Nog even.

Sinds 2005 schrijf ik aan Writer’s Block, mijn continue te(kst)periment. Niet een blog, zoals zo vaak wordt gedacht, maar een scharrelplek, woorden laboratorium of tekstatelier. Kiest u maar. Acht jaar schrijven op een plek als deze is heel wat. Ik ben hier opgegroeid als schrijfster, heb er mijn diepste gevoelens, ellende, vreuge, liefde en verdriet gedeeld. Met als uitgangspunt dat ik mijzelf geen beperkingen op zal leggen in wat ik schrijf en op welke wijze.

Writers’ Block bracht mij een nieuw leven, een nieuw vak, nieuwe mogelijkheden bovenal nieuwe vriendschappen met heel bijzondere mensen. En een enkele ‘hater’. Zo gaan die dingen soms. De balans na al die jaren stukjes schrijven hier is in hele grote mate positief. Na 1.542 teksten en een dikke 416.000 bezoekjes is het echter welletjes. Writer’s Block houdt op te bestaan.

Tenminste, in deze vorm en onder deze naam. De website wordt een archief en er komt iets anders voor in de plaats.

Waarom stoppen met zoiets dat zo belangrijk in mijn leven is?

Omdat het nu nog gaat maar ik ook merk dat de inspiratie afneemt terwijl ik mijn creatieve bron nodig heb voor de boeken die ik maak, de foto’s, de exposities en de optredens. Omdat creatieve bronnen niet onuitputtelijk zijn en ik dat ook niet ben. Omdat ik van schrijven en documentaire kunst mijn beroep gemaakt heb en daar een ander soort benadering voor nodig is. Omdat het gewoon hoog tijd is om door te pakken en omdat ik een nieuwe fase in mijn leven in ga.

Binnenkort verlaat is, als alles goed gaat en daar ga ik wel vanuit, mijn geboortestad. Ik vertrek naar een plek in het land die mij beter past voor wat betreft rust, levensritme en inspiratie. Ik houdt van Den Haag maar de stad heeft voor mij ook een donkere kant in zich. De mogelijkheid om een verse start te maken op een plek waar ik geen persoonlijk verleden heb is er een die ik niet zal laten liggen maar die ik juist omarm.

Bij een nieuw begin hoort het afsluiten van zaken die daar aan toe zijn. Zoals mijn Writer’s Block.

Na Writer’s Block zal er onder deze domeinnaam een nieuwe persoonlijke website ontstaan waarin mijn andere uitingen worden ontsloten. WoordenStorm en Anna Ros zullen er deel vanuit gaan maken, net als het archief van Writer’s Block. Ik verdwijn dus niet van het toneel als het gaat mijn werk maar ik kom wel in andere gedaante terug. Hoe? Dat wordt de komende maanden wel duidelijk.

Alice Anna Verheij

Wat een week!

De afgelopen week was me er eentje.

Om te beginnen waren er de dagen in Parijs voor de OuiShare conferentie die ik samen met een paar wijkgenoten bezocht. Nou ja, eigenlijk alleen de eerste dag want daarna was ik ook wel klaar met die conferentie. Een paar dagen nadien en flink wat ander werk maken dat het beeld dat ik vooraf had en dat ernstig bevestigd werd op die eerste dag alleen maar sterker is geworden. Wat mij betreft was het allemaal ‘much to do about nothing’. Vernieuwingsgraad laag, babbelgehalte hoog, extase afwezig, kunst idem dito en dus eigenlijk niet interessant. Parijs zelf was dat echter des te meer en de twee dagen waarop ik vijentwintig jaar oude herinneringen overschreef met nieuwe, rondzwierf in de stad, Hemingway’s voetsporen poogde te drukken èn een berg foto’s gemaakt heb, zijn voor herhaling vatbaar. Niks fijner dan met een goede camera zwerven in een stad als Parijs op de eerste echte lentedagen. Of het nu ikzelf of Anna Ros was die er gezworven heeft en in La Belle Hortense, Café de Flore en Les Deux Magots zat weet ik nog niet precies.

Alice AnnaCafé de Flore in St. Germain-des-Prés, Parijs

Eenmaal terug was het vol aan de bak met het monteren van Dooie Pier, mijn eerste documentaire die ik samen maak met Arna van der Sloot voor televisie en die aanstaande zaterdag op TV West wordt uitgezonden. Vijentwintig minuten over de pier bij Scheveningen bezien door de ogen van verschillende generaties Scheveningers. Moet hij blijven of moet hij weg? Of wordt het opknappen en wat zijn de herinneringen die ze hebben aan dat markante bouwwerk voor de kust van Scheveningen? Dit is de promotie poster met daaronder de teaser voor de film.

dooie pier poster horizontaal klein

Tussendoor is dan ook nog eens WoordenStorm opgericht. Na een paar jaar in de koelkast gelegen te hebben en niet als bedrijf te functioneren werd het tijd (en bleek het mogelijk) om mijn eenvrouwszaak dan toch maar van de grond te tillen. Het eerste werk is er ook al en dus is de start ‘vliegend’. Mooi en fijn.

De komende dagen zijn wat rustiger en dan kan er gewerkt worden aan de verschillende projecten, van tijdreisgids en toneelstuk tot vertaalwerk en het schrijven aan mijn eigen romans, het voorbereiden van foto exposities en nog zo het een en ander.

Het is en wordt een mooi en druk jaar. Nu maar hopen dat het goed blijft gaan.

© 2013 Alice Anna Verheij

Rust. Of toch niet?

Het is alweer een tijdje terug dat ik iets schreef op deze plek. Voor de meesten zal het er op lijken dat ik mijn schrijfactiviteiten aan het verminderen ben. Niets is echter minder waar. De werkelijkheid is dat er wellicht een soort kantelpunt in mijn werk aan de orde is. Ik merk dat ik zelf minder behoefte heb om hier werk te delen èn ik merk dat ik het juist veel drukker heb gekregen met schrijven. Zelf denk ik dat het te maken heeft met een andere fase in mijn leven. Zoiets behoeft analyse.

anna-pencil3

Vorig jaar werd ik vijftig en dat heeft nogal wat aangericht bij me. Emotioneel wel te verstaan. Waar ik mij de afgelopen tien jaar staande heb weten te houden door te blijven werken aan nieuwe projecten en het dagelijks schrijven van korte teksten, gedichten en columns is er n een andere dynamiek gekomen. In een andere wereld zou zoiets professionalisering genoemd worden of de groei naar volwassenheid.

In 2004 stortte mijn toenmalige wereld definitief in. De scheuren in het bouwwerk waren decennialang groter en groter geworden en mijn kracht om ondanks die scheuren de façade in stand te houden evenredig afgenomen. November 2004, een maand die mij altijd bij zal blijven. Het halfjaar voorafgaand aan de grote crash was in toenemende mate zwaar voor me en na de wanhoop van september en oktober 2004 was er slechts een diep donker gat gebleven. Geen idee waarom ik trouwens nu hierover schrijf.

Vanaf 24 november 2004 zou mijn wereld gaan veranderen. Het werd, en dat kon ik onmogelijk voorzien, een rollercoaster waar ik niet meer aan kon ontsnappen. Jaren gesprekken met psychologen zouden volgen en een ‘transitie’ zoals dat schijnbaar mooi wordt omschreven kwam op gang. Alles gericht op het fysieke. Goed drie jaar later was de eerste grote storm voorbij en lagen er al wat schepen op de kade geslagen. Het einde van een huwelijk, het einde van een gezinsleven, het einde van de eigen bedrijven, het einde van een leven dat op een manier ingericht was dat ik er aan onderdoor was gegaan. Weer drie jaar later was de put dieper geworden. Van betrekkelijke welstand kwam er de armoedeval. Nooit gedacht dat die zo diep kon zijn. Er kwamen relaties die niet stand hielden. Wellicht omdat ik daar niet aan toe was, misschien simpelweg omdat ik mezelf weer opnieuw moest leren kennen, en vrijwel zeker een  combinatie van beide. Van bedrijven kwijt en een lijf dat niet deed wat er van verwacht werd, naar een nieuw en ander leven.

Ik heb het moeilijk gehad en ondanks de mensen om me heen die soms wisselden heb ik me eigenlijk al die tijd alleen en verlaten gevoeld. Ik vluchtte naar mijn geboortestad, naar mijn moeder. Mijn moeder stierf. Ik vluchtte naar de andere kant van de wereld om iets te doen dat ik niet eerder had gedaan en om naar nieuwe bronnen in mijzelf te zoeken. Ik kwam, werd vijftig en ziek. Niet alleen die bijna tien jaar onafgebroken ingrijpende veranderingen in mijn leven maar ook de inmiddels ontstane armoede hebben een tol geeist. Galstenen en een plekje op de maagwand dat er niet moet zijn, een gebit dat achteruit gaat zonder dat er mogelijkheden zijn om het goed aan te pakken of te doorstaan. Dus zo slijt een mens.

Ik dacht het vorige week nog: dus zo slijt een mens.

Afgelopen december was zwaar. Wat heb ik me vergeten gevoeld en wat een onzinnige gedachte is dat eigenlijk met zoveel bijzondere mensen om me heen. Maar er is iets veranderd in me. Het lijkt wel of er een soort dwang aan het wegvallen is. Waar de afgelopen ruim zeven jaren tijdens die lange storm ik wanhopig verlangde naar gezelschap is dat veranderd in de behoefte om alleen te zijn. Veel alleen te zijn. Hoezeer gezelschap juist fijn is, de momenten dat ik weg wil kruipen achter een schrijftafel of typemachine om gewoon te doen wat ik hoor te doen zijn aan het toenemen.

Dat drukt zich uit in verminderde activiteit op deze plek. Er komt gewoon minder in aanmerking hier gepubliceerd te worden. Naarmate ik meer schrijf ben ik onzekerder en ontevredener over wat ik schrijf. Naarmate ik meer werk aan het manuscript dat op mijn schrijftafel ligt merk ik dat er meer en meer van mijzelf in dat manuscript verdwijnt. Er blijft simpelweg minder over om hier te plaatsen.

