Aankondiging

Vooraf

Ik ben niet Christelijk Godsdienstig,
nog Hindoeïstisch of Boeddhistisch filosofisch.
Ik ben een vergaarbak, met Christelijke opvoeding.
Die ik ontstegen ben maar die haar plaats in mij heeft.
Ik schrijf dit zodat begrepen wordt dat wat ik schrijf een fundament heeft,
dat in de eerste zinnen van Psalm 130 is omschreven.
Over enige tijd kunt u lezen wat daaruit voortkomt.
Hopelijk met een mild gestemde grim-lach
omwille van wat het leven soms brengt.

Psalm 130

Uit de diepte roep ik, Heere,
Hoort, ik bidde U, naer myn stem!
Wilt Uw oor te mywaerd keeren
Die om bystand roepend ben!
Sloegt gy al myn zonden gade,
Heer! wie zou niet ondergaen?

Retraite

Als het leven verloopt zoals het zich heeft aankondigd zal ik binnen heel afzienbare tijd min of meer onverwacht voor enige tijd in retraite gaan. Een paar weken later zal er een manuscript voor een autobiografische novelle liggen op basis van een brief aan mijn geliefde wie dat ook moge zijn. Deels serieus gestemd, deels doorspekt met Kafkaeske humor omdat ik dat niet zal kunnen laten. Er zijn mij grotere auteurs voorgegaan bedenk ik me. Overigens, wees gerust, er is niets ernstigs aan de hand met mij. Hoogstens iets voor de meesten onverwachts en voor mij irritants. Goedbeschouwd is de bron van het citaat dat ik al enige tijd onder mijn emails heb staan mij dierbaar in meer aspecten dan de poëzie. Zo blijkt. Voor alles is immers een reden. Over alles valt te zeggen in hoeverre die reden loos is. Goddank heb ik de kracht van mijn pen nu ik eindelijk begin te begrijpen waar het de dichter om ging, met oefening zal ik hopelijk een vervolg kunnen maken op wat al eerder startte.

“Whenever people agree with me, I always feel I must be wrong.”
Oscar Wilde

oscar wilde

Vanaf mijn vijftienhonderdste tekst op deze plek volgt er ongeveer een maand radiostilte en zal hier niet gepubliceerd worden. Daarna zal ik dit manuscript in een digitale versie downloadable maken vanaf deze website.

© 2013 Alice Anna Verheij

Advertenties

Ik ben zo moe van jou, o Nederland.

Noot: driekwart jaar geleden herschreef / hertaalde ik ‘Going to a town‘ van Rufus Wainwright. Een lied dat hij, eerlijk is eerlijk, uit verveling en baldadigheid schreef in de lobby van een hotel tussen concerten in. Zonder diepere bedoeling, zonder er een protestleid van te willen maken. Maar dat werd het wel. Het werd een lied dat bij deze tijd past.

Het is nu driekwart jaar later. Veel is veranderd. De pier op de foto is failliet en zal misschien afgebroken worden. Zoals er veel afgebroken wordt. Vandaag las ik dat het College Van Zorgverzekeraaars (CVZ) voorstelt om de psychische ondersteuning van mensen met psychische problemen alleen nog maar te vergoeden bij een medische noodzaak. Daarmee onderstrepend dat je voor hulp psychisch ziek moet zijn (volgens het daarvoor geldende normenboek DSM IV) en dat psychische problemen buiten die veroorzaakt door ziekte maar gewoon door jezelf en je huisarts (die daar niet voor geschoold is) opgevangen moeten worden. Wil je hulp, heb je hulp nodig, dan moet je dat maar zelf betalen. Kan je dat niet, zoals een toenemend aantal mensen, dan kun je voor wat betreft die verzekeraars doodvallen. Letterlijk.

Gaan die plannen door dan zuller er ook doden vallen want het aantal suïcides zal toenemen bij het wegvallen van de zorg voor mensen met post traumatisch stress syndroom, slachtoffers van misbruik, mishandeling, verkrachting, burn outs, onverwerkte traumas uit jeugd of anderszins. Zij zijn geen medische gevallen dus moeten het maar zelf zien te rooien. Daarmee is de verzekering van de Nederlandse gezondheidszorg indirect verantwoordelijk voor de doden die zullen vallen en het instandhouden of het versterken van het lijden van duizenden zoniet tienduizenden mensen. Hun aantal groeit als gevolg van de verharding van de maatschappij.

Nederland maakt hiermee zichzelf ziek, doodziek. En, als het aan deze mensen ligt die dit bedenken, uiteindelijk dood. Weg beschaving. Van Zorgverzekering naar een verzekerd zijn van verwaarlozing. Verwaarlozingsverzekering.

Ik ben nog steeds moe van Nederland en verlang naar de dag dat ik dit land definitief de rug kan toekeren. Of mij dat lukt weet ik niet, of ik dan in Europa of elders zal leven weet ik ook niet. Hoe dan ook, deze hertaling draag ik op aan de mannen en vrouwen van het CVZ die de plannen smeden om de geestelijke gezondheidszorg in Nederland te decimeren en daar willens en wetens slachtoffers mee gaan maken. Ik gun ze een jarenlange persoonlijke ernstige depressie. Ik mag dat als overlevende van diverse suïcide pogingen. Het hierna volgende schreef ik in april 2012, mijn mening is helaas niet veranderd sindsdien. Mijn leven overigens wel. Ten goede, dankzij de onbezoldigde zorg van een paar vrienden en een project van hte Rode Kruis. Een organisatie die goddank losstaat van de Nederlandse staat en haar beperkte blik op de rechten van haar burgers.

In een uitwisseling op Facebook legde mijn goede vriendin Floortje me nog eens dit prachtnummer van Rufus Wainwright voor. Ik heb er al zo vaak naar geluisterd en het heeft me altijd geraakt omdat ik er iets voelde dat ik niet kon omschrijven. Tot Floortje een hint gaf dat iemand maar eens een Nederlandse versie moest maken.

