Mijn hart schuurt me in de borstkas.

Zoals ik dus al meldde: ik ben verliefd.

Gelukkig is de (on)gelukkige zelf ook verliefd en laten we dat nu op elkaar zijn. Wat wel bijzonder prettig is natuurlijk.
Minder prettig is dat we dat gevoel in stand moeten zien te houden met twee formidabele tegenstanders: tijd en afstand. Einsteiniaans sterke tegenstanders die in staat zijn om de prilheid van de liefde te testen op een onbarmhartig sterke wijze. Want wat doe je als je hart in de handen is van iemand die grof genomen zo’n tienduizend kilomertjes van je verwijderd is.

Precies, je wordt onzeker en verdrietig. Onzeker omdat er altijd die angst is van het aloude ‘uit het oog, uit het hart’ principe  en verdrietig om fysieke afstand net als emotionele afstand een mens verdrietig stemt.

Gelukkig is er dan internet zou je denken maar in rurale gebieden in een berglandje is dat niet iets dat als vanzelfsprekend aanwezig is en al helemaal niet op een manier dat het betaalbaar zou zijn voor mensen die een financieel gezien arm bestaan hebben. Telefoon dan? Bel maar eens die kant op en het is alras duidelijk dat de vertragingstijd van een satelliethop in de verbinding niet bevorderlijk is voor soepele communicatie. Om nog maar niet te spreken van de gebrekkige geluidskwaliteit van dergelijke long distance calls.

En dus zit er niet veel anders op dan het doormaken van wat wijlen mijn moeder een zeemanshuwelijk noemde. Brieven schrijven over en weer, af en toe bellen (ondanks de genoemde bezwaren), emailen (die dan dagen later pas gelezen worden) en uiteindelijk gewoon maar die afstand overbruggen. Als er voldoende pecunia zijn te besteden natuurlijk.

Het zal niet verbazen dat al in de eerste dagen na het betraande afscheid en de daarop volgende ‘thuiskomst’ mijn hart dus in mijn borstkas schuurt. Niet dat ik nu hele nachten lig te huilen of zo of dat ik hele dagen als verdwaasd over straat slenter of – erger – me isoleer in mijn kamer. Nee, dat gebeurt niet maar wel is er die permanente weeheid ergens onder de ribben tussen maag en hart in. Als je ooit verliefd bent geweest herken je het vast wel. Gegeven dat liefde het mooiste geschenk is dat er bestaat ben ik natuurlijk vooral gelukkig met de situatie en zal ik dus de moeilijkheden gewoon maar proberen het hoofd te bieden. Ik ben de enige niet, die ene mooie, leuke, lieve, geweldig aardige, vrolijke, spannende vrouw daar achter de Himalaya zit in hetzelfde schuitje wat dat betreft. Het komt wel goed ga ik maar vanuit.

Liefde, het blijft mooi en moeilijk tegelijk.

Alice © 2012

Advertenties

Trots.

Het is Pride week in Nederland. Nou ja, in Amsterdam hoofdzakelijk. Gay Pride om precies te zijn. Ik was van plan het dit jaar weer eens volledig langs me heen te laten gaan maar zoals zo vaak dwingen omstandigheden me tot iets anders. Wazzup?

Sinds een krap weekje weet ik me versierd door een leuke vrouw. Mooi, Surinaams-Creools. We hebben elkaar ontmoet in mijn stamkroeg, de leukste lesbo tent van Amsterdam. De afgelopen dagen echter bekruipt me twijfel. Twijfel die je hebt als je iemand leuk vind maar er achter komt dat er een paar dingen in de weg staan. Normaal gesproken zijn hindernissen er om op te ruimen maar in dit geval is me inmiddels duidelijk dat het niet gaat lukken deze keer.

Thing is, de dame is wat heftig. Meestal op een leuke manier maar soms schemert er een levensstijl doorheen waar ik niets mee kan. Of mee wil. Gaat er iets mis dan is het steevast de schuld van de ander en na een paar keer gaat mij dat op mijn zenuwen werken. Het wordt dan later wel weer opgelost, maar toch. Het gevoel blijft hangen. Zelfs dat is iets waar ik overheen zou kunnen stappen, als dat alles was. Immers, iedereen heeft wel een ruw kantje en daar ga je dan mee om als je van elkaar houdt.

