Dove

Op de website van Rop Gonggrijp, misschien wel de belangrijkste voorvechter van het goede gebruik van internet, waar ik terecht kwam door een facebook bericht, staat een postje over een reclame campagne van Dove (van de smeerseltjes, shampoos en doucheschuim). Het filmpje confronteert en net al bij eerdere campagnes doet het dat op het gebied van beeldvorming van vrouwen. In dit geval gaat het dan om het zelfbeeld van vrouwen. Dit is het filmpje.

Ik besef dat ook ik een issue heb met mijn zelfbeeld, een flink probleem.

Ik heb veel foto’s van mijzelf. Bijna allemaal gemaakt in de afgelopen acht jaar. Foto’s van voor 2005 zijn er amper meer, ze zijn gewist, verknipt, vermalen, verbrand, weggegooid, vernietigd. Omdat die foto’s mij wanneer ik ze zie herinneren aan een verleden waar bij zo goed als iedere foto ik mij herinner wat de pijn is die verbonden met me was op het moment van die foto. Zo af en toe op een onbewaakt moment wordt ik ongewild geconfronteerd met die oude foto’s. Er komen foto’s of negatieven boven of oude cd’s met foto’s. Soms een mapje of een brief met een bijgesloten foto. Die confrontaties zijn uiterst pijnlijk en nooit fijn.

Is dat normaal? Nee, dat is niet normaal.

De pijn van het moeten kijken naar een ongewenst verleden in die zin dat ik dan iemand zie die ik niet wens te zijn geweest is niet goed uit te leggen. Na 2005 veranderd alles in mijn leven en ook de foto’s veranderden. Waar op foto’s uit het verleden mijn lach in de loop van de jaren verdween en vervangen werd door een masker is op de foto’s na 2005 te zien dat er een nieuwe lach voor in de plaats is gekomen. Eigenlijk worden er zelden meer foto’s van me gemaakt waar ik niet op lach, zelfs al is die lach soms een minimale glimlach. Maar ben ik dan blij met die foto’s van tegenwoordig? Ja en nee.

Als fotografe is het beeld een essentieel deel van mijn bestaan, van mijn werk. En in de komende jaren zal het dat ook zeker blijven waarbij ikzelf dan ook nota bene onderwerp of lijdend voorwerp zal zijn in die beelden. Wat betekent dat ik mij comfortabel moet voelen bij afbeeldingen van mijzelf. Maar ik voel me lang niet altijd comfortabel met die afbeelding. Net als de vrouwen in het filmpje kan ik mijzelf niet als mooi zien. Dat is me nooit gelukt in het verleden en dat lukt me nog steeds niet. Ik kan mijzelf niet als aantrekkelijk zien. Dat komt door mijn verleden en door de codering die de samenleving in zich heeft en oplegt aan mensen, vrouwen in het bijzonder.

Over het geheel genomen ben ik niet echt heel erg ontevreden over mijn lijf, maar ik ben me maar al tezeer bewust van de beperkingen die structuur en operaties op het begrip schoonheid hebben gelegd. Als het om mijn gezicht gaat zie ik vooral de ‘foutjes’. De rimpeltjes die sneller zichtbaar worden dan ik wil, de plekjes die daar net als op andere plaatsen op mijn lijf te zien zijn, de wallen onder de ogen en hangende oogleden, de asymmetrie van mijn mond, mijn slechter wordende gebit en de leeftijdsonderkin veroorzaakt door overtollig vel. Ik zie een vrouw die snel ouder wordt, haar ‘prime’ voorbij is (wetende dat die er nooit geweest is), en die een toekomst voor zich heeft waar dat beeld niet aantrekkelijker wordt. Lelijk vind ik mezelf niet, maar aantrekkelijk beslist ook niet.