Er zullen mensen zijn die – terecht – vinden dat ik negatief schrijf over mijn eigen land. Er zullen mensen zijn die het met me oneens zijn of het me zelfs kwalijk nemen. En anderen die het niet begrijpen of me een zeur vinden. Maar er zijn er vast ook die zich herkennen in de pijn die ik heb proberen te verwoorden over hoe mijn eigen land verworden is tot iets dat ik verafschuw. Verwoord aan de hand van Rufus Wainwright die, wonend in New York, in een opwelling zijn originele tekst liet stromen en waarin hij onverholen kritisch is op de verwording van het Amerika van George Bush.

Mijn tekst laat mijn walging proeven over de staat van dit land. Een land zonder kleur maar met angst voor de vreemdeling, voor de andersdenkende, voor de ander die niet is zoals de gemiddelde burgerlijke grijze muis. Een land van egoïsme waar hypotheekrenteaftrekm pensioen en immigratie voor gaan op barmhartigheid en liefde voor hen die het moeilijk hebben. Een land dat maatschappelijk en politiek geen enkel ankerpunt meer voor mij vormt en dat mij gevoelsmatig wegjaagt. En hoezeer men het met mij oneens zal kunnen zijn, zijn de woorden gewogen en spreken ze mijn diepste gevoel uit. Mijn ontembaar verlangen to vluchten naar desnoods een stad die niet meer bestaat. Weg van het grijs, weg van de verzuring en de beschimping. Weg van de krantenkoppen vol mensenhaat, weg van het gebrek aan compassie, weg van de tweets van Wilders en de lamlendigheid van een tandeloze oppostitie. En vooral weg van het land dat mij mijn gevoel ontneemt en me omlaag drukt tot er niets meer van me over is. Met een vage hoop dat er ooit een andere tijd zal komen. Ik kan momenteel niet anders dan hiermee mijn diepste gedachten laten vallen op deze plek. Want ik ben moe. Heel erg moe van dit land. Heel erg moe van jou, o Nederland.

Hier is mijn versie:

“Ik ben zo moe van jou, o Nederland”

Ik ben onderweg naar een stad die niet meer bestaat
En loop weg van de plaats die ik altijd heb gehaat
Ik zoek naar mensen die hun hart niet hebben verbrand
ik ben zo moe van Nederland

Ik maak het goed voor de leugens van de Telegraaf
Ik maak het goed voor die liedjes o zo braaf
Het lijkt wel of hun waarheid niet meer bestaat
Ik ben zo moe van jou, o Nederland

Ik zoek er mijn eigen pijn, zal er niet eenzaam zijn
Ik heb mijn leven lief, o Nederland
Ik heb mijn leven lief

Zeg me, denk je echt over de hel omdat je teveel liefde gaf?
Zeg me, denk je echt dat alles wat je deed zo goed was
Ik moet het weten, na het bloed van die jongen die daar ligt in een plas
Ik ben zo moe van Nederland

Ik moet het weten
Misschien zal ik je nooit meer zien, of misschien ook wel
Jij had je voordeel van een wereld en ook van je spel
Ik ben onderweg naar een stad die niet meer bestaat
Ik ben zo moe van jou, o Nederland

Ik zoek er mijn eigen pijn, zal er niet eenzaam zijn
Ik heb mijn leven lief, o Nederland
Ik heb mijn leven lief
Heb nu teveel verdriet
Maar tòch ’n droom in ‘t verschiet
En dat is al, meer niet

Ik zoek er mijn eigen pijn, zal er niet eenzaam zijn
Ik ben onderweg
naar een stad die niet meer bestaat

Muziek, tekst: © Rufus Wainwright
Hertaling: Alice Verheij © 2012

Laat me.

Laat me. Een nummer geschreven in het Frans met de titel ‘Vivre’ geschreven en gezongen door Serge Reggiani. Het lied is in de laatste twee jaar in mij gegroeid tot het lied dat mijn leven bepaald. In alle opzichten. Het is een lied over terugkijken op een leven waarin het doel niet altijd duidelijk was, waarin tegenslagen veelvuldig waren net als hoogtepunten. Het is een lied over vriendschappen en trouw aan die vriendschappen. Het is een compassioneel lied dat troost geeft en sterkt wanneer de dagen donker zijn.

En het is een lied dat zich naar voren dringt wanneer het leven zich van onverwachte mooie kanten laat zien. Als een waarschuwing dat succes en slagen in het leven alleen van waarde is als je jezelf niet verliest en je vriendschappen voorop blijft stellen. Zelfs als die een tijd naar de achtergrond verdwenen zijn.

Ik zing niet veel maar dit lied zing ik graag. Liefst met vrienden in een kroeg of theatertje waarbij we elkaar in de ogen zien en genieten van onze vriendschap. Dat zijn de momenten dat het leven is zoals het moet zijn.

Velen zongen het en natuurlijk is in Nederland de versie van de grote Ramses Shaffy onmogelijk te overstijgen want nooit eerder is een lied zo vanuit het hart gezongen als dit lied in Nederlandse vertaling door Shaffy. Alderwereld mag dan later samen met Shaffy en List dit overgedaan hebben maar het origineel is te magisch om te overtreffen. Ook de versies van Herman van Veen die het als ode aan Ramses gezongen heeft zijn prachtig maar wat mij betreft is er in het Nederlands taalgebied maar één echte versie:

De originele Franstalige versie mag niet ontbreken en dus laat ik die hier ook passeren. Geniet er van!

Laat dit lied bij mij blijven, de rest van mijn leven. Als troost, als uiting van liefde en als waarschuwing dat hoe dan ook het leven verloopt zoals het moet verlopen. Nu in deze tijd er aan een horizon schoonheid en misschien liefde lonkt omarm ik ‘Laat me’ als een reddingsboei die me toegeworpen is door het leven. Het komt wel goed. En misschien is het dat eigenlijk al.

