NaNoWriMo 2011 gaat vannacht van start.

Na in 2008 mee te hebben gedaan en het niet gehaald te hebben met het Engelstalige manuscript voor ‘Cairo Scent‘, in 2009 te hebben meegedaan met als resultaat het manuscript voor ‘Droomvlucht Afrika‘, in 2010 te hebben meegedaan met als onontkoombaar gevolg de uitgave van ‘Eén latte, een cappu en een espresso‘ als mijn debuutroman, kan ik het niet laten om dit jaar wéér mee te doen met NaNoWriMo. De National Novel Writing Month die alles behalve ‘national’ is. Een roman schrijven in dertig dagen. Gekkenwerk.

Ware het niet dat ik eerder dit jaar in de maand juni al een roman geschreven heb toen ik in de bergen in Nepal verkeerde. ‘Headwind, Laxmi’s Story‘ is inmiddels in manuscript gereed en ligt bij de uitgever in Kathmandu, Nepal ter lezing en correctie. Het boek zal rond de jaarwisseling uit moeten gaan komen en wordt mijn eerste Engelstalige werk dat gepubliceerd gaat worden.

Maar zomaar meedoen met NaNoWriMo is niet genoeg. Ik weet dat ik een roman in een maand kan schrijven (dat wil zeggen, mijn brein legen op het virtuele papier van mijn geduldige laptop nadat het eerste weken of maanden is gevuld met een verhaallijn, personages, locaties en situaties). En dus moet het dit jaar maar anders dan anders verlopen.

Vanaf de eerste keer dat ik mij op NaNoWriMo stortte deed ik dat in het gezelschap van mijn beste vriendin. En dit jaar is dat niet anders. Sterker nog, er is sprake van coproductie. En daarmee houdt het dan ook op als het gaat om de publieke beschrijving van wat er gaat gebeuren want het boek dat er uit rolt over enige tijd is niet alleen leuk maar ook spannend en schokkend en zal zeker de media weten te bereiken door de onthullingen die er in komen te staan. Onthullingen die de natie zullen schokken en de weerslag zijn van veel research, uren zoekwerk in archieven, kranten, boeken en verschillende locatie bezoeken.

Ik heb er zin in.

Alice © 2011

Advertenties

De parfummaker

Achter de Khan el-Khalili in Cairo is een straatje waar de mensen twee zaken verkopen. Kruiden en parfum. Het leven is er eenvoudig. Het gaat er om de handel en om de ontmoeting. Toen ik vorige week met Hannah door de straatjes liep, gesluierd zoals we dat het prettigst vonden, werden we opgevangen door een wat oudere man. We waren een beetje bedwelmd door de geur van de vele soorten kruiden. Sterk en gevarieerd en vooral ook smaakvol. De man liet ons de verschillende kruiden proeven, niet zozeer om ze te verkopen aan ons maar eerder omdat hij het leuk vond om dat te doen. Kaneelstokjes van formaten die wij niet meer kennen, komijn, hibiscus en een mix van pepers die werkelijk heerlijk was.

We werden meegetroond naar de straatjes achter het gebied waar je kunt kopen. De straatjes met de werkplaatsen waar die kruiden worden gemalen en verpakt. Het is wonderlijk om te zien hoe zo’n oud beroep als kruiden en specerijenhandelaar ondersteund wordt door de vele kleine maalderijen die nog volledig werken op een manier zoals dat al honderden jaren gebeurt. Nadat we daar gekeken hadden stelde de man voor om ons naar een parfummaker te brengen. Het andere ambacht waardoor dit deel van de oude markt in Cairo beroemd is. We lieten het ons welgevallen want de manier waarop we rondgeleid werden door deze mooie wereld was vriendelijk en niet opdringerig, tenminste niet zo opdringerig als in andere delen van de Egytische hoofdstad.

De parfummaker was een oudere wat magere man met vriendelijke ogen en een rustige, zelfs rustgevende blik. Zijn winkeltje, net groot genoeg om met drie mensen tegen elkaar in te zitten, puilde uit van de grote apothekersflessen met grondstoffen voor de parfums die hij maakt. Langs de straat staat een donker houten vitrine met mooie kleine parfumflesjes met veel goud. Het is een winkeltje dat als een jas voelde, alles paste precies. We gingen zitten om met de man te praten en kregen hibiscusthee aangeboden. De zoetige en frisse smaak maakt waarschijnlijk dat je reukorgaan beter gaat werken want de verschillende geuren in dit wonderlijke winkeltje bedwelmden ons. Al pratend probeerde de parfummaker er achter te komen welke geuren onze voorkeur hebben en tegelijk wat voor soort mensen wij eigenlijk waren. Het waren de ingrediënten die hij nodig had om de parfums te mengen die bij ons paste.

Ik hou van jasmijn en de geur van noten en hout. Na zo’n anderhalf uur praten, mengen, proberen (pas na drie minuten ruiken!), was mijn parfum klaar. Jasmijn, musk en sandalwood in een combinatie die precies afgestemd was op mijn huid en voorkeur. De oude man maakte het alsof hij de componist was van een geuren symfonie. Misschien was hij dat ook. Het kostbare flesje staat in mijn slaapkamer en de inhoud zal me nog lang aan die man doen denken. Elke keer als ik een beetje van de kostbare olie gebruik zie ik zijn blik weer voor me. De aandacht die hij voor ons had toen hij toverde. 

Alice © 2008