Nachtgedachten

alicefoto: © 2013 Daniel Kempisty

Tijdens slapeloze nachten
spoken woorden en gedachten
als duveltjes uit een doosje
bij mij, voor een poosje
Ze plagen mij
belagen mij
en soms
heel soms
behagen zij
alsof ik met ze vrij

Af en toe dan
vraag mij niet hoe dat kan
beroeren ze mij
en ontvoeren ze mij
nemen me mee
naar overzee
in oude grote schepen
die zich moeten laten slepen
of over land
naar een andere kant

Ik reis in treincoupé’s
veel ouder dan TGV’s
met heel veel hout
en koper als glimmend goud
met piepende deuren
vreemde geuren
en warme kleuren
in prachtige interieuren
naar verre landen
en vreemde handen

Zonder te slapen dan
droom ik wat ik kan
over een zachte streling
en onbekende tinteling
ogen die door mij heen zien
en lippen die kussen misschien
over verleden
niet over het heden
wel over morgen
nooit over zorgen

En zonder uitzondering
eindigt die verwondering
in een peilloos diepe wens
naar die ene, die ene mens
niet zover van mij vandaan
op minder dan een dag te gaan
maar toch zo schier onbereikbaar
zo oneindig ontastbaar
als een droom
of een verstorven toon

In mijn slapeloze nachten
blijf ik je liefde verwachten
en klinken jouw woorden
als adagio akkoorden
die mijn hersens temmen
en mijn daden remmen
het verlangen verstild
de wil niet gewild
de woorden niet uitgesproken
en de ban nimmer gebroken

© 2013 Alice Anna Verheij

Advertenties

Pleister

pleister

Doe me een pleister wil je
op mijn wonde
aan mijn hart
en op mijn hoofd
dat ik brak en stootte
aan jouw liefde
en mijn onvermogen.

Kus me alsjeblieft
op mijn mond
en in mijn hals
of op mijn borst
en vergeet dat ik scheurde
door jouw angst
en mijn stommiteit.

Vrij met me deze nacht
geef me jouw hemel
ontneem me mijn angst
en maak me nieuw
laat me vergeten
want in jouw armen
wil ik verdwijnen.

© 2013 Alice Anna Verheij

Mijn jeugd terug!

london

Ik wil mijn jeugd terug
hij is mij ontstolen
tegen een muur
door drie vrouwen
om beurten

Ik wil mijn jeugd terug
de zondagen waren zo mooi
op het korfbalveld
met al die anderen
samen spel

Ik wil mijn jeugd terug
teveel is me ontschoten
van wandelingen in het park
met mijn ouders
nog bij mij

Ik wil mijn jeugd terug
Londen is er nog steeds
ik jaag er over de straten
met hen waarvan ik hou
in gelijke tred

© 2013 Alice Anna Verheij

Vrij naar Slauerhoff.

Ik hou van sommige dichters en schrijvers, hoewel ik met die liefde kieskeurig was, ben en nog meer wordt. Slauerhoff echter zal altijd bij mij in de buurt blijven. Omdat hij in meerdere opzichten een reiziger was. Net als ik.

Slauerhoff

Na jaren droomwens in sluimerende staat komt het afscheid nog steeds niet nader. Zal ik ooit slagen om dit land te verlaten, elders een bestaan te bouwen? In stilte me mogen terugtrekken ver van onze ‘beschaving’ die dat woord niet meer verdiend als aanduiding. Al is het misschien maar voor een deeltje van mijn leven? Wordt ik ooit een part-time Nederlandse? Tussen culturen in leef ik al maar zal dat nog sterker worden en maak ik de sprong? Slauerhoff schreef het en Wim de Bie liet het ooit eens fraai horen. In Nederland wil ik niet leven…

Maar Slauerhoff is al lang vervallen tot stof. Net als mijn plannen. De taal is mooi maar evenzo versleten. Daarbij, mijn gevoel wordt niet geheel gedekt door de lading van Slauerhoff’s worden en de tijdgeest lijkt ernstig gewijzigd. Wat me er toe bracht om het prachtige gedicht in een eigentijds jasje te gieten voor zover dat mogelijk was. Ontheiliging van oude poëzie ten spijt stort ik mijn hart uit geïnspireerd door mijn gevoel en Slauerhoff’s verbale walging over dit kleinzielige landje. En ja, ik zie het te duister en te somber en ik ben te negatief maar bedenk dan dat alles zo zijn reden heeft en in werkelijkheid is vast wel lief ben.

In Nederland

In Nederland wil ik niet leven,
men moet er steeds zijn krachten geven,
ten bate van het grote gewin,
omwille van noodzaak’lijk gepin.
‘k Ga liever leven in de armoe,
waar men geen last heeft van die gekte
of ‘t knagen van mijn maag, waar over ik niet repte
als een dwaas die vreten moet.

In Nederland wil ik niet dood,
en op de kille grond verstrooien
waarop men teveel heeft gelopen.
Daar blijf ik liever verre vandaan
en kom terecht bij stadsnomaden.
Mijn medelanders roepen mij: ,,Jij bent mislukt!”,
fijn dat ik hen zo kon verlaten,
want ja mijn vrijheid is mij toch ontrukt.

In Nederland wil ik niet leven,
men moet er altijd naar meer streven.
Niet om ‘t welzijn van zijn medemensen denken,
en overal mag men de ander krenken,
maar niet belasting ontduiken, dat donker kwaad,
alleen omdat men deze niet aanstaat.
Zomaar de boel laten verrekken
getuigt van asociale trekken.

