‘The Storm’ (2) or ‘Back Home?’

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Namaste my dear readers and friends. I wish you all a great New Year.

I Know, I know, I’m a bit late in doing that but as you know I’ve been away for a month to a region where modern technology is something that is not available constantly. And (I only dare to whisper that) I actually haven’t written much in that month. except for some love letters and the occasional FaceBook status update. But I’m back home. That is to say, my Dutch home for I have during my travel found a new home to live. A Nepalese heart where I feel loved and safe. I won’t reveal nor bother you with the details so let’s just say I’m hooked up with a wonderful nice woman who I love dearly. So I now have another ‘home away from home’ in the south of Nepal, the eastern Terai region to be exact.

The storm I wrote about last month has eased. The questions I had while leaving the Netherlands have been answered and many decision has been taken. The most important one being that I desire to lead a splint life. Half of it (or more) in Nepal, half (or less) of in in the Netherlands. The rest is just the execution of that desire. On the flight back the most vivid sign that such it a good decision is that we faced heave storms over de middle east making the flight slow and the flight time long. We faced ‘headwind’ while returning from the last shooting trip for my film ‘Headwind’. Actually, OUR film ‘Headwind’ as the positions in the production team have changed. Making ‘Headwind’ is no longer my personal task and responsibility, it has become a group thing now with a co0directing producer and a co-pruducing director.

Our trip to Sikkim to shoot mountain footage and travel through the earthquake struck area of the south central Himalayan state of Sikkim has been successful. We’ve also seen the teagardens of Darjeeling and the mists over Pokhara. We visited the now familiar places in Kathmandu, Patan, Pashupatinath and Boudha and travelled by bus, mini taxi, tourist taxi, airplanes, four wheel drives, local busses and riksha’s. We revisited the refugee camps near Damak, the now abaondoned and somewhat spooky Goldhap camp and we talked to and interviewed many. We visited the ex hunger strikers in Beldangi who have risked their lives for the unregistered people in the camps. We stayed at the farm of my love just outside Damak village in between the now still empty rice fields in between fields of amber colored mustard.

And we never had any disagreement or quarrel. Everything happened just like it should. We delivered financial aid to vulnerable non registered, brought media equipment to motivated and eager journalists in the exiled community and brought the photo’s from our exhibition (the one in the Netherlands) back to where they originated. And it all went well.

So here I am in my European home. Feeling happy with what we did living in anticipation of the next few months in which the film will finally become reality. Feeling sad about the love that I had to leave behind (but will see again soon). Making plans for the next journey, the publication of a number of books within three months and feeling dislocated as my heart is still out there.

In the coming months the following results will finally come from the project I started almost one and a half year ago:

  1. the English language novel ‘Headwind, Laxmi’s Story’
  2. a photobook about elderly people in the Himalaya‘s
  3. a photobook about the Bhutanese exiles living in diaspora
  4. the documentary ‘Headwind’
  5. a photo exhibition about resettling in the Dutch community
  6. a cd with music from the film
    and many, other things…

It’s going to be a busy time. After that time I will travel back to Nepal and God willing stay there for five months to live with my love and to promote and sell the results of our work. To show the film to the people who have become my inspiration and are part of it.

For now I’ll just focus on the work. Writing here will be less intense as it has been last month simply because of all the things I have to do for the project that not only produces these wonderful things and art but that has also changed my life and the life of some others working on it.

For the record: we’ve produced almost twelve thousand photos this journey, seven hours of footage and millions bits of memories. So much happens when filming and so memory memories build upon each other. In the end it feels like an epic journey and maybe that’s what it was.

So, namaste my dear western friends, I’m back. For a while. And for my eastern friends I can only say ‘pheri bethaula’.

Alice © 2012

Advertenties

Bureau in de bergen.

De ontbijttafel om zeven uur ’s morgens.

Mijn bureau staat op eenentwintighonderd meter hoogte. Het is een plastic tafel. Er achter een plastic stoel, net comfortabel genoeg om te schrijven. Biertje bij de hand, sigaret er bij en de hond des huizes snurkend aan mijn voeten. In de middag wel ter verstaan. In de ochtend bij het ontbijt rond een uur of zeven ligt er een pannenkoek Nepali style op het bord en staat er een chai naast geparkeerd. Kijk ik over de rand van het scherm van mijn laptop dan verdwijnt mijn blik vlotjes een kilometer of veertig in de verte om te botsen met een paar bergen van uitzinnig formaat. Links de Mount Everest, of is het rechts? Het dal beneden laat auto’s niet meer zien en reduceert huizen tot speldenknopjes. Mensen zijn stofjes, meer niet. Behalve op de rode zandweg die tussen de groene terrassen naar boven kronkelt, daar zijn de mensen variabel in grote afhankelijk van de afstand van hen tot mijn ogen. Het bier smaakt goed na een lange wandeling in de bergen. Mijn conditie is niet geweldig maar na een week hier toch al een stuk beter dan toen ik hier aan kwam. Het bevalt me wel als enige gaste in een groot kamp van de Nepalese scouting.