Het is niet zo dat ik minder doe dan voorheen. Integendeel. Waar in het verleden de projecten die ik deed vooral solistisch van karakter waren zijn mijn huidige projecten op dat manuscript na vooral projecten waarin ik met anderen samenwerk. Documentaires, een toneelscript en wellicht nog eentje, een reisgids in het Engels en een kleinkunstprogramma voor op het kleine podium, ik maak ze niet alleen maar samen met begaafde kunstenaars. Gezelschap is voor mij vooral samen maken geworden. De spiegel daarvan is het grote soloproject van die trilogie waar het eerste deel in manuscript vorm langzaam vordert.

Maar er is meer. De behoefte het leven te delen met een ander is groter geworden. Verdiept vooral. Niet in de vorm van een behoefte in permanente lijfelijke aanwezigheid maar juist in de behoefte aan het delen van de diepere emoties die mijn schrijf, foto en filmwerk met zich meebrengen. En er is de keuze om zonder enig voorbehoud me uitsluitend nog te willen bezig houden met mijn kunst. Zonder voorbehoud wat zoveel wil zeggen dat ik mijn leven er op ingericht heb om dat te doen. Terug getrokken op een klein gebied in betrekkelijke afzondering. Dat terwijl afzondering nu juist zo bedreigen voor me is. De beweging van de drukte weg naar een verdieping toe ervaar ik als onomkeerbaar en vormend. Maar ook als angstig omdat mijn eigen emoties daarbij mij soms bang maken. Het gevoel iets te schrijven dat niet zonder gevolgen voor mezelf kan blijven is als de rand van een klif die hoe gevaarlijk ook, blijft aantrekken want die diepte wil ik zien.

En juist nu, juist nu merk ik de slijtage aan mijn lijf. De inmiddels bijna dagelijkse fysieke pijn die je leert te aanvaarden en de angst dat het uiteindelijk te vroeg fout gaat. Het is een irrationele angst maar ratio is niet wat me stuurt. Er ligt nog zoveel werk te wachten en er zijn nog zoveel zinnen te schrijven. Over een paar maanden komt er een film van me op televisie gemaakt met een collega filmmaakster. Aan het eind van het jaar hoop ik het eerste manuscript van de trilogie klaar te hebben en wellicht nog een tweetal korte documentaires, dat toneelstuk en die twee novelles. Tel ik de film- en schrijfdagen bij elkaar op dan blijft er weinig ruimte om hier nog te schrijven.

Er zal dus hier een tijdlang minder nieuw werk verschijnen. Mijn publicaties verschuiven tegen de stroom van de tijd in van het internet naar het papier en het beeld. Voor de lezers en kijkers hier zal dat betekenen dat als er prijs gesteld wordt op mijn teksten en beelden, er meer op uit getrokken zal moeten worden. Het zou fijn zijn als dat ook gebeurt. Ondertussen zal ik hier toch nog wel met enige regelmaat publiceren maar de frequentie is al gedaald en zal dat zeker nog verder doen. Deze plek zal meer en meer een plaats worden voor aankodigingen en verwijzingen naar werk dat ik elders publiceer, exposeer, vertoon of opvoer.

© 2013 Alice Anna

In gesprek met Lena.

Tijdens het onderzoeken en schrijven van mijn romans heb ik gesprekken met de hoofdpersonen. Virtuele gesprekken soms, in dit geval met Isabell Helena die onder de artiestennaam Lena Dene aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw in Londen op de planken stond. Lena is (was) een bijzondere vrouw die bijzondere keuzes in haar leven maakte. Over haar leven en die keuzes ging het volgende gesprek dat ergens in 1902 plaats vond. Jaren later zou ik haar weer spreken.

Anna: Dag Lena. We kennen elkaar nu een tijdje en naarmate ik je beter heb leren kennen ben ik nieuwsgieriger naar je geworden. Voor mij ben je niet iemand van wie er dertien in een dozijn gaan en dat heeft te maken met wat je in je leven hebt meegemaakt en de keuzes die je maakte. Daarom vind ik het fijn dat je daar over wat verder wilt praten met me.

Lena: Dag Anna, maar natuurlijk wil ik met jou praten. Zo vaak komt het niet voor dat iemand bijna honderd jaar terug reist om met me te spreken. Ik vind het wel een beetje eng trouwens want ik heb zo het idee dat we het soms over zaken hebben die wij niet gewend zijn te bespreken.

Anna: ik zal prudent zijn. Zou je wat over jezelf willen vertellen? Waar je vandaan komt, wat voor werk je doet, wie je familie is, dat soort dingen?

306 New Cross Road, London
306 New Cross Road, London – geboortehuis van Isabell Helena Pullan (Lena Dene)

Lena: Natuurlijk. Ik ben geboren in 1870 op New Cross Road in London. Ons huis staat er nog geloof ik. Mijn vader was een ‘engineer’, een mechanicien en mijn moeder vooral moeder. We waren met tien kinderen bij ons thuis. Dat wil zeggen, eigenlijk met acht, want Dorothy die twee jaar mij geboren werd overleed toen ze acht was net als een kind dat al veel eerder stierf. Een jaar voordat de kleine Dorothy stierf liet mijn vader Abraham Pullan ons in de steek. Sarah, ons moeder overleed toen ik zes was. Vanaf dat moment was Ada eigenlijk onze moeder. We waren met vier zusjes en twee broertjes over gebleven. Mijn oudste twee broers waren al vroeg het huis uit en getrouwd, maar Ada mijn oudste zus wilde niet trouwen en zorgde voor ons. Het is een heel verhaal weet je. Edith is ook getrouwd.

Anna: Ada was bijzonder belangrikj voor jou, dat had ik al begrepen. Maar vertel eens wat voor werk je doet als je wilt?

Lena: Ik ben actrice. Net als Ada. Op het podium heten we trouwens Dene. Zij heet Dorothy, ik Lena en dan zijn er nog Hetty en Edith. Ik ben de jongste en Edith is gestopt met acteren toen ze met die schilder getrouwd. Ze heet nu Edith Schmalz. Hetty, Samuel en ik wonen nu nog bij elkaar in een huis. Dorothy is zoals je weet niet zolang geleden overleden. Ik weet niet zo goed hoe ik daar mee om moet gaan, ze was zo ziek en we hielden allemaal zoveel van haar. Iedereen hield van Dorothy. Sinds die oude meneer Leighton een paar jaar terug overleed ging het slecht met mijn lieve zus. Er is zoveel gebeurt in een paar jaar en die lieve meneer Leighton had ons zoveel geld nagelaten dat we in een mooi apartement konden gaan wonen. Hij hield van Dorothy en ook van ons maar toch vooral van haar. Daarom woon ik hier nu nog steeds op 10 Avonmore Mansions. Dorothy heeft alijd zo genoten van ons mooie huis. In 1890 zijn we hier komen wonen. Het is lekker dicht bij Kensington en dat is belangrijk want daar werk ik als ‘sitter’ voor mijn zwager Herbert Schmalz en een aantal vrienden van hem. Het is ook dichtbij de theaters van Hammersmith. Als je de straat uitloopt dan zie je meteen al het grote Olympia. Als actrice in deze stad is het belangrijk om in een wijk te wonen waar veel andere acteurs ook wonen. Daarom koos Dorothy, want zo noem ik Ada nog altijd, voor Hammersmith om te gaan wonen. Maar dan wel in één van de beste straten van de wijk. Pas nog heb ik op de planken gestaan in ‘For the honour of the family’ van J.H. Leslie in het Comedy Theatre. Ik speelde er Lady Hilda. Voor de tweede keer in tien jaar trouwens want we stonden met dat stuk al eerder daar, in ’97 geloof ik.

Lena and Dorothy DeneLena Dene (rechts) en haar oudere zus Dorothy Dene (links)

Anna: Je bent nooit getrouwd Lena, hoe dat zo? De mannen moeten toch aan je voeten liggen lijkt me zo?

Lena: Gosh. Eh, wat zal ik daar nu op zeggen? Getrouwd. Nee, ik ben niet getrouwd en zal dat ook nooit zijn. Net zo min als Dorothy en Hetty. Dorothy wilde niet trouwen omdat ze de meeste mannen niet vertrouwde op meneer Leighton na. Ik ben ook niet zoals Hetty die niets van mannen moet hebben en het liefste met Kathleen zou trouwen als ze dat konden. Maar vrouwen kunnen niet trouwen. Kathleen is trouwens wel een hele leuke meid hoor. Hetty zegt dat ze verliefd is op Kathleen en ze zijn ook altijd samen. Maar voor mij is het allemaal anders.

Anna: Hoe bedoel je, anders?

Lena: Al zou ik met een man willen trouwen dan is dat onmogelijk. Het zal nooit gebeuren.

Anna: Waarom niet?

Lena: Ik praat er niet graag over maar ik heb een probleem waardoor ik nooit met een man samen kan zijn. Ik zal nooit kinderen kunnen krijgen en ik zal een man nooit tevreden kunnen stellen.

Anna: Ik begrijp je niet geloof ik.

Lena: Mijn lijf is niet helemaal zoals het zou moeten zijn Anna. Ik mis iets wat andere vrouwen hebben. Een man zal nooit met mij wat kunnen aanvangen in bed. Vandaar. Geen dokter kan me helpen. Alleen mijn zussen weten er van, verder niemand.

Anna: O, jeetje. Als je er niet over wilt …

Lena: Dat wil ik nu juist wel. Ik wil er juist wel over praten. Misschien dat er dan iemand is die me begrijpt. Dorothy begreep me, maar die is er niet meer. Hetty begrijpt me misschien nog wel het beste. Het punt is dat omdat ik niet met een man kan slapen ik me ook niet op mannen richt. Ook al geven ze me aandacht of flirten ze met me. Ik heb ook aanzoeken gehad hoor. Maar ik wil het niet. Als een man te dichtbij me komt in een vriendschap dan bevries ik. Ik wordt bang.

Anna: Bang?

Lena: Ja, bang. Weet je, het zit niet goed bij mij daar beneden. Ik kan niet vrijen met een man, het doet pijn. Het zit dicht. Wat je verwacht is er niet. De dokters begrijpen het ook niet. De laatste dokter die me bekeek vertelde me dat ik helemaal niks heb daar. Na een paar centimeter is het over. Dicht. Dus ik zal nooit met een man samen kunnen zijn en als ik dat wel zou doen en zo’n man zou echt willen dan kan het gewoon niet.