“Ik blijf nog lang en lief nog langer, maar laat me blijven wie ik ben.”

© 2012 Alice Anna Verheij

Kroegschrijver

Ik ben een nachtschrijver en een kroegschrijver. Als vat vol tegenstrijdigheden houdt ik van de eenzaamheid ’s nachts om verhalen of gedichten te schrijven. Of een ‘stukje’ of kort verhaal. Mijn romans echter schrijf ik op een andere plek en op een andere manier. Ze zijn immers onderzoek intensief èn emotie intensief. Dat vergt een andere werkplek en eigenlijk zelfs twee. Één werkplek waar ik zonder problemen zes of zeven uur of langer kan doorschrijven, zonder hinderlijke onderbrekingen als eten, slaap of sociale contacten. Dat zijn de productiedagen, de dagen waarop ik vooral het ambacht beoefen want het boek is eigenlijk al geschreven en in mijn hersenpan opgeslagen in kasten met heel veel laden, gerubriceerd en geordend zodat alle onderdelen eenvoudig te vinden zijn voor wanneer ik ambachtelijk de hersenknipsels samenbreng in zinnen, alinea’s en hoofdstukken conform de al bepaalde verhaallijn. Er ligt natuurlijk een notitieboekje naast met met de feitjes, jaartallen, namen en plaatsen.

 

Maar het echte schrijven, het componeren, vindt plaats in kroegen. Ik zou liefst zeggen kroegen en kathedralen maar die laatste zijn niet te vinden in de stad waar ik woon en als ze dat zouden zijn dan zouden ze gesloten zijn op de momenten dat ik er wil schrijven. En dus plaats ik mezelf in die meest cruciale momenten van mijn schrijverschap in kroegen. Liefst van de soort waar de muziek deugd en niet te hard is, er een goede tafel staat en het geroezemoes nooit boven een geruis uitkomt zodat er een auditieve cocon ontstaat. Met mij er in. Stil, teruggetrokken in de wereld van het verhaal dat ik schrijf, regelmatig voorzien van koffie zoals ik die wil en vooral alleen tussen de mensen.

Er zijn niet veel kroegen die voldoen aan mijn eisenpakket. Soms is de muziek niet goed, soms zijn de gesprekken te luid en soms zijn de mensen te interessant om niet te observeren of een gesprek mee te beginnen. Maar een paar plekken heb ik gevonden die wel voldoen, een enkele is afgevallen na enige tijd omdat de situatie er veranderde of omdat er te gemakkelijk verstoringen optreden door de bevolking van het etablissement. En zo ben ik meerdere middagen per week te vinden op het Regentesseplein in een kroeg waarvan ik de eigenaren niet echt leuk vind maar waar de koffie wel goed is en er soms een biertje of glas wijn te vinden is na gedane arbeid. Het is er overdag binnen vrij stil. De muziek overtijgt het Skyradio niveau van veel andere plekken zonder echt geweldig – en dus afleidend – te worden. De kroeg staat midden in de laat negentiende eeuwse buurt waarin ik ook woon. Perfect passend bij het boek dat ik schrijf want dat speelt in de tijd dat de huizen hier gebouwd werden. De sfeer klopt. Ik ben er nog nooit blijven eten en dat zal ook niet gebeuren, daarvoor vind ik de zaak niet geschikt. Een biertje met vrienden drinken doe ik er ook niet, er zijn leuker plekken daarvoor. Maar het is een prima schrijfkroeg voor me.

Het is een fase in de creatie van mijn boek die ik er doormaak. Als die voorbij is zal ik in ‘splendid isolation’ het ambachtelijke werk gaan verrichten. Mijn hoofd leeg laten lopen in een omgeving die ontdaan is van alle stimulansen en afleidingen. Waar dat deze keer zal zijn weet ik niet. De vorige keer ben ik er de bergen in Nepal voor in gegaan maar dat zal nu niet kunnen. Misschien is een eiland of een bos dit jaar de meest geschikte plek. Of een huisje in de polder. Gelukkige dienen dergelijke plekken zich altijd vanzelf aan dus ik hoef er alleen maar op te wachten. Tot die tijd ben ik weer de kroegschrijfster. Voor een tijdje.

(c) 2012 Alice Anna

Eigen schuld.

Eigen schuld, dikke bult!

Kinderen roepen het naar andere kinderen op het schoolplein of elders. Ik deed dat vroeger ook als kind en anderen naar mij. Maar ik ben opgegroeid en heb het afgeleerd dit zinnetje te roepen, of iets dat daar op lijkt. Want het laat vooral onbarmhartig cynisme zien.

Nederland 2012. We hebben na het ‘ik-tijdperk’ een nieuw tijdperk gekregen: het ‘eigen schuld-dikke bult tijdperk’. Want dat is in hoge mate de teneur in de huidige samenleving. U wilt onderbouwing van me? Voorbeelden? Welnu, hier is de spiegel. Ik houdt hem met graagte omhoog naar iedereen die ik er op betrap. Inclusief mezelf heel soms.

Volkskrant:
Wie trouwt, weet dat er een risico is.
(Dat bij scheiding je 12 jaar alimentatie moet betalen.)

Telegraaf:
Mogelijke gratie Assad.
(Over de VS en de UK die Assad mogelijk gratie verlenen als hij opstapt.)

NRC:
Kamer akkoord: eigen risico in de zorg stijgt naar €350.
(Over het eigen risico, want de gevolgen van ziek zijn horen bij jezelf.)

