel moet voelen bij afbeeldingen van mijzelf. Maar ik voel me lang niet altijd comfortabel met die afbeelding. Net als de vrouwen in het filmpje kan ik mijzelf niet als mooi zien. Dat is me nooit gelukt in het verleden en dat lukt me nog steeds niet. Ik kan mijzelf niet als aantrekkelijk zien. Dat komt door mijn verleden en door de codering die de samenleving in zich heeft en oplegt aan mensen, vrouwen in het bijzonder.

Over het geheel genomen ben ik niet echt heel erg ontevreden over mijn lijf, maar ik ben me maar al tezeer bewust van de beperkingen die structuur en operaties op het begrip schoonheid hebben gelegd. Als het om mijn gezicht gaat zie ik vooral de ‘foutjes’. De rimpeltjes die sneller zichtbaar worden dan ik wil, de plekjes die daar net als op andere plaatsen op mijn lijf te zien zijn, de wallen onder de ogen en hangende oogleden, de asymmetrie van mijn mond, mijn slechter wordende gebit en de leeftijdsonderkin veroorzaakt door overtollig vel. Ik zie een vrouw die snel ouder wordt, haar ‘prime’ voorbij is (wetende dat die er nooit geweest is), en die een toekomst voor zich heeft waar dat beeld niet aantrekkelijker wordt. Lelijk vind ik mezelf niet, maar aantrekkelijk beslist ook niet.

Ook ik ben gevoelig voor wat de wereld vind van het uiterlijk van vrouwen. Uiterlijk is belangrijk voor mij. Kleding, make up, het is voor mij essentieel om mijzelf goed te voelen. Zonder make up over straat gaan is iets dat ik niet wil en de kleding moet mij goed staan en zeker niet ouwelijk zijn. Terwijl ik nota bene mijzelf nu regelmatig in een kledingstijl hul van meer dan honderd jaar geleden. Mijn gevoeligheid op dit punt, mijn verleden ook, maken dat mijn zelfvertrouwen over mijn uiterlijk niet groot is. Het is zelfs zo sterk dat het soms minderwaardigheid oproept. Mijn angst om omwille van mijn uiterlijk, om de bouw van mijn lijf waar een schaduw van een ongewenst leven in te zien is, om mijn ouder wordend gezicht, afgewezen te worden in zoiets essentieels als de liefde is groot. Het is me een paar keer overkomen.

Ik besef dat ik voor wat betreft lijf, uiterlijk en mijn eigen beleving daarvan, een beschadigd mens ben.

Om die reden ben ik heel erg blij met de reclamecampagnes van Dove. Zeker met deze. Want het laat zien dat ons zelfbeeld bijna zonder uitzondering negatiever is dan het beeld dat anderen van ons hebben. En toch, ondanks het prachtige filmpje blijft er dat gevoel fysiek niet aantrekkelijk te kunnen zijn voor een ander. Zoals een vrouw in het filmpje zegt: I have work to do with myself. Ze heeft gelijk.

© Alice Anna Verheij

Advertenties

Springsteen hertaald (versie 2013).

Floortje gaf me een hint. Ik kende het nummer van The Boss niet maar het raakte me direct. De tekst is scherp, maatschappij kritisch en donker. En dus de moeite waard. De melodie eenvoudig en krachtig. Goed gezongen is dit lied een aanklacht tegen de huidige harteloze maatschappij. Rage Against The Machine deed het dunnetjes over en maakte een keiharde (letterlijk en figuurlijk) aanklacht van.

Poster - Grapes of Wrath The_02

De oorspronkelijke tekst is gebaseerd op een personage uit John Steinbeck’s roman uit 1939 ‘De druiven der gramschap’. John Ford maakte er een jaar later een film over en Springsteen dus nog eens 55 jaar later een song. De personage Tom Joad staat voor de macht van de onderdrukten in de samenleving die door saamhorigheid sterk zijn en overeind blijven. In mijn hertaling probeer ik die geest te onderstrepen. Mijn hoofdpersoon is maatschappelijk geknakt maar niet gebroken. Daarmee een personage die dicht bij mezelf staat. Dat een collega schrijfster me deze song aanreikte zie ik niet als toeval maar als een passend samenloop van zaken. De keten van Steinbeck via Ford, Springsteen, Rage Against the Machine en Floortje leidt dan uiteindelijk nu naar mij. Steinbeck’s roman en Springsteen’s songtekst staan nog steeds als een huis want de wereld is niet echt veranderd. Helaas.

Dat Springsteen dit thema oppakte en er een lied over schreef zegt veel over de persoon Springsteen. Een dergelijk lied op een personage uit een roman schrijf je immers alleen maar als je echt geïnspireerd bent. Die inspiratie vertalen is misschien wel de grootste kwaliteit van misschien wel de beste singer/songwriter ooit. Sinds mijn zestiende is hij al bij me en luister ik geregeld naar zijn muziek waar steevast zijn ballads me weten te raken. Ik zal niet de enige zijn. Op zijn beurt heeft hij mij muziek gegeven die voor mij een inspiratie zijn.

Een sprankje hoop is er natuurlijk wel verstopt in mijn versie, want de hoofdpersoon laat weten ongebroken te zijn. Want in tegenstelling tot Springsteen zet ik liever wel een lichtje aan het einde van de tunnel. Luister hier eerst maar naar Bruce Springsteen’s insdringende versie van ‘The Ghost Of Tom Joad’ en doe dat dan nog eens met mijn hertaling er bij, als je wilt.

[youtube:watch?feature=player_embedded&v=NKKpmbcSe5E]

 

Mijn versie is getiteld ‘De geest van Freddie Spigt’, met een knipoog naar een idool.

Man loopt langs de ijzeren rails
Nergens naar toe, alles teveel
Politie helikopters vliegen heen en terug
Kop soep bij een kampvuur, onder de brug
Slaapzakken liggen koud te worden
Welkom in de nieuwe wereld orde
Families slapen in auto’s, langs de kust
Geen huis, geen werk, geen plek, geen rust

De snelweg leeft vannacht nog laat
Niemand zegt iemand, waarheen het gaat
Ik zit hier bij het zwakke lantaren licht
Zoekend naar de geest van Freddie Spigt

Hij pakt een liedboek uit zijn achterzak
Zijn vuurtje licht op en hij neemt een trek
Wacht op laatste wordt eerst en de eerste wordt laatst
In kartonnen doos, op de verkeerde plaats
Met een enkele reis naar ’t beloofde land
Een knoop in zijn buik en een mes in de hand
Slapend op een kussen van hard metaal
Badend in het koude stads kanaal

De snelweg leeft vannacht nog laat
Niemand zegt iemand, waarheen het gaat
Ik zit hier bij het zwakke lantaren licht
Zoekend naar de geest van Freddie Spigt

En Fred zegt: “ma, telkens als een agent een kerel slaat
Telkens als een hongerig kind nog klaagt
Als een broederstrijd laait, met haat in de lucht
Kijk mama, dan ben ik op de vlucht
Telkens als iemand vecht voor zijn bestaan
En een beetje geld, of een simpele baan
Telkens als iemand in onvrijheid stikt
Kijk dan in hun ogen mam, dat ben ik”

De snelweg leeft vannacht nog laat
Niemand zegt iemand, waarheen het gaat
Ik zit hier bij ’t zwakke lantaren licht
Zoekend naar de geest van Freddie Spigt.

Originele tekst: Bruce Springsteen
Nederlandse tekst: Alice Anna Verheij © 2012 / 2013

Alice Anna

Eline

DEM

Hugo schreef deze prachtige tekst over onze evenzo prachtige ontmoeting in Antwerpen in het kader van het project ‘Date Ex Machina’ van het Belgisch literaire tijdschrijft ‘Deus Ex Machina’. De tekst vind ik zo mooi geschreven dat ik deze met veel genoegen hier herplaats. Eline is Hugo dankbaar voor dit literaire cadeau.

~

Tempus Ex Machina

Haar rode hoed verraadt waar ze vandaan komt. Ze heeft 131 jaar gereisd om mij te ontmoeten. De plaats van afspraak is goed gekozen. Het majes-tueuze uurwerk boven het buffet van de Antwerpse Middenstatie trekt haar aandacht. Haar mondhoeken vibreren mee met de schok waarmee de grote wijzer zichzelf verzet. Deze Spoorwegkathedraal bewaart op zijn gelaat de trekken van zijn geboortetijd. Ik ontmoet een Facebookvriendin in levende lijve. Ik schenk haar mijn uitgestoken hand en voltooi mijn verwelkoming met een dunne wangkus, zoals een man zijn zuster begroet. Een bang parfum bespeur ik niet.

Mijn gestrekte vingers nodigen uit. In haar ogen lees ik welke zitplaats haar voorkeur geniet. Ze verkiest geen damesplek tegen de lambrisering van waaruit zij de ruimte kan overzien en de aandacht in haar richting in zich opnemen. Gracieus neemt zij haar hoed af en legt die samen met haar fluwelen mantel op een lege stoel. Haar koffertje zet ze naast de tafel. We schikken ons in het midden van Le Royal Café, de stationsrestauratie van Antwerpen-Centraal. Ik gun haar het uitzicht op de wandklok waarop de geschiedenis niet verstrijkt maar verspringt van minuut tot minuut.

Het appelgebak met slagroom klieft ze met rechterhand; de caffè latte nuttigt zij zonder gestrekte pink. Nonchalant betreedt ze mijn tijdsgewricht; zelfs haar sieraden zijn gepast voor het moment. We spreken over Facebook en het vervagen van grenzen. Afstand in denken is een grotere bezoeking dan eender welk verschil in levensmijlen.

‘Mag ik je Eline noemen?’

Ze neigt haar hoofd welwillend. Ik bloos. Ik ben vaker jarig geweest dan zij, weet ze. Maar toch: in haar eeuw was ik nog bijlange niet geboren. Ze verdient mijn egards, bovendien is haar oeuvre groter dan het mijne.

Ik overhandig het boek dat ik voor haar heb meegebracht. Voor mij gaat ‘Godenslaap’ over een oude vrouw die vertelt over haar liefde en ontrouw tijdens de ‘Groote Oorlog’; voor Eline is het een roman over haar toekomst.

‘‘Ach… gunst… ’14–’18…? Wat bijzonder… en dit verhaal is geschreven door een man?!’

‘Het gaat over schrijverschap.’

‘Dankjewel.’

Eline opent het deksel van haar koffertje en beantwoordt mijn aandenken met een roman van haar eigen hand: een literaire getuigenis over een volksverstrooiing in een verafgelegen tijd en ruimte.

‘Schrijf jij in het Engels?’

‘Ook.’

Ik stel voor om te lunchen in de stad. Ze neemt haar hoed en mantel. Dat rood staat haar goed en het fluweel van haar lange jas oogt avant-garde. Terwijl ze naar haar koffertje buigt, vraag ik mij af wie haar korset heeft aangesnoerd. Opeens denk ik aan baleinen, oceanen en abiotische milieu-factoren zoals weer en wind.

‘De opwarming van het klimaat laat op zich wachten.’

‘Waar gaan we heen?’

‘Brussel is mij vertrouwd,’ hoest ik terwijl ik al bij voorbaat naar mijn sigaretten tast, ‘maar in deze stad ben ik net zo vreemd als jij.’

‘Ik ben hier ooit eerder geweest, lang geleden.’