Ook ik ben gevoelig voor wat de wereld vind van het uiterlijk van vrouwen. Uiterlijk is belangrijk voor mij. Kleding, make up, het is voor mij essentieel om mijzelf goed te voelen. Zonder make up over straat gaan is iets dat ik niet wil en de kleding moet mij goed staan en zeker niet ouwelijk zijn. Terwijl ik nota bene mijzelf nu regelmatig in een kledingstijl hul van meer dan honderd jaar geleden. Mijn gevoeligheid op dit punt, mijn verleden ook, maken dat mijn zelfvertrouwen over mijn uiterlijk niet groot is. Het is zelfs zo sterk dat het soms minderwaardigheid oproept. Mijn angst om omwille van mijn uiterlijk, om de bouw van mijn lijf waar een schaduw van een ongewenst leven in te zien is, om mijn ouder wordend gezicht, afgewezen te worden in zoiets essentieels als de liefde is groot. Het is me een paar keer overkomen.

Ik besef dat ik voor wat betreft lijf, uiterlijk en mijn eigen beleving daarvan, een beschadigd mens ben.

Om die reden ben ik heel erg blij met de reclamecampagnes van Dove. Zeker met deze. Want het laat zien dat ons zelfbeeld bijna zonder uitzondering negatiever is dan het beeld dat anderen van ons hebben. En toch, ondanks het prachtige filmpje blijft er dat gevoel fysiek niet aantrekkelijk te kunnen zijn voor een ander. Zoals een vrouw in het filmpje zegt: I have work to do with myself. Ze heeft gelijk.

© Alice Anna Verheij

Advertenties

Rond

Ineens viel het me op. Tijdens het douchen. Ik heb er niet zo op gelet het laatste jaar. Druk met andere zaken. Als ik de foto;s van mezelf nog eens bekijk tijdens mijn werk in Nepal zie ik vooral een stoere vrouw die soms jongensachtig, soms erg vrouwelijk is. Een beetje een kameleon. Wel bijna altijd met een lach behalve op de momenten dat het werk de harde kant van het bestaan van anderen zichtbaar maakt. Dan is ze serieus, ernstig zelfs soms. En ik zie dan een voorkeur voor kleurige kleding.

Op de bank zittend en dit stukje schrijvend bezie ik mezelf. Donker gekleed, wat somber en duidelijk niet op mijn plek. Ik zit er bij alsof ik een gast ben, een bezoeker die zo de deur uit kan wandelen naar, tsja waarnaar eigenlijk? Maar onder de douche vanmorgen zag ik mezelf ineens zoals ik nu ook ben. Rond met nadrukkelijk vrouwelijke vormen, een zacht gezicht. Kwetsbaar en met een lijf dat misschien wel bijna vijftig is maar oogt als veertig. Niet mooi of zo maar zeker ook niet onaantrekkelijk. De littekens van de operaties die me mijn leven terug gaven en mijn verleden verwoestten zijn amper meer te zien. Opgegaan in de omliggende huid. Een huid die vooral glad is geworden en in niets meer lijkt op die ruwere die mij tien jaar terug bedekte. In het vermoeide gezicht zijn dan soms de kleine rimpeltjes zichtbaar maar zo ’s morgens, net wakker, is zelfs daar geen sprake van.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Ik ben ronder geworden. Niet dikker maar ronder. Het hoekige dat toch al niet sterk ontwikkeld was is verdwenen en wat rest is de schaduw van een botstructuur uit het verleden. Deels mannelijke verhoudingen in een verder vrouwelijk lijf. Een lijf dat de transitie voorbij is, uitgegroeid en niet meer veranderen zal van structuur maar alleen nog verouderen zal. Een lijf ook zonder weg terug in de tijd en een lijf dat decennia gemist heeft. Het enige dat niet in verhouding lijkt te zijn is die afwezigheid van heupen alsof dat deel van mijn lichaam vergeten is. Het is niet anders.

Mijn lijf is me allang niet vreemd meer maar om te zeggen dat het me volkomen bekend is zou bezijden mijn waarheid zijn. De aanblik kan me immers nog steeds verrassen zoals vanmorgen. Niet op een vervelende manier maar op een troostende. Want ik weet waar ik naar kijk, ik zie de geschondenheid er van. De gevolgen van de ingrepen die een redelijk geslaagde poging waren om dat lijf mij te laten zijn. En het is wel goed zo eigenlijk. Ik denk dat ik mijn lijf vanavond maar een biertje geef. Even drinken op de liefde tussen mijn lijf en mij.

Alice © 2012