Het is eenvoudig om zo verder te gaan. Als je ziek bent, longkanker krijgt bijvoorbeeld, dan had je maar gezonder moeten leven. Als je huis geen donder meer waard is en je met torenhoge schulden moet leven had je maar geen huis moeten kopen. Als je pensioen te laag is had je maar door moeten leren. Als je de druk van samenleving psychisch niet meer aan kan dan is dat jammer en ben je instabiel. Als je vluchteling bent omdat je niet doodgeschoten of gemarteld wilt worden dan moet je blij zijn met een grijpstuiver, het feit dat je nog leeft en de schofferingen in de samenleving maar voor lief nemen. Als je uit Iran komt en een iPad wilt kopen moet je maar accepteren dat Apple geen iPad’s verkoopt aan Iraniërs (zie de Washington Post van gisteren). Als je je baan kwijt raakt en geen kans meer maakt op fatsoenlijk werk dan moet je maar alles aanpakken wat je door de strot gedouwd wordt. Als je donker bent had je maar licht moeten zijn. Als je gehandicapt ben na een motorongeluk had je maar niet zo hard moeten rijden. Als je zaak over de kop is gegaan en je geen geld over houdt om eten te kopen (dat gebeurt echt!) dan is dat het risico van het ondernemen. Als je arm en behoeftig bent en in een derde wereld land leeft dan is dat jammer voor je maar we gaan je niet meer helpen want we vinden onze eigen welstand belangrijker dan dat jij blijft leven (VVD). En als je in Griekenland woont dan ben je lui en een uitvreter.

Het houdt niet op. “Eigen schuld, dikke bult!” en “Je hebt er toch zelf voor gekozen!”, het zijn de mantra’s van het grauw aangevuurd door populistische oneliner dichtende karikaturen van politici en de sensatiebeluste relgeile media. De jeugd wordt opgevoed in een onbarmhartige cultuur van gebrek aan compassie, ver doorgevoegd cynisme en geëscaleerde inhumaniteit. Ze worden niet meer opgevoed om mens te zijn maar om toegevoegde waarde te leveren aan de economie. Mensen hebben geen geld meer, ze zijn geld geworden. Slaven.

Het is ziekmakend om de wereld te beschouwen waarin we leven. Onbaatzuchtigheid zal binnenkort verdwijnen uit de van Dale ten gunste het in stenen beitelen van woorden als ‘crisis’. Jaren terug was er een band die een album met een titel die daarover ging. Die titel was overigens geleend uit het script van de film ‘The day of the Jackal’: “Crisis? What Crisis?”. De afbeelding die er bij hoorde laat een mannetje zien die in een grauwe zwart wit wereld onder een gekleurde parasol zit. Zich ogenschijnlijk onbewust van de vernietiging om hem heen. De ogen verstopt achter een zonnebrilletje, het colaatje mèt paraplutje er in naast hem. De crisis is er alleen voor de ander, het is hun probleem. Ik heb mijn zaakjes voor elkaar. Sterf maar.

De parasol is oranje. Die kleur er van blijkt nu voorspellend te zijn voor wat de Nederlander tegenwoordig bezig houdt, het enige dat ontbreekt is een voetbal.
Ze liggen er uit gelukkig.
Eigen schuld, dikke bult.

© 2012 Alice Anna

Instabiel

Vandaag noemde iemand me op Facebook instabiel. Omdat ik niet door een hoepeltje spring en de kwaliteit van wat ik maak niet onder tijdsdruk wens in te leveren. Ach.

Nu ben ik natuurlijk inderdaad instabiel. Gegeven mijn levensloop en waar ik nu in dat rare leven staat is dat eerder een complimenteuze vaststelling dan een psychische conditie. Je zult immers maar stabiel zijn en de uitdagingen in mijn bestaan aan moeten gaan. Er zou geen dag meer prettig zijn.

Mijn instabiliteit leidt er toe dat echt negatieve zaken me minder raken want bij nadrukkelijke rampspoed laat ik bij mezelf een tijdje de depressie toe (ik ben nu eenmaal regelmatig depressief en schaam me daar niet voor) om na enige tijd de lucht op te zoeken. Dat laatste doe ik dan door te schrijven. Een verhaal, gedicht of lied of om iets anders te maken. In ieder geval door te creeëren.

Waarmee ik mijn eigen instabiliteit niet als negatief maar een hanteerbare realiteit ervaar. Blijkbaar is dat niet voor iedereen om me heen hanteerbaar met als gevolg dat mijn kringetje vooral bestaat uit vlinders, paradijsvogels en kunstenaars. In ieder geval mensen die niet zoveel van mij verschillen en begrijpen dat artisticiteit en kwaliteit in combinatie niet af te dwingen zijn maar het resultaat van een magische mix van kennis, kunde en inspiratie. Zij die dat niet vatten vallen op een bepaald moment als vanzelf buiten die kring, hoe lief ze me als mens wellicht ook zijn.

Overigens, ik vraag mij werkelijk af waarom stabiliteit per sé gezien wordt als positief. Voor mij is het namenlijk al snel het equivalent van grijsheid, saaiheid en burgerlijkheid. Dus dan blijf ik maar liever instabiel in de ogen van de stabielen, gek in de ogen van de normalen en vreemd in de ogen van saaien. Het zal wellicht niet meer in deze tijd passen maar ik ben toch echt liever de bohémienne die een beetje ongrijpbaar blijft en anders is dan anderen en die vooral niet te voorspelbaar is. Een verandermens.

Alice © 2012

Een goede vriend.