Haar mondhoeken vibreren opnieuw zoals de grote wijzer op de klok. We verlaten de Middenstatie door de zijuitgang. Via Keizerlei en Meir schrijden wij richting centrum. Eline vergelijkt het statige stedelijk erfgoed met het Londen van Victoria. Ze wil een kunstenaarsgroep oprichten in Bloomsbury, een wijk nabij Camden. Ze heeft er al over gesproken met Leslie Stephen, maar voorlopig had haar redacteur zijn handen vol met zijn pas geboren dochter Adeline Virginia.

‘Virginia Woolf?’

‘Nee, Stephen.’

Ik haal mijn schouders op. Hoe kan het bestaan dat iemand uit haar tijd een Facebook account heeft? Ik onderdruk de vraag. Het wordt hoogtijd om iets te eten. Een Italiaan wil ik haar niet aandoen. Aan de overkant lonkt een beter etablissement. De keuken blijkt nog open en het aanbod aan absint baart een blije kriebel in Eline’s onderbuik. In afwachting van een vrije tafel  bestellen we beiden een bolleke. Nog voor het nippen krijgen we een plaats toegewezen bij de lambrisering onder de wandspiegel. Ik houd mijn pas in. Ik wil weten of zij verlangt naar omringende aandacht. Ze aarzelt. Ik laat haar geen keuze. Ze neemt plaats onder de spiegel. De Antwerpse stoverij smaakt er niet minder om. Eline ontpopt.

‘Het valt niet altijd mee.’

‘Die spiegel boven je…’

‘De mensen zeggen…’

‘Als we daarin nu eens een foto maakten van onze ontmoeting…’

‘De idee is goed. Of zeg jij “het” idee?’

‘Beide is juist, maar ik voel een nuance…’

‘Welke?’

‘De mensen zeggen wat?’

‘Ze zeggen dat ik mijn kinderen te kort doe.’

‘Kinderen?’

‘Ik ben vader van drie.’

‘Vader?’

‘Ja.’

‘…’

‘Ik was man. Onderweg ben ik vrouw geworden.’

‘Vandaag?’

‘Zo snel gaat dat niet.’

Ik doop een frietje in het mayonaisepotje. Op Facebook is de scheiding tussen waarheid en fictie als caffè latte; je weet nooit waar de melk ophoudt en de koffie begint. Oog in oog spreken we verder over leven, liefde en dood. Haar tijdgeest stemt tot bezinning over de mijne. Mijn voorgeschiedenis is haar werkelijkheid. Als dessert wensen wij nog een bolleke. Daarna opent zij andermaal haar koffertje. Ze neemt haar camera obscura ter hand en maakt een fotografie van onze ontmoeting via de spiegel aan de wand.

‘Komaan, Eline, ik ken nog een bruin café op de Grote Markt.’

Ze gaat maar wat graag mee. We drinken nog een glas of twee en dat geeft me een idee. We kuieren uitgelaten naar een hallucinante plek. Daar dalen  we af. Twee ellenlange oude roltrappen brengen ons knarsend naar benêe. Daar begint de tunnel, de lange, magische tunnel naar de moderne tijd op linkeroever. Je kan er te voet naar toe. Eline legt het wormgat vast op de gevoelige plaat. Verder gaat ze niet. Ik bied haar bijna mijn arm om haar terug te leiden naar het spoor. Haar rode hoed vertelt me haar bestemming. Ik vraag me af wat voor weer het zou zijn in Den Haag. Mijn ‘date ex machina’ keert terug naar het Valkenbosplein in haar eigen tijd. Morgen tref ik haar weer op Facebook.

 

© Hugo Schellekens, 3 april 2013

Het is maar een film…

Vannacht keek ik naar de film ‘Exit’. Een Telefilm uitgezonden door de NCRV. De film gaat over Amadou uit Guinee die als jongetje vluchtte voor het geweld in zijn land, zijn broer vermoord zag worden, de huizen afgebrand worden. Amadou heeft in de verhoren tegenstrijdige verklaringen afgelegd. De moord op zijn broer was op een zaterdag, of een zondag. Het kind Amadou wist het niet precies meer.

Later blijkt zijn verhoorambtenaar van Es dat gegeven van onduidelijkheid gebruikt te hebben om zijn asielverzoek af te wijzen. Jaren later. Amadou was bijna gediplomeerd verzorgende inmiddels. De jonge man Amadou is één van een groep van vijf mannen die ‘uitgeprocedeerd’ zijn. Ze worden uitgezet naar Guinee. Op basis van Europese laissez passez’s en zonder de noodzakelijke Guineese documenten. Hij weet, zij weten alle vijf, dat ze in Guinee direct in de gevangenis gegooid zullen worden en waarschijnlijk vermoord.

De film laat het verzet zien van de vijf mannen in een bus op het vliegveld van Rotterdam. Bijna lukt het ze om de uitzetting te voorkomen. Maar van Es, een soort NSB-er apres la lettre, liegt ze uiteindelijk de bus uit waar ze zich in verschanst hadden. De mannen worden met veel geweld overmeesterd en alsnog in het vliegtuig uitgezet. Later zal blijken dat ze in Guinee inderdaad direct de gevangenis in gegaan zijn waarna er niets meer van ze vernomen is.

Amadou en zijn vier kameraden zijn door de staat uitgezet en indirect mogelijk vermoord. Het hele proces rond de uitzetting is een schokkende aaneenschakeling van mensenrechtenschendingen uit naam van de Nederlandse staat. Het meest schokkende is nog wel dat de film gebaseerd is op waarheid. Op feiten. Op situaties die daadwerkelijk voorgekomen zijn en nog steeds voorkomen. Het is een felle aanklacht tegen de onmenselijkheid van het vreemdelingenbeleid en de mentale en fysieke gewelddadigheid van uitzettingen.

Een normaal mens kan niet zonder walging naar de film kijken.

En toch, ‘het is maar een film’ zullen sommigen zeggen. Daarmee het gegeven van deze film en de grauwe werkelijkheid van staatsterreur tegen individuen die vermalen worden door de IND regels en procedures, marechaussee en politiegeweld, leugens en bedrog en de handen van ambtelijke slachters als de IND-er van Es uit de film.

Een normaal Nederlander kan niet zonder diepe schaamte naar de film kijken.

Toch zullen er mensen zijn die blijven volhouden dat de regels gehandhaaft moeten worden, hoe oneerlijk ook en hoe mismaakt de uitvoering van die regels ook geworden is. Ze zullen zwijgend toekijken net als de politiemensen die in de film worden uitgebeeld en die de vuile handen zijn van een overheid die zich vershuild achter wetten en regels waarbij alle menselijkheid opzij is gezet.

Een normaal mens kan niet zonder tranen in de ogen naar de film kijken.

Maar er zullen er altijd zijn die beweren dat het land vol is, dat er geen plek is voor de vreemdeling, de asielzoeker, de uitgeprocedeerde. Mensen die het ongeluk hadden geboren te zijn en geleefd te hebben in een land vol geweld en gevaar en die dus hebben moeten vluchten. Die het overleefd hebben maar alles verloren, inclusief hun rechten. Want die mensenrechten lijken mooi op papier maar ze worden met te groot gemak geschonden  door de uitvoerders van wetten en regels.

Het is maar een film…

Inderdaad. Het is maar een film. Maar wel eentje die mensen zou moeten aanzetten tot nadenken, tot meer menselijkheid en meer begrip voor de situatie waarin zovelen verkeren. Een film die als een grote ‘J’accuse’ tegen de praktijk van uitzettingen mag worden, moet worden gezien. Een film die wat mij betreft door iedereen moet worden gezien. Al is het alleen maar omdat het duidelijk maakt hoe gewelddadig onze ‘rechtsstaat’ werkelijk is. En hoe ver recht verwijderd is van de werkelijkheid.

Maar het is een film.

Die me doet schamen Nederlander te zijn.

Die me boos maakt.

Die me doet walgen.

Die me alle respect voor de Nederlandse rechtsstaat doet verliezen.

Die me met bewondering voor de regie, productie en cast vervult.

En dat bij een ieder zal doen die met open ogen blijft kijken.

‘Exit’ is gemaakt door:

Cast: Emmanuel Ohene Boafo, Romijn Conen, Werner Kolf, Goua Robert Grovogui, Adam Kissequel, Tony Bola-Audu, Hubert Fermin, Juda Goslinga, Sara De Bosschere. Regie & scenario: Boris Paval Conen, producent: KeyFilm, omroep: NCRV

EXIT1

© 2013 Alice Anna Verheij

Ik ben zo moe van jou, o Nederland.

Noot: driekwart jaar geleden herschreef / hertaalde ik ‘Going to a town‘ van Rufus Wainwright. Een lied dat hij, eerlijk is eerlijk, uit verveling en baldadigheid schreef in de lobby van een hotel tussen concerten in. Zonder diepere bedoeling, zonder er een protestleid van te willen maken. Maar dat werd het wel. Het werd een lied dat bij deze tijd past.

Het is nu driekwart jaar later. Veel is veranderd. De pier op de foto is failliet en zal misschien afgebroken worden. Zoals er veel afgebroken wordt. Vandaag las ik dat het College Van Zorgverzekeraaars (CVZ) voorstelt om de psychische ondersteuning van mensen met psychische problemen alleen nog maar te vergoeden bij een medische noodzaak. Daarmee onderstrepend dat je voor hulp psychisch ziek moet zijn (volgens het daarvoor geldende normenboek DSM IV) en dat psychische problemen buiten die veroorzaakt door ziekte maar gewoon door jezelf en je huisarts (die daar niet voor geschoold is) opgevangen moeten worden. Wil je hulp, heb je hulp nodig, dan moet je dat maar zelf betalen. Kan je dat niet, zoals een toenemend aantal mensen, dan kun je voor wat betreft die verzekeraars doodvallen. Letterlijk.

Gaan die plannen door dan zuller er ook doden vallen want het aantal suïcides zal toenemen bij het wegvallen van de zorg voor mensen met post traumatisch stress syndroom, slachtoffers van misbruik, mishandeling, verkrachting, burn outs, onverwerkte traumas uit jeugd of anderszins. Zij zijn geen medische gevallen dus moeten het maar zelf zien te rooien. Daarmee is de verzekering van de Nederlandse gezondheidszorg indirect verantwoordelijk voor de doden die zullen vallen en het instandhouden of het versterken van het lijden van duizenden zoniet tienduizenden mensen. Hun aantal groeit als gevolg van de verharding van de maatschappij.

Nederland maakt hiermee zichzelf ziek, doodziek. En, als het aan deze mensen ligt die dit bedenken, uiteindelijk dood. Weg beschaving. Van Zorgverzekering naar een verzekerd zijn van verwaarlozing. Verwaarlozingsverzekering.

Ik ben nog steeds moe van Nederland en verlang naar de dag dat ik dit land definitief de rug kan toekeren. Of mij dat lukt weet ik niet, of ik dan in Europa of elders zal leven weet ik ook niet. Hoe dan ook, deze hertaling draag ik op aan de mannen en vrouwen van het CVZ die de plannen smeden om de geestelijke gezondheidszorg in Nederland te decimeren en daar willens en wetens slachtoffers mee gaan maken. Ik gun ze een jarenlange persoonlijke ernstige depressie. Ik mag dat als overlevende van diverse suïcide pogingen. Het hierna volgende schreef ik in april 2012, mijn mening is helaas niet veranderd sindsdien. Mijn leven overigens wel. Ten goede, dankzij de onbezoldigde zorg van een paar vrienden en een project van hte Rode Kruis. Een organisatie die goddank losstaat van de Nederlandse staat en haar beperkte blik op de rechten van haar burgers.

