Je bent minister en je schrijft een brief…

Je bent minister en je schrijft een brief. Over een beleidsgebied waar je verantwoordelijk voor bent. Dat wordt van je verwacht door het parlement want dat wil iets hebben om een beetje een beeld te krijgen van wat je op dat gebied wel en niet gaat of wilt doen.

Zo’n brief schrijf je natuurlijk niet zelf. Je zet er je handtekening onder, dat wel. Wellicht heb je er een serie gesprekken over met coalitiegenoten in het kabinet of misschien dat niet eens. Tuurlijk, je praat er over met je ambtenaren en misschien doe je net nog iets meer en geef je hun aan wat je verwacht dat er in de door hun geschreven brief komt te staan. Er gaat niet één ambtenaar maar een hele wagonlading aan de slag want de minister wil een brief hebben. Vanuit alle beleidsterreinen binnen het ministerie die ook maar iets met het onderwerp van die brief te maken hebben wordt er bijgedragen aan de tekst. Die een verzameling wordt van gemeenplaatsen, algemeenheden, ingetrapte open deuren en zorgvuldig geformuleerde intenties. Soms zelfs een voornemen.

2013-05-12 at 12.51.22

Op een zondagmiddag krijg je het resultaat, je man snijdt ondertussen het vlees voor de maaltijd, en je leest de tekst door. Als rechtgeaarde politica zit het compromisgedrag je in de aderen en dus vind je op een enkel punt na het een heel decent stuk. De opvolgende maandag laat je jouw directeur op het ministerie weten dat er nog wat geschaafd moet worden en op de dinsdag is het voor de bakker. Je eigen beleidsbrief die je vervolgens naar het parlement stuurt.

Je heet Jet Bussemaker en bent minister in een kabinet van schraalhansen en liberaal grijze duiven. Je bent vrouw. Je brief gaat over emancipatie en dus over vrouwen. Je bedenkt niet dat de diversiteit aan vrouwen zo groot is in dit land (en elders ook trouwens) dat je brief bijna per definitie door een flink deel van die vrouwen niet gepruimd gaat worden. Je geeft een interview aan Trouw.

En dan gebeurt het. Trouw zou Trouw niet zijn of er wordt iets uit die brief gelicht, op een verbaal schaaltje gelegd met de spot er op gericht en je wordt om commentaar gevraagd. Je trekt je positivo houding aan en geeft antwoord in alle naïviteit. Je geeft in dat antwoord vrouwen een verbale draai om de oren maar je bent niet specifiek genoeg en je verzuimd om de andere aspecten uit je brief in te zetten voor een afgewogen antwoord. Trouw zou Trouw wederom niet zijn als ze daar geen gebruik van maken en het op het schaaltje liggende onderwerp wordt met jouw antwoord er bij niet alleen in de spotlights gehouden maar ook uitvergroot.

Opeens blijkt dat je een minister bent die ‘vrouwen aanvalt op hun gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef voor hun eigen onafhankelijkheid’, ‘vrouwen aan het werk stuurt in een baanarme arbeidsmarkt’ en ‘vrouwen in een post feministische klem zet’.

Dat was natuurlijk niet je bedoeling. Niemand in de media rept over die goeie passages over onderwijs en zorg en je wordt van alle kanten aangevallen. Verdikkie. Je dacht het nog zo goed gedaan te hebben en eigenlijk vind je ook echt dat vrouwen in het algemeen zich onttrekken aan het organiseren van hun eigen zelfstandigheid. Je bent immers liberaal.

O nee, je bent socialist. O nee, sociaal democraat. Ach jee.

Repareren heeft geen zin en dus kies je ervoor om vooral maar stil te zitten als je geschoren wordt, om maar eens een in dit geval genderscheve uitdrukking te gebruiken. In interviews spreek je je niet echt meer uit, over een paar weken immers is de wind vast gaan liggen en kun je terug naar de zondagmiddagmaaltijd. Je man is tegen die tijd wel klaar met het vlees snijden. Alleen opeens smaakt het niet zo lekker meer en je komt er achter dat hij niet zo goed is in het snijden en braden van het vlees. “Verdorie, ik moet ook alles zelf doen” zegt een stemmetje in je hoofd. Met weemoed denk je aan de tijd dat de media teksten echt lazen en niet iedereen als stuip het proberen af te branden van een bewindspersoon heeft maar probeerde een discussie aan te gaan. En aan hoe je moeder van die lekkere sucadelapjes braadde. Uit nijd gooi je je smartphone in de prullenbak. Dat stomme facebook en getwitter van al die mensen die van alles en nog wat vinden maar niet eens serieus het gesprek met je aangaan en wel direct in hun eigen veroordelende stuip schieten ben je hartstikke zat. Net als het vlees, veel te zout.

En dat op moederdag. Emancipatie, bah!

© 2013 Alice Anna Verheij

Voor wie de brief van Jet wil lezen: 110513_brief_bussemaker

Advertenties

Uit de Trouw van 14/9/2011.

Vandaag verschenen in Trouw. Tekst: Jet Salomons.

Noot: Inmiddels heb ik de tekst van het door Teeven ter advies voorgelegde wetsvoorstel. Het deugt niet. Er zijn nogal wat belangrijke bezwaren en er wordt zelfs een rampzalig artikeltje toegevoegd. Na de aanbieding van het HRW rapport op donderdag en de bijeenkomst vrijdag zal ik er een uitgebreid opinieartikel aan besteden op deze plek.

Trots.

Het is Pride week in Nederland. Nou ja, in Amsterdam hoofdzakelijk. Gay Pride om precies te zijn. Ik was van plan het dit jaar weer eens volledig langs me heen te laten gaan maar zoals zo vaak dwingen omstandigheden me tot iets anders. Wazzup?

