The greatest show on earth.

I went inside. A small square table right in the center of the mirrored wall. Well, all walls were mirrored but I mean the one facing the Boulevard de Saint Germain-des-Prés.

Paris, Café de Flore. I’m chasing the footsteps and memory of Hemingway. Whenever I go to a place he went I feel some sort of personal connection. Unexplainable I guess. He’s not there anymore and I am too young to have been his lover. If I could have been I probably would have been. Anyway, Café de Flore in the Parisian center of literature and philosophy. Simone de Beauvoir sat here too. Maybe just like me but probably not alone but with Sartre sharing one of these small tables. And a café creme or more likely a glass of wine.

cafe de florePhoto: ‘Café de Flore’ © 2013 Alice Anna Verheij

Hemingway wrote that people who do not allow themselves the hugely overpriced coffee at Café de Flore are missing out on probably the greatest show on earth. I happen to agree. Because this café certainly is an ongoing show. More than it’s equally interesting neighbour Les Deux Magots, which I tried out the day before. One simply has to go in and sit at one of the tables and watch. Watch the waiters moving around. The place is lively even when only a handful of the 40 tables on the gournd floor are occupied and the rest of the guest are outside enjoying the terrace and the spring. The real show is inside. Through the open doors just before lunchtime you will find no less than 20 waiters running in and out with filled and emptied trays. Outside the peak hours their number deminishes to ‘just’ 12 and even they are sometimes pausing to chat with each other lively. But never for long. The waiter flirt with the women, the have a good eye for beauty looking at how the respond when challenged. The Amrican girls don’t notice it. The interior of the café is very art nouveau-ish. Light, lots of glass, squared shapes and ornaments and those little tables placed in an invisible grid in such a manner that it’s possible to travel full speed in between them with filled trays. The chairs are Thonet chairs in the variety with the 6 bars in a waiver shape at the back in between the elongated back legs. Little arcs in between the legs give them enough strength to withstand long term use by gravitational people.

A napkin is draped over the left arm and the tray rests on the right hand. The skirt is whiten and long ending just above the well polished shoes covering black trousers. The vest is as black as the trousers are and the shirt is toothpaste white. A black bow-tie is standard. Waiters really are waiters here. Their smile is tempting and inviting and has just about the same color as their shirts, independent of their age. Interesting. Although there’s the 20 of them running around they form a group of 50 on the café’s payroll. They accept tips with a slight nod and a smile, but tips are rarely given. I suppose the prices prevent people to give tips. In their wallet the waiters seem to have enough change to prevent them from unneeded walks to the cash register inside. Their walking route is twofold. The ones from the side terrace follow a high speed trail with a double wave making them zigzagging in the café, the ones from the Boulevard terrace have just one corner to handle. Both streams end at the right side of the mirrored fake wall behind which the kitchen is located. The connect with the line of waiting waiters who are emptying their trays, passing the orders and refilling their trays with earlier orders to deliver them to the guests after another high speed wave walk to the terrace or inside the café. The cutomers inside the café are left alone. There are just a few of us sitting at a few of the tables. The others are reading a newspaper or a book. I am writing, it’s quiet and I realize that there’s no music distracting us. A stranger stares outside with his mind wandering of to a place unknown.

The café creme is delivered on a silver platter. The cup and saucer, coffejug, milk jug and glass filled with water are all imprinted with ‘Café de Flore’. I guess they’re some sort of collectors item and I presume that because of that they are renewed very frequently. They look brandnew. The whole café is a time machine. From my table position I imagine that the view hasn’t changed much in the past eight or nine decades. There’s an unmatched level of perfection in displaying the past in a beautiful manner, even better then in that other time machine opposite the church. The mosaic of the tiled floor with the little waiver shaped in yellow and brown tints, the dark wooden chairs and tables, the tomato red seats, the mirrored walls divided by marble elements, the copper of theframes around the mirrors and off the illumination and the creamwhhite of the ceiling and the two lonely pillars in the middle of the café split the space in a darkish but interesting underworld and a light upper world. The murmur of talking people is everywhere all the time. Some people are silent.

Around lunchtime the number of inside customers quickly rises to the level that most of the little tables get occupied with cups, saucers, plates, glasses and cutlery. The noise level rises equivalently. The waiters still smile, no matter how hard they have to work. In retrospect I agree with Hemingway’s words. Visiting Paris without having coffee at the Café de Flore is worse than not seeing the Eiffeltower in Paris’ skyline when looking down from the Sacre Coeur. The patron at the door never smiles but shows a presidential expression overseeing his world of customers and waiters. His hands are almost permanently folded in front of him. When I finally leave we greet. A bientôt. I will come back soon I hope.

© 2013 Anna Ros

Advertenties

Machines

Ik heb een technische opleiding gehad. Sommigen zal dat verbazen, anderen niet. Nog altijd heb ik iets met techniek. Maar dan wel zichtbare techniek. Fijnmechanica. Ik hou van de inventiviteit, het geklik en geratel en geschuif dat die mechanica in zich heeft en die voldoende zichtbaar is om er de werking van te doorgronden.

En ik schrijf.

Mix die twee gegevens, liefde voor het mechaniek en liefde voor het woord en je krijgt een typmachine. Of, in beter Nederlands, een schrijfmachine. In deze tijden van computers, laptops, iPad’s en wat dies meer zei, zijn dat apparaten met een geruststellende duidelijkheid.