In een uitwisseling op Facebook legde mijn goede vriendin Floortje me nog eens dit prachtnummer van Rufus Wainwright voor. Ik heb er al zo vaak naar geluisterd en het heeft me altijd geraakt omdat ik er iets voelde dat ik niet kon omschrijven. Tot Floortje een hint gaf dat iemand maar eens een Nederlandse versie moest maken.

Er zullen mensen zijn die – terecht – vinden dat ik negatief schrijf over mijn eigen land. Er zullen mensen zijn die het met me oneens zijn of het me zelfs kwalijk nemen. En anderen die het niet begrijpen of me een zeur vinden. Maar er zijn er vast ook die zich herkennen in de pijn die ik heb proberen te verwoorden over hoe mijn eigen land verworden is tot iets dat ik verafschuw. Verwoord aan de hand van Rufus Wainwright die, wonend in New York, in een opwelling zijn originele tekst liet stromen en waarin hij onverholen kritisch is op de verwording van het Amerika van George Bush.

Mijn tekst laat mijn walging proeven over de staat van dit land. Een land zonder kleur maar met angst voor de vreemdeling, voor de andersdenkende, voor de ander die niet is zoals de gemiddelde burgerlijke grijze muis. Een land van egoïsme waar hypotheekrenteaftrekm pensioen en immigratie voor gaan op barmhartigheid en liefde voor hen die het moeilijk hebben. Een land dat maatschappelijk en politiek geen enkel ankerpunt meer voor mij vormt en dat mij gevoelsmatig wegjaagt. En hoezeer men het met mij oneens zal kunnen zijn, zijn de woorden gewogen en spreken ze mijn diepste gevoel uit. Mijn ontembaar verlangen to vluchten naar desnoods een stad die niet meer bestaat. Weg van het grijs, weg van de verzuring en de beschimping. Weg van de krantenkoppen vol mensenhaat, weg van het gebrek aan compassie, weg van de tweets van Wilders en de lamlendigheid van een tandeloze oppostitie. En vooral weg van het land dat mij mijn gevoel ontneemt en me omlaag drukt tot er niets meer van me over is. Met een vage hoop dat er ooit een andere tijd zal komen. Ik kan momenteel niet anders dan hiermee mijn diepste gedachten laten vallen op deze plek. Want ik ben moe. Heel erg moe van dit land. Heel erg moe van jou, o Nederland.

Hier is mijn versie:

“Ik ben zo moe van jou, o Nederland”

Ik ben onderweg naar een stad die niet meer bestaat
En loop weg van de plaats die ik altijd heb gehaat
Ik zoek naar mensen die hun hart niet hebben verbrand
ik ben zo moe van Nederland

Ik maak het goed voor de leugens van de Telegraaf
Ik maak het goed voor die liedjes o zo braaf
Het lijkt wel of hun waarheid niet meer bestaat
Ik ben zo moe van jou, o Nederland

Ik zoek er mijn eigen pijn, zal er niet eenzaam zijn
Ik heb mijn leven lief, o Nederland
Ik heb mijn leven lief

Zeg me, denk je echt over de hel omdat je teveel liefde gaf?
Zeg me, denk je echt dat alles wat je deed zo goed was
Ik moet het weten, na het bloed van die jongen die daar ligt in een plas
Ik ben zo moe van Nederland

Ik moet het weten
Misschien zal ik je nooit meer zien, of misschien ook wel
Jij had je voordeel van een wereld en ook van je spel
Ik ben onderweg naar een stad die niet meer bestaat
Ik ben zo moe van jou, o Nederland

Ik zoek er mijn eigen pijn, zal er niet eenzaam zijn
Ik heb mijn leven lief, o Nederland
Ik heb mijn leven lief
Heb nu teveel verdriet
Maar tòch ’n droom in ‘t verschiet
En dat is al, meer niet

Ik zoek er mijn eigen pijn, zal er niet eenzaam zijn
Ik ben onderweg
naar een stad die niet meer bestaat

Muziek, tekst: © Rufus Wainwright
Hertaling: Alice Verheij © 2012

Mijn brein spreekt.

Al jaren wordt er wetenschappelijk onderzoek gedaan door zeer geleerde dames en heren met als doel het vinden van de oorzaak van het feit dat er mensen zoals ik bestaan. Mensen die fysiek biologisch niet in overeenstemming met hun mentale geslacht worden geboren. Het is een zoektocht naar de maakbaarheid van goud, het ei van een Portugees en een speld in een hooiberg. Hersenonderzoekers houden van dergelijk onderzoek.

Jaren geleden alweer verscheen er een publicatie van Professor Schwaab over de verschillen tussen de hersenen van heteroseksuelen versus homoseksuelen en cisgenders versus transgenders. Het bleek volgens een simpele weergave van zijn conclusies dat transmensen als ik hersenen hebben die op een aantal plekken het volume hebben van de rest van de mensheid van het tegengestelde fysieke geslacht. Zoiets als dat er plekjes in de hersenen zijn die bij mannen kleiner of groter zijn dan bij vrouwen en waarbij mensen als ik dus voor wat betreft de architectuur van de hersenen niet conformeren aan de norm van de cisgenders (mensen waarbij biologisch en mentaal geslacht overeenkomen). Een interessante conclusie.

schwaabProfessor Dick Schwaab, hersenonderzoeker.

Schwaab’s onderzoek is nog steeds niet gereproduceerd want daarvoor moeten er eerst genoeg hersenen van overleden transmensen worden geanalyseerd. Zijn conclusies zin door velen in de wereld van de transmensen omarmd als een begrijpelijke verklaring voor het gegeven dat wij bestaan. Recent is hierover een boek verschenen van een Amerikaanse dame die de uitkomsten en conclusies van dit soort hersenwetenschappers analyseerde en duidelijk maakte dat het allemaal nog niet wetenschappelijk aangetoond is wat er beweerd werd. Schwaab’s conclusies zijn tot op de dag van vandaag slecht hypothesen op grond van nogal beperkt onderzoek. Een goede vriending van me schreef op het Continuum (www.continuum.nl) een boekbespreking van het werk van de Amerikaanse dame en sloot die af met de vraag om een reactie. Mijn brein had de behoefte te reageren en dit is die reactie.

Een transbrein, Dr. Schwaab heeft erover gepubliceerd zoals je aanhaalt in de boekbespreking. Het was een troostrijke gedachte voor me dat ik wellicht een afwijkende architectuur heb ten opzichte van die van mannen- en vrouwen-, hetero en homobreinen. Toch is er altijd een deel in mijn cortex geweest dat ernstige twijfel hield bij Schwaab’s stellige uitspraken. Het punt is een beetje dat ik mede gevormd ben door een beta opleiding waarbij begrippen als ‘meten is weten’ in mijn kwabben zijn geïmplanteerd. Daar schort het bij Schwaab c.s. aan want zoals Rebecca (de Amerikaanse auteur) aangeeft is het onderzoek van onze Hollandse prof nog altijd niet gereproduceerd. Daarmee zijn de uitspraken van hem slechts een hypothese. Maar wel een belangrijke hypothese die veel publiciteit heeft gekregen en door de behoefte aan herkenning en erkenning bij veel transmensen nogal gemakkelijk aangenomen als bewezen. Wij breinen van transmensen zijn afwijkend van de breinen van niet transmensen. Het is een geruststellende gedachte voor mij als brein dat niet conformeerd met de grootste gemene deler van menselijke breinen.
 
Maar een gedachte is geen mening en al helemaal geen onderbouwde mening. Mijn gedachten zijn veelvuldiger dan die primaire behoefte aan herkenning en erkenning en pendelen in hoog en chaotisch tempo van de ene kwab naar de andere. Soms is er een emotionele gedachte die maar wat graag mij als transbrein, en dus uniek, wil zien maar al snel wordt die gedachte gevolgd door een rationele die heel hard ‘bewijs het dan’ roept. Dan is er nog die gedachte die in het liefdesstukje van mij spookt en zo graag wil dat ik een heel gewoon brein ben en als zodanig ook door collega breinen als zodanig gezien wordt zodat die ware toch nog eens voorbij komt zonder dat ik in een apart hokje van ‘vreemde breinen’ geplaatst ben. Even later galmt er in weer een ander deel van mijn grijze massa een angstgedachte. Want wat zou er gebeuren als het zeker zou zijn dat ik een heus transbrein ben? Gaan de dames en heren hersenchirurgen dan voorstellen om in de toekomst collega’s van mij aan te passen naar de maatschappelijk gemakkelijker te hanteren niet-trans breinen? Gaan we dan wellicht terug naar de lobotomie? Mijn afdeling hoop geeft aan dat vooral niet te hopen en mijn afdeling pijn doet me een steek voelen alsof er al een naald in een kwab gestoken wordt.
 
Weet je, ik kom er gewoon niet uit. Ik ben er niet wanhopig onder dat het allemaal niet duidelijk is, die tijd is voorbij. Mijn geheugen weet zich dat nog wel te herinneren maar ik ben gegroeid in de afgelopen jaren. Niet zozeer biologisch maar ik ben wel wat beter in staat geworden om al die gedachten, meningen, impulsen, gevoelens en behoeften met elkaar in verband te brengen en in een soort kwetsbaar evenwicht te plaatsen. Een evenwicht dat gebaseerd is op de wetenschap (ik pretendeer dit te weten namenlijk) dat het allemaal goed is. Het is goed dat ik een transbrein ben en het is ook goed als ik als niet ben. Het is goed als dit brein aan de rest van het lijf van die rare Alice Anna laat weten dat ze een vrouw is en het is evenzo goed als ze af en toe aan haar laat weten dat ze weer eens lekker mannelijk bezig is. Het is prima dat er van die breinonderzoekers zijn die mij proberen te doorgronden en verklaren maar het is nog veel beter dat ze dat nooit zal lukken. Mijn punt is namenlijk dat ik van het mysterie houd. Een mooie vrouw is immers mooier in verhullende kledij die iets te raden over laat, dan in confronterende naaktheid. Tenminste dat werkt in mijn brein zo en ik schijn niet de enige te zijn met dat soort gedachten. 
 
Zoals je zult begrijpen bekijk ik als het brein van Alice Anna dat wetenschappelijk onderzoek door een gekleurd brilletje. Natuurlijk. De wetenschappers willen immers blijkbaar mij zo graag verklaren, terwijl ik stiekumpjes weet dat ik niet te verklaren ben noch dat wil zijn. In zekere zin vind ik die onderzoeken ook bedreigend want wat nu als er zekerheid ontstaat? Ik heb angst voor de menselijke behoefte om afwijkingen van de norm te zien als fouten die gecorrigeerd moeten worden. Veel liever zie ik wetenschappers moeite doen om vast te stellen dat de afwijking nu juist de norm is van het menselijk bestaan. Zonder afwijking is er geen norm zogezegd. Als de breinenwereld in mannelijk en vrouwelijk verdeeld wordt dan ga ik er vanuit dat dit een zeer kortzichtige verdeling is. Nergens immers is er in de natuur het binair absolutisme dat regeert. Alle mensen hebben twee benen… welnee, er zijn er ook waar dat anders is. Zij wijken dan af van de rest van de mensheid maar ze zijn niet minder mens dan al die anderen. 
 