(Er valt een stilte. Even weet ik niet zo goed wat te zeggen maar Lena gaat even later verder.)

Ik wil ook niks met mannen, vrouwen vind ik veel mooier. Al een tijdje ben ik verliefd op een vrouw die ik heb leren kennen aan het toneel. Ze weet het niet want ik durf het niet te vertellen aan haar.

Anna: Je bent verliefd?

Lena: Ja, echt. Weet je toen het me duidelijk was dat mijn lijf niet goed is om iets met een man te beginnen ben ik meer op vrouwen gaan letten. Na een tijdje kwam ik er achter dat ik vrouwen mooier vind en opwinderder. Tenminste, sommige vrouwen. En sinds Hetty dus een vriendin heeft heb ik gezien hoe goed twee vrouwen samen kunnen leven. Hetty mag dan nog wel bij ons wonen maar ze is eerlijk gezegd vaker bij Kathleen in Kensington te vinden dan bij ons. Ze blijft steeds vaker een nacht weg en nu ik en Samuel wat ouder zijn kan dat ook wel. Sam heeft trouwens ook een vriendin nu en het zou dus goed kunnen dat als hij trouwt ik hier alleen blijf wonen. Zolang ik het kan betalen natuurlijk.

Anna: Je had het over een vrouw die je ontmoet hebt.

Lena: O ja. Juliette. Ze is schrijfster, geen actrice. Maar ze komt vaak naar het toneel en daar hebben we elkaar leren kennen. We zijn ‘gewoon’ vriendinnen. Zij schrijft en ik acteer en daarbuiten gaan we vaak naar tentoonstellingen, muziekuitvoeringen of het theater. Ze is ouder dan ik, we schelen denk ik ongeveer tien jaar. Niet dat zoiets wat uitmaakt. Julie helpt me met veel dingen en ze is ongetrouwd. Maar ze is niet zoals Hetty want ze is wel in mannen geïnteresseerd. Er heeft zich gewoon niet de ware aangediend bij haar geloof ik. Ze is wel mijn liefste vriendin hoor, we trekken veel samen op.

Anna: Maar ze weet niet dat je verliefd op haar bent?

Lena: Ik denk het niet. Gezegd heb ik het niet en ik ben bang dat als ik dat wel doe dat het dan afgelopen is met de vriendschap. Maar ik ben wel echt verliefd geworden op haar. Eerst wilde ik dat niet maar ik kan het niet tegen houden. Als zij anders zou zijn dan zou ik voor altijd bij haar willen zijn.

Anna: Hoe bedoel je?

Lena: Nou ja, weet je als je zoals ik zo in elkaar zit dat het met een man niet kan dan zou het toch mooi zijn als je, wanneer je een leuke vrouw tegenkomt, gewoon ervoor kan kiezen om met haar te leven?

Anna: Kan dat niet dan?

Lena: Nee, natuurlijk niet. Bij jou wel dan? Ik ken wel vrouwen die samen leven hoor, maar die doen soms of ze zussen zijn of nichtjes of zo. Er is zoveel tegen om als vrouw samen te leven hier. Zelfs in Hammersmith. Hoewel ik begrepen heb dat er in Chelsea een groep vrouwen is die dat wel doen. Maar die hebben het niet gemakkelijk. Ze worden soms uitgescholden op straat of getreiterd. Het is best moeilijk hier. Toch zou ik best met een vrouw samen willen leven, als dat kon.

Anna: met Julie?

Lena: Als zij dat ook zou willen. Als zij ook van mij zou houden zoals ik van haar. Maar ze weet het niet eens.

Anna: Denk je dat het ooit zover komt?

Lena: Ik denk het niet. Ik durf het niet te zeggen. We maken plezier samen maar eigenlijk zou ik zo graag voor altijd bij haar zijn. Ik denk dat ze op een keer wel een leuke man tegen komt en dan is het weer anders voor ons. Ik denk niet dat ik ooit samen met iemand zal leven. In ieder geval niet met een man. Met een vrouw wil ik wel maar er is zoveel tegen en de kans dat ik iemand tref is niet zo groot. Misschien met een andere sitter. Soms gebeurt er weleens wat tussen ons sitters natuurlijk. Als je samen naakt poseert voor een schilder komt het weleens voor dat, nou ja dat er wat gebeurt onderling.

Anna: Nu maak je me nieuwsgierig.

Lena: Ik heb het één keer meegemaakt dat ik samen met een andere sitter voor een bekende schilder poseerde. Natuurlijk waren we netjes via de sitters deur de studio binnen gekomen. Toen we ons uitkleedden bij de haard viel me op dat het andere model me bekeek. Ze was mooi en ik zag er toen jonger uit dan ik nu ben. We stonden model voor een schilderij waarin we Griekse maagden moesten voorstellen en na een paar uur in een lastige houding te hebben gestaan waren we moe en dus voor die dag klaar. Lizzie, zo heette ze, had me vaak aangekeken en ik begreep niet zozeer wat er gebeurde. Maar goed, we waren klaar en konden ons weer aankleden. Zodra we achter het kamerscherm buiten zicht waren trok Lizzie zich naar me toe en probeerde me te kussen met haar armen om me heen.

Anna: Wat gebeurde er met je?

Lena: Even stribbelde ik tegen maar eigenlijk vond ik het fijn. Dus al snel liet ik het toe. Het aankleden duurde langer dan normaal. Er kon natuurlijk niks daar want we zouden zeker nooit terug gevraagd worden bij die schilder als we betrapt werden. Uiteindelijk zijn we braaf weg gegaan, Lizzie wilde met me afspreken en we hebben toen een dag afgesproken om elkaar weer te zien. Maar ik was zo nerveus dat ik niet durfde. Ik ben niet komen opdagen op die afspraak, ik durfde echt niet. Was er niet aan toe. Als het nu zou gebeuren met Julie zou ik wel gaan. Lizzie heb ik niet meer gezien daarna. Soms denk ik er nog weleens aan en dan kan ik mezelf wel voor mijn kop slaan want ze was leuk en mooi.

Anna: En nu?

Lena: Nu? Niks. Ik ben denk ik verliefd maar de vrouw op wie ik verliefd ben weet dat niet. Ze denk dat ik gewoon een goede vriendin ben. Ik laat het daarbij want ik ben bang haar kwijt te raken. Zoals ik het meestal bij laat. Zo graag als ik het wil om samen te zijn met iemand, zo onmogelijk voelt het. Ik ben er verdrietig om. Met een man kan ik niet zijn dus heb ik ervoor gekozen om lesbisch te worden en nu durf ik het niet aan om de vrouw op wie ik verliefd ben geworden dat te zeggen. Begrijp je dat?

Anna: Ik denk van wel. Toch zal het vast wel goed komen hoor. Zullen we maar even thee gaan drinken? We praten dan later wel verder.

Lena knikte en stond op. Na de thee ben ik terug gegaan naar mijn eigen tijd. Misschien spreek ik haar weer over een tijdje want ik weet dat ze de ware gaat tegenkomen, wie dat is en wat er dan gebeurt. 

© 2013 Anna Ros

Londen in januari.

Toen ik jong was… Wat een rare zin want als ik jong was zou ik nu oud zijn maar ik voel me niet oud. Ben het ook niet. Denk ik. Maar goed, toen ik jong was een leven geleden, speelde ik korfbal. Ik heb altijd van die sport gehouden maar blijkbaar niet genoeg om het te blijven spelen. Sport is iets dat zo lastig is in te passen, vooral teamsport. Ik speelde dus korfbal. Bij een keurige Haagse vereniging waar mensen als een zoon van de oude Willem Drees en Karel de Rooij speelden. En ik. Ik zal ergens rond de vijftien jaren jong geweest zijn toen die keurige ‘Gymnasiasten Korfbal Vereniging’ een uitwisseling had met een Londense korfbalclub. Nomads Korfball Club, een vereniging uit zuid Londen ergens tussen Morden (nog net Surrey) en Raynes Park (niet ver van Wimbledon.

Die sportuitwisseling was het begin van een levenlange liefde voor Engeland en Londen. Maar een leven kan lang zijn en dus is die liefde voor lange tijd naar de achtergrond verdwenen zoals dat gaat met oude geliefden. Kwam ik in die tijd tientallen keren in de Britse hoofdstad en toerde ik regelmatig door zuid en west Engeland, de decennia daarna heb ik me er nauwelijks laten zien. Een huwelijk zat in de weg en de complixiteit van een ongewild leven.

Nu ben ik weer decennia verder en door een vreemde samenloop van omstandigheden en een schilderij dat me betoverde, is de oude liefde terug gekomen. Afgelopen week was ik weer in die stad, deze keer samen met mijn dochter die niet eerder in Engeland was. Het was een leuke week waarin ik met een opdracht door de stad wandelde, de gangen volgend van vrouwen uit het einde van de negentiende eeuw die hoofdrollen spelen in de boeken die ik aan het schrijven ben. Een stad ziet er anders uit als je met een dergelijke missie op pad bent. Musea, oude kunst, begraafplaatsen en straten in een wijk waar ik eerder niet vaak kwam, waren de bestemmingen. Daarbij sprongen er voor mij een drietal nadrukkelijk uit: 10 Avonmore Mansions op Avonmore Road in Hammersmith, Leighton House op Holland Park Road in Kensington en een heuveltje in een kwadrant in de uiterste westhoek van Kensal Green Cemetery.

avonmore mansions

10 Avonmore Mansions. Ze woonde er met twee jongere zussen en een jongere broer. Ada Alice, die zich Dorothy noemde en in het publieke leven een redelijke actrice, een prachtig model en één van de mooiste vrouwen was maar die daarbuiten de plaatsvervangede moeder voor haar zussen en broers was. Een vrouw met een dubbelleven. Wellicht bevriend met een andere, welhaast onvindbare, vrouw die ze ongetwijfeld in de studio van de schilder zal zijn tegen gekomen. Het is een gebouw dat ergens halverwege de negentiger jaren van de negentiende eeuw gebouwd werd in Hammersmith, om de hoek bij de brug over de spoorlijn en het grote Olympia en Kensington High Street. Op ongeveer een kwartiertje wandelen van Holland Park Road waar ze werkte. Nou ja, twintig minuten met een Edwardiaanse jurk aan denk ik. Op haar grafsteen staat haar artiestennaam, in het boek van de begraafplaats haar familienaam. 10 Avonmore Mansions is nog steeds een bijzonder stijlvol apartementengebouw, gebouwd in een degelijke bouwstijl en met een kwaliteit dat het nog steeds erg prettig zal zijn om er te wonen. Ik zou er zelf graag een tijdje wonen. Naast Dorothy woonden ook haar jongste broer Samuel er en de zussen Hetty en Lena. Minder bekend maar ook actrices en modellen. Edith zal in die tijd schuin tegenover Leighton’s huis in Holland Park road gewoond hebben. Ze was getrouwd met Gustav Schwartz, ook een schilder.