Eenmaal jezelf verdiepend in wat er ooit gemaakt is op het gebied van schrijfmachines dringen zich modellen, ontwerpen en mechanieken op met iconische kwaliteiten. De techniek is maar al te vaak van een bijzondere esthetische kwaliteit. Puurheid en functionaliteit gevat is vormen en werking die bewondering afdwingen voor de inventiviteit van de ontwerpers en bouwers. Dus slaat de neiging tot verzamelen toe. Voor iemand die niet bepaald materialistisch is een geweldige ondeugd.

Mijn vader had ooit een in Nederland gemaakte Remington. Het slappe plastic omhulsel had een strakke vorm die goed in de zeventiger jaren paste. Het ding was een genot om op te typen maar er ontbrak een tabulator. Wat nogal onhandig is. Ik speelde er mee toen ik klein was, het geluid zit nog altijd in mijn oren. De machine is jammer genoeg verloren gegaan. Maar die herinnering he? Sinds een tijd staat er een loeizwaar apparaat in mijn kamer, een Underwood 5. Hèt stijlicoon van de oude typemachine. Herkenbaar voor iedereen en zelfs zo bekend dat menig schrijfmachine pictogram gebaseerd is op de vorm van die Underwood.

underwood 5

Underwood Model 5 uit 1910

Maar daar houdt het dus niet mee op. Na een goed jaar tegen die geweldenaar aangekeken te hebben, en ondervonden te hebben dat typen niet bepaald een genot is op het bakbeest (die toetsen moet je echt heel ver indrukken), wordt het tijd voor iets portabelers. Enter the Remingway Portable #1. Dè machine voor de oerverzamelaar met het gaafste mechaniek ooit. Om hem draagbaar te houden gedraagt hij zich als een convertable, een machine als een cabrio met automatische kap. Hendel aan de rechterkant omzetten en omhoog komen de armpjes met lettertjes en een plaat die het mechaniek afdekt. Je moet het zien om het te geloven.

Remington Portable 1   (NE42659) 004

Remington Portable 1 uit 1926

Dat wordt gedichten tikken en misschien neem ik hem weleens mee onderweg in plaats van mijn Macbook, gewoon voor je lol. Ook deze machine is er eentje waar menig beroemde schrijver de toetsen van beroerd heeft. Een overzichtje van schrijvers en hun machines volgt even verder op in dit stukje. Tsja, en als er dan twee schapen over de brug zijn, dan is het hek van de dam. De dame wordt verzamelar. (Dat er in de kamer naast mij nog een kast met een tiental machines van anderen staat is echt niet van invloed hoor, echt niet. Heus niet.) Het mooiste schaap dat over die dam aan komt stormen staat nu nog in Limburg te wachten om opgehaald en naar mijn stal gebracht te worden. De Hermes 3000, de Porsche onder de schrijfmachines en op de fifties Underwood die nauwelijks nog te vinden is na misschien wel de mooiste machine die ooit gemaakt is. Het ontwerp ziet er uit als een Porsche 911 met rondingen op de juiste plekken, een kap als een motorkap en toetsen die gillen om mijn handen. Dit is ie:

hermes 3000

Hermes 3000 uit 1961

Op zo een machine wil je uren tikken. Verhalen, gedichten, liedjes en dan af en toe ‘vroemmmm’ roepen. Ja, ik ben knettergek natuurlijk en volslagen hulpeloos maar ik vind dit zo mooi. Bijna net zo mooi als die machine die nergens meer te vinden is: de Underwood DeLuxe Quiet Tab. De ’54 Chevrolet onder de schrijfmachines. Ik heb hem niet maar ik wil hem wel!

underwood

Underwood DeLuxe Quiet Tab uit 1954

Hoe dan ook, al dit typgeweld is onvergelijkbaar veel mooier dan de elektrische draak die op mijn bureau staat maar die zo lelijk als ie is hartstikke lekker typt, de afgrijselijke Smith Corona XL1850 uit de nadagen van het pré PC tijdperk. Het ding doet het maar het doet mij niks. Het mechaniek hoor je maar klinkt zo plastic als de fantasieloze kast. Het wonder van het mechanisme verstopt in een monterlijke uitdossing.

scxl1850

Smith Corona XL 1850 uit Joost-mag-weten welk jaar.

Mocht nu iemand die Underwood hebben staan in haar fifties jurkje, doe me dan een plezier, aai haar over het bolletje en geef haar weg. Aan mij!

O ja, die schrijvers. De Hermes 3000 was de machine waarop onder andere Stephen Fry, Rosamunde Pilcher en Jack Kerouac schreven (Kerouac alleen zijn laatste drie romans en niet ‘On the road’). De Underwood 5 werd beroerd door onder andere Douglas Fairbanks, MFK Fisher, George Perec, Erle Stanley Gadrner en (jawel) Tom Waits. De Remington Portable 1 door Ernest Hemingway en Blaise Cendrars (Franse modernist) en nog een heleboel andere bekende, minder bekende en volslagen onbekende auteurs.

Het zal duidelijk zijn dat ik natuurlijk graag een brug sla naar het heden (of de toekomst) en dus erg geïnteresseerd ben in dit geweldige 21e eeuse model:
ipad-typewriter

© 2013 Alice Anna Verheij