En daar is dan mijn conclusie. Natuurlijk is er een transbrein. Niet omdat dat wetenschappelijk aangetoond zou zijn maar simpelweg omdat de mensheid breinen in een mannelijke en vrouwelijke dualiteit denkt te kunnen beschrijven. De natuur leert ons dat die dualiteiten nergens bestaan en dat impliceert dus dat er ook andere dan mannen- en vrouwenbreinen zijn. Niet op grond van wetenschappelijk bewijs maar op grond van het begrip van de oneindige variëteit in de biologie, kan het niet anders zijn dan dat er ook transbreinen zijn. Sterker nog, ook die transbreinen zullen niet eenduidig kunnen worden gedefinieerd en getypologeerd. Het continuum belet een dergelijke over simplificatie van de natuur nu eenmaal. Ik, mijn beste, bevindt me als brein in het goede gezelschap van een oneindige variëteit aan genderbreinen. En dat is maar goed ook wat mij betreft.
 
Liefs en de hartelijke groeten van mij en de rest van het lijf van Alice Anna.
De artikelen naar aanleiding waarvan mijn brein reageerde zijn te vinden op de website van het Continuum. Arianne van der Ven heeft daar een uitstekende boekbespreking van het boek ‘Brainstorm’ van Rebecca M. Jordan-Young geschreven. Zowel het boek als de boekbespreking zijn het lezen meer dan de moeite waard voor iedereen die in gender en hersenen is geïnteresserd. Het boek van Dick Schwaab is overigens evenzo interessant en een aanrader voor wie meer wil weten over hoe ons brein werkt. Google maar op Schwaab en brein en je vindt het.
© 2013 Alice Anna Verheij

Over Albanië, een koning, zijn voorganger en wat Nederland daar mee van doen had.

Zaterdag is in Albanië koning Achmed Zog 1 herbegraven. Hij was opgegraven in Frankrijk waar hij na zijn overlijden onder het marmer was gelegd. Zog 1 was koning van Albanië tussen 1928 en 1939. Voor die tijd was hij een aantal jaren president van het land. De man was afkomstig van een feodale familie van landeigenaren in Albanië en had banden met het Ottomaanse rijk. In zijn regeerprediode werd hij eerst ondersteund door de Italianen en later de economische gevangene van de westerburen. In ’39 viel Mussolini Albanië binnen en moest de koning met zijn vrouw en twee dagen oude zoontje Leka vluchten. Via Engeland kwam hij uiteindelijk terecht in Egypte als beschermeling van koning Faroek aldaar. Toen deze werd afgezet moest de familie – met hun kapitaal – opnieuw vluchten. Deze keer naar Frankrijk. Jaren later overleed Zog.

Koning Zog 1 van Albanië

Een decennium voordat Zog 1 aan de macht kwam had Albanië ook even een koning. In 1913 en 1914 was er een Duitse prins genaamd Wied die door een alliantie van staten (Engeland, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, Rusland en Italië) op de troon van Albanië was gezet. Het land was net internationaal erkend op de ‘ambassadeurs conferentie‘ in Londen in 1912 die een einde maakte aan de eerste Balkanoorlog. Maar prins Wied wist geen bal van Albanië en had kapitaal nog leger. Dus moest hij voorzien worden van een ‘politiemacht’ om de orde in het land te herstellen. Albanië werd in die tijd overlopen door onder andere Grieken, Ottomanen, Serven, Kosovaren en Italianen. Eigenlijk was er geen centrale regering die het hele land kon regeren en zeker ook geen krijgsmacht. Albanië was een prooi voor graaiers geworden. Aangezien Nederland onafhankelijk was in 1914 (en de rest van Europa in de Grote Oorlog betrokken werd) viel al snel de keuze op Nederland om een politiemacht te leveren. Zweden, de andere kandidaat had al een dergelijke klus in het Ottomaanse rijk. Die politiemacht was een soort ‘vredesmacht’ hoewel dat in die tijd met aanmerkelijk geweld gepaard ging. Wat dat betreft lijkt er nauwelijks iets veranderd te zijn in honderd jaar. Volgend jaar is het honderd jaar geleden dat de eerste internationale interventiemacht van Nederland voet zette op het grondgebied van een ander land op basis van een mandaat van een aantal grote mogendheden: er werden vier militairen gestuurd.

In het midden links generaal de Veer en rechts kolonel Thomson. (bron: Robert Elsie)

Na het nodige gedoe rond het kabinet dat net gevallen was, besloot de regering van Nederland om een contingent marechaussees onder leiding van generaal de Veer naar Albanië te sturen. Colijn was de minister van Oorlog in die tijd. Hij droeg een vriend van hem, kolonel Lodewijk Thomson voor, deze militair was een veteraan uit de Boerenoorlog en wist van wanten. Na de onverwachte val van het kabinet kwam de leiding echter in handen van voornoemde generaal Willem de Veer, de kandidaat van de nieuwe minister van Oorlog Borsboom. Thomson werd secondant. De mannen gingen gezamenlijk op missie met hun adjudanten de sergeants van Reijen en Stok.

De aankomst van prins Wied met zijn entourage in Dürres. (bron: Robert Elsie)

Eenmaal in Albanië zetten ze een politiemacht op en leverden ze strijd met met name de Grieken en Macedoniërs om het land in één hand te brengen. Daarbij kregen ze ondersteuning van de Britten die ook een klein contingent manschappen en officieren stuurden. Het lukte hen een macht van 1000 man op de been te brengen. Bij decreet van Koningin Wilhelmina werd de Veer het hoofd van de Albanese politiemacht en de troepen werden uitgebreid tot uiteindelijk 5000 man waarvan zo’n 800 getraind. Toen barstte er echter een Ottomaanse opstand uit in het zuiden van Albanië.

Prins Wied achter de baar met het stoffelijk overschot van de Nederlandse kolonel Thomson. (Bron: Robert Elsie hwww.albanianphotography.net)

Om kort te gaan, na maanden gevechten en de nodige slachtoffers waar onder Kolonel Thomson die uiteindelijk in Nederland begraven werd, moest de politiemacht zich terugtrekken. Naar geruchte is Thomson omgekomen door een kogel in de borst afkomstig van een Italiaanse sluipschutter. In 1914 verlieten de Nederlanders na minder dan een jaar aanwezigheid Albanië. De missie had jammerlijk gefaald en Albanië werd weer een decennium in onrust gestort. Totdat koning Zog de macht naar zich toe wist te trekken en het land wist te verenigen. Voor even.

Nu, zo’n honderd jaar later blijkt er nog steeds een hang te zijn naar een monarchie in Albanië, ondanks de krachten vanuit het buitenland die al die jaren gepoogd hebben het land te knechten. Na de Nederlanders en de Ottomanen, de Grieken en de Italianen lukten het zelfs de Russen niet om van Albanië een stabiel land te maken. De klein republiek is nog altijd straatarm, de Europese landen proberen nog altijd voor de Albanezen te bepalen wat goed voor ze is. En Nederland? Nederland weet allang niet meer dat het gerommeld heeft in de Balkan begin vorige eeuw want Nederland is heel goed in het vergeten van internationaal geklungel.

© 2012 Alice Anna Verheij

Heel veel meer gedetailleerde informatie over deze bizarre episode in de geschiedenis van Albanië en de Nederlandse bemoeienis met het land is te vinden op de website van Robert Elsie die zich specialiseerde in vroege fotografie in Albanië. Het verhaal van de Nederlandse betrokkenheid en de inzet van de Veer, Thomson en hun mannen leest als een filmscript. De geschiedenis is ook hier boeiender en dwazer dan de fantasie.

Debat op 2 schaadt transgenders.

Vanavond was naar aanleiding van het SCP rapport (zie vorig bericht) het NCRV/KRO programma Debat op 2 op de televisie.

Het programma was een wanvertoning en met name een platform voor transgender vijandige meningen, transfoben en zelfs een uiterst discutabele psychiater (A Campo) waarvan is aangetoond dat hij rammelend pseudo wetenschappelijk onderzoek als feiten tegen geslachtsverandering presenteert.

Dit programma schaadt de belangen van de in deze samenleving toch al zo ernstig achtergestelde transgenders rechtstreeks. De NCRV en de KRO moeten zich schamen voor dit wanproduct en hopelijk komt er nooit maar dan ook nooit meer zo een uitzending op de Nederlandse televisie. Het was een uit de hand gelopen uitzending waarin negativiteit ten opzichte van transgenders de boventoon voerde, slordig met de aanduiding van het gender van de gasten werd omgesprongen en transvijandige mensen alle ruimte kregen hun afschuwelijke meningen en teksten te uiten. Voor mij niet veel anders dan een debatprogramma waarin bijvoorbeeld neonazis alle ruimte krijgen mensen te haten.

Eigenlijk zouden KRO en NCRV een herstelactie moeten doen en een vervolgprogramma maken dat wel zindelijk is en ingaat op de echte problemen in plaats van ze in een pseudo-debat setting met een slecht functionerende presentator slechts oppervlakking te benoemen en dan vrij baan geven aan kortzichtige en domme mensen die niet eens hun eigen kind kunnen accepteren. Wat een triestigheid.

© 2012 Alice Anna Verheij

Transgender zijn in Nederland kan. Maar wel in eenzaamheid en armoede.

Vandaag kwam het Sociaal Cultureel Planburo met hun rapport over de positie van transgenders in de Nederlandse samenleving. Het is een belangrijk rapport voor mensen als ik. Belangrijk omdat het de vinger op de vele zere plekken legt en nu eindelijk eens niet volledig op het (eventuele) medische aspect maar nu juist op het sociaalmaatschappelijke aspect van het leven als transgender in dit land gericht is. De conclusies zijn ronduit schokkend.

Voor mij zijn de conclusies schokkend omdat ik niet kan ontkennen dat een groot aantal de negatieve effecten van de transitie die ik heb ondergaan te ervaren op de wijze zoals die in het rapport is omschreven. Ik ben niet anders dan andere transgenders en in wezen slachtoffer van mijn eigen transitie. Slachtoffer van mijzelf.

Een paar ‘hoogtepunten’, die dus eigenlijk dieptepunten zijn:

  • De werkloosheid onder transgenders is fors hoger dan onder andere groepen en 1/3 leeft onder armoedegrens. Velen zijn afhankelijk van een uitkering en 12% is arbeidsongeschikt.
  • Er zijn twee keer zoveel transgenders eenzaam als mensen in andere groepen in de samenleving (2/3 van de transgenders is eenzaam en 1/4 is ernstig eenzaam).
  • 40% heeft te maken met negativiteit waaronder afwijzing, ridiculisering en geweld.
  • De gezondheidszorg is niet gericht op behandeling en begeleiding van transgenders. Te weinig capaciteit, extreme wachtlijsten en geen of uiterst gebrekkige psychische begeleiding.
  • Meer dan 2/3 van de transgenders heeft over zelfmoord gedacht (8x zoveel dan de rest van de Nederlanders) en ruim 20% heeft minimaal 1 zelfmoordpoging achter de rug.

Ik wordt verdrietig van deze gegevens en de conclusies die daaraan verbonden moeten worden. De belangrijkste voor mij persoonlijk zijn dat alles dat hierboven staat onverkort op mij van toepassing is.