Sinds een krap weekje weet ik me versierd door een leuke vrouw. Mooi, Surinaams-Creools. We hebben elkaar ontmoet in mijn stamkroeg, de leukste lesbo tent van Amsterdam. De afgelopen dagen echter bekruipt me twijfel. Twijfel die je hebt als je iemand leuk vind maar er achter komt dat er een paar dingen in de weg staan. Normaal gesproken zijn hindernissen er om op te ruimen maar in dit geval is me inmiddels duidelijk dat het niet gaat lukken deze keer.

Thing is, de dame is wat heftig. Meestal op een leuke manier maar soms schemert er een levensstijl doorheen waar ik niets mee kan. Of mee wil. Gaat er iets mis dan is het steevast de schuld van de ander en na een paar keer gaat mij dat op mijn zenuwen werken. Het wordt dan later wel weer opgelost, maar toch. Het gevoel blijft hangen. Zelfs dat is iets waar ik overheen zou kunnen stappen, als dat alles was. Immers, iedereen heeft wel een ruw kantje en daar ga je dan mee om als je van elkaar houdt.

Maar gisteren ging het wat mij betreft mis en niet zo’n beetje ook. Zoals de meesten hier wel weten ben ik niet alleen lesbisch maar ook transgender (of wat voor foute naam men daar ook aan wil hangen). Geboren in een mannenlijf dus. Nu is dat inmiddels al jaren terug veranderd naar wat het moet zijn en ben ik dus klaar met het gedoe wat daarbij hoort. Voor een lief echter is het altijd weer wennen. Los van de eeuwige ‘wanneer vertel ik het haar vraag’ is er de vraag of ze er mee weet om te gaan. En niet alleen of een lief er mee om kan gaan maar ook of haar omgeving dat kan.

En daar is het weer eens gierend de bocht uitgevlogen. Het hoge woord kwam er al snel uit en dat ging als volgt:

‘Ik wil niet dat je mijn kinderen verteld dat je transgender bent hoor.’
‘Hoe dat zo?’
‘Mijn zoon pikt dan niet en dan is het meteen over tussen ons.’
‘Wat? Hoe bedoel je.’
‘Hij zou het een schande voor de familie vinden.’
‘Doe effe gewoon zeg, dus je vraagt me om terug de kast in te gaan?’
‘Ik wil gewoon niet dat je het mijn kinderen verteld.’
‘Nou sorry, maar dat kan ik niet. Ik schaam me niet voor mezelf hoor.’
‘Ja maar bij ons kan dat niet dus als je niks zegt weet niemand het.’
‘Belachelijk.’
‘Als je het ze verteld dan is het uit tussen ons.’
‘Nou sorry hoor maar ik ga dus echt never nooit terug de kast in. Dat kan helemaal niet trouwens.’
‘Hoezo?’
‘Ik ben all over the internet dus ze komen er toch in no time achter.’
‘O maar ze zoeken niet op internet naar je hoor.’
‘Nee tuurlijk niet. Nou hoor eens, ik ben trots op mezelf en verdom het om me anders voor te doen dan ik ben. Ze zullen er mee moeten dealen.’
‘Nou dat gaan ze echt niet doen.’
‘Dat is dan jammer voor hun maar dit kan ik niet doen en ik vind ook dat je dat niet van me kunt vragen.’
‘Ik wil gewoon niet dat je mijn kinderen verteld hoe je bent, iedereen praat er dan over en mijn zoon vindt dan dat je de familie ten schande maakt.’
‘Dat is dan zijn probleem. Ik zal mezelf nooit verloochenen, sorry maar dat verdom ik.’
‘Dan is het zo uit tussen ons hoor.’
‘Dus je schaamt je voor me?’
‘Ik niet hoor. Maar ik moet er wel aan wennen.’
‘Weinig van gemerkt anders. Van dat wennen. Maar ik kan niet leven met iemand die wil dat ik niet mezelf ben.’
‘Nou laten we het er maar niet meer over hebben.’
‘Onmogelijk.’
‘Ik wil het er niet meer over hebben.’

En toen staakte het gesprek. De dag wikkelde zich af en de bom was in mijn hoofd geplant. Ik heb het nog even geprobeerd hoor maar er viel geen ruimte te vinden. Uiteindelijk heeft het tot de keuze geleid om mee te gaan in haar wens en mezelf te ontkennen of mezelf blijven en niet opgeven. Natuurlijk heb ik voor het laatste gekozen en dus wacht me vandaag de taak duidelijk te maken dat ik niet verder wil in een relatie waar ik niet volledig mezelf kan zijn. Als ze er alsnog mee om kan gaan is er nog een kansje maar in alle eerlijkheid betwijfel ik of ik zelf dit nog wel wil.

Eén ding is me duidelijk geworden: er moet nog zo verdomd veel gebeuren voordat mensen als ik als volwaardig worden gezien door iedereen. Want de bovenstaande conversatie is de gekuiste versie. De werkelijke was naar mij regelrecht discriminerend en dat is wel een rare ervaring als de ander een Creoolse is die zelf al snel roept dat ze gediscrimineerd wordt op momenten dat ze een stommiteit begaat. Maak ik de goede keuze door deze prille relatie in de knop te breken hierom? Ik weet het niet maar ik voel dat ik niet anders kan en ik ben op mijn gevoel gaan vertrouwen wat dat betreft.

Zaterdag ga ik dus gewoon naar de Pride. Genieten van mijn mensen en mezelf zijn. Gewoon zoals het hoort: trots, mooi en – helaas – single.

Alice © 2011