Goede vrienden zijn belangrijk in het leven. Ik ben een gelukkig mens omdat ik kan zeggen dat ik er een paar heb. Ieder voor zich volslagen uniek en oorspronkelijk. Want dat is waar ik van hou: oorspronkelijkheid. Mijn liefste vrienden zijn geen middelmaat en geen kopiën van trends of mensen die in groeven lopen of zich naar normen voegen. Ze zijn ieder voor zich volslagen uniek. Bohémiens zoals die er niet zoveel meer zijn.

foto: © 2012 Alice Anna Verheij

Eén van die heel bijzondere vrienden is Max. Stukken jonger dan ik maar heel bijzonder. Een getalenteerd kleinkunstenaar waarmee ik het geluk heb een artistiek diepe vriendschap te mogen hebben. We schrijven liedjes, dromen over de wereld, wisselen soms gedichten en verhalen uit en als één van ons het moeilijk heeft is de ander daar. We wonen bij elkaar in de buurt. En dat is ‘een gelukkie’. Max is soms ook een eend. Alfred Jodocus om precies te zijn. Dan kwaakt hij met verve en maakt mensen blij. Maar het mooiste vind ik het als ik mag genieten van een lied door hem gezongen. Zoals deze:

Het komende jaar mag ik Max volgen met de camera. Met als doel om te komen tot een korte film over zijn leven als podiumkunstenaar. Met alle ups en downs, triomfen en moeite die daarbij horen. Het is, gegeven zijn kwaliteiten als performer, een gunst dat te mogen doen. Gelukkig heb ik voldoende vertrouwen in mijn capaciteiten als film maakster om de uitdaging ook aan te gaan. Het wordt film maken zonder druk, zonder deadline, als een project dat over wat langere tijd gaat lopen zodat het een betrouwbaar en eerlijk portret kan worden van iemand waarvan ik zie hoe groot hij is als kunstenaar.

Alice Anna © 2012

Een roerloze vrouw in een kooi met cupcakes & muffins en een rouwmantel houdt van je zusje en komt uit stille wateren.

foto: van facebook Tineke

Het samenstel van boeken dat een vriendin met haar verjaardag kreeg en fotografeerde bracht me tot de volgende openingszin van een kort verhaal. Dit het verhaal, een schrijfoefening in improvisatie.

‘Een roerloze vrouw in een kooi met cupcakes & muffins en een rouwmantel houdt van je zusje en komt uit stille wateren.’ Ik schoot in de lach.
‘Je zit me te dollen, mafkees!’
‘Nou ja roerloos was ze niet echt maar die cupcakes en rouwmantel waren er wel en ik verdenk haar er van dat ze wel degelijk een oogje op je zusje heeft en verder zei ze niets. De hele avond niet. En stille wateren, weet je. Ik denk niet dat Elisa het doorhad gisteren.’
‘Lijkt me ook moeilijk om wat te zeggen in zo’n situatie.’
‘Dat ook natuurlijk.’ Raymond legde zijn telefoon weg die ons gesprek hinderlijk had onderbroken. Hij was bleek.

Het was de eerste keer geweest voor Raymond. De eerste keer naar een club. De optredens waren leuk geweest. Lekker op het kantje maar altijd nog net netjes genoeg om theater genoemd te kunnen worden in plaats van showtjes in een louche nachtclub. Het was ook geen nachtclub in dat straatje op vijf minuten slenteren van de Moulin Rouge maar meer een theatercafé. Ik verwachtte ook dat er ergens halverwege de avond een man met flamboyante hoed á la Aristide Bruant zou komen opdagen. En dat Toulouse-Lautrec dus ergens achterin aan een tafeltje zou zitten schetsen. Niets van dat al. Wel cancan danseressen moderne stijl voor een half uurtje laat op de avond. Raymond en mijn zusje die sinds kort zijn vriendinnetje was keken hun ogen uit. Raymond was een uiterst fatsoenlijk opgevoede jongeling van krap eenentwintig en dus keek hij ietwat besmuikt naar de danseressen die zo hier en daar en zo af en toe een jarretelle lieten zien onder hun omhoog waaierende rokken.

Halverwege de avond kwam ze binnen. Gedragen in een draagstoel met daarop een kooi waarin ze zat. Gekleed in niets anders dan een overdadige zwarte bontmantel omringst door etageres gevuld met cakes en muffins. Ze zat er roerloos en zweeg. Op de achtergrond speelde het bandje een bevreemdende mix van latin, jazz en lounge die een erotiserende werking had op het publiek. Na een tijdje pakte de vrouw een paar muffins en stak haar hand door de tralies van de kooi om ze op het podium te zetten waarbij ze de vrouwen in het publiek strak in de ogen keer en af en toe een zuiver geëpileerde wenkbrauw ligt optilde om even later met een glimlach en de ogen weggedraaid zich weer terug te trekken in de kooi. Ze was niet helemaal naakt onder de bontjas.

Het was duidelijk de bedoeling dat de vrouwen uit haar publiek de muffins en cupcakes kwamen ophalen om die naar hun partners, man of vrouw of anderszins, te brengen. Zodra er iemand op stond om naar het podium te gaan voor haar beloning gaf de barman een seintje aan een serveerster die vrijwel onmiddellijk de champagne met glazen naar het tafeltje van de vrouw bracht die naar het podium was gegaan. Geen man durfde op te staan. Steevast kwam de serveerster met de drank tegelijk bij het tafeltje aan met de tafeldame als in een goed geregisseerde choreografie. Er werd geen woord gezegd, blikken werden er wel uitgewisseld.

Ik stond op, om het spel mee te spelen. Zodra ik onderweg was naar het podium en de kooi maakte zich een serveerster los van de bar met een blad waarop een fles en vier glazen stond. Ik draaide me even om alsof ik naar het tafeltje terug ging. De serveerster hield in, lachte en draaide zich ook om. Blijkbaar hadden we een overeenkomst. Alles of niets. Zodra ik naar het podium bewoog, bewoog zij naar het tafeltje. Zodra ik stopte, stopte zijn. En zodra ik een stap terug nam, nam zij een stap terug. De band zetten een tango van Piazzolla in. Onze bewegingen volgden het ritme in de wetenschap dat we elkaar halverwege zouden tegenkomen. Het ritme werd dwingender en de viool intenser. De dame op het podium in de kooi lokte me terwijl de serveerster steeds dichter bij mij kwam en ik bij haar. Tot we heel dicht bij elkaar stonden en ze met haar vrije hand me bij mijn hand pakte. Wat volgde was een tango waarbij zij als door een wonder geen last had van het dienblaadje terwijl ik me door haar ogen liet vangen. De belofte was daarin te vinden.