Daarnaast moet ik vaststellen op grond van dit rapport, eerdere rapporten (bijvoorbeeld het UWV rapport mbt de werkgelegenheid onder transgenders van vorig jaar) en eigen ervaring dat het allemaal zo erg is als het in deze rapporten lijkt te zijn. Het is in de Nederlandse samenleving volstrekt onmogelijk om als transgender te leven zonder:

  • Daling van inkomen tot zelfs een mogelijke armoedeval.
  • Ridiculisering in de maatschappij en blootstelling aan transfoob geweld.
  • Eenzaamheid en de bijna onmogelijkheid om nog relaties aan te knopen.
  • Zekerheid te hebben over werk, inkomen en maatschappelijke positie.
  • Voldoende en adequate zorg te ontvangen voor, tijdens en na de transitie.

De conclusie zijn zoals gezegd ernstig omdat ze aantonen dat transgenders in veel hogere mate dan andere groepen in de samenleving ongewild aan de rand van het bestaan kunnen komen en daar dan vervolgens alleen hun leven moeten slijten.

Voor mijn lezers die mijn teksten lezen over mijn leven en zich afvragen waarom dat leven mij soms zo extreem zwaar valt, is dit rapport het antwoord op die vragen. Het is geen fijn antwoord.

Naar mezelf kijkend moet ik ook vaststellen dat ik het er als transgender niet zo geweldig vanaf gebracht heb, maatschappelijk gezien. Inderdaad is mijn inkomen ingestort en is armoedeval mijn deel. Ik leef ver onder de armoedegrens en soms is zelfs eten een probleem. Overleven is een kwestie van met kunst en vliegwerk leven en mezelf soms iets gunnen zodat mijn leven de moeite waard blijft waarbij het duidelijk is dat dat altijd ten koste van iets anders gaat. Maak ik een kort reisje (vakantie is onbetaalbaar) dan kan het zijn dat ik een maand later geen geld voor voeding heb. Om maar eens wat te noemen.

In dit rapport komt voor het eerst in Nederland ook het begrip eenzaamheid naar voren en ook daar onderstreept het mijn eigen wrange ervaringen. Als transvrouw die ook nog eens lesbisch is moet ik vaststellen dat de kans op een leven met een partner minimaal is. Vriendschappen zijn mogelijk, en ook sterke vriendschappen. Maar een liefdesrelatie inclusief de seksuele component blijkt een doorgaans onbegaanbare weg om de eenvoudige reden dan niet transgenders zich zelden tot nooit aangetrokken voelen tot de fysiek van een transmens. Het rapport is niet expliciet in de oorzaken van de eenzaamheid van velen van mijn lotgenoten maar daar komt mijn eigen ervaring en die van anderen me in negatieve zin te hulp. Helaas. Het gevolg: een ongewild relatieloos leven dat in sommige gevallen kan leiden tot extreme eenzaamheid en depressie. Helaas weet ik daar alles van.

Ik kan nog een tijd doorgaan maar dat is niet zo zinnig. Het belangrijkste dat ik wil meegeven naar aanleiding van het verschijnen van dit rapport is dat hoewel het in Nederland gode zij dank mogelijk is als transgender te leven en zelfs een geslachtsaanpassende operatie te ondergaan, het leven alles behalve rozengeur en maneschijn is. Vooral ook dat de sociaal maatschappelijke positie dermate slechts is dat gesteld kan worden dat de stap om in het gevoelsmatige geslacht te gaan leven een bijna garantie is voor de vernietiging van een groot deel van het maatschappelijk levensgeluk.

Redt je het wel als transgender dan ben je een uitzondering want de meesten gaan flink onderuit en velen staan nooit meer op tot het sociaal maatschappelijk niveau van voor de transitie. Daarmee zijn de moeilijkheden na transitie als een straf voor een niet begane misdaad. De samenleving is niet in staat je daartegen te beschermen. De overheid is onvoldoende deskundig en de wetten en regels rond identiteit en zorg zijn tegen je.

Vandaag was reden voor tevredenheid over het feit dat dit nu eindelijk eens gesteld wordt in een rapport dat bedoeld is om de overheid zich te laten verbeteren. Maar vandaag was ook reden voor droefheid over de staat van acceptatie en bescherming van transgenders in Nederland. Criminelen worden beter behandeld en krijgen meer kansen in de maatschappij na het uitzitten van hun straf dan transgenders na hun transitie. Daarmee is een gendertransitie maatschappelijk gezien erg goed te vergelijken met een stevige gevangenisstraf. Want net als een bajesklant zul je als trangender het na de straf erg moeilijk krijgen je in de samenleving overeind te houden. Op alle gebied.

En daar moet maar eens goed over worden nagedacht.

© 2012 Alice Anna Verheij

Dit is overigens het persbericht van het SCP (het rapport is bij hun op te vragen):

Worden wie je bent.
Het leven van transgenders in Nederland

Den Haag, 17 november 2012

  1. Er zijn in Nederland naar schatting ruim 48.000 personen van 15-70 jaar ‘transgender’. Driekwart van hen is als man geboren.
  2. De meerderheid van de transgenders heeft werk, maar bijna de helft van de transgenders is daar niet open over het trans-zijn.
  3. Er zijn opvallend veel transgenders afhankelijk van een uitkering. Een derde van de alleenstaande transgenders heeft een inkomen onder de armoedegrens.
  4. Vergeleken met de rest van de bevolking zijn meer dan twee keer zoveel transgenders die aan het onderzoek meededen eenzaam, hebben zeven keer zo veel van hen ernstige psychische problemen en hebben tien keer zo veel ooit een zelfmoordpoging ondernomen.
  5. Ruim 40% van de transgenders heeft te maken met negatieve reacties.

Dit blijkt uit de SCP-publicatie Worden wie je bent, die op 17 november 2012 verschijnt. De onderzoeker, prof. dr. Saskia Keuzenkamp, schreef dit rapport op verzoek van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, die de coördinatie van het transgenderbeleid in portefeuille heeft. Het is gebaseerd op een enquête die eind 2011 / begin 2012 werd gehouden. Ruim 450 transgenders deden mee, waarvan twee derde als man is geboren en een derde als vrouw. De meeste respondenten (96%) waren tussen de 16 en 65 jaar, 4% was 65plusser.

Het verkeerde lichaam 

“De oudste bewuste gedachte die ik me kan herinneren was: ik zit in het verkeerde lichaam.“ Zo schreef een van de respondenten van het onderzoek. Degenen die als jongen zijn geboren, waren gemiddeld 14,1 jaar en de meisjes 12,4 toen ze zich dat realiseerden. Ze wisten vaak al langer dat er iets aan de hand was, maar niet wat dat was. De helft van de respondenten wist al voor het 10e levensjaar dat hun genderidentiteit niet overeenkwam met het geboortegeslacht.

Hoeveel transgenders zijn er? 

De term ‘transgenders’ wordt gebruikt voor mensen bij wie het geboortegeslacht niet of niet helemaal overeenkomt met hun genderidentiteit (het gevoel man of vrouw te zijn). Naar schatting zijn er in Nederland ruim 48 duizend personen van 15 tot 70 jaar die niet tevreden zijn met hun eigen mannen- of vrouwenlichaam en het geboortegeslacht (gedeeltelijk) willen aanpassen via hormonen en/of operaties. Er zijn meer als man dan als vrouw geboren transgenders. Op de bevolking van 15-70 jaar gaat het naar schatting om 0,6% van de mannen en 0,2% van de vrouwen.

De transitie

Transgenders verschillen naar de mate waarin zij stappen hebben gezet om te leven volgens hun genderidentiteit. De meest ingrijpende maatregel is het ondergaan van een geslachtstransitie. Nadat een psycholoog of psychiater heeft vastgesteld dat er sprake is van genderdysforie (de medische term voor transseksualiteit), moeten degenen die als man geboren zijn anderhalf jaar leven als vrouw. Bij vrouwen is dat een jaar. In die tijd krijgen zij hormonen toegediend, waardoor hun geslachtskenmerken gedeeltelijk veranderen. Om de geslachtstransitie te voltooien zijn nog operaties nodig, maar niet iedereen gaat zover.

Leefsituatie

Ruim een derde van de respondenten woont alleen, een kwart woont samen met de partner, een op de tien met partner en kinderen. Ruim de helft van de respondenten (54%) leeft altijd volgens hun genderidentiteit, 29% doet dat zelden of nooit. Ruim 20% houdt het trans-zijn verborgen voor de ouders. Op het werk zijn de respondenten veel vaker niet uit de kast (45%).

Maatschappelijke positie

Transgenders zijn relatief vaak hoogopgeleid. 44% van de respondenten heeft een hbo- of universitair diploma. De meerderheid (61%) verricht betaald werk. Opvallend is het hoge aandeel dat arbeidsongeschikt is (12%) of werkloos (9%). Ruim 40% van de respondenten kan moeilijk rondkomen. Van de alleenstaande transgenders heeft een derde een inkomen onder de armoedegrens. Onder de Nederlandse bevolking van 18-64 jaar is dat 14%.

Welbevinden en gezondheid

Twee derde van de transgenders die meededen aan het onderzoek voelt zich eenzaam, een kwart zelfs in (zeer) sterke mate. Onder de Nederlandse bevolking voelt 30% zich eenzaam en 10% (zeer) sterk. De helft van de respondenten heeft psychische problemen en 14% is ernstig psychisch ongezond te noemen. Onder de rest van de bevolking gaat het om resp. 14% en 2%.

Meer dan twee derde van de respondenten heeft er ooit aan gedacht om uit het leven te stappen; 21% deed ooit een zelfmoordpoging en 3% deed dat in het afgelopen jaar. Onder de Nederlandse bevolking heeft 8% er ooit aan gedacht, 2% ooit een poging ondernomen en deed 0,1% dat in het afgelopen jaar.

Veiligheid en negatieve reacties

Ruim een derde (37%) van de respondenten voelde zich in het afgelopen jaar niet altijd veilig in de buurt. Dat gold vooral voor degenen die in transitie waren.
42% kreeg in het afgelopen jaar een of meer negatieve reacties vanwege het trans-zijn. Dat kwam het meest voor in de openbare ruimte: 38% die conform de genderidentiteit leeft is daar in het afgelopen jaar negatief bejegend. Het meest genoemd zijn: afkeurende blikken (27%), belachelijk gemaakt zijn of het mikpunt van flauwe grappen (19%) en scheldpartijen (12%). 5% werd bedreigd en 5% seksueel geïntimideerd.

Transgenderbeleid

Transgenders hebben het niet gemakkelijk. In het rapport zijn vier thema’s genoemd waar beleid zou kunnen bijdragen aan het verminderen van de knelpunten die transgenders ervaren:

  • vermindering van de wachttijden bij de genderteams, betere vergoedingen voor bepaalde medische ingrepen en uitbreiding van de psychische zorg;
  • het vergroten van de maatschappelijke acceptatie van en kennis over transgenders;
  • het vergemakkelijken van de procedure om de geslachtsaanduiding te wijzigen in de Gemeentelijke Basisadministratie;
  • het verbeteren van de arbeidsmarktpositie van transgenders.

SCP-publicatie 2012-30, Worden wie je bent. Het leven van transgenders in Nederland, Saskia Keuzenkamp. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau, ISBN- nummer 978 90 377 0625 3, prijs € 18,50.
De publicatie is verkrijgbaar bij de (internet)boekhandel of te bestellen/downloaden via de website: http://www.scp.nl.

Voor meer informatie: Saskia Keuzenkamp, tel: 070 – 340 7813, e-mail: s.keuzenkamp@scp.nl
Voor algemene informatie: I.H. Schenk, tel: 070 – 340 5605, e-mail:
i.schenk@scp.nl

De wereld veranderd niet.

