Ik ben zo moe van jou, o Nederland.

Noot: driekwart jaar geleden herschreef / hertaalde ik ‘Going to a town‘ van Rufus Wainwright. Een lied dat hij, eerlijk is eerlijk, uit verveling en baldadigheid schreef in de lobby van een hotel tussen concerten in. Zonder diepere bedoeling, zonder er een protestleid van te willen maken. Maar dat werd het wel. Het werd een lied dat bij deze tijd past.

Het is nu driekwart jaar later. Veel is veranderd. De pier op de foto is failliet en zal misschien afgebroken worden. Zoals er veel afgebroken wordt. Vandaag las ik dat het College Van Zorgverzekeraaars (CVZ) voorstelt om de psychische ondersteuning van mensen met psychische problemen alleen nog maar te vergoeden bij een medische noodzaak. Daarmee onderstrepend dat je voor hulp psychisch ziek moet zijn (volgens het daarvoor geldende normenboek DSM IV) en dat psychische problemen buiten die veroorzaakt door ziekte maar gewoon door jezelf en je huisarts (die daar niet voor geschoold is) opgevangen moeten worden. Wil je hulp, heb je hulp nodig, dan moet je dat maar zelf betalen. Kan je dat niet, zoals een toenemend aantal mensen, dan kun je voor wat betreft die verzekeraars doodvallen. Letterlijk.

Gaan die plannen door dan zuller er ook doden vallen want het aantal suïcides zal toenemen bij het wegvallen van de zorg voor mensen met post traumatisch stress syndroom, slachtoffers van misbruik, mishandeling, verkrachting, burn outs, onverwerkte traumas uit jeugd of anderszins. Zij zijn geen medische gevallen dus moeten het maar zelf zien te rooien. Daarmee is de verzekering van de Nederlandse gezondheidszorg indirect verantwoordelijk voor de doden die zullen vallen en het instandhouden of het versterken van het lijden van duizenden zoniet tienduizenden mensen. Hun aantal groeit als gevolg van de verharding van de maatschappij.

Nederland maakt hiermee zichzelf ziek, doodziek. En, als het aan deze mensen ligt die dit bedenken, uiteindelijk dood. Weg beschaving. Van Zorgverzekering naar een verzekerd zijn van verwaarlozing. Verwaarlozingsverzekering.

Ik ben nog steeds moe van Nederland en verlang naar de dag dat ik dit land definitief de rug kan toekeren. Of mij dat lukt weet ik niet, of ik dan in Europa of elders zal leven weet ik ook niet. Hoe dan ook, deze hertaling draag ik op aan de mannen en vrouwen van het CVZ die de plannen smeden om de geestelijke gezondheidszorg in Nederland te decimeren en daar willens en wetens slachtoffers mee gaan maken. Ik gun ze een jarenlange persoonlijke ernstige depressie. Ik mag dat als overlevende van diverse suïcide pogingen. Het hierna volgende schreef ik in april 2012, mijn mening is helaas niet veranderd sindsdien. Mijn leven overigens wel. Ten goede, dankzij de onbezoldigde zorg van een paar vrienden en een project van hte Rode Kruis. Een organisatie die goddank losstaat van de Nederlandse staat en haar beperkte blik op de rechten van haar burgers.

In een uitwisseling op Facebook legde mijn goede vriendin Floortje me nog eens dit prachtnummer van Rufus Wainwright voor. Ik heb er al zo vaak naar geluisterd en het heeft me altijd geraakt omdat ik er iets voelde dat ik niet kon omschrijven. Tot Floortje een hint gaf dat iemand maar eens een Nederlandse versie moest maken.

Er zullen mensen zijn die – terecht – vinden dat ik negatief schrijf over mijn eigen land. Er zullen mensen zijn die het met me oneens zijn of het me zelfs kwalijk nemen. En anderen die het niet begrijpen of me een zeur vinden. Maar er zijn er vast ook die zich herkennen in de pijn die ik heb proberen te verwoorden over hoe mijn eigen land verworden is tot iets dat ik verafschuw. Verwoord aan de hand van Rufus Wainwright die, wonend in New York, in een opwelling zijn originele tekst liet stromen en waarin hij onverholen kritisch is op de verwording van het Amerika van George Bush.