Mijn werkplek

Geen romantisch bergdorpje of een veraf gelegen en geïsoleerd Boeddhistisch klooster. Die dorpjes liggen hier niet ver uit de buurt. Kakani is op loopafstand. De kloosters zijn verder weg hoewel de kaart suggereert dat er op een afstand van hemelsbreed tien kilometer eentje moet zijn. Hemelsbreed. Over de paden is dat als snel twintig kilometer en dan ook nog verschillende hoogtelijnen kruisend. Het is een dag lopen daar naartoe. Meer isolement dan hier heb ik niet nodig en het voordeel van dit Luxemburgs gesponsorde oort is dat er koud én warm stromend water is zodat het zowaar mogelijk is om een hete douche te nemen. Wat kan dat lekker zijn in de morgen na een toch wat koude nacht. Op mijn bed liggen ‘s nachts steevast twee dekens in plaats van één. Trouwens, je zou de sterrenhemel hier eens moeten zien. Vooral aan de kant van het slaapgebouw waar tussen de heuvels in Kathmandu in de verte is te zien. Een zee van lichtjes sterk gelijkend op een meer met honderden kleine bootjes met lichtjes. De nachten zijn hier wonderlijk. Er zitten hier uilen, koekoeken, beo’s, verschillende soorten zwaluwen die zich stuntvliegers voelen, koninklijke arenden en vernietigende gieren verstopt in de bossen en op de berghellingen. Naast mijn kamer heeft een zwaluwfamilie een nest gebouwd van leem, geplakt tegen de betonnen zoldering van de brede galerij.

Het behang.

Ondertussen voel ik me een koloniaal met een eigen staf. Er is een kop, iemand die de doucheruimte en toiletten elke dag even schoonmaakt, een tuinman c.q. terreinknecht voor de planten en de paden en een manus van alles die de scepter zwaait. Overigens heet hij geen Manus. De schrijfster in mij heeft hier een feestje. De woorden rollen met een tempo uit mijn hoofd mijn computer in dat ik nog niet eerder heb meegemaakt. Vijfduizend woorden per dag, op mijn sloffen. De verhaallijn is zo spannend dat ik zelf niet kan wachten hoe het afloopt en de karakters hebben naast namen ook levens. Mij hier terugtrekken om te schrijven blijkt een gouden greep te zijn en met een investering van zeven euro per dag inclusief alle maaltijden kunnen de meeste schrijvers en zeker ik wel leven. Ik trakteer mezelf om de andere dag op één biertje dat hier in flessen van een halve liter komt en waar ik dus gemakkelijk een dik uur kan teren. In het dorp haal ik naast de gebruikelijke dingen als shampoo en een zeep om mezelf en mijn kleren te wassen vooral snoepjes. In de kleine winkeltjes verkopen ze naast de aardbijen brandy allerlei soorten van zoetige en tegelijk hartige snoepjes. Geen idee waarvan die gemaakt zijn en hoe ze heten, ach ik ben het al vergeten als het me verteld wordt. Maar ze zijn wel lekker. Die aardbijen brandy is trouwens link spul. Ik een fles van dat huis gestookte goedje meegenomen en een paar glaasjes gaven me een opdonder die ik me niet kan herinneren eerder gehad te hebben. Vuurwater met een aardbijensmaak, dat is het. Naast de simpele geneugten des levens zijn er de gebruikelijk ongemakken zoals allerlei insecten waarvan er verschillende vervelend kunnen prikken, dieren die je ‘s nachts wakker houden en een alles verbrandende zon waar je je zonder factor vijftig niet al te lang aan moet bloot stellen. Ondertussen hunker ik naar de zee. Of een zwembad in de wetenschap dat ik daar nog zeker twee maanden op zal moeten wachten. Ach, een mens moet wat over hebben voor een schijfretraite. Terwijl ik mijn glas nog een keer vul met Tuborg en de geiten ondertussen zo luidruchtig grazen dat de hond wakker is geworden en me loom aankijkt, glijden mijn ogen over de heuvels om me heen. Om dan te blijven rusten op een in horizontale gekromde lijnen verdeelde heuvel aan de andere kant van het dal links van me. Ik probeer voor de zoveelste keer te ontdekken hoeveel verschillende soorten vogels ik hoor fluiten maar moet het weer opgeven nadat het tiental overschreden is.

Het leven van een schrijfster in de Himalaya is zwaar. Heel zwaar. Ik raad ook iedereen ten sterkste af om zich hier te vertonen. Punt is natuurlijk dat ik gewoon niet gestoord wil worden, ik ben vrij egoïstisch als het om deze plek gaat. Overigens, die Surya sigaretten zijn best vies bedenk ik me op het moment dat een arend van bizarre proporties zich onttrekt aan het donkergroen van het bos op de heuvel onder me en begint aan een trage spiraalvlucht opwaarts. Het is lastig om in te schatten wat de spanwijdte is maar als ik dan toch moet gokken dan kom ik toch wel op zo’n anderhalve meter. De vogel is gitzwart en zo dichtbij dat ik de gekromde snavel kan zien in de links en rechts draaiende kop die als de geschutskoepel van een tank het gebied beneden hem beziet op zoek naar een prooi. Over twee weken is mijn roman af, het gekke is dat ik dat nu al weet. En dat terwijl ik op een doodlopend spoor in de bergen zit want na mij is er geen weg meer omhoog. Wel voetpaden. Wel vervelend trouwens die zonsondergangen…

Sunset at Kakani Scouting Camp.

Alice © 2011