Als documentair kunstenaar wordt ik soms getroffen door analogiën in oude kunst met mijn eigen werk. Christa Zaat, een facebook kunstverzamelaar die een onvoorstelbaar fraaie verzameling Victoriaanse en Edwardiaanse schilderijen op haar facebook gepubliceerd heeft, verraste me met een schilderij van de Engelse schilder Walter Langley. Zijn schilderij ‘Waiting for the boats’ laat vissersvrouwen zien die wachten op de boten die op haringvangst buitengaats waren. Ze kijken met afwachting, spanning en soms angst naar de zee bij de haven. Komen de mannen terug? Zijn alle boten er? Is mijn geliefde er bij? Of mijn zoontje?

Het schilderij laat het leven zien van de vrouwen in mijn familie een paar generaties terug. Mijn opa was immers een visser. En zijn vader ook. De spanning op de gezichten zijn een voorbode van het leed dat mogelijk op de vrouwen wacht. Want als de mannen niet terugkeerden lag nog zwaardere armoede in het verschiet.

Walter Langley (English painter) 1852 – 1922
Waiting for the Boats, 1885

Maar het schilderij riep bij mij nog iets heel anders op. De treffende gelijkenis in de uitdrukking op de gezichten van de vrouwen die ik fotografeerde in een vluchtelingenkamp in Nepal zes weken nadat een brand hun kamp en alles wat ze bezaten verbrandde. Ik weet overigens bijna zeker dat enkelen van hen inmiddels in Amerika of Australië, Nederland of Nieuw Zeeland of in een ander land wonen, begonnen aan een nieuw en minder uitzichtloos maar zeker ook moeilijk bestaan.

© 2011 Alice Anna Verheij
Vluchtelingen vrouwen en kinderen wachtend op hulp, mei 2011 Goldhap Camp, Nepal

De vrouwen op mijn foto wachten op wat er gebeuren gaat. Er wordt die dag hulp gebracht maar of zij daar wat van krijgen is niet duidelijk. De zwaarte van hun bestaan drukt op ze als een loden last en de ogen stralen niet alleen berusting uit maar soms ook wanhoop. Het beeld van deze foto is er slecht één van de honderden, nee duizenden, die op mijn netvlies staan en die ik in vele foto’s en videobeelden heb. Ze doen pijn. En ze motiveren me om door te gaan met wat ik doe: de beelden delen met een ieder die bereid is de ogen open te houden voor het leed van anderen. Mijn vrouwen zijn geen visservrouwen maar vluchtelingen, gevlucht voor een regime dat niet schroomde om een groot deel van het eigen volk het land uit te jagen. Zoals de visservrouwen de slachtoffers waren van hun armoede in een maatschappij die niet voor ze zorgde.

Er is in pakweg honderdvijfentwintig jaar in werkelijkheid niets veranderd. De ogen van zij die het zwaar hebben laten dat zien. In 1885 en in 2011, dezelfde blik, vergelijkbaar leed:

Hierbij nog wat gegevens over Langley’s schilderij voor de liefhebbers (met dank aan Christa):

Langley’s mastery of watercolour allowed him to capture the clear morning light of Cornwall as the fisherwomen wait on the quayside by the seawall in the last few moments of leisure when they are able to share news, knit and read letters from relatives as they await the arrival of the herring fleet that has been away at sea and is returning with the day’s catch. All is still and peaceful before these women’s strenuous daily work begins and the women have to unload and clean the fish. The youngest of the women appears to be concerned about the arrival of the boats, perhaps nervous that not all of them will return; many men were killed in ocean storms. The anxious expression on her young face is in contrast to the weather-beaten skin of the older women who are used to sitting and waiting for the boats. It is this subtle sentiment that Langley was able to capture so convincingly, because he understood the women and their hopes and fears and knew what it was like to be poor and to work hard.

© 2012 Alice Anna Verheij

De weg naar de hel.

Vanmorgen kwam op Facebook een oude kraker van Chris Rea langs. Ik hou van zijn muziek die staat als een huizenblok van zwaar beton. Onverzettelijke beat en strakke teksten. Deze had dan ook nog eens een tekst die – thanks Floortje – nog een diepere laag in zich heeft die misschien niet eens zo bedoeld was. Maar wel zo uit te leggen.

The Road to Hell knalde niet veel later uit de speakers en ik kon mezelf niet tegenhouden een vertaling van dit donkere lied te maken. Chris Rea heeft veel donkere maar ook romantische songs. Zijn bijna Victoriaanse blik op het leven is misschien deels gevoed door de ziekte die hij moest overwinnen maar ik zie hem vooral als een onverbeterlijke romanticus. Daarom vind ik zijn muziek zo mooi want daarin herken ik hem. Het is bijna onmogelijk om niet mee te zingen met de prachtige teksten.

Dus hier is dan, de volledige, The Road to Hell met de geweldige intro die de toon zet voor het onverwachte rockende tweede deel. Zo hoort een song in elkaar gezet te worden wat mij betreft.

En dit is mijn vertaling:

Stond stil op de snelweg
Ik zag er een vrouw
Langs de kant van de weg
Een gezicht als dat van mij
Reflecties, in mijn voorruit
En ze liep, naar mijn auto toe
En boog, heel erg traag
Een angstig gevoel, verlamde me, in mijn schaduw
Ze zei ‘kind, wat brengt jou nou toch hier
Mijn angst voor jou draaide me, in mijn graf’
Ik zei ‘mama ik kom naar het dal van de rijken
verkoop mijzelf’
Ze zei ‘kind, dit is de weg, naar de hel’

Op je reizen, door de wildernis
Van de woestijn tot aan de bron
Ben je terecht, gekomen op de snelweg, naar de hel

Tsja ik sta hier bij de rivier
Maar het water, dat stroom niet
Het kookt van al het gif, dat je bedenkt
En ik sta onder de lantaren
En dat licht, ken ik al te goed
Doodsbang weggedoken, diep in de schaduw
En de perverse angst voor geweld
Veegt de lach van elk gezicht
Gezond verstand rinkelt, elke bel
Dit is geen technisch mankement
Oh nee, dit is de weg, naar de hel

Alle wegen verstopt met krediet
En er is niks dat je kunt doen
allemaal vodjes papier en helemaal niet van jou
Oh pas op wereld, kijk nu goed uit
Waar het op neerkomt
Leer deze lessen snel en leer ze wel
Dit is geen opgaande mobiele snelweg
Oh nee, dit is de weg
Hey, dit is de weg
Dit is de weg, naar de hel

Tekst: Chris Rea
Vertaling: Alice Anna Verheij © 2012

Playboy, voor mannen en vrouwen maar niet voor mij.

Ik identificeer me niet uitsluitend als vrouw. Dat kan ik niet. Ik ben zowel (en vooral) vrouw maar ook een beetje man. Ik ben beide ook niet, ik ben anders. Ik ben een transvrouw, een transgender vrouw, een vrouw met een transseksueel verleden. Om het nog maar eens duidelijk te stellen. En ik val op vrouwen. Heb soms ook relaties met vrouwen (gehad). En sex. Omdat ik transvrouw ben is dat lesbische sex binnen een lesbische relatie. En dus, als er een enquete langs komt die daar over gaat behoor ik tot de doelgroep van geënqueteerden.

Of toch niet?

De Playboy wil met de komende Gay Pride een nummer uitbrengen speciaal voor lesbische vrouwen. Volgepropt met vrouwelijke eye-candy waar vooral vrouwen geacht worden onrustig van te worden. De mannen ongetwijfeld ook dus het zal de verkoopcijfers alleen maar ten goede komen. De Playboy zou de Playboy niet zijn als ze zich niet overmatig zouden richten op sex en dus is er een enquete op touw gezet die het beeld dat mensen hebben – excuus – ‘mannen en vrouwen’ hebben van lesbische relaties en lesbische sex. De Playboy wil weten van mannen en vrouwen wat zij weten van wat de dames zoal onder en boven de lakens met elkaar uitspoken. Een enquete over damesliefde, scharen en voorbinddildo’s dus. So far so good.

Nu ben ik de lulligste niet – pun intended – dus dacht deze dame de betreffende enquete maar in te gaan vullen. Ik ben natuurlijk vooral geïnteresseerd wat die vragen zouden zijn.
Maar toen ging het mis.

Bij vraag 1 wordt om ‘geslacht’ gevraagd. Moderne transvrouw als ik ben dacht ik dus volautomatisch daar ‘anders’ of ‘derde’ of ‘transgender’ in te kunnen vullen. Nou, mooi van niet dus. De Playboy verplicht me meteen bij vraag 1 al om man of vrouw te zijn. En het is een verplichte vraag dus ik mag niet voorbij Start, ontvang geen Playboy mok en hoef nog net niet door naar de gevangenis.

De Playboy is een uiterst conservatief blaadje met blootplaatjes en wat camouflage artikelen er omheen om het vooral maar de onderscheiden van de ranziger pornoblaadjes bij de sigarenboer of de Bruna. Goed, de foto’s zijn gemaakt door duurdere fotografen met duurdere apparatuur op locaties die de Jort Kelders van deze wereld ongetwijfeld bekend zullen voorkomen. Maar daar houdt het onderscheid dan ook wel mee op. Om met Golden Earring termen te spreken: het gaat ze om tits and asses en wie kunnen het daar nu beter over hebben dan hitsige vrouwen en geile heteromannen? Bij de Playboy is er geen plaats voor respondenten die niet voldoen aan de hormoongestuurde beelden in de hoofden van de redacteuren van het nationale pornoblad voor de nouveau riche. Transgenders bestaan niet en als ze wel bestaan zijn het dus geen mannen en vrouwen en mogen ze dus ook niet meepraten over ‘het beeld van lesbische relaties en lesbische sex in Nederland.’

Nou bedankt hoor Playboy. Goed gedaan jongens. Ik en mijn vriendandersen staan wel weer langs de zijlijn.

Gelukkig heb ik de Playboy niet nodig om de vragen te beantwoorden (of bedenken).

© 2012 Alice Anna Verheij

Over een zeemeeuw.

Jaren geleden, ik zal zo rond de zeventien jaar zijn geweest, las ik een boek waar ik via de muziek bij uitgekomen was. In die tijd was Neil Diamond een heel bekende zanger en scoorde hij hit na hit. Tegenwoordig maakt hij nog steeds bijzondere muziek met zijn net zo bijzondere en herkenbare stem maar kennen nog maar weinigen hem.

Ik luisterde naar muziek, las boeken en dacht over dingen na waar de meeste van mijn leeftijdsgenoten niet naar luisterden, niet lazen of niet over nadachten. Ik was anders. Net als die zeemeeuw uit het boek. De muziek die me naar het boek bracht was de soundtrack van de filmflop ‘Jonathan Livingstone Seagull‘. Het boek, een novelle van Richard Bach is een fabel over een zeemeeuw op zoek naar het hogere in het leven en een hogere zelf. Achtereenvolgens komen materialisme, trouw aan jezelf blijven, het voorop stellen van de liefde en ten slotte de onbaatzuchtigheid aan de orde. Stappen om te komen tot een hoger niveau wat misschien wijsheid genoemd kan worden om daarna die wijsheid in te zetten voor de samenleving die je verstoten heeft maar waar je wel uit afkomstig bent.