De beweging duurde niet meer dan een seconde of tien voordat ik me naar het podium wendde en de cupcakes pakte die het dichts bij me stonden. ‘Ze wacht op je…’ ze fluisterde het me in onvervalst Vlaams toe. Tenminste dat dacht ik te verstaan. De donkere ogen van de vrouw met bontjas keken me even strak aan voordat ze in een uitbundige lach uitbarstte. Ik kreeg het gevoel dat ik niet meer de baas was over mezelf en niets anders kon dan mee doen in het spel. Maar tegelijk dwong ik mezelf om controle te houden. Ik draaide me snel om en in no time was ik bij de tafel waar Raymond en Elisa zaten te wachten op me. Ik zette me direct neer en was me nog net gewaar van de met zijde gehandschoende hand van de serveerster die subtiel over mijn bovenarm gleed terwijl ze terug naar de bar liep. Ik rilde. Raymond en Elisa keken me niet begrijpend aan en ik sloeg mijn ogen neer.

‘Moet ik nu ook?’ vroeg Elisa. Raymond lachte en antwoordde direct bevestigend. Elisa, vier jaar jonger dan ik en twintig jaar onschuldiger, zag er de pret wel van in en stond op om ook naar de kooi te lopen. Er kwam geen serveerster naar ons toe maar wel veranderde de muziek plotseling in een up tempo melodie die welhaast tot dansen dwong. Terwijl Elisa bij de kooi was pakte Raymond mijn hand en troonde me mee de dansvloer op die zich rap vulde met de andere bezoekers. Het licht dat al niet al te sterk was dimde en bij het toneel verdween het zelfs geheel. Een volgspot scheen op de vloer en ving beurtelings dansende paren in de bundel met als gevolg dat het podium en de kooi niet meer zichtbaar waren. Na een minuut of tien werd de muziek wat rustiger en gingen we weer aan onze tafel zitten. Het podium bleek leeg te zijn, de kooi was verdwenen en Elisa ook. Ik keek Raymond aan.

‘Waar is Elisa?’
‘Geen idee. Ik denk even de neus poederen.’
Ik twijfelde maar bleef rustig. Het duurde minstens tien minuten voordat ze terug kwam, inderdaad vanuit de richting van de toiletten achter de bar. Ik keek haar aan maar ze keek snel weg naar Raymond en ging zitten.
‘Geen cupcakes?’ vroeg Raymond.
‘Nee joh, de act was klaar geloof ik. Gaan we zo dansen?’ Elisa schakelde sneller dan ik van haar verwacht had.
‘Ik ben zo terug.’ Terwijl ik opstond veranderde de muziek weer naar wat dansbaarders. Een rustige tango, iets wat deze muzikanten behoorlijk goed speelden waardoor de dansvloer al snel het domein werd van een paar ervaren dansparen. Ik was de enige bij het toilet, dacht ik. Maar toen ik het verliet stond de vrouw uit de kooi er te wachten en nèt toen ik met een knikje door wilde lopen zei ze ‘de cakes waren op, uw vriendin gelukkig niet.’ Voordat ik iets kon zeggen verdween ze achter het gordijn, mij verbaasd achter latend.

‘Wie was dat?’
‘Elisa.’ Raymond keek me verbaasd aan.
‘Wat is er?’
‘Ze is zegt dat ze in Parijs blijft.’
‘Wat?’
‘Ik begrijp er niks van. Ze zegt dat ze in Parijs blijft en ik niet op haar moet blijven wachten. Ze is cupcakes en muffins aan het maken, zegt ze.’

Alice Anna © 2012

Een kadootje voor mijn lezers.

Beste lezers,

soms moet je iets geks doen. Soms is dat heel zo gek niet.
Aangezien de drukkosten tegenwoordig hoog zijn en er geen fondsen zijn voor heruitgave van mijn debuutroman, gegeven dat ik die al lang in een eBook PDF versie klaar heb én gegeven dat ik gezien wat er allemaal dit jaar nog uitkomt aan nieuwe uitgaven, geef ik jullie hierbij een kado.

Daar is een reden voor. Ik ben een tegenstander van het beleid van het inmiddels demissionaire kabinet dat over zijn graf heen regeert en nog steeds allerlei maatregelen er door drukt die de samenleving schaden en de zwakken in de samenleving hard in de portemonnaie treffen. Ik ben een tegenstander van het beleid van de gemeente Den Haag die in navolging van dit cultuurbarbaarse kabinet de kunsten in Den Haag afslachten door intrekking van de steun aan het Koorenhuis waar duizenden Hagenaars met veel plezier tegen redelijke kosten kunst leren beoefenen. En ik ben tegen het intrekken van de subsidies aan kleine theaters als Branoul en de Regentes die een functie hebben in deze stad. Dat soort beleid raakt mij aan alle kanten. Het creeërt een klimaat in de samenleving waarbij kunst als nutteloos, overbodig en zonder waarde wordt gepositioneerd. Als hobby, als tijdverdrijf.

Met het gratis beschikbaar stellen van mijn debuutroman maak ik een statement tegen dat beleid. Tegen de destructie van de kunst, of dat nu amateurkunst of ‘professionele’ kunst is. Het is een statement gemaakt met de wanhoop van de schrijfster en de bohémienne die deze samenleving onderuit ziet gaan en als enig antwoord daar op heeft haar kunst op straat te gooien. Niet omdat die kunst niks waard is, maar omdat het de enige manier is waarop iedereen met of zonder geld daar kennis van kunnen nemen. In de hoop dat de bestuurders ooit hun verstand terug krijgen.

Mijn debuutroman Eén latte, een cappu en een espresso is vanaf vandaag gratis te downloaden vanaf deze website én vanaf GoodReads. Het downloaden hier is natuurlijk het eenvoudigst want dat is als U dit leest precies één klik weg. Klik HIER voor de eBook versie.