Ik wil niet in een Vinex moeten wonen,
in lelijke nieuwe steden en ook dorpen.
Bij duizentallen die verworpen
daar zitten, allen voor een pratend scherm
uit verveling, niet om te tonen,
dat men wel weet, maar niet spoort
En zondag met elkaar gaat rellen
in stadions waar ze elkaar kwellen.

In Nederland wil ik niet blijven,
ik zou van angsten gaan verstijven.
Het is me daar te hard, te heftig,
men spreekt er zo luid, wordt nimmer deftig,
en danst nooit op de hete vulkaan
maar kan wel de zwakken slaan.
Nooit zal men nog om onrecht staken gaan,
en nooit, nee nooit durft men nog op rechten te gaan staan.

© 2012 Alice Anna Verheij

In de balzaal.

Als antwoord op een facebook verzoek van de Haagse Poëzieroute


Balzaal in Empire stijl, paleis Kneuterdijk, Den Haag.

Verzuild
wit gepleisterd
cassetten ton
met achter
elk gordijn
vast een spion

Bekleed
geel gelakt
planken vlak
er op een
blauwtje
gelopen vak

Opgehangen
glas geblazen
kunstig licht
in ’t midden
dans jij
zonder gewicht

© 2012 Alice Anna Verheij

Mijn eindeloos verlangen naar geel.

Sangamcwok, Damak, Jhapa in the East terai in Nepal (photo © 2012 Alice Verheij)

Bladerend door de beelden die ik niet los kan laten vecht mijn hoofd met mijn hart een titanengevecht. Een hoofd dat me dwingt om los te laten, als is het maar voor een tijdje, dat in mijn hart gevangen is als de tatoeage in mijn huid. En hoe hart ik het ook probeer, mijn hoods verliest het telkens weer van mijn eindeloos verlangen naar kleuren die hier onvindbaar zijn.

Mijn-eindeloos-verlangen-naar-geel-2.mp3

Mijn eindeloos verlangen naar geel.

Nog immer is het geel gebrand op mijn netvlies
die glans van de uitbundig bloeiende mosterd.
Geen geel ken ik dat in intensiteit zozeer gelijk is
aan het rood van de tika die bij mij gezet werd.

De geur van het veld vast genesteld in mijn neus
mijn vingers voelen ongedacht nog steeds het blad.
Geen zintuig kan nog mijn gevoel ontsnappen
of het eindeloos versmelten met mijn hart.

De dag heeft voor mij allang geen inhoud meer
is onvergelijkbaar met mijn dromen in de nacht.
Mijn ogen spreken niet meer mijn moedertaal
ik verbeid de tijd en leng ongewild mijn wacht.

Ik weiger de gedachte die mij ’t ondenkbare zegt
de angst dat ik verbonden blijf aan deze grond
dwingt mij dat ik mij sterk en dat ik vecht
negeer dat schoonheid mij ernstig heeft verwond.

Geen maand, geen etmaal, geen uur, geen minuut
ja geen seconde laat mijn hart mijn hoofd vrij
het doet mij het juist voelen onder het borstbeen
hamerend, jagend, kloppend, dwingend in mij.

Het geel, dat verzengende geel, zit in mijn hoofd
en zal mij bij leven onmooglijk kunnen verlaten
het maakt mij gek van een onpeilbaar verlangen
naar zand in plaats van stenen op de straten.

Het wachten is te oneerlijk aan het worden
bedrukt me, beneemd me bijna zefls de adem.
Geen vezel in mijn lijf wil hier nog langer zijn
geen cel er van gunt mij nu nog genade.

Mijn hoofd verliest ’n gevecht dat ’t nooit kon winnen
want de donkerte van mijn gedachten sterft versneld
onder de uitbundigheid van de kleur van mijn zinnen
terwijl mijn lijf ’t eindloos verlangen aan mij verteld.

Nog immer is het geel gebrand op mijn netvlies
die glans van de uitbundig bloeiende mosterd
Geen geel bestaat dat in intensiteit gelijk is
aan het rood van de tika door jou bij mij gezet.

Alice © 2012

Ik kus vandaag een crocus.

 

foto: Harold Lloyd – creative commons

Lente

Ik kus vandaag een crocus
die met zijn billen in het gras
en zijn blaadjes in de lucht
knipoogt naar een dikke mus.

Er zingt vandaag een liedje
met mijn stem wat woorden
voor wie er luisteren wil
naar een vrolijk melodietje.

Ik knipoog vandaag naar jou
loerend naar een reactie
hopend op een lieve lach
gewoon omdat ik van je hou.

Alice © 2012

Winterwarmte

Een zomer, zomaar voorbij.
Gevlogen, verwaaid, verdwenen.
Als een zucht is ze vergaan
en mij amper opgevallen.
Maanden vergleden terwijl ik,
met het hoofd gebogen,
de zon me niet liet verwarmen.
Tot de herfst met haar zachtkoper licht.

De onverhoeds tijdelijke toekomst,
met plannen nu al weer verdwenen
als gedachten uit een oude tijd.
Alsof het alleen zo mag zijn.

Geen spijt, zelfs geen twijfel,
maar een zwaar hart dat klopt.
En zintuigen die me dwingen om te
scheppen als een medicijn.
Verdwijn ik in de winterwarmte
die als een loden jas me past.
Hunkerend naar een lief licht
mij zo plotseling geschonken.

Laat me voelen dat ik leef.

Alice © 2010