De fabel laat de weg zien die de zeemeeuw Jonathan aflegt wanneer hij de ambitie heeft om harder en hoger en mooier te vliegen dan welke ander meeuw ook. Hij kan het niet alleen en ontmoet twee andere meeuwen die hem helpen alsof het engelen zijn. Het zijn meeuwen die vliegen omdat ze plezier in het vliegen hebben. Dat in tegenstelling tot de vlucht meeuwen waar hij uit afkomstig is en die geleid wordt door angst, verveling, materialisme en domheid. Hij wordt uitgestoten, verbannen. Dan ondervindt hij hoe het is om niet te leven als een meeuw tussen honderden anderen in de grote groep. Hij leert om zich te sterken door het zijn van die uitzondering. Nog belangrijker leert hij dat er zoveel is dat er niet toe doet maar waar de andere meeuwen naar lijken te streven. En tot slotte leert hij dat hij moet blijven werken aan de liefde voor zichzelf om in staat te zijn om te vergeven. De meeuwen die hem helpen leren hem terug te keren naar zijn eigen waarden en om keuzed te maken. Uiteindelijke keert hij terug naar de vlucht meeuwen en kiest er voor om de samenleving te helpen met wat hij geleerd heeft.

foto: © 2012 Alice Anna Verheij

De fabel is haast religieus van karakter maar onderstreept vooral het belang van het streven naar een hoger plan en een hogere zelf waarbij non conformisme meer dan alleen maar een levenshouding is. De non conformist wordt degene die leert wat er wel toe doet in het leven en wordt daarmee een voorbeeld en inspiratie voor anderen. Het beeld van het verhaal komt nog het dichtste bij het Boeddhisme omdat het er vooral om draait om zelf op een hoger plan te komen tot nut van de wereld. De overeenkomst met de draaipunten in mijn leven zijn opvallend. Nog bijzonderder is voor mij dat ik het boek en de muziek nooit vergeten ben en nog steeds mooi vind. Omwille van de boodschap en de manier waarop die vervat is. De film is het kijken niet zozeer waard tenzij je een liefhebber van ouderwetse technische trucjes bent om radiografisch bestuurde ‘meeuwen’ lange glijvluchten te kunnen laten maken.

De meeste bekende song van de soundtrack is ongetwijfeld ‘Be’ van Neil Diamond. Ik heb het altijd prachtig gevonden ondanks de wat overdadige galm en de bombast. De tekst is sterk en heeft me soms geholpen. Voor mij is de God in de tekst vooral de kracht van de mens om boven zich uit te stijgen. Als ik het zo lees wordt de tekst van religie ontdaan en terug gebracht naar waar het boek om draait: een bemoediging dat anders zijn, de uitzondering zijn, niet negatief is maar juist van belang in een wereld die grijs en grauw en de weg kwijt is. Zo gelezen is die bemoediging bijna veertig jaar nadat de film en de soundtrack verschenen nog van groot belang.

Lost
On a painted sky
Where the clouds are hung
For the poet’s eye
You may find him
If you may find him

There
On a distant shore
By the wings of dreams
Through an open door
You may know him
If you may

Be
As a page that aches for a word
Which speaks on a theme that is timeless
And the one God will make for your day

Sing
As a song in search of a voice that is silent
And the sun God will make for your way

And we dance
To a whispered voice
Overheard by the soul,
Undertook by the heart
And you may know it
If you may know it

While the sand would become the stone
Which begat the spark
Turned to living bone
Holy, holy
Sanctus, sanctus

Be
As a page that aches for a word
Which speaks on a theme that is timeless
While the one God will make for your day

Sing
As a song in search of a voice that is silent
And the one God will make for your way

© Alice Anna Verheij


Robin Gibb

Photo © Robin Gibb & band

Today I read on the news of the death of Robin Gibb.

I grew up with the music of the Bee Gees, like I did with the music of Fleetwood Mac, Pink Floyd, Genesis, dire Straits and many, many others. Even Abba is part of my life’s soundtrack.

And so is Robin Gibb. There is no way to describe how I feel about his death after a fight he couldn’t win. I cherish the memory of this one song that says it all. Because of it’s intensity, because of the lyrics and because of that voice of Robin Gibb with that little crack in it that made it unforgettable.

This specific song reminds me of one of the darkest times in my life and of how this song made me clear what the world really was like. It comforted me then somehow and it still does.

Dear Robin, I loved you for your music.

Alice © 2012

This song should be listened to and the lyrics should be read to fully understand it’s value. Out of respect for Robin Gibb and his brothers Barry and Maurice (who passed away in 2003) I will translate this song later this week into a Dutch version. With love and good memories.

Songwriters: GIBB, MAURICE ERNEST / GIBB, ROBIN HUGH / GIBB, BARRY ALAN

I started a joke, which started the whole world crying,
but I didn’t see that the joke was on me, oh no.

I started to cry, which started the whole world laughing,
oh, if I’d only seen that the joke was on me.

I looked at the skies, running my hands over my eyes,
and I fell out of bed, hurting my head from things that I’d said.

Til I finally died, which started the whole world living,
oh, if I’d only seen that the joke was on me.

I looked at the skies, running my hands over my eyes,
and I fell out of bed, hurting my head from things that I’d said.

‘Til I finally died, which started the whole world living,
oh, if I’d only seen that the joke was one me.

‘Echte meisjes’ schofferen een samenleving.

Ik heb me lang ingehouden. Vooral omdat het nu eenmaal in Nederland niet populair is om een commerciële televisiezender aan te pakken op cultureel racisme. Omdat dat ook grote woorden zijn. Maar ik houdt het niet vol merk ik.

Sind enige tijd teistert RTL de buis met een programma over een groepje leeghoofdige meisjes die een soort competitie in stupiditeit met elkaar houden onder begeleiding van zweefcoach Ad Visser. Ad, de “spirituele” ex presentator van Top Pop die na allerlei zweverige omzwervingen sinds kort weer omarmt lijkt te zijn door een Nederlandse televisiezender. RTL in dit geval.

De ‘spirituele’ Ad Visser, het recent door RTL opgedoken presentator-fossiel.

De jongedames zijn naar Nepal afgereisd om op hun hakjes dwars door de Nepalese Hindu en Boeddhistische cultuur te stappen alsof ze een horde op hol geslagen olifanten zijn op weg naar de afdeling porcelein van het Rijksmuseum. In de verschillende afleveringen van het programma worden werkelijk alle aspecten van de Nepalese cultuur bij de kop gepakt, geridiculiseerd en geschoffeerd. En dat gebeurt op een wijze die werkelijk te erg is om aan te zien. Van enig respect voor Nepal, de Nepalezen en de Hindu cultuur die daar dominant is, blijkt geen sprake. Bij Pashupatinath waar de doden gecremeerd worden volgens Hindu gebruik wordt dat afgedaan als ranzig en vies. Tempels worden ontheiligd, mensen belachelijk gemaakt en er wordt zelfs midden op een dorpsplein door één van de dellen een ‘douche’ in bikini genomen waarbij ze zich vervolgens verbaasd dat de bevolking haar aanstaart alsof ze van Mars komt. Niet beseffend dat ze inderdaad van Mars komt.

Ad Visser treft natuurlijk de nodige blaam. Net als de producent overigens. Iemand die zogenaamd spiritueel is kan onmogelijk een complete sterk religieuze cultuur als de Nepalese betreden op de wijze die deze man doet. De schofferingen zijn niet van de lucht en alles wordt gereduceerd tot een spelletje waarin hij de ‘dames’ alle ruimte geeft om de Nepalese samenleving belachelijk te maken en af te schilderen als achterlijk en idioot. De ‘echte meisjes’ vinden alles wat ze tegenkomen ‘vies’, ‘ranzig’, ‘achterlijk’ en ‘gestoord’ en van enige redactie op hun uitspraken is geen sprake.

Voor een indruk van het RTL wanproduct surf naar: http://www.rtl.nl/reality/echtemeisjesopzoeknaarzichzelf/home/

Als op deze manier de Nederlandse samenleving zou worden aangepakt door een televisieproducent uit het buitenland zou de wereld te klein zijn en zouden er binnen de kortste keren kamervragen liggen en de verontwaardiging in de samenleving groot zijn.

Zoniet in Nepal. Mij ontgaat het waarom deze gekken van RTL, Ad Visser en zijn ‘echte meisjes’ niet bij kop en kont gepakt zijn en op de eerste de beste Arkefly vluchte retour Schiphol gestuurd zijn. Het zou volkomen terecht zijn als zij verwijderd waren uit het land want hoeveel beledigingen en schofferingen kan een bevolking hebben? Maar zo gaat het niet in Nepal dat de handen vol heeft aan een multitude van problemen waar Ad Visser en zijn crew geen oog voor hebben. De camera beperkt zich tot de kleurrijke kant van het land, de cliches, de folklore en die elementen in de plaatselijke cultuur die een westerling vreemd voorkomen. Want dat maakt immers lekkere televisie. Er wordt niet gekeken naar de kinder en vrouwenhandel, de abominabele staat van de infrastructuur en de dagelijkse struggle for life die de bevolking in het land voert.

De bevolking zelf komt vooral in beeld als primitieve halve wilden met allerlei gekke gebruiken.

RTL bedrijft met dit programma in mijn overtuiging regelrecht racisme. En dat kan tegenwoordig als het gaat om een beeld van de Hindu cultuur in het westen. Een dergelijke benadering zou onmogelijk zijn in Islamitische landen, Ad Visser zou binnen een paar uur (terecht) in de bajes belanden. Een dergelijke benadering is onmogelijk in Israel of in een Christelijk land. Maar als het om de zo ver van de gemiddelde Nederlander / RTL kijker afstaande Hindu cultuur is denkt men zich blijkbaar dit te kunnen veroorloven. En inderdaad, RTL komt er mee weg. Ad Visser ook.

Voor diegenen die het land en de cultuur een warm hart toedragen doen deze uitzending pijn. Ik voel me persoonlijk geraakt wanneer ik zie hoe er met Hollandse polderpoten door Nepal gebanjerd wordt zonder enig respect voor het land, de bevolking, de cultuur en de religie. Het toont mij hoe lelijk televisie in Nederland kan zijn wanneer die in handen is van bedrijven als RTL en mensen als Ad Visser. Walging is nog een veel te mild woord daarvoor. Het geld dat in deze productie gestoken is had veel beter gebruikt kunnen worden, bijvoorbeeld ter ondersteuning van de Nepalese samenleving.

Alice © 2012

A letter to the Fulbright International Educational Exchange Program.

Today I have send the following email to the Fulbright Program. In astounishment after reading an article of some time ago that was published in an American newspaper about a scholar who was granted a scholarship to go studying Gross National Happiness in Bhutan.

This is the link to the article in the Portland Herald and before that published in the Sentinel.
This is of course the link to the article written by Kai Bird in The Nation.

Dear Fulbright people,

today I’ve read this article in The Portland Press Herald concerning a scholarship for a study by Mrs. Gretchen Lechler who plans to travel to Bhutan to study Gross National Happiness:
I am amazed and quite honestly astounded by this.
Because yesterday I read this article by Pulitzer Price winner Kai Bird about the Bhutanese diaspora and the cost of that for the US, the international community, Bhutan and the Bhutanese refugees:
I have personally spend six months in 2011 in Nepal to work on the first feature length documentary about the Bhutanese exile and the third country resettlement project of the UNHCR and it’s effects. So I know very well the reality of Bhutan. By experience.
It is totally flabagasting to see a US government funded organization to spend a load of money on a scholarship for studying the myth of Gross National Happiness in a country that is in reality percentagewise the largest ethnic cleansing country in recent history. Especially since it is the same US government that has started the resettlement effort on request of the UNHCR and is actually welcoming over 60,000 Bhutanese refugees to become US citizens.
This scholarship is a disgrace, as is this study that Mrs. Lechler is undertaking. There is no way that Gross National Happiness can be objectively studied without extensive visiting of the Bhutanese refugee camps and realizing that a large portion of the Bhutanese people is all but happy.
I sincerely request your organization to think again because by this scholarship Fulbright is actually passively supporting human rights violations. And preferably, to request Mrs. Lechler to study GNH in the Bhutanese community in exile. To do that she doesn’t even have to leave the US. If needed I can provide all relevent contacts for that and am more than willing to assist in any possible way.
With kind regards,
Alice Verheij
writer, film maker, journalist
The Hague, Netherlands / Kathmandu, Nepal
Alice © 2012

Pulitzer Price winner’s article republished on Headwind website.

Today The Nation granted me the rights to republishing an article written by Pulitzer Price winner Kai Bird on the Headwind website. Kai Bird’s article is an excellent account of recent history concerning the Bhutanese ethnic cleansing and exile in the early ninetees of last century, the ongoing resettlement of Bhutanese refugees and the long term to be expected effects of this on the position of Bhutan, it’s king and government.

Kai Bird won the Pulitzer Prize with his excellent co-authoring on a biography of Robert Oppenheimer, the ‘invertor’ of the atomic bomb. Mr. Bird has work for many years in the Middle East and has recently published his autobiographic ‘Crossing Mandelbaum Gate‘ about the Israeli – Palestinian conflict and how he has lived, grown and endured in the region. Mr. Bird has lived for some time in Kathmandu, Nepal and recently traveled to Bhutan and was a guest of the royals.

‘The Enigma of Bhutan’ is an absolute must read for anyone interested in the Bhutanese ethnic cleansing and exile, the ongoing largest UNHCR third country resettlement project and the effects of this all on Bhutan.

The article is published in The Nation’s March 26, 2012 issue and can be read on the website of the Nation and on the Headwind website.

Alice

Ik mis mijn moeder.

Er is geen aanleding voor. Het is ook niet ‘die dag’. En ook niet haar verjaardag. Maar ik mis haar. Het is niet fijn om wees te zijn want hoe dan ook er mist een bodem onder mijn voeten. De foto is van 1 september 2009, twee en een half jaar terug en het lijkt alsof het slechts een paar maanden geleden was dat we voor het laatst appeltaart aten op de boulevard van Scheveningen.

Er is zoveel gebeurt in die twee en een half jaar. Zij is er niet meer, ik ben losgekomen van mijn oude bestaan in Nederland om me niet meer te kunnen hechten en ben gaan reizen en filmen. Mijn leven is enorm veranderd en het wegvallen van mijn lieve moeder was daar het startschot voor. Natuurlijk denk ik vaak over de vraag wat zij er van zou vinden hoe ik leef. Het antwoord komt nooit en dat hoeft ook niet. Ondanks alles wat er gebeurt is en ondanks alle veranderingen is ze nog vaak daar. Zoals vanmorgen ineens weer. Ik zou graag nog een keer een kopje koffie gaan drinken met haar.

Alice © 2012

 

(Toch niet zo) stomme homo’s… maar wel flauwe lesbo’s.

Naschrift:
Vera is op haar tenen getrapt. Ze is niet mutserig, geen minkukel en geen ignorent trutje. Volgens zichzelf. Ach. Henk Krol daarentegen begrijpt het wel en wijst me op zijn weblog en met name op zijn blogje van vóór de uitzending van PenW.

Kijk, het eerste is vooral grappig want er kan iemand even niet tegen een zuidwester stormpje. Jammer dan. En het tweede vind ik dus portief. Blijkt dus dat nu uitgerekend Henk Krol op zijn weblog nog voor de uitzending van PenW juist wèl de situatie van transgenders in één mooie adem noemde met zijn pleidooi voor een koerswijziging van de homobeweging. Dat in tegenstelling tot nu juist Vera Bergkamp die dat dus naliet op het moment dat ze dat nadrukkelijk niet had mogen nalaten. En daarmee van mij een redelijk harde veeg uit de potten kreeg.

Waarmee de kritiek van Vera in een interessant daglicht komt te staan. Ofwel: hoe een ‘voorvechtster’ dus eigenlijk onterecht kritiek heeft op een ander maar het er zelf lelijk bij laat zitten en er vervolgens niet tegen kan daarop verbaal aangepakt te worden. Maar eh Henk… chapeau!
En dan nu het vervolg Henk…, wordt het geen tijd voor de Gay Krant om het stokje over te nemen en een stevig artikel aan de positie van transgenders te besteden? Liefst met transmannen in de hoofdrol? Ik daag je – met een brede glimlach – toe uit!

Wat rest is dat ik Henk sportief vind en Vera niet. Ach, het kan verkeren. Wat ook rest is dat voor diegenen die vinden dat ik soms te ver ga in het verbaal onderuit schoffelen van ego’s het erg jammer is want de kans dat ik me daar ook maar iets van aantrek zo ongeveer nul comma nul is. Als schrijfster eigen ik me dat recht gewoon toe, net als andere schrijvers en polemisten in Nederland. En kan iemand er niet tegen? Dan lees je het toch gewoon niet. I simply don’t give a damn!

Ik ga er even een paar weken van tussen om te voorkomen dat ik na die idiote Katholiek in soepjurk die me al irriteerde over ga tot een massamoord op kerstmannen. En in januari ben ik weer terug. Mocht iemand iets stoms doen wees dan gewaarschuwd: ik vreet je verbaal op met huid en haar… en dat terwijl ik toch eigenlijk best heel lief ben. Aan alle homo- en transhaters: steek veel vuurwerk af, laat het te laat los en verlies een paar handen…

— en dan nu mijn oorspronkelijke artikeltje —

Ik zeg het niet snel en ik schrijf het zelden of nooit. Maar ze zijn er, stomme homo’s en mutserige lesbiënnes.

Als voorafje: ik ben zelf nogal lesbisch zal ik maar zeggen dus ik veeg hier in het eigen nest.

Goed dan, daar gaat ie. Eergisterenavond. Pauw en Witteman. Ik heb niet gekeken en vandaar dat ik nu pas mijn te berge gerezen haren verbaal platstrijk en dat niet een dagje eerder heb gedaan. Uitzending gemist kwam op mijn weg nadat een Facebook linkje van iemand in mijn vriendjes / vriendinnetjes / vriendandersjes lijstje bij mijn iPad naar boven popte. En dus heb ik wel gekeken, op zijn cyberspace’ dus. Henk Krol, je weet wel die grote vent van de Gay Krant die voor zijn mannen goede zaken gedaan heeft en Vera Bergkamp, charmant en krachtig als altijd als voorzitter van het COC aan tafel. In gesprek. Een gesprek waarin Pauw niet zoveel vraagt, die heeft niet zoveel ruimte bovenin voor homo’s met die 200 vrouwen van hem dus vooral Witteman die de voorzetjes geeft.

Henk heeft iets raars gezegd namelijk. En als je als homovoorman iets raars zegt kom je bij PenW op TV. Dàt hebben ze in ieder geval bereikt in vijftig jaar emancipatie. Henk vindt dat de homobeweging wel kan stoppen. De strijd is gestreden, de wetten zijn aangepast, de maatschappij weet het nu wel en verdomd Henk, je hebt helemaal gelijk. Voor homomannen dan wel te verstaan. Mooie Vera is het er natuurlijk niet mee eens. Want er is nog veel niet goed en daar rollen de mantras van de lesbische vrouwen die een kind willen en de verplichte voorlichting op scholen samen met de weigerambtenaren vlotjes over de buis.

En dan ontspoort het. Henk heeft gezegd dat het wel geregeld is met die wetten en tot mijn ontsteltenis bevestigd Vera dat met zoveel woorden. Het zijn inderdaad andere zaken dan wetgeving die nu aan de beurt zijn.

En ik ontplof. Met een doodsklap.

Wàt zegt Vera? Wàt beweerd die Krol? Het is wel geregeld met die wetgeving? COC Vera, die dondersgoed weet dat er een vreselijk slecht wetsvoorstel bij meneer Teeven op het bureau ligt om de juridische geslachtswijziging van transgenders te regelen?
Kijk dat Krol dat niet weet of wil weten of vergeet is één ding. De homomannen van de Gay krant heb ik niet kunnen betrappen op al teveel aandacht voor transgenders. Maar Vera, meis, toe nou. Het COC. Kom op zeg. Jullie roepen toch zo graag dat je LGBT belangen dient? Dus inclusief de T van transgender? Jullie doen toch allerlei dingen binnen de gemeenschap waarbij die T telkens genoemd (maar overigens zelden serieus ingevuld of van fondsen voorzien) wordt? Of is het zo dat alles uitbesteed is naar het Transgender Netwerk Nederland inclusief een stukkie budget en je dus maar gewoon helemaal niet aan die verdomde wetgeving voor transgenders denkt?

Sterker: je maakt het erger. Je wijst er op dat er een tweede emancipatiegolf aan de orde is. Voorbij de discriminerende wetgeving want die is er niet meer. Het gaat om de uitvoering van die wetten nu. Het gaat om de weigerambtenaren. Dat er in tegenstelling tot Henk’s en jouw stelling dat er geen problemen op wetgevingsgebied zijn een schandelijk slecht wetsvoorstel NOG STEEDS op het bureau ligt te verstoffen, dat het daar alweer ene tijdje ligt, dat het niet deugd, dat die wet nadrukkelijk in strijd is met de mensenrechten, dat dit al kabinetsperioden vertraagd en doorgeschoven wordt en dat er tienduizenden mensen zijn die daar elke dag last van hebben, dàt noem je niet. Je laat het moment passeren, je denkt niet eens aan die transgenders die wel door het COC genoemd worden in de eigen positionering want je kunt er zo fijn contributie bij heffen.

Je haakt niet in, je meldt niet dat er knullige onderzoeken gedaan worden door de overheid waarin naar de bekende weg gevraagd wordt voor de zoveelste keer want zolang er onderzocht wordt hoeft die overheid niets te doen. Je laat de boel liggen. Wat mij betreft laat je daarmee je transgender broers, zussen en tusseninnen in de hoek liggen. Je steelt zelfs de mogelijkheid van een prikje om die wet te verbeteren. En daardoor marginaliseer je vrolijk mee. En het aller allerergste Vera, is dat je je er niet eens van bewust was. Want als je je dat wel was dan zou je je nog veel harder moeten schamen.

Wat mij betreft Vera: het COC, weg ermee! en neem en passant die Gay krant ook maar mee!
Want mensen als ik, trangenders (hetero of niet), hebben niks aan jullie als je het er bij laat zitten. 

Kom ook alsjeblieft niet met een sorry of zo er is immers een geloofwaardigheidsprobleempje dat je beter maar eerst kunt oplossen. Een telefoontje naar Teeven heb ik liever. Of die al klaar is met broeden en of het ei inmiddels een beter ei is dan wat we hebben gelezen deze zomer. En doe maar liever niet meer alsof jij en het COC écht een lor geven om transgenders. Dat is nu té ongeloofwaardig en geloof me, eens loopt de druppel over. Ook bij ons.

Alice © 2011
Transgender activist