Het is vreemd voor een huis te staan waar twee vrouwen gewoond hebben die nu, ruim elf decennia later, zo en belangrijke rol spelen in mijn leven. Twee vrouwen die ik amper ken maar waarvan ik steeds meer kom te weten en waarvan ik steeds minder lijk te weten, want ze verrassen me regelmatig. Toch is het alsof er een verbinding is met ze. We zijn van Avonmore Road de route gaan wandelen die Dorothy jarenlang bijna dagelijks gelopen zal hebben in de maanden dat haar schilder niet in het buitenland was. Frederick Leighton was immers niet alleen een begenadigd en voornaam schilder, president van de Royal Academy of Arts en Dorothy’s Mister Higgins maar vooral ook een bereisd man. Met grote regelmaat trok hij naar Italië en de Levant (het huidige midden Oosten) en noord Afrika. Zijn huis in Holland Park Road was woonhuis, atelier en showcase voor zijn voorliefde voor klassieke, arabische en oriëntaalse kunst. Het huis is gelukkig behouden gebleven en recent uitstekend gerestaureerd tot misschien wel het mooiste huis in Londen. De Arabische hal is een meesterwerk van Victoriaanse oriëntaalse binnenhuis architectuur. Koranspreuken in de mozaïeken op de muren, een Syrisch houten raam en het zachte getinkel van een fontijntje in de kamer.

leighton house

De curator, Daniel Robbins, heeft ons rondgeleid en honderduit verteld over de schilder, de dames Dene en de geheimen van het huis. De aparte entree voor de modellen is nu een binnendeur maar de kamers van de butler in de kelder is er nog. Het archief van Leighton House herbergt een schat aan informatie over de schilder en zijn leven en natuurlijk een paar echte schatten. Bij het spitten door het archief kwam de overlijdenskaart van Dorothy op tafel, samen met onbekende foto’s van de muze van Leighton. Dorothy in Siena in Italië, uitgenodigd door de familie Cartwright die in Italië woonde, Dorothy als actrice. Mooi, theatraal en mysterieus. Langzaam maar zeker wordt duidelijk welk een centrale rol zij gespeeld moet hebben in de levens van Leighton en haar zussen en broers. Langzaam maar zeker wordt duidelijk dat deze vrouw die de inspiratie is geweest voor George Bernard Shaw’s Eliza Doolittle in Pygmalion, een bijzondere vrouw was. Ik zal nog veel van haar zien en lezen in het komende jaar want net zoals in haar leven eind negentiende eeuw stelt ze ook in mijn onderzoek naar de levens van haar, haar jongste zus Lena en haar collega model Mary Lloyd, iedereen in de schaduw.

dorothy dene

Ik heb Dorothy’s graf uiteindelijk gevonden. Er staat een tekst op die door haar zussen en broers bepaald zal zijn. Liefdevol geplaatst op dat heuveltje op Kensal Green staat er nog een scheef gezakt kruis op een eenvoudige getrapte voet aan de korte kant van een met steen omrand perkje. Er groeit nu mos en wat onkruid. Mensen om het te onderhouden zijn er niet meer. Dorothy is in vergetelheid geraakt maar niet ver genoeg om te voorkomen dat ik de plek vond en er een roos kon neerleggen. Kensal Green is geen Highgate. Er liggen minder bekende mense begraven hoewel er wel degelijk de nodige adel, kunstenaars, schrijvers, dichters, theatermensen, musici, notabelen en militairen een eeuwige plek hebben. Thackaray ligt er, niet ver verwijderd van Dorothy, en WH Smith van de winkelketen, Blondin de koortdanser en de romanschrijver Wilkie Collins op wiens graf een bezoeker een Duitse vertaling van een roman van hem had gelegd en die door wind en regen zal vergaan. Voor mij ging het om iets anders, een soort eerbetoon aan iemand die zonder dat veel mensen het weten de echte Eliza Doolittle was, de enige echte My Fair Lady en voor mij een vrouw die liefdevol voor haar zussen en broers zorgde en een affaire had met de schilder wiens model zo zolang was.

dorothy dene (1)

Londen was anders dan decennia terug. De camera’s in de straten, de ondergrondse die nu vrij schoon is net als de straten. Het is een ander, mooier en interessanter Londen dan ik in mijn herinneringen had. Nu ik weer thuis ben is het goed in de wetenschap te leven dat ik altijd nog naar Londen kan om te genieten. De oude geliefde is weer in mijn leven en het is nu tijd om er over te schrijven en over de oude Dave, een romanticus die ons op de begraafplaats spontaan de bijzondere plekken liet zien.

© 2013 Anna Ros

Terug naar een oude jeugdliefde.

Ik ben een romanschrijfster en onverbeterlijk romantisch. Dat laatste was ik altijd al en dat eerste sinds een aantal jaren. Het is buiten de gebruikelijke uitdagingen heel erg leuk om romans te schrijven. Zeker voor mij omdat ik zonder concessies mij kan wijden aan het schrijversvak en mijn leven zo ingericht heb dat de belemmeringen om dat te doen minimaal zijn. Iets wat ik anderen ernstig ontraad overigens want het betekend wel leven in minimale omstandigheden. Mijn thuis is een kleine kamer op twee hoog voor.

De charme van mijn manier van het schrijven van romans is dat er veel onderzoek nodig is. Heel veel onderzoek. Mijn eerste gepubliceerde roman bracht mij op de wallen tussen de prostituees en in een vage club en mijn tweede in vluchtelingenkampen in Nepal. Ervaringen die mijn denkwereld ernstig hebben veranderd en mij voor een flink deel ook vrijgemaakt hebben van conventies, de moraal van (een deel van) mijn opvoeding en angsten die zinloos en onzinnig zijn.

De roman waar ik nu aan werk is in veel opzichten een omslag in mijn werk aan het worden. Ten eerste is het een roman die niet in het heden maar in het verleden speelt en toch geen historische roman is. Daarnaast is dit het boek waarin veel autobiografische elementen verwerkt worden door ze te projecteren op een van de personages. Daar komt nog bij dat het niet één boek is maar drie, een trilogie. Dat laatste was niet de bedoeling maar gegeven dat boeken in zekere zin zichzelf schrijven een logische uitkomst van een goed half jaar onderzoek op thematiek, locaties en personages. Maar er is nog iets.

Londen Januari 2013

Lachrymae (‘Tranen’) is in zekere zin ook een terugkeer naar een periode in mijn jeugd die zeer complex was maar waar ik gelukkig ook goede herinneringen naast de hele slechte heb. Die goede herinneringen hebben in sterke mate te maken met de jaren dat ik meerdere keren per jaar in Londen was. Ik had er een sport- en penvriend en we hebben veel tijd samen doorgebracht. Hij te gast bij mijn familie en ik bij zijn familie. Goed, hij woonde eigenlijk in Surrey en strikt genomen dus niet in Londen maar Morden is wel zo ongeveer het uiterste puntje van Surrey en voor de onbekende simpelweg zuid Londen. Een gezin in een kleine arbeiderswoning in een arbeiderswijk waarvan de vader postbode was en de moeder de twee zoons opvoedde. Een zeer Engels gezin ook.

Ik dwaal af. Mijn nieuwe werk brengt me terug naar Londen. Naar Kensington en Holland Park om precies te zijn en naar Burlington House (en natuurlijk de Burlington Arcade). Plekken in die stad waar ik vaker ben geweest maar in die tijd nog geheel onwetend van de reden waarom ik er nu terugkeer. Ik heb altijd erg van Londen gehouden. Toegegeven, Parijs is romantischer en tintelt meer. Maar Londen was en is een heerlijke stad met een geheel eigen sfeer. Of sferen eigenlijk. Deze keer heb ik een opdracht voor mijn bezoek. Ik ga er zoeken naar wat er nog over is van de geschiedenis van een paar vrouwen, schilders, beeldhouwers en dichters uit een vervlogen tijd. Een tijd waarin er nog de koetsen reden die langzaam vervangen werden door auto’s, een tijd met een zo op het oog strakke moraal maar een evenzo duidelijke hypocrisie die mensen er toe bracht om in het min of meer verborgene zich te onttrekken aan die moraal. Ondeugd zoals dat in Engeland kan zijn. Mijn vrouwen (het zijn er drie) leefden aan dat randje van de maatschappij waar de kunstenaars te vinden waren. De schrijvers en dichters, schilders, beeldhouwers, de eerste beroepsfotografen, acteurs en actrices, de zangers en zangeressen. Niet te vergeten ook de modellen voor de schilders, beeldhouwers en fotografen die niet zelden ook actrices en zangeressen waren of veaudeville of burlesque sterren. Of gewoon prostituee, want er waren in die tijd enorm veel dames die alleen op die manier een eigen bestaan konden opbouwen en onderhouden. Courtisanes, maitresses en hoertjes bevolkten de stad in grote getale want er was nu eenmaal heel wat emplooi voor ze. Zo niet mijn vrouwen, zij waren model en actrice of model en naaister. Een aantal van hen waren min of meer beroemd en een enkeling nadrukkelijk geroemd om haar exceptionele schoonheid.