Ben ik gek dat ik de eBook versie gratis weggeef? Absoluut!

Alice Anna Verheij

For my English speaking readers: what is written above this is an announcement of the availability of my debuting novel FOR FREE DOWNLOAD. It is in Dutch, so if you’re in for a challenge, please go ahead and download and enjoy the book. And spread the word! To get it, just click on THIS.

Een eend schieten in de duinen.

Ik heb een vriend en die (niet: dat) is een eend. De liefste eend die je kunt bedenken. Hij is een eend op het podium en maakt daar kinderen én volwassenen vrolijk mee. Hij zingt dan liedjes van “Ik ben vandaag zo vrolijk” en iets met spetteren en spatten.

Hij had een foto nodig of anderen van hem. En dus, toen het gisteren zulk lekker weer was, het zonnetje zo warm en de lucht zo lief, heb ik toen die eend maar geschoten. Eenden schieten kan heel aangenaam zijn. Vooral met een strand in de buurt, een lekker windje en dus die warme zon. Mijn schouderkopjes zijn nu wel een beetje verbrand maar dat mag de pret niet drukken en de buik niet rimpelen.

We zijn terug gekomen met prachtige eendenfoto’s. En die ene waar het om ging zat er natuurlijk ook bij want zo gaat dat met eenden schieten, ze zijn zo gemakkelijk te raken. Nu laat ik die ene natuurlijk niet zien want die komt later dit jaar op allerlei verrassende plekken wel boven water. Maar er zijn nog zoveel anderen die net niet goed genoeg zijn maar ondertussen wel heel mooi en dus geef ik er jullie eentje om naar te kijken.

foto: © 2012 Alice Anna Verheij

Onder voorwaarden dat jullie dan wel vrolijk worden en blijven deze week. Maak het mooi, kwaak een liedje!

Alice Anna © 2012

PS Die eens is natuurlijk mijn goede vriend Max Douw als Alfred Jodocus Kwak.

Barbara

Barbara (Monique Andree Serf)

Monique Serf heette ze eigenlijk en in Nederland is ze niet al te bekend. Haar artiestennaam was Barbara. Een franse chansonnière (en een prachtige vrouw) met een heerlijke stem. Haar muziek was typisch frans en had alles wat de rijke historie van chansons kan bieden.

Een betrekkelijk onbekend lied van haar is ‘Le Temps du Lilas’ dat over liefde, bedrog en verlating gaat. Het is een lied met een enorm tempo op de cadans van een wals en daarmee niet alleen een uitdaging om te hertalen maar zeker ook om te zingen. Het origineel kent zoveel tekst wendingen dat het een nachtmerrie is om er iets van te maken. Toch heb ik me er aan gezet omdat ik nu eenmaal in een soort flow zit waarbij het vertalen en hertalen vrij vlotjes verloopt.

Dit is het origineel wat zeer de moeite waard is om te beluisteren vanwege de snelle en o zo franse poëzie:

Ik heb er deze Nederlandstalige tekst op gemaakt die weliswaar het origineel volgt maar zeker geen letterlijke vertaling is. Meezingen met de muziek is een uitdaging maar na wat uitproberen kan ik zeggen dat het echt mogelijk is. Wellicht moet ik nog zo hier en daar wat schaven maar als eerste serieuze poging staat het wat mij betreft stevig:

De zoete geur van de sering

Mijn lieve schat, ik geef je seringen,
ze zijn anders dan rode rozen.
Maar net zo goed uit liefde,
die ik voel voor jou, voor jou.
Ik plukte ze speciaal voor nu,
bij de buren uit hun struiken
want ik vond ze, zo lekker ruiken,
zoete geur van de sering.

Ik wil jouw lieve lach weer zien
je lippen proeven, jouw zien blozen.
En lief ik weet, dat het je speet
want het mocht, niet eeuwig duren.
En toch die ander, die overwon,
ik had dat nooit, van jou verwacht,
dat mijn liefde, jou verzon
en dat het dus, toch niet kon.

Dus geef ik jou nu, mijn paarse seringen,
want naar jouw hand, zal ik niet dingen.
Ik laat je los, uit ware liefde
die ik voel voor jou, voor jou.
Ik zal nu gaan, dit was het dan.
Hier is mijn groet, ik breek de ban.
Die ene klein kans, heb ik laten gaan.
Hier heb je, mijn seringen.

Je was daar ineens, in mijn leven
dagenlang, bij mij gebleven.
Nachten lang, hebben wij gevreeën
ochtenden, van ons getweeën.
Maar op een dag, was er een ruzie,
tussen de roos en de sering.
Een huwelijk, zat er dus niet in
Wel ‘n oorlog, tussen jou en mij.

En nu zal ik op de vlucht ver van jou weg moeten gaan.
Zie je mij daar in de verte?
Al kom je mij nog na, het is nu te laat.
Blijf maar bij de seringen.
Ik plukte ze speciaal voor jou,
bij de buren uit hun struiken
eens vond ik ze, zo lekker ruiken,
zoete geur van de sering.

Ach jij zult bij haar zijn in haar armen,
je bent verstrikt in haar netten
en met haar liggen, heup tegen heup,
in de nacht tot aan de morgen.
Dus laat ik jou nu, de paarse seringen,
want naar jouw hand, wil ik niet dingen.
Ik laat je los, vergane liefde
die ik had voor jou, voor jou.

Blijf daar maar staan, en naar me smachten,
ze zijn nu voorbij onze nachten.
Er blijven bij mij, lieve gedachten
en zoete geur van mijn sering.
Er blijven bij mij, lieve gedachten
en zoete geur van mijn sering.

Muziek en franse tekst: © 1962 Barbara
Nederlandse tekst © 2012 Alice Verheij

‘Thick as thieves’ vertaald.