Maar gisteren ging het wat mij betreft mis en niet zo’n beetje ook. Zoals de meesten hier wel weten ben ik niet alleen lesbisch maar ook transgender (of wat voor foute naam men daar ook aan wil hangen). Geboren in een mannenlijf dus. Nu is dat inmiddels al jaren terug veranderd naar wat het moet zijn en ben ik dus klaar met het gedoe wat daarbij hoort. Voor een lief echter is het altijd weer wennen. Los van de eeuwige ‘wanneer vertel ik het haar vraag’ is er de vraag of ze er mee weet om te gaan. En niet alleen of een lief er mee om kan gaan maar ook of haar omgeving dat kan.

En daar is het weer eens gierend de bocht uitgevlogen. Het hoge woord kwam er al snel uit en dat ging als volgt:

‘Ik wil niet dat je mijn kinderen verteld dat je transgender bent hoor.’
‘Hoe dat zo?’
‘Mijn zoon pikt dan niet en dan is het meteen over tussen ons.’
‘Wat? Hoe bedoel je.’
‘Hij zou het een schande voor de familie vinden.’
‘Doe effe gewoon zeg, dus je vraagt me om terug de kast in te gaan?’
‘Ik wil gewoon niet dat je het mijn kinderen verteld.’
‘Nou sorry, maar dat kan ik niet. Ik schaam me niet voor mezelf hoor.’
‘Ja maar bij ons kan dat niet dus als je niks zegt weet niemand het.’
‘Belachelijk.’
‘Als je het ze verteld dan is het uit tussen ons.’
‘Nou sorry hoor maar ik ga dus echt never nooit terug de kast in. Dat kan helemaal niet trouwens.’
‘Hoezo?’
‘Ik ben all over the internet dus ze komen er toch in no time achter.’
‘O maar ze zoeken niet op internet naar je hoor.’
‘Nee tuurlijk niet. Nou hoor eens, ik ben trots op mezelf en verdom het om me anders voor te doen dan ik ben. Ze zullen er mee moeten dealen.’
‘Nou dat gaan ze echt niet doen.’
‘Dat is dan jammer voor hun maar dit kan ik niet doen en ik vind ook dat je dat niet van me kunt vragen.’
‘Ik wil gewoon niet dat je mijn kinderen verteld hoe je bent, iedereen praat er dan over en mijn zoon vindt dan dat je de familie ten schande maakt.’
‘Dat is dan zijn probleem. Ik zal mezelf nooit verloochenen, sorry maar dat verdom ik.’
‘Dan is het zo uit tussen ons hoor.’
‘Dus je schaamt je voor me?’
‘Ik niet hoor. Maar ik moet er wel aan wennen.’
‘Weinig van gemerkt anders. Van dat wennen. Maar ik kan niet leven met iemand die wil dat ik niet mezelf ben.’
‘Nou laten we het er maar niet meer over hebben.’
‘Onmogelijk.’
‘Ik wil het er niet meer over hebben.’

En toen staakte het gesprek. De dag wikkelde zich af en de bom was in mijn hoofd geplant. Ik heb het nog even geprobeerd hoor maar er viel geen ruimte te vinden. Uiteindelijk heeft het tot de keuze geleid om mee te gaan in haar wens en mezelf te ontkennen of mezelf blijven en niet opgeven. Natuurlijk heb ik voor het laatste gekozen en dus wacht me vandaag de taak duidelijk te maken dat ik niet verder wil in een relatie waar ik niet volledig mezelf kan zijn. Als ze er alsnog mee om kan gaan is er nog een kansje maar in alle eerlijkheid betwijfel ik of ik zelf dit nog wel wil.

Eén ding is me duidelijk geworden: er moet nog zo verdomd veel gebeuren voordat mensen als ik als volwaardig worden gezien door iedereen. Want de bovenstaande conversatie is de gekuiste versie. De werkelijke was naar mij regelrecht discriminerend en dat is wel een rare ervaring als de ander een Creoolse is die zelf al snel roept dat ze gediscrimineerd wordt op momenten dat ze een stommiteit begaat. Maak ik de goede keuze door deze prille relatie in de knop te breken hierom? Ik weet het niet maar ik voel dat ik niet anders kan en ik ben op mijn gevoel gaan vertrouwen wat dat betreft.

Zaterdag ga ik dus gewoon naar de Pride. Genieten van mijn mensen en mezelf zijn. Gewoon zoals het hoort: trots, mooi en – helaas – single.

Alice © 2011