Het is ruim honderd jaar later. Mijn vrouwen leven niet meer maar toch ook nog een beetje wel. Het is moeilijk om ze te vinden maar ze zijn er nog wel. Op muren van paleizen en musea, van Buckingham Palace tot de Tate Gallery zijn ze nog te zien. Alle drie. Dat maakt het zo heerlijk om naar ze te speuren. Ik ga ze zien straks, geschilderd in de tijd waarin ze op hun mooist waren, ik ga van enkelen de huizen zien (want die zijn er nog steeds) en een atelier waarvan ik zeker weet dat ze er alledrie model gezeten hebben voor één van die schilders. Samen met curatoren en anderen ga ik hun gangen na en ik weet zeker dat ik met aanzienlijk meer beelden en informatie over hun terugkom als wat ik nu heb voordat ik afreis.

De plaatsen die van belang zijn ga ik bezoeken, in mijn hoofd als één van die vrouwen. Ik ga er door haar ogen naar proberen te kijken en weet dat ik dan heel andere dingen zie dan iedereen om mij heen. De Tate Gallery, de Royal Academy, Leighton House en de straten in Kensington zullen er dit keer anders uitzien voor me dan toen ik er lang geleden was. Niet omdat de moderne tijd toegeslagen heeft, want op de overal aanwezige camera’s na valt dat wel mee maar vooral omdat ik anders kijk.

Als het allemaal lukt dat is dit bezoek het begin van een periode waarin ik vaker in die heerlijke stad zal zijn, speurend naar wat er nog wel is van een vervlogen verleden en ondertussen mijn jeugd een beetje terug halend. Voor mijn gevoel doe ik dat terwijl ik de meisjesnaam van mijn moeder draag. Ze zou het mooi hebben gevonden.

© 2012 Anna Ros

Writer’s Block in 2012.

The WordPress.com stats helper monkeys prepared a 2012 annual report for this blog.

Here’s an excerpt:

19,000 people fit into the new Barclays Center to see Jay-Z perform. This blog was viewed about 120.000 times in 2012. If it were a concert at the Barclays Center, it would take about 6 sold-out performances for that many people to see it.

Click here to see the complete report.

Het schiet niet op vandaag.

Maandag.

Voor veel mensen niet een dag om naar uit te zien, voor mij een dag als zovele andere dagen. In deze tijd van het jaar vooral grijs en kil en bepaald niet inspirerend. Er moeten een paar dingen gemaakt worden en er is een overmaat aan koffie noodzakelijk om dat ook te laten gebeuren. Maar de bonen zijn bijna op, het is rotweer buiten en de portemonnaie is ernstig leeg. Eigenlijk is maandag een dag om brieven te schrijven maar echt in de stemming ben ik daar niet voor. Vaak immers zijn die brieven gekoppeld aan gedoe waar ik niet op zit te wachten en wat me mateloos irriteert. Een liefdesbrief dan maar? Ach.

Veel te laat stuiter ik mijn bed uit, het vooral ’s morgens te stijle trapje af. Met een bons land ik op de houten vloer die een beetje kraakt. Dat doet die overigens altijd. Het is koud in mijn woon/werk/slaap/les en schrijfkamer dus ik tik met mijn teen tegen de draaiknop van de gashaard om wat warmte te brengen. Achter het gordijn blijkt licht verstopt te zitten, ik schuif de zware nepfluwelen gordijnen opzij om het toch wat schaarse licht mijn kamer in te laten. In het langs gaan groet ik Nataraja die nog steeds danst, een wierook stokje licht op om even later de vlam te verliezen en de geur af te staan aan mijn domein. De dag is weer begroet. Nog voor ik me aangekleed heb draait mijn hand de koffiemolen al om de inmiddels niet meer echt verse bonen te vermalen tot het bruine grove poeder dat mijn gemoed wat moet temperen en de zin in weer een te grijze dat doen toenemen. Er moet nog steeds veel teveel gedaan worden dat me afhoudt van wat ik eigenlijk wil. Hoewel op de maandag morgen het niet meevalt de hersens te plooien naar de weerbarstige werkelijkheid van mijn dames die mij hun meest intieme leven laten vastleggen op het zware papier van de nog grotendeels lege dummies. De laatste weken hebben ze niet zo’n geweldige bui en krijg ik vooral gezeur over me heen. De jongste van het drietal doet nogal verwend hoewel ze dat toch eigenlijk niet is. Of was.

vfw

De koffie smaakt me wonderwel goed. Een beetje kardemom maakt zoiets simpels toch altijd een beetje aangenamer. Ondertussen probeer ik me niet teveel zorgen te maken over de banaliteit van eten wat later deze week problematisch kan worden. Het heeft geen zin om die paar centen te tellen die er over zijn. Tegenstrijdig is het wel om te weten dat de onmogelijkheid van een stuiver omdraaien snel bereikt gaat worden terwijl ik me daar niet druk over kan maken. Zoals altijd zal het zich wel oplossen en eigenlijk wil ik alleen maar haar in mijn armen sluiten en mijn hoofd op een schouder laten rusten.

Rare gedachten voor een maandag. Muziek dan maar.

If the butterfly courted the bee,
And the owl the porcupine;
If churches were built in the sea,
And three times one was nine;

If the pony rode his master,
If the buttercups ate the cows,
If the cat had the dire disaster
To be worried by the mouse;

If mama sold the baby
To a gypsy for half a crown;
If a gentleman was a lady,-
The world would be Upside-Down!

If any or all of these wonders
Should ever come about,
I should not consider them blunders,
For I should be Inside-Out!

Zingt ze.

Ik wordt er vrolijk van. Het is raar maar mijn sociaal leven is stilgevallen, vooral omdat ik zelf stil val. Gezelschap is een behoefte maar zodra die vervuld wordt een belasting. Soms prettig zoals afgelopen weekend maar meestal vooral afleidend van wat ik moet doen. Ik voel me asociaal en ben het ook. Kluizenaar ik niet ergens buiten in de polder dan doe ik dat wel thuis. Deur dicht, gedempte muziek, gedempt licht, gedempt gevoel. Het is maandag maar de tijd is verdwenen en de rest van dit jaar van geen betekenis meer. Niets staat er op het programma, geen bezoek (nou ja ééntje nog), geen dwingende zaken anders dan het al genoemde gezeur met brieven en formulieren, geen feesten. Niets. Mijn rechter hersenhelft laat me weten dat ik misschien te ver weg kruip, mijn linker is al ondergedoken. Zo’n maandag als vandaag verdwijnt vanzelf.

De koffie is op.

Eindelijk ben ik zover dat ik kan beginnen. Er moet gewerkt worden. Mezelf binnenstebuiten keren, een verse week wacht op mij en de dames zijn ongeduldig. Ze willen dat ik luister en schrijf en ik voeg me bij die vrouwen die me voor gingen.

Nu goed dan, ik kom al.

© 2012 Alice Anna Verheij

Aandacht

Niet zo heel lang geleden zei een bijzondere vriendin tegen me dat ze houdt van aandachtig schrijven. Zinnen schrijven die zorgvuldig samengesteld worden uit gewogen woorden. De preciese woorden die ze gebruikte waren ‘traag schrijven’.

Ze zette me aan het denken en om de één of andere reden zorgde die woorden voor een doorbraak. Aandacht en traagheid. Het zijn immers precies die dingen die in het dagelijkse leven veelal ontbreken. Onze wereld is snel. Steeds sneller en onvoorstelbaar oppervlakkig. Als niets er meer echt toe doet en ingeval iets er wel toe doet dat vooral niet lang mag duren. Waarnemen, tot je nemen, verteren en dan snel weer verder. Het is me te snel geworden en ik wil er niet meer aan meedoen. Wat mij betreft stel ik mij buiten dat vluchtige.

Ik kwam er in de dagen na die opmerking achter dat traagheid soms ook een ander woord is voor aandacht en zorgvuldigheid. Iets waar ik in sommige situaties niet goed in ben maar als het op schrijven aankomt me probeer eigen te maken. Wat verrassend eenvoudig blijkt te zijn. Niets is fijner dan een formulering van een zin te beschouwen, de woorden even te laten dansen met synoniemen, de contructie zo hier en daar te wijzigen om dan na wat technisch gesleutel tot een afgewogen, gebalanceerd en taalkundig mooi construct te komen. Als ware het een spel. Maar dat is het niet.

Er blijken truukjes te zijn en gewoonten die kunnen helpen bij het traag schrijven en aandachtig leven. Twee daarvan zijn maar al te bekend en tegenwoordig ernstig onderschat: pen en papier. Want met een pen op papier schrijven is heel wat anders dan de computer gebruiken voor het in het geheugen knallen van zinnen. De dynamiek is anders. Het resultaat ook. Want papier is weliswaar ongeduldig maar ook nadrukkelijk eenmalig. Als het er eenmaal staat, staat het er en kan het niet meer weg. Tenzij de seriemoordenaar in de schrijver wakker wordt en er weer de nodige geliefden om zeep worden gebracht en hele zinnen, alineas en misschien zelfs hoofdstukken sterven onder de onverbiddelijkheid van de rode pen.

Dus ga ik een rode pen kopen want die heb ik niet. Wel blauwe.

Omdat mijn nieuwe boek iets heel anders wordt dan mijn eerdere werk in heel veel opzichten en dat boek eisen aan mij stelt die niet eerder gesteld werden, heb ik mijn aanpak voor het schrijven van een roman aangepast. Een tipje van de sluier kan ik wel oplichten.

Natuurlijk doe ik nogal wat aan onderzoek. Voordat ik met schrijven begin besteed ik daar heel veel aandacht aan en het onderzoeken gaat ook gewoon door tijdens het schrijfproces. Wel is het zo dat pas wanneer ik nadrukkelijk het gevoel heb dat het verhaal in mijn hoofd zo ver uitgewerkt is dat eigenlijk alle grote lijnen het schetsmatige verruilt hebben voor een solide structuur, begin ik met het ambachtelijke schrijven. Want dat is het in dat stadium: een ambacht. Voordat ik ga schrijven zit de creatieve kracht in de samenstelling van de plot, de karakters, de plaatsen en het tijdspad. Tijdens het schrijven zit dat voornamenlijk in de details (hoe fijnmaziger, hoe leuker om te schrijven) èn in dat magische proces van het componeren van enkele zinnen en het smeden van de alineas. Een proces dat goed vergelijkbaar is met het componeren van een muziekstuk.