Mijn tekst laat mijn walging proeven over de staat van dit land. Een land zonder kleur maar met angst voor de vreemdeling, voor de andersdenkende, voor de ander die niet is zoals de gemiddelde burgerlijke grijze muis. Een land van egoïsme waar hypotheekrenteaftrekm pensioen en immigratie voor gaan op barmhartigheid en liefde voor hen die het moeilijk hebben. Een land dat maatschappelijk en politiek geen enkel ankerpunt meer voor mij vormt en dat mij gevoelsmatig wegjaagt. En hoezeer men het met mij oneens zal kunnen zijn, zijn de woorden gewogen en spreken ze mijn diepste gevoel uit. Mijn ontembaar verlangen to vluchten naar desnoods een stad die niet meer bestaat. Weg van het grijs, weg van de verzuring en de beschimping. Weg van de krantenkoppen vol mensenhaat, weg van het gebrek aan compassie, weg van de tweets van Wilders en de lamlendigheid van een tandeloze oppostitie. En vooral weg van het land dat mij mijn gevoel ontneemt en me omlaag drukt tot er niets meer van me over is. Met een vage hoop dat er ooit een andere tijd zal komen. Ik kan momenteel niet anders dan hiermee mijn diepste gedachten laten vallen op deze plek. Want ik ben moe. Heel erg moe van dit land. Heel erg moe van jou, o Nederland.

Hier is mijn versie:

“Ik ben zo moe van jou, o Nederland”

Ik ben onderweg naar een stad die niet meer bestaat
En loop weg van de plaats die ik altijd heb gehaat
Ik zoek naar mensen die hun hart niet hebben verbrand
ik ben zo moe van Nederland

Ik maak het goed voor de leugens van de Telegraaf
Ik maak het goed voor die liedjes o zo braaf
Het lijkt wel of hun waarheid niet meer bestaat
Ik ben zo moe van jou, o Nederland

Ik zoek er mijn eigen pijn, zal er niet eenzaam zijn
Ik heb mijn leven lief, o Nederland
Ik heb mijn leven lief

Zeg me, denk je echt over de hel omdat je teveel liefde gaf?
Zeg me, denk je echt dat alles wat je deed zo goed was
Ik moet het weten, na het bloed van die jongen die daar ligt in een plas
Ik ben zo moe van Nederland

Ik moet het weten
Misschien zal ik je nooit meer zien, of misschien ook wel
Jij had je voordeel van een wereld en ook van je spel
Ik ben onderweg naar een stad die niet meer bestaat
Ik ben zo moe van jou, o Nederland

Ik zoek er mijn eigen pijn, zal er niet eenzaam zijn
Ik heb mijn leven lief, o Nederland
Ik heb mijn leven lief
Heb nu teveel verdriet
Maar tòch ’n droom in ‘t verschiet
En dat is al, meer niet

Ik zoek er mijn eigen pijn, zal er niet eenzaam zijn
Ik ben onderweg
naar een stad die niet meer bestaat

Muziek, tekst: © Rufus Wainwright
Hertaling: Alice Verheij © 2012

Advertenties

Een roerloze vrouw in een kooi met cupcakes & muffins en een rouwmantel houdt van je zusje en komt uit stille wateren.

foto: van facebook Tineke

Het samenstel van boeken dat een vriendin met haar verjaardag kreeg en fotografeerde bracht me tot de volgende openingszin van een kort verhaal. Dit het verhaal, een schrijfoefening in improvisatie.

‘Een roerloze vrouw in een kooi met cupcakes & muffins en een rouwmantel houdt van je zusje en komt uit stille wateren.’ Ik schoot in de lach.
‘Je zit me te dollen, mafkees!’
‘Nou ja roerloos was ze niet echt maar die cupcakes en rouwmantel waren er wel en ik verdenk haar er van dat ze wel degelijk een oogje op je zusje heeft en verder zei ze niets. De hele avond niet. En stille wateren, weet je. Ik denk niet dat Elisa het doorhad gisteren.’
‘Lijkt me ook moeilijk om wat te zeggen in zo’n situatie.’
‘Dat ook natuurlijk.’ Raymond legde zijn telefoon weg die ons gesprek hinderlijk had onderbroken. Hij was bleek.

Het was de eerste keer geweest voor Raymond. De eerste keer naar een club. De optredens waren leuk geweest. Lekker op het kantje maar altijd nog net netjes genoeg om theater genoemd te kunnen worden in plaats van showtjes in een louche nachtclub. Het was ook geen nachtclub in dat straatje op vijf minuten slenteren van de Moulin Rouge maar meer een theatercafé. Ik verwachtte ook dat er ergens halverwege de avond een man met flamboyante hoed á la Aristide Bruant zou komen opdagen. En dat Toulouse-Lautrec dus ergens achterin aan een tafeltje zou zitten schetsen. Niets van dat al. Wel cancan danseressen moderne stijl voor een half uurtje laat op de avond. Raymond en mijn zusje die sinds kort zijn vriendinnetje was keken hun ogen uit. Raymond was een uiterst fatsoenlijk opgevoede jongeling van krap eenentwintig en dus keek hij ietwat besmuikt naar de danseressen die zo hier en daar en zo af en toe een jarretelle lieten zien onder hun omhoog waaierende rokken.

Halverwege de avond kwam ze binnen. Gedragen in een draagstoel met daarop een kooi waarin ze zat. Gekleed in niets anders dan een overdadige zwarte bontmantel omringst door etageres gevuld met cakes en muffins. Ze zat er roerloos en zweeg. Op de achtergrond speelde het bandje een bevreemdende mix van latin, jazz en lounge die een erotiserende werking had op het publiek. Na een tijdje pakte de vrouw een paar muffins en stak haar hand door de tralies van de kooi om ze op het podium te zetten waarbij ze de vrouwen in het publiek strak in de ogen keer en af en toe een zuiver geëpileerde wenkbrauw ligt optilde om even later met een glimlach en de ogen weggedraaid zich weer terug te trekken in de kooi. Ze was niet helemaal naakt onder de bontjas.

Het was duidelijk de bedoeling dat de vrouwen uit haar publiek de muffins en cupcakes kwamen ophalen om die naar hun partners, man of vrouw of anderszins, te brengen. Zodra er iemand op stond om naar het podium te gaan voor haar beloning gaf de barman een seintje aan een serveerster die vrijwel onmiddellijk de champagne met glazen naar het tafeltje van de vrouw bracht die naar het podium was gegaan. Geen man durfde op te staan. Steevast kwam de serveerster met de drank tegelijk bij het tafeltje aan met de tafeldame als in een goed geregisseerde choreografie. Er werd geen woord gezegd, blikken werden er wel uitgewisseld.

Ik stond op, om het spel mee te spelen. Zodra ik onderweg was naar het podium en de kooi maakte zich een serveerster los van de bar met een blad waarop een fles en vier glazen stond. Ik draaide me even om alsof ik naar het tafeltje terug ging. De serveerster hield in, lachte en draaide zich ook om. Blijkbaar hadden we een overeenkomst. Alles of niets. Zodra ik naar het podium bewoog, bewoog zij naar het tafeltje. Zodra ik stopte, stopte zijn. En zodra ik een stap terug nam, nam zij een stap terug. De band zetten een tango van Piazzolla in. Onze bewegingen volgden het ritme in de wetenschap dat we elkaar halverwege zouden tegenkomen. Het ritme werd dwingender en de viool intenser. De dame op het podium in de kooi lokte me terwijl de serveerster steeds dichter bij mij kwam en ik bij haar. Tot we heel dicht bij elkaar stonden en ze met haar vrije hand me bij mijn hand pakte. Wat volgde was een tango waarbij zij als door een wonder geen last had van het dienblaadje terwijl ik me door haar ogen liet vangen. De belofte was daarin te vinden.

De beweging duurde niet meer dan een seconde of tien voordat ik me naar het podium wendde en de cupcakes pakte die het dichts bij me stonden. ‘Ze wacht op je…’ ze fluisterde het me in onvervalst Vlaams toe. Tenminste dat dacht ik te verstaan. De donkere ogen van de vrouw met bontjas keken me even strak aan voordat ze in een uitbundige lach uitbarstte. Ik kreeg het gevoel dat ik niet meer de baas was over mezelf en niets anders kon dan mee doen in het spel. Maar tegelijk dwong ik mezelf om controle te houden. Ik draaide me snel om en in no time was ik bij de tafel waar Raymond en Elisa zaten te wachten op me. Ik zette me direct neer en was me nog net gewaar van de met zijde gehandschoende hand van de serveerster die subtiel over mijn bovenarm gleed terwijl ze terug naar de bar liep. Ik rilde. Raymond en Elisa keken me niet begrijpend aan en ik sloeg mijn ogen neer.

‘Moet ik nu ook?’ vroeg Elisa. Raymond lachte en antwoordde direct bevestigend. Elisa, vier jaar jonger dan ik en twintig jaar onschuldiger, zag er de pret wel van in en stond op om ook naar de kooi te lopen. Er kwam geen serveerster naar ons toe maar wel veranderde de muziek plotseling in een up tempo melodie die welhaast tot dansen dwong. Terwijl Elisa bij de kooi was pakte Raymond mijn hand en troonde me mee de dansvloer op die zich rap vulde met de andere bezoekers. Het licht dat al niet al te sterk was dimde en bij het toneel verdween het zelfs geheel. Een volgspot scheen op de vloer en ving beurtelings dansende paren in de bundel met als gevolg dat het podium en de kooi niet meer zichtbaar waren. Na een minuut of tien werd de muziek wat rustiger en gingen we weer aan onze tafel zitten. Het podium bleek leeg te zijn, de kooi was verdwenen en Elisa ook. Ik keek Raymond aan.

‘Waar is Elisa?’
‘Geen idee. Ik denk even de neus poederen.’
Ik twijfelde maar bleef rustig. Het duurde minstens tien minuten voordat ze terug kwam, inderdaad vanuit de richting van de toiletten achter de bar. Ik keek haar aan maar ze keek snel weg naar Raymond en ging zitten.
‘Geen cupcakes?’ vroeg Raymond.
‘Nee joh, de act was klaar geloof ik. Gaan we zo dansen?’ Elisa schakelde sneller dan ik van haar verwacht had.
‘Ik ben zo terug.’ Terwijl ik opstond veranderde de muziek weer naar wat dansbaarders. Een rustige tango, iets wat deze muzikanten behoorlijk goed speelden waardoor de dansvloer al snel het domein werd van een paar ervaren dansparen. Ik was de enige bij het toilet, dacht ik. Maar toen ik het verliet stond de vrouw uit de kooi er te wachten en nèt toen ik met een knikje door wilde lopen zei ze ‘de cakes waren op, uw vriendin gelukkig niet.’ Voordat ik iets kon zeggen verdween ze achter het gordijn, mij verbaasd achter latend.

‘Wie was dat?’
‘Elisa.’ Raymond keek me verbaasd aan.
‘Wat is er?’
‘Ze is zegt dat ze in Parijs blijft.’
‘Wat?’
‘Ik begrijp er niks van. Ze zegt dat ze in Parijs blijft en ik niet op haar moet blijven wachten. Ze is cupcakes en muffins aan het maken, zegt ze.’

Alice Anna © 2012

Een kadootje voor mijn lezers.

Beste lezers,

soms moet je iets geks doen. Soms is dat heel zo gek niet.
Aangezien de drukkosten tegenwoordig hoog zijn en er geen fondsen zijn voor heruitgave van mijn debuutroman, gegeven dat ik die al lang in een eBook PDF versie klaar heb én gegeven dat ik gezien wat er allemaal dit jaar nog uitkomt aan nieuwe uitgaven, geef ik jullie hierbij een kado.

Daar is een reden voor. Ik ben een tegenstander van het beleid van het inmiddels demissionaire kabinet dat over zijn graf heen regeert en nog steeds allerlei maatregelen er door drukt die de samenleving schaden en de zwakken in de samenleving hard in de portemonnaie treffen. Ik ben een tegenstander van het beleid van de gemeente Den Haag die in navolging van dit cultuurbarbaarse kabinet de kunsten in Den Haag afslachten door intrekking van de steun aan het Koorenhuis waar duizenden Hagenaars met veel plezier tegen redelijke kosten kunst leren beoefenen. En ik ben tegen het intrekken van de subsidies aan kleine theaters als Branoul en de Regentes die een functie hebben in deze stad. Dat soort beleid raakt mij aan alle kanten. Het creeërt een klimaat in de samenleving waarbij kunst als nutteloos, overbodig en zonder waarde wordt gepositioneerd. Als hobby, als tijdverdrijf.

Met het gratis beschikbaar stellen van mijn debuutroman maak ik een statement tegen dat beleid. Tegen de destructie van de kunst, of dat nu amateurkunst of ‘professionele’ kunst is. Het is een statement gemaakt met de wanhoop van de schrijfster en de bohémienne die deze samenleving onderuit ziet gaan en als enig antwoord daar op heeft haar kunst op straat te gooien. Niet omdat die kunst niks waard is, maar omdat het de enige manier is waarop iedereen met of zonder geld daar kennis van kunnen nemen. In de hoop dat de bestuurders ooit hun verstand terug krijgen.

Mijn debuutroman Eén latte, een cappu en een espresso is vanaf vandaag gratis te downloaden vanaf deze website én vanaf GoodReads. Het downloaden hier is natuurlijk het eenvoudigst want dat is als U dit leest precies één klik weg. Klik HIER voor de eBook versie.

Ben ik gek dat ik de eBook versie gratis weggeef? Absoluut!

Alice Anna Verheij

For my English speaking readers: what is written above this is an announcement of the availability of my debuting novel FOR FREE DOWNLOAD. It is in Dutch, so if you’re in for a challenge, please go ahead and download and enjoy the book. And spread the word! To get it, just click on THIS.

Je zou weten…

Vandaag is het precies 1 maand sinds ik mijn lief heb moeten achter laten in Nepal. Sinds die trieste dag is zij elk uur, elke minuut en seconde in mijn gedachten en staat mijn leven in het teken van een terugkeer naar haar. Vandaar dat ik vandaag een liefdesliedje uit het prachtige Afrikaans vertaald heb naar het Nederlands en het Engels. Dit lied draag ik op aan haar die mijn hart gevangen heeft en het goed voor mij bewaard tot ik het terug kan gaan halen.

Goed, in het Engels heb ik het liedje ‘Hoe ek voel’ dus al vertaald maar het mooie en vooral lieve liefdesliedje schreeuwt om een Nederlandse versie. Johannes Kerkorrel’s tekst van het Afrikaans naar het Nederlands omzetten is minder vanzelfsprekend dan de verwantschap in taal wellicht suggereert en dus heb ik gekozen voor een benadering van de tekst. De interpretatie van het origineel door Amanda Strijbos heeft mij altijd ontroerd. De laatste ruwe kantjes van mijn tekst heb ik inmiddels weggeslepen zodat dit diamantje ook in het Nederlands echt mooi kan glimmen.

Het verhaal achter het leven van Johannes Kerkorrel is het verhaal van een homoseksuele journalist en artiest die ten tijde van het apartheidsregiem in Zuid Afrika van de radio verbannen werd omdat hij teksten van toenmalig president Botha ironisch gebruikte in zijn teksten. Jaren later heeft hij een einde aan zijn leven gemaakt. Zijn nalatenschap bestaat uit prachtige liedjes met een hoog poëtisch gehalte.

Met een beetje geluk kan ik het morgen aan de vleugel eens zingen om te zien of het klopt met mijn bedoeling. Het origineel is in het hier beneden gepubliceerde YouTube filmpje nog eens te beluisteren. Zo mooi kan Afrikaans zijn!

Dit is het geworden…

Je zou weten…

Als ik je niet kon vertellen
Als ik jou niet kon laten zien
Zou ik een schilder bestellen
En hij zou schilderen misschien
Als hij ’t dan eindelijk voltooid
En af zou maken o zo mooi
Zou je weten, jij zou weten
Al had je het wellicht vergeten
Wat ik voel, wat ik voel, voor jou!

Als ik je niet kon laten zien
Als ik jou niet kon laten lezen
Zou ik kopen een faxmachien
Mijn gedichten laten zien
Wanneer je die ontvangen zou
En lezen en geloven wou
Zou je weten, jij zou weten
Al had je het wellicht vergeten
Wat ik voel, wat ik voel, voor jou!

Als ik je niet kon laten lezen
Als ik jou niet kon laten horen
Zou ik duizend zangers zenden
Die een avondserenade brengen
Je zou dan direct ontwaken
En jouw ramen open maken
Je zou weten, jij zou weten
Al had je het wellicht vergeten
Wat ik voel, wat ik voel, voor jou!

Je zou weten, jij zou dit weten
Je zou dit weten, jij zou weten
En het vast niet meer vergeten
Wat ik voel, wat ik voel, voor jou!

Originele tekst in het Afrikaans: Johannes Kerkorrel
Nederlandse tekst: Alice Verheij © 2012

En mocht iemand denken dat ik dit voor mijn lief gedaan heb dan klopt dat aardig hoewel ik vrees dat ik nog niet in staat ben tot een lied in het Nepalees…

Alice © 2012

‘Thick as thieves’ vertaald.

Al tijden ben ik gebiologeerd door de muziek van Nathalie Merchant. Vooral het letterlijk apocalyptische en lyrische ‘Thick as Thieves’ heeft een onuitwisbare indruk op me gemaakt. Zowel muzikaal als tekstueel. Een tekst die te mooi is om niet een Nederlandse versie te kennen. En dus heb ik die geschreven.

‘Thick as Thieves’ wordt in het Nederlands ‘De Hypocriet’. Het gaat over hoe de mensheid teloorgaat aan geweld, zelfzucht en hypocrisie. Een zeer kritische tekst met heel veel lagen en een groot risico op vertaalfouten. Dit is mijn poging:

Alice © 2012

Op zondagmorgen in de stad.

In de vroege morgen wil ik nog weleens naar muziek scharrelen op YouTube. Ik ben dan te wakker om te blijven slapen en te moe om op te staan. Muziek helpt dan. Soms kom ik dan iets tegen dat herinneringen oproept. Beelden van vroeger. Beelden van thuis bij mijn ouders of van die paar beginjaren in een huwelijk. Deze vroege morgen kwam ik een song tegen van Kris Kristofferson. Ik herinnerde me dit lied gezongen door de onnavolgbare Johnny Cash. Deze song roept beelden van een willekeurige zondagmorgen in de stad, lang geleden.

Het ontroerd me. Hevig. Omdat het gaat over de schurende pijn van verlies, een pijn die ik ondanks mijn nu zo mooie leven toch maar al te goed ken.

Ik heb er een Nederlandse tekst op gemaakt die dat gevoel weerspiegelt, zo dicht mogelijk bij Kristofferson’s oorspronkelijke mooie tekst blijft en die tekst gaat zo:

Zondagmorgen werd ik wakker.
Ik kon mijn hoofd niet draaien zonder pijn.
Het bier met het ontbijt was niet zo slecht,
die als dessert was ook nog fijn.
Ik rommelde in de kast op zoek naar kleren
en vond een jurk gevlekt door wijn.
Met vuil gezicht en het haar in de war,
stommelde ik de trap af naar de dag.

Het hoofd nog vol van de avond ervoor,
de stickies en de liedjes die ik zong.
Stak ik de eerste op en zag een klein kind,
’t lachte naar een hond die weg sprong.
Ik stak toen de lege straat over
en hoorde de zondag klank van iemands gong.
En dat nam me mee terug naar iets,
dat ik verloren heb, ergens op een dag.

Op een zondagmorgen voetpad,
lieve God, voel ik me niet fijn.
Want er is iets met een zondag,
dat een mens alleen doet zijn.
En dat voelt als een beetje sterven,
net zo eenzaam als ’t geluid,
van één paar schoenen op het voetpad:
op zondagmorgen in de stad.

In het park zag ik een moeder,
lachend met haar kleine meid die ze liet swingen.
En ik stopte bij een zondagsschool
en luisterde naar hun lied en wilde zingen.
Toen ging ik terug naar huis
en ergens ver weg riep iemand nog wat dingen.
En dat echode door de straten
als regendruppels op een zomerdag.

Op een zondagmorgen voetpad,
lieve God, voel ik me niet fijn.
Want er is iets met een zondag,
dat een mens alleen doet zijn.
En dat voelt als een beetje sterven,
net zo eenzaam als ’t geluid,
van één paar schoenen op het voetpad:
op zondagmorgen in de stad.

Het is niet dat ik bedroefd of somber ben, het is de melancholie van de ochtend die me deze hertaling laat schrijven. Zo aan het begin van de dag. Hier nog een interpretatie van dezelfde song door Johnny Cash, hij mag niet ontbreken en ik geniet nog zo vaak van de songs van deze man.

 

Alice © 2011