Al tijden ben ik gebiologeerd door de muziek van Nathalie Merchant. Vooral het letterlijk apocalyptische en lyrische ‘Thick as Thieves’ heeft een onuitwisbare indruk op me gemaakt. Zowel muzikaal als tekstueel. Een tekst die te mooi is om niet een Nederlandse versie te kennen. En dus heb ik die geschreven.

‘Thick as Thieves’ wordt in het Nederlands ‘De Hypocriet’. Het gaat over hoe de mensheid teloorgaat aan geweld, zelfzucht en hypocrisie. Een zeer kritische tekst met heel veel lagen en een groot risico op vertaalfouten. Dit is mijn poging:

Alice © 2012

Proud@.nl

Every picture tells a story. As Rod Stewart once sang on just another one of his albums. And it’s true. Just like that a picture is a thousand words. My life and work now is all about pictures. Pictures made by me and other photographers. The culmination of my work over the recent months at this stage is the photo exhibition, hopefully soon to be followed by the film. But there’s more happening around me.

Some time ago, early this year, I met Johan Brouwer. He is an artist, photographer, who works on the empowerment of gay people in the Netherlands and he does so in a vey positive way. His response to the increasingly bad sentiments in Dutch society regarding gay people was his idea to make a photo and storybook that will show the beauty of the diversity that the gay, or better lgbt, world in the Netherlands has. We talked about it and he asked me if I was available to be part of it. Like publishing a portrait of me in his book ‘Proud@.nl‘.

I suggested not to print a couple of photos but to use one, made by him at a place that’s somehow special to me, and publish that accompanied by a story of me. We agreed and the photo that you see here was taken at the Lange Voorhout, close to Pulchri, in the city where I was born, raised and where I now live. During the summer I wrote a story for the book while I was in Kathmandu.

Johan’s book, that I already love before I have seen the whole book, is soon to be published. Early Oktober there will be a presentation in Amsterdam. I’ll be there with a performance. What I’ll do there is a surprise, even for Johan. I am happy that in this way, by being involved and having a portrait of me published together with a short story in Johan’s book, I can contribute to a different style of gay pride than that was is usually regarded as pride.

There are very few transgender lesbian artists who are public on their gender and sexuality up to the level of being open, out and visible. It’s a choice I made to do this. I did so because of Johan’s positive angle on the topic and the quality of the book he is making. I feel proud to be part of it. Also because I’m part of a selection of people in that book that is a great selection with amazing people. So, if you want to see more of what Johan made: buy the book once it hits the bookstores. It’s worth your money. Check out www.proudat.nl for a sneak peak.

Alice © 2011

Eerste foto expositie in the making…

Zo, en toen was mijn eerste foto expositie onderweg.
Dat wil zeggen, later deze maand en begin volgende maand heb ik de beschikking over de expositieruimte in Creatief Warenhuis Hoop in Den Haag. Zo ongeveer de coolste plek in deze stad. In het centrum en gemakkelijk bereikbaar.

De expositie zal een selectie van foto’s laten zien over Bhutaanse vluchtelingen in de kampen in Nepal en maakt deel uit van het cross media project ‘Headwind’. Na de website, de inmiddels bijna drukklare roman en de feature lengte documentaire waar hard aan gewerkt wordt is dit het vierde onderdeel van het Headwind project.

Meer info volgt hier binnenkort dus maak alvast ruimte in de agenda voor een bezoek aan Creatief Warenhuis Hoop eind augustus of begin september (ook open tijdens de museumnacht). Ik zal er zijn en uitleg geven over de foto’s en zorgen voor een aanvullend programma van korte lezingen en muziek rond het thema van de vergeten vluchtelingen uit Bhutan. Er zal ook een trailer van de documentaire te zien zijn.

Natuurlijk zullen de foto’s te koop zijn voor een mooie prijs. De opbrengst gaat naar de productie van de documentaire Headwind. (www.headwindfilm.com)

Alice © 2011

U

Goeiemorgen lieve lurkers. Deze moet ik gewoon even met jullie delen omdat het me zo vrolijk maakt.
Ik ben gek op Sesamstraat. Ja echt! Maar ik ben nog veel gekker op Melissa Etheridge.

Goh, nou dat is nieuws zeg!
Jeemig wat cliché.
O help, ze is lesbo en gek op Etheridge. Duhuh.
Heb je ook nog iets boeiends te melden?
OMG! Pot.

Zomaar wat meningen die ik nu ongetwijfeld over me afgeroepen heb. Maar het is echt waar hoor. Ik ben gek op Melissa. Puur Amerikaans op de lekkere manier, hartstikke straight gay, stoer, krachtig, mooi wijf met een geweldige stem. Muzikant in hart en nieren. Meid met gitaar ook en die combinatie is voor mij high risk. Kortom ik ben – net als half – lesboland (die term ga ik er even een tijdje in houden denk ik) – verliefd op die vrouw. Volslagen onbereikbaar natuurlijk voor een nobody Nederlandse schrijfster maar dat geeft niet. Het is een verliefdheid die gedijd bij bewondering op afstand.

De combinatie van Sesamstraat met Etheridge had ik in mijn wildste dromen (en die kunnen behoorlijk wild zijn) niet bedacht. Maar het is een prachtige. ‘Like the way I do’ van Etheridge is een heerlijk song die ik gelukkig uit mijn kop lekker kan meebrullen. Niet mijn favoriete song van haar overigens (dat blijft toch echt ‘Je kunt slapen als ik rij’, ik bedoel ‘You can sleep while I drive’) maar absoluut één van haar beste up tempo songs. In de Sesamstraat versie wordt de tekst een ‘beetje’ veranderd en dan ontstaat er de volgende magistrale clip van een Etheridge die lol heeft in wat ze doet:

Like the way U do… en hier dan maar even de Pinkpop versie van het origineel. Misschien wel de beste Pinkpop video ever. Geniet! Ik geniet mee.

Zal ik hem hertalen? Zal ik?
Goed dan. Die rolt er vandaag nog wel uit denk ik.

Alice © 2010