Lachrymae, mijn nieuwe roman, komt tot stand met de pen èn met de computer en de opbouw gaat in fasen, die over elkaar heen schuiven. Al maanden ontspint zich een plot rond de belangrijkste karakters in het boek en al schrijvend plaatsen ze zichzelf in scenes, in situaties en op locaties. Alles tuimelt over elkaar heen en door elkaar en aan het eind staan er zinnen, alineas en hoofd stukken. De basis is een serie notitieboekjes met allerlei aantekeningen en feitjes waarvan ik pas later besef wat de relevantie is. Vervolgens schrijf ik met pen in een flinke dummy, zo’n lekker groot gebonden doch maagdelijk boek de ‘master’. Het eigenlijke manuscript waarbij manus, de linker om precies te zijn, het te verduren krijgt. Dat manuscript springt heen en weer over de hoofdstukken al naar gelang er zich een scene aan me opdringt om geschreven te worden. Scenes waarvan ik in grote lijnen weet dat ze er zijn maar waarvan de exacte plaatsing in de tijdlijnen van het verhaal nog niet volledig vastgelegd hoeft te zijn. Het manuscript is dan een soort tijdreis door het verhaal en nog niet zo goed toegankelijk voor de lezer.

Naast dat papieren manuscript dat vol verwijzingen en verbindingen en correcties en doorhalingen staat, laat ik tegelijkertijd mijn computer zweten. De laptop vult zich binnen de definitieve verhaalstructuur met de blokken die in het manuscript staan en de roman onstaat dan echt. In een logisch verband.

De aanpak is nogal afwijkend van hoe ik eerder schreef. Tot dit boek was ik wat ik noem een flits of flow schrijfster. Het verhaal vormde zich in mijn hoofd, fermenteerde een tijd en als de tijd rijp was zonderde ik me af en stortte het verhaal zich in één continu stromende vloed naar buiten. Grof genomen na een maand lag er de eerste consistente versie van het manuscript. Dan volgden de correctieslagen die zomaar een half jaar of meer konden duren om daarna tot een publicatierijp geheel te komen.

Zoniet dus deze keer. Deze keer kies ik voor aandacht. Voor traagheid. Dat doe ik omdat ik schrijf over een tijd die anders is en minder gehaast dan de onze maar ook omdat ik zelf de snelheid zat ben. Ik merk dat mijn teksten mooier zijn op deze manier. De kwaliteit van mijn werk stijgt. Daarbij vraag dit verhaal om grote zorgvuldigheid omdat ik de historie gebruik uit een tijd die ik niet meegemaakt heb maar die ik wel wil treffen èn omdat een flink deel van het boek bol staat van de autobiografische elementen met daaraan gekoppeld een paar behoorlijk controversiële zaken. Deze roman is moeilijk en mooi om te schrijven, verlichtend en gevaarlijk. Dit boek is een zeer emotioneel schrijfproduct en dat vergt geduld, overweging en heroverweging, formulering en herformulering en dus een schrijfproces dat mij dwingt om vooral niet te vervallen in haast of roes.

Over een paar dagen ga ik in schrijfretraite en ik ben er aan toe. Alles in mij schreeuwt om afzondering, kluizenaarschap. De noodzaak om in opperste concentratie zonder verstoringen te kunnen werken is enorm groot. Zelfs na die vier á vijf weken afzondering zal blijken dat dit boek nog een jaar schrijven vergt en misschien wel langer. Er is geen tijdpad voor het schrijven en geen deadline. Dit boek zal klaar zijn als ik de laatste punt gezet heb en er niets meer aan kan veranderen. Niet eerder. Daarmee is het schrijven van dit boek ook een spiegel van mijn leven op dit moment. Waar vriendschappen zijn die zich in evenwicht ten opzichte van mij zetten dan wil ik daar energie en aandacht voor hebben en rust. Veel rust. Dat houdt in dat waar de snelle communicatie een vaste plek in mijn leven heeft (facebook, linkedin en deze schrijfplek zijn een basis voor me), kies ik ervoor om volgend jaar (en nu ook al eigenlijk) de pen en het papier te gebruiken waar ik kan. 2013 wordt een jaar waarin ik weer een papieren agenda ga gebruiken en brieven zal schrijven. Brieven die in enveloppen kunnen met postzegels er op en die met gepaste traagheid naar hun bestemming gaan. Die daardoor ook met meer aandacht gelezen worden en met meer liefde ontvangen.

Misschien ontvang jij wel zo’n brief. Omdat ik het waard vind om hem te schrijven. Omdat ik weet dat een brief een andere kwaliteit in zich heeft dan een emailtje. Omdat brieven, als ze mooi genoeg zijn ook lang bewaard kunnen worden. Uiteindelijk heb ik de brieven van mijn eerste vriendinnetje ook nog steeds na al die jaren. Die lieve vriendin heeft iets in mij wakker geschud. Wat dat op de langere termijn precies betekend weet ik niet maar het voelt goed en ik omarm het als een vergeten deugd. Ik wordt na al die jaren gehaast met liefde weer traag en aandachtig. Hopelijk met veel meer zaken in mijn leven dan het schrijven alleen.

Lieve lezers, ik wens jullie mooie feestdagen en een goed nieuw jaar. Met gezondheid, geluk en heel veel liefde. In december zal het op deze plek vrij stil zijn, ik ben er niet want ik ben weggekropen en schrijf. Met de pen. Op papier. Gewoon omdat het zo moet zijn.

© 2012 Alice Anna Verheij

Booktitles

Booktitles. Finding the proper title for the book one writes is kind of killing. Sometimes it just works. My last book made its own title. This time however I’ve been manipulating titles for quite sometime. Currently third incarnation of my new novels title is there. This one will stay for as I’m concerned. The previous two titles are incorporated in the book, I’ll explain.

My newest novel is titled ‘Lachrymae‘, the Latin word for ‘tears’. The books is actually two books in one. The first part about Mary Lloyd is subtitled ‘The Angel of Kensington‘, because that’s what she was in her time. The second part, subtitled ‘The Improbability of Love‘ is about Lena Dene and her love for Mary. At least, this is what the books seems to be about if one would stay at the surface. But when digging deeper the book is actually about women who were surprisingly emancipated in a non emacipated age. It’s about love and death. The great themes. And it is about relationships between women (and sometimes men) and the consequences of relationships and the state people are in at different points in their life. The book deals with sickness and how to live (and love) with e genital defect. At the turn of the twentieth century in a post Victorian society with the same hangups that our society seems to have fallen back to.

Lachrymae, I am slowly starting to love the inert quality of the word. For the dutch language version it is perfectly ok, in the English language version this a undecided. It’s how languages work, one never knows for sure what to choose.

© 2012 Alice Anna

Het veld verleggen.

“Het veld verleggen”. Het blijft een raar zinnetje. Alsof je een veld kunt verleggen. In letterlijke zin is dat een knap lastige zaak die alleen weggelegd is voor de gras-o-logen van de voetbalstadiums, het Gelredome voorop. Want daar wordt inderdaad regelmatig het veld verlegd.

 

Ik verleg ook het veld maar dan in overdrachtelijke zin. De komende maanden concentreert mijn schrijven zich op het werken een mijn nieuwe roman en de processen die daarbij horen worden in een dagboek beschreven. Dat dagboek staat online en dat is niet op deze plaats. Het zou hier niet zo goed passen tussen al het andere werk dat hier staat.

Het betekend wel dat ik mijn trouwe schrijfplek hier voor een tijdje verruil voor een andere. In plaats van de frequente schrijfsels op Writer’s Block zullen er dagboek notities verschijnen op de voorpublicatie website van De Onwaarschijnlijkheid van Liefde, de subsite van WoordenStorm. Volg de link hierboven en maak een bladwijzertje of zo aan. RSS kan natuurlijk ook want er is een feed en mocht ook dat niet bevallen dan is er altijd nog facebook: www.facebook.com/alice.verheij.

Er zal niet of nauwelijks tijd zijn om hier nog veel te schrijven gedurende die periode. Een enkele keel kan ik mij daar niet van weerhouden maar de frequentie van nieuwe teksten zal aanmerkelijk dalen. Tot ergens in januari wanneer ik hoop het grootste deel van het werk klaar te hebben en een manuscript op mijn schrijftafel te hebben liggen.

Voor een ieder, mocht ik niet meer publiceren hier vóór de feestdagen: ik wens jullie een goede maand december en hoop jullie in januari weer te vergasten om verse teksten.

© 2012 Alice Anna Verheij

A postcard from Jane.

Today, to my surprise, I received a postcard from Jane. Jane Morris. She lived in England between 1839 and 1914. She was a model. In those Victorian times she was one of the three grand ladies of painting next to Elisabeth Siddal who was portrayed as Ophelia by the great painter John Everett Millais and Dorothy Dene, one of the three muses I am writing about in my new novel. Dorothy was no doubt the most beautiful of the three but she was a kind of Marilyn Monroe and died at a too early age of 39 presumably of laudanum overdose but probably due to an abortion that went wrong.

Anyway, Jane Morris was as a model rather surprisingly probably the most successful of the three women. She was married to a known and respected painter and by that was wealthy compared to others. And she was the lover of Dante Gabriel Rosetti, the prince charming of the pre Raphaelites. Jane is the most portrayed and Jane was no doubt the least talented of the three models in those days. Dorothy was an actress and Elisabeth Siddal a very talented paintress. Jane however was a model of vry humble working class descent, her talent being a mystifying beauty and an enduring inspiration to both Rosetti as her husband William Morris.

So, Jane wrote me a few days ago from London. Having lunch on a boat not far from the Tate where her portraits hang, in between writing her lifestory. A couple of months ago we’ve met in a café just around the corner where I live. She told me about her life and I told her about mine. You see, I identify as much with Lena Dene as my table partner identifies with Jane. Lena is, as you might already know from my other writings, the younger and unknown sister of the fore mentioned Dorothy and in real life was named Isabell Helena Pullen, a cockney girl by birth. Anyway I talked to Jane, or her reincarnation, that day and was struck by the amazing resemblence of her with the Jane from way back then. During the following months I researched for my book and in the process thought of this Jane many times. I saw her portraits hundreds of times. And now I received this wonderful postcard. Seems she’d been thinking of me too in the past time and as she wrote followed my advice, went back to London and started writing. I wonder what will come of that.

Hopefully we’ll meet again soon.

© 2012 Alice (Lena) Anna Verheij

The Improbability of Love.

‘The Improbability of Love’. This is the title of my upcoming novel. In Dutch ‘De Onwaarschijnlijkheid van liefde’. The writing of this novel has just started after over 6 months of research on a few characters who will the protagonists and antagonists in the story. It will be written in Dutch but if possible an Englisch translation will become available soon after the book is finished. How that will be done is yet uncertain but there some possibilities showing their lovely faces at the horizon.

The ‘Improbabilty of Love’ will as it is now no doubt be a step beyond what I have done so far as a writer. The reason why I am certain about that is that this book will have a large autobiographical angle to it. In previous novels I wrote about topics like youngsters being adventurous in a hot air balloon traveling over Africa, women fighting trafficking in Nepal and the Netherlands and in my last work a young refugee woman telling about her past life in a refugee camp and the challenges of integrating in western society and being seperated from her lover who lives in America. All of these topics were about others than myself.

In ‘The Improbability of Love’ I will walk a different path. The story is a tremondous tale about beauty and decay, love and sexuality, art and growing old. It’s told by to women who choose to live together and who developped a deep love for each other, against the morale of the time and against the fate that coloured both of their lives.

Mary, the protagonist of te first part of the book, is one of the most beautiful women in British art at the end of the nineteenth century. She sits as a model for the most famous painters and sculptures but due to her past she remains unknown. Just a face and a body being painted. But she lives and breathes and loves. She falls in love with another female model. And disaster strikes.

Lena, the protagonist of the second part of the book, is also a model. But she has a humble and poor background in contrast with Mary. She is younger and she was born with a defect that defined her life and femininity. Many years after Mary has lost the love of her life, they meet and fall in love.

But can they live together? How do you live as two women, as lovers, together in the first part of the twentieth century in London? And most of all how do you overcome the challenge of sexuality when one is hindered by physical limitations? Lastly, how does life treat you when beauty decays and you grow old.

‘The Improbability of Love’ raises questions about growing old and about female sexuality in a situation where someone cannot love in a traditional manner because of the limitations of a birth defect. It touches upon topics like crossing physical boundaries and accepting that there is more than physical love possible. It discusses the morale of the time between the 1890’s and 1930’s in London. And it takes you on a journey through time to an age where beauty was defined different than nowaways and sexuality was a topic that was only discussed behind closed doors. It takes you to the time of the post Victorian pre Raphaelites, the painters, sculpters, poets and models. To people who lived an avant garde life and a loose sexual morale in contrast to a tied up society. But who were responsible for a new definition of art and aesthetics. But most of all ‘The Improbability of Love’ will let you get acquanted with two beautiful women and their undying love for each other. It will let you become friends with Mary and Lena.

Mary and Lena are not fictituous. They have lived in reality. Many aspects of their characters, their friendships and loves, the social network they lived in, did exist in reality. They can still be seen, portrayed by many famous painters. They are still there, in the Tate Gallery, Buckingham Palace, Leighton House and many musea all over the world. They are still the most beautiful English roses, even almost a hundred years after they died. This story will reintroduce the time of post Victorian and Edwardian art as it was made in Londen, in Holland Park and Kensington.

The challenge for me in writing this novel is that the character of Lena Dene, who is the protagonist in the second part of the book will be transformed and become a mirror of myself. This will make the second part of the book highly autobiographic but in a literary way. Lene experiences what I experience in life. She will ask the questions I ask myself but do not have an answer to. She lives a tragedy similar to the most dark part in my own life. I am not Lena, she is not me. But we share a challenge that has never before be covered in a novel. This alone makes this book a groundbreaking novel that touches on a topic unknown to most people. By this nature it will be the most complicated work I have ever made, but at the same time it is already becoming the summit of literary work until now. And believe me, that a pretty scary thought. Hence the title I’ve chosen.

In the coming months this book will be written and the story of these two women will unfold itself. Next year, you will be able to read it.

© 2012 Alice Anna Verheij

Dos cortados mas!

Ik kwam deze aanzet tot een kort verhaal tegen in de krochten van deze schrijfplek. Toch maar even publiek maken dan maar. Misschien de moeite waar om uit te werken tot een volwaardig verhaal? 

De volgende songtekst deed me denken aan een kort verhaal dat ik een paar jaar terug schreef, geïnspireerd door Barcelona. Mijn gedachten vlogen terug naar die stad en naar die vrouw in Budapest waarna alles samen smolt in het volgende korte verhaal waar ik aan werk. Maar eerst even de songtekst. Ken je Barcelona, hou je van een goede cortado? Dan begrijp je deze tekst.

 

Waking up
in Barcelona
asking for coffee
on a terrace
a beautiful waitress
her name was Desdemona
shouts to Juan:
” un cortado mas!”

un cortado mas, un cortado mas
no alcohol in the morning
un cortado mas, un cortado mas
sin leche please, serve it super strong

what a great feeling
on that little plaza
in the first sunshine
forget the second class
I asked again for
beautiful Desdemona
just to hear her say
“un cortado mas!”

un cortado mas, un cortado mas
no alcohol in the morning
un cortado mas, un cortado mas
sin leche please, serve it super strong

Come on girls,
Membo y un cortado

un cortado mas, un cortado mas
no alcohol in the morning
no cortado mas, no cortado mas
I’m fed up with coffee
I’ll take a fizzy
or a tinto de verano con fanta lemon

(© El tattoo del tigre – song: un cortado mas)

Un cortado… revisited.

Twee jaar geleden was het. In Barcelona. Een vreemde ontmoeting die me in een vreemde betovering had achtergelaten in ‘Tapelia’ op de Paseo de Gràcia. De vreemde handeling van het versnipperen van en achterlaten van oude foto’s in Casa Batlló. Twee jaar was ze uit mijn gedachten geweest in het besef dat de ontmoeting met haar eenmalig zou zijn. Na een tijdje herinnerde ik me haar gezicht niet meer en haar handelingen nauwelijks nog. Wat achterbleef was die langzaam sluimerende betovering die de ontmoeting inhield. Maar die betovering was ook afgezwakt. Zoals tijd alles afzwakt. Ik kon me amper nog herinneren hoe haar tengere gestalte, ravenzwarte lange haar en groene ogen me hypnotiseerden. Hoe ik niet kon voorkomen haar te volgen, de metro uit naar Casa Batlló en vervolgens naar dat kleine restaurantje op die bijzondere boulevard in die stad die me met haar gekte in een constante greep had gehouden. Zelfs het beeld van haar tegenover me aan het kleine tafeltje met tussen ons in twee cortado’s was gaan verwateren in de Hollandse regen.

Tot deze morgen.

Het was in September op de Grote Markt in de stad waar ik woon maar niet leef. De tijd vergleed met het schrijven van enveloppen waar mijn boeken in verdwenen als een geliefden tussen witte lakens. Ik was geconcentreerd. Dit is één van de weinige zaken in deze stad die een fatsoenlijke cortado serveert. Het Spaanse kopje koffie dat in tegenstelling tot de Italiaanse espresso je niet doet verteren door een te bittere caffeïneshot maar die je de individuele bonen doet proeven. Maar alleen als je haar begrijpt. Ik was zo druk dat ik weliswaar merkte dat er iemand tegenover me ging zitten maar niet door had dat zij het was. Mijn hoofd stond niet naar het kijken naar een andere vrouw, er was teveel gebeurt immers. Mijn rust lag in het schrijven, mijn onrust had ik achtergelaten in mijn bed.

Ze had gezwegen en wat met haar telefoon gerommeld, mijn niet verstorend tot het moment dat het laatste boek in het smetteloze wit verdwenen was, gereed om naar het postkantoor te worden gebracht. Ik legde mijn pen opzij en klapte mijn laptop dicht. Het was tijd om even te ontspannen. Binnen enkele seconden kruisten onze blikken en in plaats van deze weg laten dwalen, werd ik gevangen. Er trok een wenkbrauw licht op boven een groen oog onder zwart haar. Het andere oog verstopt achter een lok alsof ze een sluier droeg. Op de achtergrond klonk een lied: ‘Waking up in Barcelona, asking for coffee on a terrace. A beautiful waitress, her name was Desdemona, shouts to Juan: ” un cortado mas!”…’
Haar blik hield mij vast en ik de hare. Zonder op te kijken riep ze naar de serveerster achter de lange bar: ‘Dos cortados mas!’. Om haar mond een glimlach. Ze hield mijn blik vast en langzaam maar zeker kwam ze terug in mijn herinnering. Alsof er een mist in flarden werd weg geblazen en ik voelde weer die kus op mijn voorhoofd van twee jaar terug.

But…
I took me a while.
How did you? Why?
Not important, I know I never left you.
I don’t understand.
I never left your mind. I never will.

© 2012 Alice Anna Verheij

Twee onvergetelijke tentoonstellingen op komst.

Vanaf half september tot na sinterklaas worden er twee onvergetelijke tentoonstellingen gehouden door mij en mijn collega Eveline van de Putte.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Van 15 september tot en met 26 oktober is UNFORGOTTEN te zien in de Domkerk in Utrecht. Daarna zal deze tentoonstelling van 10 november tot 7 december te zien zijn in Café & gallerie Quirky in Den Haag.
UNFORGOTTEN is een tentoonstelling met de beste foto’s uit ons bestand van 18.000 foto’s die we in het kader van het Headwind project gemaakt hebben in Nepal, Sikkim (India) en Nederland. De foto’s laten het leven van de vluchtelingen uit Bhutan zien in de kampen in Nepal en gaat in op de resettlement van hun waardoor zij in enkele jaren in diaspora worden gebracht.

  • 15 september – 26 oktober
    Domkerk Utrecht
    Project presentatie en vernissage met live muziek op zondag 23 september om 12.30u.
  • 10 november – 7 december
    Café & galerie Quirky, Tasmanstraat 128 Den Haag
    Vernissage en fundraising dinner (traditioneel Nepalees-Bhutaanse schotel) met live muziek op zaterdag 10 november om 18.00u.
    Reserveren gewenst. Prijs: €20 waarvan €5 gedoneerd wordt aan de Empowerment Foundation voor het Headwind project.


Reserveren is gewenst en kan op 070 3808502 of info@cafequirky.com

* In English *

From September 15 until October 26 UNFORGOTTEN, the photo exhibition, can be seen at the Domchurch in Utrecht. UNFORGOTTEN will be brought there in co-operation with the Domchurch Citypastoraat.
Special presentation of Headwind and UNFORGOTTEN is on Sunday September 23rd at 1 PM.

From November 10 until December 7 UNFORGOTTEN will travel to Cafe & gallery Quirky in the Tasmanstraat 128 in The Hague. The vernissage on Saturday November 10 will be followed by a fundraising dinner at 6 PM. Cost €20 of which €5 is donated to the Empowerment Foundation’s Headwind project. Reervations needed and can be made at 070 3808502 or info@cafequirky.com.

Kroegschrijver

Ik ben een nachtschrijver en een kroegschrijver. Als vat vol tegenstrijdigheden houdt ik van de eenzaamheid ’s nachts om verhalen of gedichten te schrijven. Of een ‘stukje’ of kort verhaal. Mijn romans echter schrijf ik op een andere plek en op een andere manier. Ze zijn immers onderzoek intensief èn emotie intensief. Dat vergt een andere werkplek en eigenlijk zelfs twee. Één werkplek waar ik zonder problemen zes of zeven uur of langer kan doorschrijven, zonder hinderlijke onderbrekingen als eten, slaap of sociale contacten. Dat zijn de productiedagen, de dagen waarop ik vooral het ambacht beoefen want het boek is eigenlijk al geschreven en in mijn hersenpan opgeslagen in kasten met heel veel laden, gerubriceerd en geordend zodat alle onderdelen eenvoudig te vinden zijn voor wanneer ik ambachtelijk de hersenknipsels samenbreng in zinnen, alinea’s en hoofdstukken conform de al bepaalde verhaallijn. Er ligt natuurlijk een notitieboekje naast met met de feitjes, jaartallen, namen en plaatsen.

 

Maar het echte schrijven, het componeren, vindt plaats in kroegen. Ik zou liefst zeggen kroegen en kathedralen maar die laatste zijn niet te vinden in de stad waar ik woon en als ze dat zouden zijn dan zouden ze gesloten zijn op de momenten dat ik er wil schrijven. En dus plaats ik mezelf in die meest cruciale momenten van mijn schrijverschap in kroegen. Liefst van de soort waar de muziek deugd en niet te hard is, er een goede tafel staat en het geroezemoes nooit boven een geruis uitkomt zodat er een auditieve cocon ontstaat. Met mij er in. Stil, teruggetrokken in de wereld van het verhaal dat ik schrijf, regelmatig voorzien van koffie zoals ik die wil en vooral alleen tussen de mensen.

Er zijn niet veel kroegen die voldoen aan mijn eisenpakket. Soms is de muziek niet goed, soms zijn de gesprekken te luid en soms zijn de mensen te interessant om niet te observeren of een gesprek mee te beginnen. Maar een paar plekken heb ik gevonden die wel voldoen, een enkele is afgevallen na enige tijd omdat de situatie er veranderde of omdat er te gemakkelijk verstoringen optreden door de bevolking van het etablissement. En zo ben ik meerdere middagen per week te vinden op het Regentesseplein in een kroeg waarvan ik de eigenaren niet echt leuk vind maar waar de koffie wel goed is en er soms een biertje of glas wijn te vinden is na gedane arbeid. Het is er overdag binnen vrij stil. De muziek overtijgt het Skyradio niveau van veel andere plekken zonder echt geweldig – en dus afleidend – te worden. De kroeg staat midden in de laat negentiende eeuwse buurt waarin ik ook woon. Perfect passend bij het boek dat ik schrijf want dat speelt in de tijd dat de huizen hier gebouwd werden. De sfeer klopt. Ik ben er nog nooit blijven eten en dat zal ook niet gebeuren, daarvoor vind ik de zaak niet geschikt. Een biertje met vrienden drinken doe ik er ook niet, er zijn leuker plekken daarvoor. Maar het is een prima schrijfkroeg voor me.

Het is een fase in de creatie van mijn boek die ik er doormaak. Als die voorbij is zal ik in ‘splendid isolation’ het ambachtelijke werk gaan verrichten. Mijn hoofd leeg laten lopen in een omgeving die ontdaan is van alle stimulansen en afleidingen. Waar dat deze keer zal zijn weet ik niet. De vorige keer ben ik er de bergen in Nepal voor in gegaan maar dat zal nu niet kunnen. Misschien is een eiland of een bos dit jaar de meest geschikte plek. Of een huisje in de polder. Gelukkige dienen dergelijke plekken zich altijd vanzelf aan dus ik hoef er alleen maar op te wachten. Tot die tijd ben ik weer de kroegschrijfster. Voor een tijdje.

(c) 2012 Alice Anna

The Story of Mary Lloyd.

She was a beautiful and praised model at the end of the 19th century. Then she was forgotten.
Until 1933 when a newspaper article told her sad story to it’s readers. The she was forgotten again.
Until 1996 when Dr. Martin Postle, a British art historian discovered photographs of Lord Frederic Leighton’s atelier just after he died showing multiple paintings for which Mary posed. Just like she posed for Frederic Brock when he made the Victoria Memorial years later. Then she was forgotten again.
Until I saw the painting by Frederic Leighton titled ‘Flaming June’ and learned about the dispute regarding the model who sat for Leighton when he painted this painting. That triggered and puzzled me. And when I found out about Mary’s story there was no way back for me.

Mary Lloyd, the forgotten model is the main character in my upcoming Dutch language novel (hopefully to be translated into English later) De Engel van Kensington (The Angel from Kensington). Although large parts of Mary’s life are unknown and impossible to retrieve from the past the story of Mary Lloyd, the upper middle class girl who became a painters model and lived a rather quiet life, is a beautiful story full of 19th century fin de siècle atmosphere, 20th century interbellum excitement and love.

Mary Lloyd who at seventy was still a beautiful woman leading a poor life as a seamstress and housekeeper but looking back at a wonderful modelling career, deep friendships, beautiful art a two loves of her life. So, what really happened in Mary’s life?

The Angel from Kensington is planned for publication before Christmas 2012. The story of Mary Lloyd starts again today.

Alice Anna © 2012

Een nieuwe roman: De engel van Kensington.

Meer informatie over De engel van Kensington is te vinden op de speciale pagina op deze site.

Enige tijd geleden ben ik begonnen aan het onderzoek voor mijn volgende roman. Inmiddels is er mij zoveel bekend over de hoofdpersoon en met name over welke perioden in haar leven niet meer geschiedkundig kunnen worden gerecontrueerd dat ik op basis van die informatie vandaag toch maar begonnen ben met schrijven. ‘De engel van Kensington’ zal deze zomer worden geschreven en mogelijk dit jaar gereed zijn.

Synopsis (versie Mei 2012)

Mary Lloyd (door sommige van haar opdrachtgevers en vrienden Molly genoemd) was een jonge vrouw van gegoede afkomst. Haar vader was ‘squire’ op Benthall Hall, het landgoed van de aristocratische familie Benthall in Shropshire in het negentiende eeuwse Engeland. Mary’s vader John Lloyd ging echter nadat de Benthall’s hun landgoed van de hand moesten doen in verband met de hoge kosten failliet. Hij was zijn werk kwijtgeraakt en in het toen verarmde Shropshire was er geen mogelijkheid vervangend werk te vinden.

Omslag ontwerp ‘De engel van Kensington’. © 2012 Alice Verheij

Enkele jaren later vertrok Mary uit het ouderlijk huis, een kleine cottage op het landgoed dat het gezin uit dankbaarheid jegens haar vader beschikbaar was gesteld door Lord Benthall. Tegen de wil van haar familie koos de jonge Mary voor een onafhankelijk en avontuurlijk leven in Londen. Ze vond een baantje in een fourniturenwinkel en na enkele jaren werd ze ontdekt door een liaison van de schilders van de Pre Rafaëlistische Broederschap, een groep avant garde schilders die streefden naar vernieuwing in de schilderkunst door terug te grijpen naar mythologische thema’s.

Mary stond door haar verpletterende schoonheid al snel model bij alle bekende schilders en beeldhouwers uit die tijd en werd de protégé van een van die schilders en zijn favoriete model met wie hij een verhouding had. Binnen niet al te lange tijd werd Mary onderdeel van een menage a trois met de schilder en zijn model waarbij zij een gevecht moest voeren tegen de burgerlijke moraal waarmee ze was opgevoed en haar eigen gevoelens. De verhouding tussen de drie leverde niet alleen prachtige schilderkunst op maar tegelijkertijd ook spanning binnen de gemeenschap van de schilders en hun modellen in het Londense Kensington.

Maar de schilders zijn al op leeftijd en een voor een vallen ze weg totdat ook Mary’s beschermheer sterft waarna ze zonder voldoende inkomen samen met haar grootste rivale én geliefde achterblijft. De relatie tussen de twee vrouwen verdiept zich snel maar dan slaat het noodlot toe.

Decennia later leeft Mary nog altijd in Kensington als laatste van de modellen uit een vervlogen tijd en kijkt op haar leven en liefdes terug. Bij haar weinige overgebleven vrienden staat ze nog altijd bekend als de engel van Kensington.

Alice © 2012

New flyer for Headwind available for immediate distribution.

In a last CALL FOR ACTION the Headwind production team is working together with the new eu1.tv pan European tv channel (available on cable and internet) by Ziggo and UPC. In the coming week both the new trailer as a new way of crowdfunding will be published on the eu1.tv website. To support that effort we will distribute flyers on the Movies That Matter film festival starting off in The Hague on March 22 at the Filmhuis.

Alice
director and producer of Headwind 

This is the flyer: